Aanvallers hebben geen nieuwe trucs nodig zolang de oude nog werken. Dat is de kernboodschap van het Threat Report dat Arctic Wolf onlangs publiceerde. MSP Business sprak met Ashley Schut, channel account manager bij Arctic Wolf, over de belangrijkste inzichten uit het rapport en wat die betekenen voor IT-dienstverleners.

Het Threat Report van Arctic Wolf is gebaseerd op twaalf maanden aan wereldwijde incident response-data en telemetrie uit het eigen platform. De conclusies zijn opvallend nuchter. Schut: “De grootste verschuiving die we zien, zit niet in spectaculaire, nieuwe aanvalsmethoden. Het gaat vooral om de efficiënte herhaling van bekende tactieken: misbruik van remote access, phishing en gericht stelen van gevoelige data. Geen vuurwerk, maar schaal en snelheid.”

Ransomware blijft een van de belangrijkste pijlers van het verdienmodel van aanvallers, maar de verschuiving naar extorsionware is duidelijk waarneembaar. Daarbij wordt data geëxfiltreerd zonder encryptie, waarna de dreiging van publicatie als chantagemiddel wordt ingezet. Het gevolg: traditionele preventiemaatregelen blijven belangrijk, maar zijn allang niet meer voldoende. Effectieve beveiliging zit in het geheel: govern, identify, protect, detect, response & recover.

Remote access als grootste risico

De grootste kwetsbaarheid blijft remote access. RDP, VPN en remote monitoring en management-tools zijn voor IT-dienstverleners onmisbaar om schaalbaar te werken en klanten goed te bedienen. Maar diezelfde tools maken hen ook tot aantrekkelijk doelwit. Via één gecompromitteerde tool krijgen aanvallers immers toegang tot meerdere klantomgevingen tegelijk.

Schut benadrukt dat afscherming, patching en credential hygiëne op dit punt nog te vaak achterblijven. “Aanvallers zijn net als wij op zoek naar laaghangend fruit – ze kiezen vaak de eenvoudigste route. Als jij de basis op orde hebt, dwing je ze om meer moeite te doen en daar haken redelijk wat aanvallers af.” Het rapport laat zien dat discipline rondom toegangsbeheer, identity, segmentatie en monitoring organisaties structureel weerbaarder maakt.

Mensen als eerste verdedigingslinie

Phishing blijft de motor achter veel business email compromise-scenario’s. Maar Schut wil af van de framing waarbij mensen de zwakste schakel zijn. “Ik draai dit liever om: laten we mensen trainen, betrekken en versterken zodat we ze behandelen als de eerste verdedigingslinie, niet als grootste risicofactor.” Dat betekent: een meldcultuur opbouwen, gewenst gedrag belonen en zorgen dat medewerkers phishing herkennen en melden.

Dat phishing steeds geraffineerder wordt, illustreert een recent voorbeeld: zelfs een doorgewinterde IT-journalist trapte bijna in een perfecte phishingmail van een ogenschijnlijk vertrouwde zorgfactureringsdienst, compleet met een overtuigende iDEAL-betaalpagina. Alleen omdat de link al geblokkeerd was, bleef de schade uit. Schut reageert begripvol: “Zelfs de CEO van een groot cybersecurity bedrijf gaf toe dat hij in phishing is getrapt. Het is een utopie om te denken dat niemand er meer in trapt. Des te meer reden om de technische en procesmatige vangnetten op orde te hebben.”

Van leverancier naar regisseur

Voor IT-dienstverleners ziet Schut een duidelijke strategische verschuiving. Waar het voorheen draaide om zoveel mogelijk zelf doen en inhouse houden, MSP’s hoeven niet alles zelf te doen om waarde te leveren. De echte regie zit in het bepalen van de juiste architectuur, het bewaken van de processen en het sturen op meetbare klantuitkomsten. Als je dat goed organiseert, kun je de operationele druk juist slim uitbesteden en toch het eigenaarschap houden. Dat is waar MSP’s het verschil maken. “We zien dat IT-dienstverleners veel meer gaan van leveren naar leiden. Ze stellen duidelijke prioriteiten met de klant en werken toe naar meetbare uitkomsten, in plaats van een projectchecklist af te vinken.”

Volgens Schut ligt de toegevoegde waarde van msp’s inderdaad in die vertaalslag: cybersecuritystrategie omzetten naar uitvoering, de lijn vasthouden en zorgen dat het daadwerkelijk bij de klant terechtkomt. “Vooruitgang komt zelden van één product of één project. Het ontstaat wanneer je samenhang aanbrengt tussen identity, toegang, detectie, respons, technologie en mens.”

AI: superkrachten voor beide kanten

AI geeft aanvallers nieuwe mogelijkheden: phishingmails worden geloofwaardiger, aanvallen schaalbaarder en persoonlijker, en taalbarrières verdwijnen. Maar volgens Schut is dit maar één kant van de medaille. “AI geeft securityteams juist een enorme voorsprong als je het goed organiseert. Je kunt het zien als een extra workforce die 24/7 context ophaalt, verbanden legt en repetitieve taken overneemt. Een security engineer die ondersteund wordt door AI werkt niet alleen sneller, maar vooral slimmer.”

Toch is er één harde voorwaarde: AI levert pas waarde als datakwaliteit en governance op orde zijn. “Je kunt geen intelligente automatisering bouwen op data die incompleet, ongecontroleerd of verspreid is. Dan bouw je letterlijk op los zand.”

Voor msp’s ligt daar volgens Schut een directe opdracht: help klanten eerst hun basis op orde te brengen van assetmanagement tot identity, van logging tot governance voordat je AI-toepassingen uitrolt. “AI vergroot de slagkracht van securityteams enorm, maar alleen wanneer die fundamenten solide zijn. Pas dan kun je automatiseren, genereren en anticiperen op een manier die het verschil maakt.”

Het Threat Report van Arctic Wolf is beschikbaar via de website van het bedrijf.

De backupmarkt voor msp’s is de afgelopen jaren flink in beweging. Consolidatie, prijsverhogingen, nieuwe toetreders en de verschuiving naar immutability als standaardvereiste hebben het landschap merkbaar veranderd. Dit overzicht helpt je de belangrijkste spelers en hun positionering te doorgronden, ingedeeld naar deployment-model.

Software: bring your own storage

Dit zijn platforms waarbij je als msp zelf bepaalt waar de data naartoe gaat — naar je eigen hardware, een NAS, publieke cloud of een combinatie. De flexibiliteit is groot, maar dat betekent ook dat je zelf verantwoordelijk bent voor de juiste configuratie van de opslaglaag.

Veeam Data Platform

Veeam is de dominante speler in de msp-backupmarkt, en dat is niet zonder reden. Het platform ondersteunt vrijwel elke workload: VMware, Hyper-V, Nutanix AHV, fysieke servers, NAS, Microsoft 365, Kubernetes en publieke cloud. Via de Veeam Service Provider Console krijgen msp’s een multi-tenant beheerschil die centraal monitoren en rapporteren mogelijk maakt.

Een opvallende ontwikkeling: in januari 2026 nam Veeam Object First over, het bedrijf dat de Ootbi-appliance maakt, een on-premises immutable backup storage die specifiek voor Veeam-omgevingen is ontworpen. Pikant detail: Object First werd in 2022 opgericht door de originele Veeam-founders Ratmir Timashev en Andrei Baronov, nadat zij Veeam hadden verlaten. Met de overname brengt Veeam hardware en software voor het eerst onder één dak, en kan het msp’s een kant-en-klare immutable storage-oplossing bieden zonder dat zij daarvoor bij een derde partij hoeven aan te kloppen.

Aandachtspunt: Veeam verhoogde de prijzen in januari 2026 opnieuw met 4 tot 8 procent, het tweede opeenvolgende jaar. Msp’s die grote aantallen seats beheren, merken dat direct in hun marge. Wie voor 2027 budgetteert, doet er verstandig aan hetzelfde patroon in te calculeren.

