Huawei organiseerde onlangs het jaarlijkse event Huawei Connect om de Europese partners bij te praten over de ontwikkelingen in het portfolio. De belangrijkste thema’s waren duurzaamheid, digitale transformatie én de snelle opmars van het eigen cloudplatform. Mels Dees interviewde na afloop Serge Schulte, de ­Nederlandse Channel Director over Huawei en het partnerlandschap.

Tijdens de dagen in Parijs, waar het evenement plaatsvond, werd meer dan ooit duidelijk dat Huawei ambitieus is. En vooral ook dat het partners nodig heeft bij het realiseren van die ambities. Jim Lu, Senior Vice President of the ­European Region was er eerlijk over. “De afgelopen jaren waren voor ons in Europa niet altijd makkelijk. Maar in tijden van weerstand leer je jouw vrienden kennen. Ik wil namens ­Huawei mijn dank uitspreken voor de trouw en support van onze partners.” Lu ging daarbij kort in op de vraag die hij naar eigen zeggen in Europa bijna dagelijks krijgt van partners: “Kunnen jullie nog wel aan de modernste chipsets komen?” Het antwoord dat Lu dan geeft is kort: “Zeker want we bouwen die chipsets zelf.” Hierdoor had de fabrikant afgelopen jaren ook nauwelijks last van leveringsproblemen. Ook niet in Nederland, waar Huawei in Eindhoven over een warehouse met voorraad beschikt, legt de ­Nederlandse Channel Director ­Serge Schulte desgevraagd uit. Schulte werkte eerder al drie jaar binnen het team van Huawei in Nederland, verliet de organisatie, maar is nu sinds bijna drie maanden terug als Channel Director, hij was voorheen Channel Manager. We spreken hem tijdens Huawei Connect 2023.

Je bent nu bijna drie maanden ­terug na een afwezigheid van drie jaar. Wat is er veranderd binnen de organisatie van Huawei in Nederland?

Serio Schulte: “Het team is nog ­sterker geworden. Sommige mensen zijn doorgegroeid. De solution director waarmee ik nu mag werken was destijds solution manager. Die heeft dus een stap gemaakt. De sales­director is ook een Nederlander. Er is een sterk team dat goed op elkaar ingespeeld is. En de ­Nederlandse markt goed kent.”

De hele markt richt zich op managed services

Wat zie je voor ontwikkelingen in de partnerwereld?

“Meer dan ooit richt de hele markt, van leverancier via het kanaal tot en met de eindklant zich op managed services. Het wordt steeds belangrijker dat elke partij onderdeel wordt van complete proposities. Dat geldt met name voor ons en de partners. We verkopen niet zozeer producten, maar complete oplossingen. Zo willen wij met onze distributeurs en reseller-partners echt het verschil maken. Samen met de partners ­kijken we naar het type klanten dat op zoek is naar een oplossing voor hun business-uitdagingen. Dat betekent overigens ook dat de rol van Channel Manager evolueert. De functie is veel meer dan voorheen gedreven door de business van de klant. Onze Channel Managers ­worden business partners in plaats van accountmanagers.”

In die zin verleent Huawei als vendor ook services aan de serviceprovider.

“Precies! De eindklant heeft een uitdaging in de propositie naar de eindgebruiker en wij helpen de partner daarbij. En dat kan ook met de eindklant erbij zijn, zodat je een driehoeksgesprek krijgt waarbij ­iedereen met elkaar meedenkt. Wij hebben veel te bieden, met ons uitgebreide portfolio. Dus proberen we eerst de vraag van de eindklant naar de partner zo concreet ­mogelijk te krijgen. Dat zien wij als de ultieme manier van klantgedreven werken.”

Welke vragen krijg je het meest van partners?

“Dat is tijdens het evenement ­natuurlijk ook ter sprake gekomen, en terecht. Dat zijn vragen als: Wie is de eigenaar van Huawei? Het antwoord is dan: wijzelf – de mensen die hier werken. Dat is echt heel belangrijk om te vermelden. Een andere vraag is: wie maakt de producten. Ons antwoord is dan, en daarin onderscheiden we ons in veel gevallen, dat we echt alles zelf maken. En dat is meteen onze kracht. Zoals bijna alle sprekers tijdens het evenement aangaven besteden we heel erg veel geld en energie aan innovatie. En dat in de breedste zin: van producten, tot services, tot ons ­eigen cloud-platform Toen ik terugkwam bij Huawei ben ik meteen weer naar China gegaan, en daar doe je dan enorm veel inspiratie op. Je ziet wat het bedrijf ontwikkelt, wat we bouwen en hoe het wordt toegepast. Er wordt echt een ecosysteem gebouwd. Zo ontstaat een op elkaar afgestemde omgeving van oplossingen.”

Partners moeten sneller dan ooit schakelen

Wat gaat 2024 brengen vanuit jouw perspectief?

“Ik zie dat partners op zoek zijn naar nieuwe businessmodellen. De eindklanten hebben de beweging gemaakt naar as-a-service-proposities. Partners moeten inspelen op een heel volatiele markt: er moet sneller dan ooit geschakeld ­worden. Dat vereist flexibiliteit. Dan is het heel krachtig als je een leverancier hebt met R&D-power waardoor bepaalde benodigde features heel snel ontwikkeld kunnen worden. En ook snel in productie gaan.”

En kan een Channel Manager in Europa wensen of behoeftes van partners en eindklanten ook naar de ontwikkelaars in de Huawei-­organisatie brengen?

“Ja, zeker. We hebben daarnaast ook vaak de mogelijkheid partners mee te nemen naar China. Dan ­leren ze ook de organisatie en de cultuur van Huawei kennen. Het mooie is dat de Nederlandse specialisten in de organisatie allemaal Chinese counterparts hebben. Daardoor kunnen we heel snel schakelen met de ontwikkelaars in China. Als je in China bent, dat geldt voor mij, maar ook voor de partners, dan zie je niet alleen de producten maar ook hoe het wordt toegepast, bijvoorbeeld de oplossingen voor Smart Cities. Of voor het onderwijs. Een andere vraag die we vaak krijgen, om ­terug te keren op het eerdere onderwerp, betreft de kwaliteit van onze producten. Laat ik duidelijk zijn. We bedienen consumenten, enter­prises en de grootste carriers. En als de kwaliteit goed genoeg ik voor die carriers, dan is dat een sterke boodschap en een erkenning voor de kwaliteit van onze oplossingen.”

Vertel eens iets over de opzet van het partnersysteem?

“We hebben verschillende soorten partners. We kennen onder meer solution partners, sales partners en ook cloud partners. Veel partijen beginnen als geregisseerde partners. Iedereen kan zich registreren, maar dat is slechts het begin. Eerst is het van belang dat de partner kennis opbouwt en zich certificeert. Simpel gezegd: wil je onze oplossingen verkopen en implementeren, dan moet je gecertificeerd zijn. Dat is iets dat wij en de partner samen oppakken. We ondersteunen de partners op veel manieren. Wil een organisatie voor een eindklant een Proof of Concept laten zien, dan kan dat. Daarvoor hebben we een eigen Experience Centre in Rijswijk. Daar laten we eigenlijk alles zien. Niet alleen het hele enterprise IT-portfolio, maar ook onze digital power tak en onze 5G en Wifi-7 oplossingen. Je ziet vooral ook hoe dat alles met elkaar samenhangt en communiceert. Het is immers nadrukkelijk een ­holistisch ecosysteem dat we bouwen. Zo worden we voor een breed scala aan industrieën een one-stop-shop.En de verschillende verticals binnen Huawei delen ook die technieken en solutions met elkaar. Partners kunnen dat in Rijswijk zien en ermee werken. En uitproberen, ook als onderdeel van certificeringen. Het is niet alleen theorie wat we tijdens trainingen overdragen, partners kunnen er meteen mee werken. We hebben ook VAR’s in ons partner-­ecosysteem. Die kunnen direct bij ons inkopen, dus zonder tussenkomst van onze distributeurs Arrow of Exclusive Networks.”

Los van de eigen organisatie: ­welke trends zie je nog?

“Allereerst een beweging naar duurzaamheid, en daar is onze organisatie al heel lang mee bezig. Daarnaast hebben organisaties twijfels over de cloud-strategie. Ze verlaten soms de public cloud ten behoeve van een hybride oplossingen. Daarom is ons ­eigen cloudplatform zo gebouwd dat je snel en kostenefficiënt de migraties kunt uitvoeren die je wilt. Ons principe is dat we alles as-a-service aanbieden en binnen een open standaard. Je hebt dus nooit een vendor lock-in. Heb je al een installed stack? Dan betekent dat niet dat het niet naast of binnen onze cloud-omgeving kan. Er is heel veel mogelijk. Daarom groeit Huawei Cloud ook zo hard.”

Het begin van het nieuwe jaar is hét moment om vooruit te kijken. Wat gaat dit jaar ons brengen op het gebied van IT? We vroegen het enkele van onze partners en Mels Dees onderzocht wat diverse onderzoeksbureaus ervan denken. Een paar voorzichtige conclusies: In de IT-sector zullen in 2024 belangrijke trends nog sterker dan voorheen bij ­elkaar komen. Clouddiensten blijven in belang toenemen, AI vestigt zich definitief, maar mede door de invoering van NIS2 is security belangrijker dan ooit. Lees alle trends en voorspellingen voor 2024 hieronder.

