Begin september was ChannelConnect, in samenwerking met Dutch IT, aanwezig op Cybersec 2025, hét event rond de nieuwste trends en innovaties in digitale veiligheid. Deze week publiceren we een reeks video’s waarin experts en professionals hun visie geven op de toekomst van cybersecurity. In deze aflevering zijn dat Christian Boertje en Clayton Inge van BOEM Security.

Bekijk hieronder de video:

De technologiesector worstelt al decennia met een gebrek aan diversiteit. Ondanks talrijke initiatieven blijft het aandeel vrouwen in IT beperkt, zeker in leidinggevende functies. Tijdens MSP GLOBAL 2025 krijgt dit thema ruim aandacht, met keynotes, panels en inspirerende verhalen van vrouwelijke leiders die hun weg hebben gevonden in een overwegend door mannen gedomineerde wereld. Het event wil daarmee niet alleen bewustwording vergroten, maar ook laten zien welke stappen bedrijven kunnen zetten om een inclusieve werkcultuur te realiseren.

ChannelConnect is mediapartner van MSP GLOBAL, dat dit najaar in Reus (Spanje) plaatsvindt. Lezers van ChannelConnect krijgen gratis toegang tot de beurs! Zie onderaan dit artikel.

Een van de meest in het oog springende sprekers is Carme Artigas, voormalig staatssecretaris in Spanje en mede-architect van de Europese AI Act. Haar bijdrage onderstreept dat vrouwelijke leiders niet alleen in de boardroom, maar ook op het hoogste politieke en regelgevende niveau een cruciale rol spelen. Daarnaast delen CEO’s, CISO’s en Chief Data Officers uit verschillende landen hun ervaringen.

Speciaal voor MSP GLOBAL is er een paneldiscussie Empowering Women in Tech. Hier vertellen onder andere Demi Clinch, Head of Sales bij CyberSentry, en andere vrouwelijke professionals hoe zij omgingen met uitdagingen zoals vooroordelen en een gebrek aan representatie. Het panel belicht ook het belang van mentoring en rolmodellen. Clinch stelt dat zichtbaarheid een sleutelrol speelt: “Er zijn zoveel krachtige vrouwen die hun weg vinden en leiders worden in dit vakgebied. Het is belangrijk om die verhalen te blijven vertellen.”

Praktische stappen richting inclusie

De gesprekken gaan verder dan persoonlijke verhalen. MSP GLOBAL legt nadruk op concrete initiatieven die de instroom van vrouwen in IT vergroten. Denk aan samenwerkingen met scholen, hogescholen en universiteiten, maar ook aan interne programma’s die gericht zijn op het ontwikkelen van zelfvertrouwen en leiderschapsvaardigheden bij jonge professionals. Bedrijven die investeren in diversiteit zien volgens de sprekers niet alleen een breder talentenbestand, maar profiteren ook van meer innovatiekracht en betere prestaties.

Diversiteit is niet slechts een kwestie van werving, benadrukken de organisatoren. Het vraagt om een cultuurverandering waarbij inclusiviteit wordt ingebed in alle lagen van de organisatie. Dat betekent ruimte voor flexibele loopbaanpaden, het erkennen van verschillende perspectieven en actief optreden tegen biases in werving en promotie. MSP GLOBAL wil hiermee een platform bieden waar good practices worden gedeeld en partners inspiratie opdoen om dit zelf te implementeren.

Het programma over vrouwen in tech is geen losstaand onderdeel, maar geïntegreerd in de bredere agenda van MSP GLOBAL. Daarmee wordt benadrukt dat diversiteit en leiderschap essentieel zijn voor de toekomst van de sector. Door succesvolle vrouwelijke rolmodellen een podium te geven, wil het evenement bijdragen aan blijvende verandering.

Bron: MSP Global

Infokader

MSP GLOBAL 2025

  • MSP GLOBAL vindt plaats op 22 en 23 oktober 2025 in Reus, Spanje.

