Networking-as-a-Service, kortweg NaaS, verandert. Waar eerdere modellen vooral draaiden om beheer, monitoring of financiering van bestaande netwerken, verschijnen nu aanbieders die het volledige netwerk als abonnement leveren. Hardware, software en lifecyclebeheer vallen samen in één dienst. 

De recente distributiedeal rond Meter laat zien hoe snel deze beweging terrein wint. Traditionele netwerkomgevingen zijn jarenlang opgebouwd rond investeringen in hardware. Switches, access points en security-appliances werden aangeschaft, afgeschreven en periodiek vervangen. NaaS probeert dat model los te laten door infrastructuur te benaderen als een doorlopende dienst. Kosten verschuiven richting een voorspelbare abonnementsstructuur, waarbij capaciteit en functionaliteit worden afgestemd op locatie of gebruik.

Voor veel organisaties speelt budgetzekerheid een rol. Door vaste maandelijkse kosten te koppelen aan netwerkcapaciteit ontstaat meer flexibiliteit in planning en schaalbaarheid. Ook verandert het de manier waarop je als msp projecten kunt aanpakken. In plaats van eenmalige implementaties kun je verdiensten genereren uit langdurige dienstverlening en lifecyclebeheer, iets waar je bij routers en switches niet meteen aan zou denken.

De opkomst van full-stack networking

Wat de nieuwste generatie NaaS-aanbieders onderscheidt, is de mate van integratie. Waar eerdere modellen vaak bovenop bestaande hardware van verschillende leveranciers lagen, kiezen sommige partijen voor een verticaal geïntegreerde stack. Eén besturingssysteem stuurt switching, wifi, security en energiebeheer aan.

Die aanpak is vooral bedoeld om de complexiteit van beheer te verminderen. Minder losse consoles, minder licentiestructuren en een eenduidige lifecycle verlagen de operationele druk. Maar aan de andere kant is er het gevaar van een gesloten ecosysteem waarin partners en eindgebruikers sterker afhankelijk worden van één leverancier. Dat vraagt om zorgvuldige afwegingen rond integraties, interoperabiliteit en migratiestrategieën.

De verschuiving naar NaaS raakt ook distributie. Traditioneel draaide de rol van distributeurs om logistiek, financiering en voorraadbeheer. Nu groeit het belang van enablement, training en data-gedreven inzichten. Partners verwachten ondersteuning bij abonnementsmodellen, recurring revenue en serviceontwikkeling.

Voor distributeurs ontstaat daarmee een hybride positie tussen vendor en servicepartner. Ze bieden technische ondersteuning, commerciële begeleiding en lifecyclemanagement rondom oplossingen die minder tastbaar zijn dan klassieke hardwaredeals. NaaS versnelt deze verandering doordat marges en waarde verschuiven naar dienstverlening en langdurige klantrelaties.

Prijsmodellen veranderen het gesprek

Een opvallend element in moderne NaaS-constructies is het prijsmodel. Sommige aanbieders rekenen per locatie in plaats van per device. Dat lijkt een detail, maar heeft invloed op hoe netwerken worden ontworpen en verkocht. Het gesprek verschuift van specificaties en aantallen naar gebruiksscenario’s en schaalbaarheid.

Voor de msp biedt dat nieuwe kansen, bijvoorbeeld bij organisaties met veel vestigingen of dynamische werkplekken. Het vraagt ook om andere verkoopargumenten en een bredere blik op operationele kosten. De waarde zit minder in het product zelf en meer in de continuïteit van de dienst.

Waar komt deze ontwikkeling vandaan? Verschillende trends komen samen. Hybride werken en cloudconnectiviteit zorgen voor meer gedistribueerde netwerken. Security-eisen worden complexer en vereisen voortdurende updates. De druk om IT-omgevingen eenvoudiger te beheren met kleinere teams is voelbaar.

NaaS sluit aan bij die behoefte door infrastructuur te abstraheren tot een dienstlaag. In plaats van losse upgrades of hardwarevervanging ontstaat een model waarin netwerken voortdurend worden aangepast zonder grote migraties. Dat past bij een markt waarin organisaties sneller willen schakelen en minder afhankelijk willen zijn van langdurige implementatietrajecten.

Kanttekeningen

Hoewel de belangstelling groeit, lijkt adoptie in Europa nog wat achter te blijven. Veel organisaties beschikken over bestaande infrastructuren met lange afschrijvingstermijnen. Daarnaast spelen compliance-eisen, datasoevereiniteit en integraties met bestaande securityplatforms een rol bij de keuze voor nieuwe netwerkmodellen.

NaaS zal dan ook waarschijnlijk voorlopig nog naast traditionele architecturen blijven bestaan in plaats van deze direct te vervangen. De vraag verschuift naar hybride scenario’s, waarbij delen van het netwerk als dienst worden afgenomen terwijl andere onderdelen on-prem blijven draaien.

Of full-stack NaaS breed wordt omarmd, zal afhangen van vertrouwen in integraties, flexibiliteit van contracten en de mate waarin partners waarde kunnen toevoegen rond consultancy en beheer. Wat nu zichtbaar wordt, is vooral een verschuiving in denken: het netwerk als abonnement in plaats van bezit.

Hacken was lang synoniem met inbraak. Aanvallers forceerden hun weg naar binnen via kwetsbaarheden, malware of slecht gepatchte systemen. Dat beeld is inmiddels achterhaald. Veel incidenten beginnen tegenwoordig niet met een technische doorbraak, maar met iets dat nauwelijks te detecteren is: een geldige login, een vertrouwde sessie, een legitiem account. Hackers breken niet meer in, ze loggen in.

Safer Internet Day is traditioneel een moment van bewustwording. Over veilig wachtwoordgebruik, phishing en online gedrag. Nuttig, maar onvoldoende om te begrijpen wat er structureel is veranderd. Want wie cyberincidenten van de afgelopen jaren analyseert, ziet een duidelijke verschuiving: aanvallen draaien steeds minder om het omzeilen van beveiliging en steeds meer om het misbruiken van vertrouwen.

Van exploit naar misbruik

Technisch gezien zijn veel organisaties beter beveiligd dan ooit. Patchmanagement is volwassener, endpointbeveiliging slimmer en netwerksegmentatie strakker ingericht. Tegelijkertijd blijven incidenten zich opstapelen. Dat lijkt tegenstrijdig, tot je kijkt naar de aard van die incidenten.