Onderzoeksbureau Gartner verwacht dat de wereld­wijde IT-uitgaven in 2024 5,1 biljoen dollar zullen bedragen. Dit komt neer op een stijging van 8% ten opzichte van 2023. De groei wordt gedreven door aanzienlijke investeringen in IT-diensten, communicatiediensten en software-uitgaven, waarbij cloud computing (ook nu weer) de grootste stijging laat zien. Bovendien verwacht Gartner dat de integratie van kunstmatige intelligentie (AI) in cybersecurity-maatregelen nieuwe uitdagingen én kansen zal creëren.

Gartner schetst in een vooruitblik de belangrijkste sectoren die bijdragen aan de te verwachten piek in IT-uitgaven. Het bureau voorspelt dat IT-diensten goed zijn voor 1,55 biljoen dollar en communicatiediensten voor bijna 1,5 biljoen. Software-uitgaven komen volgend jaar uit op ongeveer 1 biljoen. Opmerkelijk is volgens Gartner dat cloud computing naar verwachting de meest aanzienlijke groei in investeringen zal laten zien. Dit niet ­alleen door toenemend gebruik, maar vooral ook door tariefstijgingen van de cloud-providers.

John-David Lovelock, Vice President en Distinguished Analyst bij Gartner, benadrukt de impact van AI op beveiligingszorgen en verklaart dat “AI een nieuw beveiligingsrisico voor organisaties heeft gecreëerd”. Gartner verwacht dubbelcijferige groei in alle segmenten van uit­gaven voor IT-security komend jaar 2024. We komen later in dit artikel terug op de trends in IT-security.

Het dempend effect van abonnementsdiensten

De verschuiving van de technologiesector naar software-abonnementsmodellen en as-a-service-verkoopstrategieën wordt beschouwd als een verzachtende factor tijdens economische neergangen. In veel markten is al sprake van een recessie, en grootschalige herstel durven maar weinig onderzoekers te voorspellen. Analisten durven wel te stellen dat de evolutie van het abonnementssoftwaremodel in de afgelopen ­jaren waarschijnlijk de impact van economische vertragingen zal verzachten, vanwege de loyaliteit en voorspelbaarheid die een abonnement met zich meebrengt.

Software abonnementen bieden stabiliteit bij economische onzekerheden

Gartners voorspellingen voor 2024 benadrukken de groei in belangrijke technologiemarkten. De uitgaven aan datacentersystemen zullen naar verwachting met bijna 10% stijgen. De markt voor hardware groeit waarschijnlijk 5%. Het onderzoeksbureau verwacht dat software-uitgaven de grootste groei zullen doormaken, waarbij de wereldwijde uitgaven naar verwachting zullen stijgen van $916 miljard in 2023 tot $1,04 biljoen in 2024, wat een jaarlijkse stijging van bijna 14% vertegenwoordigt. De groei van communicatiediensten wordt voorspeld op 3% per jaar.

Trends in security

We zagen al dat Gartner verwacht dat het belang van security in 2024 nog groter zal worden. Om die ­reden werpen we een blik op de verwachtingen die security-­specialist Kaspersky publiceerde in hun Kaspersky Security Bulletin. Kaspersky verwacht dat AI-tools de productie van spear-phishing-berichten zullen stroomlijnen, waardoor aanvallers hyper-gepersonaliseerde inhoud kunnen genereren die specifieke personen imiteert. Het exploiteren van kwetsbaar­heden in veelgebruikte software en devices blijft een aandachtspunt, met het potentieel voor nieuwe, grootschalige en onopvallende botnets die in staat zijn gerichte aanvallen uit te voeren. Door de staat gesponsorde cyberaanvallen zullen naar verwachting toenemen, waarbij cybercriminelen steeds geavanceerdere technieken inzetten.

Cybersecurity-uitdagingen en AI

Terwijl AI een sleutelrol blijft spelen in verschillende industrieën, creëert de integratie ervan in cybersecuritymaatregelen zowel uitdagingen als kansen, merkte Gartner al op en Kaspersky onderschrijft dit. De dynamische aard van op AI gebaseerde bedreigingen vereist dat organisaties proactieve cybersecuritystrategieën formuleren die geavanceerde AI-tools benutten voor dreigingsdetectie, -analyse en -respons. AI-gedreven imitaties en exploits vormen een aanzienlijke uitdaging voor traditionele cybersecuritymaatregelen, aangezien aanvallers geavanceerde technieken gebruiken om traditionele verdedigingsmechanismen te omzeilen. Kaspersky benadrukt het belang van het beveiligen van mobiele, draagbare en slimme apparaten, aangezien deze endpoints belangrijke doelen zijn voor cybercriminelen.

Organisaties moeten prioriteit geven aan de implementatie van robuuste beveiligingsmaatregelen, waaronder versleuteling op het endpoint zelf, regelmatige software-updates en gebruikersauthenticatieprotocollen. In het licht van voortdurende cybersecurity-uitdagingen wordt samenwerking en informatiedeling tussen organisaties van het grootste belang. Platforms voor het delen van dreigingsinformatie, brancheconsortia en publiek-private samenwerkingen spelen een cruciale rol bij het bevorderen van collectieve verdediging tegen cyberdreigingen. NIS2 speelt een rol in dit proces, omdat het bedrijven dwingt informatie over incidenten te melden, terwijl ze aan de andere kant ook ondersteuning krijgen bij het oplossen van een incident.

Belangrijke rol partners

Naarmate het IT-landschap zich ontwikkelt in 2024, moeten organisaties technologische innovatie en cybersecurity-uitdagingen navigeren. Partners spelen daarbij een belangrijke rol. De voorspellingen van Gartner benadrukken de voortdurende groei van IT-uitgaven, met een bijzondere nadruk op software, IT-diensten en communicatiediensten. De evolutie van abonnementssoftwaremodellen biedt een zekere mate van stabiliteit te midden van economische onzekerheden. In het domein van cybersecurity ­vormen door AI aangestuurde bedreigingen aanzienlijke uitdagingen, wat een proactieve en samenwerkende aanpak noodzakelijk maakt. NIS2 zal dat proces waarschijnlijk versnellen.

2024 moet het jaar worden van NIS2. Want hoewel de invoering van de nieuwe regels in Nederland trager verloopt dan in andere landen, staat de Europese deadline vast. In oktober van dit jaar gaat NIS2 voor veel (IT-)bedrijven gelden. We schetsen de stand van zaken.

Tijdens een evenement van Claranet gaf Petra Oldengarm, directeur Cyberveilig Nederland, een lezing over NIS2. De organisatie waaraan zij leiding geeft telt 110 leden en werd vijf jaar geleden opgericht. Cyberveilig Nederland is een belangenvereniging die zich inzet voor het vergroten van kwaliteit en transparantie in de cybersecuritysector.

Petra Oldengarm

Allereerst besteedde Oldengarm aandacht aan de historie van de NIS. “De ‘oorspronkelijke NIS bestaat sinds 2018,” legde ze uit. Ondernemingen werden steeds vaker slachtoffer van cybercriminaliteit en dat zette de EU aan tot het optuigen van regels. “De NIS richtte zich op slechts een beperkt aantal organisaties en de bedoeling was daar een aantal eisen aan te stellen.”

Nederland koos er destijds voor om een groter aantal sectoren onder de NIS te scharen dan de initiële Europese richtlijn voorschreef. “We waren dus iets strenger dan de EU, vooral doordat ook zogenaamde vitale aanbieders al onder de NIS vielen.” Dit past bij het principe dat ook geldt bij de invoering van de NIS2, dat de Europese lidstaten zelf bepalen of er sectoren of branches worden toegevoegd aan de door Europa voorgeschreven lijst.” Onder de ‘oude’ NIS vallen in Nederland tussen de 800 en 1000 bedrijven en organisaties.

Rechten en plichten

Al vanaf het begin kwam de NIS met zowel rechten als plichten voor die ondernemingen die onder de richtlijn vallen. Oldengarm: “Zo hebben die bedrijven recht op ondersteuning bij een incident het CCERT. Daarnaast wordt informatie over kwetsbaarheden en cyberdreigingen met hen gedeeld.”

De uitdaging is dat niet duidelijk is gedefinieerd wat passende maatregelen zijn

De plichten die de eerste versie van de NIS met zich meebracht worden omschreven als de opdracht aan organisaties om ‘passende technische en organisatorische maatregelen te nemen om incidenten te voorkomen.’ Daarnaast voorziet de NIS in toezicht: heb je te maken met een incident als onderneming en val je onder richtlijn, dan moet je er melding van doen. En dat kan consequenties hebben als zou blijken dat de getroffen maatregelen toch niet genoeg blijken te zijn. Oldengarm: “De uitdaging daarbij is, dat niet duidelijk gedefinieerd is in de ‘oude’ wat nu precies passende maatregelen zijn. Dat bepalen ondernemingen in principe zelf.”

Bredere scope

Sinds 2018 is het aantal cyberincidenten niet afgenomen. Integendeel. Ransomware bestond weliswaar al sinds 1989, maar groeide in de loop van het vorige decennium uit tot een ware plaag. Ook de snelle opmars van malware en andere bedreiging die ‘as a service’ kunnen worden afgenomen en aanvallen door of namens statelijke actoren namen enorm toe. Dit leidde tot de ontwikkeling van een update van de NIS, de NIS2. “Die moet voor veel meer organisaties gaan gelden. En daarnaast moet ook nauwkeuriger worden gemeld wat onder passende maatregelen om incidenten te voorkomen zou moeten vallen.” De nieuwe regels werden een jaar geleden door de EU vastgesteld en per 17 oktober van dit jaar moeten de lidstaten van de EU deze regels vertaald hebben naar nationale wetgeving.