Acronis Cyber Protect Cloud

Acronis combineert backup en disaster recovery met ingebouwde cybersecurity: malwarescanning, ransomwaredetectie en endpointbeheer zitten in hetzelfde platform. Dat maakt het aantrekkelijk voor msp’s die tool sprawl willen beperken.

De instapprijs oogt aantrekkelijk, maar Acronis werkt met een systeem van add-on packs: Advanced Backup, Advanced Security, Advanced DR en Advanced Management worden apart gefactureerd. Tegen de tijd dat je de packs hebt gestapeld die de meeste msp’s daadwerkelijk nodig hebben, ligt de werkelijke prijs per werkplek beduidend hoger dan de catalogusprijs suggereert. Modelleer de volledige pack-configuratie voordat je een commitment aangaat.

NAKIVO Backup & Replication

NAKIVO is een stevige optie voor msp’s die primair virtuele omgevingen beschermen. Het platform ondersteunt VMware, Hyper-V, Nutanix en Microsoft 365, en heeft een reputatie opgebouwd als betaalbaar en relatief eenvoudig te beheren alternatief voor Veeam. Multi-tenant beheer is aanwezig, en immutable storage wordt ondersteund via S3-compatibele opslag. Voor msp’s met een homogeen gevirtualiseerde klantenbase is NAKIVO een serieuze optie.

MSP360 Managed Backup

MSP360 is de meest flexibele optie in termen van opslagkeuze: het platform werkt met vrijwel elke S3-compatibele cloudopslag, van AWS en Azure tot Backblaze B2 en Wasabi. msp’s die al een voorkeursleverancier voor cloudopslag hebben, kunnen dat naadloos combineren met MSP360. Het white-label klantportaal is een pluspunt voor msp’s die hun eigen merk willen voeren. Keerzijde: je regelt je storage altijd bij een tweede leverancier, wat de totale stackcomplexiteit vergroot.

Bacula Systems

Bacula is een enterprise-grade open source backupoplossing die ook in msp-omgevingen wordt ingezet, met name bij klanten met complexe of heterogene infrastructuren. Het platform is uitermate flexibel maar vraagt meer technische expertise om te implementeren en te beheren dan de meeste concurrenten. Voor msp’s met een sterk technisch profiel en klanten met specifieke compliance-eisen kan Bacula een goede keuze zijn; voor de gemiddelde mkb-gerichte msp is de drempel hoog.

Cloud-first: geen appliance nodig

Bij deze categorie worden backups direct naar de cloud van de leverancier geschreven. Er is geen lokale hardware vereist, wat het beheer vereenvoudigt en de instapdrempel verlaagt. De keerzijde is dat je als msp afhankelijk bent van de netwerkverbinding en de infrastructuur van de leverancier.

N-able Cove Data Protection

Cove is volledig cloud-first: geen appliance, geen lokale server. Alle backups gaan naar het private cloud-netwerk van N-able, verspreid over dertig datacenters wereldwijd, wat ook datasoevereiniteit mogelijk maakt. Het platform ondersteunt servers, werkstations, virtuele machines en Microsoft 365, en integreert naadloos met de RMM-omgeving van N-able.

Cove onderscheidt zich door zijn lichte agent-footprint, waardoor het inzetbaar is op oudere client-hardware. De incrementele backups zijn volgens N-able zestig keer kleiner dan image-backups, wat herstelpunten frequenter en bandbreedtevriendelijker maakt. Voor msp’s die al in het N-able-ecosysteem zitten, is Cove de logische keuze.

Axcient x360Recover

Axcient richt zich specifiek op msp’s en biedt zowel een appliance-gebaseerde als een direct-to-cloud deployment. De proprietary chain-free backuptechnologie elimineert de risico’s van corrupte backup-chains, een bekend pijnpunt bij traditionele incrementele backups. Axcient ondersteunt ook cloud-to-cloud backup voor Microsoft 365 en Google Workspace via x360Cloud, als afzonderlijke module. Het platform voldoet aan HIPAA- en GDPR-vereisten, wat het aantrekkelijk maakt voor msp’s in gereguleerde sectoren.

NinjaOne Backup

NinjaOne begon als RMM-platform en heeft backup ingebouwd als onderdeel van het bredere IT-beheerpakket. Voor msp’s die NinjaOne al gebruiken als hun primaire beheertool, is de integratie een sterk argument: één console voor device management, patch management en backup. Het platform ondersteunt Microsoft 365, biedt bare metal restore en heeft flexibele opslagopties. Als losstaande backuptool heeft NinjaOne minder diepgang dan gespecialiseerde platforms, maar als onderdeel van een bredere NinjaOne-implementatie is de toegevoegde waarde evident.

Druva

Druva is een volledig SaaS-gebaseerd platform zonder enige on-premises component. Het richt zich op endpoints, servers, Microsoft 365 en cloudworkloads, met ingebouwde air-gap en immutability als architecturele uitgangspunten. Druva is van origine sterk in enterprise-omgevingen maar wordt ook door msp’s ingezet, met name bij klanten met strikte compliance-eisen rond GDPR of HIPAA. De prijsstructuur is gebaseerd op terabyte na deduplicatie, wat de kosten voorspelbaar maakt maar ook zorgvuldig doorgerekend moet worden bij dataintensieve klanten.

BCDR-appliances: hardware, software en cloud als pakket

De BCDR-categorie (Business Continuity and Disaster Recovery) combineert een fysiek apparaat on-premises met backupsoftware en een bijbehorende cloudinfrastructuur. Het grote voordeel is lage RTO: bij een incident kan de klantomgeving direct op de appliance of in de cloud worden gevirtualiseerd, waarna de werkzaamheden doorgaan terwijl de restore op de achtergrond plaatsvindt.

Datto SIRIS

Datto is historisch gezien de meest gebruikte BCDR-oplossing in de msp-markt. De SIRIS-appliance combineert lokale backup, instant virtualization en Datto’s private cloud in één abonnement. Een klant die door ransomware wordt geraakt, kan binnen minuten zijn omgeving opstarten vanuit de appliance of vanuit de cloud.

Relevante marktontwikkeling: Kaseya, dat Datto in 2022 overnam, schafte in december 2025 het controversiële High Watermark-factureringsmodel af, waarbij msp’s werden aangerekend op piektop storagegebruik ook nadat data al was verwijderd. Tegelijkertijd werden de prijzen in januari 2026 met circa tien procent verlaagd. Datto’s ecosysteem kent wel een zekere mate van vendor lock-in, zowel in hardware als in cloudinfrastructuur. Je kunt ook zeggen dat het een one-stop-shop biedt. Aan jou de keuze.

Unitrends

Unitrends, eveneens onderdeel van Kaseya, positioneert zich als all-in-one appliance met sterke nadruk op geautomatiseerde ransomwaredetectie en herstelverificatie. Het platform biedt Recovery Assurance, een functie die restore-tests automatisch uitvoert en documenteert. Voor msp’s die herstelverificatie willen automatiseren zonder dat daarvoor handmatig werk nodig is, is Unitrends een serieuze optie.

Arcserve

Arcserve heeft een lange geschiedenis in de backupmarkt en biedt zowel software als appliances. Het platform ondersteunt een brede set workloads en heeft specifieke functies voor immutable cloud storage en tape-integratie, wat het aantrekkelijk maakt voor msp’s met klanten in gereguleerde sectoren. Arcserve is minder prominent in de Nederlandse msp-markt dan Veeam of Datto, maar verdient een vermelding vanwege zijn uitgebreide compliance-ondersteuning.

Barracuda Backup

Barracuda combineert een fysieke of virtuele appliance met Barracuda’s eigen cloudopslag. Het platform is bekend om zijn eenvoud van beheer en zijn integratie met de bredere Barracuda-beveiligingsstack. Voor msp’s die Barracuda al inzetten voor e-mailbeveiliging of firewalling, is de backupoplossing een logische uitbreiding van de bestaande leveranciersrelatie.

