Oracle heeft de nieuwste versie van zijn programmeertaal en ontwikkelplatform aangekondigd: Java 25. Deze release bevat 18 JDK-verbeteringsvoorstellen (JEP’s) die gericht zijn op het uitbreiden van de mogelijkheden van de taal, het ondersteunen van AI-toepassingen en het verbeteren van de productiviteit van ontwikkelaars.

Met de komst van Java 25 zet Oracle de lijn voort van regelmatige halfjaarlijkse updates. Volgens het bedrijf zijn er in deze versie duizenden verbeteringen doorgevoerd die bijdragen aan betere prestaties, stabiliteit en beveiliging. Door deze consistente releasecyclus kunnen ontwikkelaars snel beschikken over nieuwe functies die inspelen op actuele technologische trends.

Een belangrijk speerpunt in Java 25 is de verdere integratie van AI-functionaliteiten. Oracle stelt dat de nieuwe mogelijkheden ervoor zorgen dat applicaties efficiënter en schaalbaarder draaien op uiteenlopende hardwareplatforms. Analisten, zoals Arnal Dayaratna van IDC, wijzen erop dat Java dankzij deze vernieuwingen goed gepositioneerd blijft voor de ontwikkeling van de volgende generatie AI-gedreven applicaties.

Naast de technologische vernieuwingen speelt ook de toegankelijkheid van de taal een rol. Georges Saab, senior vicepresident van Oracle Java Platform en voorzitter van de OpenJDK-raad, geeft aan dat de wijzigingen in Java 25 zijn ontworpen om de taal eenvoudiger te leren en toe te passen, ook voor nieuwe ontwikkelaars en IT-teams. Daarmee wil Oracle de instapdrempel verlagen en het gebruik van Java in brede ontwikkelomgevingen stimuleren.

Een ander belangrijk aspect van deze release is de lange termijn ondersteuning. Oracle heeft aangekondigd dat Java 25 tot september 2028 elk kwartaal beveiligings- en prestatie-updates zal ontvangen onder de No-Fee Terms and Conditions-licentie (NFTC). Updates na die periode worden geleverd onder de Java SE OTN-licentie en zijn beschikbaar tot minstens september 2033. Voor organisaties betekent dit dat zij de flexibiliteit hebben om in hun eigen tempo te migreren, zonder direct onder druk te staan van korte updatecycli.

Java vierde eerder dit jaar zijn 30-jarig jubileum en blijft volgens Oracle een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van bedrijfsapplicaties. Met de introductie van Java 25 probeert het bedrijf te laten zien dat de taal relevant blijft in een tijdperk waarin AI en beveiliging steeds meer centraal staan in softwareontwikkeling.

Arctic Wolf heeft zijn jaarlijkse Security Operations Report gepubliceerd. Uit de analyse blijkt dat 51 procent van alle door het bedrijf afgegeven security-alerts buiten werktijden plaatsvindt. Van alle alerts kwam 15 procent in het weekend.

Voor het rapport onderzocht Arctic Wolf meer dan 330 biljoen securityobservaties die zijn verzameld via het Aurora-platform en het eigen AI-aangedreven Security Operations Center (SOC). De data zijn afkomstig van zo’n 10.000 organisaties wereldwijd. Het rapport schetst hoe aanvallers steeds sneller te werk gaan en misbruik maken van identiteiten en timing om verdedigingsmaatregelen te omzeilen.

Volgens Arctic Wolf reduceerde het Aurora-platform de ruwe dataset tot 8,6 miljoen alerts, wat neerkomt op een ruisreductie van meer dan 99,99999 procent. Dat betekent dat er gemiddeld één alert overblijft per 138 miljoen gebeurtenissen. AI speelt hierbij een belangrijke rol: het interne Alpha AI-model triageerde ongeveer 10 procent van alle alerts. Hierdoor hoefden securityanalisten ruim 860.000 meldingen niet handmatig te beoordelen. De gemiddelde tijd die nodig is om van observatie naar een ticket te gaan, daalde in twee jaar met 37 procent.

Sectoren en aanvalstrends

Het rapport laat zien dat onderwijs, gezondheidszorg en maakindustrie de sectoren zijn die het vaakst doelwit waren. Factoren die hieraan bijdragen zijn onder meer het gebruik van verouderde infrastructuur, de aanwezigheid van waardevolle data en de beperkte mogelijkheden voor downtime.