Consultatieronde

Na de Europese vaststelling zijn het eerst de nationale parlementen die de wet moeten aannemen. “Nederland koos ervoor een consultatieronde op te nemen in het proces. Die had aanvankelijk in september 2023 moeten plaatsvinden, maar is nog steeds niet houden.” Zo bezien lijkt de deadline van oktober dit jaar nauwelijks nog haalbaar. En, vertelt Oldengarm, NIS2 gaat pas van kracht na goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer. “Dat betekent echter niet dat ondernemingen rustig kunnen afwachten. Er zijn ook elementen in de Europese richtlijn die rechtstreekse werking hebben. Die regels gelden dan direct ook voor Nederland.” Heel concreet is het overzicht van die ‘directe’ maatregelen nog niet, maar, geeft Oldengarm aan, de verwachting is dat Digital Service Providers direct de impact zullen merken van NIS2.

Ook bedrijven die zelf niet essentieel zijn, maar onderdeel van de toeleveranciersketen, vallen onder NIS2

Ketenaansprakelijkheid

Petra stelt dat de bedrijven en sectoren die onder NIS2 grofweg onder twee categorieën vallen, namelijk belangrijk en essentieel. Oldengarm: “Ook het toezicht is binnen NIS2 anders geregeld en het gaat om veel meer bedrijven dan voorheen, namelijk tussen de 10.000 en 12.000 organisaties die rechtstreeks onder NIS2 vallen.” Indirect zijn dat er nog veel meer, want ook ondernemingen, zelfs als die heel klein zijn, die onderdeel zijn van een keten, bijvoorbeeld als toeleverancier, waarin zich ook een NIS2-bedrijf bevindt, vallen onder de nieuwe wetgeving.

Ook NIS2 komt weer met rechten plichten voor de ondernemingen die eronder vallen. “De overheid zal nadrukkelijk ondersteuning bieden bij incidenten en doorgaan met informatievoorziening over dreigingen en kwetsbaarheden.” Oldengarm stelt dat het bieden van die ondersteuning een uitdaging kan zijn vanwege het grote aantal bedrijven dat onder de NIS zal vallen.”

Onevenwichtige lijst

De directeur van Cyberveilig Nederland maakt duidelijk dat ze de lijst niet heel evenwichtig vindt: “Het is een breed scala aan maatregelen, maar rijp en groen door elkaar. De eerste maatregel gaat over beleid gebaseerd op risicoanalyse, terwijl een andere maatregel heel technisch MFA voorschrijft.”

Bij onvoldoende maatregelen is sprake van sancties die, zoals het genoemd wordt ‘evenwichtig en afschrikwekkend’ moeten zijn. Petra: “De handhavers krijgen veel bevoegdheden. Dat kan gaan tot het intrekken van vergunningen, het vervangen van directies tot zelfs hoofdelijke aansprakelijkheid van betrokkenen.”

Thuiswerken is een integraal onderdeel van het arbeidsbeleid van organisaties geworden. Hier ligt voor IT-dienstverleners een kans. Niet alleen door de juiste technologische oplossingen te bieden, maar door passend advies uit te brengen. Hoe creëer je ergonomische én comfortabele thuiswerkplekken die voldoen aan de Arbowet?

Verantwoordelijkheid werkplek
Thuiswerken en het beeldscherm
Het gebruik van apparatuur: voorlichting
Meldpunt
Risico-inventarisatie en checklist
Pak je rol als adviseur

Als IT-dienstverlener ben je niet alleen de leverancier van technologie, maar ook een strategische partner die mkb-ondernemers helpt bij het vormgeven van moderne werkplekken. Bij het inrichten van thuiswerkplekken is het van cruciaal belang om verder te kijken dan alleen de fysieke apparatuur. Het draait ook om adviseren en voorlichten.

Verantwoordelijkheid werkplek

In antwoord op de vraag of de Arbowet van toepassing is bij thuiswerken, is het antwoord duidelijk: ja. Artikel 3 van de Arbowet legt de verantwoordelijkheid voor de werkplek van werknemers bij de werkgever. De ‘zorgplicht’ van de werkgever strekt zich uit tot thuis werken, zoals bepaald in het Arbobesluit (art. 1.43-1.53). Mensen moeten ook thuis veilig kunnen werken.

Net als een kantoorwerkplek moet een thuiskantoor voldoen aan de Arbowet. Dit houdt in dat de werkplek optimale en veilige arbeidsomstandigheden moet bieden. Maar ook dat de werkgever moet helpen bij voorlichting rondom een veilig gebruik van de werkplek thuis. Steeds meer organisaties nemen de thuiswerkomgeving op in het Arbobeleid van de organisatie. Niet alleen om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Het draagt namelijk ook bij aan de duurzame inzetbaarheid en productiviteit van medewerkers. Een ergonomische thuiswerkplek zorgt dat de kans op gezondheidsklachten aan de rug, nek, schouder, arm, pols en hand kleiner worden.

Thuiswerken en het beeldscherm

Het hart van de digitale werkplek is ongetwijfeld het beeldscherm. Adviseer je klanten over de voordelen van ergonomische monitoren die de productiviteit verhogen en tegelijkertijd oogklachten verminderen. Een goed geplaatst en gekalibreerd scherm draagt bij aan een prettige en efficiënte werkomgeving. Het Arbeidsomstandighedenbesluit stelt specifieke eisen aan beeldschermwerkplekken, zoals variatie in taken en voldoende rust. Enkele van deze eisen vind je hieronder.

• Kwalitatief hoogwaardig beeldscherm
• Geen spiegeling
• Goede instelbaarheid
• Scheiding tussen beeldscherm en toetsenbord
• Comfortabele werkplekinstelling
• Voldoende en aangenaam licht

Het wordt aanbevolen om medewerkers standaard met twee beeldschermen te laten werken, wat de efficiëntie en productiviteit vergroot, evenals een docking station bij het werken met een laptop. Dit vergroot niet alleen de ergonomie, maar vergemakkelijkt ook het hybride werken.

Daarbij zijn ook een toetsenbord en muis essentiële tools om RSI te voorkomen. Informeer je klanten over de nieuwste technologieën op dit gebied en help hen de juiste keuzes te maken voor hun medewerkers. Een gezonde werkhouding begint immers bij de apparatuur. Vergeet hierbij ook het bureau niet. Een in hoogte verstelbaar bureau kan helpen om meer te bewegen tijdens de werktijden.

Het gebruik van apparatuur: voorlichting

Een uitdaging voor werkgevers is het feit dat zij de werkplekken thuis lastig één voor één persoonlijk kunnen inspecteren. Wel kunnen zij faciliteren dat medewerkers op een gezonde manier met ergonomische apparatuur werken. Denk aan een goede bureaustoel, ergonomisch toetsenbord en verstelbaar bureau. Naast het faciliteren van ergonomische apparatuur is het belangrijk duidelijke instructies te geven over het gebruik ervan.

Voorlichting over de hoogte van het bureau, de stand van de bureaustoel, de hoogte van het beeldscherm en de noodzaak van korte pauzes dragen bij aan probleemloos werken en duurzame inzetbaarheid. Deze korte trainingen kun jij als IT-leverancier (bijvoorbeeld online) op je nemen. Dit is mooie toevoeging aan je dienstenpakket dat ook extra sales kansen biedt. Op de website van Arbodienst vind je een overzicht met belangrijke aspecten om vitaal en fit thuis te werken.

Meldpunt

Het psychisch welzijn van medewerkers verdient aandacht, zowel op kantoor als thuis. Werkstress kan ook bij thuiswerken voorkomen. Vaak is dit lastiger te signaleren dan bij het werken op kantoor. Maatregelen zoals het aanbieden van een aanspreekpunt voor problemen en regelmatige communicatie zijn essentieel. Werknemers hebben de verantwoordelijkheid om klachten te melden en aan te geven als de werkplek thuis niet aan de eisen voldoet. Open communicatie en het creëren van een open deurbeleid dragen bij aan het verminderen van drempels voor dergelijke gesprekken. Jij kunt een meldpunt op het gebied van technologische support en klachten initiëren en faciliteren.

Risico-inventarisatie en checklist

Een Risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E) helpt werkgevers om de arbeidsrisico’s in kaart te brengen. Het is verstandig om de thuiswerkplek op te nemen in de RI&E, zodat zowel werkgevers als medewerkers vooraf rekening kunnen houden met mogelijke risico’s van het thuiskantoor. Als de thuiswerkplek niet aan de Arbowet voldoet, kunnen werkgevers overwegen apparatuur of meubilair ter beschikking te stellen. Dit kan variëren van het zelf inrichten van de werkplek thuis tot het verstrekken van een budget voor medewerkers om zelf hun thuiskantoor in te richten.

Medewerkers moeten zich bewust zijn van de eisen voor een Arbo-proof thuiskantoor. Werkgevers kunnen duidelijke communicatie en instructies geven, en indien nodig actie ondernemen op basis van een checklist, waarbij onder andere wordt gekeken naar onderstaande aspecten.

• Geschiktheid van thuis werken voor de functie
• Beschikbaarheid van een geschikte werkruimte
• Aanwezigheid van technische en ergonomische middelen
• Bereikbaarheid en communicatie tussen werknemers
• Duidelijke afspraken over productiviteit en planning
• Dit alles in overeenstemming met de geldende Arbo

Je kunt overwegen om hier je klanten nog meer van dienst te zijn. Bijvoorbeeld door een grondige thuiswerkplek-check aan te bieden. Je kunt deze verder laten gaan dan een standaard checklist en het belang van individueel afgestemde ergonomie benadrukken.