Business Email Compromise, accountovernames en misbruik van cloudtoegang vormen inmiddels het grootste deel van de schadegevallen. De aanval is vaak eenvoudig: een phishingmail, een overtuigende loginpagina of een misleidende OAuth-koppeling. Geen malware, geen zero-day, geen opvallende piek in netwerkverkeer. Alleen een aanvaller die zich voordoet als een legitieme gebruiker.

Dat maakt detectie ingewikkeld. Traditionele beveiliging is ingericht op afwijkingen: onbekende bestanden, verdachte processen, ongebruikelijke verbindingen. Maar wat als de aanval bestaat uit exact datgene waarvoor de infrastructuur is ontworpen: inloggen, lezen, mailen, downloaden?

Vertrouwen als kwetsbaarheid

Identiteit is daarmee het nieuwe aanvalsoppervlak geworden. Identity management is gebouwd op aannames die niet meer houdbaar zijn. Wie eenmaal binnen is, wordt vaak vertrouwd. Rollen en rechten zijn breed, uitzonderingen stapelen zich op en monitoring richt zich vooral op technische indicatoren.

Aanvallers spelen daar handig op in. Ze bewegen zich rustig door omgevingen, observeren processen en wachten het juiste moment af. Soms wekenlang. Timing en context bepalen de schade, brute kracht speelt daarbij nauwelijks een rol. Een wijziging in een factuur. Een ogenschijnlijk logische mail aan een financiële afdeling. Een API-token dat meer toegang blijkt te hebben dan bedoeld.

Veel organisaties zijn technisch veilig ingericht, maar blijken operationeel kwetsbaar. Ze zijn kwetsbaar doordat vertrouwen nog steeds impliciet wordt toegekend.

Zero Trust nog onvoldoende

Zero Trust wordt vaak gepresenteerd als het antwoord op deze ontwikkeling. Vertrouw niemand, verifieer alles. In theorie klopt dat. In de praktijk blijft Zero Trust echter vaak steken op beleidsniveau. Multifactor-authenticatie wordt uitgerold, conditional access ingericht, maar het onderliggende gedrag verandert nauwelijks.

Accounts behouden ruime rechten, uitzonderingen blijven bestaan en signalen worden niet altijd opgevolgd. Bovendien creëert complexiteit nieuwe risico’s. Hoe meer regels, koppelingen en afhankelijkheden, hoe lastiger het wordt om overzicht te houden. Zeker in cloudomgevingen waar identiteiten, workloads en API’s voortdurend veranderen. Zero Trust zonder continue monitoring en duidelijke verantwoordelijkheden is daarmee vooral een extra laag, geen fundamentele koerswijziging.

De rol van automatisering en AI

Automatisering en AI versterken deze trend aan beide kanten. Aanvallers gebruiken AI om geloofwaardige phishingmails te schrijven, context te verzamelen en timing te perfectioneren. Verdedigers zetten AI in om afwijkend gedrag te herkennen en prioriteiten te stellen.

Het verschil zit in snelheid en schaal. Aanvallers hebben genoeg aan één succesvolle login. Verdedigers moeten elk signaal beoordelen, correleren en duiden. Dat vergroot de druk op securityteams, die steeds vaker verdrinken in alerts zonder duidelijk beeld van wat werkelijk misgaat.

Cyberveiligheid draait daarmee vooral om organisatie en verantwoordelijkheid. Wie is verantwoordelijk voor identiteitsbeheer? Wie beoordeelt gedrag? En wie durft in te grijpen als iets formeel klopt, maar inhoudelijk niet?

Veilig internet vraagt om andere vragen

Safer Internet Day draait vaak om de vraag hoe we het internet veiliger maken. Misschien is het zinvoller om een andere vraag te stellen: hoe gaan we om met een internet waarin misbruik er normaal uitziet?

Dat vraagt om andere accenten. Minder focus op nieuwe tools, meer aandacht voor het inrichten van vertrouwen. Minder aannames over ‘legitiem gebruik’, meer nadruk op context en gedrag. En vooral het besef dat veiligheid geen staat is, maar een voortdurend proces van toetsen, bijstellen en ingrijpen.

De grootste dreiging komt niet langer van buitenaf. Die zit in accounts, rechten en processen die ooit logisch waren, maar inmiddels structureel worden misbruikt. Safer Internet Day is daarom een goede aanleiding om het beveiligingsdenken opnieuw tegen het licht te houden.

Het Amerikaanse IT-dienstenbedrijf Kyndryl verkeert in zwaar weer. Het bedrijf kreeg in Nederland bekendheid door de aangekondigde overname van Solvinity, het bedrijf achter de infrastructuur waarop DigiD draait, Het aandeel van Kyndryl daalde maandag 9 februari met 55 procent na berichtgeving over een lopend onderzoek van de Amerikaanse beurswaakhond SEC en het onverwachte vertrek van twee topbestuurders.

De SEC heeft documenten opgevraagd die betrekking hebben op kasbeheer, financiële verslaglegging en interne controles. Dat blijkt uit een publicatie van de toezichthouder, waarover ook vakmedium CRN bericht. Tegelijk maakte Kyndryl bekend dat zowel de CFO als de General Counsel per direct is vertrokken. Het bedrijf heeft interim-bestuurders aangesteld om de opengevallen posities tijdelijk op te vangen.

Hoewel CEO Martin Schroeter benadrukte dat Kyndryl volledig meewerkt aan het onderzoek en dat er geen herziening van eerder gepubliceerde jaarcijfers wordt verwacht, reageerden beleggers nerveus. Het aandeel sloot de handelsdag op 10,59 dollar, tegenover 23,60 dollar aan het begin van de dag.

De onrust komt bovenop tegenvallende financiële resultaten. De nettowinst over het derde kwartaal van het lopende boekjaar daalde naar 57 miljoen dollar, tegenover 215 miljoen dollar in dezelfde periode een jaar eerder. Kyndryl wijt deze terugval onder meer aan langere verkoopcycli, die volgens het bedrijf samenhangen met onzekerheid rond regelgeving voor AI.

Inmiddels hebben meerdere Amerikaanse advocatenkantoren aangekondigd onderzoeken te starten naar mogelijke misleiding van investeerders. Daarnaast stelt Kyndryl de indiening van het officiële kwartaalverslag (10-Q) voorlopig uit.

