De Auditdienst Rijk en NOREA hebben het Cbw (NIS2) Control Framework gelanceerd. Dit raamwerk is ontwikkeld om organisaties te ondersteunen bij het versterken van hun digitale weerbaarheid in aanloop naar de nieuwe Cyberbeveiligingswet (Cbw) en het Cyberbeveiligingsbesluit (Cbb). Deze wet- en regelgeving is de Nederlandse vertaling van de Europese NIS2-richtlijn.

De Cyberbeveiligingswet legt meer nadruk op de verantwoordelijkheid van bestuurders voor de digitale weerbaarheid van hun organisatie. Het framework biedt een gestructureerde manier om de vereisten uit de wet inzichtelijk te maken en helpt verbeterpunten te identificeren.

Dankzij de modulaire opzet kan het framework worden aangepast aan sector- of organisatiespecifieke eisen. Voor de overheid (BIO2) en de financiële sector (DORA) zijn de vereisten al verwerkt. Het raamwerk is opgezet als een levend document, zodat ook andere sectoren in de toekomst specifieke normen kunnen toevoegen.

Het Cbw (NIS2) Control Framework is tot stand gekomen in samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De initiatiefnemers nodigen organisaties uit het raamwerk te gebruiken en feedback te geven om verdere doorontwikkeling mogelijk te maken. Het framework en het bijbehorende studierapport zijn beschikbaar via de websites van de Auditdienst Rijk en NOREA.

Hoewel de Cyberbeveiligingswet nog niet van kracht is, adviseert de Rijksoverheid organisaties nu al maatregelen te treffen. Digitale risico’s zijn immers al aanwezig. Voor aanvullende informatie en praktische hulpmiddelen kunnen organisaties ook terecht bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) en het Digital Trust Center (DTC).

LANCOM Systems, onderdeel van het Duitse Rohde & Schwarz, positioneert zich als leverancier van netwerkoplossingen die in Europa worden ontwikkeld en getest. Co-CEO Robert Mallinson ziet een groeiende aandacht voor digitale soevereiniteit. “Organisaties zijn zich meer bewust van de risico’s van afhankelijkheid van niet-Europese partijen.”

Rohde & Schwarz is een familiebedrijf met wereldwijd ongeveer 15 duizend medewerkers en een jaaromzet van zo’n drie miljard euro. De groep levert onder meer meetapparatuur, communicatiesystemen voor defensie en cybersecurityoplossingen. LANCOM valt binnen de divisie Networking & Cybersecurity, waar ook Rohde & Schwarz Cybersecurity en het Duitse encryptiebedrijf SIT onder vallen. “Die combinatie maakt het mogelijk netwerk- en beveiligingsoplossingen in samenhang aan te bieden,” zegt Mallinson.

LANCOM werkt vrijwel volledig via het kanaal en telt wereldwijd 1.800 actieve partners, waarvan veel al tientallen jaren met het bedrijf samenwerken. De vraag naar veilige netwerken groeit en kennisoverdracht is een belangrijk speerpunt. “We willen dat partners zelfstandig implementaties kunnen uitvoeren en storingen oplossen,” zegt Mallinson. Online trainingen en productgebonden AI-chatbots moeten hen daarbij ondersteunen.

Licentiemodel

In tegenstelling tot leveranciers die volledig overstappen op strikte abonnementsmodellen, kiest LANCOM voor een flexibeler benadering. Apparatuur blijft functioneren als een licentie afloopt, al vervallen dan centrale beheerfuncties via de LANCOM Management Cloud. Partners kunnen via het Service Provider License Agreement-model licenties maandelijks afnemen. “Dat geeft organisaties ruimte om hun licenties aan te passen aan hun actuele situatie,” licht Mallinson toe.

Het portfolio bestaat uit routers, firewalls, wifi-oplossingen en switches tot 6,4TBps, waarmee ook grote campusomgevingen bediend kunnen worden. Nieuwe Wifi 7-accesspoints worden uit recyclebaar materiaal zonder gelijmde onderdelen vervaardigd en bevatten energiebesparende functies. Via de LANCOM Management Cloud is het mogelijk het energieverbruik van netwerkapparatuur te monitoren en te optimaliseren. “Waarom zou een winkel ’s nachts wifi aan hebben staan? Door slim te schakelen besparen organisaties kosten en energie,” zegt Mallinson.

Ook in de gezondheidszorg ziet LANCOM mogelijkheden, bijvoorbeeld door het integreren van IoT-functies in wifi-infrastructuur. In ziekenhuizen kan zo apparatuur worden gevolgd en beheerd, variërend van bedden tot medische meetinstrumenten.

Mallinson verwacht dat de vraag naar veilige en beheersbare netwerkoplossingen de komende jaren verder zal toenemen, vooral in sectoren met kritieke infrastructuur zoals zorg, energie en transport. “Met de combinatie van Europese ontwikkeling, aandacht voor security en een sterke partnerbasis willen we daar een relevante bijdrage aan leveren.”

Wekelijks verzamelt ChannelConnect de opvallendste, leukste of beste nieuwsitems en tools. Met natuurlijk speciale aandacht voor de toepassingen ervan voor IT-dienstverleners en msp’s. Het overzicht van de afgelopen week.

Nieuws

Apple Intelligence nu ook in Nederland beschikbaar

Met de beta’s van iOS 26.1 en macOS 26.1 is Apple Intelligence voor het eerst actief in Nederland. Daarmee krijgen gebruikers toegang tot de AI-functies die eerder alleen in Engelstalige landen beschikbaar waren, zoals slimme samenvattingen en verbeterde schrijfhulp.
Bron: iCulture

Google brengt goedkoper AI Plus-abonnement uit

Google introduceert wereldwijd een voordeliger AI Plus-plan van circa 5 dollar per maand. Het pakket bevat toegang tot Gemini 2.5 Pro, tools als Veo 3 Fast en Flow, integratie in Gmail en Docs, plus 200 GB opslag. Daarmee zet Google druk op concurrerende AI-abonnementen.
Bron: TechCrunch

Advocaat in Californië krijgt boete voor ChatGPT-fabricaties

Een advocaat in Californië moet 10.000 dollar betalen omdat hij in een beroepschrift tientallen verzonnen citaten gebruikte die door ChatGPT waren gegenereerd. Het hof noemde dit een waarschuwing voor de juridische sector en werkt aan strengere richtlijnen rond AI-gebruik in rechtbanken.
Bron: CalMatters

Microsoft blokkeert AI-verhulde phishingcampagne

Microsoft Threat Intelligence ontdekte en stopte een phishingaanval waarbij aanvallers AI gebruikten om de kwaadaardige code te verhullen. Volgens het bedrijf laat dit zien hoe cybercriminelen AI inzetten om detectie te ontwijken, en hoe beveiligingsteams op hun beurt AI moeten gebruiken om zulke aanvallen te herkennen.
Bron: Microsoft Security Blog