Overigens brengt thuiswerken niet alleen Arbo-verplichtingen met zich mee, maar ook uitdagingen op het gebied van privacy en beveiliging. Help je klanten bij veilige IT-oplossingen en het nemen van maatregelen om gevoelige informatie te beschermen.

Pak je rol als adviseur

Als IT-dienstverlener ben je een cruciale schakel voor mkb-ondernemers die de overgang naar compliant thuiswerken maken. Door niet alleen te focussen op de technologie, maar ook op de Arbo-aspecten, positioneer je jezelf als de waardevolle partner die meedenkt met álle aspecten van het thuiswerken.

 

In Fort bij Vechten, als verdedigingswerk onderdeel van de Hollandse Waterlinie, organiseerde Sophos een evenement voor partners. Op de eerste blik leek die locatie ideaal: waar kun je beter over IT-security spreken dan in een bunker? In de praktijk echter werd dit deel van de Waterlinie nooit tijdens een oorlog ingezet. Dit terwijl de specialisten van Sophos dagelijks de strijd met cybercriminelen voeren. Wel laat de Waterlinie zien dat investeringen, strategie en continue aandacht nodig is in een strijd tegen aanvallers, of dat nu fysieke legers zijn of cybercriminelen.

“Bedrijven staan vaak voor de uitdaging om tientallen beveiligingsproducten te gebruiken in een poging hun business te beschermen,” legde Bruna Durand, VP Sales bij Sophos, uit. “Dit resulteert niet alleen in toenemende kosten, maar velen van hen geven aan dat ze de situatie gewoon niet aankunnen. Het dreigt hun volledige security onbeheersbaar te maken.” Als reactie daarop maken veel bedrijven de overstap naar het afnemen van cybersecurity als een dienst.

Parallel met uitbesteding naar datacenters

Het fenomeen dat in de wereld van cybersecurity zichtbaar is, vertoont daarmee opmerkelijke parallellen met wat eerder gebeurde in de datacenteromgeving, stelde Durand. “In het begin waren de eigen datacenter-omgevingen van bedrijven eenvoudig. Maar naarmate de digitale transformatie groeide nam de complexiteit toe. Uiteindelijk verplaatsten organisaties de datacenter-infrastructuur buiten hun eigen fysieke locaties. Ze lieten het geheel beheren door externe dienstverleners.”

De verschuiving naar cybersecurity als dienst is een natuurlijke evolutie, is de overtuiging van Durand, en biedt partners veel kansen. “Het is daarbij essentieel om te begrijpen waarom organisaties deze richting inslaan. Het aantal ransomware-aanvallen is alarmerend hoog, met 69% van onze klanten die op de een of andere manier melding maakten van een dergelijke aanval. Het is voor ondernemingen echter een ingewikkelde opgave om adequaat op een ransomware-aanval te reageren.”

Gebrek aan personeel

Durand vertelde dat 80% van de incidenten afkomstig is van onbeheerde apparaten en 74% wordt veroorzaakt door menselijke elementen of misconfiguratie. “Nieuwe tools en configuraties, samen met de uitdagingen van adequaat getraind personeel, maken het moeilijk om gelijke tred te houden met de groeiende complexiteit van cybersecurity. Daarom stapt men over op security as a service, dat afgenomen kan worden via een partner. Ook al omdat cybersecurity 24/7 aandacht vereist, terwijl de meeste ondernemingen dat zelf niet intern kunnen realiseren.”

Naast het tekort aan middelen, ervaren organisaties een overvloed aan meldingen en incidenten. 71% Van de professionals geeft aan dat ze overladen worden met gegevens. Durand: “Het categoriseren en effectief reageren op deze gebeurtenissen wordt steeds uitdagender, waardoor het aanvals-oppervlak voor potentiële aanvallen alleen maar groter wordt.”

Verkorten reactietijd bij security

In deze context wordt tijd van cruciaal belang wanneer een aanval plaatsvindt. Dat bleek uit verschillende presentaties in het fort. Het gemiddelde tijdsbestek om een aanval aan te pakken is 16 uur. “Maar met de inspanningen van Sophos kunnen we dit verkorten tot 38 minuten. Het verminderen van de reactietijd is van vitaal belang in een landschap dat voortdurend evolueert,” stelde ook Chester Wisniewski (foto). Hij is Field CTO Director bij Sophos. “Door intensief samen te werken met onze partners en trends en ervaringen te delen, kunnen we een veerkrachtige verdediging tegen cybercriminaliteit opbouwen. En onze digitale wereld veiliger maken voor iedereen.”

Discussies over IT en duurzaamheid gaan vaak over het energie- en watergebruik van datacenters. Dat is niet terecht, blijkt uit een Grotetafelgesprek dat ChannelConnect organiseerde met specialisten uit de sector. “Deze branche loopt voorop in duurzaamheid, maar weet het niet altijd over te dragen.”

Stelling 1: De IT is al ongelofelijk duurzaam

Alexandra Schless, CEO van NorthC ­Datacenters, trapt het Grotetafelgesprek af. “Als je kijkt naar data­centers, of eigenlijk de hele IT-sector, zie ik dat men al heel bewust bezig is met duurzaamheid. De noodzaak is echt wel doorgedrongen.” ­Volgens Schless kijken ondernemingen steeds meer hoe ze hun aandeel kunnen ­nemen in de energietransitie.Andrew van der Haar van Dutch Datacenter Association (DDA) denkt bij duurzaamheid en IT ook aan de mooie initiatieven die IT al mogelijk maakt om de maatschappij te verduurzamen. “Allerlei processen zijn efficiënter en duurzamer geworden. Dat kan groot zijn, bijvoorbeeld in industriële omgevingen, maar ook nauwelijks merkbaar. Google Maps zorgde ervoor dat we minder vaak om ­moeten rijden omdat we de route niet ­kennen. Ook de digitalisering van veel administratie die voorheen papiergebonden was, is een vorm van verduurzaming.”

Ook Michiel Verkroost, Directeur Arup, ziet het zo. “De hele sector is er actief mee bezig. De verduurzaming zou alleen wel verder moeten gaan dan alleen het energievraagstuk. Biodiversiteit gaat ook belangrijker worden, dat zullen we moeten integreren in onze ambities.” Robert Jan de Boer (ENGIE) valt hem bij, als hij stelt dat duurzaamheid een containerbegrip is. “Circulariteit, watergebruik, energie en biodiversiteit vallen er allemaal onder.” Ook hij ziet veel verwevenheid tussen IT en verduurzaming. “En ik zie ook veel IT-applicaties die inzicht geven in het gebruik van energie. En hoe jouw afname van energie gekoppeld is aan een duurzame bron.” Daarnaast valt het hem op hoe duurzaam de sector al is. “Vanuit ENGIE werken we vaak met een aantal datacenters samen, en ik moet zeggen dat ze echt vooroplopen.”

Schless valt hem, als directeur van NorthC, bij. “Als je hardware en faciliteiten zoals ­koeling concentreert in een datacenter heb je specialisten die zich ermee bezighouden. Dat is duurzamer dan wanneer je het op een eigen locatie plaatst, ook omdat data­centers er belang bij hebben dat het energiegebruik laag is. We geven onze colo-klanten ook vaak advies over de meest duurzame inrichting van racks.”

Alexandra Schless, NorthC Datacenters

Andrew van der Haar, DDA

Robert Jan de Boer, ENGIE

Michiel Verkroost, Arup

Stelling 2: De IT-sector slaagt er niet in hun duurzaamheid uit te dragen

Hier zijn alle deelnemers aan het Grotetafelgesprek het mee eens. Schless: “ik denk dat onze industrie er niet zo goed in is om de successen en inspanningen duidelijk over te brengen.” De Boer ­(ENGIE) wijst op het feit dat het bij IT, en vooral data­centers, gaat om een relatief ­jonge sector. “Onbekend maakt onbemind.”

De grootste uitdaging daarbij is het feit dat duurzaamheid te veel een op een gekoppeld wordt aan energieverbruik. “Niet aan het feit dat we veel aan bredere duurzaamheid doen, en vooral niet aan het belang van de sector als geheel.” Schless zegt dat we ­zowel als economie als geheel, als privé ­volledig afhankelijk zijn van de IT-omgeving. Het is een wezenlijk onderdeel van leven en werken. “Terwijl het toch bij beleidsmakers en consumenten een ver van hun bed onderwerp blijft.” We moeten volgens haar naar een veel holistischer beschouwing. “Dankzij IT en datacenters konden we massaal thuiswerken, dat heeft wezenlijk bijgedragen aan de economie.” Het belang van IT wordt onvoldoende onderkend.

De Boer gaat nog kort in op het energievraagstuk. “Het energienetwerk is ‘overvallen’ door de snelle groei van hernieuwbare energieproductie. Daar lopen we nu tegenaan.”

Stelling 3: Overheid, wetgeving en IT matchen niet met elkaar

In tijden van verkiezingen is het een interessante vraag: verdiept de politiek (landelijk, provinciaal, lokaal) zich voldoende in het belang van IT en datacenters? Als brancheorganisatie weet DDA daar alles van. Van der Haar geeft aan dat zijn organisatie als vertegenwoordiging van de branche inderdaad een handleiding schreef waarmee de politieke partijen input kregen voor het opstellen van hun verkiezingsprogramma’s. “Dat heeft niet altijd het effect dat je hoopt. Het water- en energiegebruik wordt vaak nog steeds veel te groot voorgesteld.”

