De omzet van ICT-dienstverleners is ook in het tweede kwartaal gestegen. De omzet stijgt nu al twaalf kwartalen op rij. Dat blijkt uit cijfers van het CBS.

De omzet is in het tweede kwartaal met 9 procent gestegen. Dat is maar net onder de stijging van zakelijke dienstverlening als geheel, dat een groei van ruim 10 procent realiseerde. De omzetstijging was in alle branches wel minder dan in het kwartaal ervoor, zegt het CBS. De omzetgroei onder ICT-dienstverleners is nu al sinds 2013 alleen onderbroken door het tweede kwartaal van 2020.

 

Zoekmachine Google bestaat 25 jaar. In die relatief korte tijd is de wereld mede dankzij Big Tech ingrijpend veranderd. Hoe kon Google uitgroeien tot de reus Alphabet van vandaag?

Zoals veel technologiebedrijven begon ook Google in een garage. Stanford studenten Larry Page en Sergey Brin runden eind jaren 90 een kleine startup die zich bezighield met het vinden van informatie op het alsmaar groeiende world wide web. Zij waren niet de enige. Wie op zoek was naar informatie maakte meestal gebruik van AltaVista of Lycos. Deze sites indexeerden de informatie op webpagina’s, zodat wie zocht naar een bepaald woord, alle pagina’s met dat woord te zien kreeg. Vervolgens was het een soort ‘hit or mis’ of de juiste informatie daar ook echt tussen stond.

PageRank

De reden dat Google vrij snel succesvol werd, was omdat mensen daadwerkelijk de pagina’s voorgeschoteld kregen waar ze naar op zoek waren. En de doorbraak die daarvoor zorgde was het indexeren op basis van relevantie. Eerst was dit nog vrij grof: hoe meer links naar een bepaalde pagina, hoe belangrijker de inhoud, was het basisidee. Het is duidelijk dat dit vrij gemakkelijk voor de gek te houden is. ‘Linkruil’ werd een van de belangrijkste wapens om hoger in de zoekresultaten van Google te komen. De ‘pagerank’ was de heilige graal van contentmakers.

Googol -> Google

De naam Google is een verbastering van de wiskundige term ‘googol’. Dit is de aanduiding voor het getal 1­100, een 1 met honderd nullen. De oprichters wilden daarmee aanduiden dat de nieuwe zoekmachine heel veel informatie kon bevatten.

 

Meest bezochte website

Inmiddels heeft Google veel meer in zijn mars, zoals specialisten in ‘Search Engine Optimalisation’ (SEO) maar al te goed weten. Het huidige algoritme van Google gebruikt veel meer dan alleen de ingaande en uitgaande links. Zelfs het optimaliseren van tekst met zoekwoorden is minder belangrijk geworden. Voor schrijvers en journalisten, zoals ook de redactie van ChannelConnect, is het fijn om te weten dat tegenwoordig ook de inhoud ertoe doet, en dat we niet meer (alleen) schrijven op zoekwoorden. Inmiddels loopt ruim 90 procent van alle zoekacties op het internet via Google. Het maakt van google.com de meest bezochte website ter wereld.

Het heeft het bedrijf geen windeieren gelegd. Google (waarvan het moederbedrijf Alphabet is gedoopt) is uitgegroeid tot een van de eerste bedrijven die we inmiddels betitelen als ‘Big Tech‘ en die ons dagelijkse leven verregaand bepalen. In dat rijtje horen ook Meta (Facebook, Instagram, Whatsapp), Amazon, Apple en (afhankelijk van wie je het vraagt) ook Microsoft.

Met stip binnengekomen: Nvidia

Het hoofdkantoor van Nvidia in Santa Clara.

 

De definitieve doorbraak van AI in tech, nu ook zichtbaar buiten bedrijfstoepassingen, betekent een verschuiving in de verhoudingen van Big Tech. De maker van GPU’s Nvidia is met stip binnengekomen in de lijst van grote techbedrijven met veel invloed in het dagelijks leven. Dat komt omdat de processoren van het bedrijf ideaal zijn om grote hoeveelheden data te analyseren en te ordenen. Dit is nodig om kunstmatige intelligentie te trainen. de komende jaren zijn dit soort processoren heel veel nodig, en de verwachting is dat de omzetten van Nvidia door het dak zullen gaan.

