Drie nieuwe rapporten van Barracuda, HarfangLab en Cloudflare schetsen een consistent beeld: het dreigingslandschap verschuift fundamenteel. Aanvallers richten zich massaal op gebruikersidentiteiten, zetten AI in als aanvalswapen en bereiken met DDoS-aanvallen recordniveaus van 31,4 Tbps.

De tijd dat cybercriminelen vooral technische kwetsbaarheden uitbuitten, lijkt voorbij. Uit analyse van meer dan twee biljoen IT-events in Barracuda’s Managed XDR-dataset blijkt dat aanvallers zich massaal richten op gebruikersidentiteiten. In 32% van de gevallen was een afwijkende Microsoft 365-login de eerste indicator van een aanval. In 17% van de incidenten werd ‘impossible travel’ gedetecteerd, waarbij een gebruiker binnen korte tijd inlogt vanaf twee fysiek ver uit elkaar liggende locaties.

Cloudflare spreekt in zijn Threat Intelligence Report 2026 in dit verband van een fundamentele verschuiving: cybercriminelen proberen niet langer in te breken, maar in te loggen. Gekaapt identiteiten en legitieme inlogprocedures worden het primaire aanvalspad.

Escalatie naar volledige controle

Eenmaal binnen is het doel van aanvallers vrijwel altijd hetzelfde: adminrechten verkrijgen. Binnen Windows voegde de aanvaller in 42% van de gevallen een gebruiker toe aan een groep met hoge rechten, zoals Domain Administrators. Binnen Microsoft 365 werd in 16% van de incidenten een nieuwe gebruiker toegevoegd aan de Global Administrator-groep. Bij 66% van de incidenten met bestandsloze malware werd PowerShell ingezet, waardoor traditionele scanners de aanval vaak missen. In 94% van de onderzochte instanties bleek de endpoint agent uitgeschakeld.

Parallel hieraan waarschuwen zowel HarfangLab als Cloudflare voor de snelle opkomst van AI als aanvalswapen. Cloudflare documenteerde een aanvaller die AI gebruikte om waardevolle gegevens te lokaliseren en honderden bedrijfsapplicaties te compromitteren — volgens onderzoeksteam Cloudforce One een van de meest impactvolle supply chain-aanvallen ooit waargenomen.

HarfangLab wijst op een andere zorgwekkende ontwikkeling: de gerichte manipulatie van code die door AI-assistenten wordt gegenereerd. Aanvallers kunnen large language models beïnvloeden zodat ze onveilige of kwaadaardige code voorstellen aan ontwikkelaars. Wanneer die code wordt opgenomen in applicaties of softwarebibliotheken, verspreidt de impact zich via supply chains naar duizenden eindgebruikers.

Phishing evolueert ondertussen naar een polymorf model waarbij berichten automatisch worden aangepast aan specifieke doelwitten en eerdere interacties. Aanvallen beperken zich niet meer tot e-mail en sms: vishing met AI-gegenereerde stemmen neemt toe, en deepfakes worden steeds laagdrempeliger.

Staatsactoren met langetermijndoelen

Cloudflare legt ook bloot hoe staatsactoren hun aanpak veranderen. Door China gesteunde groepen zoals Salt Typhoon en Linen Typhoon richten zich op Noord-Amerikaanse telecomBedrijven, overheidsinstanties en IT-dienstverleners. Ze stappen over van traditionele spionage naar ‘persistent pre-positioning’: code installeren op netwerken van concurrerende staten om toekomstige aanvallen op kritieke infrastructuur mogelijk te maken.

Noord-Koreaanse actoren gaan nog verder: zij gebruiken AI-gegenereerde deepfakes en valse identiteitsbewijzen om selectieprocedures te omzeilen en staatsgesponsorde werknemers rechtstreeks op de loonlijsten van westerse bedrijven te plaatsen.

HarfangLab waarschuwt voor een verdere escalatie nu AI-systemen worden geïntegreerd in operationele omgevingen zoals energiebeheer, logistiek en industriële automatisering. De opkomst van autonome systemen verkleint de afstand tussen digitale instructie en fysieke actie. Manipulatie kan leiden tot verstoringen in industriële robots, transportlijnen of logistieke processen.

DDoS-aanvallen bereiken ondertussen recordniveaus. Cloudflare registreerde aanvallen van 31,4 Tbps via botnets zoals Aisuru, die inmiddels zijn uitgegroeid tot dreigingen op nationaal niveau. De aanvallen overtreffen het menselijke reactievermogen, wat volgens Cloudflare volledig autonome verdedigingssystemen noodzakelijk maakt.

Aanbevelingen

Barracuda adviseert om multi-factor authenticatie strikt te handhaven, te monitoren op onverwachte wijzigingen en continu toezicht te houden op Privileged Groups binnen zowel Windows- als cloudomgevingen. HarfangLab benadrukt dat vertrouwen in AI-tools technologische waarborgen, transparantie en onafhankelijke controles vereist. Cloudflare pleit voor autonome verdedigingssystemen die dreigingen in realtime kunnen neutraliseren.

Tijdens MWC 2026 presenteert Lenovo een reeks nieuwe systemen en concepten, maar de onderliggende boodschap is strategischer van aard. Waar de afgelopen jaren vooral werd gesproken over ‘AI-pc’s’ als aparte categorie, draait het nu om de vraag hoe diep AI in het apparaat zelf wordt geïntegreerd. Lenovo positioneert AI minder als losse functie en meer als structurele laag binnen hardware en besturingssysteem.

Centraal staat Lenovo Qira, een zogeheten Personal Ambient Intelligence die volgens het bedrijf op systeemniveau is geïntegreerd. Daarmee zou Qira zich van veel AI-assistenten onderscheiden die als afzonderlijke applicatie bovenop het besturingssysteem draaien. Lenovo wil met deze benadering continuïteit tussen apparaten mogelijk maken, zodat taken en context niet ophouden bij één pc of tablet. De uitrol start op meer dan twintig pc-modellen binnen de Yoga-, IdeaPad-, Legion- en ThinkPad-lijnen, gevolgd door uitbreiding naar tablets en later ook Motorola-smartphones.