  • Het evenement brengt meer dan 3.500 internationale msp’s, distributeurs en vendoren samen.

  • ChannelConnect is als mediapartner aanwezig en doet verslag met een serie achtergrondartikelen.

  • Lezers van ChannelConnect krijgen gratis toegang met promo-code S59YdxzN (normale prijs €399). Registreer via deze link.

Odido introduceert samen met de Noorse netwerkspecialist Tampnet een geïntegreerd mobiel netwerk voor de Noordzee. Onder de naam Odido@Sea worden vanaf 1 januari 2026 reguliere Europese tarieven gehanteerd voor mobiel gebruik in internationale wateren. Hiermee is het voor het eerst mogelijk om zonder hoge roamingkosten te bellen en internetten op zee, binnen de zogeheten Roam Like at Home-regeling.

De dekking beslaat een gebied van bijna 300.000 vierkante kilometer, inclusief de offshore-zones van onder meer Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Denemarken. Het netwerk is gericht op zowel consumenten als bedrijven die actief zijn in de maritieme sector, offshore-industrie en scheepvaart.

Tot nu toe waren gebruikers op zee vooral aangewezen op satellietverbindingen of dure maritieme netwerken. Met de introductie van Odido@Sea moet dat veranderen. Met de koppeling van de mobiele infrastructuur van Odido en het bestaande offshore-netwerk van Tampnet ontstaat een breed en geïntegreerd netwerk voor mobiele connectiviteit op zee.

Gebruikers verbinden automatisch met het netwerk en ontvangen, net als bij buitenlandse reizen, een sms zodra zij in het dekkingsgebied komen. Voor klanten van Odido – waaronder ook Ben en Simpel – geldt dat verbruik op zee vanaf 2026 binnen hun bestaande bundel valt. In de loop van het jaar wordt het netwerk ook opengesteld voor internationale roamingpartners.

De samenwerking tussen Odido en Tampnet moet ook nieuwe mogelijkheden voor zakelijke gebruikers bieden, zoals de inzet van private 5G-netwerken op offshore-platformen, betere ondersteuning voor edge computing en bredere integratie van mobiele communicatie met satcom-toepassingen.

Bovendien maakt het netwerk worden toepassingen zoals push-to-talk, 5G Standalone en network slicing mogelijk. Dit moet kansen gaan bieden voor innovatie in de offshore-sector, bijvoorbeeld via drones voor inspectie van windmolens of het op afstand monitoren van scheepsverkeer, zeggen de bedrijven.

De dekking van Odido@Sea strekt zich uit tot internationale wateren en wordt in de toekomst mogelijk verder uitgebreid naar andere zeegebieden. Via de samenwerking krijgen ook de roamingpartners van Odido wereldwijd toegang tot het netwerk. Volgens Odido biedt dit vooral voordelen voor internationale bedrijven en overheidsorganisaties die actief zijn in de Noordzee-regio.

Bijna een kwart van de Nederlandse organisaties (24 procent) heeft al eens te maken gehad met een IT-black-out. In 19 procent van de gevallen ging het om een gedeeltelijke uitval, 5 procent kampte met een volledige black-out. Dat blijkt uit onderzoek van Strict onder ruim 300 strategisch en tactisch IT-beslissers.

De zorgen over de gevolgen van IT-uitval zijn breed gedeeld: 79 procent van de respondenten geeft aan zich hier weleens zorgen over te maken. IT-uitval is voor veel organisaties geen incident, maar een terugkerend probleem. Zo ondervindt 63 procent van de organisaties minstens één keer per maand hinder van storingen of falende technologie. Zestien procent heeft wekelijks last van uitval, bij zes procent is dat zelfs een dagelijks probleem. Organisaties die gebruikmaken van het landelijke communicatiesysteem voor hulpdiensten (C2000) rapporteren relatief vaker dagelijkse verstoringen (16 procent) dan organisaties die dat systeem niet gebruiken (4 procent).