De problemen bij Kyndryl spelen tegen de achtergrond van de voorgenomen overname van Solvinity in Nederland. Die overname ligt al onder een vergrootglas vanwege vragen rond digitale soevereiniteit en de rol van buitenlandse partijen bij vitale digitale infrastructuur. Vooralsnog is er geen aanwijzing dat het SEC-onderzoek direct verband houdt met deze overname, maar de recente ontwikkelingen vergroten wel de onzekerheid rond het bedrijf.

Kyndryl is in 2021 ontstaan als afsplitsing van IBM. Het bedrijf nam daarbij IBM’s wereldwijde managed infrastructure services over en positioneerde zich als zelfstandige speler op het gebied van IT-dienstverlening voor grote organisaties. Sinds de verzelfstandiging is Kyndryl actief bezig met het aanscherpen van zijn portfolio en het uitbreiden van zijn aanwezigheid via samenwerkingen en overnames, waaronder de voorgenomen overname van Solvinity. Er werken zo’n 73 duizend mensen.

De maakindustrie staat aan de vooravond van een nieuwe fase. Personeelstekorten, grillige supply chains en stijgende kosten blijven de agenda bepalen. Tegelijkertijd verandert de manier waarop bedrijven met die uitdagingen omgaan. Recent onderzoek van ECI Software Solutions en marktanalyses van IFS laten zien dat steeds meer maakbedrijven ERP zien als hun centrale stuurinstrument. Niet alleen voor administratie en planning, maar als fundament onder digitalisering, AI en datagedreven besluitvorming.

Het Hero Report van ECI schetst een sector die onder druk staat en tegelijk voorzichtig vooruitkijkt. Ruim de helft van de ondervraagde maakbedrijven verwacht groei in 2026. Tegelijkertijd noemt 43 procent personeelsschaarste als grootste risico. Ook beperkte budgetten en een gebrek aan kennis blijven een rol spelen.

Voorzichtig optimisme onder druk

Die combinatie verklaart waarom veel kleine en middelgrote maakbedrijven investeren in technologie die snel overzicht biedt. De focus ligt op systemen die direct helpen om grip te krijgen op kosten, planning en voorraad. Cloudgebaseerde ERP-oplossingen spelen daarin een steeds grotere rol. Opvallend is dat de meeste bedrijven zichzelf nog in een vroege digitaliseringsfase plaatsen. Slechts een klein deel noemt zijn processen volledig geoptimaliseerd. In veel organisaties is inmiddels veel data beschikbaar, terwijl het inzicht daarin beperkt blijft.

De afgelopen jaren hebben veel maakbedrijven losse digitaliseringsstappen gezet. Er kwam software voor planning, aparte systemen voor voorraadbeheer en dashboards voor rapportage. Dat leverde op korte termijn voordelen op, maar zorgde ook voor versnippering. Data staat verspreid over meerdere applicaties, rapportages vergen veel handwerk en scenario’s zijn lastig door te rekenen. IFS signaleert dat veel organisaties nog werken in silo’s. Afdelingen zijn wel gedigitaliseerd, maar nauwelijks geïntegreerd. Daardoor blijft de waarde van analytics en AI-toepassingen vaak beperkt tot afzonderlijke processen.

ERP krijgt in dat landschap steeds vaker de rol van verbindend platform dat deze fragmentatie moet doorbreken. Door processen, transacties en planningen samen te brengen, ontstaat één gedeelde informatiebasis. Zonder die basis blijven organisaties vooral reactief werken. Beslissingen worden genomen op basis van achterhaalde cijfers of onvolledige rapportages, wat de wendbaarheid beperkt.

ERP als fundament voor AI en automatisering

De belangstelling voor AI groeit snel. In het ECI-onderzoek staat bijna drie kwart van de bedrijven positief tegenover AI. Tegelijkertijd ziet bijna de helft nog geen meetbaar resultaat. Dat hangt nauw samen met de kwaliteit en samenhang van onderliggende data. Zonder consistente, actuele en geïntegreerde informatie blijven AI-toepassingen beperkt tot kleinschalige experimenten. Wanneer kernprocessen via ERP met elkaar verbonden zijn, ontstaat een fundament voor verdere automatisering. Dat vertaalt zich in voorspellende planning, realtime inzicht in knelpunten, slimmere voorraadoptimalisatie en betere ondersteuning bij capaciteitsbeslissingen. In die context verschuift ERP steeds meer richting dataplatform voor operationele intelligentie.

Een belangrijk verschil met eerdere digitaliseringsgolven is de nadruk op continu inzicht. Volgens IFS verandert supply chain-analyse van een periodieke activiteit in een doorlopende functie. Met behulp van AI-ondersteunde simulaties kunnen bedrijven scenario’s blijven doorrekenen en zich beter voorbereiden op verstoringen. Dat vraagt om actuele data uit productie, logistiek, inkoop en service. ERP fungeert daarbij als centraal knooppunt waar deze informatiestromen samenkomen. Hetzelfde geldt voor duurzaamheid. Wat jarenlang draaide om jaarlijkse rapportages en audits, ontwikkelt zich steeds meer tot een operationele stuurvariabele. Energieverbruik, afvalstromen en emissies moeten structureel gemonitord en bijgestuurd worden.

Beeld: iStock

Efficiëntie als blijvende motor

Ondanks alle technologische ontwikkelingen blijft efficiëntie de belangrijkste reden om te investeren. Vrijwel alle ondervraagde bedrijven noemen dit als belangrijkste motivatie, gevolgd door kostenreductie. In de praktijk wordt ERP daarom vooral ingezet voor kostprijsberekening, productieplanning en voorraadbeheer. Relatief weinig bedrijven gebruiken hun ERP-omgeving al voor strategische prognoses en langetermijnscenario’s.

Een tweede belangrijke ontwikkeling is de groeiende vraag naar gespecialiseerde software. Generieke pakketten sluiten steeds minder aan op de praktijk van nicheproducenten, machinebouwers en toeleveranciers. Volgens ECI zoeken bedrijven vooral naar oplossingen die aansluiten op hun werkvloer, processen en regelgeving. Dat vraagt om branchegerichte ERP-oplossingen met ingebouwde kennis van productieflows, kwaliteitscontrole en certificering.