De stap past in een bredere marktontwikkeling. Microsoft integreert AI steeds dieper in Windows en positioneert Copilot als onderdeel van het platform. Apple kiest voor nauwe verwevenheid tussen hardware, besturingssysteem en on-device AI binnen het eigen ecosysteem. Lenovo zoekt met Qira een vergelijkbare diepgang, maar dan verspreid over een portfolio dat zowel Windows- als Android-apparaten omvat.

Lenovo gebruikt in dat kader de term ‘adaptieve pc’s’. Die aanduiding is breed. Het gaat om systemen die prestaties, energieverbruik en gebruikersinteractie dynamisch zouden kunnen aanpassen op basis van context. Daarnaast krijgt het begrip een fysieke invulling via modulaire en flexibele hardwareconcepten.

Het ThinkBook Modular AI PC Concept is daarvan het meest uitgesproken voorbeeld. Lenovo verkent hier een modulaire architectuur waarbij een compacte 14-inch basis kan worden uitgebreid met extra displays, alternatieve invoercomponenten en modulaire aansluitingen. Het concept is nog niet commercieel beschikbaar, maar illustreert hoe fabrikanten nadenken over aanpasbare werkplekken en langere inzetbaarheid van hardware. In een omgeving waarin AI-workloads nieuwe eisen stellen aan rekenkracht en thermisch beheer, kan modulaire uitbreidbaarheid opnieuw relevant worden.

Binnen het zakelijke portfolio krijgt de vernieuwde ThinkPad T-serie verbeteringen rond onderhoud en onderdelenvervanging. Volgens Lenovo behalen geselecteerde modellen hoge reparatiescores binnen hun klasse. Daarmee sluit het bedrijf aan bij de bredere discussie over lifecyclebeheer en duurzaamheid. De ThinkPad X13 Detachable richt zich op mobiele gebruikers met geïntegreerde penondersteuning en vervangbare componenten, terwijl de ThinkTab X11 inspeelt op robuuste inzet in industriële omgevingen.

Ook in het midden- en kleinbedrijfsegment worden nieuwe systemen gepositioneerd als AI-ready, waaronder de ThinkBook 14 2-in-1 Gen 6. In het consumenten- en gamingsegment introduceert Lenovo onder meer nieuwe Yoga- en Legion-modellen, waarbij AI-functionaliteit wordt ingezet voor prestatieoptimalisatie en samenwerking. Daarnaast toont Lenovo concepten zoals een laptop met brillenvrije 3D-weergave en een opvouwbare gaming-handheld. Deze ontwerpen bevinden zich in een verkennende fase.

Cyberaanvallen worden vaak geassocieerd met ransomware, phishingmails of kwetsbare endpoints. Minder zichtbaar is wat er op de netwerklaag gebeurt. Aanvallers kunnen routers kapen, DNS-instellingen aanpassen en verkeer via verborgen infrastructuur omleiden. Het resultaat is een aanvalsvorm die moeilijk te detecteren is en grote gevolgen kan hebben voor organisaties die vertrouwen op stabiele connectiviteit en betrouwbare naamresolutie.

De aanvalsketen begint meestal klein. Aanvallers scannen het internet op routers met verouderde firmware, standaardwachtwoorden of bekende kwetsbaarheden. Zodra een apparaat is gecompromitteerd, passen ze de DNS-configuratie aan. In plaats van legitieme resolvers gebruikt het netwerk ineens servers die onder controle staan van criminelen.

Dat lijkt op het eerste gezicht een subtiele wijziging, maar de impact is groot. DNS bepaalt immers naar welk IP-adres een domeinnaam verwijst. Door die vertaalslag te manipuleren kunnen aanvallers gebruikers ongemerkt naar andere systemen sturen. Denk aan nepportals, downloadsites of infrastructuur die advertenties en malware verspreidt.

Onder meer Infoblox deed onderzoek en beschrijft een campagne waarbij een zogenoemd traffic distribution system, een TDS, centraal staat. Zo’n systeem beslist dynamisch waar verkeer heen gaat. Een gebruiker kan bijvoorbeeld de echte website zien, terwijl een andere bezoeker via dezelfde URL wordt doorgestuurd naar een frauduleuze omgeving. Dat maakt analyse lastig, omdat het gedrag afhankelijk is van locatie, apparaat of tijdstip.

Strategische aanvalsvector

De afgelopen jaren lag de nadruk in securitydiscussies vooral op identiteit, endpoints en cloudconfiguraties. DNS bleef vaak buiten beeld. Toch biedt deze laag aanvallers een aantrekkelijke ingang. Wie controle heeft over naamresolutie, heeft indirect invloed op vrijwel alle applicaties en diensten.

Aanvallen via DNS hebben een paar eigenschappen die ze gevaarlijk maken:

  • Ze zijn lastig zichtbaar voor traditionele endpoint-beveiliging.
  • Verkeer lijkt legitiem omdat het via normale protocollen loopt.
  • Redirects kunnen selectief plaatsvinden, waardoor monitoringtools weinig afwijkingen zien.

Daarnaast verschuift de aanvalsvector van individuele apparaten naar infrastructuur. In plaats van één laptop te compromitteren, krijgt een aanvaller toegang tot het netwerkverkeer van een hele organisatie. Dat maakt DNS-manipulatie interessant voor cybercriminelen die op schaal willen opereren.

Bulletproof hosting en TDS-netwerken

Een opvallend element is het gebruik van infrastructuur bij zogenoemde bulletproof hostingproviders, hostingnetwerken die bekendstaan om hun minimale moderatie en beperkte samenwerking met opsporingsinstanties. Daardoor vormen ze een aantrekkelijke basis voor cybercriminelen die infrastructuur willen opzetten die moeilijk offline te halen is. Door DNS-servers en TDS-systemen in dergelijke omgevingen te plaatsen, vergroten aanvallers hun weerbaarheid tegen takedowns.