Daarnaast beschrijft Arctic Wolf zogeheten ‘mega-events’, waaronder Fortinet Console Chaos en de SonicWall-kwetsbaarheid CVE-2024-40766. Deze campagnes tonen volgens het bedrijf hoe snel aanvallers identiteits- en VPN-kwetsbaarheden kunnen benutten om binnen anderhalf uur privileges te escaleren en systemen te versleutelen.

Druk op securityteams

Dan Schiappa, President Technology and Services bij Arctic Wolf, stelt dat securityteams onder grote druk staan. “We zien wereldwijd dat aanvallen vaker plaatsvinden buiten werktijden, dat teams te maken hebben met alert fatigue en dat dreigingen complexer worden. Met dit rapport willen we inzichten delen waarmee organisaties hun beslissingen beter kunnen onderbouwen, middelen gerichter kunnen inzetten en hun veerkracht vergroten,” aldus Schiappa.

Object First, de beste opslagoplossing voor Veeam-gebruikers, kondigt een jaar-op-jaar stijging van 400% aan in boekingen voor het tweede kwartaal van 2025. De wereldwijde vraag naar Object First blijft sterk toenemen, omdat steeds meer eindgebruikers en partners prioriteit geven aan veilige, eenvoudige en krachtige onveranderlijke back-upopslag als de beste verdediging tegen ransomware-aanvallen.

Ootbi (Out-of-the-Box Immutability), het back-upopslagapparaat van Object First, kende een sterke groei in gebruik, met een jaar-op-jaar stijging van het aantal boekingen van 76% in de VS en Canada, 364% in Latijns-Amerika en 961% in EMEA.

Uit onderzoek van Enterprise Strategy Group in het tweede kwartaal van 2025 bleek dat back-upgegevens bij 96% van de ransomware-aanvallen het doelwit waren. Bovendien gaf 81% van de IT-professionals aan dat onveranderlijke back-upopslag het belangrijkste onderdeel is van een effectieve strategie ter bescherming tegen ransomware.

Om onveranderlijkheid beschikbaar te maken voor een breder scala aan Veeam-gebruikers, van kleine bedrijven tot grote ondernemingen, introduceerde Object First in april drie nieuwe Ootbi-apparaten met capaciteiten van 20 TB, 40 TB en 432 TB.

In diezelfde maand lanceerde het bedrijf in de VS ook een pay-per-use-verbruiksmodel. Met dit flexibele model kunnen klanten, resellers en serviceproviders kiezen tussen een CapEx-aankoop of een abonnement zonder voorafgaande investeringen of kosten voor hardwarevernieuwing.

Wereldwijde groei van klanten en partners

Object First realiseerde in het tweede kwartaal van 2025 een jaar-op-jaar groei van 225% in het wereldwijde klantenbestand en 237% in het partnerecosysteem. Tientallen nieuwe partners sloten zich aan bij het Object First Partner Program, waaronder Relevo (Zweden), dualutions (Duitsland) en SoftwareOne (Nederland) in EMEA.

In Noord-Amerika zorgde het nieuwe pay-per-use-model ervoor dat verschillende toonaangevende MSP’s zich aansloten, waaronder Cloudsmart en Virtual Systems, een Platinum Veeam Cloud Service Provider.

Erkenning door de sector

In juni werd Object First tijdens de 22e jaarlijkse Storage Awards in Londen erkend voor zijn innovatie en leiderschap met twee belangrijke onderscheidingen: Immutable Storage Company of the Year en Editor’s Choice – Company.

Daarnaast werd Object First door CRN, een merk van The Channel Company, genoemd als toonaangevende leverancier in de opslagsector op de 2025 Storage 100-lijst.

Ook werden Kelly Wells (Chief Operating Officer), Meredith Frick (Head of Partner Marketing), en Kasey King (Channel Marketing Manager) opgenomen in de 2025 Women of the Channel-lijst.

ESET Research heeft een nieuwe ransomwarevariant ontdekt die de naam HybridPetya heeft gekregen. De malware verwijst naar de beruchte Petya- en NotPetya-aanvallen uit 2017, maar onderscheidt zich doordat ze ook moderne UEFI-gebaseerde systemen kan compromitteren.

De eerste monsters van HybridPetya werden in februari 2025 geüpload naar VirusTotal. Volgens ESET-onderzoeker Martin Smolár ging het in juli om bestanden met namen als notpetyanew.exe, wat direct wees op een link met de destructieve aanval van acht jaar geleden. NotPetya veroorzaakte destijds wereldwijd miljarden dollars aan schade en wordt nog steeds gezien als een van de meest ontwrichtende cyberaanvallen ooit.