De zorgen onder IT-managers richten zich vooral op verstoringen van bedrijfsprocessen (39 procent) en risico’s voor veiligheid en privacy (38 procent). Daarnaast wordt het verlies van toegang tot het netwerk, applicaties of apparatuur (37 procent) en verstoring van de IT-infrastructuur en het databeheer (37 procent) als belangrijk risico gezien. Naast operationele risico’s wijzen veel IT-managers ook op bredere gevolgen. Bijna de helft (49 procent) maakt zich zorgen over het wegvallen van cruciale functies voor klanten. Reputatieschade, verlies van klanten en financiële schade worden door 39 procent genoemd.

Hoewel het bewustzijn over de impact van een IT-black-out groot is, blijkt uit het onderzoek ook dat de frequentie en ernst van IT-storingen voor veel organisaties een serieuze uitdaging blijven. Het onderstreept het belang van robuuste IT-infrastructuren, goede monitoring en tijdige updates, maar ook van crisisplannen voor als het toch misgaat.

Arctic Wolf heeft zijn dienst Threat Intelligence Plus uitgebreid met nieuwe mogelijkheden waarmee organisaties dreigingsinformatie rechtstreeks kunnen integreren in hun bestaande beveiligingsoplossingen. De verbeteringen moeten securityteams in staat stellen om sneller en gerichter te reageren op opkomende dreigingen.

De vernieuwde dienst maakt gebruik van gegevens uit het Aurora-platform van Arctic Wolf, waarin grootschalige telemetrie, incidentresponsgegevens en inzichten uit het eigen AI-ondersteunde Security Operations Center (SOC) samenkomen. Met behulp van het STIX-formaat en het TAXII-protocol kan deze informatie voortaan automatisch worden doorgezet naar beveiligingstoepassingen die deze standaarden ondersteunen.

Securityteams hebben in toenemende mate behoefte aan toegespitste, actuele informatie die hen helpt prioriteiten te stellen. Volgens Arctic Wolf maakt Threat Intelligence Plus het mogelijk om dreigingsdata — zogeheten Indicators of Compromise (IoC’s) — te vertalen naar direct toepasbare maatregelen binnen firewalls, e-mailgateways, endpoint securityoplossingen en andere beveiligingstools.

Ook de integratie met bestaande platformen voor analyse en detectie, zoals SIEM-oplossingen en threat intelligence platforms, is naar eigen zeggen verbeterd. Daarmee kunnen organisaties hun threat hunting- en incidentresponsprocessen verder stroomlijnen.

De belangrijkste uitbreidingen in Arctic Wolf Threat Intelligence Plus zijn:
• Automatische implementatie van dreigingsindicatoren: Securitytools die STIX/TAXII ondersteunen kunnen automatisch worden bijgewerkt met nieuwe IoC’s.
• Gebruik van SOC-data: De threat feed bevat dezelfde informatie die het Arctic Wolf SOC gebruikt voor managed detection & response. Dit helpt het aantal valse positieven te beperken.
• Realtime updates: Organisaties ontvangen nieuwe dreigingsindicatoren zodra deze zijn gevalideerd door het securityteam.
• Brede integratiemogelijkheden: De data is inzetbaar in uiteenlopende platforms en workflows, waardoor consistentie in beveiligingsmaatregelen kan worden vergroot.

Volgens het bedrijf wordt de kracht van deze dreigingsinformatie mede bepaald door de omvang van het datavolume dat Arctic Wolf dagelijks verwerkt. De combinatie van wereldwijde telemetrie en informatie uit duizenden incidentresponscases biedt volgens de leverancier een solide basis voor proactieve verdediging.

De derde editie van Cybersec Netherlands, de vakbeurs voor cybersecurity professionals, trok vorige week 4.300 bezoekers. Dat is een groei van 45% ten opzichte van 2024.