Ontwikkelaars omarmen AI volgens Google’s DORA-rapport

Het jaarlijkse DORA-rapport van Google laat zien dat meer dan 70 procent van de ontwikkelteams AI-tools inzet om code sneller te schrijven en softwarekwaliteit te verbeteren. Teams die AI integreren rapporteren hogere productiviteit en minder incidenten in productie.
Bron: Google Blog

Tools*

DevPlan – AI-hulp bij softwareplanning

DevPlan is een AI-tool die ontwikkelteams ondersteunt bij het plannen en prioriteren van softwareprojecten. De tool genereert automatisch roadmaps, sprintplannen en taakverdelingen op basis van teamdoelen en beschikbare capaciteit.
Bron: DevPlan

Cresh – AI voor marktonderzoek en businessanalyse

Cresh is een multi-agent AI-tool die ondernemers helpt hun businessideeën te verfijnen. De tool voert automatisch marktonderzoek en concurrentieanalyses uit en genereert aanbevelingen om strategieën te verbeteren.
Bron: Cresh

Stakly – full-stack webapps bouwen met AI

Stakly is een AI-platform waarmee je complete webapplicaties kunt ontwikkelen en lanceren. De tool automatiseert het schrijven van code, koppelt databases en regelt veilige authenticatie, zodat ontwikkelaars sneller van idee naar live product gaan.
Bron: Stakly

Developer Toolkit – code genereren vanuit prompts

Developer Toolkit zet natuurlijke taal direct om in productieklare code. Ontwikkelaars kunnen volledige features in enkele minuten laten bouwen door simpelweg een prompt in te voeren.
Bron: Developer Toolkit

Barie – AI-assistent voor research en strategie

Barie is een AI-platform dat fungeert als executive assistant. Het combineert diepgaand onderzoek, workflow-automatisering en strategische planning, zodat professionals sneller onderbouwde beslissingen kunnen nemen.
Bron: Barie
*Beschrijvingen van tools zijn op basis van de informatie op de websites van de makers. ChannelConnect is niet verantwoordelijk voor de juistheid daarvan.

AI in Nederland en Europa

Nieuwe plug-and-play AI-modules voor mkb

Het Nederlandse AiBitches.nl introduceert tien kant-en-klare AI-modules waarmee mkb-bedrijven zonder technische kennis AI kunnen integreren in bestaande processen. De modules richten zich onder meer op documentverwerking, klantinteractie en voorspellende analyses.
Bron: AIwereld

Guzco – Nederlandse startup voor AI-fraudedetectie

Het Amsterdamse Guzco.ai ontwikkelt een API die online transacties in realtime scant op fraude. Het systeem maakt gebruik van federated learning en een zero-knowledge architectuur, waardoor bedrijven risico’s kunnen detecteren zonder gevoelige data te delen.
Bron: Guzco

Nederland start internationale dialoog over AI in defensie

Nederland is binnen de Verenigde Naties een dialoog gestart over het verantwoord gebruik van AI in het militaire domein. Doel is om met andere landen afspraken te maken over transparantie, toezicht en ethische kaders bij de inzet van AI-toepassingen in defensie.
Bron: Rijksoverheid

AI & Big Data Expo Europe 2025 in Amsterdam

Op 24 en 25 september vond in de RAI Amsterdam de AI & Big Data Expo Europe plaats. Met meer dan 150 sprekers en interactieve sessies werd ingegaan op onderwerpen als Responsible AI, personalisatie en ethische AI. Het evenement bood professionals volop netwerkmogelijkheden en een blik op de toekomst van digitale transformatie.
Bron: data.europa.eu

Allianz: 60% van banen hogeropgeleiden in Nederland gevoelig voor Agentic AI

Volgens kredietverzekeraar Allianz Trade bevat 60 procent van de banen van hogeropgeleiden in Nederland taken die de komende vijf jaar kunnen worden overgenomen door Agentic AI. Vooral functies in ICT, consultancy, advocatuur en management lopen risico op ingrijpende veranderingen.
Bron: AIwereld

Unified communications en telecom zijn al jaren onmisbare pijlers onder het digitale werken. De volgende stap in die evolutie is de integratie van AI en automatisering. Wat ooit begon met simpele transcripties en automatische ondertiteling, ontwikkelt zich nu tot slimme assistenten die gesprekken analyseren, processen versnellen en zelfs klantinteractie deels overnemen. Wat levert AI in telecom en UC nu al op voor de eindklant?

In platforms als Microsoft Teams, Zoom en Webex verschijnen AI-functies in rap tempo. Bekende voorbeelden zijn live transcripties en real-time vertalingen, waarmee organisaties taalbarrières kunnen doorbreken. Ook samenvattingen van vergaderingen, inclusief actielijsten en deadlines, worden steeds betrouwbaarder. Dit scheelt tijd en maakt vergaderingen toegankelijker voor collega’s die later aanhaken.

Daarnaast wordt sentimentanalyse ingezet om klantgesprekken te beoordelen: hoe tevreden klinkt een klant, waar loopt de frustratie op en hoe reageert de medewerker? Deze inzichten worden gekoppeld aan training en coaching. Contactcenters gebruiken bovendien AI om gesprekken te routeren naar de juiste medewerker op basis van het onderwerp, de taal of de emotie van de beller.

Tussen hype en werkelijkheid

Niet alles wat in de markt wordt gepresenteerd, levert al directe waarde op. Sommige AI-toepassingen zijn nog vooral een belofte, zoals de ‘vergadercoach’ die vergaderingen automatisch optimaliseert of AI-gestuurde besluitvorming die managers adviseert. De praktijk wijst uit dat veel organisaties eerst worstelen met basale zaken als het inrichten van de juiste governance en het trainen van medewerkers in het gebruik van de nieuwe functies.

Maar er tekent zich wel een duidelijke lijn af: toepassingen die de administratieve last verminderen, worden snel geaccepteerd. Automatische notulen, follow-up taken en integraties met CRM-systemen worden al volop gebruikt. Want AI bespaart hier direct tijd en levert tastbare voordelen op.

Risico’s en aandachtspunten

De snelle opmars van AI binnen UC-platformen brengt ook nieuwe vragen met zich mee. Omtrent privacy bijvoorbeeld. Gesprekken die worden geanalyseerd of opgeslagen in de cloud moeten voldoen aan wetgeving als de AVG. Wie heeft toegang tot die data, en hoe worden fouten in transcripties of analyses gecorrigeerd?