Het TDS-model zelf komt oorspronkelijk uit de advertentiewereld, waar verkeer wordt verdeeld om campagnes te optimaliseren. In handen van criminelen verandert het in een flexibel mechanisme om slachtoffers te segmenteren. Sommige bezoekers zien niets verdachts, terwijl anderen worden doorgestuurd naar phishingpagina’s of exploitkits. Dat maakt forensisch onderzoek complex en vertraagt incidentrespons.

Waarom nu?

Hoewel DNS-manipulatie geen nieuw fenomeen is, groeit de impact door een aantal trends. Netwerken worden complexer, edge-devices nemen toe en veel organisaties beheren een mix van on-premises, cloud en thuiswerkverbindingen. Routers en gateways vormen daardoor een aantrekkelijk doelwit.

Daarnaast is er een verschuiving zichtbaar in hoe aanvallers schaal zoeken. In plaats van grootschalige malwarecampagnes kiezen ze vaker voor infrastructuurcontrole. Door een beperkt aantal strategische systemen te compromitteren kunnen ze verkeer beïnvloeden zonder duizenden endpoints individueel aan te vallen.

Voor securityteams betekent dit dat traditionele perimeterbeveiliging niet altijd voldoende is. Visibility op DNS-verkeer en netwerkconfiguraties krijgt meer gewicht binnen moderne securityarchitecturen.

Impact op dagelijkse IT-operaties

De gevolgen van een DNS-gebaseerde aanval gaan verder dan securityincidenten alleen. Gebruikers kunnen worden omgeleid naar verkeerde applicaties, software-updates kunnen falen en monitoringtools krijgen vervuilde data. Omdat de oorzaak zich buiten endpoints bevindt, zoeken teams vaak lang op de verkeerde plek.

Organisaties merken het probleem soms pas wanneer klanten klagen over vreemde redirects of certificaatwaarschuwingen. Tegen die tijd kan het netwerk al langere tijd gemanipuleerd zijn. Dat maakt snelle detectie lastig en vergroot de kans op reputatieschade.

Daarnaast kan DNS-misbruik leiden tot compliancevraagstukken. Wanneer verkeer via onbekende resolvers loopt, verliezen bedrijven controle over datastromen en logging. In sectoren met strikte regelgeving vormt dat een extra risico.

Wat betekent dit voor msp’s?

Voor msp’s raakt deze ontwikkeling direct aan hun rol als beheerder van netwerken en beveiligingslagen. Veel mkb-omgevingen draaien nog op routers die jaren geleden zijn geïnstalleerd en daarna nauwelijks zijn bijgewerkt. Firmwarebeheer en configuratiecontrole krijgen daardoor meer gewicht binnen managed services.

Er zijn een paar aandachtspunten die voor msp’s steeds relevanter worden:

  • DNS-monitoring als standaardonderdeel van beheer
    Het actief controleren van resolverinstellingen en DNS-verkeer kan helpen om afwijkingen sneller te signaleren.
  • Segmentatie en zero-trust-netwerkmodellen
    Door netwerkverkeer te beperken tot bekende paden verklein je de kans dat een gecompromitteerde router grote impact heeft.
  • Automatisering van patchbeheer voor edge-devices
    Veel routers vallen buiten traditionele endpointmanagementtools. Een centrale aanpak voorkomt dat kwetsbare firmware jarenlang blijft draaien.
  • Bewustwording bij klanten
    Gebruikers zien een router vaak als een simpel apparaat. Voor msp’s ligt hier een rol om uit te leggen dat deze systemen net zo goed onderdeel zijn van de securityketen als servers en laptops.

Voor dienstverleners die security als managed service aanbieden, kan DNS-visibility een manier zijn om hun portfolio uit te breiden, door bestaande monitoring en netwerkbeheer te verdiepen.

Bredere trend

In meerdere rapporten zien analisten dat infrastructuur-gerichte aanvallen toenemen. Aanvallers zoeken naar plekken waar controle weinig zichtbaarheid heeft, zoals DNS, routing en edge-devices. Dat past in een bredere verschuiving binnen cybercrime, waarbij stealth en persistente toegang belangrijker worden dan snelle exploits.

Voor organisaties betekent dit dat security niet alleen draait om endpoints of identity. Netwerkfundamenten krijgen opnieuw aandacht, vooral nu hybride werkplekken en cloudconnectiviteit de complexiteit vergroten.

Een nieuwe blik op een oude laag

DNS wordt vaak gezien als een technische basisvoorziening, vergelijkbaar met elektriciteit in een gebouw. Zolang het werkt, staat niemand erbij stil. Het onderzoek naar gecompromitteerde routers en verborgen TDS-netwerken laat zien dat die vanzelfsprekendheid een risico vormt.

De belangrijkste les is misschien wel dat moderne dreigingen steeds vaker beginnen op plekken die jarenlang buiten de spotlight stonden. Wie DNS en edge-devices serieus meeneemt in zijn beveiligingsaanpak, vergroot de kans om dit soort campagnes vroeg te herkennen en de impact te beperken.

Arctic Wolf introduceert nieuwe endpointsecuritymogelijkheden voor msp-partners. Met Aurora Managed Endpoint Defense wil het bedrijf partners ondersteunen bij het beheren van endpointomgevingen en het uitbreiden van hun managed securitydiensten.

De uitbreiding bouwt voort op het bestaande partnerprogramma en Aurora Endpoint Security voor msp’s. Volgens het bedrijf kunnen partners met de nieuwe mogelijkheden hun dienstverlening stroomlijnen en beter inspelen op de groeiende vraag naar doorlopende beveiliging.

