Bijna 60% van de Nederlanders vindt het een goede zaak dat de overheid steeds meer digitaal doet. Toch weet de Nederlandse overheid met digitale dienstverlening niet alle Nederlanders even goed te bereiken. Met name lager opgeleiden hebben moeite om zelfstandig en volledig gebruik te maken van digitale overheidsdiensten. Dit blijkt uit onderzoek door DirectResearch in opdracht van ServiceNow. Zo geeft bijvoorbeeld 45% van de laagopgeleiden aan moeite te hebben om zelfstandig online belastingaangifte te doen, onder midden- en hoogopgeleide Nederlanders is dat percentage beduidend lager: 23%.

Voor het onderzoek zijn ruim duizend Nederlanders gevraagd naar hun ervaringen met digitale overheidsdiensten, waaronder die van de Belastingdienst, DUO, UWV en gemeenten. Bij bepaalde online diensten geeft een grote meerderheid van de Nederlanders aan dit prima zelfstandig te kunnen regelen. Zo heeft 94% er vertrouwen in om online een afspraak te kunnen maken om een paspoort aan te vragen. En 93% toont hetzelfde vertrouwen bij het online doorgeven van een verhuizing bij de gemeente. Maar bij belastingaangifte doen, is het zelfvertrouwen al minder: slechts 74% verwacht dit zelfstandig te kunnen. En onder laagopgeleide Nederlanders is dat met 55% zelfs nog lager.

Het onderzoek toont aan dat de grootste verschillen zich vooral voordoen tussen hoogopgeleiden enerzijds en midden- en laagopgeleide Nederlanders anderzijds. Deze verschillen uiten zich zowel in de behoeftes die de twee groepen hebben ten opzichte van digitale diensten, als in hoe ze deze digitale overheidsdiensten daadwerkelijk ervaren.

Verschillende wensen
Het verschil in behoefte komt het beste naar voren wanneer het gaat om het persoonlijke aspect van digitale dienstverlening. Voor 49% van de laagopgeleiden is dit belangrijk, tegenover 46% van de gemiddeld opgeleiden. Onder hoger opgeleiden ligt dit percentage op slechts 34%, zij hebben dus veel minder behoefte aan persoonlijke, digitale benadering. Ook tekenend is dat slechts een derde (34%) van de laagopgeleiden het eens is met de stelling ‘Goed dat de overheid steeds meer digitaal doet’, terwijl dit percentage bij midden- en hoogopgeleiden op 56% en 66% ligt.

De top drie van aspecten die het vaakst als zeer belangrijk worden gezien bij digitaal contact met de overheid bestaat uit gebruiksvriendelijk (74%), privacy (72%) en begrijpelijkheid (71%). Wanneer alle respondenten gevraagd wordt naar welk aspect ze op de eerste plaats zouden zetten, is privacy met 31% de onbetwiste nummer één. Gebruiksvriendelijk wordt door 23% als allerbelangrijkste gezien, begrijpelijkheid is voor 17% de nummer één.

Begrijpelijkheid als struikelblok
Voor één op de tien respondenten vormt begrijpelijkheid het grootste struikelblok wanneer het gaat om de kwaliteit van digitale dienstverlening van de overheid en die bestempelt dit als onvoldoende. Oftewel: één op de tien Nederlanders begrijpt de digitale diensten van de Nederlandse overheid onvoldoende. Hiermee voldoet onze overheid niet aan de eigen doelstellingen die in het kader van NL DIGIbeter zijn gesteld: een digitale overheid die toegankelijk, begrijpelijk en voor iedereen is.

Er wordt al jaren gesproken over een standaard IP-protocol voor audio en video, maar deze lijkt maar niet van de grond te komen. Enkele techbedrijven gaan nu samenwerken om de AVoIP-standaard te realiseren. Daarvoor wordt een nieuw industrieforum opgericht dat nu bestaat uit onder meer Panasonic, Intel en NETGEAR. Morgen is een eerste online evenement, getiteld ‘Make AVoIP a reality’.

“De AV-industrie is unaniem over de voordelen van AVoIP, maar een gebrek aan een industriestandaarden en aan productontwikkeling heeft de belofte van eenvoud, flexibiliteit, schaalbaarheid en de besparingen van een universele AVoIP belemmert”, vertelt Hartmut Kulessa, European Marketing Manager voor Panasonic Visual Solutions. “De toepassing van de Intel Smart Display Module  binnen de AV-industrie moet deze drempels snel doorbreken. Hiermee kunnen modules worden ontwikkeld voor simpele AV-configuratie. Dit zorgt voor universele AVoIP-mogelijkheden en een grote verscheidenheid aan toepassingen, zoals Digital Signage, Video Walls, Interactive Flat Panels of BYOD in diverse sectoren zoals Broadcasting, Corporate Collaboration en Retail.”