 

Inmiddels is Google natuurlijk veel meer dan alleen de zoekmachine. Het is eigenaar van YouTube, heeft een e-mail service, Gmail, ook als onderdeel van een desktopsuite, WorkSpace. Daarnaast zijn er nog Google Maps en natuurlijk het Android besturingssysteem.

Google is een van de machtigste bedrijven binnen Big Tech. Als de de facto index voor het internet kunnen we eenvoudig niet om de zoekmachine heen. Wie video’s wil kijken, komt automatisch bij YouTube uit. Concurrentie is er nauwelijks. Datzelfde geldt trouwens voor Meta, dat met Facebook, Instagram en Whatsapp bijna net zoveel invloed heeft op het dagelijks leven als Google. Zo heeft Big Tech de maatschappij aardig in de greep.

Opvallend wit design

De homepage van google.com in 2023.

 

Eind jaren negentig hadden websites vaak een nogal bont uiterlijk. Google viel op omdat het nauwelijks kleur op de site had en, behalve het zoekveld, vrijwel leeg was. Dat heeft goed uitgepakt, maar was niet vooropgezet. De programmeurs achter de website hadden geen ervaring met html.

 

Gespannen relatie met privacy

Bij alle activiteiten van Google staat nog steeds één ding voorop: het verzamelen van zoveel mogelijk data van gebruikers. Welke informatie wordt het meest gezocht? Welke video’s het meest bekeken? Welke routes leggen mensen af? En dat allemaal om zoveel mogelijk dwarsverbanden te kunnen leggen die moeten leiden tot gebruikersprofielen. Het bezorgt moederbedrijf Alphabet een winst van 60 miljard US dollar op een omzet van 283 miljard (2022) aan advertentie-inkomsten.

De wereld lijkt inmiddels wel deels wakker geschud. De bescherming van privacy krijgt op veel plekken meer aandacht en het lijkt erop dat techbedrijven niet meer ongemerkt hun gang kunnen blijven gaan. Helaas is de sociale mediaverslaving van de gemiddelde online consument nogal hardnekkig.

Google Bard

De toekomst van Alphabet ziet er rooskleurig uit. Zoeken zullen we altijd blijven doen op internet, en ook op het gebied van AI heeft het bedrijf goede papieren. Al was er behoorlijk wat paniek begin dit jaar toen er plotseling een bruikbare chatrobot live ging, nota bene van een startup waarvan nogal wat mensen afkomstig waren van Google. Inmiddels heeft het bedrijf een behoorlijke inhaalslag gemaakt. Aan het rijtje Gmail, Maps, YouTube, kunnen we inmiddels ook Bard toevoegen.

 

Microsoft kondigt aan dat het bedrijf stopt met het bundelen van het samenwerkingsplatform Teams met Microsoft 365 en Office 365. Microsoft hoopt hiermee de Europese Commissie voor te zijn, die al langere tijd de concurrentiepositie van het bedrijf onder de loep heeft.

Het onderzoek van de EU richt zich op twee aspecten. De bundeling van Teams met Office leidt automatisch tot hogere prijzen. Maar niet elke organisatie heeft Teams nodig, of ze gebruiken een andere tool, waardoor deze bedrijven duurder uit zijn dan nodig. Het tweede aspect is het gebrek aan samenwerkingsmogelijkheden tussen tools van derden en Office.

Met ingang van 1 oktober komen er versies van Microsoft 365 en Office 365 zonder Teams. Dat bespaart de mkb-bedrijven tussen de 1 en 2 euro per maand per gebruiker, afhankelijk van de licentie. Moet Teams dan later toch worden aangeschaft, dan kost dat 5 euro per gebruiker per maand. Microsoft biedt dus geen bundels meer inclusief Teams. Voor bestaande gebruikers die Teams echt nodig hebben, verandert er niets. Hun bestaande bundel houdt dezelfde prijs (afgezien van eventuele jaarlijkse prijsaanpassingen), inclusief Teams.

