MSP’s maken zich vooral zorgen om de toenemende concurrentie. Dat blijkt uit het nieuwste Global State of the MSP rapport van Datto. 29 procent van de 1800 ondervraagde MSP’s wereldwijd noemde dat als grootste zorg. Andere uitdagingen zijn omzet en winst (28 procent) en acquisitie van klanten (24 procent).

Uit het rapport komt ook naar voren dat de inkomsten uit break/fix toenemen. Hierbij worden nieuwe leveranciers binnengehaald om een urgent probleem op te lossen (als een loodgieter bij een lekkage) waarna die een voet tussen de deur heeft om een verdere relatie op te bouwen met de klant. Vaak leidt dit tot een co-managed service.

Ook cloudintegratie speelt een steeds grotere rol onder MSP’s. Steeds meer klanten kijken naar de cloud voor een betere manier van dataopslag om de productiviteit en samenwerking te optimaliseren. Hoewel veel MSP’s zich lang hebben verzet tegen de overstap naar de cloud vanwege zorgen over compliance, security of budgettaire aspecten, ziet ongeveer 95 procent van de respondenten cloudoplossingen nu toch als een nieuwe marktkans. De helft van de respondenten verwacht dat 75 procent van de workloads zich binnen drie jaar in de publieke cloud bevindt.

 

De urgentie van het terugdringen van de klimaatverandering is inmiddels wel bij iedereen doorgedrongen. Ook bedrijven zijn zich ervan bewust. Maar slechts 34% van de 2.000 grootste bedrijven heeft wereldwijd concrete duurzaamheidsdoelstellingen vastgelegd en publiekelijk gedeeld. Bovendien blijven de resultaten van deze plannen ver achter bij de uitgesproken ambities. 93% van deze bedrijven zal de plannen in 2050 niet kunnen waarmaken.

Dit blijkt uit het Accenture-onderzoek ‘Accelerating global companies toward net zero by 2050’. Door afspraken en regelgeving rondom de strategische klimaatdoelen van de Verenigde Naties (SDG’s) en klimaatakkoorden staat duurzaamheid hoog op de agenda in boardrooms. De huidige instabiele politieke en economische situatie met prijsschommelingen voor fossiele energie geeft nog een extra impuls bij het terugdringen van CO2-uitstoot. Inmiddels geeft 84% van de bedrijven aan meer te willen investeren in duurzaamheid. Uit eerder onderzoek van Accenture blijkt ook dat organisaties die duurzaamheid in hun strategie integreren financieel beter presteren.

Duurzaamheid betekent niet alleen beperken uitstoot

De resultaten van acties en plannen om klimaatneutraal te opereren blijven ver achter bij de ambities. Slechts 7% van de 2000 ondervraagde bedrijven ligt momenteel op koers voor nul uitstoot in 2050. Zelfs in een scenario waarin bedrijven hun emissies in de jaren tot 2030 twee keer zo snel terugdringen als nu en daarna drie keer zo snel, zou 59% in 2050 nog steeds falen.

Het loont daarom om naar de aanpak van de koplopers te kijken. In de praktijk kijken zij verder dan hun CO2-uitstoot. Deze groep gaat verder dan het stellen van doelen alleen, zij nemen duurzaamheid mee in elke aspect van hun processen en activiteiten.

Nicole van Det, Country Managing Director Accenture Nederland: “Bedrijven die wel op koers liggen, houden het niet bij beloften. Zij kiezen een intelligentere aanpak om écht stappen te zetten. Hun data over CO2, energie en uitstoot zijn even belangrijk als financiële of operationele informatie. Het is een integraal onderdeel van de dagelijkse besluitvorming. Zij stellen heldere doelen en sturen hun acties op basis van concrete data. Dit zorgt voor een doelgerichte, schaalbare aanpak. Door deze slimme, integrale aanpak te omarmen, moet het meer bedrijven, liefst alle, lukken in 2050 daadwerkelijk klimaatneutraal te zijn. Afwachten is geen optie.”

Versnelling emissiereductie nodig

“Te midden van de wereldwijde economische, politieke en ecologische ontwrichting hebben meer bedrijven dan ooit tevoren publiekelijk toegezegd om rond 2050 grotendeels koolstofvrij te zijn. Deze verhoogde ambitie is bemoedigend, maar het is ook duidelijk dat een sterke versnelling van de emissiereductie nodig is” zegt Ingrid Kersten, Sustainability Lead Accenture Nederland. “Het gebruik van volwassen technologieën, zoals digitale en hernieuwbare energiebronnen, en het versnellen van de implementatie van baanbrekende oplossingen zoals waterstof, zal van cruciaal belang zijn. Het bereiken van net zero vereist diepgaande transformaties, omdat het gaat om het inbedden van duurzaamheid in alles wat organisaties doen.”

