De managed services-markt staat op een kantelpunt. Automatisering gaat sneller dan ooit, NIS2 zet extra druk op securityprocessen en de concurrentie tussen msp’s wordt zichtbaarder. In die context presenteert Kaseya zijn Fall 2025-release: ruim negentig innovaties die moeten inspelen op wat de msp eigenlijk doet.

In een uitgebreid gesprek met Hans ten Hove, VP Continental Europe bij Kaseya, wordt duidelijk dat deze release veel meer is dan een optelsom van nieuwe ­functies. Het is een strategisch signaal: msp’s moeten zich voorbereiden op een nieuwe fase waarin automatisering, ­identity-beveiliging en data-­gedreven IT-operaties het verschil maken.

Digital workforce wordt de nieuwe motor van efficiëntie

De introductie van Kaseya’s ­digital workforce vormt de kern van de nieuwe koers. Het concept is eerder globaal aangekondigd, maar wordt nu concreter. De digital work­force bestaat uit digitale workers, AI-­gestuurde modules die taken automatiseren die normaal handmatig worden uitgevoerd. Ten Hove noemt het een ­logische stap: “Elke msp loopt tegen ­dezelfde operationele druk aan. Je wilt een hoge kwaliteitsstandaard neer­zetten, maar je wilt niet voor elk ticket of elke procedure handmatig werk verrichten. Dat is waar die digitale workers gaan helpen.”

De digital workforce komt in 2026 beschikbaar, maar vormt nu al het fundament onder de innovaties die Kaseya lanceert. Tools als smart ­ticket triage, de AI-gestuurde SOP-generator en ­geautomatiseerde rapportages zijn de eerste bouwstenen van een bredere AI-laag die straks door het hele platform heen moet gaan werken. Wat Ten Hove vooral benadrukt, is dat een digital worker geen poging is om medewerkers te vervangen, maar om repetitief werk op te vangen. “Het gaat niet om het vervangen van ­mensen, het gaat om het vervangen van taken. De kwaliteit gaat omhoog, de snelheid ook, terwijl je team zich kan richten op het werk waar een menselijke blik wél nodig is.”

Nieuwe securitylaag: Inky vervangt Graphus

Security vormt de tweede pijler van de release. Kaseya heeft de ­Amerikaanse e-mailbeveiligings­specialist Inky overgenomen, waarmee het bedrijf zijn securitystack verder uitbreidt. De technologie van Inky draait op AI en richt zich niet ­alleen op klassieke phishing, maar ook op impersonatieaanvallen die steeds realistischer worden. Volgens Ten Hove is dat geen luxe maar pure noodzaak. “E-mail blijft het grootste risico. De aanvallen worden slimmer, dynamischer en vaak volledig afgestemd op de persoon die ze proberen te misleiden. Traditionele filters zijn daar niet ­altijd tegen bestand.” Inky vervangt Graphus binnen Kaseya 365 User. De prijs verandert niet, terwijl de beveiligingscapaciteit omhooggaat. Voor msp’s betekent dat dat ze zonder prijsdiscussie een steviger beveiligingsniveau kunnen bieden aan alle gebruikers binnen het M365-domein van een klant.

Identiteiten als aanvalsvector: backup voor Microsoft Entra ID

Een andere opvallende innovatie is de komst van back-up voor Microsoft Entra ID. Wanneer identiteiten worden misbruikt of vernietigd, ligt een volledige organisatie stil. Herstel is vaak complex, tijdrovend en soms helemaal niet meer mogelijk. Ten Hove: “Als een aanvaller je ­Entra-omgeving heeft, dan heeft hij alles. Dat zien we steeds vaker. De focus van cybercriminelen verschuift van bestanden naar identiteiten, omdat ze daarmee toegang hebben tot het volledige IT-landschap.” De nieuwe back-updienst kan ­gebruikers, rollen, groepen en ­policies herstellen. Het is een van de meest gevraagde toevoegingen binnen het securityportfolio en wordt gratis onderdeel van Kaseya 365 User. Voor msp’s betekent dit dat een cruciale zwakke plek die tot nu toe nauwelijks afgedekt kon worden, nu standaard beschermd is.

Datto SIRIS 6: snellere recovery in een tijd van continuïteitseisen

Back-up en herstel blijven een kern­onderdeel van de dienstverlening van msps. Kaseya introduceert in deze release de Datto SIRIS 6, een nieuwe generatie backup-appliance die gericht is op hogere prestaties en snellere RTO’s. Het belang ervan sluit direct aan op de eisen rond business­continuïteit waar steeds meer organisaties mee te maken hebben. NIS2 legt de lat hoger, klanten worden kritischer en msp’s moeten kunnen aantonen dat hun backuplandschap zowel ­betrouwbaar als herstelbaar is. “Recovery is uiteindelijk het enige dat telt,” zegt Ten Hove. “Een ­goede back-upstrategie is niet het­zelfde als een businesscontinuïteits­strategie. Dat moet je je klanten blijven uitleggen. SIRIS 6 helpt om dat onderscheid duidelijker én ­behapbaarder te maken.”

Autotask maakt serviceroutines slimmer – Aan de PSA-kant introduceert Kaseya meerdere updates die ­vooral gericht zijn op het terugdringen van handmatige administratieve last.

Umbrella contracts – Een nieuwe contractvorm waarmee msp’s uiteenlopende diensten, ­afspraken en prijsconstructies ­onder één overkoepelend contract kunnen vastleggen. Dat was een veelgevraagde feature in de Nederlandse markt.