Met Aurora Managed Endpoint Defense ondersteunt het AI-gestuurde SOC van Arctic Wolf msp’s bij het beheren van implementaties van Aurora Endpoint Security bij klanten. De dienst omvat 24×7 monitoring, triage van meldingen en responsacties. Het bedrijf stelt dat partners hiermee hun operationele belasting kunnen verlagen en hun aanbod rond endpointsecurity kunnen uitbreiden.

Daarnaast introduceert Arctic Wolf een Rapid Response Add-On voor de JumpStart Retainer. Klanten van msp’s die beschikken over deze retainer kunnen een service level agreement van één uur activeren voor urgente incidenten. De JumpStart Retainer wordt aangeboden via een jaarlijks abonnement en omvat een aanpasbaar responsplan en vastgestelde tarieven voor incident response.

Ook komt er een MSP Admin Portal. Dit portaal biedt centraal inzicht in klantomgevingen, waaronder waarschuwingen, de status van agentimplementaties en de mogelijkheid om rapportages in bulk te downloaden. Volgens het bedrijf kan dit de administratieve lasten verminderen en het beheer vereenvoudigen.

Arctic Wolf meldt dat met het Aurora-platform detectie, respons en risicobeheer zijn samengebracht in één omgeving. Daarmee wil het bedrijf msp’s ondersteunen bij het leveren van beveiligingsdiensten aan klanten van verschillende omvang.

De wereldwijde vraag naar AI-infrastructuur begint steeds meer impact te krijgen op de opslagmarkt. Waar eerder vooral geheugenmodules en GPU’s onder druk stonden, signaleren fabrikanten en analisten dat ook harde schijven lastiger verkrijgbaar worden door de groei van grootschalige datacenterprojecten.

Een belangrijke oorzaak is dat hyperscalers hun capaciteit voor meerdere jaren vastleggen via langlopende contracten. Hierdoor komt minder productie beschikbaar voor andere afnemers. Nearline-HDD’s blijven een populaire keuze voor AI-workloads, omdat ze grote hoeveelheden data tegen relatief lage kosten kunnen opslaan. Dat zorgt ervoor dat een deel van de productie verschuift naar cloud- en AI-platforms.

Distributeurs merken dat levertijden oplopen en dat prijzen voorzichtig beginnen te stijgen. Vooral partijen die afhankelijk zijn van projectmatige hardware-inkoop krijgen te maken met minder voorspelbare beschikbaarheid. Analisten verwachten dat deze ontwikkeling zich in 2026 verder doorzet, nu steeds meer organisaties investeren in AI-training, archivering en dataverwerking op grote schaal.

De situatie laat zien dat de impact van AI zich uitbreidt van compute naar de volledige hardwareketen. Naast servers en geheugen krijgt ook opslag een strategische rol in capaciteitsplanning, met mogelijke gevolgen voor projecten en budgetten in het komende jaar.

Een juridisch onderzoek naar de soevereiniteit van de Europese cloudomgeving van Amazon Web Services is kort na publicatie offline gehaald. Dat melden onze zustersites Dutch IT Channel en Dutch IT Leaders. Het rapport, opgesteld door Greenberg Traurig in opdracht van de Rijksoverheid, stond op naam van Strategisch Leveranciersmanagement Rijk (SLM), onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Redacties van Dutch IT Channel en Dutch IT Leaders hebben vragen gesteld over de reden van het verdwijnen van het document.

Het onderzoek moest antwoord geven op de vraag in hoeverre de zogeheten AWS European Sovereign Cloud voldoet aan de eisen rond digitale soevereiniteit die de Nederlandse overheid stelt. Daarbij werd gekeken naar technische waarborgen, juridische controle over data en de continuïteit van dienstverlening bij internationale spanningen of juridische conflicten.

Volgens informatie uit de sector richtte het Engelstalige rapport zich onder meer op datasoevereiniteit en de invloed van buitenlandse wetgeving, zoals de Amerikaanse Cloud Act. Ook werd geanalyseerd hoe de overheid regie houdt over systemen die draaien op een internationale cloudinfrastructuur.

Het plotseling offline halen van het document roept vragen op, omdat de bevindingen een rol spelen in bredere discussies over cloudstrategie en digitale autonomie binnen de publieke sector. Voorlopig is onduidelijk of het rapport wordt aangepast of later opnieuw wordt gepubliceerd. Een inhoudelijke reactie vanuit SLM Rijk is nog niet gegeven.

Twintig jaar na de start staat cloudinfrastructuurprovider Worldstream op een interessant kruispunt. De markt praat volop over digitale soevereiniteit, geopolitieke afhankelijkheid en weerbaarheid van IT-ketens. Voor CEO Ruben van der Zwan draait het gesprek minder om slogans en meer om nuchter vooruitdenken. Soevereiniteit is volgens hem geen eindpunt, maar een manier om onzekerheid te managen.

Die invalshoek vormt de rode draad in het verhaal dat Worldstream wil neerzetten richting de msp. Het twintigjarig bestaan fungeert daarbij vooral als aanleiding om terug te kijken naar wat wel en niet veranderd is. “We zijn twintig jaar verder en de wereld ziet er anders uit, maar over continuïteit is er eigenlijk weinig veranderd,” zegt Van der Zwan. “Twintig jaar geleden dacht je al na over afhankelijkheid van één leverancier of één datacenter. Dat gesprek is alleen opnieuw verpakt.”

Soevereiniteit als containerbegrip

Binnen het Europese IT-landschap is soevereiniteit uitgegroeid tot een breed begrip dat voor elke organisatie iets anders betekent. Van der Zwan ziet dat veel partijen het begrip inzetten als marketinginstrument, terwijl het volgens hem juist vraagt om een bredere blik. “Iedere organisatie hanteert zijn eigen definitie,” legt hij uit. “Het is verleidelijk om te roepen dat je volledig soeverein bent omdat je alles zelf beheert. Dat is maar een deel van het verhaal.”