De beschikbaarheid van glasvezel is ongelijkmatig verdeeld over Nederland. Dat meldt de Autoriteit Consument & Markt in de nieuwe Telecommonitor. In relatief dunbevolkte gebieden als Zeeland, noordoost-Groningen en het zuiden van Limburg, en in de dichtbevolkte Randstad zijn nog veel postcodegebieden zonder glasvezel. Dat valt goed te zien in de nieuwe interactieve glasvezelkaart, die onderdeel uitmaakt van de vernieuwde Telecommonitor.

“De glasvezelkaart laat per postcodegebied zien waar glasvezel ligt. Zo kan iedereen goed volgen hoe het uitrollen van glasvezel over het land verloopt”, zegt ACM-bestuurslid Manon Leijten. “Dat proces gaat gestaag door, en het aantal actieve aansluitingen blijft ook groeien. Dat is een welkome ontwikkeling gezien het almaar groeiende dataverbruik.”

De verschillen per regio komen onder meer doordat het aanleggen van een glasvezelnetwerk hoge investeringen vergt. Netwerkbedrijven leggen glasvezel aan waar ze verwachten die investeringen te kunnen terugverdienen. Dat ze nog niet veel glasvezel in de Randstad hebben aangelegd, is vermoedelijk doordat daar al koper- en kabelnetwerken liggen waar snel internet op mogelijk is. Dat heeft de vraag naar snel internet via glasvezel beperkt. Omdat het datagebruik toeneemt, is de verwachting dat glasvezelbedrijven de uitrol in de Randstad de komende jaren versnellen. Het is voor hen een grote markt en de ervaring leert dat de eerste aanbieder de beste concurrentiepositie heeft.

5 miljoen glasvezelaansluitingen

In het hele land waren er in het tweede kwartaal 5 miljoen glasvezelaansluitingen; 300 duizend meer dan in het eerste kwartaal. Daarvan heeft KPN er tussen de 65 en 70 procent aangelegd en Delta Fiber tussen de 15 en 20 procent. Het marktaandeel van Open Dutch Fiber, dat in het tweede kwartaal glasvezelaanbieder heeft E-Fiber overgenomen, is gestegen naar tussen de 5 en 10 procent. Het kwartaal ervoor was dat nog onder de 5 procent. Overigens komt het vooralsnog maar incidenteel voor dat op een adres twee glasvezelaansluitingen gerealiseerd worden. In de regel wordt elk gebied door slechts één partij verglaasd. In het tweede kwartaal waren er bijna 2,3 miljoen glasvezelaansluitingen in gebruik (via een abonnement); een groei van 79 duizend.

Er waren in het tweede kwartaal nog 5,8 miljoen aansluitingen op koper, waarvan er ruim 2,3 miljoen in gebruik zijn (een daling van 90 duizend). Van de bijna 8 miljoen kabelaansluitingen waren er 3,9 miljoen in gebruik; 20 duizend minder dan een kwartaal eerder.

Mobiel dataverbruik

Het mobiele dataverbruik bedroeg in het tweede kwartaal 403 miljoen gigabyte; 15 procent meer dan het kwartaal ervoor. Dat komt deels doordat er meer apparaten komen die via een mobiele internetverbinding informatie uitwisselen, zoals slimme rookmelders, alarmsystemen en slimme energiemeters. Het gebruik van simkaarten voor zulke toepassingen steeg met 570 duizend tot meer dan 14 miljoen. Het mobiele dataverbruik stijgt ook door de verschuiving naar spraak- en tekstapps die met internetdata werken. Steeds meer mensen laten bellen en sms-en helemaal weg en kiezen voor een mobiel abonnement met alleen internet (data only): daarvan waren er 895 duizend; 20 duizend meer dan in het eerste kwartaal.

Dat blijkt ook uit het gebruik van mobiele telefoondiensten: het aantal mobiele belminuten is in het tweede kwartaal 9 procent gedaald naar 10,4 miljard en het aantal sms-berichten 5 procent naar 577 miljoen. het aantal mobiele abonnementen was in het tweede kwartaal 21,3 miljoen.