Ook is er een afhankelijkheid van de leverancier. De meeste AI-functies draaien in de cloud van de aanbieder, wat betekent dat organisaties beperkt grip hebben op de werking en de beveiliging. Er zijn ook nogal wat verschillen in de taalversies. Engelstalige transcripties zijn vaak beter dan Nederlandstalige, tot frustratie van gebruikers die regelmatig tussen deze talen schakelen in hun dagelijkse werk.

De rol van providers en partners

Het is duidelijk dat eindklanten behoefte hebben aan begeleiding bij het selecteren, configureren en beveiligen van AI-functies. Providers kunnen bovendien helpen bij het koppelen van UC-platformen aan andere systemen, zodat bijvoorbeeld een klantgesprek in Teams direct zichtbaar is in het CRM.

Een andere rol ligt in het bewaken van de balans tussen efficiëntie en menselijkheid. Niemand wil steeds maar weer aangesproken worden door overduidelijke bots. Automatisering mag dus niet ten koste gaan van persoonlijke interactie in klantcontact.

Je hoeft geen profeet te zijn om te kunnen zeggen dat UC zich in de komende jaren zal ontwikkelen tot een intelligent ecosysteem waarin spraak, video en data volledig geïntegreerd zijn. AI is dan geen losse toevoeging meer, maar de basis die alle communicatie kan aansturen en liefst verrijken.

Zover is het nu nog niet, maar het kan geen kwaad nu al te investeren in kennis en ervaring met AI in telecom en UC. De uitdaging wordt om de balans te vinden tussen de technologie en de dagelijkse praktijk van veilig, effectief en vooral menselijk communiceren.

Na Wi-Fi 6 en de uitbreiding met 6E staat nu de zevende generatie draadloze netwerktechnologie op de drempel van adoptie: Wi-Fi 7, oftewel IEEE 802.11be. Deze nieuwe standaard belooft snellere verbindingen, minder vertraging en hogere capaciteit. Maar hoe relevant is dit in de praktijk voor organisaties met enkele tientallen tot honderden werkplekken? En is het de moeite waard om je klanten nu al te helpen met de overstap?

Wi-Fi 7 bouwt voort op de verbeteringen van zijn voorgangers, maar voegt daar enkele belangrijke nieuwe functies aan toe die vooral in drukbezette werkomgevingen tot hun recht komen.

Zo wordt de kanaalbreedte in de 6 GHz-band verdubbeld naar 320 MHz. Dit betekent dat er aanzienlijk meer data tegelijk kan worden verwerkt, waardoor congestie wordt verminderd. Dankzij 4K QAM – een efficiëntere modulatiemethode – kan elke datapuls meer informatie bevatten, wat resulteert in hogere snelheden.

Een van de opvallendste innovaties is de zogeheten Multi-Link Operation (MLO). Daarmee kunnen apparaten tegelijkertijd meerdere frequentiebanden gebruiken, zoals 2.4, 5 en 6 GHz. Dat maakt het netwerk niet alleen sneller, maar ook robuuster: als één band overbelast is, wordt automatisch een andere gebruikt.

Verder is de latency bij Wi-Fi 7 lager dan bij eerdere standaarden. In de praktijk betekent dit dat toepassingen zoals videobellen, online samenwerken of realtime cloudgebruik soepeler verlopen. De maximale bruto datasnelheid ligt op papier op 46 Gbps – aanzienlijk hoger dan de 10 Gbps die bij Wi-Fi 6 mogelijk was – al zullen die snelheden in realistische omgevingen meestal lager uitvallen.

Wanneer biedt Wi-Fi 7 echt voordeel?

Voor organisaties met zo’n 50 tot 250 werkplekken zijn snelheid en capaciteit belangrijk, maar stabiliteit en betrouwbaarheid minstens zo relevant. Wi-Fi 7 komt dan vooral van pas in situaties waarin veel medewerkers tegelijkertijd online zijn, waarbij het netwerk meerdere applicaties moet ondersteunen.

Denk aan kantoren waar werknemers intensief gebruikmaken van Microsoft 365, cloudgebaseerde boekhoud- of CRM-systemen, en regelmatig videocalls houden via Teams of Zoom. Ook als er regelmatig gasten of flexwerkers inloggen op het netwerk, of als er veel mobiele apparaten (laptops, tablets, smartphones) in omloop zijn, levert een Wi-Fi 7-netwerk voordelen op.

De verbeterde bandbreedteverdeling en lagere latency helpen ook om vertragingen of haperingen te voorkomen, bijvoorbeeld bij het openen van grote bestanden vanuit de cloud of bij het bewerken van gedeelde documenten.

Is het al beschikbaar?

Ja, maar beperkt. Verschillende fabrikanten hebben inmiddels access points op de markt gebracht die Wi-Fi 7 ondersteunen. Bekende voorbeelden zijn modellen uit de reeksen TP-Link Omada, Ubiquiti UniFi, Cisco Meraki Go en Aruba Instant On. Dit zijn oplossingen die specifiek bedoeld zijn voor kleinere en middelgrote organisaties.

Aan de gebruikerskant is ondersteuning nog schaars. Alleen de nieuwste smartphones, tablets en laptops zijn op dit moment compatibel met Wi-Fi 7. Maar omdat de meeste access points ook oudere standaarden ondersteunen, kunnen bestaande apparaten voorlopig gewoon blijven werken. Je kunt dus al investeren in een Wi-Fi 7-infrastructuur, zonder dat je direct al je devices hoeft te vervangen.

Wat betekent dit voor het netwerk?

Klanten die nu al nadenken over vernieuwing van het draadloze netwerk, doen er goed aan een paar randvoorwaarden mee te nemen. Allereerst moet de bekabelde infrastructuur krachtig genoeg zijn om de hogere snelheden aan te kunnen. Access points die Wi-Fi 7 ondersteunen, leveren vaak meer dan 1 Gbps door, waardoor het verstandig is om te kiezen voor switches met 2.5G- of zelfs 10G-uplinks.

Ook de stroomvoorziening kan een aandachtspunt zijn. Veel Wi-Fi 7-apparaten vragen meer vermogen dan eerdere generaties. PoE++ (de 802.3bt-standaard) is dan een vereiste om access points via de netwerkkabel van voldoende stroom te voorzien.

Daarnaast loont het om te kijken naar het beheerplatform. Zeker als er meerdere vestigingen zijn, of als je als organisatie geen eigen IT-afdeling hebt, is het handig als je netwerk eenvoudig te beheren is via een centrale cloudomgeving of mobiele app.

En de beveiliging?

