SLTN, één van de grootste IT-powerhouses van Nederland, en ESET, Europa’s grootste onafhankelijke cybersecurityleverancier, kondigen vandaag een strategische alliantie aan. Samen gaan zij complexe en soevereine cybersecurity-oplossingen leveren voor Defensie, overheid en corporate organisaties die de hoogste eisen stellen aan digitale veiligheid.

De samenwerking richt zich op unieke, high-end projecten waarin standaardoplossingen tekortschieten. Denk aan airgapped security-oplossingen, embedded security in kritieke systemen en maatwerk consultingdiensten voor organisaties die opereren in de meest gevoelige en gereguleerde omgevingen.

Unieke combinatie van schaal en specialisatie
Met meer dan 700 hoogopgeleide IT-professionals en een omzet van ruim 307 miljoen euro heeft SLTN de schaal en expertise om complexe IT-landschappen te integreren en beheren. In deze alliantie treedt SLTN op als security integrator, waarbij de certificeringen, ervaring en consultingcapaciteit van het bedrijf worden gecombineerd met de toonaangevende technologie en threat intelligence van ESET.

“SLTN heeft bij uitstek de schaal en ervaring om de meest complexe uitdagingen op te lossen,” zegt Eugene Tuijnman, CEO van SLTN. “Maar we zien het ook als onze maatschappelijke verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de digitale weerbaarheid van Nederland. Door samen te werken met ESET kunnen we organisaties die onder de zwaarste digitale druk staan voorzien van oplossingen die écht future-proof zijn.”

Lokale kracht, wereldwijde impact

Voor ESET is de samenwerking een logische stap om de Europese en Nederlandse markt te versterken. “Deze tijd vraagt om allianties, juist op lokaal niveau,” zegt Dave Maasland, CEO van ESET Nederland. “De vraag naar soevereine en specialistische cybersecurity-oplossingen groeit enorm. Samen met SLTN kunnen we 7-sterren cybersecurity-dienstverlening bieden: technologie, consultancy en integratie op het allerhoogste niveau. Dit partnerschap maakt het mogelijk om niet alleen complexe projecten te winnen, maar ze ook succesvol uit te voeren.”

Arctic Wolf voegt de gedragsdetectietechnologie van Abnormal AI toe aan het Aurora-platform. De integratie moet de signalering en aanpak van e-maildreigingen binnen de mdr-dienst van het bedrijf verder stroomlijnen.

Arctic Wolf integreert de technologie van Abnormal AI in het eigen Aurora-platform. De koppeling brengt gedragsgegevens uit Microsoft 365 en Google Workspace rechtstreeks naar de detectie- en responseprocessen van Arctic Wolf. Het bedrijf meldt dat hiermee meer inzicht ontstaat in activiteiten die kunnen wijzen op Business Email Compromise, phishing, malware of misbruik van accounts. Gebruikers krijgen één overzicht van e-maildreigingen en kunnen vanuit dezelfde omgeving acties uitvoeren zoals het isoleren van verdachte berichten.

Volgens gegevens uit het Arctic Wolf Threat Report 2025 hield meer dan een kwart van de onderzochte incidenten verband met Business Email Compromise. Phishing was verantwoordelijk voor bijna 73 procent van deze gevallen. De leverancier stelt dat aanvallers gedragspatronen benutten om beveiliging te omzeilen en dat de integratie helpt om afwijkingen sneller te herkennen.

Arctic Wolf wil met de uitbreiding de responsmogelijkheden binnen het eigen soc versterken. De toevoeging van gedragsinformatie moet leiden tot snellere analyse en een meer samenhangende workflow voor dreigingsonderzoek en herstel. Voor gezamenlijke klanten van beide bedrijven betekent de integratie dat e-maildreigingen binnen dezelfde operationele omgeving kunnen worden gedetecteerd en afgehandeld.

De aankondiging past binnen ontwikkelingen waarbij leveranciers meer nadruk leggen op gedragssignalen om e-mailaanvallen in een vroeg stadium te identificeren.

Google heeft de derde generatie van zijn Gemini-model beschikbaar gemaakt. De nieuwe versie is ontworpen voor multimodale toepassingen en kan tekst, beeld, audio en video verwerken binnen één model. Volgens Google moet Gemini 3 betere prestaties leveren bij complexe taken en krijgt het model een grotere contextcapaciteit.