Waar veel discussies focussen op herkomst van technologie of geografische grenzen, kijkt Worldstream vooral naar weerbaarheid op lange termijn. Soevereiniteit gaat volgens Van der Zwan minder over het vermijden van bepaalde leveranciers en meer over het creëren van handelingsruimte. “Je moet accepteren dat je niet weet wat er morgen gebeurt,” zegt hij. “De vraag is welke keuzes je vandaag maakt zodat je morgen nog kunt bewegen.”

Die visie leidt tot een genuanceerde positie in een debat dat vaak zwart-wit wordt gevoerd. Amerikaanse technologie uitsluiten is volgens hem geen realistisch uitgangspunt. “Ik ben ook fan van Amerikaanse technologie,” zegt Van der Zwan. “Het brengt dingen die je ergens anders niet vindt. Alleen moet je wel nadenken over wat-als-scenario’s als je er volledig afhankelijk van wordt.”

Van hype naar weerbaarheid

Volgens Worldstream ligt het risico vooral in het zoeken naar snelle oplossingen die op langere termijn nieuwe afhankelijkheden creëren. Van der Zwan ziet regelmatig organisaties die een Europese aanbieder kiezen om geopolitieke redenen, waarna investeringen of overnames alsnog voor nieuwe afhankelijkheden zorgen. “Je kunt een oplossing kiezen die vandaag goed voelt,” zegt hij, “en morgen ontdekken dat de situatie alweer veranderd is.”

Die gedachte sluit aan bij bredere ontwikkelingen rond regelgeving en compliance. Initiatieven zoals NIS2, ISO-certificering en sectorale richtlijnen dwingen organisaties om structureel na te denken over continuïteit. Voor Van der Zwan staat vast dat certificering alleen waarde heeft als het onderdeel wordt van de dagelijkse praktijk. “Als je het alleen doet voor het stickertje, verzamel je bewijs omdat iemand erom vraagt,” zegt hij. “Dan mis je de kans om er echt een beter bedrijf van te maken.”

Infrastructuur als fundament

Hoewel Worldstream zich nadrukkelijk positioneert als cloudinfrastructuurprovider en niet als managed servicepartij, ziet het bedrijf een duidelijke rol in het vergroten van weerbaarheid bij klanten. De focus ligt op het bouwen van een robuuste onderlaag waarop partners hun eigen diensten kunnen ontwikkelen. “Wij beheren geen applicaties van klanten,” zegt Van der Zwan. “Wat we wel doen, is een fundament neerleggen waar zij op kunnen leunen.”

Dat fundament bestaat uit een netwerkarchitectuur die autonoom kan functioneren, redundante locaties en geïntegreerde bescherming tegen aanvallen zoals DDoS. Volgens Van der Zwan draait het om het vereenvoudigen van complexe infrastructuurvraagstukken. “Complexe materie eenvoudig maken is misschien wel het lastigste wat er is,” zegt hij. “Daar maken wij dagelijks keuzes in, zodat klanten zich kunnen richten op hun eigen dienstverlening.”

Voor msp’s vormt die aanpak een interessant vertrekpunt. Veel dienstverleners willen meerwaarde creëren bovenop infrastructuur zonder zelf grote investeringen te doen in datacenters of netwerken. Worldstream werkt veel met msp’s, maar ondersteunt ook digital agencies en grote interne IT-afdelingen die zelf regie willen houden over hun stack.

Gaming-DNA als onverwachte basis

Een opvallend element in het verhaal van Worldstream is de oorsprong van het netwerk. Het bedrijf begon ooit in de gamingsector, waar lage latency en hoge performance doorslaggevend zijn. Die focus blijkt nu een voordeel in een markt waar steeds meer bedrijfskritische workloads naar de cloud verschuiven. “Als iets perfect moet werken voor gaming, heb je een uitmuntend netwerk nodig,” zegt Van der Zwan. “Die basis komt nu goed van pas bij zakelijke workloads.”

De technische erfenis uit die periode vertaalt zich volgens hem in een infrastructuur die is ontworpen voor snelheid en schaalbaarheid. Dat sluit aan bij de groeiende vraag naar performance-gevoelige toepassingen, van realtime analytics tot AI-workloads. Voor partners betekent het dat ze een platform hebben waarop ze kunnen bouwen zonder zelf de complexiteit van de onderliggende infrastructuur te beheren.

Menselijke support als onderscheid

Naast techniek noemt Worldstream ook de menselijke factor als belangrijk onderscheidend element. Volgens Van der Zwan blijkt uit gesprekken met klanten dat directe support en meedenkend vermogen vaak zwaarder wegen dan pure specificaties. “Als je ons belt, krijg je een engineer aan de lijn,” zegt hij. “Dat is voor veel organisaties nog steeds een verschil.”

Die nadruk op bereikbaarheid en expertise sluit aan bij de bredere positionering van het bedrijf: geen hypegedreven boodschap, maar een focus op stabiliteit en voorspelbaarheid. Het motto van Worldstream, ‘solid IT, no surprises’, vat die aanpak samen.

Een andere toon in het debat

Wat dit verhaal vooral typeert, is de poging om afstand te nemen van extreme standpunten in het soevereiniteitsdebat. In plaats van een exclusieve focus op nationale oplossingen pleit Van der Zwan voor een pragmatische benadering waarin diversificatie en continuïteit centraal staan. “Het gesprek overstijgt leveranciers,” zegt hij. “Het gaat over hoe je omgaat met onzekerheid.”

Die boodschap sluit aan bij de realiteit waarin veel msp’s opereren: een hybride landschap van internationale platforms, lokale infrastructuur en steeds strengere regelgeving. Voor Worldstream is het doel om daarin een bouwsteen te zijn, geen allesomvattende oplossing. Of, zoals Van der Zwan het zelf samenvat: “Wij willen niet de hype volgen. We willen dat klanten morgen nog keuzes hebben.”