IFS verwacht dat humanoïde en mobiele robots de komende jaren een grotere rol krijgen op de productievloer. Die ontwikkeling hangt samen met personeelstekorten en productiviteitsdruk. In omgevingen waar mensen, machines en robots samenwerken, moeten planning, onderhoud, kwaliteitsdata en logistiek naadloos op elkaar aansluiten. ERP vormt daarbij het coördinerende systeem dat deze processen verbindt. De fabriek van de toekomst wordt daarmee geautomatiseerd en vooral geïntegreerd.

Organisatie en vaardigheden als doorslaggevende factor

Technologie vormt zelden de grootste belemmering. Uit het ECI-onderzoek blijkt dat gebrek aan tijd, kennis en vaardigheden minstens zo zwaar weegt als budget. Veel bedrijven beschikken over systemen en data, terwijl het vermogen ontbreekt om daar structureel waarde uit te halen. Daarnaast zijn organisatiestructuren vaak nog ingericht op traditionele afdelingen, wat samenwerking tussen mens en AI bemoeilijkt. ERP-implementatie vraagt daarom ook om procesherziening, training, aandacht voor datakwaliteit en nieuwe rollen rond analyse en planning. Zonder die randvoorwaarden blijft het potentieel onbenut.

Beide onderzoeken maken duidelijk dat ERP verschuift van ondersteunend systeem naar strategisch fundament. Niet als doel op zich, maar als voorwaarde voor verdere digitalisering, AI-toepassing en operationele wendbaarheid. Voor veel maakbedrijven betekent dit een kantelpunt. De inzet van ERP bepaalt in toenemende mate hoe snel organisaties kunnen reageren op marktveranderingen, omgaan met schaarse capaciteit en investeren in nieuwe technologie. In een sector waar marges onder druk staan en personeel schaars blijft, ontwikkelt ERP zich daarmee tot een structurele randvoorwaarde voor concurrentiekracht.

Vergaderruimtes, winkels en kantoren worden steeds digitaler, maar achter een modern scherm gaat veel meer schuil dan alleen beeld. Software, beheer, connectiviteit en partnerschap bepalen in toenemende mate de waarde van professionele displays. Tijdens ISE in Barcelona schetst Mildo Meijer, Head of Marketing & Operations B2B Display bij Samsung Electronics Benelux hoe schermen uitgroeien tot een vast onderdeel van IT- en bedrijfsinfrastructuren.

Volgens Meijer is het tijdperk waarin een display op zichzelf stond, definitief voorbij. “In een vergaderruimte gaat het niet meer alleen om een scherm. Het gaat om camera’s, software, connectiviteit en beheer. Wij zijn eigenlijk altijd onderdeel van een totale propositie.”

Die gedachte geldt niet alleen voor meetingrooms, maar ook voor sectoren als retail en hospitality. Digitale schermen maken het mogelijk om content centraal aan te sturen en gelijktijdig te wijzigen. “Dat is het grote voordeel ten opzichte van papier. Je weet dat je merk overal consistent wordt gepresenteerd.”

Achter die zichtbare laag zit software die zorgt voor beheer, monitoring en contentdistributie. Samsung levert daarvoor eigen tooling, in de vorm van het cloudgebaseerde platform VXT, dat wordt gebruikt voor het centraal beheren en plannen van content, het op afstand monitoren van schermen en het verzamelen van basisinformatie over prestaties en beschikbaarheid. Samsung laat ook ruimte voor oplossingen van derden. “We willen flexibel blijven. Partners moeten hun eigen keuzes kunnen maken.”

Partnerschap als kernstrategie

Samsung levert zijn professionele oplossingen vrijwel altijd via partners. Dat is volgens Meijer een bewuste strategie. “Samenwerking zit in de kern van ons bedrijf. Je combineert zo het beste van meerdere werelden.” Tegelijkertijd kiest Samsung ervoor om resellers niet strak te sturen met vaste proposities of verplichte modellen. “Veel AV-partners werken met maatwerk. Als wij te veel gaan voorschrijven, haken ze af. Wij willen aanvullend zijn, niet beperkend.”

Daarmee wil het bedrijf zich onderscheiden van de aanpak van partijen die complete, vooraf gedefinieerde oplossingen aanbieden. In de AV-markt blijft ruimte voor specialistische integratie en maatwerk belangrijk. “Bij boardrooms of high-end vergaderruimtes wil elke klant iets anders. Dat is waar partners hun waarde toevoegen.”

Van consumenten naar zakelijk

Samsung is bij het grote publiek vooral bekend als consumentenmerk. In de zakelijke markt speelt dat imago volgens Meijer juist in het voordeel. “De merknaam staat voor kwaliteit. Die lading nemen we mee naar B2B, maar daar komen andere eisen bij: zekerheid, veiligheid en continuïteit.”

Zakelijke klanten willen weten dat een leverancier ook op langere termijn verantwoordelijkheid neemt. “Als er iets misgaat, verwachten klanten dat Samsung het oplost. Die verwachting moeten we waarmaken.” Volgens Meijer wordt dat in de praktijk ook herkend. “Partners en eindgebruikers weten dat wij achter onze producten staan. Dat schept vertrouwen.”

Ecosystemen en software

Hoewel Samsung sterk inzet op samenwerking met partners, bouwt het bedrijf ook eigen ecosystemen, met name rond digital signage. De bijbehorende beheersoftware speelt daarin een centrale rol. “Hardware wordt steeds meer uitwisselbaar. Dan wordt de softwarelaag belangrijk. Daarmee kun je prestaties optimaliseren en het beheer vereenvoudigen.” Het uitgangspunt is steeds de klantbehoefte. “Je kijkt van buiten naar binnen: wat heeft deze organisatie nodig om haar schermen optimaal te laten functioneren?”

Een belangrijk thema in het gesprek is het verschil tussen consumenten-tv’s en professionele displays. Dat onderscheid is voor veel organisaties nog niet altijd duidelijk. “Een professioneel display is gebouwd op lange branduren, soms 16 uur per dag, zeven dagen per week,” legt Meijer uit. “Een gewone tv is daar niet voor gemaakt.” Daarnaast spelen duurzaamheid, helderheid en betrouwbaarheid een grote rol. “Na een half jaar verkleuring of uitval wil niemand. In professionele omgevingen moet het gewoon blijven werken.” Volgens Meijer is dat ook zichtbaar bij nieuwe technologieën zoals LED-wanden. “Je ziet grote kwaliteitsverschillen. Sommige systemen gaan tien jaar mee, andere vertonen snel defecten.”