Voor het eerst vond de beurs gelijktijdig plaats met Data Expo, de vakbeurs voor data- en AI-oplossingen en data-driven innovatie, die ruim 6.200 bezoekers verwelkomde. Een groei van 38.3% ten opzichte van de editie van 2024. Samen ontvingen beide evenementen meer dan 10.000 experts op het gebied van data, AI en cybersecurity. Twee dagen lang vormde Koninklijke Jaarbeurs het ontmoetingspunt voor beide vakgebieden. Voor beide events trad ChannelConnect op als mediapartner.

Van kennis naar actie: samenwerking levert concrete oplossingen

“Geen enkele organisatie kan de uitdagingen van vandaag in z’n eentje oplossen. Het draait om ecosystemen en samenwerking. Events als deze zijn perfect om nieuwe inzichten op te doen, elkaar te leren kennen en de juiste partners te vinden,” benadrukte Frans Feldberg tijdens zijn lezing bij Data Expo. Daarom hebben Cybersec Netherlands en Data Expo ook de handen ineengeslagen.

In twee dagen konden zij zowel de nieuwste data- en AI-oplossingen als de laatste inzichten op het gebied van digitale veiligheid verkennen. Jordi van Herk, clustermanager ICT Jaarbeurs: “Cybersec Netherlands liet zien dat samenwerking direct leidt tot concrete oplossingen. Op de beursvloer zagen we niet alleen veel innovatieve technologieën maar vooral diepgaande gesprekken tussen experts, bestuurders en eindgebruikers. Juist die interactie maakt het verschil. Hier wordt kennis vertaald naar praktijk en beleid, zodat we samen stappen zetten om Nederland echt cyberweerbaar te maken.”

Foto: Michiel Ton

Van specialistische kennis tot praktische handvatten

De overlap tussen de domeinen data en cybersecurity werd duidelijk zichtbaar, maar beide beurzen boden ook volop eigen accenten en thema’s. Daniel Gebler, CTO van Picnic: “Data Expo is er voor alle niveaus en voor ieder type professional. Je hoeft alleen maar open-minded te zijn, bereid om te leren en ook iets te delen van wat je zelf doet. Niemand is puur tech, puur data of puur business. We zijn allemaal full stack en moeten in staat zijn om over de hele breedte te opereren.”

Roy Lindelauf, hoogleraar Data Science in Military Operations bij het Ministerie van Defensie: “Wat ik merkte, en wat ook bij het publiek leefde, is dat het niet draait om iedereen die machines gaat gebruiken, maar vooral om hoe we ervoor zorgen dat mens en machine zo goed mogelijk samenwerken.” 

Ook exposanten en bezoekers konden dit jaar meer dan ooit inhoudelijke verdieping vinden. Michael van der Vaart, Chief Experience Officer bij ESET, zag dat bezoekers steeds meer specialistische kennis zoeken: “Je merkt dat de meesten al over de nodige kennis beschikken en nu verdere verdieping zoeken. Bijvoorbeeld over operationele technologie. Er is nu een speciale plek op de beurs voor dat onderwerp gereserveerd en dat trok professionals zoals medewerkers van waterschappen die heel gerichte vragen stelden.”

Voor bezoekers uit de zorgsector, zoals Ralph Blokpoel van Alerimus, bood Cybersec praktische houvast: “Hoe ga je als kleine organisatie met weinig budget en weinig kennis om met cybersecurity? In hoeverre kunnen we onze systemen veilig houden als de primaire provider stopt met leveren? Daar ben ik naar op zoek.”

De volgende editie van Cybersec Netherlands en Data Expo vinden plaats op 9 en 10 september 2026 in Koninklijke Jaarbeurs.

Deze week publiceren we een reeks video’s waarin experts en professionals hun visie delen op de toekomst van cybersecurity.