Net als Wi-Fi 6 maakt Wi-Fi 7 standaard gebruik van WPA3-versleuteling. Daarmee zijn verbindingen beter beschermd tegen afluisteren en brute force-aanvallen. In moderne oplossingen is het bovendien vaak mogelijk om extra beveiligingsopties te activeren, zoals netwerksegmentatie (bijvoorbeeld aparte netwerken voor personeel en gasten), toegangsregels per apparaattype of tijdslot, en realtime monitoring via dashboards.

Juist in kleinere organisaties, waar IT-beheer niet altijd prioriteit heeft, biedt dit type beheeromgeving meer overzicht en controle zonder dat het complex wordt.

Is overstappen verstandig?

Bij klanten waar je recent een upgrade naar Wi-Fi 6 hebt gedaan, is het niet nodig om direct actie te ondernemen. De stap van Wi-Fi 6 naar 7 is weliswaar technisch relevant, maar niet zo fundamenteel als de overgang van Wi-Fi 4 of 5 naar Wi-Fi 6 was.

Merk je dat netwerk regelmatig traag aanvoelt, of staat er binnenkort toch al een vervanging op de planning, dan doe je er goed aan om Wi-Fi 7 nu al mee te nemen in de overweging. Nieuwe access points zijn immers ook geschikt voor oudere apparaten, en zorgen ervoor dat toekomstige uitbreidingen geen bottleneck vormen.

Voor organisaties die volop inzetten op cloud, hybride werken en digitale samenwerking, kan Wi-Fi 7 bijdragen aan een merkbaar betere netwerkervaring – zeker op piekmomenten.

Wi-Fi 7 vs. private 5G – concurrenten of complementair?

Nu Wi-Fi 7 aan de vooravond van adoptie staat, duikt ook de vraag op of private 5G niet een aantrekkelijker alternatief is. Zeker in sectoren waar mobiliteit, bereik of betrouwbaarheid centraal staan, worden beide technologieën vaak naast elkaar genoemd. Maar hoe verhouden ze zich tot elkaar?

Private 5G is vooral interessant voor omgevingen waar hoge betrouwbaarheid, lage latency en dekking over grotere afstanden belangrijk zijn. Denk aan industriële omgevingen, logistieke centra of buitenterreinen. Het vraagt echter om licenties, een aparte infrastructuur en vaak ook ondersteuning van gespecialiseerde partijen.

Wi-Fi 7 daarentegen is eenvoudiger te implementeren, maakt gebruik van bestaande netwerkinfrastructuur, en is goedkoper in beheer en onderhoud. Dat maakt het beter geschikt voor kantooromgevingen, onderwijsinstellingen, zorglocaties of kleinere bedrijfspanden.

In de praktijk vullen beide technologieën elkaar eerder aan dan dat ze elkaar vervangen. Voor organisaties tot 250 werkplekken is Wi-Fi 7 in de meeste gevallen de logische keuze, tenzij er hele specifieke eisen zijn rond mobiliteit of beschikbaarheid onder zware omstandigheden.

 

Bij een gerichte aanvalscampagne zijn wereldwijd gevoelige klantgegevens buitgemaakt uit Salesforce-omgevingen van honderden bedrijven. In totaal zouden meer dan 1,5 miljard records zijn gestolen. De aanvallers wisten misbruik te maken van OAuth-integraties met populaire tools van derden, waaronder Drift en Salesloft.

Het gaat volgens onderzoekers van Google Cloud’s Threat Intelligence-team om een geavanceerde supply chain-aanval waarbij geautoriseerde toegangstokens zijn buitgemaakt. De aanvallers konden daarmee Salesforce-instances benaderen en op grote schaal data exporteren, zonder dat sprake was van een kwetsbaarheid in Salesforce zelf.

De aanval is toegeschreven aan een groep met de aanduiding UNC6395, die eind juli 2025 toegang wist te krijgen tot OAuth-tokens via een compromis in de infrastructuur van Salesloft en Drift. Met die tokens werden Salesforce-accounts van onder meer Google, Zscaler, Cloudflare en andere grote organisaties benaderd. Ook de FBI heeft inmiddels een officiële waarschuwing uitgegeven waarin deze en vergelijkbare campagnes worden beschreven.

Social engineering en connected apps

Naast het misbruik van OAuth-integraties via tools van derden signaleren experts ook een tweede aanvalsmethode. Een andere groep, UNC6040, past geavanceerde vormen van social engineering toe. Daarbij worden medewerkers telefonisch benaderd door personen die zich voordoen als IT-support, met als doel toegang tot accounts of installaties van tools zoals Salesforce Data Loader.

In beide gevallen richten de aanvallers zich op export van klantgegevens, toegang tot gevoelige tokens, of het in kaart brengen van de bedrijfsstructuur via Salesforce-objecten zoals Accounts, Opportunities en Cases.

Zowel Salesforce als de getroffen integratiepartners geven aan dat hun platformen zelf niet zijn gecompromitteerd. De aanval laat volgens analisten vooral zien hoe kwetsbaar OAuth-gestuurde integraties zijn wanneer derde partijen toegang krijgen tot bedrijfsdata zonder aanvullende beveiligingsmaatregelen.

Google meldt dat honderden organisaties getroffen zijn en dat de aanvallen maandenlang onopgemerkt zijn gebleven. De schaal van de datadiefstal — met ruim 1,5 miljard records — maakt deze supply chain-aanval een van de grootste in zijn soort.

FBI en Google publiceren mitigatieadviezen

De FBI heeft een Flash Bulletin uitgegeven met daarin indicatoren van compromittering (IoC’s), aanbevelingen en waarschuwingen voor IT-teams. Ook Google publiceerde een lijst van getroffen apps en best practices voor organisaties die Salesforce gebruiken:
• Controleer alle geautoriseerde OAuth-integraties.
• Herroep en roteer alle tokens van verdachte of onnodige apps.
• Beperk rechten via het ‘least privilege’-principe.
• Analyseer logs op ongebruikelijke data-extractie of SOQL-queries.
• Zet waar mogelijk aanvullende beveiliging in, zoals IP-whitelisting en phishing-resistente MFA.

Securityspecialisten raden verder aan om medewerkers bewust te maken van social engineeringtechnieken, met name rond telefonische benaderingen of valse IT-helpdesks.

Microsoft heeft een publieke preview gelanceerd van Windows 365 Cloud Apps, een nieuwe functionaliteit waarmee organisaties specifieke Windows-applicaties via de cloud kunnen aanbieden aan gebruikers – zonder dat een volledige virtuele desktop per persoon nodig is.

Microsoft breidt zijn Windows 365-portfolio uit met de introductie van Cloud Apps. Deze nieuwe functie maakt het mogelijk om individuele applicaties, zoals Word of Outlook, te streamen naar gebruikersapparaten, zonder dat daarvoor een complete Cloud PC hoeft te worden ingericht. De functie is per direct beschikbaar als publieke preview.