Smart ticket triage – Tickets krijgen automatisch een bestemming op basis van eerdere patterns, klantcontext, medewerkerexpertise en urgentie. Dat moet responstijden verkorten en escalaties verminderen.

Ticketsummary – Langlopende tickets worden door het platform samengevat in duidelijke taal. Dat helpt bij overdracht, documentatie en klantcommunicatie.

Het zijn volgens Ten Hove allemaal voorbeelden van hoe msp’s oper­ationele efficiëntie kunnen vergroten. “Je wilt dat werk dat voorspelbaar is, zoveel mogelijk geautomatiseerd wordt. Dat is de enige manier om schaalbaar te blijven.”

VSA X en automatisering door het hele landschap

Ook aan de RMM-kant is de auto­matiseringsslag zichtbaar. De AI-­workflowgenerator in VSA X maakt het mogelijk om met natuurlijke taal nieuwe workflows of scripts te ­creëren. Daarnaast kunnen QBR-rapportages automatisch worden samengesteld, waardoor msp’s sneller managementinformatie kunnen leveren. Ten Hove ziet juist dat stuk als een kans die nog lang niet door iedereen wordt benut. “Veel msp’s ­praten wel over advies, maar leveren het nog steeds in technische termen. Als je beveiligingsrisico’s, vervangingsmomenten en prestatie-inzichten vertaalt naar bedrijfsimpact, dan voeg je échte waarde toe.” Daarom wijst hij ook op tools als MyITProcess, waarmee msp’s een vaste structuur kunnen hanteren voor jaarlijkse of kwartaalreviews. Niet vanuit techniek, maar vanuit bedrijfscontinuïteit.

NIS2 en ketenaansprakelijkheid: de grootste blinde vlek

NIS2 houdt de markt bezig, maar Ten Hove ziet dat veel msp’s nog steeds moeite hebben met de ­implicaties. De misvatting dat NIS2 alleen geldt voor bedrijven met meer dan vijftig medewerkers is volgens hem hardnekkig én gevaarlijk. “Het klopt juridisch – er is inderdaad een ondergrens van 50 ­medewerkers of 10 miljoen euro ­omzet – maar praktisch niet. Als jouw klant, een klein mkb-­bedrijf, in de lever­keten zit van een NIS2-­plichtige organisatie zal die de voorwaarden van NIS2 doorgezet ­krijgen van deze NIS2-plichtige klant. Dat is de ketenaansprakelijkheid zoals die geldt voor NIS2-­bedrijven. Als msp van zo’n bedrijf moet je dus de maatregelen treffen en proposities bieden die deze nieuwe eisen invullen. Doe je dat niet dan loopt jouw klant het risico een opdrachtgever kwijt te raken.”

Kaseya werkt daarom nauw samen met initiatieven als Samen Digitaal Veilig en de diverse quality marks die in Nederland worden gebruikt om security-volwassenheid inzichtelijk te maken. Volgens Ten Hove gaat het om bewustwording: “Een msp moet zijn klanten niet alleen beschermen, maar ze ook helpen om aan te tonen dat ze aan hun ketenverplichtingen voldoen. Dat wordt in 2026 misschien wel de ­belangrijkste rol die ze spelen.”

Nederland loopt voorop, maar voelt ook als eerste de druk

Opvallend is dat Nederland volgens Ten Hove tot de meest volwas­sen msp-markten in Europa ­behoort. Het gebruik van managed ­services, documentatiesystemen en ­geïntegreerde toolstacks ligt hier aanzienlijk hoger dan in omringende landen. Tegelijkertijd betekent die volwassenheid dat de concurrentie sneller toeneemt. Vooral door de groei van buy-and-build-­groepen. De markt kent inmiddels zeker tien grote clusters met honderden mede­werkers. De afgelopen jaren lag de focus vooral op interne standaardisatie – één PSA, één RMM, één documentatiesysteem. Maar nu die consolidatiefase grotendeels is afgerond, verschuift de aandacht naar commerciële slagkracht.

“De lokale msp in Hilversum of Apeldoorn krijgt er concurrenten bij die landelijk opereren en veel ­sneller kunnen opschalen. Dat vraagt iets van je positionering. Je moet duidelijk maken waarom klanten voor jou kiezen.” Ten Hove ziet dat verticalisering steeds belangrijker wordt, juist voor kleinere en middelgrote msp’s. Niet omdat de techniek anders is, maar omdat de context anders is. “Je onderscheidt jezelf als je sector­inzichten kunt combineren met IT-expertise. In hospitality, zorg of logistiek is die domme techniek niet het verschil, maar hoe je die toepast binnen hun realiteit.” Sector­gerichte content, thought leadership en proactieve advisering worden ­volgens hem belangrijke wapens in een markt die volwassener én ­drukker wordt.

Operational excellence: van 10 naar 30 procent marge

De gemiddelde EBITDA-marge van msp’s in Nederland ligt nog altijd rond de tien tot twaalf procent. Volgens Ten Hove is dat te laag, zeker gezien de risico’s en verantwoor­delijkheden die msp’s dragen. Door meer te automatiseren, beter te adviseren, klanten bewust te kiezen en tools slimmer in te zetten, moet een marge richting twintig of dertig procent realistisch worden. Daarmee krijgt de digital workforce opnieuw een prominente rol. Het moet de ­motor worden die msp’s helpt om structureel efficiënter te opereren. “Het landschap wordt niet eenvoudiger, maar de ­tooling wordt wel slimmer. Dat is wat je nodig hebt om te groeien zonder je kosten exponentieel te verhogen.”

