Videoconferencingleverancier Zoom brengt veranderingen in de manier waarop het bedrijf omgaat met data van gebruikers in de EU. Hiermee wil Zoom tegemoet komen aan de strengere eisen rond privacy en databescherming in Europa.

Betalende gebruikers in de EU kunnen ‘bepaalde data’ voor Meetings, Webinars en Team Chat opslaan binnen de EU. Deze data wordt volgens het bedrijf ‘alleen in individuele gevallen en onder uitzonderlijke omstandigheden’ gedeeld met teams in de VS, zoals met het Trust & Safety team.

Zoom heeft daarnaast een supportteam opgezet in Europa waar klanten voor technische ondersteuning terecht kunnen via een opt-in. De bedoeling is dat hiermee ook alle data die gepaard gaan met support lokaal blijven in Europa. Verder is er een nieuwe tool waarmee beheerders kunnen reageren op verzoeken voor toegang tot of verwijdering van hun persoonlijke gegevens voor Zoom Meetings, Webinars en Team Chat. Deze tool moet de naleving van GDPR- en CCPA-verzoeken vergemakkelijken. Zoom maakt het ook eenvoudiger om inzicht te krijgen in het beleid van het bedrijf omtrent privacy en databescherming.

De nieuwe privacyfeatures zijn ontwikkeld in samenwerking met SURF, de samenwerkingsorganisatie voor ICT in het onderwijs in Nederland. De werking van de features strekt zich uit tot de hele Europese Economische Ruimte, waartoe behalve de EU ook Noorwegen, IJsland en Liechtenstein behoren.

 

De startup TenderTracer, die vandaag is gelanceerd, moet het gemakkelijker maken voor mkb-bedrijven om op de hoogte te blijven van aanbestedingen van de overheid. Dat doet het bedrijf via een online portal en een e-maildienst.

Volgens het bedrijf is het voor veel mkb-bedrijven lastig de weg te vinden in de dagelijkse stroom aanbestedingen. “Daardoor missen ze veel kansen om mee te dingen naar interessante opdrachten van overheidsinstellingen.” Alex Couperus, oprichter van TenderTracer: “Deelnemen aan aanbestedingen wordt als erg ingewikkeld gezien, waardoor in de praktijk alleen grote ondernemingen investeren in een aanbesteding. Wij willen alle bedrijven helpen hun weg te vinden in het oerwoud aan informatie om gericht te kunnen beslissen of een specifieke aanbesteding de tijd en moeite waard is.”

Dashboard

Met een abonnement krijgen mkb-bedrijven toegang tot een persoonlijk dashboard waarin aanbestedingen worden getoond op basis van zelf ingegeven criteria. Deze zijn gebaseerd op de zogeheten CPV-codes (Common Procurement Vocabulary). CPV is een gemeenschappelijke woordenlijst van de EU, waarmee codes worden toegekend aan alle mogelijke soorten overheidsopdrachten voor diensten, leveringen en werken. Aanbestedende diensten moeten bij Europese aanbestedingen dit classificatiesysteem toepassen.

Daarnaast krijgen abonnees drie keer per week een mail met een overzicht van de recente selecties. Eventueel kan TenderTracer een geïnteresseerd bedrijf in contact brengen met een adviseur dan kan helpen bij het indienen van een aanbesteding. Volgens het bedrijf heeft TenderTracer daar verder geen belang bij. Er is een gratis proefperiode beschikbaar.

92 procent van de zorginstellingen zegt dat het niet de vraag is of de organisatie gehackt wordt, maar wanneer. Toch heeft maar de helft een plan om te zorgen voor continuïteit van de kritische applicaties. Dat blijkt uit onderzoek van SoftwareOne onder 30 grote zorginstellingen in Nederland. 

In de zorg is de overstap naar cloudomgevingen de afgelopen jaren toegenomen, constateren de onderzoekers. De belangrijkste strategische overwegingen om te kiezen voor de cloud zijn volgens de respondenten de behoefte aan beheersbaarheid, verbeterde securitymogelijkheden en de wens om te innoveren. Ongeveer 44% van de gebruikte zorgapplicaties bevinden zich in de cloud, hiervoor worden zowel de public als de private cloud gebruikt. Opmerkelijk is volgens het onderzoek dat voor 35% van de ondervraagden niet geheel duidelijk is waar de opgeslagen data zich precies bevinden. 4% geeft aan helemaal geen idee te hebben.