Nederland staat wereldwijd op de zesde plaats wat betreft kennis van cybersecurity en online privacy. Dat blijkt uit de jaarlijkse National Privacy Test (NPT) van NordVPN, waarin dit jaar ruim 30.000 respondenten uit 186 landen zijn meegenomen. Nederland behaalde een score van 57 op 100.

De resultaten laten een gemengd beeld zien. Nederlanders scoren hoog op praktische vaardigheden:

  • 96% weet hoe sterke wachtwoorden aangemaakt moeten worden.

  • 95% herkent verdachte aanbiedingen van streamingdiensten.

  • 95% begrijpt welke app-machtigingen risicovol zijn.

  • 91% weet welke persoonlijke gegevens niet op sociale media thuishoren.

Tegelijkertijd blijft het bewustzijn rond privacy en digitale veiligheid achter. Slechts 5% van de Nederlanders is zich bewust van privacyrisico’s van AI op de werkvloer – het laagste percentage wereldwijd. Ook andere basisaspecten scoren laag:

  • 12% weet hoeveel metadata internetproviders verzamelen.

  • 19% kan een thuisnetwerk goed beveiligen.

  • 23% weet hoe wachtwoorden veilig opgeslagen moeten worden.

  • 30% leest algemene voorwaarden.

  • 35% herkent phishingwebsites.

Volgens Marijus Briedis, CTO van NordVPN, onderstreept dit de noodzaak van blijvende educatie: “AI heeft het internet risicovoller gemaakt, maar de basisprincipes om veilig te blijven zijn niet veranderd. Mensen slaan nog te vaak updates over of hergebruiken wachtwoorden – precies de fouten waar criminelen op inspelen.”

De top drie landen in de ranking zijn Litouwen (62/100), Singapore en India (beide 61/100) en Polen en Finland (60/100).

Geopolitieke onzekerheid en veranderende regelgeving maken dat data soevereiniteit niet langer uitsluitend een kwestie van compliance is, maar een fundamenteel bedrijfsrisico. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek van Pure Storage in samenwerking met de University of Technology Sydney (UTS). Volgens de onderzoekers beïnvloedt data soevereiniteit niet alleen de naleving van wet- en regelgeving, maar ook concurrentievermogen, innovatie en klantvertrouwen.

 

Uit kwalitatieve interviews met industrieleiders uit negen landen komt naar voren dat de risico’s van passiviteit groot zijn:

  • 100% van de respondenten bevestigt dat soevereiniteitsrisico’s organisaties dwingen hun datalokaties te heroverwegen.

  • 92% ziet geopolitieke verschuivingen als versterkende factor voor deze risico’s.

  • 92% waarschuwt dat onvoldoende planning kan leiden tot reputatieschade.

  • 85% noemt verlies van klantvertrouwen als belangrijkste gevolg van passiviteit.

  • 78% past al strategieën toe zoals multi-provider modellen, soevereine datacenters en strengere governance-eisen in contracten.

De onderzoekers signaleren een ‘perfect storm’ waarin bedrijven te maken krijgen met verstoring van dienstverlening, toenemende buitenlandse invloed en complexere regelgeving. Zonder proactieve aanpak riskeren organisaties omzetverlies, boetes en blijvende schade aan hun reputatie.

Hybride strategie aanbevolen

Volgens Pure Storage ligt de oplossing niet in het volledig vermijden van publieke cloud of het negeren van soevereiniteitsrisico’s, maar in een hybride benadering. Door kritieke workloads in soevereine omgevingen te plaatsen en minder gevoelige toepassingen in de publieke cloud, behouden organisaties zowel compliance en controle als innovatiekracht.

“De gevolgen van een gebrek aan moderne datastrategie zijn ernstig: verlies van vertrouwen, financiële schade en concurrentienadeel,” aldus Alex McMullan, Chief Technology Officer International bij Pure Storage. “Een gebalanceerde aanpak minimaliseert risico’s en ondersteunt tegelijkertijd veerkracht en innovatie.”