Displays als onderdeel van IT-infrastructuur

Sinds corona zijn schermen steeds meer geïntegreerd geraakt in IT-omgevingen. Vergaderruimtes zijn uitgegroeid tot volwaardige digitale werkplekken. “IT-managers willen weten of een scherm werkt, of er storingen zijn, en daar automatisch meldingen over krijgen,” zegt Meijer. “Een meetingroom is inmiddels gewoon een onderdeel van het netwerk.” Daarmee verschuift de verantwoordelijkheid deels van AV naar IT. Betrouwbaarheid en beheer op afstand worden belangrijker dan ooit.

Ook AI komt aan bod, met name in relatie tot nieuwe interactieve toepassingen. Meijer ziet displays steeds vaker als interface voor AI-diensten. “AI is vaak onzichtbaar. De vraag is: hoe maak je het bruikbaar voor mensen? Displays kunnen daar een rol in spelen.” Voorbeelden zijn interactieve balies, digitale assistenten en virtuele agents in winkels of kantoren. “Je ziet start-ups die AI koppelen aan visuele presentaties. Dat geeft hun oplossingen meer beleving.” Daarnaast wordt AI ingezet voor beeldoptimalisatie. “Onze Vision AI past het scherm aan op de omgeving, zodat je altijd de beste kijkervaring hebt.”

Ontwikkelingen in werkplekmonitoren

Professionele monitoren voor werkplekken veranderen. Volgens Meijer draait het steeds meer om eenvoud en integratie. “Met één USB-C-kabel kun je tegenwoordig je hele werkplek aansluiten. Dat is standaard aan het worden.” Duurzaamheid speelt eveneens een grotere rol, met schermen die automatisch dimmen of uitschakelen. Daarnaast groeit het formaat. “We bewegen van 24 en 27 inch richting 34 inch en groter, vaak curved.” Nieuwe technologieën komen vaak uit de gamingmarkt. “Daar zie je innovaties zoals brilvrij 3D. Die sijpelen later door naar zakelijke toepassingen.”

Als Meijer vooruitkijkt, hoopt hij dat Samsung zich verder ontwikkelt tot een brede zakelijke technologiepartner. “Niet alleen displays, maar ook mobiele apparaten, klimaatoplossingen en andere systemen. Alles komt samen in geïntegreerde omgevingen.” Die kruisbestuiving ziet hij al bij grote klanten. “Je begint met één productlijn en groeit door naar een bredere samenwerking.”

 

Tijdens ISE 2026 in Barcelona heeft HP nieuwe producten en platformupdates gepresenteerd voor hybride werken en digitale samenwerking. De aankondigingen richten zich op headsets, videoconferentie-oplossingen en BYOD-vergaderruimtes, met als doel ondersteuning van moderne werkvormen en centraal beheer door IT-teams.

Een belangrijk onderdeel van de presentatie is de introductie van de HP Poly Mission Series. Deze nieuwe lijn bedrade USB-headsets is bedoeld voor hybride werkomgevingen en richt zich op spraakkwaliteit, draagcomfort en duurzaamheid. De serie bestaat uit drie modellen, met oplopende specificaties op het gebied van microfoons en actieve ruisonderdrukking. Alle modellen zijn gecertificeerd voor gebruik met onder meer Microsoft Teams, Zoom en Google Meet. Volgens HP zijn de headsets ontworpen met vervangbare onderdelen en duurzame materialen, om de levensduur te verlengen.

Naast audio-oplossingen presenteert HP een nieuwe versie van zijn videoplatform met Poly VideoOS 5.0. Deze update is gebaseerd op Android 13 en vormt de basis voor toekomstige software-ontwikkelingen binnen het Poly-videoportfolio. De nieuwe versie ondersteunt onder meer verbeterde cameraframes, AI-ruisreductie, multi-microfoonmixing en snellere bediening via touchcontrollers. HP geeft aan dat het platform ondersteuning biedt tot en met 2032 en voorbereid is op toekomstige Android-versies.

Ook op het gebied van vergaderruimtes introduceert HP nieuwe oplossingen. Met de Poly Studio V12 videobar in combinatie met het Thunderbolt 4 180W G6 Dock richt het bedrijf zich op BYOD-omgevingen. Deze opstelling maakt het mogelijk om met één kabel toegang te krijgen tot camera’s, microfoons, luidsprekers en displays in de vergaderruimte, terwijl de laptop tegelijk wordt opgeladen. Beheer en monitoring verlopen via het Poly Lens-platform.

Daarnaast toont HP op ISE de oplossing HP Dimension met Google Beam, voorheen bekend als Project Starline. Deze technologie maakt gebruik van meerdere camera’s, ruimtelijke audio en AI om driedimensionale videocommunicatie mogelijk te maken zonder extra apparatuur voor gebruikers. De oplossing is bedoeld voor organisaties die inzetten op hoogwaardige virtuele samenwerking.

Wat betreft beschikbaarheid meldt HP dat de Poly Mission 400- en 600-series vanaf maart leverbaar zijn, terwijl de 800-serie in april volgt. Poly VideoOS 5.0 verschijnt in februari 2026. De Poly Studio V12 en het Thunderbolt 4 G6 Dock zijn inmiddels beschikbaar. Prijzen voor de Benelux worden later bekendgemaakt.

Met de aankondigingen op ISE breidt HP zijn aanbod voor hybride werken verder uit, met een combinatie van hardware, software en beheerplatforms die zijn gericht op integratie binnen bestaande IT- en samenwerkingsomgevingen.

Tijdens ISE 2026 in Barcelona presenteren fabrikanten hun nieuwste oplossingen op het snijvlak van audiovisuele technologie, IT-infrastructuur en AI-ondersteuning. Opvallend is dat veel aankondigingen niet zozeer draaien om losse hardware-innovaties, maar om integratie, beheer en automatisering. Vergaderruimtes, digitale signage en samenwerkingstools groeien steeds verder naar elkaar toe.