Net als de oorspronkelijke Petya versleutelt HybridPetya de Master File Table (MFT) van NTFS-geformatteerde systemen, waardoor bestanden onbereikbaar worden. Anders dan NotPetya kan de nieuwe variant wel als traditionele ransomware worden ingezet, omdat de aanvaller in dit geval de decoderingssleutel kan reconstrueren.

Een belangrijk verschil is dat HybridPetya zich richt op moderne UEFI-systemen. De malware installeert een kwaadaardige EFI-applicatie op de systeempartitie, die vervolgens de MFT versleutelt. Tijdens het onderzoek trof ESET op VirusTotal zelfs een archief aan met de volledige inhoud van een EFI-systeempartitie, inclusief een dergelijke applicatie.

Daarnaast blijkt een van de varianten misbruik te maken van CVE-2024-7344, een kwetsbaarheid in de implementatie van UEFI Secure Boot. Via een speciaal opgemaakt cloak.dat-bestand kan de beveiliging op verouderde systemen worden omzeild. ESET had begin 2025 al melding gemaakt van deze kwetsbaarheid, maar zonder technische details. Volgens de onderzoekers is de exploit waarschijnlijk zelfstandig gereconstrueerd door middel van reverse engineering.

Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat HybridPetya actief wordt ingezet in aanvallen. ESET benadrukt dat het mogelijk om een proof-of-concept gaat, ontwikkeld door een onderzoeker of een onbekende dreigingsactor. Ook vertoont de malware geen eigenschappen van grootschalige netwerkverspreiding zoals destijds bij NotPetya.

Apple heeft gisteren de nieuwste versies van zijn besturingssystemen vrijgegeven: macOS 26, iOS 26 en iPadOS 26. Met deze release zet het bedrijf in op een visuele vernieuwing via het zogenoemde Liquid Glass-design en worden meer functies ondersteund die gebruikmaken van on-device AI. Voor de zakelijke markt gaat het echter vooral om vragen rond compatibiliteit, beheer en timing van de overstap.

Een van de opvallendste vernieuwingen is dat Apple zijn platforms sterker naar elkaar toetrekt. Dat is ook de reden dat het bedrijf de versienummers gelijk heeft gemaakt. iPadOS ondersteunt voortaan een uitgebreider vensterbeheer en multitasking, macOS krijgt meer personalisatieopties in menubalk en Control Center en iOS introduceert functies die samenwerking en communicatie verbeteren, zoals het live vertalen van gesprekken en het automatisch beheren van onbekende telefoongesprekken. Voor organisaties is dit minder belangrijk dan de vraag of de nieuwe systemen stabiel draaien en welke hardware wel of niet ondersteund blijft. Zo vallen bij iOS 26 de iPhone XR, XS en XS Max buiten de boot, terwijl bij macOS opnieuw een aantal oudere Intel-modellen geen update meer krijgt. Voor bedrijven met een gemengd devicepark is dat een factor die direct impact heeft op het beheer.

Niet alles in Europa

Daar komt bij dat in Europa niet alle aangekondigde functies beschikbaar zijn. Apple stelt dat de Digital Markets Act (DMA) aanleiding is om bepaalde mogelijkheden later of in aangepaste vorm uit te rollen. Zo ontbreken functies als iPhone-mirroring naar de Mac en de bijbehorende Live Activities in macOS voorlopig in de EU. Ook de nieuwe Visited Places-functie in Apple Maps en het live vertalen via AirPods worden hier niet uitgerold bij de lancering. Voor IT-dienstverleners betekent dit dat gebruikers in Europese vestigingen minder functionaliteit krijgen dan hun collega’s elders. Dat vraagt om het nodige aan verwachtingsmanagement, zodat helpdesks niet overspoeld worden met vragen waarom bepaalde opties ontbreken.

De nieuwe versies brengen daarnaast meer nadruk op on-device verwerking van data, bijvoorbeeld bij live vertalen en AI-functies in berichten en telefoongesprekken. Dat sluit aan bij de wens om gevoelige informatie niet standaard via de cloud te laten lopen. Tegelijkertijd is nog niet alle functionaliteit in alle talen beschikbaar, waardoor de toegevoegde waarde voor Nederlandse gebruikers beperkt op dit moment nog beperkt is. Hetzelfde geldt voor batterij- en prestatie-optimalisaties: Adaptive Power Mode kan nuttig zijn, maar vraagt om duidelijke instructies richting medewerkers om te voorkomen dat prestaties onverwacht terugvallen.