Immutable storage: hardware als fundament

Object First Ootbi

Object First verdient een eigen vermelding, ook al is het inmiddels onderdeel van Veeam. De Ootbi-appliance is specifiek ontworpen als immutable backup storage voor Veeam-omgevingen: out-of-the-box geconfigureerd, gebaseerd op S3 Object Lock voor afdwingbare immutability en opgezet volgens Zero Trust-architectuurprincipes. De hardware schaalt van compacte configuraties voor kleinere omgevingen tot meerdere petabytes voor grotere klanten.

Met de overname door Veeam ontstaat een geïntegreerde hardware-softwareketen die de complexiteit voor msp’s verlaagt. De verwachting in de markt is dat Ootbi verder wordt geïntegreerd in de Veeam-roadmap, mogelijk als standaard edge-appliance. Msp’s die al op Veeam draaien en immutable on-premises storage willen toevoegen, hoeven daarvoor niet langer bij een derde partij aan te kloppen.

Microsoft 365-backup: een categorie apart

Microsoft 365 is inmiddels zo diep verweven in de dagelijkse operatie van mkb-klanten dat het als vanzelfsprekend voelt dat de data veilig is. Dat gevoel klopt niet. Microsoft hanteert een shared responsibility-model: de infrastructuur is hun verantwoordelijkheid, de data is die van de klant. Retention policies, recycle bins en versioning bieden basisbescherming, maar geen echte backup. Bij ransomware die bestanden versleutelt, worden de versleutelde versies keurig gesynchroniseerd naar alle apparaten en naar OneDrive. Bij accountcompromittatie waarbij een aanvaller onder geldige credentials opereert, registreren native tools geen afwijking.

Voor msp’s is Microsoft 365-backup daarmee een aparte dienstverleningslaag die niet vanzelfsprekend meekomt met een algemene backupoplossing. Datto, Acronis en Veeam bieden M365-backup als module of add-on, maar er zijn ook gespecialiseerde partijen die hier volledig op focussen.

SkyKick Cloud Backup

SkyKick is volledig gericht op Microsoft 365 en is ontworpen voor en door msp’s. Het platform beschermt Exchange Online, SharePoint, OneDrive, Teams en Microsoft 365 Groups, en maakt tot zes backups per dag. Opvallend: SkyKick biedt onbeperkte opslag en onbeperkte retentie zolang het abonnement actief is, zonder verborgen kosten op basis van datahoeveelheid.

Voor msp’s die actief zijn in Microsoft 365-migraties is SkyKick extra interessant: het platform combineert backup met migratietools, wat een logische brug slaat van eenmalige migratieopdracht naar terugkerende beheerrelatie. Het white-label portaal en de self-service hersteloptie voor eindklanten verlagen de supportlast.

Spin.ai

Spin.ai richt zich op SaaS-backup in de bredere zin: naast Microsoft 365 ondersteunt het ook Google Workspace en Salesforce. Het platform combineert backup met ransomwaredetectie specifiek voor SaaS-omgevingen, waarbij afwijkend gedrag in bestands- en mailboxactiviteit actief wordt gemonitord. Voor msp’s met klanten die werken in gemengde omgevingen van Microsoft en Google is Spin.ai een compacte manier om beide platforms vanuit één console te beschermen.

Opkomend: van enterprise naar msp-markt

Een aantal leveranciers dat van oudsher in het enterprise-segment opereert, zoekt actief de weg naar het msp-kanaal. Dat is een ontwikkeling die de komende jaren het speelveld voor grotere msp’s gaat beïnvloeden.

Rubrik

Rubrik positioneert zichzelf als Zero Trust Data Security-platform en onderscheidt zich van traditionele backuptools door databeveiliging en backup als één geïntegreerd geheel te benaderen. Het platform biedt native immutability, geautomatiseerde risicomonitoring en snelle recovery voor on-premises, cloud en SaaS-workloads. Rubrik heeft een actief partnerprogramma, het Transform Partner Programme, met een Elite Plus-niveau voor partners die aantoonbaar succesvol zijn in het leveren van Rubrik-dienstverlening. De focus ligt vooralsnog op het hogere mkb en enterprise, maar de beweging richting het msp-kanaal is ingezet. Voor msp’s die willen groeien naar complexere klantomgevingen is Rubrik een naam om in de gaten te houden.

Commvault

Commvault is van oudsher een enterprise-speler, maar investeert zichtbaar in het msp-kanaal. Het MSP Partner Advantage Program biedt multi-tenant beheer, flexibele licentiemodellen op basis van consumptie en een gelaagde tierstructuur met bijbehorende incentives. Technisch onderscheidt Commvault Cloud zich door de combinatie van backup en actieve dreigingsdetectie: backupdata wordt gescand op malware vóór herstel, zodat een restore geen slapende infectie terugbrengt. Integratie met PSA-tools als HaloPSA verlaagt de handmatige drempel voor MSP-operations. De focus ligt nog steeds op het hogere segment , Commvault is geen instapoplossing, maar voor msp’s die enterprise-klanten bedienen of daarnaar willen groeien, is het platform een serieuze kandidaat.

Cohesity

Cohesity nam in 2024 de enterprise data protection-tak van Veritas over, waarmee het in één klap een van de grootste spelers in de bredere datamanagementmarkt werd. Het platform consolideert backup, archivering, bestandsopslag en analytics in één schaalbare omgeving. In augustus 2025 lanceerde Cohesity het Aspire partnerprogramma, dat expliciet ruimte maakt voor msp’s en CSPs via multi-tenancy, chargeback-rapportage per klant en zelfbedieningsopties voor eindklanten. Cohesity is complex en vraagt een serieuze technische investering, maar voor msp’s die enterprise-klanten bedienen of willen bedienen, opent het platform deuren die met een traditionele msp-backuptool gesloten blijven.

Slide

Slide is in maart 2026 uit de startblokken gekomen met een Series B-financieringsronde van 70 miljoen dollar. Het bedrijf werd opgericht door de originele Datto-founder en positioneert zich als cloud-first alternatief met maandelijkse contracten, een directe aanval op de langlopende verplichtingen die kenmerkend zijn voor Datto en andere appliance-gebaseerde oplossingen. Het product is nog vroeg in zijn ontwikkeling en daarmee te pril om inhoudelijk te beoordelen, maar de achtergrond van de oprichter en de omvang van de financiering maken Slide een naam om nauwlettend te volgen.


Dit overzicht is representatief maar niet uitputtend. De backupmarkt voor msp’s telt tientallen spelers; dit artikel richt zich op de meest gangbare en relevante oplossingen voor de Nederlandse en Belgische msp-markt.

Dit artikel maakt deel uit van de redactionele coverage rondom Wereld Backup Dag (31 maart) op ChannelConnect/MSP Business.

Vandaag is het Wereld Backup Dag, voor veel msp’s een dag om ongemakkelijk van te worden. De kennis is er meestal wel, maar de vraag die vaak onbeantwoord blijft: werkt het écht? Laten we bij het begin beginnen.

Wat is er mis met de klassieke regel?

De 3-2-1-regel stamt uit een tijdperk waarin het grootste risico een defecte harde schijf of een brand in het serverlokal was. Drie kopieën, twee verschillende media, één offsite. Logisch, pragmatisch, en tot een jaar of vijf geleden afdoende.

De komst van ransomware heeft de spelregels veranderd. Een aanvaller die binnen is op het netwerk maakt geen onderscheid tussen productiedata en backups. Als die backupserver bereikbaar is, is hij ook versleutelbaar. En cloudbackups? Als de credentials gecompromitteerd zijn, zijn die kopieën even hard weg.