Gemini 3 wordt geïntegreerd in verschillende zakelijke producten, waaronder Vertex AI en Gemini Enterprise. Bedrijven kunnen het model gebruiken voor toepassingen zoals analyse van documenten, beeldverwerking, planning en het automatiseren van bedrijfsprocessen. Voor ontwikkelaars komt ondersteuning beschikbaar via de Gemini API en nieuwe tooling in de ontwikkelomgeving van Google.

De zoekmachine van Google krijgt eveneens een update. Daarbij wordt de zogeheten AI-modus toegevoegd waarmee gebruikers uitgebreidere antwoorden kunnen krijgen op complexe vragen. Deze functie wordt stapsgewijs uitgerold.

Google houdt vast aan een gefaseerde introductie. Niet alle functies zijn direct beschikbaar in elke regio en voor iedere gebruiker. Het bedrijf geeft aan dat veiligheidsmechanismen en beoordelingsprocessen worden meegenomen bij de uitrol van het model.

Met Gemini 3 wil Google inspelen op de toenemende vraag naar AI-oplossingen die verschillende soorten data kunnen combineren. Hoe snel bedrijven de nieuwe mogelijkheden gaan toepassen hangt volgens Google af van de integratie in bestaande workflows en de kosten die komen kijken bij het gebruik van een omvangrijk taalmodel.

Het Ministerie van Economische Zaken heeft in de tweede ronde van de regeling Faciliteiten voor Toegepast Onderzoek (FTO) 105 miljoen euro toegekend aan elf Nederlandse onderzoeksprojecten. Het geld is bestemd voor nieuwe faciliteiten en infrastructuur op het gebied van luchtvaart, klimaatonderzoek, biodiversiteit en technologische vernieuwing.

De investering brengt het totaalbedrag dat via de FTO-regeling sinds 2024 is toegekend op 395 miljoen euro. De projecten worden uitgevoerd door Nederlandse Toegepaste Onderzoeksorganisaties en Rijkskennisinstellingen. Een deel van het budget gaat naar vernieuwing en uitbreiding van test- en laboratoriumomgevingen. Bij het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) gaat het onder meer om een nieuwe windtunnel, een onderzoeksvliegtuig en een grotere dronefaciliteit.

Deltares ontvangt middelen voor de upgrade van water- en klimaatgerelateerde onderzoeksbassins en laboratoria, waar ook AI-modellen worden ingezet voor het analyseren van weer en waterveiligheid. Naturalis werkt aan het automatiseren van biodiversiteitsmonitoring met behulp van AI.

Andere projecten zijn gericht op voedselonderzoek en circulaire processen bij Wageningen University & Research, een centrale monsterbank bij het RIVM en het verbeteren van de toegankelijkheid van erfgoeddata bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. MARIN en Deltares krijgen daarnaast afzonderlijke steun voor nieuwe faciliteiten op het gebied van maritiem onderzoek.

De projecten bestrijken een mix van veiligheid, duurzaamheid en technologische ontwikkeling. De FTO-regeling is bedoeld om onderzoeksinstellingen toegang te bieden tot faciliteiten die nodig zijn voor toegepast onderzoek met een nationale of maatschappelijke functie.

De Hobby Computer Club (HCC) vraagt opnieuw aandacht voor digitale soevereiniteit. Volgens de vereniging neemt de afhankelijkheid van buitenlandse technologie verder toe, met risico’s voor databeveiliging, privacy en controle over digitale diensten. HCC ziet een grotere rol voor open-source software en lokaal ontwikkelde oplossingen om die afhankelijkheid te verkleinen.

De club richt zich al jaren op het vergroten van digitale vaardigheden. Dat gebeurt in uiteenlopende doelgroepen. Jongeren gebruiken technologie vaak intensief zonder zicht op achterliggende risico’s, terwijl ouderen juist moeite hebben om mee te komen, wat het gebruik van basisdiensten zoals internetbankieren lastig maakt. HCC organiseert trainingen en workshops om beide groepen te ondersteunen, van bewust omgaan met technologie tot het veilig uitvoeren van dagelijkse digitale handelingen.

Voorzitter Wijnand van Swaaij geeft aan dat de maatschappelijke urgentie groeit. “Digitale soevereiniteit is essentieel voor een vrije en veilige samenleving,” zei Van Swaaij. “Door bewustwording en het versterken van digitale vaardigheden helpen wij mensen om meer controle te krijgen over hun digitale leven.”

HCC verwacht dat de aandacht voor digitale zelfbeschikking verder toeneemt nu meer diensten naar de cloud verschuiven en de discussie over afhankelijkheid van internationale aanbieders breder wordt gevoerd.