 

Bedrijven die hun pc-vloot willen vernieuwen krijgen te maken met hogere kosten. Fabrikanten als Dell, Microsoft, Lenovo en HP hebben prijsstijgingen van 15 tot 20 procent doorgevoerd, terwijl analisten verwachten dat geheugenmodules in het eerste kwartaal van 2026 nog verder in prijs oplopen. Volgens marktkenners hangt dat samen met een structurele verschuiving in de chipmarkt door de groeiende vraag naar AI-infrastructuur.

Geheugenproducenten zoals Samsung, SK Hynix en Micron richten een groter deel van hun productie op High Bandwidth Memory, het type geheugen dat veel wordt gebruikt in AI-servers. Daardoor komt minder capaciteit beschikbaar voor traditionele pc-hardware. Fabrieken en grondstoffen blijven hetzelfde, maar prioriteiten binnen de sector veranderen door de vraag vanuit datacenters.

In december maakte Micron bekend te stoppen met het consumentenmerk Crucial. Chief business officer Sumit Sadana stelde dat het bedrijf zich sterker wil richten op strategische groeisegmenten, wat volgens analisten past binnen de bredere verschuiving richting AI-gerelateerde producten.

Sterke prijsstijgingen bij DDR5

De impact is zichtbaar in de markt voor werkgeheugen. DDR5-prijzen zijn sinds oktober 2025 fors gestegen en sommige configuraties kosten inmiddels meerdere keren zoveel als een jaar geleden. Dell-topman Jeff Clarke waarschuwde eerder dat de snelheid waarmee geheugenkosten stijgen ongekend is. Niet alleen DRAM wordt duurder. Ook NAND-flash en opslagcomponenten volgen die trend, onder meer door hogere waferprijzen.

Waar geheugen eerder rond de tien tot vijftien procent van de materiaalkosten van een laptop vertegenwoordigde, kan dat aandeel volgens onderzoeksbureau TrendForce oplopen tot ruim twintig procent in 2026. Analisten van Goldman Sachs verwachten dat de krapte nog jaren kan aanhouden.

Windows 11 versterkt de druk

De timing valt samen met de vervangingsgolf die wordt aangejaagd door de overgang naar Windows 11. Nieuwe hardware-eisen, zoals TPM 2.0 en modernere processors, maken dat oudere systemen minder geschikt zijn. In de praktijk kiezen veel bedrijven voor configuraties met minimaal 16 GB RAM, waardoor de vraag naar geheugen verder groeit.

IDC schetst voor 2026 twee scenario’s: een lichte daling van de pc-markt als de situatie stabiliseert, of een grotere krimp wanneer tekorten aanhouden en prijzen blijven stijgen. Dat zet IT-budgetten onder druk op een moment dat veel organisaties toch al voor een hardwarevernieuwing staan.

Structurele verschuiving

Volgens analisten gaat het niet om een tijdelijke schommeling, maar om een structurele herverdeling van productiecapaciteit richting AI. Zolang chipmakers hun focus houden op datacenters en accelerators blijft de zakelijke pc-markt gevoelig voor prijsschokken. Voor veel IT-afdelingen wordt hardwareplanning daarmee opnieuw een strategisch vraagstuk, waarbij prijsontwikkeling en beschikbaarheid een grotere rol spelen dan de afgelopen jaren het geval was.

Agentic AI staat al een tijd op de radar, maar het debat erover krijgt een andere lading nu steeds meer voorbeelden opduiken van slecht beveiligde tools en experimenten die sneller groeien dan het toezicht erop. Projecten als OpenClaw laten zien hoe krachtig autonome agents kunnen zijn, maar ook hoe snel het mis kan gaan wanneer rechten, data en controlemechanismen niet goed zijn ingericht. De vraag is dus hoe je het in kunt zetten zonder dat jouw gegevens of die van je klanten ergens op straat komen te liggen.

De truc is om de technologie met duidelijke kaders te benaderen. Agents kunnen repetitieve handelingen overnemen, analyses versnellen en workflows verbinden die nu nog versnipperd zijn over verschillende tools. De vraag verschuift daardoor van “moet je er iets mee?” naar “hoe zet je het verantwoord in zonder grip te verliezen?” Dat is geen puur technisch vraagstuk. Het raakt ook aan governance, verwachtingsmanagement en de manier waarop IT-dienstverlening zich ontwikkelt in een tijd waarin software steeds vaker zelf handelt.

Van hulpmiddel naar actor

De eerste golf generatieve AI draaide om tekst, code en analyse. Een mens stelde een vraag, de AI leverde een antwoord. Agentic AI voegt daar een nieuwe laag aan toe. Een agent kan context verzamelen uit meerdere bronnen, een plan maken en vervolgens acties uitvoeren in tools en platforms. Denk aan het analyseren van monitoringdata, het openen van een change, het aanpassen van een configuratie of het uitvoeren van een script.

Dat maakt automatisering minder lineair. Klassieke workflows volgen vaste stappen, agents reageren op omstandigheden. Ze kunnen prioriteiten herzien wanneer nieuwe informatie binnenkomt of een andere route kiezen als een taak vastloopt. Voor IT-omgevingen waarin veel afhankelijkheden bestaan, voelt dat als een logische evolutie. De vraag verschuift van “welke taak automatiseer je” naar “welk proces laat je sturen door een agent”.

Agentic AI zit al op veel plekken

De eerste toepassingen verschijnen vooral in ontwikkelomgevingen en operations tooling. Code-agents genereren patches, testen builds en controleren afhankelijkheden. In security zien we agents die logs analyseren en afwijkend gedrag signaleren. Binnen beheeromgevingen experimenteren leveranciers met agents die tickets classificeren, kennisbanken raadplegen en voorstellen doen voor oplossingen.