Het evenement omvat een Intel-keynote over de visie op de sector en het vermogen om een universele AVoIP standaard te leveren. Ook een panel van professionals zal ingaan op het universele AVoIP-project en de rol die zij zullen spelen bij de realisatie ervan. Andere breakout-sessies omvatten succesverhalen, de overgang van AV naar IT/IP, de voordelen van SDM voor Signage en hoe een BYOD-oplossing ruimer inzetbaar kan worden gemaakt in de context van AV-toepassingen.

Apple-specialisten Pro Warehouse en Macnify gaan hun krachten bundelen. Per 31 augustus 2022 zijn de aandelen van Macnify overgedragen aan Pro Warehouse en per 1 januari 2023 gaat Macnify formeel over in de naam en organisatie van Pro Warehouse. Alle medewerkers behouden hun functie en ook eigenaren Sikko Lucas en Jorg Tiemens gaan mee.

Pro Warehouse wil met de overname de dienstverlening versterken. Macnify levert ICT-oplossingen en diensten voor de inrichting en de ondersteuning van Apple devices in het bedrijfsleven. Daarnaast verzorgt Macnify het ontwerp, de levering en het beheer van de infrastructuur waarin deze devices moeten werken.

Managing Director van Pro Warehouse Mark van den Broek ziet de overname van Macnify als een logische stap voor de toekomst. “De vraag naar Apple-producten in de zakelijke markt groeit stevig en zelfs sneller dan verwacht. Door deze overname beschikken we over een nog groter team van Apple engineers en kunnen we het groeiend aantal klanten beter bedienen.”

Smart devices zoals smart home-apparatuur die zijn verbonden met internet moeten voortaan voldoen aan de strenge regels rondom beveiliging die zijn opgesteld door de Europese Unie. Bij overtreding volgen boetes of een verkoopverbod in de EU. Het gaat om plannen die morgen officieel naar buiten zullen worden gebracht door de Commissie in de Cyber Security Act (CSA).

Het toenemend aantal cyberincidenten wereldwijd, maar ook in de EU, maakt ingrijpen noodzakelijk. De Commissie denkt met de maatregelen in de CSA de kosten die gepaard gaan met deze incidenten met 290 miljard euro per jaar te kunnen verlagen. Er zijn ook kosten verbonden aan de maatregelen, maar die zouden maar een tiende daarvan bedragen. Deze kosten bestaan voornamelijk uit de aanpassing van de apparatuur en de procedures rondom beveiliging. Het EU-beveiligingsagentschap ENISA krijgt een centrale rol in de plannen. Incidenten moeten binnen 24 uur worden gemeld. Overtredingen kunnen boeten opleveren tot 15 miljoen euro of 2,5 procent van de wereldwijde omzet.

IaaS-leverancier IKOULA gaat de beveiligingsproducten van ESET in het portfolio opnemen. Het Franse bedrijf biedt onder meer webhosting, managed services, cloudcomputing en UCaaS-oplossingen. IKOULA heeft eigen datacenters in Frankrijk en daarnaast vestigingen in Nederland en Spanje.

ESET levert aan IKOULA onder meer de technologie om werkstations te beschermen, door middel van cloud sandboxing maar ook met schijfencryptie.

Beveiligingsleverancier SentinelOne heeft Dylan Vrind (48) benoemd tot Sales Director Benelux & Nordics. In deze rol is hij verantwoordelijk voor het strategisch en operationeel uitbouwen van alle sales-gerelateerde activiteiten in de Benelux & Nordics-markt.

Vrind was het afgelopen jaar werkzaam bij Proofpoint als Country Manager Benelux. Daarvoor werkte hij onder meer bij Gigamon als Sales Director Northern Europe en bij Check Point Software Technologies als Sales Manager Netherlands.

Vrind: “Het is helaas niet meer de vraag ‘of’ je getroffen wordt door cyberaanvallen, maar eerder ‘wanneer’. Daarom is het onze taak om bedrijven weerbaarder te maken tegen deze aanvallen, samen met onze channel-partners. Ik kijk ernaar uit om samen te werken met onze klanten, partners en het SentinelOne team.”

Intel en Broadcom deden vorige week een eerste publieke demonstratie van Wifi 7. Volgens de bedrijven werden daarbij overdrachtssnelheden van meer dan 5 gigabit per seconde zijn gehaald. Het is voor het eerst dat leveranciers bij Wifi 7 samenwerkten.

Zoals bij elke nieuwe standaard kan deze pas succesvol zijn wanneer meerdere techbedrijven zich erachter scharen en de producten onderling met elkaar kunnen worden verbonden. Volgens de betrokken bedrijven was dat ook de belangrijkste boodschap achter de demonstratie.