De applicaties draaien in een virtuele Windows-omgeving, maar worden als losse vensters gepresenteerd op het apparaat van de gebruiker. In tegenstelling tot browserversies van Office-apps gaat het hier om volwaardige Windows-versies, met ondersteuning voor functies zoals macro’s, plug-ins en integraties met andere zakelijke software. Organisaties kunnen hiermee dus zwaardere of bedrijfskritische toepassingen aanbieden zonder concessies te doen aan functionaliteit.

De Cloud Apps werken op basis van een Windows 365 Frontline-licentie in zogenaamde shared mode. Hierbij delen meerdere gebruikers één licentie, zolang zij de cloudomgeving niet gelijktijdig gebruiken. Dit maakt het model vooral aantrekkelijk voor scenario’s waarbij applicaties op gedeelde werkplekken of in ploegendiensten worden gebruikt, zoals in de retail, zorg, of productieomgevingen.

IT-beheerders kunnen via Intune of de Windows 365-beheerconsole per gebruiker of gebruikersgroep instellen welke applicaties worden gepubliceerd. Standaardapps zoals Microsoft 365 kunnen eenvoudig worden gedeeld, maar ook aangepaste bedrijfsapplicaties kunnen beschikbaar worden gemaakt via custom images – al is die functionaliteit nog beperkt in de huidige previewfase.

De toegang tot de Cloud Apps verloopt via de Windows App, die beschikbaar is voor meerdere platformen, waaronder Windows, macOS, iOS en via de browser. In deze applicatie is nu een Windows 365-filter toegevoegd, waardoor gebruikers hun gepubliceerde apps sneller kunnen terugvinden. Op de Mac biedt de app volledige ondersteuning voor het gebruik van Cloud Apps, inclusief bestandsdeling en multi-monitorfunctionaliteit, mits correct geconfigureerd.

Toepassingen als Microsoft Teams worden nog niet ondersteund binnen Windows 365 Cloud Apps. Ook moeten de gepubliceerde apps vindbaar zijn via het Startmenu van de image waarop ze zijn gebaseerd – installaties die hiervan afwijken worden in deze preview nog niet meegenomen. Volgens Microsoft wordt de functionaliteit de komende maanden verder uitgebreid.

IT-organisaties krijgen zo een extra mogelijkheid om Windows-apps te leveren in hybride of multi-device omgevingen, zonder dat de complexiteit of licentiekosten van volledige virtuele werkplekken nodig zijn. Tegelijkertijd behouden gebruikers toegang tot hun vertrouwde apps, inclusief instellingen, personalisaties en integraties, waar ze zich ook bevinden.

Wekelijks verzamelt ChannelConnect de opvallendste, leukste of beste nieuwsitems en tools. Met natuurlijk speciale aandacht voor de toepassingen ervan voor IT-dienstverleners en msp’s. Het overzicht van de afgelopen week.

Nieuws

Meta introduceert Ray-Ban Display Glasses met AR-functionaliteit

Meta breidt zijn assortiment slimme brillen uit met de nieuwe Ray-Ban Display Glasses. In tegenstelling tot eerdere modellen bevatten deze brillen een ingebouwd display voor AR-overlay en kunnen ze worden aangestuurd via spraak en gebaren. Volgens Meta is dit een volgende stap richting een breder AR-ecosysteem. Met de introductie betreedt het bedrijf een markt waar ook andere spelers zoals Apple, Xreal en Samsung actief zijn.
Bron: TechCrunch

Datastreaming cruciaal voor AI-adoptie

Volgens het nieuwste Data Streaming Report van Confluent ziet 89% van de IT-leiders dat datastreaming de adoptie van AI vereenvoudigt. De technologie helpt om sneller toegang te krijgen tot betrouwbare data en maakt governance overzichtelijker. 90% van de ondervraagden wil de investeringen in datastreaming dit jaar verhogen. Confluent noemt DSP’s ‘de brandstof van moderne organisaties’ en ziet onder meer toepassingen in realtime fraudedetectie en agentic AI.
Bron: ChannelConnect

Zoom-topman pleit voor werkweek van drie dagen dankzij AI

Eric Yuan, CEO van Zoom, ziet in AI een kans om de manier waarop we werken fundamenteel te veranderen. In een interview met Fortune stelt hij dat AI veel routinetaken kan overnemen, waardoor een driedaagse werkweek op termijn haalbaar zou zijn. Werknemers kunnen zich dan richten op creativiteit, strategie en samenwerking. Yuan verwacht dat AI uiteindelijk banen zal vervangen, maar ook ruimte creëert voor een nieuwe balans tussen werk en privé.
Bron: Fortune

Nano Banana groeit razendsnel

De AI-tool Nano Banana, die sterk in opkomst is in Nederland, biedt snelle beeldbewerking met behulp van AI. Gebruikers kunnen onder meer achtergronden verwijderen, gezichten aanpassen of expressies wijzigen. Volgens het bedrijf zijn er inmiddels meer dan een miljoen gebruikers, die dagelijks honderden miljoenen bewerkingen uitvoeren. Nano Banana richt zich op zowel consumenten als zakelijke gebruikers en positioneert zich als laagdrempelig alternatief voor complexere beeldtools.
Bron: AIwereld

AI verandert het koopgedrag van eindklanten

Steeds meer eindklanten oriënteren zich zelfstandig online, geholpen door AI-tools die advies geven, alternatieven tonen en prijzen vergelijken. Daardoor komen klanten later in het verkoopproces bij een msp terecht en verwachten ze meer maatwerk en strategisch advies. Volgens onderzoek van Canalys moet de msp zich aanpassen aan deze verschuiving, onder meer door meer aandacht te geven aan customer success en proactieve dienstverlening.
Bron: ChannelConnect

Tools*

WisprFlow: snelle dicteertool voor tekst op basis van spraak

WisprFlow is een AI-gebaseerde dictatie-app waarmee je direct teksten kunt inspreken. De tool zet spraak razendsnel om naar tekst, bijvoorbeeld voor e-mails, notities of langere documenten. WisprFlow richt zich op gebruikers die hun productiviteit willen verhogen door minder te typen en meer te dicteren.
Bron: WisprFlow

Summate: AI-tool voor samenvattingen van webpagina’s en video’s

Summate is een AI-tool die automatisch samenvattingen genereert van artikelen, webpagina’s en YouTube-video’s. Gebruikers kunnen eenvoudig een link invoeren, waarna Summate de kernpunten overzichtelijk weergeeft. De dienst is bedoeld om tijd te besparen en snel inzicht te krijgen in lange of complexe content.
Bron: Summate