Vooruitkijken naar 2026

Voor msp’s wordt 2026 ook het jaar waarin businesscontinuïteit, keten­aansprakelijkheid en operationele efficiëntie centraal komen te staan. De digital workforce moet die transitie versnellen. De nieuwe securitylagen moeten organisaties weerbaarder maken. En de consolidatiegolf dwingt tot keuze, focus en positionering. Ten Hove vat het samen: “De markt wordt competitiever, professioneler en veeleisender. De msp die zijn klanten ­begrijpt, business­impact kan uitleggen en zijn processen op orde heeft, gaat de komende jaren het verschil maken.”

Het recent gepresenteerde adviesrapport van oud-ASML-topman Peter Wennink over het Nederlandse verdienvermogen krijgt scherpe kritiek van economische analisten en andere deskundigen. Zij waarschuwen voor wat zij een „stortvloed aan spookcijfers” noemen en noemen de gebruikte statistieken creatief tot misleidend.

Volgens tegenstanders bevat het plan selectieve en niet-geverifieerde aannames. In het rapport wordt gesteld dat Nederland moet handelen om de economische groei boven 1,5 procent te tillen omdat anders de koopkracht van huishoudens zou afnemen. Het rapport noemt een verlies van 1700 euro per gemiddeld gezin op basis van het huidige beleid, een resultaat dat volgens critici niet overeenkomt met ramingen van het Centraal Planbureau, dat bij lagere groei juist een lichte stijging van de koopkracht verwacht.

Daarnaast wijzen critici op een scenario in het rapport waarin de staatsschuld oploopt tot 234 procent van het bbp, een percentage dat volgens hen veel hoger ligt dan de ramingen van politieke partijen. Ook de bewering dat Nederland te weinig grond biedt aan bedrijven in vergelijking met buurlanden wordt betwist: Nederland zou volgens de oppositie juist relatief meer grond aan bedrijvigheid besteden dan bijvoorbeeld Duitsland.

De financiële onderbouwing van voorgestelde investeringen wordt eveneens ter discussie gesteld. Een onderdeel van het plan, een private AI-fabriek op de Maasvlakte, wordt in het rapport begroot op 22 miljard euro, terwijl initiatiefnemers recent over een lagere investering spraken waarvan een deel publiek geld moet zijn. De totale jaarlijkse kosten worden in het rapport op 2 tot 8 miljard euro geschat, maar critici zien onderdelen die duiden op hogere uitgaven.

De discussie over de methoden en aannames in het rapport vormt onderdeel van een bredere debat over de transparantie en betrouwbaarheid van economische prognoses en beleidsadviezen in Nederland.

Google en Microsoft hebben bij de Nederlandse overheid geen volledige cijfers aangeleverd over het energieverbruik van hun hyperscale-datacenters. Dat blijkt uit onderzoek waarover NRC berichtte. In de rapportages die de bedrijven indienden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ontbreken op meerdere punten concrete gegevens.

Grote datacenters zijn op basis van de Europese Energy Efficiency Directive (EED) verplicht om jaarlijks informatie te verstrekken over hun energie- en waterverbruik. In Nederland geldt deze verplichting voor datacenters met een geïnstalleerd IT-vermogen van minimaal 500 kilowatt. De aangeleverde gegevens moeten worden gebruikt om inzicht te krijgen in het energiegebruik van de sector.

Volgens NRC hebben meerdere Amerikaanse datacenterexploitanten, waaronder Google en Microsoft, velden in de verplichte rapportages leeg gelaten of slechts globaal ingevuld. De bedrijven geven aan dat het gaat om bedrijfsgevoelige informatie, waardoor zij geen gedetailleerde cijfers openbaar willen maken.

Onderzoekers signaleren dat het ontbreken van specifieke gegevens het lastig maakt om de impact van grote datacenters op het Nederlandse elektriciteitsnet en het totale energieverbruik goed te beoordelen. De RVO heeft laten weten geen juridische instrumenten te hebben om aanvullende informatie af te dwingen wanneer rapportages onvolledig worden aangeleverd.

Uit beschikbare statistieken blijkt dat het gezamenlijke energieverbruik van datacenters in Nederland de afgelopen jaren is toegenomen en inmiddels een aanzienlijk deel van het nationale elektriciteitsverbruik vertegenwoordigt. Het exacte aandeel per exploitant blijft echter onduidelijk.

De situatie roept vragen op over de effectiviteit van de huidige rapportageplicht en de mate waarin deze bijdraagt aan transparantie over het energieverbruik van grote datacenterbedrijven in Nederland.

Hoe kies je in 2026 nog de juiste mix van cloud, security en automatiseringsdiensten als het aanbod blijft groeien en de marges onder druk staan? Een mogelijke oplossing vormen de marketplaces. Ooit bedoeld als gemakstools voor licentiemanagement, zijn het inmiddels strategische platforms voor het kanaal.

Een IT-marketplace is inmiddels meer dan een catalogus waar je softwarelicenties bestelt. De moderne variant biedt een platform voor inkoop, provisioning, billing, compliance en integratie. Een marketplace biedt overzicht binnen steeds complexere cloudomgevingen, waarin diensten van tientallen leveranciers samenkomen. Hoe ziet zo’n marketplace eruit?