De verschuiving naar data is ook op vaste netwerken te zien. Er waren in het tweede kwartaal 4,9 miljoen abonnementen voor vaste telefonie; 84 duizend minder dan in het eerste kwartaal. Het aantal belminuten via een vaste lijn daalde 11 procent tot 1,5 miljard.

Over de Telecommonitor

De ACM vraagt regulier informatie op bij de grootste marktpartijen in de telecomsector en publiceert op basis daarvan elk kwartaal de Telecommonitor. Die geeft de ontwikkelingen weer in de markten voor mobiele diensten, vaste telefonie, breedbandinternet, televisie en bundels in de vorm van een interactief dashboard.

Datasilo’s zijn volgens 38 procent van de organisaties een van de grootste struikelblokken bij het verkrijgen van inzicht gebaseerd op alle data die zij ter beschikking hebben. Dit blijkt uit onderzoek van managed services provider Umbrio, gehouden onder ruim 300 Nederlandse strategische en tactische managers. Om een volgende stap te zetten in datagedreven werken wil een derde (32%) beter letten op de juiste invoer van data en een vergelijkbaar percentage (30%) denkt dat het inzichtelijk maken van beschikbare bronnen belangrijk is.

“Het bewust of onbewust in stand houden van de datasilo’s is een bekend probleem binnen organisaties”, zegt Umbrio. “In de eerste plaats is dit een gevolg van het werken in verschillende afdelingen, waardoor iedere discipline min of meer zijn eigen IT-omgeving heeft opgebouwd. Wat opvalt is dat maar liefst 51 procent van de ondervraagde managers binnen de overheid datasilo’s als grootste hindernis ziet voor datagedreven werken. Gevolg is dat er geen eenduidig klantbeeld gerealiseerd wordt, dat het lastig is de prestaties van de IT-infrastructuur te monitoren en dat securitymaatregelen versnipperd zijn, wat leidt tot kwetsbaarheden.”

Waardevolle data zit vast in systemen

Het onderzoek biedt ook een aantal lichtpunten, constateert Erik Witte, oprichter en Chief Vision Officer bij Umbrio. “Organisaties weten wat hen te doen staat. Dit begint met het erkennen van het belang van data om je staande te kunnen houden in een veranderende wereld. Vervolgens moet datagedreven werken prioriteit in de boardroom worden. De voordelen zijn vervolgens evident”, concludeert Witte uit het onderzoek.

Zo zegt 45 procent van de respondenten dat je door datagedreven te werken als organisatie gerichter producten en diensten kunt ontwikkelen. 38 procent ziet kansen om kostenefficiënter te gaan werken en 32 procent verwacht productiever te worden. Erik Witte: “Juist in een tijd waarin je snel moet kunnen handelen en beslissingen moet kunnen nemen op relevante data, blijkt dat bij veel organisaties waardevolle data vastzit. Deze data komt niet beschikbaar voor analyses en wordt dus niet vertaald in inzichten, waarmee je bedrijfsprocessen kunt optimaliseren. Niet alleen als het gaat om het bieden van een betere klantbeleving, maar ook om de performance van essentiële applicaties te kunnen garanderen. Je zult hiervoor de juiste technologieën moeten implementeren en starten met de inrichting van een dataplatform.”

Over het onderzoek

Dit onderzoek is uitgevoerd door Markteffect in opdracht van Umbrio. In totaal namen 312 Nederlandse strategische en tactische managers in bedrijven van verschillende grootte en minimaal 100 fte deel aan het onderzoek. 76 procent van alle respondenten is tactisch manager, zoals HR- of IT-manager, en 24 procent is strategisch manager, zoals CEO of directie.

Het WordPress CMS is momenteel het hoofddoelwit van een grote golf cyberaanvallen. Dat meldt netwerksecuritybedrijf Infoblox. Via DDGA-aanvallen besmetten de aanvallers van de groep VexTrio websites, waarna bezoekers worden besmet met malware en spyware door het gebruik van Javascript.

De aanvallers gebruiken algoritmen om domeinnamen te genereren (DDGA), vanwaar ze aanvallen uitvoeren om adware, spyware en frauduleuze webformulieren te verspreiden. Deze cyberaanvallers maken intensief gebruik van domeinbeheer en het DNS-protocol en gebruiken kwetsbare WordPress-websites als aanvalsvector om de systemen van nietsvermoedende websitebezoekers te besmetten. VexTrio zoekt websites met cross-site scripting (XSS)-kwetsbaarheden in gebruikte plugins of WordPress-thema’s die vervolgens worden geïnjecteerd met kwaadaardige JavaScript-code. Wanneer slachtoffers deze websites daarna bezoeken, worden ze naar een website met schadelijke content omgeleid via een of meer tussenliggende domeinen die eveneens door deze criminelen worden beheerd. De schadelijke content op de eindbestemming kan bijvoorbeeld malware of spyware zijn waarmee het systeem van slachtoffers wordt besmet. Het doel van tussenliggende omleidingsdomeinen is om informatie over de slachtoffers vast te leggen, zoals de referrer URL, zoekwoorden, de gecompromitteerde WordPress-website en geolocatie.