Floot: webapps bouwen via chat zonder te coderen

Floot is een AI-gedreven no-code platform waarmee je volledige webapplicaties kunt maken door simpelweg je ideeën te beschrijven in een gesprek. De tool zet instructies automatisch om in werkende apps, inclusief interface, logica en workflows. Daarmee mikt Floot op makers die snel willen prototypen zonder technische drempels.
Bron: Floot

Flutch: realtime inzicht in kosten en prestaties van AI-agents

Flutch is een analyticsplatform dat realtime inzicht geeft in het gedrag, de kosten en de prestaties van AI-agents. Ontwikkelaars en teams kunnen het inzetten vanaf proof of concept tot en met productie, om beter te begrijpen wat hun agents doen en hoeveel resources dat kost. De tool helpt bij het optimaliseren van workflows en het beheersen van uitgaven.
Bron: Flutch

Skymel: AI-agents bouwen vanuit gewone taal

Met Skymel kunnen gebruikers AI-agents ontwikkelen door simpelweg in gewone taal te beschrijven wat de agent moet doen. Het platform genereert automatisch een plan, kiest geschikte modellen en zorgt voor fallback-mechanismen als iets misgaat. Skymel richt zich op ontwikkelaars en bedrijven die snel production-ready agents willen bouwen zonder diepgaande AI-kennis.
Bron: Skymel
*Beschrijvingen van tools zijn op basis van de informatie op de websites van de makers. ChannelConnect is niet verantwoordelijk voor de juistheid daarvan.

AI in Nederland en Europa

Grote investering in Nederlandse techindustrie aangekondigd op Prinsjesdag

Het kabinet investeert 430 miljoen euro extra in de Nederlandse techsector, met specifieke aandacht voor AI, digitalisering en cybersecurity. Met dit pakket wil de overheid de technologische infrastructuur versterken en innovatie stimuleren, zowel in het bedrijfsleven als in de publieke sector.
Bron: Rijksoverheid

EY: Nederlandse AI-adoptie groeit sneller dan verwacht

Nederland maakt volgens de nieuwste EY AI Barometer een opvallende inhaalslag op het gebied van AI-adoptie. Waar het land vorig jaar nog onderaan bungelde in Europa, behoort het nu tot de middenmoot. Vooral in het mkb en de dienstensector groeit het vertrouwen in AI-toepassingen snel.
Bron: EY Nederland

Europese Data Act van kracht sinds 12 september

Sinds 12 september is de Europese Data Act officieel van toepassing. De wetgeving geeft bedrijven en consumenten in de EU meer rechten op het gebied van toegang tot en overdraagbaarheid van data. De regels zijn bedoeld om datadeling te bevorderen, innovatie te stimuleren en gebruikers beter te beschermen tegen oneerlijke voorwaarden.
Bron: Europese Commissie

Fors minder onterechte verdenkingen longkanker door AI-toepassing bij MST en Universiteit Twente

Onderzoekers van het Medisch Spectrum Twente (MST) en de Universiteit Twente melden dat dankzij inzet van AI het aantal onterechte verdenkingen van longkanker flink is gedaald. De AI-systemen helpen bij het verwerken van medische beelden, waardoor diagnoses sneller en met minder fouten gesteld worden.
Bron: Skipr

Overheid en onderwijs mogen Microsoft Copilot gebruiken na aanpassing privacybeleid

Na overleg met de Autoriteit Persoonsgegevens heeft Microsoft privacyrisico’s rond Copilot verminderd, waardoor het gebruik van de AI-assistent nu ook is toegestaan binnen Nederlandse overheidsinstellingen en onderwijsorganisaties. Eerder was er kritiek op het gebrek aan transparantie en dataminimalisatie, maar volgens de toezichthouder zijn de grootste zorgen inmiddels weggenomen.
Bron: Dutch IT Leaders

Sinds begin dit jaar heeft IT-dienstverlener Vooruit een eigen security–afdeling. Aan het roer staat Earth Grob, een specialist die zijn sporen verdiende bij Fox IT en als tiener begon met hacken. Met zijn team bouwt hij aan een aanpak die zich onderscheidt door niet alleen te adviseren, maar ook daadwerkelijk te implementeren. “Klanten hebben niets aan nog een rapport in de la. Ze willen dat hun IT-omgeving veilig wordt gemaakt.”

Jij begon ooit als hacker. Hoe is dat gegaan?

“Dat klopt. Als puber mocht ik thuis maar beperkt internetten of gamen. Toen mijn ouders de router uitzetten, besloot ik de wifi te -hacken. En omdat ik elke avond mijn iPod moest inleveren, legde ik er een kapot exemplaar neer dat ik via Marktplaats had gekocht. Zo hield ik toch toegang. Dat ondeugende en rebelse zat er vroeg in. Later ben ik informatica gaan studeren in Delft. Dat was niet altijd mijn passie – ik wilde vooral systemen kraken – maar achteraf legde die studie een belangrijke basis voor mijn werk in security.”

Wat was je eerste stap in de cybersecuritywereld?

“Mijn eerste baan was bij een klein securitybedrijf, daarna ben ik naar Fox IT gegaan. Daar heb ik veel geleerd, zowel over offensieve security – het hacken – als over defensieve aspecten, zoals incident response. Ik mocht er veel verschillende rollen vervullen, tot en met voorzitter van de ondernemingsraad. Die brede ervaring heeft mijn blik verruimd. Maar ik zag ook de keerzijde van consultancy: klanten betalen soms tonnen voor rapporten, terwijl hun problemen onopgelost blijven.”

Was dat de reden om met een team van Fox IT naar Vooruit te gaan?

“Ja. We zagen dat het vaak bij rapporteren bleef. Terwijl je als securityspecialist juist wilt dat een klant daadwerkelijk veiliger wordt. Ik ben iemand die graag de knop omzet in plaats van er alleen over schrijft. Samen met vier collega’s ben ik in januari naar Vooruit overgestapt. Inmiddels zijn we met tien mensen. Vooruit gaf ons de kans om een eigen businessunit cybersecurity op te zetten, waarin we onze visie kunnen uitwerken.”

Wat maakt die visie anders dan bij veel andere partijen?

“Vooruit wil security tastbaar -maken. We adviseren niet alleen, we voeren ook uit. Dat betekent dat we klanten helpen bij pentesten en incident response, maar ook bij implementatie en beheer. Ik heb bij de start een businessplan geschreven waarin we nadruk leggen op security engineering. Daarmee willen we de brug slaan tussen advies en praktijk. Klanten krijgen bij ons niet alleen een APK, maar ook de monteur die het probleem direct oplost.”

Hoe werkt dat concreet in de praktijk?