De meeste oplossingen rusten op drie pijlers. Distributie en commerce vormen de basis, zodat je als msp software, securitydiensten en cloudcapaciteit kunt inkopen en direct kunt activeren. Automatisering zorgt er vervolgens voor dat provisioning, facturatie en wijzigingsbeheer niet langer losse processen zijn. De derde pijler is partner enablement, met trainingen, supportflows en securitystandaarden, aangevuld met steeds vaker AI-ondersteuning voor advies en configuratie.

Voor distributeurs en vendoren is de marketplace een manier om complexiteit te reduceren en partners aan zich te binden met een centrale toegangspoort. Voor msp’s wordt het een manier om schaalbaar te werken zonder de overhead die het traditionele licentiebeheer jarenlang kenmerkte.

Wat bieden marketplaces de msp concreet? In de praktijk zie je vier dominante toepassingen.

  1. Slimmer licentiebeheer
    De klassieke reden om een marketplace te gebruiken blijft relevant. Licenties voor Microsoft 365, securityoplossingen of collaborationtools kun je centraal inkopen, verlengen, pauzeren of opschalen. De kans op verlopen services of foutieve facturatie daalt en het scheelt handmatig werk op dagen dat iedereen al vol zit.
  2. Directe provisioning
    Veel platforms koppelen direct met vendor-API’s. Een klant met meer medewerkers? Binnen minuten is het geregeld, zonder lange doorlooptijden of handmatig configuratiewerk. In 2026 wordt deze provisioning steeds meer geautomatiseerd. Denk aan AI-gestuurde workflows die op basis van klantprofielen suggesties doen voor aanvullende diensten.
  3. Consolidatie en rapportage
    In een markt waar klanten overzicht willen en audits frequenter worden, kun je als msp via marketplaces uniform rapporteren. Kosten, verbruik, wijzigingen en securitystatussen kun je in één omgeving bijhouden. Dat voorkomt losse spreadsheets en maakt maandelijkse klantgesprekken gemakkelijker.
  4. Toegang tot nieuwe diensten
    Marketplaces worden steeds vaker gebruikt om nieuwe oplossingen te testen, pilots op te zetten en diensten te bundelen in eigen proposities. Voor msp’s die willen differentiëren ontstaat hier ruimte om eigen servicebundels te bouwen zonder dat de backoffice ingewikkelder wordt.

Facturering en margebeheer vaak onderschat

Billing is een van de belangrijkste redenen waarom marketplaces in het channel zo sterk groeien. Met traditionele handmatige facturatie worden maandelijkse licentiewijzigingen, op- en afschakelingen en verschillen in contractduur al snel onoverzichtelijk. Marketplaces bieden hiervoor verschillende oplossingen.

Geautomatiseerde facturatie

Het platform houdt exact bij welke diensten actief zijn, hoeveel seats worden gebruikt en welke contractvorm daarbij hoort. Hierdoor kun je maandelijks betrouwbaar factureren zonder dat je tientallen mutaties moet nalopen. De meeste systemen genereren direct factuurruns die naar je ERP of PSA-systeem gaan.

Marge- en kostprijsbewaking

Door integratie met vendor-tarieven kan de marketplace bijhouden wat de netto inkoopprijs is, wat er verandert bij seizoensacties of valutawijzigingen, en wat dat betekent voor je marge. Ook kun je scenario’s maken voor prijswijzigingen, iets wat in 2026 steeds belangrijker wordt door dynamische vendorpricing.

Doorbelasting per klant

Wanneer eindklanten hybride omgevingen hebben met meerdere vendoren, ontstaan al snel complexe facturen. Marketplaces koppelen cloudverbruik, licenties en aanvullende diensten aan klantprofielen, waardoor doorbelasting eenvoudiger wordt. Dat maakt tarieven transparanter en voorkomt discussie over aantallen of looptijden.

Facturering wordt zo een strategisch onderdeel van de marketplace-ervaring. Het geeft je als msp grip op je financiële gezondheid, iets wat de komende jaren alleen maar belangrijker wordt met stijgende kosten, strengere rapportage-eisen en margedruk in het mkb-segment.

Verschillende soorten marketplaces

Met de steeds belangrijkere rol van de marketplace, is het niet zo vreemd dat allerlei partijen op de trein springen. Bij nadere bestudering kun je drie verschillende categorieën onderscheiden.

1. Vendor-marketplaces

Hier biedt de leverancier zijn eigen diensten aan, zoals Microsoft, Google Cloud of AWS. Voor msp’s zijn deze vaak rijk aan functionaliteit, maar beperken ze zich tot het portfolio van één speler. Ze blijven relevant doordat enterprise-klanten steeds vaker directe cloudcontracten afsluiten.

2. Distributeur-gedreven marketplaces

Dit is het domein waar Nederlandse msp’s het meest mee werken. Bekende voorbeelden zijn Pax8, ALSO Cloud Marketplace, TD SYNNEX Cloud Marketplace en de ecosystemen van partijen zoals Copaco. Dit zijn multi-vendorplatforms, vaak met sterk ontwikkelde automation-lagen en doorlopende aandacht voor partnerondersteuning.