Dat is waarom de industrie de afgelopen jaren is opgeschoven naar 3-2-1-1-0. De twee extra stappen zijn geen overbodige luxe; ze zijn de reden dat een recovery na een ransomware-aanval überhaupt mogelijk is.

De extra 1: immutable storage

Een immutable backup is een kopie die na het wegschrijven niet meer aangepast kan worden, niet door software, niet door een beheerder, en dus ook niet door ransomware. Object storage met WORM-beleid (Write Once, Read Many) is de meest gangbare implementatie. Leveranciers als Veeam, Rubrik en Nakivo ondersteunen dit, net als cloudplatforms van AWS, Azure en Backblaze B2.

Belangrijk detail: ‘immutable’ is alleen immutable als de beheertoegang goed afgeschermd is. Een aanvaller met toegang tot je S3-bucket-credentials kan alsnog retention-beleid aanpassen als je dat toelaat. Zorg voor gescheiden accounts, MFA en het least-privilege principe, ook op je backupinfrastructuur.

De tweede extra 1: air-gapped opslag

Een air-gapped backup is volledig losgekoppeld van het netwerk. De ouwe gouwe tape is hier nog altijd relevant, omdat het fysiek transportabel is en niet via een IP-adres te benaderen. Voor msp’s die geen tape willen beheren zijn er ook softwarematige air-gap varianten, waarbij de verbinding naar de backuplocatie alleen op gezette tijden en geverifieerd tot stand komt.

Is air-gap voor elke klant noodzakelijk? Nee. Maar voor klanten met hoge hersteleisen, financieel, medisch of juridisch, is het de enige manier om te garanderen dat er altijd een online onbereikbare kopie bestaat.

De nul: het deel dat de meeste msp’s overslaan

En dan de nul. Die staat voor nul fouten bij de geverifieerde restore. Een groene backupjob is geen bewijs. Een bestand dat ‘er wel staat’ is geen bewijs. Bewijs is: we hebben daadwerkelijk een restore uitgevoerd en bevestigd dat de data bruikbaar is.

Dit is het deel waar het bij veel msp’s misgaat. Tijdgebrek en aanname zijn de vaste boosdoeners. De backupsoftware meldt succes, de klant betaalt zijn factuur, en niemand controleert of die backup ook écht terugzet. Tot het moment dat het moet.

Wat staat er op het spel?

Backup-als-dienst is een van de meest vertrouwensgevoelige onderdelen van een msp-propositie. Een klant die jou zijn databeheer toevertrouwt, gaat ervan uit dat jij het regelt. En als het misgaat, is de eerste vraag van die klant dan ook: waarom wist jij dit niet?

Dat is een lastige vraag als het antwoord is dat de backupjob wekenlang op groen stond terwijl de data al corrupt was, of dat de testrestores al twee jaar niet zijn uitgevoerd. In juridische termen: een msp die backup-dienstverlening verkoopt zonder aantoonbare verificatie, staat bij een incident bijzonder zwak. De schade, denk aan herstelkosten, omzetverlies bij de klant en eventuele boetes onder de AVG bij dataverlies, kan de omvang van een jarenlange contractrelatie makkelijk overstijgen.

De oplossing zit hem grotendeels in documentatie en aantoonbaarheid. Een getekende verwerkersovereenkomst is een begin, maar wat je echt nodig hebt is een gedocumenteerd backup-beleid per klant, met daarin vastgelegd welke systemen beschermd worden, volgens welke architectuur, met welke retentie, en hoe vaak verificatie plaatsvindt. Dat document is zowel je werkdocument als je verweer.

Contractueel loont het om herstelverantwoordelijkheid expliciet te benoemen. Wat garandeer je wel, en wat valt buiten scope? Een klant die zijn eigen laptops niet laat aanmelden bij de backupoplossing kan die data niet bij jou claimen. Maar die afbakening moet je dan wel op papier hebben staan, ondertekend, vóór het incident plaatsvindt.

Van product naar proces

Dit is waar Wereld Backup Dag eigenlijk over zou moeten gaan: backup is geen product, het is een proces.

‘We hebben Veeam’ is het begin van een backup-strategie. Wat er daarna moet komen:

Monitoring die alarmeert bij afwijkingen. Ook bij backupjobs die langer duren dan verwacht, bij datasets die onverwacht groeien of krimpen, of bij retentiebeleid dat stilletjes veranderd is.

Geplande testrestores. Structureel dus, per kwartaal voor kritische systemen en jaarlijks voor de rest minimaal. En gedocumenteerd, zodat je richting de klant kunt aantonen dat het werkt.

RTO en RPO als business-gesprek. Recovery Time Objective en Recovery Point Objective zijn technische begrippen, maar de antwoorden komen van de klant. Hoeveel downtime kan een accountantskantoor zich permitteren in maart? Hoeveel dataverlies is acceptabel voor een webshop op een drukke vrijdag? Die vragen horen in het onboardinggesprek, niet pas na een incident.

Rapportage aan de klant. Backup is onzichtbaar als het goed gaat, en dat werkt in je nadeel. Een maandelijkse statusrapportage (‘uw backups draaiden zonder fouten, deze systemen zijn geverifieerd’) maakt de waarde van je dienstverlening zichtbaar en bouwt vertrouwen op voordat er iets misgaat.

Wat je vandaag kunt doen

Wereld Backup Dag is een goed moment om de interne audit te doen die je al een tijdje voor je uitschuift. Een paar concrete vragen:

Heb je voor elke klant in kaart hoeveel van de opgeslagen data ook daadwerkelijk immutable opgeslagen is? Specifiek: welke kopie is write-protected en tot wanneer?

Wanneer heb je voor het laast een restore geverifieerd? En is dat gedocumenteerd?

Zijn de RTO- en RPO-verwachtingen van je klanten formeel vastgelegd, en stemt je huidige architectuur daarmee overeen?

Is de toegang tot je backupinfrastructuur gescheiden van je reguliere beheeromgeving?

Heb je per klant een gedocumenteerd backup-beleid, en weet de klant wat er wel en niet onder de dienstverlening valt?

Als je op één van deze vragen het antwoord schuldig blijft, is dat een reden om deze week actie te ondernemen. Het incident houdt zich niet aan de kalender. De 3-2-1-1-0-regel geeft je de architectuur. Het proces geeft je de zekerheid. Beide zijn nodig, en beiden beginnen met de bereidheid om de vraag te stellen: werkt het écht?

Bekijk ons overzicht van leveranciers voor backup-oplossingen.

Dit artikel maakt deel uit van de redactionele coverage rondom Wereld Backup Dag (31 maart) op ChannelConnect/MSP Business.

 

AMD introduceert de term “Agent Computer” voor een nieuwe categorie apparaten die speciaal zijn ontworpen om AI-agents fulltime te draaien. Het begrip markeert een fundamenteel andere manier van omgaan met hardware: geen pc die je bedient, maar een systeem waaraan je taken delegeert.

Waar een traditionele pc directe bediening vereist, werkt een Agent Computer in de achtergrond. AMD omschrijft het verschil als volgt: een pc draait je applicaties, een Agent Computer laat agents die applicaties voor je bedienen. Agents draaien continu, voeren taken parallel uit en bewegen autonoom tussen tools. Gebruikers delegeren werk via berichten in WhatsApp, Slack of andere platforms — de agent pakt het op en rapporteert terug.

Het concept is niet volledig nieuw. Analisten van Omdia stellen dat de categorie feitelijk al in ad-hoc vorm bestaat: OpenClaw, de open source agent van ontwikkelaar Peter Steinberger, werd na de lancering in november 2025 zo populair dat er een run op Mac minis ontstond. Het project heeft inmiddels meer dan 300.000 sterren op GitHub.