Volgens Infoblox is het noodzakelijk om JavaScript in webbrowsers volledig uitschakelen, of Javascript alleen toe te staan voor vertrouwde sites. Een adblocker-programma kan daarnaast bepaalde door pop-ups geactiveerde malware blokkeren. “Gebruik naast een adblocker ook de webextensie NoScript, die JavaScript en andere potentieel schadelijke content alleen laat uitvoeren vanaf vertrouwde sites”, zegt Infoblox. “Geavanceerde bescherming kan door organisaties worden bereikt via onder meer actieve monitoring en mitigatie op DNS-niveau, door gebruik van RPZ-feeds en realtime analytics van DNS-queries.”

Consultanceybedrijf in informatiebeveiliging Beschermheren wordt partner van Bechtle. De bedrijven werkten al langer samen, maar hebben de onderlinge afspraken herbevestigd en uitgebreid.

Beschermheren, dat is gevestigd in Amsterdam, richt zich op informatiebeveiliging en privacy bij organisaties in de zorg, transport, IT, de financiële sector en bij de overheid. Het wil deze organisaties helpen bij het in kaart brengen van de ins en outs en bij het maken van keuzes voor aanpak en het implementeren van maatregelen.

Gijs van der Putten, Manager Partnerships & Communities bij Bechtle: “Informatiebeveiliging speelt zich altijd af over drie assen: Mensen (gedrag), Organisatie (beleid) & Techniek (IT). Op de as ‘Techniek’ hebben we al lang veel sterke samenwerkingen, op de assen ‘Mens’ en ‘Organisatie’ waren we minder actief. Dat is bijzonder omdat de meeste securityprojecten beginnen bij Mens en Organisatie. Wat zich daar afspeelt, is namelijk bepalend voor het technische vervolg. Door het partnership met Beschermheren kunnen we nu helemaal bij het begin beginnen en het totale project voor onze klanten invullen.”

“Een partnership met een grote speler als Bechtle is voor ons zeker iets om trots op te zijn”, zegt Marc Meesterman, managing partner bij Beschermheren. “Door medewerkers te betrekken bij het toepassen van organisatorische (processen en beleid) en technische maatregelen (ICT), kunnen we zorgen voor een werksituatie waarin écht veilig met informatie wordt omgegaan.”

Open source AI bedrijf Stability AI heeft in een investeringsronde 101 miljoen dollar kapitaal verworven. Stability AI wil het geld gebruiken om zijn ontwikkelingen te versnellen. Het bedrijf is bekend van de open source tekst-naar-beeld toepassing Stable Diffusion en het meer op de consument gerichte DreamStudio.

Stable Diffusion kent inmiddels ruim 200 duizend ontwikkelaars die met de broncode en de API werken en Stability AI zegt dat meer dan een miljoen gebruikers zijn geregistreerd voor de online DreamStudio. Stability AI werkt ook aan AI toepassingen voor onder meer taal, audio, video en 3D.

De investeringen zijn afkomstig van ventures Coatue, Lightspeed Venture Partners en O’Shaughnessy Ventures.

Foto: gegenereerd AI-beeld met als opdracht ‘computer working with artificial intelligence’.

Samsung gebruikte de Developer Conference SDC22 om te laten zien welke kant het bedrijf op wil met zijn smart home-platform SmartThings. De al eerder aangekondigde integratie met het Matter-platform krijgt steeds meer vorm. 

Samsung is zoals de meeste grote bedrijven die zich bezig houden met IoT lid van de Connectivity Standards Alliance, een organisatie die is voortgekomen uit Zigbee, een van de oude draadloze standaarden voor communicatie op de korte afstand. De CSA is een poging om de wildgroei aan platforms voor slimme apparatuur een halt toe te roepen, met het Matter platform. Wie producten wil verkopen met het Matter logo, moet ondersteuning bieden voor de ‘grote drie’, Apple’s HomeKit, Google Weave en Amazon Alexa. De eerste producten met Matter worden dit najaar verwacht.