Los van de verkiezingshectiek maakt DDA ook deel uit van de zogenoemde Digitale Binnenhof Academie. ­“Samen met andere brancheorganisaties vormen we een platform dat informatie deelt met politici en ambtenaren.” Zo ­kunnen geïnteresseerden wetenschappelijke publicaties tot zich nemen. “En we organiseren ook kennissessies over bijvoorbeeld duurzaamheid.”

Voor Verkroost (Arup) gaat dat goede initiatief nog niet ver genoeg. “Tot op de dag van vandaag sluit regelgeving niet aan bij wat de branche is en wat die doet.” Sterker nog: die regelgeving sluit helemaal niet aan bij het belang van de digitale infrastructuur. “Dat lukt ook niet als je de markt en de kennisinstituten niet veel actiever betrekt bij het formuleren van eenduidig beleid. Het gaat over het inbrengen van kennis, kennis die politici vaak niet hebben. En dat is geen schande, maar gebruik de kennis waar die in de branche aanwezig is.” Zolang dat niet gebeurt, komen we geen stap verder, is zijn overtuiging. “En er wordt te veel besloten op ad-hoc basis, Dat zorgt niet voor een­duidigheid.”

Stelling 4: Het imago van datacenters op de arbeidsmarkt is goed

Als we constateren dat datacenters het lastig hebben in de publieke opinie, betekent dat dan ook dat de sector minder populair om in te werken? Van der Haar (DDA) meldt dat dit niet het geval is. “Ik merk juist wel een positief sentiment bij jongeren. Die willen weer meer dan een aantal jaar geleden weer in de ICT aan de slag.” En dat geldt ook voor het werk in datacenters. “Het is eerlijk werk en het wordt goed betaald. Men ziet het als een mooie sector met veel mooie ­projecten.”

Schless (NorthC)is het daarmee eens. “Er is sprake van veel innovatie in onze branche.” NorthC bouwde in ­Groningen een datacenter met brandstofcellen op ­basis van groene waterstof als back-up-stroom­voorziening. “Dat vinden jongeren net zo interessant en net zo leuk als wij zelf.”

Dat betekent niet dat de krapte op de ­arbeidsmarkt niet hier ook doorwerkt. Schless: “Daarom gaan we opleidingen aanbieden, verzorgen we gast­colleges en begeleiden we studenten.”

Het grotere probleem daarbij is niet het negatieve imago van datacenters, weten de deelnemers aan de discussie. “De grote tech-bedrijven, zoals Microsoft, Google en Meta bieden natuurlijk voor technische talenten fantastische loopbaanperspectieven. Daar gaan veel jongeren graag naartoe.”

Datacenters zorgen voor 13 duizend fulltime banen in Nederland

Het aantrekkelijke van een datacenter als werkplek kan dan toch weer de afwisseling zijn. Infratechniek en IT ­komen er immers samen. Verkroost (Arup): “De energiecrisis leeft onder jongeren, dat maakt datacenters voor hen interessant.” De Boer herkent dit. “We krijgen steeds vaker gemotiveerde sollicitanten met goede profielen die willen bijdragen aan de energietransitie en die inzien dat de energiesector veel interessante facetten heeft.”

We vragen Schless hoeveel mensen er eigenlijk in een datacenter werken. “Bij onze 12 datacenters in ­Nederland werken 40 engineers om 7/24 support aan te ­kunnen bieden.

DDA publiceerde afgelopen september een onderzoek naar de werkgelegenheid waar datacenters voor ­zorgen. “Dan heb je het bij de directe werkgelegenheid over 13.000 FTE’s. Met de schil direct eromheen gaat het richting de 120.000 mensen,” legt Van der Haar uit. Verkroost (Arup) vult aan: “En daar komen dan de ingenieurs en de aannemers die de datacenters bouwen nog bij. Kortom, het is qua werkgelegenheid een grote industrie in Nederland.”

Stelling 5: Datacenters moeten zich aansluiten bij het Science Based Target initiative (SBTi)

Deze stelling werd ingebracht door ENGIE. Robert Jan de Boer geeft een toelichting. “Het initiatief is gelinkt aan het Klimaatakkoord van Parijs, en berekent eigenlijk de fair share die een bedrijf dient te nemen om de ­stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, en zo mogelijk 1,5 graden Celsius.” Bij die fair share gaat het dan om de concrete bijdrage van een onderneming. “Wij staan als ENGIE op dit moment voor een bepaalde CO2-uitstoot. Dat representeert een zeker percentage van de globale CO2-footprint.” Op basis van Science Based Targets wordt echt per bedrijf een plan opgesteld waarin wordt berekend hoeveel die onderneming gaat reduceren en hoe ze dat gaat doen. “En daarover wordt heel trans­parant gerapporteerd met tussentijdse doelen.”

Zo stelt ENGIE zelf dat ze in 2045 Net Carbon Zero ­willen hebben gerealiseerd, voor alle drie de Scopes. We rapporteren daar elk jaar”

In de praktijk merkt De Boer dat steeds meer klanten zich aansluiten bij het initiatief, en dat is belangrijk, stelt hij. “We hebben elkaar immers hard nodig, want jouw Scope 2 kan onze Scope 3 zijn. Zo krijg je een keten­samenwerking en een ketenverantwoordelijkheid.

De SBTi-doelstellingen zijn uitdagend, ook voor ENGIE. We zullen meer duurzame klantoplossingen moeten ontwikkelen en fors inzetten op de bouw van nieuwe hernieuwbare productiemiddelen zoals offshore wind, groen gas en waterstof. .” Niet alleen zoekt De Boer ­klanten die deelnemen aan het initiatief, hij stelt dat ­datacenters ook die stap moeten zetten.

Van der Haar heeft een vraag over de Scope 3 impact. “Er bestaat daarvoor eigenlijk geen uniforme inter­nationale norm, hoe pak je dat aan?”

Wat gaat de overheid doen qua regelgeving omtrent duurzaamheid van datacenters?

De Boer legt uit dat SBTi werkt met stappen. “Eerst ­enthousiast maken, en vervolgens een begin maken met een nulmeting en carbon accounting. Vervolgens kom je met een gedegen CO2-reductieplan, met oplossingen zoals het gascentrales geschikt maken voor waterstof.” De vertaling van de keten wordt volgens De Boer straks ook afgedwongen door de grootste partijen. “Apple eist het bijvoorbeeld al van de toeleveranciers dat ze zich aan SBTi commiteren.”

“Onze industrie zal hier niet tegen zijn,” is de over­tuiging van Schless. “We kijken allemaal naar de volgende stappen als we nadenken over de investeringen die we doen. Maar wat gaat de overheid doen om ons te helpen? Wat worden de criteria waarop wij besluiten kunnen ­bouwen?”

Bij DDA herkennen ze dat. “Klanten stellen steeds ­vaker certificeringen en andere eisen aan datacenters. Dat is prima, als het internationaal erkende richtlijnen zijn. Maar als wij SBTi voorgeschreven krijgen en in Duitsland doen ze het anders, dan wordt het lastig. Zorg dus als sector en als overheid voor een gelijk speelveld en ­heldere doelen.”

Verkroost valt hem bij. “Daar zijn die grenzen van 2030 en 2050 zo belangrijk voor, dat zijn belangrijke momenten. Nu kijken we ernaar en is het niet meer dan een ­datum, maar eigenlijk is het een reisdoel. We zullen eerst moeten weten wat we eigenlijk onder klimaatneutraal verstaan. Daar hebben we bij Arup modellen voor ontwikkeld.”

Stelling 6: Datacenters moeten kijken hoe ze hun energiegebruik kunnen afstemmen op aanbod aan hernieuwbare energie

Als we kijken naar het Nederlandse elektriciteitssysteem, dan is het zo dat we uit een vraag-­gedreven systeem komen, legt De Boer van ENGIE uit. “Elektriciteitscentrales wekken momenteel nog elektriciteit op met fossiele brandstoffen.” Nu ­maken we steeds vaker gebruik van duurzame energie die weersafhankelijk is. “Doel is daar beter op aan te sluiten. Op momenten dat er een overvloed is aan wind en zon moet je bereiken dat dan de vraag hierop zo goed mogelijk aansluit.”

De sector is, kortom, op zoek naar flexibiliteit, bijvoorbeeld door elektriciteit goedkoper te maken als het aanbod groot is. “Wij hebben daarvoor een tool ontwikkeld die op uurniveau laat zien hoe een onderneming matcht met duurzame bronnen.” Dat kunnen eigen bronnen zijn, zoals zonnepanelen of een batterij, of externe hernieuwbare bronnen.

Bij datacenters is het spreiden van de behoefte aan energie lastig, blijkt uit de reacties tijdens het Grotetafelgesprek. “Wij waren juist altijd een heel aangename klant voor netwerkproviders vanwege onze heel constante vraag. Dat zorgde voor stabiliteit,” geeft Schless aan. “Wij kunnen niet afschalen als de productie laag is, ­zeker niet met klanten in verschillende tijdzones.” Verkroost brengt het vraagstuk terug tot de kern: “Je hebt op bepaalde momenten een overschot, en daar moet je wat mee. Bijvoorbeeld in de vorm van batterijen of de opwekking van waterstof.”