Wifi 7 dat de opvolger moet worden van het nog niet gelanceerde Wifi 6, moet dankzij lage latency en hoge snelheden grote bandbreedte-vreters als virtual reality en 16K-videostreaming mogelijk maken. Ook moet het oplossingen bieden voor de drukte op de bestaande draadloze netwerken in bedrijven en huishoudens omdat meer apparaten tegelijk verbinding kunnen maken.

Het duurt nog jaren voordat Wifi 7 uitgerold gaat worden. Er is nog geen officiële standaard en de 6 GHz-band die essentieel is voor de technologie is nog niet overal beschikbaar.

De Belgische IT-consultant Axxes heeft een kantoor in Utrecht geopend en daarmee de overstap naar Nederland gemaakt. Axxes is geen onbekende in de Nederlandse markt, want het werkt al voor onder andere Alphabet en DPG Media. Axxes wil het Nederlandse klantenbestand verder uitbreiden en zich in eerste instantie richten op software engineering projecten.

Axxes is een familiebedrijf dat al 25 jaar in België bestaat. Vanuit het hoofdkantoor in Antwerpen worden ruim 250 IT-consultants aangestuurd die zich focussen op onder andere software architecture, development en quality assurance. Axxes bedient zo’n 120 klanten in branches zoals media, logistiek en health.

De keuze om uit te breiden naar Nederland is een logische stap voor Axxes, zegt het bedrijf. Naast de geografische ligging, de taal en de al bestaande aanwezigheid op de Nederlandse markt, speelt de bedrijfscultuur een doorslaggevende factor. Met een open, transparante en horizontale organisatiestructuur wil Axxes aansluiting vinden bij het Nederlandse bedrijfsleven.

Roel van Heurck, Business Lead Nederland bij Axxes: “Door de toenemende vraag naar IT-consultancy en onze fijne samenwerking met Nederlandse bedrijven in de afgelopen jaren, is dit het juiste moment om een eerste Nederlandse vestiging te openen. Hoewel we dus een van de nieuwste spelers in Nederland zijn, nemen we ook 25 jaar aan kennis en expertise mee. We kijken ernaar uit om samen te werken met Nederlands software experts. Zij zullen een grote impact hebben op de richting dat ons bedrijf de komende maanden uitgaat. En we zullen daarbij zorgen voor een goede en soepele samenwerking met onze Belgische seniors.”

Volgens de Autoriteit Consument & Markt (ACM) gaat de ontwerpversie van de Europese Data Act niet ver genoeg als het gaat om het stimuleren van concurrentie tussen cloudaanbieders. Het ontbreekt met name aan prikkels om de interoperabiliteit van clouddiensten te vergroten, zodat het voor bedrijven gemakkelijker wordt om diensten te combineren of om over te stappen. In de huidige markt dreigt voor veel bedrijven een locked-in situatie te ontstaan.

Uit een marktstudie van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) blijkt dat het voor gebruikers van zakelijke clouddiensten moeilijk is om van aanbieder te wisselen. Ook kunnen zij clouddiensten van verschillende aanbieders niet goed combineren. Hierdoor zijn er risico’s voor de prijs, kwaliteit en innovatie van cloudiensten, zegt de ACM. “De ontwerpversie van de Data Act die in Europa wordt besproken zal het voor gebruikers makkelijker maken om te wisselen van cloudaanbieder. Dat is alleen nog niet genoeg voor een goed werkende markt. De ACM stelt daarom een aanpassing van de Data Act voor zodat het ook makkelijker wordt om clouddiensten te combineren (ook wel interoperabiliteit genoemd).” Ook doet de ACM vervolgonderzoek om vast te stellen in welke mate de overstapdrempels in de praktijk concurrentieproblemen veroorzaken en of die nu al kunnen worden aangepakt.

Het Nederlandse bedrijfsleven is een van de koplopers in het gebruik van de zakelijke cloud: 65 procent van de Nederlandse bedrijven maakte in 2021 gebruik van clouddiensten, terwijl dat in Europa gemiddeld 41 procent was. “Dataverwerking en digitalisering zijn in diverse sectoren essentieel geworden om te kunnen concurreren. Clouddiensten spelen met hun innovatieve toepassingen hier een essentiële rol in”, zegt Manon Leijten, bestuurslid van de ACM. “Aanbieders van clouddiensten krijgen hierdoor een steeds belangrijkere positie in de digitale economie. De ACM ziet risico’s voor de concurrentie op deze markt en vindt het belangrijk om bedrijven en organisaties hiertegen te beschermen. Daarom suggereren we enkele verbeteringen in de Data Act, waarvoor een eerste voorstel is gedaan. Die suggesties zijn erop gericht dat het makkelijker wordt om verschillende clouddiensten flexibel met elkaar te combineren zodat ondernemingen naar eigen keuze clouddiensten van verschillende aanbieders kunnen afnemen en zo de dienstverlening kunnen krijgen die voor hen het beste is en tegen de beste prijs. Ook kunnen hierdoor nieuwe innovatieve spelers makkelijker toetreden tot de markt.”