Het gebruik van AI groeit snel bij kleine en middelgrote bedrijven. Nieuwe cijfers van ING Sector Banking laten zien dat vooral bedrijven met minder dan honderd medewerkers sterk toenemen in adoptie, waardoor het verschil met grotere organisaties kleiner wordt. De analyse is opgesteld door Samantha Reilly, sectoreconoom bij ING.

Waar AI jarenlang vooral werd toegepast bij grote ondernemingen met uitgebreide data-infrastructuren en gespecialiseerde teams, zien kleinere bedrijven nu de grootste groei. Dat komt vooral door de beschikbaarheid van generatieve AI-toepassingen zoals ChatGPT en Copilot. Deze tools nemen een groot deel van de technische complexiteit weg, waardoor mkb-bedrijven direct kunnen instappen zonder forse investeringen.

In bedrijven tot honderd medewerkers steeg het gebruik van AI volgens ING gemiddeld met 66 procent. Bij organisaties met meer dan honderd medewerkers bleef de groei steken op 35 procent. De cijfers wijzen erop dat AI in 2024 en 2025 een stuk laagdrempeliger is geworden.

Steeds meer kleine en middelgrote bedrijven gebruiken AI, waardoor het verschil met grote bedrijven snel kleiner wordt.

Ondanks de groei blijven veel bedrijven tegen praktische barrières aanlopen. Het op orde brengen van data, het bepalen van rendabele toepassingen en het vinden van voldoende expertise zijn veelgenoemde uitdagingen. Daarnaast spelen vragen rond privacy, juridische aspecten, bias, kostenbeheersing en duurzaamheid een grote rol bij het vormgeven van AI-strategieën.

ING merkt op dat er behoefte is aan extra stimulering vanuit de overheid. Duidelijke voorlichting over risico’s en kansen en ondersteuning bij adoptie moeten versnippering tegengaan en bedrijven helpen om productiviteitswinst te realiseren. Zonder die impuls bestaat het risico dat een deel van het bedrijfsleven achterblijft bij de internationale concurrentie.

De digitale infrastructuur verschuift in hoog tempo. Waar datastromen ooit netjes via een centraal datacenter liepen, ontstaat nu een krachtig web van apparaten, sensoren en AI-modellen die vooral aan de rand opereren. Wat betekent dit voor je netwerkinfrastructuur?

 

Edge computing, IoT en AI vormen samen een nieuwe laag die steeds meer verkeer genereert en steeds hogere eisen stelt. Daardoor komen klassieke netwerkarchitecturen onder druk te staan en ontstaat de behoefte aan segmentatie, SD-WAN, SASE en een stevige automatiseringslaag.

Edge-locaties worden volwassen. De groei van realtime toepassingen, videostreaming, sensordata en snelle besluitvorming vraagt om verwerking dicht bij de bron. Dat maakt de rand niet langer een verlengstuk van de kern, maar een laag waar kritieke processen plaatsvinden. Zodra latency oploopt of bandbreedte beperkt is, merk je hoe snel het netwerk de beperkende factor wordt.

De rand als volwaardige uitvoeringslaag

Edge computing staat inmiddels stevig op de kaart. Niet als vervanging van de cloud, maar als extra laag waar beslissingen dichter bij data worden genomen. In sectoren zoals industrie, zorg en mobiliteit neemt de hoeveelheid data aan de rand sneller toe dan verbindingen aankunnen. Daardoor verschuift een deel van de rekenlast naar lokale nodes die zelfstandig handelen of voorverwerking doen voordat de data de cloud bereikt.

Deze verschuiving verandert de verkeerspatronen ingrijpend. In plaats van lineaire stromen ontstaat een gedistribueerd netwerk waarin devices onderling communiceren en pas later richting centrale systemen sturen. Dat vraagt om een netwerk dat flexibel meebeweegt, prioriteert en risico’s beperkt.

IoT groeit, maar niet zonder risico’s

IoT-apparatuur heeft een eigen dynamiek. Waar sensoren vroeger vooral statusupdates verstuurden, leveren ze nu continu datastromen die realtime moeten worden geïnterpreteerd. Denk aan productieapparatuur, medische instrumenten, camera’s, slimme beveiliging of logistieke systemen. De diversiteit aan apparaten en protocollen maakt beheer complex, zeker wanneer updates lastig zijn of systemen geen ingebouwde beveiliging hebben.

In deze omgevingen wordt microsegmentatie een logische stap. Door groepen apparaten te isoleren, beperk je de impact van kwetsbaarheden en houd je meer grip op het verkeer. Segmentatie wordt pas echt effectief wanneer beleid automatisch kan worden uitgerold en aangepast, bijvoorbeeld bij groeiende aantallen devices of nieuwe applicaties.