Voor de dagelijkse praktijk van de msp kan dat merkbare veranderingen opleveren, al gebeurt dat vaak indirect. Veel msp’s werken met PSA- en RMM-tools waarin AI wordt geïntegreerd. Zodra agents een rol krijgen in die platforms, verschuift een deel van het werk automatisch mee. Denk aan:

  • het analyseren van terugkerende incidenten en voorstellen doen voor structurele aanpassingen

  • het automatisch uitvoeren van standaardwijzigingen na goedkeuring

  • het genereren van documentatie op basis van uitgevoerde acties

  • het combineren van monitoring, ticketing en kennisbanken tot één workflow

Dat zijn taken die nu vaak handmatig worden gedaan of via scripts lopen. Agentic AI kan die processen flexibeler maken, maar verandert ook de rol van de beheerder. Minder klikken en meer controleren.

Nieuwe kansen voor schaalbaarheid

Voor veel dienstverleners ligt de aantrekkingskracht vooral in schaalbaarheid. Een agent kan honderden kleine handelingen uitvoeren zonder dat daar extra capaciteit voor nodig is. Dat maakt het mogelijk om grotere klantomgevingen te beheren met een relatief klein team. Vooral repetitieve taken zoals patchbeheer, rapportages of eerstelijns analyses lenen zich voor deze aanpak.

Een ander voordeel zit in snelheid. Agents kunnen continu data analyseren en reageren zodra patronen veranderen. Dat kan helpen om verstoringen eerder te detecteren. In plaats van wachten op een melding, ontstaat een model waarin systemen zelf aanpassingen voorstellen. In theorie zorgt dat voor stabielere omgevingen en minder escalaties.

De keerzijde

Maar dan de andere kant van de medaille. Beveiliging en controle zijn de grootste discussiepunten rond agentic AI. Een agent heeft toegang nodig tot systemen, API’s en data om zijn werk te doen. Daarmee groeit het aanvalsoppervlak. Als een agent wordt misleid door verkeerde input of gemanipuleerde data, kan dat gevolgen hebben voor meerdere onderdelen van een omgeving.

Er spelen verschillende vraagstukken:

  • Wie is verantwoordelijk voor een actie die door een agent is uitgevoerd?

  • Hoe leg je uit waarom een agent een bepaalde keuze maakte?

  • Welke rechten krijgt een agent en hoe beperk je die?

  • Hoe voorkom je dat een agent gevoelige informatie deelt via externe modellen?

Voor de msp komt daar een extra laag bij. Jij beheert vaak de omgeving van meerdere klanten. Een agent die toegang heeft tot verschillende tenants moet strikt gescheiden blijven. Identiteit en toegangsbeheer worden daardoor nog belangrijker. Niet de techniek zelf vormt het grootste risico, maar de manier waarop agents worden geïntegreerd in bestaande processen.

Van uitvoering naar toezicht

Een opvallende verandering is dat rollen verschuiven van uitvoeren naar toezicht houden. Waar beheerders nu scripts schrijven en handmatig wijzigingen doorvoeren, ontstaat een model waarin zij agents configureren, controleren en bijsturen. Dat vraagt om andere vaardigheden. Kennis van prompts en workflows wordt belangrijker, maar ook inzicht in data-kwaliteit en risicobeheersing.

Voor sommige teams voelt dat als een verschuiving van techniek naar regie. Minder tijd besteden aan losse incidenten, meer aandacht voor beleid en architectuur. Dat kan de aantrekkelijkheid van het werk vergroten, al vraagt het ook om nieuwe training en aanpassing van processen.

Het effect op klantverwachtingen

Naarmate agents vaker taken overnemen, veranderen ook verwachtingen van klanten. Snellere responstijden worden normaal, rapportages worden gedetailleerder en afwijkingen worden eerder gesignaleerd. Dat kan de druk verhogen op dienstverleners die nog vooral handmatig werken. De vraag ontstaat hoe je waarde zichtbaar maakt wanneer veel werk achter de schermen gebeurt.

Transparantie speelt daarbij een rol. Klanten willen weten welke beslissingen automatisch worden genomen en welke niet. Een heldere uitleg over de rol van AI in beheerprocessen wordt belangrijker dan marketingclaims over autonomie.

Verre horizon

Agentic AI staat nog aan het begin en waar de ontwikkelingen heengaan ligt ver aan de horizon. Veel oplossingen zitten in pilotfase en leveranciers zoeken naar manieren om autonomie te combineren met controle. Maar globaal kun je er wel wat over zeggen. Automatisering wordt minder statisch en meer contextgestuurd. De komende jaren zullen vooral gaan over het vinden van balans: hoeveel vrijheid geef je een agent en waar trek je de grens?

Voor de dagelijkse praktijk van de msp betekent dat een geleidelijke verschuiving. Taken verdwijnen niet meteen, rollen veranderen stap voor stap. Wie nu experimenteert met agents in een afgebakende omgeving, krijgt een voorsprong in kennis en ervaring. Wie wacht tot alles volwassen is, loopt het risico dat processen achterblijven bij de snelheid waarmee tooling zich ontwikkelt.

AI ontwikkelt zich in hoog tempo van hulpmiddel tot volwaardig onderdeel van de dagelijkse operatie bij msp’s. Binnen Kaseya krijgt die ontwikkeling vorm op meerdere niveaus, van ticketing en PSA tot monitoring, data-analyse en gebruikerservaring. Kevin Sequeira, verantwoordelijk voor productstrategie rond Autotask en digitale workforce-initiatieven, en Edgar Zacharjev, die zich richt op de doorontwikkeling van RMM en datagedreven inzichten, kijken daarbij ieder vanuit hun eigen domein naar dezelfde vraag: hoe verandert AI structureel de manier waarop msp’s werken, opschalen en waarde leveren aan hun klanten?

AI is voor msp’s geen abstract toekomstverhaal meer. De vraag is waar die impact het eerst voelbaar wordt. Volgens Kevin Sequeira ligt dat antwoord verrassend dichtbij. “Je hoeft niet te beginnen met complexe scenario’s. De meeste winst zit nog altijd in het dagelijkse werk. Ticketing is daar het duidelijkste voorbeeld van.”