AMD niet de enige

AMD is de eerste chipfabrikant die de term “Agent Computer” expliciet introduceert als productcategorie, maar staat niet alleen in de positionering. HP, Lenovo en Asus bieden al systemen aan die zij als “agent-ready” positioneren. AMD onderscheidt zich met de Ryzen AI Max+ 395, die tot 128 GB unified memory ondersteunt — waarvan een groot deel als VRAM in te zetten is voor lokale AI-modellen.
De Framework Desktop wordt door AMD expliciet als geschikte Agent Computer aangewezen, vanwege de ondersteuning voor grote lokale modellen en parallelle multi-agent workloads.

Lokaal versus cloud

Een belangrijk argument in AMD’s positionering is privacy. Niet elke AI-workload hoort volgens het bedrijf thuis in een datacenter van een hyperscaler. Professionals en bedrijven willen controle over hun data en betaalbare AI zonder gebruikslimieten — dat maakt lokale, altijd-aan verwerking volgens AMD een reële behoefte.

Marktanalist Marie-Christine Pygott van CONTEXT typeert het concept als een “hogere versnelling” van de AI-pc: AMD biedt gebruikers feitelijk de keuze tussen hoge geheugencapaciteit voor gelijktijdige agents en snelle inferentie voor tijdkritische taken.

Europa telt meer actieve AI-gebruikers dan de Verenigde Staten, heeft evenveel AI-talent en produceert jaarlijks ongeveer net zoveel nieuwe AI-startups. Toch speelt het continent nauwelijks een rol in het mondiale verhaal over kunstmatige intelligentie. Dat is de centrale paradox in het rapport State of AI in Europe: The Invisible Giant, dat Prosus en Dealroom.co vandaag publiceren op basis van wat zij omschrijven als de meest uitgebreide Europese AI-dataset ooit samengesteld.

De cijfers die het rapport presenteert zijn op het eerste gezicht indrukwekkend. AI-financiering bereikte in Europa in 2025 een record van 21,8 miljard dollar, een stijging van 58 procent in één jaar. Drie van de tien meest geciteerde AI-onderzoekers ter wereld zouden Europees zijn. En met 133 miljoen maandelijkse gebruikers van grote taalmodellen ligt het Europese gebruik volgens de onderzoekers bijna twee keer zo hoog als in de VS.

Maar wie verder leest, ziet het probleem dat Prosus en Dealroom schetsen. Vrijwel alle AI-modellen die Europese gebruikers dagelijks inzetten zijn ontwikkeld in de VS of China. Bijna driekwart van de investeerders achter Europa’s snelstgroeiende AI-bedrijven komt uit de VS. Europa bouwt de bedrijven; anderen worden er eigenaar van.

Drie structurele paradoxen

Het rapport benoemt drie patronen die volgens de auteurs samen verklaren waarom Europa’s sterke fundament zich niet vertaalt in mondiale invloed.

De eerste is de talentparadox. Europa zou ongeveer 325.000 AI-professionals tellen — evenveel als de VS. Maar 53 procent van dat talent werkt in traditionele sectoren zoals industrie en consultancy, tegenover 40 procent in Amerika. Bovendien behoren zes van Europa’s vijftien grootste AI-werkgevers tot Amerikaanse Big Tech-bedrijven. Europees talent werkt dus vaak voor niet-Europese bedrijven, en de kennis stroomt mee.

De tweede is de gebruiksparadox. Met 133 miljoen maandelijkse LLM-gebruikers is Europa qua schaal een wereldmacht, aldus het rapport. Maar omdat de onderliggende modellen elders zijn ontwikkeld, verbeteren Europese gebruikers feitelijk algoritmen die eigendom zijn van Amerikaanse of Chinese partijen. De modellen waarop bedrijven hun dienstverlening bouwen, de cloudinfrastructuur waarop alles draait, de tooling die dagelijks wordt ingezet: het is voor het overgrote deel niet-Europees eigendom. Elke prompt draagt bij aan de modellen van anderen.

De derde is de startupparadox. Europa creëert jaarlijks bijna net zoveel AI-startups als de VS, stellen de onderzoekers. Het probleem zit niet in de oprichting, maar in de groei. Tegen de tijd dat een Europese AI-startup een late financieringsfase bereikt, is 73 procent van de belangrijkste investeerders Amerikaans. Europa incubeert; de VS oogst.

Waar Europa kan winnen

Het rapport blijft niet bij de diagnose. De auteurs wijzen op drie domeinen waar Europa volgens hen een reële kans heeft: open-source AI-modellen, verticale toepassingen voor specifieke sectoren, en de opkomende categorie van zogeheten ‘world models’. Juist in verticale toepassingen — zorg, logistiek, productie, financiële dienstverlening — wegen lokale kennis, taalbeheersing en sectorexpertise zwaarder dan rekenkracht alleen. Daarvoor zijn drie stappen cruciaal, aldus de onderzoekers: meer groeikapitaal mobiliseren, interne Europese barrières verminderen en ondernemers een regelgevend klimaat bieden waarin ze daadwerkelijk kunnen opschalen.

Prosus zet zijn geld op Europa

De cijfers moeten wel met het nodige voorbehoud worden bekeken, want er is een duidelijk belang voor Prosus zelf. De in Amsterdam genoteerde technologie-investeringsgroep heeft eerder aangekondigd meer dan tien miljard dollar in Europese tech te willen investeren, een wereldwijd AI-laboratorium in Amsterdam te willen bouwen en te willen bijdragen aan een Europees ecosysteemspeler van meer dan honderd miljard dollar.

AI verschijnt steeds vaker in communicatieoplossingen die al jaren gemeengoed zijn binnen het mkb. Waar eerder vooral losse tools of experimenten zichtbaar waren, bouwen leveranciers nu functionaliteit direct in hun platforms. Dat verandert de rol van partners, omdat AI minder een los project wordt en meer een standaardonderdeel van dagelijkse communicatie.

Tijdens een gesprek over het portfolio van Enreach schetst Bart Sotthewes, ad interim Head of Productteam, hoe die ontwikkeling zich volgens hem ontvouwt. “Voice vormt voor ons nog altijd het fundament,” zegt hij. “Je ziet dat nieuwe kanalen groeien, maar zodra een gesprek echt belangrijk wordt, grijpen mensen toch vaak terug op bellen. Vanuit dat fundament is AI essentieel.”

Van losse AI-tools naar geïntegreerde functionaliteit

Binnen het portfolio spreekt Enreach over een zogenoemde Smart Contact-benadering, waarbij verschillende onderdelen samenkomen onder één paraplu. Daarin zitten communicatiefunctionaliteiten, AI-toepassingen en integraties met andere systemen.

Volgens Sotthewes ligt de focus niet op complexe implementaties, maar op het wegnemen van drempels voor eindgebruikers en partners. “Veel organisaties willen wel iets met AI, maar weten niet waar ze moeten beginnen. Daarom proberen we het stap voor stap aan te bieden, zodat partners hun klanten geleidelijk kunnen meenemen.”

Een belangrijk onderdeel daarvan is Shomi, een AI-assistent die zich richt op individuele gebruikers. Die kan gesprekken samenvatten, voicemail omzetten naar tekst of actiepunten registreren na een gesprek. “Het idee is dat routinewerk uit handen wordt genomen,” legt Sotthewes uit. “Niet als vervanging van mensen, maar als ondersteuning. Vastleggen en opvolgen gebeurt sneller, en dat helpt gebruikers vooral in drukke werkweken.”

Minder configuratie, meer gebruik

Waar AI-tools in het verleden vaak uitgebreide instellingen vereisten, ligt de nadruk nu op eenvoud. “Shomi is volledig out-of-the-box,” zegt Sotthewes. “Je bestelt een licentie en het werkt. Partners hoeven niet eerst een ingewikkelde configuratie op te zetten.”

Dat heeft volgens hem een praktische reden. Partners zoeken manieren om nieuwe technologie aan te bieden zonder dat hun beheerlast toeneemt. Een oplossing die standaard meedraait binnen bestaande communicatieplatforms kan die stap kleiner maken.