Een duidelijk voorbeeld daarvan is de presentatie van Lenovo en Huddly. De bedrijven tonen samen nieuwe vergaderruimte-oplossingen rond de ThinkSmart Core Gen 2, waarin AI-ondersteunde video- en audiotechnologie wordt gecombineerd met native ondersteuning voor Microsoft Teams Rooms en Zoom Rooms. De nadruk ligt op automatische framing, ruisonderdrukking en centraal beheer. Daarmee worden vergaderruimtes steeds meer neergezet als gestandaardiseerde IT-diensten, die eenvoudig op grotere schaal zijn uit te rollen.

Ook op het gebied van visuele communicatie is verdere professionalisering zichtbaar. Dahua Technology presenteert op ISE een vernieuwd portfolio LED-displays voor toepassingen in onder meer retail, controlekamers en bedrijfslobby’s. De focus ligt op betrouwbaarheid, langdurig gebruik en eenvoudiger beheer binnen grotere installaties. LED-walls ontwikkelen zich daarmee steeds meer tot vaste communicatieplatforms, in plaats van incidentele eyecatchers.

Binnen samenwerkingsomgevingen krijgt audio eveneens meer aandacht. Sennheiser toont diverse microfoonsystemen en bundels die zijn afgestemd op hybride vergaderen en integratie met UC-platforms. Met name plafondmicrofoons en vooraf gecertificeerde oplossingen spelen in op de vraag naar stabiele geluidskwaliteit zonder complexe installatie. In steeds meer projecten wordt audio gezien als een bepalende factor voor de gebruikerservaring.

Daarnaast laat ISE zien dat ook broadcasttechnologie zijn weg vindt naar zakelijke omgevingen. Mark Roberts Motion Control demonstreert geavanceerde robotische camerasystemen waarmee camerabewegingen volledig te automatiseren zijn. Deze technologie wordt niet alleen meer ingezet in studio’s, maar ook bij bedrijfscommunicatie, livestreams en hybride evenementen. Daarmee vervaagt de grens tussen professionele mediaomgevingen en corporate AV-installaties.

Naast productintroducties is er op ISE 2026 veel aandacht voor AI en cybersecurity. In het conferentieprogramma staan meerdere sessies en summits centraal rond netwerkbeveiliging, remote beheer en software-updates. Naarmate AV-systemen sterker worden gekoppeld aan IT-infrastructuren, groeit ook de behoefte aan structurele beveiliging. Fabrikanten spelen hierop in met uitgebreidere monitoring- en beheermogelijkheden. Tegelijkertijd wordt AI steeds vaker ingezet voor beeldverwerking, contentoptimalisatie en gebruikersondersteuning.

Over de verschillende aankondigingen heen tekenen zich enkele duidelijke lijnen af. Vergaderruimtes worden steeds meer als IT-dienst ingericht, displays ontwikkelen zich tot communicatieplatforms en audio krijgt een centralere rol binnen samenwerking. Tegelijkertijd vindt broadcasttechnologie zijn weg naar zakelijke toepassingen en wordt beheer en beveiliging een vast onderdeel van AV-projecten.

ISE 2026 laat daarmee zien dat de grenzen tussen AV, IT en collaboration verder vervagen. Voor leveranciers, integrators en dienstverleners betekent dit dat projecten complexer worden, maar ook meer kansen bieden voor geïntegreerde dienstverlening waarin techniek, beheer en gebruikservaring samenkomen.

Tijdens ISE 2026 in Barcelona heeft Samsung een reeks nieuwe oplossingen gepresenteerd voor de professionele displaymarkt. De fabrikant legt daarbij de nadruk op geïntegreerde platforms, eenvoudiger beheer en nieuwe vormen van visuele presentatie. Centraal staan onder meer brilvrije 3D-signage, uitbreidingen van het Micro LED-portfolio en verdere integratie met samenwerkingsomgevingen.

Een van de belangrijkste aankondigingen is de introductie van zogeheten Spatial Signage. Deze displays tonen 3D-beelden zonder dat gebruikers een speciale bril nodig hebben. Door een combinatie van optische lagen en beeldverwerking ontstaat een diepte-effect in standaard 4K-content. Samsung positioneert deze technologie vooral voor omgevingen waar visuele beleving een rol speelt, zoals retail, tentoonstellingen en experience centers. Het eerste model verschijnt in een 85-inch uitvoering, met kleinere varianten die later volgen.

Naast nieuwe hardware zet Samsung op ISE ook in op software en contentbeheer. Binnen het Visual eXperience Transformation-platform (VXT) toont het bedrijf nieuwe AI-functies voor het genereren en optimaliseren van signage-content. Met een geïntegreerde tool kunnen statische beelden automatisch worden omgezet naar bewegend beeld dat is afgestemd op verschillende schermformaten. Daarmee wil Samsung het productieproces vereenvoudigen en minder afhankelijk maken van externe bewerkingssoftware.

Het high-end displayaanbod wordt verder uitgebreid met nieuwe Micro LED-oplossingen en een vernieuwde versie van The Wall All-in-One. Deze schermen zijn bedoeld voor grootschalige toepassingen, zoals lobby’s, commandocentra en representatieve vergaderruimtes. Daarbij ligt de nadruk op snellere installatie en standaardisatie, zodat projecten met minder maatwerk kunnen worden uitgerold.

Opvallend is ook de nadruk op integratie met bestaande samenwerkingstools. Diverse grote schermmodellen zijn gecertificeerd voor gebruik binnen omgevingen van onder meer Microsoft, Cisco en Logitech. Daarmee worden de displays nadrukkelijk gepositioneerd als onderdeel van bredere workplace- en UC-oplossingen, in plaats van als losse AV-componenten.

Met de aankondigingen op ISE laat Samsung zien dat de zakelijke displaymarkt zich verder ontwikkelt richting complete platforms waarin hardware, beheer en content steeds sterker samenkomen. De introductie van brilvrije 3D-technologie wijst op een zoektocht naar nieuwe vormen van visuele communicatie, terwijl de focus op software en integratie inspeelt op de behoefte aan eenvoudiger beheer en schaalbaarheid.

Voor integrators en resellers betekent dit dat displayprojecten steeds vaker onderdeel worden van bredere IT- en samenwerkingsvraagstukken, waarbij techniek, content en beheer in één oplossing worden gecombineerd.