Ook Gordon Noble, Research Director bij het Institute of Sustainable Futures (UTS), benadrukt de urgentie: “Alle geïnterviewde leiders heroverwegen waar hun data staat. Data soevereiniteit is niet langer optioneel, maar essentieel.”

Archana Venkatraman, Senior Research Director Cloud Data Management bij IDC Europe, voegt toe: “We verwachten dat data soevereiniteit in 2025 en daarna een strategische prioriteit wordt voor organisaties die hun continuïteit en vertrouwen willen waarborgen.”

Onderzoeksopzet

Het onderzoek is uitgevoerd in juli en augustus 2025 onder experts uit industrie en onderwijs in Australië, Frankrijk, Duitsland, India, Japan, Nieuw-Zeeland, Singapore, Zuid-Korea en het Verenigd Koninkrijk. Ondanks de uiteenlopende geopolitieke en regelgevende context in deze landen, zien de onderzoekers overal dezelfde trend: data soevereiniteit ontwikkelt zich tot een bepalende factor voor zakelijk succes.

Bij een gerichte aanvalscampagne zijn wereldwijd gevoelige klantgegevens buitgemaakt uit Salesforce-omgevingen van honderden bedrijven. In totaal zouden meer dan 1,5 miljard records zijn gestolen. De aanvallers wisten misbruik te maken van OAuth-integraties met populaire tools van derden, waaronder Drift en Salesloft.

Het gaat volgens onderzoekers van Google Cloud’s Threat Intelligence-team om een geavanceerde supply chain-aanval waarbij geautoriseerde toegangstokens zijn buitgemaakt. De aanvallers konden daarmee Salesforce-instances benaderen en op grote schaal data exporteren, zonder dat sprake was van een kwetsbaarheid in Salesforce zelf.

De aanval is toegeschreven aan een groep met de aanduiding UNC6395, die eind juli 2025 toegang wist te krijgen tot OAuth-tokens via een compromis in de infrastructuur van Salesloft en Drift. Met die tokens werden Salesforce-accounts van onder meer Google, Zscaler, Cloudflare en andere grote organisaties benaderd. Ook de FBI heeft inmiddels een officiële waarschuwing uitgegeven waarin deze en vergelijkbare campagnes worden beschreven.

Social engineering en connected apps

Naast het misbruik van OAuth-integraties via tools van derden signaleren experts ook een tweede aanvalsmethode. Een andere groep, UNC6040, past geavanceerde vormen van social engineering toe. Daarbij worden medewerkers telefonisch benaderd door personen die zich voordoen als IT-support, met als doel toegang tot accounts of installaties van tools zoals Salesforce Data Loader.

In beide gevallen richten de aanvallers zich op export van klantgegevens, toegang tot gevoelige tokens, of het in kaart brengen van de bedrijfsstructuur via Salesforce-objecten zoals Accounts, Opportunities en Cases.

Zowel Salesforce als de getroffen integratiepartners geven aan dat hun platformen zelf niet zijn gecompromitteerd. De aanval laat volgens analisten vooral zien hoe kwetsbaar OAuth-gestuurde integraties zijn wanneer derde partijen toegang krijgen tot bedrijfsdata zonder aanvullende beveiligingsmaatregelen.

Google meldt dat honderden organisaties getroffen zijn en dat de aanvallen maandenlang onopgemerkt zijn gebleven. De schaal van de datadiefstal — met ruim 1,5 miljard records — maakt deze supply chain-aanval een van de grootste in zijn soort.