Samenwerking met derden

Om eventuele boetes op het tweede aspect – samenwerking met applicaties van derden – voor te zijn, belooft Microsoft dat het betere ondersteuning gaat bieden en dat het ontwikkelen van apps die integreren met de Microsoft suites gemakkelijker gaat maken. Het bedrijf zal onder meer zijn API’s beter documenteren, zodat bedrijven als Zoom en Salesforce nauwer kunnen samenwerken met Exchange, Outlook, en zelfs met Teams zegt Microsoft.

Omgekeerd hebben bedrijven aangegeven dat ze de Microsoft applicaties als Word, Excel en PowerPoint gemakkelijker willen kunnen integreren in hun eigen applicaties. Volgens Microsoft is daar behoefte aan, ook al zijn de bestandsformaten van de Office-applicaties een open standaard, zodat bewerken in andere applicaties meestal geen probleem is. “We krijgen verzoeken van onze concurrenten, vooral concurrenten van Teams, dat ze liever gebruik zouden willen maken van onze applicaties en functionaliteiten dan deze zelf te ontwikkelen,” schrijft Microsoft. Het bedrijf gaat daarom ‘een nieuwe methode ontwikkelen om Office web applicaties te hosten in andere apps, vergelijkbaar met hoe dat nu werkt in Teams’.

 

De politie en het Openbaar Ministerie hebben afgelopen week een van de grootste botnets ter wereld onschadelijk gemaakt. In een gezamenlijke operatie met de zes andere landen is Qakbot uit de lucht gehaald.

De FBI in de VS slaagde erin om vrijdagnacht de controle over Qakbot over te nemen. Daardoor werden de servers achter het botnet uitgeschakeld. In Nederland werden daarbij 22 servers in datacentra in beslag genomen. De geïnfecteerde computers van nietsvermoedende bedrijven en particulieren zijn bij de operatie via een update schoongemaakt, waarbij de Qakbot-malware werd verwijderd. Volgens justitie werden alleen al het afgelopen jaar 700 duizend computers wereldwijd ontdekt met de malware.

Het bijzondere aan Qakbot is dat het een modulaire variant van malware is. Deze kan eenvoudig worden gebruikt voor steeds weer nieuwe aanvallen. De beheerders van het botnet gaven daarvoor tegen betaling steeds andere criminelen toegang tot de besmette computers. Volgens het OM werd de malware achter Qakbot sinds 2008 vooral verspreid via phishing mails.

De operatie werd tegelijkertijd uitgevoerd door de autoriteiten in de VS, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Roemenië, Litouwen en Nederland.

 

Ruim 80 procent van de organisaties in Nederland wil ChatGPT en andere generatieve AI-toepassingen van zakelijke apparaten weren. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van BlackBerry.

Wereldwijd ligt dit percentage op 75 procent. Daarnaast geeft bijna tweederde (65%) van de Nederlandse organisaties aan dat dit verbod bedoeld is voor de lange termijn óf zelfs permanent. Volgens de onderzoekers blijkt hieruit dat er nog steeds veel onzekerheid en onwetendheid heerst over generatieve AI-oplossingen.

De meerderheid van de Nederlandse bedrijven erkent wel dat generatieve AI-toepassingen op de werkplek efficiëntie (56%) en innovatie (52%) verhogen, en creativiteit (50%) verbeteren. Als het gaat over de inzet van generatieve AI-tools om cybersecurity te verbeteren, is een grote meerderheid van de Nederlandse respondenten (78%) voorstander om AI wel in te zetten. Tegelijkertijd blijkt uit het onderzoek dat 78 procent van de Nederlandse IT-beslissers het ermee eens is dat organisaties mogen bepalen welke apps op zakelijke apparaten van medewerkers gebruikt mogen worden.

Het onderzoek werd in de maanden juni en juli 2023 uitgevoerd door OnePoll namens BlackBerry onder 2.000 IT-beslissers in Noord-Amerika (VS en Canada), Europa (VK, Frankrijk, Duitsland en Nederland), Japan en Australië.

Cybercriminelen verleggen hun aandacht naar kleinere bedrijven. Tegelijk lijkt het risicobewustzijn onder het mkb af te nemen. Dat blijkt uit onderzoek van ABN AMRO. 