Gegevensbescherming NTA 7516

Het delen van informatie zoals medische gegevens via mal of chat, is alleen toegestaan als medewerkers op een veilige manier kunnen communiceren. Deze norm voor gegevensbescherming, de NTA 7516, is een paar jaar geleden geïntroduceerd om elke vorm van zorggegevens in Nederland te beschermen. Om hieraan te voldoen en datalekken te voorkomen, maken de meeste zorginstellingen gebruik van een oplossing voor geavanceerde mailbeveiliging (79%), maar respondenten geven aan dat er ook Mobile Device Management (69%) en Endpoint Detection & Response (52%) ingezet wordt.

Cybersecurity heeft prioriteit

Security wordt door zorginstellingen serieus genomen, zegt het onderzoek. ‘Cybersecurity is een topprioriteit binnen onze organisatie’ zegt 73% van de ondervraagden. Deze groep vindt ook dat ‘het kennisniveau omtrent cybersecurity van hun medewerkers in de IT-afdeling van hoge kwaliteit is’. Dat geldt niet voor alle medewerkers in de zorg, 85% meent dat niet-IT-medewerkers weinig kennis van security in huis heeft. 92% zegt dan ook realistisch ‘dat het niet de vraag is óf we ooit gehackt worden, maar wanneer’. Dat een hack tot flinke problemen kan leiden blijkt uit het feit dat weliswaar alle zorginstellingen in het bezit zijn van een data back-up system, maar slechts de helft aangeeft men de disaster recovery procedure op gezette tijden test. Ook heeft slechts 50% van de zorginstellingen een remediation plan voor de kritische toepassingen binnen de organisatie.

Tooling voor rapportage en inzicht

Het gebruik van innovatieve toepassingen die de zorg kunnen verbeteren en de werkdruk verlagen, wordt door het gebrek aan zorgpersoneel steeds meer urgent. Zorginstellingen vinden dan ook dat medewerkers teveel tijd kwijt zijn aan administratieve werkzaamheden (83%). Een ander struikelblok is dat slechts 13% van de medewerkers beschikking heeft tot relevante data-inzichten. Ongeveer twee derde van de zorginstellingen heeft daarom geïnvesteerd in tools die helpen bij reporting en inzicht, en in analytische tools als PowerBI. 38% houdt zich bezig met Artificial Intelligence, maar organisaties gebruiken ook typische zorginnovaties zoals slimme pleisters (28%). Veel zorginstellingen zouden graag innovatiever willen zijn, maar komen hier niet aan toe omdat ze te druk zijn met de dagelijkse werkzaamheden (59%), of niet voldoende budget hebben (31%).

Bijna een op de drie IT-professionals (29%) vindt Artificial Intelligence (AI) de meest beangstigende technologie met het oog op de toekomst. Dit blijkt uit onderzoek van technologieconsultant NTT DATA.

Tegelijk ziet 20% AI als meest positieve technologie op zakelijk gebied. AI wordt momenteel door 62 procent van de IT-professionals ook als de belangrijkste technologie voor de business gezien. Zo zijn de voornaamste redenen om gebruik te maken van AI het neerzetten van efficiëntere processen (50%), het verhogen van de productiviteit (41%) en het vooroplopen in de markt (35%). Niet gek dus dat veertien procent van de Nederlandse organisaties momenteel het meeste geld aan AI besteedt.

AI nog niet overal omarmd

Toch maken nog niet alle organisaties gebruik van AI (53%). De grootste groep die er nog geen gebruik van maakt, geeft aan te weinig kennis in huis te hebben (28%). Daartegenover staat een groep IT-professionals die aangeeft al expert te zijn op het gebied van AI (18%). Voor slechts zestien procent is de reden om geen gebruik te maken van AI het ontbreken van interesse in de technologie. Dit kan bijvoorbeeld als reden hebben dat AI de business niet kan verder brengen.

Voor het onderzoek werden iets meer dan 500 IT’ers in loondienst ondervraagd naar hun mening over de opkomende technologieën 5G, Artificial Intelligence, Blockchain, Intelligent Automation, Internet of Things, Low code en VR, AR & XR.

De Enschedese leverancier van glasvezelverbindingen NDIX komt met een dedicated privé datanetwerk voor zakelijke gebruikers. Deze verbinding heeft een snelheid van 100 Gbit/s. 

NDIX mikt op zakelijke gebruikers die nu nog gebruik maken van een VPN uit veiligheidsoverwegingen. Het bedrijf levert gesloten, non-overbooked verbindingen. NDIX zegt nu op grote schaal snelle verbindingen te kunnen leveren, zowel binnen Nederland als naar het prominente knooppunt in Frankfurt, met snelheden tot 400 Gbit/s, en zowel WDM als MPLS kan geleverd worden. Er is nu nog beperkte beschikbaarheid zegt NDIX maar het bedrijf verwacht een uitbreiding met een extra locatie in het vierde kwartaal van dit jaar.