AI wordt binnen Enreach bovendien aangeboden via een pay-as-you-go-model. De functionaliteit zit in de basislicentie, waarna gebruik per minuut wordt afgerekend of kan worden afgekocht. Dat model sluit volgens Sotthewes aan bij de telecomwereld. “Het lijkt in zekere zin op hoe voice zelf werkt. Je gebruikt wat je nodig hebt, en als het intensiever wordt, kun je overstappen op een vaste bundel.”

Retentie en nieuwe marges

Voor partners draait de vraag vaak om meer dan technologie alleen. Hoe draagt AI bij aan klantbinding of omzet? Sotthewes ziet daar meerdere effecten. “Een klant die meer functionaliteiten gebruikt binnen dezelfde oplossing blijft meestal langer. De kans dat iemand overstapt wordt kleiner zodra op meerdere vlakken waarde wordt geleverd vanuit de oplossing en partner.”

Daar komt volgens hem een financieel aspect bij. Hoewel de basislicentie niet verandert, ontstaat er wel marge op daadwerkelijk gebruik. “Als een klant Shomi actief inzet, ontstaat er variabele omzet. En zodra het gebruik groeit, wordt een vaste bundel interessant. Dat geeft partners een extra inkomstenstroom.”

AI als geheugensteun

Een opvallend gebruiksscenario ligt volgens Sotthewes in dagelijkse werkprocessen, buiten traditionele contactcenters. Denk aan medewerkers die onderweg zijn of meerdere klantgesprekken op een dag voeren. “Je kunt Shomi bellen terwijl je in de auto zit en taken inspreken,” legt hij uit. “Daarna krijg je een samenvatting met actiepunten in je mail of CRM. Dat helpt vooral mensen die weinig tijd hebben om notities te maken.”

Ook binnen klantenserviceomgevingen ziet hij toepassingen. Samenvattingen van gesprekken kunnen automatisch worden opgeslagen, zodat collega’s sneller inzicht krijgen in eerdere contactmomenten. Daarmee verschuift AI van een experimenteel hulpmiddel naar een praktische ondersteuning in bestaande workflows.

Europese positionering en dataverwerking

Een ander punt dat tijdens het gesprek naar voren komt, is de locatie van data. AI-functionaliteit blijft volgens Sotthewes binnen het eigen platform en binnen een Europese context. “Voor veel klanten is dat een belangrijk thema,” zegt hij. “Zeker nu data-soevereiniteit vaker ter sprake komt.”

Die positionering speelt mee in gesprekken met partners die actief zijn in sectoren waar regelgeving een rol speelt. Integraties met CRM-systemen en andere bedrijfssoftware blijven daarbij een speerpunt.

De volgende stap: agentic AI

Vooruitkijkend verwacht Enreach dat AI minder afhankelijk wordt van losse opdrachten en meer zelfstandig processen uitvoert. Sotthewes spreekt over een ontwikkeling richting agentic AI. “Nu zie je vaak transcriptie met een laagje intelligentie erbovenop. Wij werken naar oplossingen die begrijpen wat een gebruiker bedoelt en daar zelfstandig acties aan koppelen.”

Een voorbeeld daarvan is een digitale receptionist die gesprekken kan aannemen, terugbelnotities kan aanmaken en CRM-gegevens kan bijwerken. Volgens Sotthewes gaat het daarbij niet om vervanging van medewerkers. “Veel organisaties willen dat klanten uiteindelijk een mens kunnen spreken. AI kan wel de druk verlagen door standaardtaken over te nemen.”

Ook beheerprocessen kunnen volgens hem veranderen. Wanneer nieuwe medewerkers worden toegevoegd, zou een agentic oplossing automatisch de juiste configuraties kunnen aanpassen zonder handmatige stappen, wat partners veel tijd bespaart op het beheer van klanten.

Verticale toepassingen in opkomst

Naast generieke functionaliteit kijkt Enreach naar sectorgerichte toepassingen. Integraties met branchespecifieke software moeten ervoor zorgen dat partners sneller oplossingen kunnen aanbieden die aansluiten op de dagelijkse praktijk. In sectoren als zorg, recruitment, tandheelkunde en automotive hebben we al specifieke toepassingen met partners ontwikkeld.

“Het doel is dat partners minder maatwerk hoeven te doen,” zegt Sotthewes. “Als bepaalde workflows al vooraf zijn ingericht voor een branche, wordt de adoptie eenvoudiger.”

AI als onderdeel van het communicatieplatform

De rode draad in het gesprek is dat AI steeds minder een losse toevoeging wordt en meer een ingebouwde laag binnen communicatieoplossingen. Voor partners betekent dat volgens Sotthewes een verandering in hoe diensten worden gepositioneerd. “Veel klanten vragen zich af wat ze met AI moeten. Door het onderdeel te maken van iets wat ze al gebruiken, wordt de stap kleiner.”

Of die aanpak breed aanslaat, zal de komende jaren blijken. Duidelijk is wel dat AI zich steeds verder verplaatst van experimentele tools naar dagelijkse functionaliteit, ingebed in platforms die al jarenlang de basis vormen van zakelijke communicatie.

 

Kunstmatige intelligentie is vooral een digitaal fenomeen: het analyseert data, genereert tekst en neemt beslissingen achter een scherm. Dat verandert nu snel. Een nieuwe generatie AI-systemen opereert in de fysieke wereld, stuurt robots aan, navigeert autonome voertuigen en beheert slimme fabrieken. De term die opkomt voor dit fenomeen is physical AI, en het is meer dan marketingjargon.

Physical AI verwijst naar AI-systemen die niet alleen digitale output produceren, maar ook handelen in de fysieke wereld. Ze nemen via sensoren waar wat er om hen heen gebeurt, verwerken die informatie in realtime en sturen vervolgens hardware aan: motoren, grijparms, rijsystemen, drones. Het gaat dus niet om slimmere software alleen, maar om de combinatie van intelligentie en lichamelijkheid.

De term wordt actief gepromoot door chipgigant NVIDIA, wiens CEO Jensen Huang physical AI in 2024 uitriep tot de volgende grote golf in technologie. Dat is natuurlijk geen toeval: NVIDIA investeert fors in robotica-infrastructuur via zijn Isaac-platform, dat ontwikkelaars in staat stelt om AI-modellen te trainen in gesimuleerde omgevingen en die vervolgens in fysieke systemen uit te rollen. Maar de term beschrijft een bredere beweging die allang gaande is.

Van industriehal tot operatiekamer

De toepassingen van physical AI zijn breed. In de industrie werken cobots, samenwerkende robots, allang naast mensen op de werkvloer. Bedrijven als ABB, Fanuc en Kuka leveren systemen die zich aanpassen aan variabele omstandigheden in plaats van vaste handelingen te herhalen. In logistiek en e-commerce automatiseren magazijnrobots van bedrijven als Ocado en Amazon de verwerking van bestellingen op een schaal die menselijke arbeid niet kan bijbenen.

Autonome voertuigen zijn misschien het bekendste voorbeeld. Tesla en Waymo proberen al jaren volledig zelfrijdende auto’s op de openbare weg te brengen, met wisselend succes. Maar in afgesloten omgevingen, zoals havens, mijnbouw en luchthavens, rijden autonome voertuigen al op grote schaal. De medische sector zet physical AI in voor chirurgische robots en revalidatiesystemen, waarbij precisie letterlijk een kwestie van leven en dood is.

De nieuwste categorie zijn humanoid robots: mensachtige machines die general-purpose taken moeten uitvoeren in omgevingen die voor mensen zijn ontworpen. Figure AI, Agility Robotics en Tesla met zijn Optimus-robot werken aan systemen die trappen kunnen lopen, dozen kunnen pakken en gereedschap kunnen gebruiken. De beelden zijn indrukwekkend; de praktische inzetbaarheid op grote schaal is nog beperkt, maar de ontwikkeling gaat snel.

Waarom nu, en niet tien jaar geleden?