De vraagstukken zijn complex; partijen hebben elkaar nodig

Op dat laatste gaat Schless in. “Wij hebben in ­Groningen nu twee waterstofcellen van ieder 500kW geplaatst en hiermee wordt op jaar­basis 24.000 liter diesel bespaard. Dat is een eerste stap.” Verkroost vraagt zich wel af of dit een issue moet zijn voor de IT-sector. “In feite is de energiesector verantwoordelijk voor de netten en de ­stabiliteit. Zij hebben een leveringsplicht als het gaat om energie.”

De Boer is het daarmee eens, maar hoopt wel op samenwerking. “De vraagstukken zijn complex, partijen hebben elkaar nodig.” Dat de overheid daar een sturende rol in moet hebben is wel duidelijk, want nu maken gemeenten los van elkaar beleid. Schless: “Het traject voor het verkrijgen van een vergunning voor het plaatsen van bijvoorbeeld waterstofcellen bij een nieuw datacenter verschilt per gemeente. En dat heeft een directe impact op bepaalde keuzes ten aanzien van de technische ­infrastructuur.”

Een ander voorbeeld dat ze aangeeft is het feit dat NorthC in Rotterdam, samen met een ­ander ­datacenter, restwarmte gaat leveren aan een nieuwbouwwijk. “Daar krijgen we geen vergoeding voor. Voor het verkrijgen van een vergunning in de toekomst is de verwachting dat het hergebruik van restwarmte een vestigingseis zal worden.”

Daar reageert Verkroost (Arup) fel op: “Het is ­onterecht dat dergelijke eisen op gemeentelijk ­niveau worden bepaald.” Van der Haar rondt dit deel van de discussie af. “Uit ons duurzaamheidsrapport blijkt dat datacenters een miljoen huishoudens van warmte kunnen voorzien. Dat is toch significant.”

Stelling 7: Er zijn genoeg succesverhalen te vertellen

De constatering dat een miljoen huishoudens verwarmd zou kunnen worden in samenwerking met datacenters, leidt tot de vraag of de deelnemers succesverhalen die de sector wist te realiseren kunnen delen met elkaar.

De Boer (ENGIE) ziet juist bij datacenters een enorme vooruitstrevendheid bij verduurzaming en innovatie. “Ze dragen actief bij aan hernieuwbare capaciteit. Het is een van weinige sectoren waar je zo’n bereidheid ziet.” De Boer heeft het dan niet alleen over de bijdrage aan wind­parken op zee, maar ook over kleinere projecten die datacenters efficiënter ­maken. “We zien dat vooral bij het aanpassen van gebouwen,” legt Verkroost (Arup) uit. “De tijd dat oude panden werden gesloopt is echt voorbij, door middel van retrofit worden enorme duurzaamheidsslagen gemaakt.”

Bij DDA zien ze dat datacenters vaak zelfs meer investeren in verduurzaming dan nodig is. “Puur omdat ze verder vooruitkijken en zich ­richten op 2050. Op dit moment kennen we 28 restwarmteprojecten. En die warmte wordt nu gratis gedeeld door de datacenters, terwijl het in de toekomst een verdienmodel voor de sector kan zijn. De branche loopt echt voorop.”

Alleen, en daar zijn alle deelnemers het over eens, de sector slaagt er, samen met hun klanten, onvoldoende in deze succesverhalen te delen en de impact van die verduurzaming uit te dragen.

Tot slot: Advies aan msp’s

In een laatste ronde van het Grotetafelgesprek vragen we de deelnemers om een advies of tip aan de ­lezers van ChannelConnect, de msp’s en mssp’s in Nederland. Van der Haar trapt af namens DDA. “We moeten samen met hen, de gebruikers van datacenters, breder ventileren hoe duurzaam we ­allemaal bezig zijn. En dat een samenwerking met een datacenter ook een positieve impact heeft op de footprint van msp’s en hun klanten. Denk alleen al aan het feit dat de datacenters werken met 99% duurzame stroom.”Schless onderschrijft dit. “Datacenters maken hele ketens meer duurzaam.” ­“Iedereen kan die impact verrekenen in zijn carbon-footprint,” vult Verkroost aan. De Boer meldt dat ENGIE de verduurzaming ook ziet als een reis. “Die maken we met elkaar. Blijf daarom vanuit de keten denken. De IT loopt echt voorop als het om verduurzaming gaat. Laten we zo doorgaan”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws….’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op. Vandaag Alain Luxembourg, Vice President Benelux & Nordics bij Barracuda.

Luxembourg las het nieuws dat DTC een forum lanceert voor het delen van kennis over cybersecurity. Ondernemers kunnen hier straks terecht met hun cybersecurity-vragen. Het idee is dat deze vragen dan beantwoord worden door IT- en securityprofessionals die zich ook bij deze DTC Community aansluiten.

Overvloed aan informatie

Luxembourg: “Dit is een uitstekend initiatief. Er is natuurlijk al heel veel informatie te vinden over cybersecurity en het gezegde is nog steeds ‘Kennis is macht’. Maar we moeten niet vergeten dat we nu in een wereld leven waarin er een enorme overvloed aan kennis en informatie te vinden is, op internet, op social media, in podcasts, in e-mail nieuwsbrieven, etc. Ondernemers zien door de bomen het bos niet meer. Hoe weet je wat goed advies is en wat onzin is of zelfs gevaarlijk? Ik denk dat het veel beter is om te zorgen dat je met de juiste communities en mensen in contact komt.

In een vertrouwde omgeving zoals het DTC wil bieden, voelen de leden zich ook veiliger en durven ze vragen te stellen en om hulp te vragen. Ze weten dat ze dan geholpen worden door mensen die er ook echt iets van af weten. Denk bijvoorbeeld aan de invoering van NIS2. Veel ondernemers weten nog niet hoe ze dat moeten aanpakken. Dit platform kan ze daarbij helpen en dat zoiets ook echt werkt blijkt bijvoorbeeld uit het succes van de expertise die via het No More Ransom initiatief wordt gedeeld en de oplossingen die daar worden aangedragen.”

Genadeklap

“Het is ook echt nodig om de kennisdeling over security te verbeteren. We zien dat criminelen Nederlandse ondernemingen continu aanvallen en dat kan grote gevolgen hebben. Zeker nu we in Nederland te maken hebben met een lichte recessie, kan een cyberaanval net het laatste duwtje richting faillissement zijn voor een onderneming die het al zwaar heeft. Zo is het niet ondenkbaar dat de cyberaanval op sportketen Sprinter, eind november, een rol heeft gespeeld in het faillissement van Sports Unlimited Retail, ook het moederbedrijf achter Perry en Aktiesport. Er zijn andere gevallen bekend waar een succesvolle cyberaanval uiteindelijk de genadeklap was voor een onderneming.”

“Men moet wel goed gecontroleren of de securityexperts die zich aanmelden voor het DTC-platform legitiem zijn. Zo’n platform is immers ook een ideale plek voor cybercriminelen om informatie te verzamelen over mogelijke kwetsbaarheden bij organisaties. Of om misinformatie te verspreiden. Dat dit risico reëel is, blijkt wel uit het recente nieuws dat Noord-Koreaanse IT’ers onder valse identiteit bij buitenlandse bedrijven werken. Zoiets moeten we natuurlijk absoluut voorkomen.”

“In ieder geval is het DTC-initiatief weer een prima stap vooruit om de cybersecurity van Nederlandse bedrijven naar een hoger niveau te tillen. En dat moet ook. Want de aanvallers zijn hun aanvalsmethoden continu aan het verbeteren.”

Al meerdere jaren wordt binnen de datacenterwereld actief gesproken over dompel­koeling of immersive koeling. De noodzaak is helder: ontwikkelingen als HPC en AI zorgen voor verdere toename van rekenkracht, terwijl berichten over een vol stroomnet aanhouden. Dompelkoeling, is passief, maakt compacter ­bouwen mogelijk, en faciliteert het delen van restwarmte. Toch is brede implementatie nog een kwestie van jaren.

Datacenters zoeken altijd de grenzen op van hun koel­capaciteit. Zeker in Nederland zijn we trots op de concurrerende PUE-waarden, bereikt door strak ontwerp en de inzet van nieuwe technieken. The Green Grid, een consortium rond het verhogen van de efficiëntie van datacenters, schat in dat de limiet van luchtkoeling op 25kW per rack zit. Door de snelle opkomst van AI en andere intensieve technologieën en behoeften begint die grens wel heel erg dichtbij te komen. Tel daarbij op dat steeds meer gemeenten in Nederland klagen dat hun stroomnet vol begint te raken. De bouw van nieuwe datacenters komt daardoor in knel. De regio Amsterdam heeft al enkele jaren geleden een data­centerstop gehad, en dat dreigt ook te gebeuren in andere gebieden. Nieuwe koeltechnieken kunnen het stroomverbruik drastisch inperken, wat de datacenterbranche een betere positie geeft.

Nieuwe koeltechnieken kunnen het stroomverbruik drastisch inperken

Voordelen van dompelkoeling

De laatste vijf tot tien jaar verschijnen verschillende partijen in de markt die inzetten op wat eigenlijk een oud idee is: dompel elektronica onder in een bad met olie of andere niet-geleidende vloeistof, en vrijwel compleet passieve koeling is een feit. Het is ook een zeer compacte vorm van koeling. Je kunt serverracks op hun kant rechtop zetten, waardoor je veel vloeroppervlakte kunt besparen. De serverdichtheid kan omhoog, waardoor dompelkoeling al steeds gebruikelijker wordt in High-Performance Computing (HPC)-omgevingen. De limiet van The Green Grid is dan ook geen bezwaar meer.