Sinds vorige week zijn alle overheidswebsites verplicht om te voldoen aan de internetstandaard security.txt. Deze open standaard biedt ethische hackers de mogelijkheid om contact op te nemen met de juiste afdeling of persoon wanneer een kwetsbaarheid wordt ontdekt. 

Security.txt is een tekstbestand dat op de website wordt geplaatst, waarin de beheerder contactinformatie kan plaatsen. Beveiligingsonderzoekers en ethische hackers kunnen dankzij deze informatie direct met de juiste afdeling of persoon contact opnemen als zij een kwetsbaarheid vinden. Vaak is namelijk niet duidelijk bij wie een beveiligingsexpert moet zijn om zulke kwetsbaarheden te melden. De overheidsdienst Forum Standaardisatie heeft na onderzoek besloten om het plaatsen van security.txt verplicht te stellen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat bijna 20% van de gemeten overheidswebsites een security.txt-bestand heeft.

Verplichting moet het gebruik verder stimuleren

Met de verplichting wil het Forum Standaardisatie het gebruik verder vergroten. “Hoe meer websites dit implementeren, hoe beter we gebruik kunnen maken van het goede werk van ethisch hackers. De overheid geeft hierin het goede voorbeeld”, aldus Theo Peters (CTO bij VNG Realisatie en lid van Forum Standaardisatie).

De meting laat ook zien dat verschillende Rijksoverheidsorganisaties al verwijzen naar het centrale security.txt-bestand van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). Forum Standaardisatie roept alle Rijksoverheidsorganisaties die gebruik willen maken van het centrale CVD-beleid van de Rijksoverheid, op om dat ook te doen. Het NCSC heeft daarvoor een Handreiking security.txt met uitleg gepubliceerd.

Ook DTC gebruikt security.txt

Overigens deden het Digital Trust Center en diverse ambassadeurs al in oktober vorig jaar een oproep aan bedrijven en IT-dienstverleners om security.txt te gebruiken. Sinds die oproep is het aantal Nederlandse domeinnamen dat voorzien is van een security.txt-bestand gegroeid naar ruim 88.000. Niet alleen ethische hackers kunnen gebruik maken van het bestand. Het Digital Trust Center gebruikt security.txt om het Nederlandse bedrijfsleven sneller te kunnen waarschuwen bij een ernstige cyberdreiging. De dienst hoopt dat de verplichting bij de overheid nu ook andere bedrijven en organisaties over de streep trekt.

Het formaat van het bestand is bedoeld om machinaal en menselijk leesbaar te zijn. De contactinformatie kan een e-mailadres, een telefoonnummer en/of een webpagina met bijvoorbeeld een webformulier zijn. Naast contactinformatie moet het security.txt bestand ook een vervaldatum bevatten. Daarnaast kan het ook andere relevante informatie voor beveiligingsonderzoekers bevatten, zoals een link naar het beleid voor het omgaan met meldingen van beveiligingskwetsbaarheden, een zogeheten Coordinated Vulnerability Disclosure Policy.

Slechts vijftien procent van de Nederlandse organisaties in de publieke sector heeft momenteel zijn digitale transformatie strategie al volledig geïmplementeerd. Dit blijkt uit onderzoek van Unit4 onder 300 beslissers in de publieke sector afkomstig uit Canada, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Zweden.

Nederland loopt achter op onder andere Canada en het Verenigd Koninkrijk, waar respectievelijk 24 en 23 procent de digitale transformatie al volledig heeft uitgerold. Maar liefst veertig procent van de Nederlandse organisaties in de publieke sector heeft wel een strategie, maar deze is pas minimaal uitgerold. Dat betekent dat slechts enkele afdelingen en teams ervan kunnen profiteren. Nog eens negen procent heeft wel een digitale transformatie strategie, maar heeft er tot nu toe nog niets mee gedaan.

Inhaalslag in de komende jaren

Maar dat zou de komende jaren moeten veranderen. De grootste groep (39%) verwacht dat zij binnen twee tot drie jaar de digitale transformatie volledig hebben uitgerold. Bijna de helft (47%) denkt minder dan twee jaar nodig te hebben, waarvan zes procent binnen een jaar de implementatie verwacht af te ronden. Kijken we naar het gemiddelde van alle vier de ondervraagde landen, dan duurt het gemiddeld nog 2,3 jaar voordat organisaties in de publieke sector een volledige digitale transformatie hebben ondergaan.