Robotica bestaat al decennia. Wat maakt het nu anders? Drie ontwikkelingen komen samen. Ten eerste zijn foundation models volwassen geworden. De grote taal- en beeldmodellen die de afgelopen jaren zijn ontwikkeld, geven robots een veel rijker begrip van hun omgeving en van instructies in gewone taal. Een robot hoeft niet meer geprogrammeerd te worden voor elke specifieke taak; hij kan een opdracht begrijpen en zelf redeneren over hoe die uit te voeren.

Ten tweede zijn sensoren en chips goedkoper en krachtiger geworden. Lidar, die vroeger tienduizenden euro’s kostte, is nu beschikbaar voor een fractie van die prijs. Gespecialiseerde AI-chips kunnen enorme hoeveelheden sensordata in realtime verwerken. Ten derde maakt simulatietechnologie het mogelijk om AI-systemen op grote schaal te trainen zonder de kosten en risico’s van experimenten in de fysieke wereld. De zogenoemde sim-to-real gap, het verschil tussen gesimuleerde en echte omstandigheden, is nog steeds een uitdaging, maar wordt kleiner.

Waar raakt dit de IT-sector?

Voor IT-dienstverleners is physical AI op dit moment grotendeels een achtergrondtrend, iets om te begrijpen en te volgen. De kern van physical AI, het bouwen en trainen van robots, is het domein van gespecialiseerde fabrikanten en systeemintegratoren. Maar naarmate physical AI-systemen breder worden ingezet, komen ze te draaien op infrastructuur die wél het domein is van IT-dienstverleners.

De meest concrete haak is de convergentie van OT en IT. Operationele technologie, de systemen die fabrieken, energiecentra en gebouwen aansturen, was lange tijd een aparte wereld met eigen protocollen en eigen beheer. Physical AI versnelt de integratie van OT en IT, omdat slimme fysieke systemen nu verbonden zijn met netwerken, cloudinfrastructuur en beveiligingsoplossingen. Dat creëert nieuwe kwetsbaarheden en nieuwe beheervragen, op een terrein waar veel organisaties nog nauwelijks ervaring hebben.

Daarnaast groeit de vraag naar edge computing. Robots en autonome systemen verwerken enorme hoeveelheden data lokaal, omdat het sturen van al die sensorinformatie naar de cloud te traag is voor realtime beslissingen. Wie verantwoordelijk is voor het beheer, de beveiliging en de beschikbaarheid van die edge-infrastructuur, is een vraag die steeds vaker op tafel komt bij organisaties die physical AI gaan inzetten.

Thought leadership

Physical AI is geen hype die volgende maand alweer vergeten is. Het is een structurele verschuiving in hoe AI wordt toegepast, met een tijdshorizon van vijf tot tien jaar voor brede maatschappelijke impact. Organisaties die nu al nadenken over de implicaties, of het nu gaat om beveiliging, infrastructuur of de vraag hoe je medewerkers en robots laat samenwerken, zijn straks beter voorbereid dan wie wacht tot de robots daadwerkelijk voor de deur staan.

Houd physical AI dus in de gaten, als context voor gesprekken met klanten in de industrie, logistiek en zorg. Wie nu weet te vertellen wat physical AI is, wat het vraagt van infrastructuur en beveiliging, en welke risico’s er kleven aan de integratie van OT en IT, bouwt aan een positie die over een paar jaar heel relevant blijkt.

Ergens in de afgelopen jaren is compliance van urgent naar vermoeiend gegaan. De stapel normen, frameworks en verplichtingen is alleen maar hoger geworden, tot het punt dat organisaties er niet meer doorheen kijken. NIS2, ISO 27001, AVG, BIO, DORA: elk framework heeft zijn eigen taal, zijn eigen checklists en zijn eigen auditcyclus. Voor een mkb-klant met een kleine IT-afdeling en een directeur die al tien andere ballen in de lucht houdt, is het resultaat voorspelbaar: afhaken.

Als msp sta je daar middenin. Je weet dat governance noodzakelijk is. Je klant weet het ook, in theorie. Maar de praktijk is dat goede bedoelingen verzanden in halve trajecten, uitgestelde audits en documentatie die niemand meer bijhoudt.

Waarom klanten afhaken

Compliance-moeheid heeft een duidelijke oorzaak. De eisen zijn gestapeld zonder dat de capaciteit om ze te verwerken is meegegroeid. Elke nieuwe wet- of regelgeving wordt gepresenteerd als prioriteit, met deadlines en sancties als stok achter de deur. Wat er zelden bij wordt verteld, is hoe je dat rijmt met alles wat er al lag.

Daar komt bij dat veel frameworks zijn ontworpen voor grotere organisaties, met dedicated compliance-afdelingen en juridische teams. De vertaling naar mkb-schaal is vaak niet goed geregeld. Het resultaat is dat klanten zich verloren voelen in terminologie en vereisten die niet aansluiten bij hun dagelijkse realiteit.

Een derde factor is het gebrek aan zichtbaar resultaat. Compliance voelt abstract. Je hebt veel werk verzet, documenten ingevuld, beleid vastgesteld, maar je hebt niks tastbaars in handen. Geen betere beveiliging die je kunt aanwijzen, geen probleem dat je hebt opgelost. Die demotiverende werking onderschatten veel adviseurs.

Governance is geen project

Een veelgemaakte denkfout – bij klanten én bij msp’s – is dat governance een project is met een begin en een einde. Je doorloopt een traject, je haalt een certificering, en dan is het klaar. Die aanpak werkt niet, en klanten merken dat ook. Na het behalen van een certificering neemt de druk even af, maar een jaar later staat alles weer op de agenda en is er niets structureel veranderd.

Governance werkt alleen als continu proces, ingebed in de dagelijkse operatie. Dat klinkt zwaarder dan het is. Het betekent niet dat er elke week een audit plaatsvindt, maar dat de basisafspraken (wie heeft toegang waartoe, wat wordt gelogd, hoe worden incidenten afgehandeld) geborgd zijn in de manier waarop de omgeving wordt beheerd.

Voor msp’s betekent dat een andere rol: minder adviseren, meer uitvoeren. Veel governancevereisten zijn technisch vertaalbaar: toegangsbeheer via conditional access, logging via een SIEM, patchbeleid via geautomatiseerde uitrol. Wie dat goed inricht, levert governance als bijproduct van goed beheer, een veel sterkere propositie dan een losstaand compliance-traject.

Prioriteren is het echte werk

Niet alles kan tegelijk. Dat is een simpele waarheid die in compliance-gesprekken zelden hardop wordt uitgesproken, omdat adviseurs bang zijn dat klanten die ruimte aangrijpen om niets te doen. Maar het omgekeerde is ook een risico: wie alles tegelijk wil aanpakken, bereikt niets.

Effectief prioriteren begint bij risico’s. Welke data is het meest gevoelig? Welke systemen zijn het moeilijkst te herstellen na een incident? Waar zit de grootste blootstelling? Die vragen leveren een korte lijst op van maatregelen die er echt toe doen. Daarna komen de frameworks vanzelf in beeld als toetsingskader.

Fasering helpt ook bij draagvlak. Een klant die in zes maanden drie concrete verbeteringen ziet, zoals betere toegangscontrole, werkende back-ups die getest zijn, een duidelijk beleid voor mobiele apparaten, is bereid om door te gaan. Een klant die een jaar heeft gewerkt aan een ISO-traject zonder tastbaar resultaat, haakt af.

De taal die werkt

Een deel van de compliance-moeheid zit in de communicatie. Frameworks spreken in termen van controls, risicoclassificaties en beheersdoelstellingen. Directeuren van mkb-bedrijven denken in continuïteit, aansprakelijkheid en kosten. Die vertaalslag kan lastig zijn.