3. Onafhankelijke of specialistische marketplaces

Deze richten zich op niches, bijvoorbeeld securitydiensten, observability, API-beveiliging of compliance. Ze blijven kleiner maar winnen tractie doordat mkb-klanten specifieker inkopen. Denk aan platforms waarin je direct SOC-diensten, zero-trustoplossingen of back-updiensten kunt combineren, zonder dat het vendor-specifiek wordt.

Ontwikkelingen in 2026

De opmars van marketplaces staat niet op zichzelf. Er zijn belangrijke, brede ontwikkelingen die ook in 2026 de richting van het kanaal bepalen.

Operationele efficiëntie als noodzaak

De groei van workloads in het mkb vraagt om strakkere processen. Marketplaces verschuiven richting workflow-automatisering, waarbij provisioning, patchbeheer, billing en rapportage in elkaar grijpen. Dit moet msp’s ontlasten die kampen met personeelstekorten en piekbelasting.

AI-ondersteunde besluitvorming

Veel aanbieders voegen advieslagen toe, variërend van licentie-optimalisatie tot risicoanalyse. De verwachting is dat dit in 2026 verder toeneemt, waarbij marketplaces eerder platforms worden voor geautomatiseerd aanbodbeheer dan voor handmatige inkoop. AI kan daarbij helpen om pieken in verbruik te detecteren, combinaties van diensten te suggereren of afwijkend klantgedrag te signaleren.

Consolidatie van leveranciers

Zowel distributeurs als vendoren reorganiseren hun portfolio richting minder losse diensten en meer geïntegreerde proposities. De marketplace fungeert hierdoor als centrale etalage waar msp’s kunnen zien wat logisch samenwerkt, wat zich vertaalt naar snellere proposities richting klanten.

Regionale differentiatie

In Nederland zie je een groeiende behoefte aan marketplaces die inspelen op lokale wetgeving, datalocatie en compliance. Platforms die Nederlandse datacenters, lokale support en specifieke mkb-modules combineren, krijgen hierdoor meer gewicht in de keuze van msp’s.

De positie van de msp blijft bepalend

De opkomst van IT-marketplaces verandert veel, maar niet het fundament van het channel. Als msp blijf je de gids in een landschap dat steeds ingewikkelder wordt. De marketplace kan je werk verlichten, diensten samenbrengen, marges bewaken en processen automatiseren. Maar de waarde ontstaat pas wanneer je dit inzet om keuzes begrijpelijk te maken voor klanten, risico’s te beperken en digitale ambities in concrete stappen te vertalen.

 

Het netwerkbedrijf Cloudflare heeft een ingrijpend herstelplan gepresenteerd na twee grote storingen die het wereldwijde internetverkeer verstoorden. Onder de naam Code Orange: Fail Small zet het bedrijf alle andere werkzaamheden op pauze om de stabiliteit en weerbaarheid van zijn netwerk te verbeteren.

Op 18 november en 5 december 2025 werd het netwerk van Cloudflare getroffen door ernstige incidenten. Door deze storingen waren wereldwijd duizenden websites en applicaties tijdelijk onbereikbaar of gaven zij foutmeldingen. Uit intern onderzoek bleek dat beide incidenten werden veroorzaakt door foutieve configuratie-updates die vrijwel gelijktijdig over het hele netwerk werden uitgerold.

Met het uitroepen van Code Orange geeft Cloudflare aan dat de situatie als kritiek is aangemerkt. Binnen het bedrijf betekent dit dat productontwikkeling en nieuwe functionaliteiten tijdelijk worden stilgelegd. Alle teams richten zich op het verkleinen van risico’s in het netwerk. Het Fail Small-principe moet ervoor zorgen dat fouten, menselijk of technisch, beperkt blijven tot een klein deel van het netwerk en zich niet meer wereldwijd kunnen verspreiden.

Het herstelplan bestaat uit drie technische maatregelen. Allereerst wordt de uitrol van configuratiewijzigingen aangepast. Waar dergelijke wijzigingen eerder in één keer wereldwijd actief werden, moeten ze voortaan stapsgewijs en op kleine schaal worden getest voordat ze breder worden doorgevoerd. Daarnaast wil Cloudflare de foutafhandeling verbeteren. Systemen moeten bij een foutieve instelling automatisch terugvallen op veilige standaardconfiguraties, in plaats van verkeer volledig te blokkeren. Tot slot pakt het bedrijf zogeheten circulaire afhankelijkheden aan. Tijdens de recente storingen bleek dat beheerders soms geen toegang hadden tot essentiële systemen, omdat beveiligings- en beheertools afhankelijk waren van hetzelfde netwerk dat was uitgevallen. Deze afhankelijkheden worden doorbroken om noodtoegang mogelijk te maken.

In een toelichting erkent het bedrijf dat de snelheid waarmee configuraties wereldwijd kunnen worden aangepast, normaal een voordeel, in deze gevallen juist tot grootschalige uitval heeft geleid. Volgens Cloudflare wordt daarom prioriteit gegeven aan beheersbaarheid boven snelheid.

Dane Knecht, verantwoordelijk voor engineering, geeft aan dat het bedrijf verantwoordelijkheid neemt voor de impact van de storingen op klanten en internetgebruikers. Cloudflare verwacht dat de belangrijkste verbeteringen uiterlijk aan het einde van het eerste kwartaal van 2026 zijn doorgevoerd. Met deze maatregelen wil het bedrijf het vertrouwen in de betrouwbaarheid van zijn infrastructuur herstellen.