Dat die digitale transformatie nodig is, blijkt uit het feit dat 41 procent van de Nederlandse beslissers in de publieke sector aangeeft dat er grote verandering nodig is om data compatibel over verschillende afdelingen te maken. Nu moet in 32 procent van de organisaties data nog handmatig uit het ene systeem worden geëxporteerd, om deze vervolgens in een ander systeem te importeren. Daarbovenop komt nog eens 28 procent die gegevens vanaf papier handmatig in de systemen moet invoeren.

Mkb’s gaan door economisch lastige tijden en zoeken naar besparingsmogelijkheden, maar niet op het gebied van IT. Dat blijkt uit onafhankelijk onderzoek van Censuswide in opdracht van Sharp Europe.

Zo investeert 42% van de mkb’s in 2023 in IT, tegenover slechts 7% die bezuinigt. De investeringen beslaan gemiddeld zo’n 40.000 euro in totaal voor 2023. Mkb’s zien dat er de afgelopen jaren veel is veranderd in hun bedrijfsvoering, onder andere door de coronapandemie.

Volgens de deelnemende bedrijven liggen de grootste uitdagingen voor het mkb de komende 12 maanden in stijgende leveringskosten (33%), het vinden en vooral behouden van talent (32%) en het beheren van hybride werkplekken (34%). Vooral dat laatste brengt zorgen over veiligheid en bedrijfscontinuïteit met zich mee. Een groot aantal wisselingen in het personeelsbestand en werklocaties vergt ook veel van de IT-ondersteuning. IT-beveiliging wordt hierbij genoemd als grootste technologische uitdaging (31%).

Investeringsbereidheid

Uit het onderzoek blijkt een grote investeringsbereidheid in IT, wat aanduidt dat mkb’s met behulp van IT bovenstaande zorgen en uitdagingen willen aanpakken. Zo zegt 34% te willen focussen op IT-security en bedrijfscontinuïteit, 31% heeft een cloudmigratieproject op de agenda staan en 37% investeert in nieuwe hardware.

Opvallend is dat de investeringsbereidheid groot is en dat ze vooral investeren in hun uitdagingen en/of zorgen, maar nauwelijks in de basis van IT. Geen enkele respondent geeft namelijk te kennen in cyber essentials te investeren in 2023. Dat zijn basiselementen op vlak van cyberbeveiliging waaraan elke organisatie zou moeten voldoen, zoals een cyber recoveryplan, beveiligingsconfiguratie, malwarebescherming.

De ontwikkeling van de weerbaarheid van kleine bedrijven in Nederland loopt achter bij de snelheid waarmee cybercriminelen nieuwe aanvalsmethoden ontwikkelen. Dit leidt tot een weerbaarheidskloof tussen de dreiging en de bescherming van bedrijven.

Dat blijkt uit onderzoek van het Digital Trust Center (DTC). Dat de digitale weerbaarheid nog niet overal op orde is, komt doordat basismaatregelen niet voldoende doorgevoerd worden. Het DTC doelt hiermee op zaken als het inloggen in twee stappen en het maken en testen van back-ups.

DTC Benchmark onderzoek

Het Digital Trust Center (DTC) heeft onderzoek laten doen naar het gebruik van verschillende cybersecuritymaatregelen door Nederlandse zzp’ers en (klein) mkb’s met en zonder IT-dienstverlener. Aan het onderzoek namen in totaal 766 zzp’ers en mkb’s (tot 25 medewerkers) deel. Uit de resultaten komt naar voren dat zzp’ers en mkb’s maatregelen nemen om hun bedrijf te beschermen. Zo geven 4 op de 5 zzp’ers en mkb’s aan dat er antivirussoftware geïnstalleerd is. Ook denkt ruim 4 van de 5 zzp’ers en mkb’s phishing goed te kunnen herkennen. Niet alle maatregelen worden nog voldoende genomen. Zo is het opvallend dat het inloggen in 2 stappen, ook wel tweefactorauthenticatie genoemd, zowel onder zzp’ers als mkb’s bij de minst nageleefde maatregelen staat. 60% van de mkb’s geeft aan dat ze tweefactorauthenticatie ingesteld hebben op alle bedrijfsapplicaties. Onder de zzp’ers ligt dit percentage op 44%.