Samsung is daarnaast ook lid van de Home Connectivity Alliance, een organisatie die pas sinds eind vorig jaar bestaat en die zich vooral richt op de smart-functionaliteit van grotere apparaten zoals wasmachines, airco’s en tv’s.

 

Uit onderzoek van Gartner komt naar voren dat voor een overgrote meerderheid van bedrijven wereldwijd de digitale transformatie standaard deel uitmaakt van de groeistrategie. Dat is het geval bij bijna 90 procent. Aan de andere kant kan pas een derde melden dat de doelstellingen voor digitale transformatie op schema liggen of zijn bereikt.

Het onderzoek is het zogeheten ‘Board of Directors Survey 2023′ waarbij 281 respondenten met een bestuursfunctie wereldwijd werden ondervraagd. Opvallend is dat deze leden van een Raad van Bestuur van bedrijven vaak de CEO noemen als eerstverantwoordelijke voor digitale beslissingen. In 28 procent van de gevallen wezen ze de hoogste manager aan, terwijl de CTO (19 procent) en CIO (14 procent) achterbleven. Dat heeft volgens Gartner te maken met het feit dat digitalisatie nauwelijks nog een echt IT-uitdaging is – de processen zijn bekend, de tools daarvoor ook – en daarom hoger in de strategische koers terecht is gekomen. Daar waar de CEO de uiteindelijke beslissingen moet nemen.

De bestuursleden vinden digitale versnelling zo belangrijk dat twee derde bereid is om daarvoor tot 2024 de risico’s te vergroten, en de onderneming te voorzien van een ‘digitale economische structuur’, zegt Gartner. Daarbij hoort baanbrekende technologie zoals AI en ML zegt 40 procent.

Cybersecuritybedrijf Trend Micro concludeert uit onderzoek dat 86% van de gezondheidsorganisaties die ten prooi vallen aan ransomware, operationele onderbrekingen ondervinden. Volgens dat onderzoek geven de meeste (57%) zorginstellingen toe dat ze in de afgelopen drie jaar ten prooi zijn gevallen aan ransomware.

25% zegt dat ze hun activiteiten volledig moesten stilleggen, en 60% geeft aan dat als gevolg van een ransomware-aanval een aantal bedrijfsprocessen in de problemen raakten. Gemiddeld kostte het organisaties enkele dagen (56%) of weken (24%) om die activiteiten volledig te herstellen. Ransomware veroorzaakt in de gezondheidssector niet alleen veel operationele schade, zeggen de onderzoekers. 60% van de instellingen zegt dat de aanvallers ook gevoelige gegevens lekten, waardoor compliance risico’s toenemen, net als de kosten voor onderzoek en herstel.

Respondenten wijzen daarnaast op zwakke punten in de supply chain als een belangrijke uitdaging, waarbij partners onbedoeld ervoor zorgen dat de organisatie aantrekkelijk wordt voor een aanval. Tegelijk is er een gebrek aan inzicht in de aanvalsketen, waardoor het lastig is om adequate maatregelen te nemen. Datzelfde geldt voor inzicht in het aanvalsoppervlak dat blootstaat aan aanvallen.

Uit het onderzoek blijken nogal wat potentiële zwakke punten. Een vijfde (17%) heeft geen remote desktop protocol (RDP)-controles.
Veel organisaties delen geen informatie over bedreigingen met partners (30%), leveranciers (46%) of hun bredere ecosysteem (46%), en een derde (33%) deelt geen informatie met de politie of andere instanties. Slechts de helft of minder gebruikt momenteel NDR (51%), EDR (50%) of XDR (43%). En tenslotte kunnen weinig respondenten laterale bewegingen (32%), initiële toegang (42%) of het gebruik van tools zoals Mimikatz en PsExec (46%) detecteren.

“In cyberbeveiliging praten we vaak in abstracte bewoordingen over datalekken en bedreigingen die netwerken in gevaar kunnen brengen. Maar in de gezondheidssector kan ransomware een potentieel zeer reële en zeer gevaarlijke fysieke impact hebben”, zegt Pieter Molen, Technical Director bij Trend Micro. “Operationele onderbrekingen brengen het leven van patiënten in gevaar. We kunnen er niet op rekenen dat de slechteriken zullen veranderen, dus gezondheidsorganisaties moeten beter worden in het detecteren van en reageren op dreigingen en de juiste informatie delen met partners om hun supply chain te beveiligen.”