Apple voert in iOS 26.3 aanpassingen door die de interoperabiliteit met accessoires van derde partijen verbeteren. De wijzigingen volgen uit verplichtingen onder de Digital Markets Act en gelden uitsluitend binnen de Europese Unie. Europese gebruikers en ontwikkelaars krijgen hierdoor meer mogelijkheden bij het koppelen en gebruiken van externe apparaten.

Volgens MacRumors kunnen fabrikanten van accessoires in de EU met de update functies testen zoals proximity pairing en uitgebreidere notificaties. Dat betekent dat onder meer draadloze oordopjes van derden op een vergelijkbare manier gekoppeld kunnen worden als AirPods. Door het accessoire dicht bij een iPhone of iPad te houden, kan de verbinding met één handeling tot stand komen. Voorheen waren hiervoor meerdere stappen nodig.

Naast het vereenvoudigde koppelproces krijgen smartwatches van andere fabrikanten toegang tot iPhone-notificaties. Gebruikers kunnen meldingen ontvangen en erop reageren, een mogelijkheid die tot nu toe was voorbehouden aan de Apple Watch. Daarbij geldt wel een beperking: notificaties kunnen slechts naar één gekoppeld apparaat tegelijk worden doorgestuurd. Wanneer meldingen worden ingeschakeld voor een smartwatch van een derde partij, worden ze automatisch uitgeschakeld voor een eventueel gekoppelde Apple Watch.

De Europese Commissie geeft aan dat ontwikkelaars de nieuwe functies kunnen testen op verschillende typen apparaten, waaronder televisies, smartwatches en hoofdtelefoons van derde partijen. De volledige beschikbaarheid van deze interoperabiliteitsopties in Europa staat gepland voor 2026.

De uitrol van iOS 26.3 wordt volgens de berichtgeving eind januari verwacht. De aanpassingen maken deel uit van bredere maatregelen waarmee Apple zijn besturingssysteem in de EU in lijn brengt met de DMA-verplichtingen.

Het Amerikaanse Nationaal Instituut voor Standaarden en Technologie waarschuwt dat een aantal van zijn tijdservers in december tijdelijk een onjuiste tijd doorgaf. De afwijking ontstond na een stroomstoring en kan gevolgen hebben gehad voor systemen die sterk leunen op nauwkeurige tijdsynchronisatie.

Het National Institute of Standards and Technology beheert meerdere openbare tijdservers die wereldwijd worden gebruikt voor tijdsynchronisatie via het Network Time Protocol. Deze servers ontvangen hun tijdsinformatie van atoomklokken en worden ingezet door computersystemen in uiteenlopende sectoren.

Volgens een melding op de Internet Time Service mailinglijst kreeg de NIST-campus in Boulder, in de Amerikaanse staat Colorado, op 17 december te maken met een langdurige stroomstoring. Die storing werd veroorzaakt door slecht weer in combinatie met een probleem met een back-upgenerator. Hierdoor viel de atoomklok die de tijdserver aanstuurt kortstondig uit en liep deze ongeveer 4,8 microseconden achter.

Als gevolg daarvan waren enkele specifieke tijdservers tijdelijk niet accuraat. Het ging onder meer om de servers time-a-b.nist.gov tot en met time-e-b.nist.gov. Andere veelgebruikte diensten, waaronder time.nist.gov, bleven volgens NIST wel correct functioneren.

Een afwijking van enkele microseconden is voor de meeste toepassingen niet merkbaar. Het betreft een verschil van enkele miljoensten van een seconde. Alleen systemen die een zeer hoge tijdsnauwkeurigheid vereisen kunnen hierdoor worden beïnvloed. Voorbeelden zijn toepassingen binnen wetenschap, ruimtevaart, telecommunicatie en financiële diensten. Binnen deze domeinen geldt al langer de praktijk om meerdere tijdbronnen te gebruiken om afwijkingen te kunnen opvangen.

Het incident in Boulder is de tweede storing bij de Internet Time Service van NIST in december. Op 10 december meldde de organisatie al een probleem met een tijdserver op de campus in de staat Maryland. De tijdservers in Boulder zouden inmiddels weer correct functioneren en de juiste tijd doorgeven.

Een werkplek is geen plek meer. En een nummer is geen toestel meer. Waar vaste en mobiele telefonie ooit strikt gescheiden werelden waren, lopen die lijnen inmiddels volledig door elkaar. Bellen, data en apparaten vormen geen losse bouwstenen meer, maar één samenhangend communicatielandschap.

Telecom draaide lange tijd om infrastructuur. Een vaste lijn hoorde bij een bureau, een mobiel nummer bij een toestel. Beheer betekende kabels trekken, centrales configureren en abonnementen uitdelen. Met softphones, cloudtelefonie en mobiele integraties verschuift communicatie van locatie naar identiteit. Niet het bureau, maar de gebruiker staat centraal. Een nummer verhuist moeiteloos mee tussen laptop, smartphone, tablet en headset. Of iemand nu thuis werkt, onderweg is of op kantoor zit, de bereikbaarheid blijft gelijk.

Die ontwikkeling lijkt vanzelfsprekend, maar heeft grote gevolgen voor hoe organisaties hun communicatie inrichten. De vaste werkplek verliest zijn rol als ankerpunt. In plaats daarvan ontstaat een beweeglijke digitale werkruimte waarin communicatie overal beschikbaar moet zijn.