Voor IT-dienstverleners is het belangrijk te beoordelen of de updates direct uitgerold kunnen worden of dat het verstandiger is te wachten tot de eerste bugfix-releases beschikbaar zijn. Nieuwe macOS-versies brengen traditioneel compatibiliteitsvragen met zich mee rond specifieke zakelijke applicaties en beveiligingssoftware. Hetzelfde geldt voor iOS en iPadOS in combinatie met Mobile Device Management (MDM)-oplossingen. Het testen van de nieuwe releases in een gecontroleerde omgeving is daarom aan te raden voordat organisaties massaal overstappen.

Vervanging

De strategische keuze ligt dus niet zozeer in de vraag of de nieuwe systemen meer functionaliteit bieden, maar in de planning van het beheer. Apparaten die niet langer ondersteund worden, vereisen vervanging of moeten los worden gezet in het beheer, met alle gevolgen van dien voor security en lifecycle-management. Daarbij komt dat in Europa sommige functies pas later beschikbaar komen, waardoor IT-afdelingen rekening moeten houden met verschillen tussen vestigingen wereldwijd.

Met de komst van macOS, iOS en iPadOS 26 wordt duidelijk dat Apple steeds meer inzet op integratie en AI-gedreven functionaliteit. Voor eindgebruikers levert dat nieuwe mogelijkheden en een frissere interface op, maar voor bedrijven ligt de prioriteit bij stabiliteit, ondersteuning en beheerbaarheid. De komende weken zullen uitwijzen hoe soepel de uitrol verloopt, welke kinderziektes nog boven water komen en in hoeverre Europese regelgeving de verdere ontwikkeling beïnvloedt.

Steeds meer Nederlandse organisaties passen AI toe in hun cybersecuritystrategie, maar maken zich tegelijkertijd zorgen over de nieuwe risico’s die dit met zich meebrengt. Dat blijkt uit onderzoek van Trend Micro, uitgevoerd door Sapio Research onder 2.250 IT- en securityverantwoordelijken in 21 landen, waaronder 109 uit Nederland.

Volgens de resultaten gebruikt 73 procent van de Nederlandse organisaties inmiddels AI-tools binnen hun beveiligingsaanpak. Nog eens 24 procent onderzoekt actief de mogelijkheden om AI te implementeren. In totaal staat 97 procent open voor het gebruik van AI in een of andere vorm. Vooral voor taken als geautomatiseerde asset discovery, risicoprioritering en anomaliedetectie wordt AI al toegepast. Zo vertrouwt 41 procent van de ondervraagden op AI voor essentiële processen, terwijl 37 procent aangeeft dat AI en automatisering de komende twaalf maanden een prioriteit vormen in het verbeteren van de eigen beveiliging.

Toenemende zorgen

De groeiende inzet van AI gaat gepaard met zorgen over de mogelijke keerzijde. Zo verwacht 96 procent van de Nederlandse organisaties dat de inzet van AI ertoe leidt dat zij in de komende drie tot vijf jaar vaker te maken krijgen met nieuwe cyberrisico’s. Meer dan de helft rekent op een toename van zowel de hoeveelheid als de complexiteit van aanvallen waarbij AI wordt ingezet.

De belangrijkste risico’s die organisaties daarbij zien, zijn onder meer:

  • een hoger risico op AI-gestuurde phishing- en social engineering-aanvallen
  • blootstelling van gevoelige gegevens
  • onduidelijkheid over hoe AI-systemen data verwerken en opslaan
  • mogelijk misbruik van bedrijfseigen informatie door onbetrouwbare modellen
  • extra druk vanuit compliance en monitoring door de groei van endpoints, API’s en shadow IT

AI als nieuw aanvalsmiddel

Dat AI ook door aanvallers wordt ingezet, werd zichtbaar tijdens het Pwn2Own-evenement van Trend Micro in Berlijn. Voor het eerst was er dit jaar een aparte AI-categorie, met twaalf inzendingen gericht op frameworks zoals NVIDIA Triton Inference Server, Chroma, Redis en NVIDIA Container Toolkit. Daarbij werden zeven unieke zero-day-kwetsbaarheden gevonden. In sommige gevallen bleek één fout al voldoende om een succesvolle aanval mogelijk te maken.

De onderzoekers concluderen dat organisaties enerzijds profiteren van de voordelen van AI, maar anderzijds hun beveiligingsstrategie opnieuw moeten inrichten om met het veranderende dreigingslandschap om te gaan. Het rapport benadrukt dat beveiliging vanaf het begin onderdeel moet zijn van AI-systemen, juist omdat de technologie steeds dieper verankerd raakt in de IT-infrastructuur.