Meer dan driekwart van de bedrijven heeft weleens te maken gehad met cybercriminaliteit, schrijven de onderzoekers. De toename onder mkb’ers, met een jaaromzet van minder dan 10 miljoen, gaat opvallend snel. Vorig jaar was ‘slechts’ 39 procent van de ondervraagden het doelwit van cybercriminelen. Inmiddels is dit percentage bijna verdubbeld, naar 80 procent. Hiermee zijn de aanvallen in het mkb-segment voor het eerst dieper doorgedrongen dan in het grootbedrijf. Hier heeft 75 procent van de ondervraagden te maken gehad met cybercriminaliteit. Voor zzp’ers is dit percentage 69 procent.

Phishing

De cyberaanvallen doen zich in allerlei gedaanten voor. ‘Phishing’ is de meest voorkomende gedaante. Meer dan de helft, 66 procent, van de panelleden heeft hier weleens mee te maken gehad. Cybercriminelen proberen via e-mails, sms- of Whatsapp-berichten en telefoontjes mensen te verleiden om een actie uit te voeren die later schadelijk blijkt te zijn.

Cybercriminelen grijpen ook naar AI, dat een hulpmiddel blijkt om overtuigende phishing-mails schrijven, of om een gekloonde stem van een CEO na te bootsen. Phishing is steeds vaker niet het einddoel, maar juist het begin van een grotere aanval. De buitgemaakte gebruikersnamen en wachtwoorden van IT-systemen en mailaccounts kunnen worden gebruikt om verder in systemen van organisaties binnen te dringen.

Ketenaanval

Kwaadwillenden richten zich in toenemende mate op IT-leveranciers, zoals cloudbedrijven, IT-dienstverleners en softwareontwikkelaars. Dat is niet alleen vervelend voor de betrokken bedrijven, maar levert ook risico op voor een veel bredere set aan slachtoffers: de klanten en toeleveranciers van de aangevallen bedrijven.

De onderzoekers geven als voorbeeld de aanval in 2021 met gijzelsoftware op logistiek bedrijf Bakker, die voor lege kaasschappen zorgde bij Albert Heijn. Het incident, ook wel bekend als de ‘kaas-hack’, begon bij een lek in Microsoft Exchange Server, een veelgebruikte mailserver voor organisaties.

Cybercriminelen spelen ook op andere manieren in op de afhankelijkheden binnen toeleveringsketens. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) ziet dat gijzelsoftware-aanvallen steeds vaker gepaard gaan met ‘tweevoudige’ of ‘drievoudige afpersing’. Waar bij een ‘gewone’ ransomware-aanval de toegang tot gegevens of systemen wordt afgesloten en deze na betaling van losgeld weer worden vrijgegeven, voegt tweevoudige afpersing extra urgentie toe door te dreigen met publicatie van data als niet wordt betaald. Dit kan schadelijk zijn voor leveranciers, partners en klanten. Bij drievoudige afpersing worden deze derden direct in het verhaal betrokken, en krijgen ook zij een losgeldeis opgelegd.

Risicoperceptie

Terwijl het percentage mkb’ers en zzp’ers dat te maken heeft gehad met een aanval snel toeneemt, blijkt de risicoperceptie binnen deze groep juist gedaald. Hoewel het niet gaat om een sterke daling, loopt de risico-inschatting van deze bedrijven sterk uit de pas met de daadwerkelijke dreiging, zeggen de onderzoekers.

Onder de grootste organisaties – met een jaaromzet van 10 miljoen euro of meer – laat de risicoperceptie juist een duidelijke stijging zien: achtte in 2022 nog 41 procent
van de ondervraagden cybercriminaliteit een “groot” of “heel erg groot risico” voor de organisatie, het jaar erop is dit meer dan de helft (64 procent).

Onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd onder 233 zakelijke klanten van de bank. Het volledige rapport is hier te lezen.

Videoconferencingbedrijf Zoom heeft een tool toegevoegd waarmee gebruikers webinars en andere online events kunnen opzetten. Daarnaast voegt het bedrijf Events toe aan de mobiele app.

Production Studio moet het gemakkelijker maken voor bedrijven en organisaties om online events op te zetten, zonder tussenkomst van professionele hulp. Volgens Zoom kun je een virtuele omgeving creëren zonder dat er een vormgever of productieteam nodig is. Dat doet de oplossing door het meeleveren van lay-out templates, het toestaan van meerdere beeldverhoudingen en de mogelijkheid om de ruimte tussen de video’s aan te passen.