OpenClaw duikt steeds vaker op in online controverses. De een ziet het als een logische volgende stap om een persoonlijke AI-agent te maken die eindelijk méér doet dan samenvatten en suggesties geven. De ander schrikt juist van wat het betekent: een stuk software dat in staat is om een volledige computer te bedienen, inclusief e-mail, software-installaties en online transacties. Wie heeft er gelijk?

Allereerst: wát is OpenClaw? Het is een open-source framework waarmee gebruikers AI-agents kunnen bouwen die zelfstandig taken uitvoeren op een systeem. Het is dus geen chatbot of assistent die meekijkt en adviezen geeft, maar om software die daadwerkelijk handelt. Een OpenClaw-agent kan bestanden lezen en schrijven, scripts uitvoeren, browseracties verrichten en API’s aanspreken. In de praktijk betekent dat: alles doen wat een gebruiker zelf ook kan doen, zolang die agent dezelfde rechten krijgt.

Dat laatste is dan ook waar de discussies om draaien. OpenClaw draait lokaal, in de context van de gebruiker. Geen sandbox dus, maar ook geen afgebakende cloudomgeving, én geen leverancier die meekijkt of begrenst. De agent opereert met jouw toegang, jouw accounts en als het nodig is, ook met jouw creditcard- of bankgegevens. Daarmee verschilt OpenClaw fundamenteel van commerciële AI-diensten zoals Copilot of ChatGPT, waar de actieruimte bewust is ingeperkt. Bij OpenClaw ligt die verantwoordelijkheid volledig bij de gebruiker.

Het is dus niet zo raar om te denken dat OpenClaw eigenlijk een rootkit is. Technisch gaat die vergelijking niet helemaal op. OpenClaw verbergt zich niet, installeert zich niet heimelijk en misbruikt geen kwetsbaarheden. Maar in de praktijk kan het zich wél gedragen als software met volledige systeemcontrole, als je het die ruimte geeft. En dat maakt het gevaarlijk voor wie zich daar niet van bewust is.

De controverse zit ook in wat vaak de ‘intent gap’ wordt genoemd. Mensen formuleren opdrachten in menselijke termen, met impliciete grenzen en aannames. “Automatiseer dit proces” betekent – in mensentaal – doe dit netjes, veilig en binnen redelijke grenzen. Voor een agent als OpenClaw betekent het iets anders: bereik dit doel zo efficiënt mogelijk, binnen de technische mogelijkheden die je hebt. Je ziet al meteen waar het fout kan gaan. Zonder expliciete beperkingen is er geen reden voor de agent om terughoudend te zijn met privacy en gevoeligheden.

Dat maakt OpenClaw tegelijk interessant en gevaarlijk. Technisch gezien opent het deuren die tot nu toe alleen met maatwerk of complexe scripting bereikbaar waren. Repetitieve taken kun je volledig automatiseren, workflows zelfstandig laten doorlopen en lokale data kun je laten combineren met externe bronnen zonder menselijke tussenkomst. Voor ontwikkelaars, onderzoekers en technisch vaardige gebruikers is dat aantrekkelijk, want het is geen dichtgetimmerd platform.

Maar OpenClaw is ook genadeloos. Het heeft geen moreel kompas, geen juridisch besef en geen ingebouwd gevoel voor context. Het begrijpt geen bedoelingen, alleen opdrachten. Wie het inzet in een omgeving waar gevoelige data, financiële systemen of productieprocessen toegankelijk zijn, neemt een risico dat niet theoretisch is. Onbedoelde datalekken, foutieve transacties of ongewenste acties kunnen het gevolg zijn.

Daar komt bij dat OpenClaw zich beweegt in een open-source ecosysteem waar uitbreidingen, scripts en modules een steeds grotere rol spelen. Dat vergroot de flexibiliteit, maar ook de aanvalsvector. Elke extra koppeling is een potentiële zwakke schakel. Zeker wanneer experimenten plaatsvinden op systemen die net iets te veel rechten hebben, iets wat in de praktijk vaker voorkomt dan veel organisaties willen toegeven.

Zelfs de naam verraadt iets van die mentaliteit. ‘Claw’ suggereert grijpen: vastpakken en niet loslaten. Dat zie je ook terug bij andere lokale AI-projecten zoals ClawDBot, die eveneens inzetten op actieve verzameling en autonomie. Het is een bewuste breuk met termen als assistant of copilot. De AI helpt niet alleen, maar handelt namens de gebruiker en neemt wat nodig is om zijn doel te bereiken.

Voor msp’s is het nog niet oppassen geblazen, maar wel een zaak om je erin te verdiepen. OpenClaw is een technologie die klanten hoe dan ook gaan ontdekken. Vaak met de gedachte dat lokaal en open source automatisch veilig betekent. In werkelijkheid vraagt dit type agent juist om volwassen governance: duidelijke afspraken over rechten, logging, monitoring en aansprakelijkheid.

Een verbod ligt niet voor de hand en zou ook weinig realistisch zijn. Agentic AI is de richting waarin tooling zich ontwikkelt. De rol van de msp zit daarom niet in blokkeren, maar in begrenzen. Signaleren waar dit soort software opduikt, uitleggen wat de implicaties zijn en soms ook gewoon zeggen dat iets in een zakelijke omgeving niet verantwoord is.

 

De beoogde coalitie heeft vandaag het nieuwe coalitieakkoord gepresenteerd. Daarin krijgt digitalisering een prominente plek, met plannen voor strengere IT-regie, meer Europese autonomie en forse investeringen in AI en infrastructuur. Een aparte minister voor Digitale Zaken komt er niet, maar de impact op de IT-markt is groot.

Digitalisering krijgt in het nieuwe coalitieakkoord een centrale plek, maar wie had gehoopt op een aparte minister voor Digitale Zaken komt bedrogen uit. Het beoogde kabinet kiest niet voor een nieuwe bewindspersoon, maar voor strakkere regie via bestaande ministeries, met name Binnenlandse Zaken, en de oprichting van een Nederlandse Digitale Dienst. Tegelijkertijd legt het akkoord de lat voor overheid en markt hoger: meer Europese autonomie, strengere IT-standaarden, zwaardere cybersecurity-eisen en forse investeringen in AI en infrastructuur.

Digitalisering als strategisch dossier

In het hoofdstuk Nederland koploper in een digitale wereld maakt het kabinet duidelijk dat digitalisering niet langer wordt gezien als ondersteunend beleid, maar als strategisch instrument. Technologie raakt volgens de coalitie direct aan nationale veiligheid, economische slagkracht en de democratische rechtsstaat.