“Voor sommige klanten, zeker mkb-bedrijven, nemen we de beveiliging volledig over. Die hebben vaak niet de kennis of capaciteit om met complexe oplossingen te werken. Dan regelen wij het gewoon. Voor grotere klanten – bijvoorbeeld in de zorg of de publieke sector – vullen we bestaande teams aan. Onze oplossingen zijn gebundeld in pakketten onder de naam Vooruit Beschermt: basis, uitgebreid of compleet, afhankelijk van het risicoprofiel. Zo willen we security overzichtelijker en beter toepasbaar maken.”

Voor sommige klanten, zeker mkb-bedrijven, nemen we de beveiliging volledig over

Je noemde eerder je frustratie over rapporten die in een la verdwijnen. Kun je een voorbeeld geven?

“Zeker. Ik heb meegemaakt dat er €80.000 werd uitgegeven aan adviesrapporten, zonder dat er iets was opgelost. Terwijl ik wist dat ik met een paar aanpassingen direct resultaat kon bereiken. Dat is zonde van het geld en de tijd. Wij willen dat anders doen. Soms betekent dat dat we tijdens een incident–responsecase zeggen: we kunnen nu uren onderzoek doen, maar daar word je niet veiliger van. Laten we liever de aanbevelingen meteen -implementeren.”

Voor het mkb speelt ook het kosten-aspect sterk. Hoe ga je daarmee om?

“Klopt. Voor kleinere bedrijven is security vaak een kostenpost. Ze begrijpen dat het belangrijk is, maar hebben beperkte middelen. Dan moet je creatieve keuzes maken. Een enterprise kan zich uitgebreide logging veroorloven; bij een mkb-klant kijken we misschien alleen naar inlogacties. Het gaat erom dat de maatregelen in verhouding staan tot de risico’s. Daarnaast helpt de overheid met subsidies, zoals via het Digital Trust Center. Dat maakt het voor kleine organisaties haalbaarder om stappen te zetten.”

Je noemde ook voorbeelden van misconfiguraties, zoals open cloud–buckets.

“Ja, dat blijft een groot probleem. Wij hebben eens gekeken hoeveel paspoorten we konden vinden via verkeerd geconfigureerde S3- en Azure-buckets. Binnen twee uur hadden we documenten uit tachtig landen. Het erge is dat zulke -buckets standaard ‘privé’ staan. Het zijn dus fouten van beheerders die ze per ongeluk openzetten. Zulke basisproblemen zijn relatief eenvoudig te voorkomen met toegangscontroles, maar komen toch telkens terug. En dat geldt ook voor kwetsbaarheden als cross-site scripting, die al sinds 2002 bekend zijn.”

Zijn wetten als NIS2 dan niet nodig om organisaties wakker te schudden?

“Die zijn zeker nuttig. Veel eisen zijn eigenlijk vanzelfsprekend, zoals multifactor-authenticatie. Dat je daar anno 2025 nog over moet discussiëren bij bedrijven die met medische data werken, is onvoorstelbaar. Wetgeving legt druk op organisaties om in actie te komen. Maar de interpretatie en implementatie blijven lastig, zeker voor kleinere bedrijven. Daarom zie ik het als onze rol om die vertaalslag te maken: wat moet je echt doen, wat kan praktisch en wat is haalbaar?”

Vooruit bouwt deels ook eigen oplossingen. Wat doen jullie zelf en wat koop je in?

“Het is een mix. Voor endpoint-detectie en -respons gebruiken we bijvoorbeeld ESET. Daarmee maken we bewust de keuze voor een Europese leverancier. Bovenop die -tooling schrijven we onze eigen detectieregels. Daarnaast bouwen we zelf netwerksensoren en hebben we een eigen threat-intelportaal ontwikkeld. We noemen die Vooruit Observatie Service of VOS. Dat portaal haalt informatie uit publieke bronnen zoals het NCSC, maar de engine is door ons team gebouwd. Zo combineren we bestaande oplossingen met -eigen innovatie, zodat we klanten echt maatwerk kunnen bieden.”

Een veelgehoord begrip in security is zero trust. Hoe kijken jullie daar tegenaan?

“Zero trust klinkt mooi, maar in de praktijk moet je altijd zoeken naar een compromis. Een security-engineer zegt: alles dicht, een beheerder zegt: het moet werkbaar blijven. Uiteindelijk moet je per klant bepalen waar het evenwicht ligt. Bij een zorginstelling maak je andere keuzes dan bij een gemeente. Het belangrijkste is dat security en beheer met elkaar in gesprek zijn. Daarom hebben we bewust een team waarin beide disciplines samenwerken.”

Wat zie jij als de grootste dreiging: cybercriminelen of statelijke actoren?

“De meeste schade wordt veroorzaakt door criminelen. Natuurlijk zijn statelijke actoren gevaarlijk. Zij ontwikkelen vaak de tools en exploits. Maar zodra die publiek bekend worden, gaat de criminele onderwereld ermee aan de haal en dan wordt de impact veel -groter. Een APT kost miljoenen om op te zetten. Een criminele groep kan met dezelfde kwetsbaarheid duizenden organisaties platleggen. Dat volume maakt het risico groter. Ik vind dat we ons daar niet blind op moeten staren: de alledaagse aanvallen zijn vaak het schadelijkst.”

Maak je je zorgen over de vitale infrastructuur in Nederland?

“Ja, dat is altijd een punt van aandacht. Ik heb meerdere trajecten gedraaid bij waterschappen. Gelukkig wordt daar in Nederland veel aandacht aan besteed. Waar ik me meer zorgen over maak, is dat we te veel blijven hangen in rapporteren en adviseren. Uiteindelijk moeten systemen daadwerkelijk worden beveiligd. Dat geldt net zo goed voor energiebedrijven als voor kleinere mkb’ers.”

Waar hoop je over een paar jaar te staan met de security-afdeling van Vooruit?

“Dat we bekendstaan als de partij die dingen oplost. Dat klanten ons bellen omdat ze weten dat er niet alleen een adviesrapport komt, maar dat er daadwerkelijk iets gebeurt. En dat we ook voor kleinere organisaties een manier hebben gevonden om security haalbaar te maken. Want uiteindelijk draait het erom dat je risico’s verkleint en dat je als organisatie gewoon door kunt werken.”

We denken bij digitale duurzaamheid al snel aan zonnepanelen op het datacenterdak of aan groene stroomcontracten. Maar wie iets verder kijkt dan de hardware, ontdekt een ander deel van het verhaal: het enorme volume aan data dat we genereren, opslaan en steeds vaker repliceren. Die onzichtbare datastroom heeft een prijs – niet alleen in euro’s, maar ook in energieverbruik, CO₂-uitstoot en grondstoffengebruik. Duurzaamheid begint dus niet bij de keuze van een energie-efficiënte server, maar bij een simpele vraag: welke data zijn écht nodig – en hoe gaan we daarmee om?