HP Wolf Security heeft in zijn nieuwste Threat Insights Report inzicht gegeven in de manier waarop cybercriminelen hun methoden verder aanscherpen. Het rapport beschrijft hoe aanvallers legitiem ogende middelen, zoals PDF-facturen en systeemeigen Windows-tools, inzetten om traditionele beveiligingsmechanismen te omzeilen.

Volgens HP gebruiken aanvallers in toenemende mate zogenoemde living-off-the-land-technieken (LOTL). Hierbij maken zij gebruik van standaardhulpmiddelen binnen het besturingssysteem, waardoor het onderscheid tussen legitiem en kwaadaardig gedrag moeilijker te maken is.

Nieuwe golf aan lokmiddelen

Het rapport signaleert campagnes waarbij zeer realistische nagemaakte Adobe Reader-documenten werden verspreid. Deze bestanden bevatten onder meer een verborgen reverse shell die controle kon geven over het systeem van de gebruiker. Ook werden de bestanden specifiek aangeboden in Duitstalige regio’s, wat het risico op automatische detectie verminderde.

Daarnaast ontdekten onderzoekers dat schadelijke code in pixeldata van afbeeldingen werd verstopt. In deze gevallen werd een XWorm-payload ingezet via Microsoft Compiled HTML Help-bestanden. Na uitvoering verwijderden scripts automatisch sporen van de infectie.

Een ander voorbeeld dat HP aanhaalt is de terugkeer van de Lumma Stealer. Deze malware werd onder meer via IMG-archieven verspreid, ondanks eerdere politieacties tegen de groep achter de software.

Misbruik van vertrouwde tools

HP stelt dat de kracht van deze campagnes ligt in de verfijning van bestaande methoden. Door eenvoudige scripts of minder voor de hand liggende bestandstypen te gebruiken, weten aanvallers vaak detectie te ontwijken. Het misbruik van tools zoals PowerShell en CMD, standaard aanwezig in Windows, vergroot daarbij de kans dat een aanval ongemerkt blijft.

Cijfers en trends

  • Het rapport, gebaseerd op gegevens van april tot en met juni 2025, schetst de volgende trends:
  • 13% van de geïdentificeerde e-maildreigingen wist één of meerdere e-mailgatewayscanners te passeren.
  • Archiefbestanden waren het meest gebruikte formaat (40%), gevolgd door uitvoerbare bestanden en scripts (35%).
  • .rar-archieven werden in 26% van de gevallen gebruikt, vaak in combinatie met legitieme software zoals WinRAR.

Onderzoekers van HP geven aan dat de combinatie van LOTL-technieken, regionaal gerichte aanvallen en het verbergen van code in ogenschijnlijk onschuldige bestanden de detectie aanzienlijk bemoeilijkt. “Zelfs de beste systemen missen soms dreigingen. Daarom is het noodzakelijk om een gelaagde aanpak met isolatie en containment toe te passen,” stelt HP.

Het rapport benadrukt dat aanvallers bestaande middelen slimmer inzetten in plaats van volledig nieuwe methoden te ontwikkelen. Daarmee groeit de druk op organisaties om hun beveiligingsstrategieën voortdurend aan te passen.

Wekelijks verzamelt ChannelConnect de opvallendste, leukste of beste nieuwsitems en tools. Met natuurlijk speciale aandacht voor de toepassingen ervan voor IT-dienstverleners en msp’s. Het overzicht van de afgelopen week.

Nieuws

ASML investeert in Franse AI-start-up Mistral

ASML heeft een belang genomen in de Franse AI-start-up Mistral. De chipmachinefabrikant wil hiermee zijn positie in de snelgroeiende AI-markt versterken en tegelijkertijd de Europese samenwerking rond halfgeleiders en AI intensiveren. De investering wordt gezien als meer dan alleen kapitaal: het markeert een strategische stap om kennis en innovatie in Europa te bundelen.
Bron: ChannelConnect

Patiënt ontwikkelt eigen AI om kankerbehandeling te personaliseren

Een Amerikaanse kankerpatiënt heeft zelf een AI-oplossing gebouwd om te voorspellen hoe hij zou reageren op verschillende behandelingen. Zijn initiatief laat zien hoe individuen met technische kennis bestaande medische data kunnen inzetten om persoonlijk maatwerk te creëren. Het experiment trekt de aandacht van onderzoekers die kansen en risico’s zien in dergelijke zelfontwikkelde toepassingen.
Bron: STAT News