AI verschuift analyse naar de rand

AI-workloads veranderen de infrastructuur fundamenteel. Training staat meestal in een datacenter of cloudomgeving, maar inference (de fase waarin een AI-systeem nieuwe input verwerkt en daar direct een antwoord, beslissing of bewerking op uitvoert) verschuift steeds vaker naar edge-locaties. Dat geldt voor fabrieken die afwijkingen willen detecteren, retailers met geautomatiseerde beeldanalyse of zorginstellingen die sensordata in realtime beoordelen.

De impact hiervan op het netwerk is groot. Inference-workloads verdragen nauwelijks vertraging en werken vaak met zware input, zoals video of continue sensordata. Hierdoor moet het netwerk deze stromen kunnen routeren zonder overbelasting of vertraging. Dat vraagt om keuzes over waar data wordt verwerkt, waar beveiliging wordt toegepast en hoe datastromen worden geprioriteerd.

SD-WAN als fundament voor verspreide omgevingen

In een landschap waarin workloads zich over locaties, cloud en edge verdelen, vormt SD-WAN een robuuste basis. Het biedt de flexibiliteit om verbindingen te combineren, applicaties centraal te beheren en prioriteiten toe te kennen op basis van actuele omstandigheden. Wanneer je meerdere vestigingen wilt koppelen of grote hoeveelheden IoT- en edge-data moet beheren, dan merk je dat SD-WAN helpt om stabiliteit en inzicht te behouden.

Doordat verkeer slim wordt verdeeld en geoptimaliseerd, ontstaat een netwerk dat beter aansluit bij dynamische workloads. SD-WAN vormt bovendien vaak de opstap naar een bredere SASE-strategie.

SASE en SSE brengen beveiliging dichter bij de bron

Als applicaties, gebruikers en data steeds verder verspreid raken, verschuift ook de beveiliging. SASE en SSE integreren netwerk en security in één model, gebaseerd op identiteit, beleid en context. Inspectie, filtering en toegangscontrole vinden plaats op locaties die dicht bij de gebruiker staan, of zelfs volledig cloudgebaseerd.

De opkomst van AI binnen securityproducten versnelt deze beweging. Detectie, analyse en risk scoring worden sneller en accurater, waardoor je beleid zich automatisch kan aanpassen aan veranderende omstandigheden. Dit maakt het mogelijk om gedistribueerde netwerken te beschermen zonder dat beheer onhandelbaar wordt.

Automatisering als noodzakelijke voorwaarde

De explosie van apparaten, policies, datastromen en locaties maakt handmatig beheer onhoudbaar. Automatisering wordt daardoor een noodzakelijke bouwsteen. Configuraties, segmentatieregels en securitybeleid moeten zich zelfstandig kunnen aanpassen en consistent kunnen blijven, ongeacht de grootte of complexiteit van het netwerk.

Steeds meer netwerkplatforms werken met intent-based modellen. Daarbij geef je aan wat het netwerk moet bereiken, waarna het platform zelf de benodigde configuraties genereert. Het netwerk past zich aan wanneer nieuwe apparatuur wordt toegevoegd, wanneer datastromen veranderen of wanneer risico’s worden gesignaleerd.

De infrastructuur van morgen is gedistribueerd

Edge, IoT en AI zorgen samen voor een netwerk dat niet langer rond één centraal punt draait. De waarde verschuift naar abstractie, orkestratie en beveiliging die overal kan worden toegepast. De klassieke scheiding tussen core, access en WAN vervaagt en maakt plaats voor een gelaagde aanpak waarin capaciteit minder belangrijk is dan flexibiliteit en intelligentie.

Dat vraagt om keuzes over waar data wordt verwerkt, hoe je segmentatie toepast en welke functies je naar de rand verplaatst. De komende jaren wordt deze discussie meer urgent. Dataverkeer groeit harder aan de rand dan ooit, AI-toepassingen nemen toe en IoT blijft doorgroeien. Een netwerk dat daarop kan inspelen, vormt het fundament voor een digitale omgeving die continu in beweging is.

Vertiv heeft plannen aangekondigd voor de overname van PurgeRite, een specialist in mechanische spoel-, reinigings- en filtratiediensten voor datacenters en andere bedrijfskritische omgevingen. De overeenkomst heeft een waarde van ongeveer 1 miljard dollar, met een mogelijke aanvullende betaling tot 250 miljoen dollar afhankelijk van de prestaties in 2026.