Eén nummer, vijf apparaten

In de dagelijkse praktijk betekent de vervaging vooral dat mensen niet meer kiezen tussen vast of mobiel. Ze gebruiken beide tegelijk, vaak zonder zich daarvan bewust te zijn. Een gesprek start op de laptop, gaat verder op de smartphone en wordt afgerond via een headset op kantoor. Voor de beller aan de andere kant blijft het één gesprek, met één nummer.

Technisch wordt dat mogelijk gemaakt door de koppeling tussen mobiele netwerken en vaste communicatieplatforms. Teams Calling, softphone-oplossingen en geïntegreerde beldiensten zorgen ervoor dat vaste en mobiele telefonie niet langer als aparte silo’s worden beheerd.

Voor gebruikers voelt dat als vrijheid. Voor organisaties vraagt het om andere keuzes in kostenstructuren, abonnementen en beheer. Het onderscheid tussen een vast contract en een mobiel bundeltje verliest aan betekenis. In plaats daarvan ontstaat een communicatieabonnement per medewerker, los van het apparaat.

Geen simkaart meer

Een belangrijke katalysator in die ontwikkeling is de eSIM. Geen losse simkaart meer, maar een digitaal profiel dat op afstand kan worden geactiveerd, aangepast of verplaatst. Daarmee verdwijnt opnieuw een fysieke grens uit het telecomdomein.

Voor organisaties maakt dat het beheer van mobiele connectiviteit flexibeler. Nieuwe medewerkers krijgen sneller toegang tot zakelijke communicatie, tijdelijke medewerkers kunnen eenvoudiger worden aangesloten, en bij verlies van een toestel is het nummer direct te blokkeren of te verplaatsen.

De eSIM past daarmee in hetzelfde patroon als softphones en cloudplatforms: communicatie wordt losgekoppeld van het fysieke apparaat en gekoppeld aan een digitale identiteit.

Bereikbaarheid

Met de technische vervaging groeit ook de complexiteit van bereikbaarheid. Wanneer iemand op meerdere apparaten tegelijk bereikbaar is, wordt de vraag niet langer ‘kan ik bellen’, maar ‘op welk moment en via welk kanaal ben ik beschikbaar’. Mensen schakelen voortdurend tussen werk en privé, tussen kantoor en thuis, tussen concentratie en overleg. De techniek biedt alle vrijheid, maar vraagt tegelijk om duidelijke afspraken. Wanneer mag een gesprek binnenkomen, wanneer gaat het naar voicemail, wanneer naar een collega? De klassieke openingstijden en doorschakelregels sluiten steeds minder aan op de realiteit van hybride werken. Bereikbaarheid wordt daarmee van een technische instelling een organisatorisch vraagstuk.

Kostenstructuren

Ook financieel verandert er van alles. In het verleden waren mobiele kosten vaak variabel en vaste lijnen relatief stabiel. Tegenwoordig lopen die werelden in elkaar over. Data, minuten en platformlicenties vormen samen één kostenplaatje per gebruiker. Dat maakt telecom minder voorspelbaar op de oude manier, maar vaak wel transparanter. De focus verschuift van het optimaliseren van losse bundels naar het beheersen van totale communicatiekosten per werkplek. Daarbij spelen gebruiksprofielen, dataverbruik, internationale bereikbaarheid en integraties met andere systemen een steeds grotere rol.

Devices

De vervaging van vast en mobiel maakt apparaten belangrijker. Smartphones, laptops, tablets, headsets en soms ook vaste toestellen vormen samen het persoonlijke communicatie-ecosysteem van een medewerker. Dat vraagt om grip op de hele levenscyclus van die devices als onderdeel van communicatie. Een defect toestel is geen hardwareprobleem meer, maar direct een bereikbaarheidsprobleem. Updates, beveiliging en vervanging hebben invloed op de continuïteit van gesprekken. Daarmee verschuift ook het belang van MDM en devicebeheer. Beveiligingsinstellingen, toegangsrechten en dataversleuteling bepalen niet alleen de veiligheid van data, maar ook de betrouwbaarheid van communicatie. Vast en mobiel mogen dan vervagen, het risico vervaagt niet mee.

Security volgt de gebruiker

Doordat communicatie niet meer vastzit aan één netwerk of één locatie, verplaatst ook security zich naar de gebruiker. Authenticatie, toestelbeheer, netwerktoegang en versleuteling vormen samen een beweeglijke beveiligingslaag. Een gesprek voeren via wifi thuis, 5G onderweg of het bedrijfsnetwerk op kantoor mag voor de gebruiker nauwelijks verschil maken. Achter de schermen vraagt dat om consistente beveiliging, ongeacht het netwerk of het apparaat. Daarmee wordt telecom verweven met identity, netwerkbeveiliging en endpointbeheer.

Waar telecom ooit werd ingericht vanuit kabels, centrales en netwerken, ligt de focus nu steeds meer bij de individuele gebruiker. Communicatie volgt de medewerker, niet de werkplek. Het nummer volgt het account, niet het toestel. Die verschuiving raakt direct aan werkprocessen. Nieuwe medewerkers moeten snel bereikbaar zijn, tijdelijke krachten snel weer verdwijnen uit systemen, en bereikbaarheid mag geen bottleneck vormen voor samenwerking.

Ontwikkeling

Die ontwikkeling gaat nog door. Nieuwe netwerken, verdere integratie met werkplatforms en slimmere vormen van devicebeheer maken dat de grenzen verder vervagen. Maar het gebruik door mensen is iets wat blijft: bellen, overleggen, schakelen en samenwerken. Alleen de vorm waarin dat gebeurt, wordt steeds flexibeler.