Een ander voordeel is dat de warmte eenvoudiger te transporteren is voor nieuwe doeleinden. Vloeistoffen houden de hitte langer vast. Dat maakt hergebruik van warmte, iets waar de politiek en het bedrijfsleven steeds harder om roept, in één klap beter mogelijk. De maximale afstand tussen datacenter en warmteafnemer worden zo verruimd. En dan is er het gebrek aan slijtage en de gebruikskosten. Apparatuur in olie slijt veel minder snel, en doordat er veel minder bewegende onder­delen zijn, is de gebruiksprijs lager.

Uitdagingen

Aan de andere kant zorgen de kosten ook voor praktische bezwaren voor de brede adoptie van het concept. Dompelkoeling vraagt bijvoorbeeld om een zeer goed gesloten systeem dat niet makkelijk is in te passen in een bestaande faciliteit. Het hele datacenterontwerp moet op de schop. Dat maakt retrofits kostbaar, terwijl de prijs van een nieuw datacenter met dit concept eveneens niet misselijk is. Vloeistof is ook nog eens zwaar, dus de vloer moet ook de juiste draagkracht hebben.

Het Open Compute Project (OCP) heeft specificaties en eisen opgesteld voor servers in combinatie met vloeistofkoeling. De OCP Immersion Requirements zitten ondertussen op revisie 2.10, en zijn afgelopen augustus voor het laatst bijgewerkt. Maar zoals de OCP zelf in het document schrijft: dit zijn vereisten en geen specificaties of standaarden. Die ontbreken vooralsnog voor dompelkoeling. Dat maakt de keuze voor de juiste combinatie van servers en racks met dompelbaden nog steeds ingewikkeld, zo klaagde Zachary Smith, het wereldwijde hoofd van edge infrastructuurdiensten bij Equinix vorig jaar tegenover The Register. Zaken als het aansluiten van kabels aan ondergedompelde servers is vaak ook nog een lastige puzzel.

En dan hebben we het niet eens gehad over de praktische uitdagingen rond onderhoud en veiligheid. Servers moet je zo af en toe uit hun bad halen, terwijl de gebruikte vloeistoffen niet mogen morsen. Behalve dat het een gladde kliederboel is die voor ongelukken kan zorgen, zijn ook de mogelijke gevolgen voor de bodem niet mals. Mede daardoor is het verkrijgen van de benodigde vergunningen een langdurig en streng proces.

Dompelkoeling vraagt om een zeer goed gesloten systeem

Alternatieven en vooruitgang

Er wordt actief naar oplossingen gezocht voor deze uitdagingen. Alternatieve technieken, zoals on-chip vloeistofkoeling en het zeer recente ‘spray-koeling’ worden door fabrikanten neergezet als mogelijk alternatief. Bij die laatste techniek staan de servers 75 graden gekanteld, terwijl de koelvloeistof op de heetste onderdelen worden gespoten. Onderin wordt de vloeistof opgevangen in een reservoir voor hergebruik. Maar dit concept is vooralsnog niet in de praktijk gebracht. De eerste faciliteit waarin het wordt uitgeprobeerd opent pas volgend jaar.

Meerdere start- en scale-ups hebben technieken bedacht die vooral het ontwerp van cassettes -zoals de koelbaden steeds vaker worden genoemd- zo eenvoudig mogelijk moet houden waardoor de meeste servers hierin passen. De ­Nederlandse bedrijven Asperitas en iXora timmeren op dit punt aan de weg, en ook partijen als Submer en Liquid Stack zijn bekende namen. Maar ook hun oplossingen zijn nog niet mainstream buiten de gespecialiseerde HPC-markt. Wel worden er al partnerschappen afgesloten. ­Vorig jaar is Asperitas een samenwerking gestart met Unica.

Toch is het nog steeds wachten op het definitieve bewijs dat dompelkoeling breed toepasbaar is. De overgang van luchtkoeling blijkt veel voeten in de aarde te hebben. Of de technologie de drempels kan overbruggen is nog een open vraag.

 

Niemand kan eromheen: 2023 was het jaar van de kunstmatige intelligentie. Toen OpenAI eind 2022 ChatGPT lanceerde, ontketende het een ware revolutie. Niet alleen onder IT-adepten; een groot deel van de ‘gewone’ mensen sloeg aan het experimenteren met de menselijke chatbot. In het IT-landschap leidde het tot de ene na de andere op generatieve AI gebaseerde tool. Vijf IT-trends in 2024 voor het mkb.

Trend 1: De democratisering van AI
Trend 2: AI TRiSM
Trend 3: Cybercriminaliteit boomt. AI is de oorzaak én de oplossing
Trend 4: Sustainable technology en een groene cloud
Trend 5: Machines worden klanten
Conclusie: AI zal nog ingrijpendere veranderingen afdwingen

De IT-trends voor 2024 vertonen dan ook één rode draad: de invloed van AI. Het mkb staat voor de enorme uitdaging om de snelle ontwikkelingen bij te blijven. De adviserende en ondersteunende rol van IT-dienstverleners wordt in 2024 hierbij nog belangrijker.

Trend 1: De democratisering van AI

Miljoenen gebruikers, van studenten over kantoormedewerkers tot softwareontwikkelaars, zetten nu al generatieve AI in om content te schrijven, samenvattingen te maken, beeldmateriaal te creëren en applicaties te ontwikkelen.

In een krappe arbeidsmarkt bieden de talrijke op generatieve AI gebaseerde tools voordelen voor mkb’s, die traditioneel worstelen met een klein personeelsbestand. Door de democratisering van generatieve AI heeft ieder van ons toegang tot de nodige kennis en vaardigheden, ook tot kennis en vaardigheden die je niet bezit. Zo bieden allerlei op AI gebaseerde tools zakelijke gebruikers in bedrijven het potentieel om taken te automatiseren en productiviteit te verhogen, blijkt uit het recente trendrapport van Gartner.

Tegen 2026 zal 30% van de nieuwe applicaties AI gebruiken om gepersonaliseerde, adaptieve gebruikersinterfaces aan te sturen.

(bron: Gartner Top 10 Strategic Technology Trends for 2024)

De snelheid waarmee AI nu overal geïntegreerd wordt en intelligente apps ontwikkeld worden, zal in 2024 alleen nog maar toenemen. Het gaat zo snel, dat het lastig wordt alle ontwikkelingen te volgen. Als IT-dienstverlener bied je dan waardevolle ondersteuning. Je kunt het kaf van het koren scheiden onder de talloze AI-toepassingen en helpen bij de implementatie en de integratie met bestaande bedrijfsprocessen.

Trend 2: AI TRiSM

Ruim een jaar na de lancering van ChatGPT stabiliseert de hype en komt het besef dat AI niet alleen veel mogelijkheden biedt, maar ook risico’s met zich meebrengt. Omdat de taalmodellen met vaak gevoelige data getraind worden, komt AI met aanzienlijke datarisico’s. Dat vraagt om een nieuwe vorm van TRiSM (trust, risk & security management).

Ook hierin is een belangrijke adviesrol weggelegd voor de IT-dienstverlener, om het mkb de nodige inzichten te bieden. De meeste mensen kunnen op dit moment immers nauwelijks uitleggen wat AI is en hoe het werkt. Ook zakelijke gebruikers blijven op veel vragen van interne en externe klanten het antwoord schuldig. Het zou jammer zijn dat het mkb door gebrek aan kennis het potentiële concurrentievoordeel verliest dat AI biedt. Volgens Gartner zullen AI-modellen van organisaties die AI-transparantie, -vertrouwen en -veiligheid garanderen 50% beter scoren in termen van adoptie, bedrijfsdoelen en gebruikersacceptatie.

EU AI Act

Bovendien hebben de razendsnelle ontwikkelingen van het voorbije jaar de wetgever wakker geschud. Met de EU AI Act werkt Europa volop aan de nodige regelgeving rond de risico’s van AI-toepassingen. Als organisatie moet je nu al nadenken over de compliance van morgen. Een belangrijke taak voor de IT-dienstverlener.

De nieuwe AI TRiSM-technologie bevat dan ook componenten die zich richten op content anomaly detection, data protection en application security. Organisaties die actief inzetten op AI TRiSM als controlemechanisme zullen meer AI-projecten in productie brengen en meer business value genereren, zo zegt Gartner in zijn Top Strategic Technology Trends 2024.

Trend 3: Cybercriminaliteit boomt. AI is de oorzaak én de oplossing

‘Aantal phishing-pogingen bij bedrijven vertienvoudigd in een jaar tijd’. Uit onderzoek van KPN blijkt dat bedrijven 34% vaker af te rekenen hebben met cybercriminaliteit. Cybercriminaliteit boomt in het kielzog van AI. Iedereen experimenteert volop met AI en LLM’s (Large Language Models) om efficiëntie te verhogen. Iedereen, dus ook criminele organisaties.

Securityleverancier WatchGuard voorspelt in een recente veiligheidsanalyse dat in 2024 een slimme prompt engineer – of het nu een criminele aanvaller of een onderzoeker is – een LLM zal manipuleren om privégegevens te lekken.

Msp aanspreekpunt

Op het dark web zijn nu al AI-tools te koop voor phishing automation. Deepfake-audio zal een boost geven aan telefonische oplichting, zonder dat daar nog een menselijke oplichter aan te pas komt, zo voorspelt WatchGuard verder nog in zijn Cyber Security Prediction report voor 2024.