Leg dus niet uit wat NIS2 vereist, maar wat er gebeurt als een leverancier via jullie omgeving wordt gecompromitteerd. Praat niet over een datalekprocedure, maar over wat je doet in de eerste vier uur na een ransomware-aanval en wie dan de telefoon oppakt. Die framing maakt risico’s voelbaar en compliance bespreekbaar.

Het helpt ook om te benoemen wat je níet gaat doen. Een expliciete keuze om iets te parkeren, met een onderbouwing, geeft klanten het gevoel dat er nagedacht is, in plaats van dat ze worden overspoeld.

Van vinkjes naar volwassenheid

Het einddoel van governance is niet een gevuld auditdossier. Het is een organisatie die weet wat zijn kroonjuwelen zijn, wie toegang heeft tot wat, hoe te reageren als het misgaat en wie daarvoor verantwoordelijk is. Dat klinkt als vanzelfsprekend, maar de meeste mkb-organisaties hebben daar geen helder antwoord op.

Volwassenheid in governance bouw je stap voor stap op. Een maturity-model, hoe rudimentair ook, helpt klanten om te zien waar ze staan en wat de volgende stap is. Dat geeft richting aan gesprekken en maakt voortgang zichtbaar, ook als er geen certificering aan vastzit.

Voor msp’s is dat ook een kans om de relatie te verdiepen. Wie governance begeleidt als continu proces en niet als losstaand project, is structureel onderdeel van de bedrijfsvoering van de klant. Dat is een andere positie dan de partij die een keer per jaar een rapport oplevert.

De wereldwijde smartphoneverkoop daalt dit jaar met 7% door een tekort aan geheugen en stijgende prijzen. Vooral goedkope toestellen onder de 100 dollar worden hard geraakt met een krimp van bijna 31%. In het slechtste geval kan de markt met meer dan 15% krimpen. De mondiale smartphonemarkt staat onder flinke druk door een combinatie van geheugenschaarste en prijsstijgingen. Marktonderzoeker Omdia verwacht dat de wereldwijde smartphoneleveringen in 2026 met ongeveer 7% dalen ten opzichte van het voorgaande jaar.

Volgens Omdia zijn de problemen ontstaan door krapte in het geheugenaanbod en gestegen prijzen, waardoor fabrikanten geconfronteerd worden met hogere productiekosten. Geheugen vormt inmiddels een aanzienlijk groter deel van de totale kostprijs van smartphones, wat de winstgevendheid onder druk zet.

Smartphonefabrikanten hebben al sinds het vierde kwartaal van 2025 de verkoopprijzen verhoogd om hun marges op peil te houden. Deze prijsverhogingen remmen echter de vraag af, vooral in prijsgevoelige opkomende markten.

Slechtste scenario nog ernstiger

Omdia waarschuwt dat de situatie nog verder kan verslechteren. Als de geheugenmarkt verder verkrapt door aanhoudende vraag vanuit AI-datacenters en geopolitieke spanningen toenemen, kan de marktdaling oplopen tot ruim 15%. Dat zou een grotere terugval betekenen dan de historische krimp van 12% in 2022.

De impact verschilt sterk per prijssegment. Hoofdanalist Zaker Li van Omdia stelt dat toestellen onder de 100 dollar het zwaarst worden geraakt, met een verwachte daling van bijna 31% op jaarbasis. Dit komt door de zware margedruk waarmee fabrikanten in dit ultra-goedkope segment te maken hebben.

Het middensegment van 100 tot 399 dollar – het kern-volumesegment van de wereldmarkt – krimpt eveneens doordat stijgende geheugenprijzen de winkelprijs opdrijven. Fabrikanten in dit segment zijn sterk afhankelijk van LPDDR4X-geheugen, opereren op dunne marges en hebben vaak een lagere prioriteit in de geheugentoeleveringsketen.

Het premiumsegment boven de 800 dollar vormt de uitzondering met een verwachte groei van ongeveer 4%. Apple en Samsung profiteren volgens Omdia van hun sterke merkpositie, betere supply-chainrelaties en – in het geval van Samsung – eigen halfgeleidercapaciteit.

Gevolgen voor toeleveringsketen

De veranderende kostenomgeving heeft impact op de gehele smartphonetoeleveringsketen. Leveranciers van mid- en low-end onderdelen zoals chipsets en cameramodules krijgen te maken met dalende orders en toenemende prijsdruk nu de vraag naar instapmodellen afneemt.

Fabrikanten reageren door productconfiguraties te vereenvoudigen en productiekosten strakker te bewaken. De volatiliteit in geheugenprijzen dwingt merken tot kortetermijnproductieplanning en kleinere ordervolumes. Voor kleinere ODM’s en gespecialiseerde componentleveranciers neemt het consolidatierisico toe. Omdia verwacht dat consumenten dit jaar langer vasthouden aan hun huidige toestel, waardoor de vervangingscyclus verder vertraagt.

Apple heeft deze week in hoog tempo een reeks nieuwe producten aangekondigd. Voor IT-dienstverleners en zakelijke gebruikers zijn vooral de vernieuwde MacBook-lijn en de bijgewerkte chipgeneratie relevant, met volgens Apple forse prestatieverbeteringen op het gebied van AI-verwerkingscapaciteit.

MacBook Pro met M5 Pro en M5 Max

De meest substantiële update voor professionele gebruikers is de nieuwe MacBook Pro met M5 Pro en M5 Max. Beide chips beschikken over een nieuwe CPU-architectuur, een next-generation GPU met een Neural Accelerator in elke kern en hogere unified memory-bandbreedte. Apple stelt dat dit resulteert in tot viermaal de AI-prestaties ten opzichte van de vorige generatie, en tot viermaal snellere LLM-verwerking vergeleken met M4 Pro en M4 Max.

De nieuwe MacBook Pro start met 1TB opslag bij M5 Pro en 2TB bij M5 Max, en bevat de N1-chip voor Wi-Fi 7 en Bluetooth 6. De batterijduur loopt volgens Apple op tot 24 uur. Thunderbolt 5-connectiviteit blijft aanwezig.

MacBook Air met M5

De nieuwe MacBook Air met M5 komt standaard met 512GB opslag — dubbel ten opzichte van de vorige generatie — en is configureerbaar tot 4TB. Ook hier is de N1-chip aanwezig voor Wi-Fi 7 en Bluetooth 6. De prijs stijgt met $100: de 13-inch begint nu op $1.099, de 15-inch op $1.299.

Studio Display en Studio Display XDR

Apple vernieuwde ook zijn displaylijn. De Studio Display XDR vervangt de Pro Display XDR en biedt een 27-inch 5K Retina XDR-scherm met mini-LED-achtergrondverlichting, 2000 nits piekhelderheid en een verversingssnelheid van 120Hz. Beide displays bieden Thunderbolt 5-connectiviteit en een 12MP Center Stage-camera. De Studio Display begint op $1.599, de XDR op $3.299.

iPhone 17e en iPad Air

De iPhone 17e draait op de A19-chip en de C1X-modem, die volgens Apple tot tweemaal sneller is dan de C1 in de iPhone 16e. Het instapmodel start nu met 256GB opslag en ondersteunt MagSafe. De nieuwe iPad Air met M4 is beschikbaar in 11- en 13-inch formaat, ondersteunt Wi-Fi 7 en 5G via de N1- en C1X-chips, en behoudt dezelfde vanafprijzen als de vorige generatie.

Vandaag mogelijk nog meer

Apple houdt vandaag mediasessies in New York, Londen en Shanghai. Lekken wijzen op de aankondiging van een goedkopere MacBook — mogelijk de MacBook Neo — in meerdere kleuropties, mogelijk vergezeld van een vernieuwd instap-iPad. Of die aankondiging vandaag ook daadwerkelijk volgt, is op het moment van publicatie nog niet bevestigd.

Pre-orders voor de nieuwe MacBooks, displays, iPhone 17e en iPad Air zijn vanaf vandaag mogelijk; levering start op 11 maart.