Lovable verovert snel de AI-markt

De Zweedse AI-start-up Lovable timmert hard aan de weg met een platform waarmee gebruikers via natuurlijke taal apps kunnen bouwen, zonder programmeerkennis. In korte tijd heeft het bedrijf sterke groei laten zien en miljoenen aan investeringen opgehaald. Daarmee speelt Lovable in op de trend van toegankelijke, no-code AI-oplossingen die softwareontwikkeling ingrijpend kunnen veranderen.
Bron: ChannelConnect

Oracle en OpenAI sluiten megacontract voor Project Stargate

Oracle en OpenAI hebben een overeenkomst gesloten ter waarde van 300 miljard dollar om samen te werken aan Project Stargate, een initiatief gericht op de bouw van grootschalige AI-infrastructuur. Het project moet de ontwikkeling en uitrol van geavanceerde AI-toepassingen versnellen en wordt gezien als een van de grootste samenwerkingen in de sector tot nu toe.
Bron: The Verge

Claude kan nu bestanden maken en bewerken

Anthropic meldt dat Claude in de web- en desktop-app Excel-spreadsheets, documenten, PowerPoint-decks en PDF’s kan genereren en aanpassen. De preview is beschikbaar voor Max, Team en Enterprise; Pro volgt volgens Anthropic later. De functie staat onder Settings → Features → Experimental als ‘Upgraded file creation and analysis’.
Bron: Anthropic

Tools*

Venngage AI Infographic Generator

Venngage biedt een AI-tool die automatisch infographics maakt op basis van tekstinput. Gebruikers kunnen gegevens of een onderwerp invoeren, waarna de tool een visueel ontwerp genereert dat verder kan worden aangepast. Dit versnelt het proces van datavisualisatie en maakt het eenvoudiger om snel professionele grafieken en schema’s te creëren.
Bron: Venngage

Diffra AI Browser Extension

Diffra AI biedt een browserextensie waarmee je in één keer alle afbeeldingen van een website kunt downloaden. De tool is ontworpen om tijd te besparen bij het verzamelen van visueel materiaal, bijvoorbeeld voor research of creatieve projecten.
Bron: Diffra AI

Dreamflow

Dreamflow versnelt cross-platform app-ontwikkeling door code editing, visueel design en AI-assistentie in één omgeving te combineren. Zo kunnen ontwikkelaars sneller prototypes en complete applicaties bouwen met ondersteuning van generatieve AI en een geïntegreerde workflow.
Bron: Dreamflow

Flowpost

Flowpost is een AI-tool die helpt bij het creëren en inplannen van socialmediacontent. Gebruikers kunnen teksten, visuals en campagnes automatisch laten genereren en verspreiden over verschillende platforms. De tool richt zich op het stroomlijnen van contentmarketing en bespaart tijd bij terugkerende taken.
Bron: Flowpost

CodeRabbit

CodeRabbit is een AI-code review assistant die pull requests automatisch analyseert. De tool geeft feedback op codekwaliteit, detecteert mogelijke bugs en suggereert verbeteringen. Dit helpt ontwikkelteams om sneller en consistenter code van hoge kwaliteit te leveren.
Bron: CodeRabbit

*Beschrijvingen van tools zijn op basis van de informatie op de websites van de makers. ChannelConnect is niet verantwoordelijk voor de juistheid daarvan.

AI in Nederland en Europa

Nederlanders vragen om meer transparantie rond algoritmen

Uit onderzoek blijkt dat 94% van de Nederlanders beter wil begrijpen hoe algoritmen worden ingezet bij besluiten van de overheid. Hoewel veel mensen weten dat algoritmen een rol spelen in de besluitvorming, vindt een meerderheid dat de overheid hier onvoldoende duidelijk over communiceert. Dit vergroot de behoefte aan openheid en inzicht in hoe geautomatiseerde beslissingen tot stand komen.
Bron: ChannelConnect

Nieuwe broedplaats voor toegepaste AI in Amsterdam

AI AM en Enter Workspace starten samen een groot innovatiecentrum in Amsterdam dat zich richt op de toepassing van AI in verschillende sectoren. Het initiatief moet bedrijven, onderzoekers en start-ups samenbrengen om kennis te delen en praktijkgerichte AI-oplossingen te ontwikkelen. Daarmee krijgt de stad er een belangrijke plek bij voor samenwerking rond kunstmatige intelligentie.
Bron: AIwereld