Edgar Zacharjev knikt dat beeld niet weg, maar plaatst er meteen een kanttekening bij. “Een ticket is vaak het eindpunt van een probleem, niet het begin. Het vertelt je dát iemand last heeft, maar zelden waarom. Als je alleen op tickets stuurt, blijf je reactief.”

Die spanning tussen reageren en vooruitkijken loopt als een rode draad door het gesprek. Waar Sequeira vooral kijkt naar schaalbaarheid en operationele verlichting, richt Zacharjev zich op context, ervaring en onderliggende patronen.

Van generatieve AI naar handelen

Sequeira ziet een duidelijk verschil tussen wat veel mensen nu AI noemen en waar hij naartoe wil. “Generatieve AI kan antwoorden geven, maar geen werk uitvoeren. Je kunt er een vraag aan stellen, maar het blijft bij tekst. Agentic AI gaat verder. Die kan daadwerkelijk iets doen.”

Kevin Sequeira

Binnen Autotask krijgt dat vorm via Smart Triage. Tickets worden niet alleen gelezen, maar geïnterpreteerd. “We analyseren inhoud, herkomst en historie. Op basis daarvan kan een ticket automatisch bij de juiste persoon of queue terechtkomen, of zelfs volledig worden afgehandeld.”

Zacharjev herkent die logica, maar legt de lat breder. “Dat werkt pas echt goed als je de context van de gebruiker meeneemt. Niet alleen: wat staat er in het ticket, maar ook: wat gebeurde er op het systeem, in het netwerk, in de applicaties op dat moment?”

Sequeira pakt dat punt op. “Precies daarom is integratie zo belangrijk. Autotask staat niet op zichzelf. Als je ticketing koppelt aan RMM en documentatie, ontstaat er een veel rijker beeld. Dan hoeft een L1 niet meer te zoeken, maar kan direct handelen.”

Automatisering als opstap, niet als eindpunt

Volgens Sequeira is het doel niet om mensen te vervangen. “We horen soms: ‘mooi, dan kan ik drie mensen schrappen’. Dat is niet de gedachte. Die mensen heb je juist nodig, maar dan voor ander werk.”

Zacharjev: “Wat je ziet, is dat veel tijd verloren gaat aan analyse. Root cause analysis kost vaak uren, soms dagen. Niet omdat de kennis ontbreekt, maar omdat de informatie verspreid zit over verschillende tools.”

Edgar Zacharjev

Hij geeft een voorbeeld waarbij gebruikersklachten niets met hardware te maken hadden, maar met netwerkgedrag op specifieke tijdstippen. “Die informatie wás er al. Alleen niet op de plek waar L1 keek. Als je dat vooraf kunt samenbrengen, verandert de rol van support.”

Sequeira ziet daarin precies de hefboom voor groei. “Als je L1 ondersteunt met context en automatisering, kunnen minder ervaren mensen complexer werk doen. En ervaren mensen schuiven door naar L2 of L3. Dat maakt organisaties schaalbaar zonder lineair te groeien in personeel.”

Van device health naar user experience

Waar Sequeira vooral spreekt over tickets als ingang, verschuift Zacharjev het gesprek naar beleving. “Device health is jarenlang het uitgangspunt geweest. CPU, geheugen, schijf. Maar gebruikers werken niet met devices, ze werken met ervaringen.” Die ervaring strekt zich uit over laptops, cloudapplicaties, samenwerkingsplatformen en externe systemen. “Een klacht over ‘het werkt niet’ kan net zo goed voortkomen uit een trage applicatie, een instabiele verbinding of verkeerd gebruik van software.”

Sequeira ziet daarin een duidelijke evolutie. “Dat is ook waarom AI hier zo’n grote rol kan spelen. Mensen zien losse signalen. AI ziet patronen. Als je die patronen koppelt aan tickets, verschuift support van reageren naar begrijpen.”

Beide zijn het eens over één randvoorwaarde: zonder goede data werkt geen enkele AI-oplossing. Zacharjev is daar uitgesproken over. “AI is zo slim als de data die je erin stopt. Als die data versnipperd of onlogisch is, krijg je mooie verhalen, maar geen betrouwbare beslissingen.”

Sequeira sluit daarbij aan. “Daarom leren onze modellen binnen de omgeving van de msp zelf. Niet generiek, maar afgestemd op hun processen, klanten en afspraken. Dat maakt het effectiever en beter beheersbaar.”

Vooruitkijken in plaats van bijsturen

Het gesprek verschuift vanzelf naar de volgende stap: voorspellend werken. Sequeira ziet AI steeds vaker signaleren voordat er een probleem ontstaat. “Denk aan capaciteitstekorten, niet-renderende contracten of hardware die richting falen gaat. In plaats van een ticket krijg je een voorstel.”

Zacharjev ziet waarde in het zakelijke gesprek dat daardoor ontstaat. “Als je kunt laten zien waar productiviteit verloren gaat of kosten onnodig oplopen, verandert je rol als msp. Dan lever je geen support meer, maar stuurinformatie.”

De mens blijft in de cockpit

Beiden benadrukken dat AI begeleiding nodig blijft houden. “AI hallucineert soms,” zegt Zacharjev droog. “Daar moet je rekening mee houden.”

Sequeira ziet dat niet als zwakte, maar als realiteit. “Daarom blijft validatie belangrijk. Technici worden regisseurs. Ze stellen kaders, controleren uitkomsten en sturen bij.”

Wat overblijft, is geen toekomstbeeld van lege servicedesks, maar van teams die anders werken. Met digitale collega’s die meedraaien in ticketing, analyse en besluitvorming. Niet zichtbaar voor de klant, maar voelbaar in snelheid, rust en schaalbaarheid.