Zzp’ers hebben meer inzicht

Hoewel de zzp-groep gemiddeld lager scoort op het nemen van de cybersecuritymaatregelen, heeft deze groep meer inzicht in de genomen maatregelen dan de mkb-groep. Bij de mkb-groep is het vaker onduidelijk of bepaalde maatregelen wel of niet genomen zijn. Een opvallend verschil tussen de twee groepen is dat mkb’s vaker een bellijst hebben voor digitale noodgevallen, terwijl dit onder zzp’ers een van de minst nageleefde maatregelen is. Ook testen zzp’ers in vergelijking met mkb’s minder vaak of hun back-up ook echt werkt als het nodig is.

Invloed van IT-dienstverlener op genomen maatregelen

Van de zzp’ers heeft 9% een IT-dienstverlener ingeschakeld. Bij het mkb is dit 64%. Als er gekeken wordt naar de verschillen tussen de twee groepen met en zonder IT-dienstverlener dan valt op dat zzp’ers zonder IT-dienstverlener ruim twee keer zo vaak aangeven dat ze getest hebben of back-up werkt (57% van de zzp’ers zonder IT-dienstverlener versus 26% van de zzp’ers met IT-dienstverlener). Ook hebben aanzienlijk meer zzp’ers zonder IT-dienstverlener (30%) een risicoanalyse gemaakt dan zzp’ers met IT-dienstverlener (8%).

“Er wordt vaak gedacht dat kleine bedrijven geen interessant doelwit zijn voor cybercriminelen. Ten onrechte. Een cyberaanval treft heel vaak de systemen die onvoldoende beschermd zijn. Er zijn gelukkig heel wat zaken die je vandaag zelf nog kunt regelen om je bedrijf te beschermen. Met de CyberVeilig Check kunnen we ervoor zorgen dat de weerbaarheidskloof een stukje kleiner wordt.”, aldus Michel Verhagen, manager van het DTC.

Campagne voor bewustzijn

Naar aanleiding van deze resultaten start het DTC vandaag een bewustwordingscampagne over cybersecuritymaatregelen die ondernemers zelf snel kunnen uitvoeren. Het doel van deze campagne is om zzp’ers en mkb’ers aan te moedigen om snel actie te ondernemen om hun weerbaarheid te vergroten.

Het aanjaagprogramma voor start-ups en scale-ups Techleap mag nog drie jaar door maar het budget wordt wel gehalveerd. Dat staat in de brief van minister Micky Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat die zij gisteren naar de Tweede Kamer stuurde.

De minister heeft het programma door een extern bureau laten evalueren. Daaruit blijkt dat het Nederlandse start-up- en scale-up-klimaat substantieel is verbeterd in acht jaar tijd, schrijft de minister. Volgens haar is er nog meer mogelijk. “Zoals bij het doorontwikkelen van hoogwaardige technologische kennis in producten en diensten: zogenoemde deep tech. En door nog meer te richten op groeibedrijven die de grootste maatschappelijke uitdagingen aanpakken zoals gezondheid, klimaat, energie en digitalisering. Ik neem de aanbeveling over om met Techleap.nl door te gaan. Er blijft een aanjager nodig om opgebouwde kennis en netwerken te behouden en te versterken. Techleap.nl gaat die verbetering realiseren met een andere rol en focus. Die is straks gericht op meer deep tech bedrijven in Nederland krijgen en meer start-ups laten doorgroeien naar scale-ups. Naast publieke financiering moet er – net als in andere EU-landen – ook meer private financiering zoals durfkapitaal komen voor het gedeelte dat inmiddels zelf door de markt opgepakt kan worden. Techleap.nl kan een rol spelen om die marktpartijen te mobiliseren”, zegt minister Adriaansens.

Ranking

Volgens de laatste Genome Ranking uit 2022 staat Nederland nu op positie 14 wereldwijd als het gaat om het start-upklimaat, 1e in de Europese Unie (nog voor Berlijn, Duitsland) en totaal 2e in Europa na Londen (Verenigd Koninkrijk). Er zijn in Nederland ruim 10.000 start-ups waaronder meer dan 10 met een waarde van boven de 1 miljard dollar. De Nederlandse sector is goed voor ruim 135.000 techbanen. Onder de meer dan 10.000 start-ups bevinden zich ongeveer 1.400 zogenoemde deep tech bedrijven: kennisintensieve start-ups die hoogwaardige (technologische) kennis vanuit bijvoorbeeld universiteiten combineren met onderzoek, ontwikkeling en productie.

Start-upbeleid en besluit over Special Envoy

Het kabinet publiceert nog voor de zomer haar aangescherpte beleid voor start-ups, scale-ups en het stimuleren van durfkapitaal. Ook neemt het kabinet dan tegelijkertijd een besluit over het al dan niet (her)benoemen van de Special Envoy (gezant) voor het start-up- en scale-upbeleid, prins Constantijn van Oranje.