100 miljoen voor Nederlandse AI-start-up

De Nederlandse AI-start-up Down Under heeft in een nieuwe investeringsronde 100 miljoen euro opgehaald. Het kapitaal wordt gebruikt om internationaal verder te groeien en de ontwikkeling van nieuwe toepassingen te versnellen. Met deze stap versterkt Down Under zijn positie binnen de Europese AI-markt.
Bron: Computable

Nieuwe EU-regels voor gebruik van AI vanaf augustus 2025

Vanaf augustus 2025 gelden in de Europese Unie nieuwe regels voor het gebruik van AI. Organisaties moeten onder meer rekening houden met strengere eisen rond transparantie, risicobeoordeling en documentatie. De maatregelen vloeien voort uit de AI-verordening van de EU en zijn bedoeld om innovatie te combineren met verantwoord en veilig gebruik van AI.
Bron: Foederer

LUMC en politie winnen Nationale AI Challenge 2025

Het LUMC (via Cairelab) en de politie zijn uitgeroepen tot winnaars van de Nationale AI Challenge 2025. Het ziekenhuis ontwikkelt een AI-oplossing voor automatische wondrapportages, terwijl de politie werkt aan een tool die milieuwetgeving inzichtelijker maakt.
Bron: Computable

Hoe ontwerp je IT-systemen die niet alleen veilig zijn, maar ook de privacy van gebruikers beschermen? Het antwoord ligt in het principe van ‘privacy by design’. Wat begon als een juridische eis uit de AVG, groeit langzaam uit tot een strategisch uitgangspunt voor organisaties die bewust omgaan met data. Toch blijft de praktijk weerbarstig.

In de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is het duidelijk omschreven: organisaties moeten bij het ontwerp van systemen en processen al rekening houden met privacy. ‘Privacy by design’ dus. Dit betekent dat je de bescherming van persoonsgegevens al vooraf integreert in de basis van je systeemarchitectuur, in plaats van dit pas achteraf toe te voegen.

Maar zoals dat gaat, blijken veel bedrijven privacy in de praktijk nog zien als een sluitpost. Het is al lastig genoeg om systemen te bouwen die functioneren. Werken ze enigszins naar wens, dan wordt eerst een beveiligingslaag toegevoegd. Juridische goedkeuring blijft dan over als laatste hobbel. Dat levert naast compliance-risico’s ook technische en organisatorische kwetsbaarheden op. Maar als je privacy al vanaf het begin meeneemt, kun efficiënter ontwikkelen en beter omgaan met datalekken.

Zes kernprincipes

Privacy by design kent verschillende invullingen, maar draait vaak om zes kernprincipes:

1. Dataminimalisatie – Verzamel niet méér persoonsgegevens dan nodig.
2. Doelbeperking – Gebruik gegevens alleen voor het vooraf bepaalde doel.
3. Beveiliging van gegevens – Zorg voor passende technische en organisatorische maatregelen.
4. Transparantie – Communiceer duidelijk over welke data je verzamelt en waarom.
5. Controle voor de gebruiker – Geef mensen inzicht en invloed op hun gegevens.
6. Integratie in ontwerp – Breng deze principes onder in software, processen en organisatiestructuur.

Veel van deze principes raken aan technologie: wie bepaalt bijvoorbeeld welke data wordt opgeslagen, hoe wordt versleuteling toegepast, en hoe wordt logging ingericht? De vertaalslag van juridische eisen naar technische oplossingen is precies waar de meeste organisaties hulp bij nodig hebben.

Geen eenmalig project

Wat ook nog weleens wordt vergeten is dat privacy by design geen eenmalige check is, en alleen bij het eerste ontwerp een rol speelt. Het is een doorlopend proces. Systemen evolueren, wetgeving verandert, en nieuwe data wordt continu toegevoegd. Dit vraagt om een aanpak waarin privacy structureel wordt ingebouwd, zowel in softwareontwikkeling als in infrastructuurbeheer en dataverwerking.

Wanneer bedrijven hierin investeren, dan merken ze dat privacy geen belemmering hoeft te zijn. Sterker, wie zijn systemen leaner en cleaner opzet, heeft niet alleen minder risico, maar ook lagere beheerkosten. Want minder data verzamelen betekent ook minder opslag, minder compliance-verplichtingen, en minder kans op reputatieschade bij incidenten.

Een paar voorbeelden: een gemeente die werkt met digitale formulieren, kan privacy by design toepassen door standaard geen BSN op te vragen tenzij dit absoluut nodig is. In de zorg betekent het dat patiëntgegevens standaard geanonimiseerd worden zodra ze buiten het primaire behandelproces worden gebruikt. Dat hele gebruik van de BSN staat sinds de hack van Clinical Diagnostics in Rijswijk sowieso ter discussie. En in e-commerce kiezen steeds meer partijen voor cookieloze analytics, om klanten niet onnodig te volgen.