De hoeveelheid digitale informatie groeit exponentieel. Volgens IDC zal de totale hoeveelheid data wereldwijd in 2025 boven de 180 zettabyte uitkomen. Een aanzienlijk deel daarvan wordt niet bij hyperscalers opgeslagen, maar juist in lokale datacenters, edge-opstellingen en on-prem infrastructuren van bedrijven.

Elke byte die je bewaart, verplaatst of dupliceert, kost energie. Zelfs als die infrastructuur volledig draait op hernieuwbare energie, blijft er sprake van materiaalgebruik, koeling en transport. Het probleem zit daarbij niet alleen in de omvang van de datasets, maar ook in hun aard. Veel data zijn verouderd, ongestructureerd of simpelweg overbodig. Back-ups en archieven worden jaren bewaard zonder dat iemand nog weet wat erin zit. Replicatieprocessen zorgen ervoor dat dezelfde informatie op drie of vier plekken tegelijk staat. En bedrijven bewaren liever ‘voor de zekerheid’ dan dat ze actief opschonen.

Wat we niet zien, kost wél stroom

Informatie die niet meer gebruikt wordt maar toch blijft bestaan, wordt vaak aangeduid als ‘dark data’. Onderzoek van Veritas wijst uit dat dit type data bij bedrijven al snel 50 procent van de totale opslagcapaciteit in beslag neemt. Deze gegevens worden zelden nog geraadpleegd, maar blijven wel continu beschikbaar – vaak op snel toegankelijke systemen die energie slurpen.

Daarnaast is er een groeiende berg ‘dead weight data’ in omloop. Denk aan testbestanden, oude marketingmaterialen, niet-gebruikte datasets en softwarelogs die nooit geanalyseerd zullen worden. Samen vormen ze een digitale ballast die de duurzaamheid van IT-systemen structureel ondermijnt.

Voor een organisatie met een datavolume van een petabyte – tegenwoordig geen uitzondering meer – kan deze overbodige data tienduizenden euro’s per jaar aan onnodige opslagkosten en energieverbruik veroorzaken. De ecologische voetafdruk is daarbij lastig te kwantificeren, maar zeker niet verwaarloosbaar.

Duurzaam databeheer begint bij inzicht

Een van de meest effectieve maatregelen voor duurzame IT is het opschonen van data. Niet alleen om kosten te besparen, maar ook om de ecologische impact structureel te verkleinen. De eerste stap is inzicht: welke data worden daadwerkelijk gebruikt, wat is de herkomst, en welke informatie kan veilig worden verwijderd of gearchiveerd?

Daarvoor is het essentieel dat organisaties hun data goed classificeren. Niet alle gegevens hebben dezelfde waarde of bewaartermijn. Klantgegevens, financiële administratie en compliance-gerelateerde documenten verdienen een andere behandeling dan bijvoorbeeld tijdelijke exportbestanden of ruwe logdata. Door dergelijke onderscheidingen actief te maken, kan data worden toegewezen aan opslaglagen die passen bij het gebruiksprofiel.

Veel moderne opslagplatforms bieden functionaliteit voor deduplicatie, waardoor dubbele bestanden automatisch worden samengevoegd. Zeker in back-ups of gespiegelde omgevingen levert dit directe winst op. Ook het automatiseren van archivering helpt: data die zelden wordt geraadpleegd, kan worden overgezet naar energiezuinige opslaglagen. Daarmee daalt niet alleen het energieverbruik, maar vaak ook de opslagfactuur.

De juiste tools maken het verschil

De markt biedt inmiddels diverse oplossingen die duurzaam datamanagement mogelijk maken. Grote opslagleveranciers zoals NetApp, Dell EMC en Pure Storage leveren analytische tools waarmee gebruikers inzicht krijgen in het gebruik en de groeipatronen van hun data. In cloudomgevingen zoals AWS worden data automatisch verplaatst naar goedkopere en zuinigere opslagklassen via intelligent tiering.

Ook aan de back-upzijde zijn er ontwikkelingen. Software van partijen als Veeam, Rubrik en Commvault biedt mogelijkheden om bewaarbeleid af te dwingen, bestanden automatisch te verwijderen of verplaatsen, en gebruikers bewust te maken van de opslagimpact van hun gedrag. Er zijn zelfs gespecialiseerde platforms, zoals Atempo, die zich volledig richten op het opschonen van ongestructureerde data.

Rapporteren over wat je bewaart

Nu steeds meer organisaties ESG-doelen formuleren en rapportages moeten opstellen, komt databeheer ook in beeld bij duurzaamheidsbeleid. Toch wordt opslag en dataverkeer zelden meegenomen in CO₂-berekeningen. Terwijl de opslag van data in eigen datacenters onder scope 2 valt en uitbestede opslag, zoals in public cloud, formeel onder scope 3-emissies kan vallen.

Bedrijven die serieus werk maken van hun duurzaamheidsverslaglegging, kunnen dus niet om data heen. Door het opnemen van databeheer in ESG-strategieën ontstaat ook ruimte voor betere governance, interne bewustwording en beleidskeuzes rond cloudmigratie, retentie of dataopslaglocatie.

De winst zit in de schoonmaak

De voordelen van duurzaam databeheer reiken verder dan energie- en CO₂-besparing. Bij een zorginstelling in Noord-Nederland leidde een opschoningsproject tot een jaarlijkse besparing van meer dan 50.000 euro, door verouderde patiëntendossiers naar cold storage te verplaatsen en onnodige bestanden te verwijderen.

Een SaaS-aanbieder ontdekte via analytics dat 60 procent van hun back-ups uit testdata en tijdelijke versies bestond. Na het instellen van automatische deduplicatie en strengere bewaartermijnen kromp het datavolume met 43 procent in een half jaar tijd. En bij een Brabantse gemeente leidde lifecyclebeleid tot 28 procent minder data – goed voor een directe besparing op opslagcapaciteit, koeling én stroomverbruik.

Van green naar lean

Echte digitale duurzaamheid vereist meer dan alleen vergroening van hardware of overstap op hernieuwbare energie. Het vraagt om een fundamentele herziening van hoe we met data omgaan. Hoe minder je hoeft op te slaan en te verplaatsen, hoe lager je verbruik – en hoe kleiner de impact op klimaat en kosten.

Dat betekent ook: afscheid nemen van de reflex om ‘alles maar te bewaren’. Niet langer data hamsteren, maar actief beheren. Dat begint bij inzicht, gaat verder met beleid, en eindigt in besparing – van resources en CO₂.