FBI en Google publiceren mitigatieadviezen

De FBI heeft een Flash Bulletin uitgegeven met daarin indicatoren van compromittering (IoC’s), aanbevelingen en waarschuwingen voor IT-teams. Ook Google publiceerde een lijst van getroffen apps en best practices voor organisaties die Salesforce gebruiken:
• Controleer alle geautoriseerde OAuth-integraties.
• Herroep en roteer alle tokens van verdachte of onnodige apps.
• Beperk rechten via het ‘least privilege’-principe.
• Analyseer logs op ongebruikelijke data-extractie of SOQL-queries.
• Zet waar mogelijk aanvullende beveiliging in, zoals IP-whitelisting en phishing-resistente MFA.

Securityspecialisten raden verder aan om medewerkers bewust te maken van social engineeringtechnieken, met name rond telefonische benaderingen of valse IT-helpdesks.

Microsoft heeft een publieke preview gelanceerd van Windows 365 Cloud Apps, een nieuwe functionaliteit waarmee organisaties specifieke Windows-applicaties via de cloud kunnen aanbieden aan gebruikers – zonder dat een volledige virtuele desktop per persoon nodig is.

Microsoft breidt zijn Windows 365-portfolio uit met de introductie van Cloud Apps. Deze nieuwe functie maakt het mogelijk om individuele applicaties, zoals Word of Outlook, te streamen naar gebruikersapparaten, zonder dat daarvoor een complete Cloud PC hoeft te worden ingericht. De functie is per direct beschikbaar als publieke preview.

De applicaties draaien in een virtuele Windows-omgeving, maar worden als losse vensters gepresenteerd op het apparaat van de gebruiker. In tegenstelling tot browserversies van Office-apps gaat het hier om volwaardige Windows-versies, met ondersteuning voor functies zoals macro’s, plug-ins en integraties met andere zakelijke software. Organisaties kunnen hiermee dus zwaardere of bedrijfskritische toepassingen aanbieden zonder concessies te doen aan functionaliteit.

De Cloud Apps werken op basis van een Windows 365 Frontline-licentie in zogenaamde shared mode. Hierbij delen meerdere gebruikers één licentie, zolang zij de cloudomgeving niet gelijktijdig gebruiken. Dit maakt het model vooral aantrekkelijk voor scenario’s waarbij applicaties op gedeelde werkplekken of in ploegendiensten worden gebruikt, zoals in de retail, zorg, of productieomgevingen.

IT-beheerders kunnen via Intune of de Windows 365-beheerconsole per gebruiker of gebruikersgroep instellen welke applicaties worden gepubliceerd. Standaardapps zoals Microsoft 365 kunnen eenvoudig worden gedeeld, maar ook aangepaste bedrijfsapplicaties kunnen beschikbaar worden gemaakt via custom images – al is die functionaliteit nog beperkt in de huidige previewfase.

De toegang tot de Cloud Apps verloopt via de Windows App, die beschikbaar is voor meerdere platformen, waaronder Windows, macOS, iOS en via de browser. In deze applicatie is nu een Windows 365-filter toegevoegd, waardoor gebruikers hun gepubliceerde apps sneller kunnen terugvinden. Op de Mac biedt de app volledige ondersteuning voor het gebruik van Cloud Apps, inclusief bestandsdeling en multi-monitorfunctionaliteit, mits correct geconfigureerd.

Toepassingen als Microsoft Teams worden nog niet ondersteund binnen Windows 365 Cloud Apps. Ook moeten de gepubliceerde apps vindbaar zijn via het Startmenu van de image waarop ze zijn gebaseerd – installaties die hiervan afwijken worden in deze preview nog niet meegenomen. Volgens Microsoft wordt de functionaliteit de komende maanden verder uitgebreid.

IT-organisaties krijgen zo een extra mogelijkheid om Windows-apps te leveren in hybride of multi-device omgevingen, zonder dat de complexiteit of licentiekosten van volledige virtuele werkplekken nodig zijn. Tegelijkertijd behouden gebruikers toegang tot hun vertrouwde apps, inclusief instellingen, personalisaties en integraties, waar ze zich ook bevinden.