Welke risico’s ziet de ACM?
Uit de marktstudie blijkt dat de grootste twee aanbieders (Microsoft Azure en Amazon Web Services) elk een marktaandeel hebben van 35 procent à 40 procent. Gezien de kenmerken van de markt is het voor kleinere spelers moeilijk om effectief met grote geïntegreerde aanbieders te concurreren. Daarom maakt de ACM zich zorgen over verdere consolidatie.

Daarnaast wijst de ACM erop dat de concurrentie tussen clouddiensten zich vooral richt op het moment waarop bedrijven of instellingen hun aanbieder voor het eerst kiezen. Aanbieders proberen hen dan te verleiden door bijvoorbeeld gratis clouddiensten en door volumekortingen aan te bieden. Wie eenmaal een keuze heeft gemaakt, kan daarna moeilijk overstappen naar een andere aanbieder. Bedrijven en organisaties zijn dan locked-in. Het risico bestaat dat de cloudaanbieders door deze afhankelijkheid de prijzen verhogen of de kwaliteit van de dienstverlening verlagen. Ook zijn er risico’s voor de innovatie.

Cloudaanbieders ontmoedigen het overstappen naar andere aanbieders door bijvoorbeeld hoge vergoedingen te vragen voor het verplaatsen van data. Daarnaast zijn de verschillende clouddiensten van één aanbieder vaak zodanig met elkaar verweven, dat het technisch ingewikkeld is om van aanbieder te wisselen. Bovendien kunnen gegevens door het gebrek aan standaarden niet altijd goed worden overgezet. Daardoor is dataportabiliteit soms beperkt.

Daarnaast is het flexibel combineren van clouddiensten van verschillende aanbieders lastig, want clouddiensten van verschillende aanbieders kunnen zelden goed met elkaar communiceren. Door deze beperkte interoperabiliteit hebben bedrijven en organisaties weinig vrijheid in de keuze tussen clouddiensten van verschillende aanbieders.

De ACM onderzoekt de komende maanden verder in welke mate overstapdrempels zoals uitstaptarieven (egress fees) daadwerkelijk concurrentieproblemen veroorzaken en of ze dan het beste kunnen worden aangepakt op basis van de mededingingsregels of andere instrumenten, zoals de Digital Markets Act (DMA) of de aankomende Data Act.

Voorstellen voor verbetering Data Act
In de DMA staat al dat grote aanbieders (de zogenoemde poortwachters) van clouddiensten geen beperkingen mogen opleggen aan eindgebruikers om van aanbieder wisselen en moeten ze het mogelijk maken als gebruikers hun data elders willen kunnen onderbrengen. De DMA treedt volgend jaar in werking.

De ACM wil dat daarnaast interoperabiliteit makkelijker wordt gemaakt door de Data Act, die de Europese Commissie recent heeft voorgesteld. In het voorstel wordt al het nodige bepaald over het verlagen van overstapdrempels; deze gaan met name over dataportabiliteit. De ACM vindt dat daarin ook moet worden opgenomen dat aanbieders van clouddiensten verplicht zijn om interoperabiliteit mogelijk te maken. Gebruikers kunnen de diensten van verschillende cloudaanbieders dan makkelijker aan elkaar koppelen. De ACM heeft hierover enkele aanpassingen in de Data Act voorgesteld aan de Europese wetgever, zoals het maken van een duidelijk onderscheid tussen dataportabiliteit (makkelijk data elders kunnen onderbrengen) en interoperabiliteit (dat clouddiensten met elkaar kunnen samenwerken). Ook stelt de ACM voor de tarieven voor interoperabiliteit te maximeren.

Ontwikkelaars van Android-apps binnen de Europese Economische Ruimte (EER) hoeven voortaan niet langer betalingen voor apps verplicht langs de Google Play Store te laten lopen. Naast EU-lidstaten zijn ook Australië, Indonesië en Japan toegevoegd aan de lijst met landen die dat niet meer hoeven.

De wijziging geldt voor alle apps, behalve games. Developers moeten nog wel drie procent van hun inkomsten via in-appaankopen afstaan aan Google. Dit is fors lager dan de dertig procent commissie die Google rekent voor aankopen via zijn eigen betaalsysteem. Het betalen van commissie in app-stores staat al geruime tijd ter discussie. Niet alleen bij Google, ook bij Apple klagen ontwikkelaars daarover. In verschillende landen zijn claims ingediend tegen Google en Apple. Google halveerde eerder dit jaar al de commissie voor abonnementen die ontwikkelaars via de Google Play Store verkopen van dertig naar vijftien procent.