Microsoft heeft een spoedupdate uitgebracht voor een fout in de Message Queuing-dienst die optrad na een beveiligingsupdate van december. Het probleem speelde bij zakelijke omgevingen en valt samen met het formele einde van de reguliere ondersteuning voor Windows 10.

Sinds de beveiligingsupdate van 9 december ondervonden organisaties problemen met applicaties die gebruikmaken van Microsoft Message Queuing. Door een wijziging in het beveiligingsmodel kregen toepassingen geen toegang meer tot bepaalde systeemmappen. Dit leidde tot foutmeldingen over onvoldoende systeembronnen en in sommige gevallen tot vastlopende processen. Microsoft meldt dat het probleem is opgelost via een zogeheten out-of-band update, met updatecode KB5074976, die sinds 18 december beschikbaar is.

De fout ontstond na installatie van update KB5071546 en trof vooral systemen waarop MSMQ actief wordt gebruikt voor interne berichtverwerking. De noodpatch wordt buiten het reguliere updatekanaal aangeboden en is bedoeld voor omgevingen waar de storing directe impact heeft op bedrijfsprocessen.

Het incident valt samen met het definitieve einde van de algemene ondersteuning voor Windows 10. Op 14 oktober 2025 is de reguliere support voor dit besturingssysteem gestopt. Sinds die datum ontvangen systemen geen standaard beveiligingsupdates, bugfixes of technische ondersteuning meer. Microsoft geeft aan dat apparaten die op Windows 10 blijven draaien daardoor kwetsbaarder worden voor nieuwe beveiligingsproblemen.

Volgens het bedrijf zijn er nog wel uitzonderingen. Systemen die draaien op Long-Term Servicing-kanalen, zoals LTSC en LTSB, vallen onder een afwijkend ondersteuningsbeleid en blijven voorlopig beveiligingsupdates ontvangen. Voor de reguliere consumentenversie Windows 10 22H2 is de ondersteuning beëindigd.

Naast de MSMQ-kwestie meldt Microsoft dat ook een probleem met ouderlijk toezicht grotendeels is opgelost. Eerder dit jaar konden browsers zoals Google Chrome onverwacht afsluiten wanneer webfilters voor kinderen actief waren. De leverancier heeft filters aangepast voor recente browserversies. Voor resterende problemen wordt aangeraden om Activiteitsrapportage in te schakelen.

Microsoft blijft Windows 10 in uitzonderlijke gevallen nog van patches voorzien, maar geeft aan dat de focus ligt op nieuwere systemen zoals Windows 11 en op betaalde verlengde beveiliging via het Extended Security Updates-programma.

OpenAI heeft een update uitgebracht voor de beeldgeneratie in ChatGPT. De functie heet ChatGPT Images en draait op het nieuwe model GPT Image 1.5. Volgens het bedrijf ligt de nadruk op hogere snelheid, betere nauwkeurigheid bij bewerkingen en meer consistentie in gegenereerde beelden.

De update markeert een verdere uitbreiding van ChatGPT van tekstgebaseerde assistent naar een omgeving voor visuele creatie. OpenAI meldt dat het nieuwe beeldmodel tot vier keer sneller afbeeldingen kan genereren dan eerdere versies. Daarmee moet het maken en aanpassen van beelden minder wachttijd vergen tijdens het creatieve proces.

Een belangrijke wijziging zit in de manier waarop het model instructies opvolgt. Bij eerdere generaties leidde een kleine aanpassing vaak tot een volledig gewijzigde afbeelding. Met ChatGPT Images kunnen gebruikers gerichte wijzigingen doorvoeren, zoals het aanpassen van kleding, lichtinval of het toevoegen van een object, terwijl andere elementen in beeld gelijk blijven. Volgens OpenAI geldt dit ook voor gezichten en composities van personages.

Daarnaast introduceert het bedrijf meerdere functies die gericht zijn op visuele samenhang. Zo is het mogelijk om meerdere bronafbeeldingen te combineren tot één scène. Het model is ook beter in het weergeven van tekst in afbeeldingen, inclusief kleinere en complexere teksten. Dit moet het maken van bijvoorbeeld posters en infographics vereenvoudigen. Verder is het eenvoudiger geworden om dezelfde stijl of hetzelfde personage consequent te laten terugkeren in meerdere beelden.

Naast het model zelf is ook de interface aangepast. In de webversie en mobiele app van ChatGPT is een aparte Images-tab toegevoegd. In deze omgeving zijn eerdere creaties terug te vinden en kunnen gebruikers voorbeelden bekijken via zogeheten trending prompts. Ook zijn er vooraf ingestelde stijlen en filters beschikbaar, zonder dat een uitgebreide tekstprompt nodig is.

De uitrol van ChatGPT Images is gestart voor consumenten, zowel voor gratis als betaalde accounts. Voor zakelijke varianten zoals Business en Enterprise volgt de update in de komende weken. Ontwikkelaars krijgen via de API direct toegang tot GPT Image 1.5. OpenAI geeft aan dat het nieuwe model ook lagere kosten per generatie heeft dan de vorige versie.

Met deze stap vergroot OpenAI de concurrentie met andere aanbieders van multimodale modellen, waaronder Google, dat recent een update aankondigde rond Gemini 3 Flash.