Bij al deze voorbeelden speelt technologie een sleutelrol. De architectuur van de gebruikte applicaties, het type cloudopslag, en de manier waarop data wordt gedeeld tussen systemen bepalen of privacy by design ook echt werkt. Daarmee komt het onderwerp vanzelf terecht op het bord van IT-teams, ontwikkelaars en externe partners.

Juridische druk en technologische grip

De AVG heeft de discussie over privacy in een stroomversnelling gebracht, maar echte verandering komt pas als privacy als kwaliteitskenmerk wordt gezien, vergelijkbaar met uptime, schaalbaarheid of gebruiksgemak. Daarvoor bewustwording op meerdere niveaus nodig: juridisch, organisatorisch en technisch.

Vooral de technologische kant biedt daarbij mogelijkheden voor de IT-dienstverlener. Tools voor data-anonimisering, toegangsbeheer, end-to-end encryptie en auditing zijn inmiddels breed beschikbaar. Veel leveranciers zetten in op zogeheten privacy-enhancing technologies (PETs), waarbij data wél benut kan worden, maar zonder volledige identificeerbaarheid: differential privacy, secure enclaves of federated learning.

Deze technologieën zijn complex, maar ze bieden mogelijkheden om datagedreven te werken zonder privacy uit het oog te verliezen. Steeds vaker worden ze opgenomen in moderne cloudplatformen en API-lagen.

Samenwerking nodig

Een organisatie die privacy by design serieus wil nemen, moet over afdelingen heen samenwerken: juridische experts, beleidsmakers, developers en IT-beheerders. De vertaling van ‘privacyregels’ naar ‘IT-oplossingen’ gebeurt zelden binnen één team. Vaak spelen externe adviseurs en technologiepartners hier een verbindende rol.

Dat maakt het ook een strategische keuze: kies je voor privacyvriendelijke software? Voor een infrastructuur die dataminimalisatie ondersteunt? Voor leveranciers die jouw waarden delen? Of voor snelle oplossingen met verborgen risico’s?

In een tijd waarin datalekken, AI-toepassingen en surveillancevragen het nieuws domineren, wordt privacy meer dan ooit een vertrouwenskwestie. Kun ja als bedrijf of organisatie duidelijk maken dat er zorgvuldig met data wordt omgegaan, dan creëer je rust, intern en extern.

Vertrouwen is trouwens niet alleen belangrijk richting klanten, maar ook richting toezichthouders, medewerkers en partners. Het is geen toeval dat steeds meer Europese bedrijven zich profileren als privacyvriendelijk alternatief voor Amerikaanse cloudspelers. En dat organisaties kiezen voor security- en cloudoplossingen die dataprivacy expliciet ondersteunen.

Adobe heeft aangekondigd dat zijn AI-agents voortaan algemeen beschikbaar zijn binnen het Adobe Experience Platform (AEP). Met deze stap wil het bedrijf organisaties ondersteunen bij het automatiseren en personaliseren van klantinteracties.

De AI-agents bestaan uit verschillende vooraf gebouwde toepassingen die inzetbaar zijn in onder meer Real-Time Customer Data Platform, Experience Manager, Journey Optimizer en Customer Journey Analytics. Voorbeelden hiervan zijn de Audience Agent, die helpt bij het samenstellen en optimaliseren van doelgroepen, en de Journey Agent, die klantreizen over meerdere kanalen kan aansturen. Ook zijn er agents ontwikkeld voor experimenten, data-analyse, website-optimalisatie en productondersteuning.

Centraal staat de zogenoemde Agent Orchestrator, die opdrachten in natuurlijke taal kan interpreteren en omzetten in acties. Daarbij kan de orchestrator meerdere agents combineren om complexere workflows te ondersteunen. Een aparte Agent Composer biedt organisaties de mogelijkheid om de functionaliteit af te stemmen op eigen processen en beleid.

Daarnaast maakt Adobe een Software Development Kit (SDK) en een Agent Registry beschikbaar, waarmee ontwikkelaars agents kunnen uitbreiden en integreren met andere systemen. Ook zijn er samenwerkingen opgezet met partners als Google Cloud, PwC en Omnicom om de toepassing van agents in verschillende sectoren te versnellen.

Volgens Adobe moeten de agents bedrijven in staat stellen om sneller inzichten uit data te halen, processen te automatiseren en gepersonaliseerde ervaringen op schaal aan te bieden.