Nederland en Europa zijn volgens het akkoord te afhankelijk geworden van een klein aantal buitenlandse techspelers. Die afhankelijkheid maakt het land kwetsbaar, zeker nu technologie steeds vaker wordt ingezet als geopolitiek machtsmiddel. De dagelijkse cyberaanvallen op overheid en bedrijven worden expliciet genoemd als reden om digitale autonomie serieuzer te nemen. Nederland moet koploper worden in “verantwoorde digitale innovatie”, met sterke Europese ecosystemen rond cloud, data, AI en infrastructuur.

Geen minister voor Digitale Zaken

Opvallend is dat het kabinet geen aparte minister of staatssecretaris voor digitalisering instelt. In plaats daarvan blijft de coördinatie grotendeels bij het ministerie van BZK liggen, dat al verantwoordelijk is voor de Rijksdienst en overheids-ICT. Wel wordt een nieuwe Nederlandse Digitale Dienst opgericht. Die moet rijksbreed digitalisering ondersteunen, kwaliteitsstandaarden opstellen en zorgen dat grote IT-projecten beter worden ingericht. De dienst krijgt volgens het akkoord ook “doorzettingsmacht”, wat moet voorkomen dat projecten vastlopen in bestuurlijke versnippering. Voor de markt betekent dit meer centrale sturing en minder ruimte voor losse eilandoplossingen.

Digitale overheid wordt strengere opdrachtgever

Het coalitieakkoord bevat een uitgebreid pakket aan maatregelen om de digitale overheid professioneler te maken. Daarbij ligt de nadruk op standaardisatie, veiligheid en autonomie. Zo wordt digitale autonomie het uitgangspunt. De overheid wil strategische afhankelijkheden in cloud, data en kernsystemen doelgericht afbouwen en kiest nadrukkelijk voor Europese infrastructuur. Grote IT-projecten worden opgesplitst, zodat ook Nederlandse en Europese mkb-bedrijven kunnen meedingen.

Daarnaast worden inkoop en aanbestedingen verder gecentraliseerd en gestandaardiseerd. Security-by-design, zero trust, open source, soevereiniteit en ketenveiligheid worden leidende principes. De overheid wil haar marktmacht gebruiken om deze standaarden af te dwingen. Voor IT-projecten boven de vijf miljoen euro geldt voortaan een verplichte toets aan centrale IT-standaarden voordat financiering wordt toegekend. Dit maakt de overheid tot een strengere opdrachtgever. Leveranciers en dienstverleners zullen aantoonbaar moeten voldoen aan technische en security-eisen.

Minder afhankelijk van externe IT-partijen

Een ander speerpunt is het verminderen van de afhankelijkheid van externe IT-leveranciers en consultants. Het kabinet wil meer IT-specialisten in vaste dienst nemen en introduceert daarvoor een concurrerend salarispad. Ook worden ambtenaren breder geschoold in technologie en het gebruik van AI. Externe inhuur moet worden teruggebracht, onder meer door aantrekkelijkere loopbaanpaden voor technische specialisten binnen de overheid. Voor grote IT-dienstverleners die veel voor de overheid werken, kan dit op termijn betekenen dat delen van hun rol verschuiven. Tegelijkertijd blijft externe expertise nodig, maar onder scherpere voorwaarden.

Inhaalslag digitale dienstverlening

Het kabinet erkent dat de digitale dienstverlening achterblijft. Als voorbeeld wordt expliciet Estland genoemd. Alle overheidsdiensten moeten online toegankelijk worden, met oog voor toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid. Daarbij blijft ook ruimte voor telefonische en fysieke loketten, om te voorkomen dat digitalisering leidt tot uitsluiting. De modernisering van het ICT-landschap bij de Belastingdienst en Dienst Toeslagen krijgt prioriteit, mede als gevolg van eerdere uitvoeringsproblemen. Hier liggen kansen voor langdurige IT-trajecten, maar wel onder strakkere regie en met hogere eisen aan kwaliteit en governance.

Forse inzet op AI en infrastructuur

Economisch zet het kabinet zwaar in op digitale technologie. Nederland moet van ‘pilotland’ doorgroeien naar ‘opschaalland’, vooral op het gebied van AI.

Concreet worden onder meer genoemd:

  • de bouw van een AI-fabriek in Noord-Nederland
  • investeringen in Europese autonome datacenters
  • een nationaal AI-rekenkrachtplan
  • publiek-private investeringen in AI, cybersecurity, halfgeleiders, quantum en fotonica

Daarnaast wil het kabinet procedures voor digitale infrastructuur versnellen, zonder veiligheid en leefomgeving uit het oog te verliezen. Voor cloud- en infrastructuurpartijen biedt dit perspectief op grootschalige projecten, mits zij aansluiten bij de Europese en soevereiniteitsambities.

Cybersecurity krijgt centrale regie

Digitale weerbaarheid vormt een apart onderdeel van het akkoord. Cyberaanvallen, digitale spionage en desinformatie worden gezien als directe bedreigingen voor economie en democratie. Belangrijkste maatregelen:

  • snelle implementatie van NIS2
  • centrale regie op cybersecurity
  • gezamenlijke oefeningen met overheid, mkb en vitale sectoren
  • intensievere informatie-uitwisseling

Voor msp’s betekent dit dat compliance en security-volwassenheid steeds belangrijker worden. Niet alleen richting de overheid, maar ook richting zakelijke klanten. De verwachting is dat toezicht en handhaving de komende jaren strenger worden.

Wat betekent dit voor de IT-markt?

Het coalitieakkoord schetst een overheid die digitalisering serieuzer neemt dan voorheen, maar ook strakker wil sturen. Vrijblijvende experimenten maken plaats voor structurele kaders. Voor IT-dienstverleners en msp’s betekent dat:

  • meer nadruk op standaarden en certificering
  • hogere eisen aan security en governance
  • meer kansen rond AI, cloud en infrastructuur
  • minder ruimte voor maatwerk zonder duidelijke onderbouwing
  • zwaardere rol als compliance-partner voor klanten

De overheid positioneert zich nadrukkelijker als regisseur en launching customer, maar stelt daar ook harde voorwaarden tegenover.