PurgeRite ondersteunt datacenters bij het optimaliseren van vloeistofcircuits, een proces dat steeds belangrijker wordt door de groei van high-density workloads en AI-infrastructuren. Diensten zoals het verwijderen van lucht en verontreinigingen, het spoelen van leidingen en het vullen van systemen met schone koelvloeistof moeten bijdragen aan stabiele thermische prestaties en hogere uptime. Dit sluit aan bij de toename van vloeistofkoeling in HPC- en AI-toepassingen, waar efficiënte warmteafvoer centraal staat.

Volgens Vertiv past PurgeRite binnen zijn strategie om het portfolio voor thermisch beheer te verbreden. De activiteiten worden na afronding van de overname geïntegreerd binnen bestaande vloeistofkoelingsdiensten, waardoor het bedrijf in staat moet zijn klanten een completer pakket aan oplossingen te bieden, van faciliteit tot rackniveau. Ook verwacht Vertiv dat de dienstverlening van PurgeRite de marges van zijn Services-divisie verder verbetert.

Het bedrijf, met hoofdzetel in Houston, werkt al intensief samen met hyperscalers en colocatieproviders en wil zijn servicecentra verder uitbreiden in Noord-Amerika. De overname is nog onder voorbehoud van goedkeuring door toezichthouders en wordt naar verwachting in het vierde kwartaal van 2025 afgerond.

WatchGuard Technologies heeft een reeks innovaties aangekondigd binnen zijn Unified Security Platform. Het bedrijf richt zich hiermee op vier strategische gebieden: Security Without Boundaries, Zero Trust Built In, AI-Augmented Security en verdere platformunificatie.

De laatste ontwikkelingen moeten beter aansluiten op hybride werkmodellen en inspelen op de groeiende rol van AI bij detectie en respons. Volgens WatchGuard vervagen traditionele netwerkgrenzen snel en vraagt dat om beveiliging die gebruikers en data volgt, continu verifieert en eenvoudiger te beheren is.

In een periode van zes weken introduceerde WatchGuard acht nieuwe producten en updates. Het gaat onder meer om FireCloud Total Access, de eerste hybride SASE-oplossing binnen WatchGuard Cloud, en nieuwe rackmount Firebox-modellen voor gedistribueerde en hybride netwerken. Ook komt Endpoint Security Prime beschikbaar, een endpointoplossing met EDR- en NGAV-functionaliteit.

Verder zijn er nieuwe koppelingen met ConnectWise Manage, Autotask PSA en HaloPSA voor geautomatiseerde processen zoals billing, ticketing en assetbeheer. Ook introduceert WatchGuard een unified agent die installatie en beheer van meerdere producten vanuit één installer samenbrengt.

Het bedrijf meldt daarnaast recente erkenningen, waaronder een Leader-positie in de GigaOm Radar voor Endpoint Detection and Response en in de QKS Group SPARK Matrix voor Network Detection and Response.

Volgens WatchGuard dragen de innovaties bij aan een eenvoudiger operationeel model en geïntegreerde beveiliging voor organisaties die hun weerbaarheid willen vergroten zonder extra complexiteit.

De Kubernetes-community stopt met de verdere ontwikkeling van Ingress NGINX. Het project, jarenlang een veelgebruikte ingress-controller binnen Kubernetes-omgevingen, gaat in maart 2026 met pensioen. Daarna wordt het gearchiveerd en ontvangt het geen beveiligings- of bugfixupdates meer.

Volgens de aankondiging van SIG Network blijft de huidige versie tot die tijd beschikbaar in een best-effortmodel. Installaties blijven functioneren en ook de bestaande container-images en Helm-charts blijven online staan. De community geeft wel aan dat organisaties tijdig moeten overstappen naar alternatieven die actief worden onderhouden. Gateway API is daarbij de voorkeursroute, al worden ook andere ondersteunde controllers genoemd.

De beslissing volgt op jaren waarin het aantal maintainers beperkt bleef en structurele aandachtspunten rondom beveiliging niet duurzaam konden worden opgelost. De mogelijkheid om via annotaties eigen NGINX-configuraties mee te geven, levert volgens de community risico’s op die niet langer verantwoord zijn binnen een moderne Kubernetes-architectuur.

Voor organisaties die Ingress NGINX gebruiken verandert er op korte termijn weinig, maar na maart 2026 vervalt ondersteuning volledig. De Kubernetes-community adviseert daarom om migratieplannen tijdig op te stellen en alternatieven te beoordelen.