Verder kunnen gebruikers meerdere webinar-scènes per sessie instellen, inclusief lay-outs voor schermdelen, de volgorde van scènes bepalen. Ook zijn er tools en functies voor het presenteren, cloudopnames en lobby- en livestream-mogelijkheden van derden.

Zoom Events

Zoom heeft tegelijk ook Events toegevoegd aan de mobiele app, zodat gebruikers daarvan ook webinars en andere events kunnen volgen. Ze kunnen daarbij deelnemen aan chats, polls en vragen.

Nederlanders staan wereldwijd op de vierde plaats als het gaat om kennis over cybersecurity en online privacy. Dat blijkt uit onderzoek van het cybersecuritybedrijf NordVPN. Nederlanders presteerden goed bij het herkennen van verschillende online risico’s en hoe deze te vermijden (72%), en minder bij vragen over manieren en tools om online veilig te blijven (50%).

De jaarlijkse National Privacy Test (NPT) is een wereldwijde enquête die de kennis over cybersecurity en het online privacybewustzijn van mensen evalueert en het algemeen publiek over cyberbedreigingen en het belang van gegevens- en informatiebeveiliging in het digitale tijdperk wil informeren. Dit jaar werd de enquête door 26.174 mensen uit 175 landen ingevuld.

Dit zijn de landen in de top 3 die zich het beste van online privacy en cybersecurity bewust zijn:
1. Polen en Singapore (64/100)
2. Duitsland en de Verenigde Staten (63/100)
3. Het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk en Portugal (62/100)

Nederlanders zijn bedacht op verdachte aanbiedingen

Uit onderzoek blijkt dat Nederlanders goed met verdachte aanbiedingen van streamingdiensten omgaan (96%) en sterke wachtwoorden kunnen maken (94%). Ze weten ook welke gevoelige gegevens ze beter niet op social media kunnen delen en wat de risico’s zijn van het opslaan van creditcardgegevens in hun browser (beide 90%).

Slechts 2% van de Nederlanders is echter op de hoogte van online tools die digitale privacy beschermen en slechts 13% weet welke gegevens internetaanbieders verzamelen als onderdeel van de metadata. Daarnaast weet slechts 17% hoe ze hun wifi-thuisnetwerk moeten beveiligen.

Van de Nederlanders is 1% een ‘cyberwandelaar’ (zij weten nauwelijks iets over online privacy en cybersecurity), terwijl 14% 75-100 punten scoorde en zichzelf goed geïnformeerde ‘cybersterren’ mogen noemen.

Frankrijk presteert minder; Duitsland heel goed

Wat andere Europese landen betreft, heeft Frankrijk de op twee na laagste score voor privacybewustzijn en een van de laagste scores voor dagelijks digitaal leven. De totale NPT-score van Frankrijk is 59% vergeleken met 61% voor Nederland. Duitse deelnemers behaalden daarentegen de op een na hoogste NPT-score (63%) en delen de tweede plaats met de VS. Hieraan moet worden toegevoegd dat Duitsers zich ook zeer bewust zijn van verschillende digitale privacykwesties en samen met Finland de op een na beste score voor privacybewustzijn hebben.

Spaanse respondenten deden het daarentegen minder goed, met een aantal van de laagste scores op het gebied van privacybewustzijn en digitale risico’s. Spaanse (en Italiaanse) deelnemers moeten meer leren over de privacy- en veiligheidsproblemen van verbindingen tussen apparaten.

Wereldwijde neemt bewustzijn van online privacy af

De wereldwijde NPT-score was dit jaar 61% – een daling in het wereldwijde bewustzijn over online privacy en cybersecurity vergeleken met 2022 (64%) en 2021 (66%).

Enkele van de belangrijkste wereldwijde conclusies:

● Mensen tussen de 30-54 jaar hebben de beste vaardigheden op het gebied van cybersecurity. De meerderheid van de ‘cybersterren’ behoort tot deze leeftijdsgroep.
● Afgezien van de IT-sector, behaalden deelnemers uit de financiële sector en de overheidssector iets hogere NPT-scores dan anderen.
● Mensen onderschatten nog steeds het belang van het lezen van servicevoorwaarden. Deze factor verbetert echter sneller dan andere factoren.