Opnieuw spelen IT-dienstverleners een belangrijke rol in de beveiliging van het mkb. Op basis van de door WatchGuard voorspelde securitytrends zullen steeds meer kleine tot middelgrote bedrijven zich tot hun vertrouwde partner wenden om zich te wapenen tegen de cyberbedreiging in 2024. Om tegemoet te komen aan die grotere vraag zullen de msp’s en mssp’s op hun beurt hun beveiligingsdiensten via geautomatiseerde platforms moeten verdubbelen, mét behulp van AI en LM.

Voor deepfake audio is geen menselijke oplichter meer nodig

(Bron: WatchGuard.)

Trend 4: Sustainable technology en een groene cloud

Op 5 januari 2023 trad de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) in werking. De EU-richtlijn verplicht grote beursgenoteerde bedrijven om vanaf 2024 te rapporteren over de impact van hun bedrijfgerelateerde activiteiten op mens, milieu en klimaat én over hun sociale impact op de eigen werknemers en de maatschappij. De rapportering gebeurt volgens de ESRS’s, de European Sustainability Reporting Standards.

Moet je als niet-beursgenoteerd mkb wakker liggen van die rapportage? Toch wel. Vanaf 2026 zijn namelijk ook niet-beursgenoteerde kleinere bedrijven verplicht een CSRD-rapportage in aangepaste vorm af te leveren. Bovendien werken mkb’s vaak samen met grotere bedrijven en kun je je dus maar beter bewust zijn van je impact op de CSRD-rapportage.

Technologie om duurzaamheid te halen

Een van de manieren om aan de ESRS-standaarden te voldoen, is inzetten op duurzame technologie. Duurzaamheid in IT draait niet alleen om het interne gebruik van milieuvriendelijkere technologie, zoals elektrische leaseauto’s, leasefietsen en pc’s met een lagere CO2-uitstoot, of circulaire IT. We zetten technologie ook in om duurzaamheidsdoelen te halen. De IT-sector heeft er echter een hele kluif aan om duurzaam te zijn. Al jaren tonen verschillende onderzoeken, waaronder dat van The Shift Project, aan dat de IT-sector meer CO2 uitstoot dan de luchtvaartsector.

Wetende dat consumenten steeds vaker de voorkeur geven aan ‘groene’ bedrijven, neemt het belang van duurzame technologie dus alleen maar toe. Het mkb moet zijn steentje bijdragen door in te zetten op een groene cloudstrategie. Infrastructuur overbrengen naar de cloud is op zich al duurzamer omdat servers worden geconsolideerd en geoptimaliseerd. Dat minimaliseert CO2-uitstoot. Zoek je daarbij ook een groene cloudleverancier én werk je aan een flexibel IT-landschap waarin je applicaties aanpasbaar en schaalbaar zijn, dan ben je goed op weg naar een duurzamer IT-beleid. Msp’s staan met hun kennis en ervaring het mkb bij tijdens die groene transitie.

Trend 5: Machines worden klanten

Een trend die nu misschien nog klinkt als sciencefiction. Maar zowel Gartner als Forbes nemen de vervagende grens tussen mens en machine op in hun trendrapporten voor 2024.

Forbes noemt het Phygital Convergence, het samensmelten van de fysieke en de digitale wereld. AR (augmented reality), VR (virtual reality) en avatars zijn ons niet meer vreemd. Online games en e-sports zijn populairder dan ooit en in 2024 zal het verschil tussen de echte en de virtuele wereld volgens Forbes steeds kleiner worden.

De stap naar machine customers is dan niet meer zo groot, althans volgens Gartner. In de niet zo verre toekomst zullen applicaties bestellingen plaatsen, op basis van uitgebreide datasets. Zonder dat een mens op de bestelknop drukt.

Om te kunnen blijven concurreren, moeten ook kleinere bedrijven zich voorbereiden op deze evolutie. Sales, marketing, supply chain, IT en data-analyse zullen veel beter op elkaar moeten aansluiten om op de unieke behoeften van de machine customer te kunnen inspelen. Een grondige analyse van de bedrijfsprocessen is daarbij noodzakelijk.

Conclusie: AI zal nog ingrijpendere veranderingen afdwingen

De rode draad door de trends voor 2024 is AI. AI en data-analyse zullen vanaf nu elke nieuwe ontwikkeling sturen. In het kielzog van AI neemt ook de bezorgdheid om cybersecurity toe, wat we oplossen met, jawel, AI. Boeiende tijden voor de leveranciers van IT-diensten én het mkb.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op. Vandaag Jeroen Gijzen van Wireless Logic.

Op 28 november publiceerde ChannelConnect een artikel over de jaarlijkse ICT Benchmark Ziekenhuizen van M&I/Partners. Innovatie in ziekenhuizen zou ernstig belemmerd worden door stijgende kosten. De afgelopen vijf jaar blijven de ICT-kosten ten opzichte van de omzet gelijk op 5,7%. Maar omdat er steeds meer geld gaat naar zaken als ICT-personeel, exploitatielasten op software en lifecycle management (patches en upgrades bijvoorbeeld) blijft er te weinig over om innovatie en optimalisatie met ICT te realiseren.

Maak een strategische keuze

Met deze kennis kwam er bij Jeroen Gijzen, commercieel directeur bij Wireless Logic, een belangrijke vraag naar boven: in hoeverre is verdergaande digitalisering in de zorgsector een strategische keuze? “Wanneer in de top van een zorginstelling wordt besloten invulling te geven aan de digitaliseringsparagraaf van het Integraal Zorgakkoord, dan ben je niet afhankelijk van bijvoorbeeld oplopende personeelskosten binnen het ICT-domein. Dan wordt er dus geld vrijgemaakt voor innovatie en optimalisatie door het digitaliseren en automatiseren van processen.”

Internet of Things-oplossingen

“Dit gebeurt nu niet of onvoldoende. Gemiddeld is 1,1% van de totale omzet van het ziekenhuis beschikbaar als investeringsbudget voor ICT, op basis van de benchmarkresultaten. Daar kun je dus helemaal niks mee. Kernvraag hier is: wat is leidend? Het IT-budget of het probleem dat je ermee oplost? De redenering waarbij je denkt dat je voor het halve geld ook het halve resultaat krijgt, gaat niet op. Je krijgt dan veel minder. Overbelast je zorgpersoneel nog steeds met administratieve taken die geautomatiseerd kunnen worden en je geeft geld uit aan IT-systemen die niet ten volle worden benut. De gevolgen zijn duidelijk: innovaties in de zorg komen maar heel moeizaam van de grond. Toepassingen voor zorg op afstand, zoals het werken met wearable devices om bepaalde gezondheidswaarden vast te stellen, zijn beschikbaar. De technologieën zijn bewezen en beschikbaar, zoals machine to machine communicatie (Internet of Things). Dit zijn essentiële bouwstenen om de druk in de zorgsector te verlichten.”

Gebrekkige koppelingen

Gijzen spreekt uit eigen ervaring wanneer hij zegt dat nog lang niet alle systemen in de zorgomgeving met elkaar kunnen communiceren. Tot grote frustratie van het zorgpersoneel dat hierdoor gedwongen is data handmatig over te zetten. Dat terwijl er toch veel inspanningen zijn om administratieve handelingen zoveel mogelijk uit het primaire zorgproces te halen. “Dit lukt blijkbaar nog onvoldoende. Als er toch zoveel geld gaat naar de exploitatie van de software, dan mag hier ook wel eens kritisch naar gekeken worden.”

Zorg op afstand

Daarnaast ziet hij kansen om bestaande innovaties beter te benutten. Zo werken verschillende zorgverleners met persoonsalarmeringsystemen, die cliënten kunnen activeren wanneer er een incident optreedt. Dit is nu nog vaak een eenvoudig systeem dat een tweeweg spraakverbinding tot stand brengt met de meldkamer. Vaak werken deze systemen nog met een verouderde netwerktechnologie als 2G en 3G, die op termijn worden uitgefaseerd. “Vervang dit systeem tijdig door bijvoorbeeld een oplossing met een smartwatch, die volledig IP-based is en naast positiebepaling zaken als bloeddruk, hartslag en saturatie uitlezen. Met deze laagdrempelige meetinstrumenten kun je tevens cliënten stimuleren hun levensstijl aan te passen en tevens zorg op een veel preventievere wijze gaan benaderen. Is het nu zaak om onze zorgcapaciteit in bijvoorbeeld ziekenhuizen verder op te schroeven of om ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk mensen uit het ziekenhuis blijven?” Gijzen benadrukt nogmaals dat het hier niet om pilots gaat of om proeftuinen. “Talloze vormen van mobiele en digitale zorg werken uitstekend, laat het dan ook voor jou als zorginstelling werken.”

Tijd voor visie

Gijzen trekt de voorzichtige conclusie dat IT-innovatie niet zorgbreed wordt geadopteerd. Het wordt dan ook tijd dat er zorgbestuurders opstaan met een visie waarin innovatie centraal staat. “Zo kun je de druk uit de zorg halen. Op basis van deze visie ga je investeren in innovatie en maak je de mensen enthousiast. Vergeet niet dat je hen vanaf het begin moet meenemen in de ontwikkeling van nieuwe oplossingen, bijvoorbeeld als het gaat om generative AI. Innovaties moeten zo werken dat zij er in het primaire proces iets aan hebben.”