De National Privacy Test is een open onderzoek, waaraan iedereen ter wereld kan deelnemen en zijn resultaten met die van de rest van de wereld kan vergelijken. In 2023 beantwoordden 26.174 respondenten uit 175 landen 23 vragen die hun vaardigheden en kennis op het gebied van online privacy evalueerden. De gegevens van 2023 zijn op 19/07/2023 geanalyseerd en in het rapport gepresenteerd. Als er een verschil is met de resultaten op de website, betekent dit dat er sinds 19 juli meer mensen hebben deelgenomen en dat de resultaten enigszins zijn veranderd.

 

Google geeft Workspace meer opties voor beveiliging en privacy. Het bedrijf zet daarbij vol in op AI voor zero trust. 

IT-beheerders krijgen nu tools in handen waarmee ze zero trust kunnen instellen op basis van AI. Zo omvat zero trust in principe al data loss prevention (DLP) en context-aware access (CAA), maar dat vergt nog vaak handwerk. Google laat je nu AI inschakelen waardoor data continu wordt gelabeld en gegroepeerd (in Google Drive). Ook kun je criteria instellen voor CAA zoals de locatie van het apparaat dat toegang wil tot specifieke bronnen en de veiligheidsstatus ervan. DLP strekt zich ook uit tot Gmail. Daarmee wordt het eenvoudiger om e-mails en bijlagen te blokkeren die niet naar buiten mogen.

Eigen encryptiesleutels

Google voegt ook client-side encryption (CSE) toe voor grote organisaties. Hiermee wordt het voor derden, inclusief overheden onmogelijk om mee te kijken met de opgeslagen data. Dat geldt ook voor Google zelf, waarmee het bedrijf opnieuw tegemoet komt aan de strenge Europese eisen voor privacy. CSE werkt ook in Google Agenda, Gmail en Meet en kan optioneel worden ingeschakeld voor gastdeelnemers. Encyptiesleutels kunnen worden bewaard in Thales, Stormshield en Flowcrypt.

Google heeft een mogelijke zwakke plek in de bescherming gedicht. Organisaties kunnen nu instellen dat enterprise-admins ook verplicht gebruik moeten maken van 2FA. Plus de mogelijkheid om voor sommige acties de goedkeuring te moeten krijgen van een tweede admin. Je kunt nu ook beveiligingslogs exporteren om ze in Chronicle na te kijken op abnormaliteiten.

Chipontwerper ARM gaat nog dit jaar naar de beurs. De huidige eigenaar, Softbank, bereidt een IPO voor op de Nasdaq. Datzelfde bedrijf haalde ARM in 2016 juist van de beurs.

Beursanalisten spreken al van de grootste beursgang van dit jaar. ARM moet tussen de 60 en 70 miljard dollar waard zijn. Het bedrijf is de ontwikkelaar van processoren op basis van een eigen architectuur, die zich goed leent voor het ontwikkelen van processoren op maat. Onder meer Apple maakt al jaren gebruik van de ARM-architectuur voor zijn A-chips in iPhones en iPads, en voor de enkele jaren geleden geïntroduceerde M1 en de opvolgers daarvan. Ook veel Android-apparatuur draait op chips, gebaseerd op ARM, evenals populaire gaming-devices zoals de Nintendo Switch.

Toch heeft ARM het lastig. De markt voor processoren groeit het hardst in de sector van grafische processoren. Dat komt omdat deze ideaal zijn om grote hoeveelheden gelijkaardige data in korte tijd te verwerken. Dat is de reden waarom Nvidia een van de meest waardevolle bedrijven van dit moment in de techsector is.

Overname mislukt

Opvallend genoeg is het juist dat bedrijf dat in 2o2o een poging deed om ARM over te nemen. Nvidia maakt namelijk gebruik van de ARM-architectuur in de processoren die de GPU’s moeten aansturen. De mededingingsautoriteiten in de VS maakten succesvol bezwaar. ARM wordt gezien als een vitale speler, onder meer omdat het zowel Apple als Samsung en Qualcomm bedient.

ARM werd in 1990 opgericht door Acorn Computers, Apple en VSLI Technology en kreeg in 1998 een notering aan de London Stock Exchange. In 2016 werden de aandelen opgekocht door Softbank en verdween ARM van de beurs.