Amerikaanse platforms, AI, security en veranderende communicatiebehoeften zetten de markt voor UC en CCaaS op scherp. Tijdens een ChannelConnect Grotetafelgesprek deelden experts hun visie op technologie, cultuur en partnerschap.

De wereld van zakelijke communicatie verandert snel. Unified Communications (UC), UCaaS en CCaaS -verschuiven van traditionele beloplossingen naar -geïntegreerde platformen waarin applicaties, datastromen en klant(contact)processen samenkomen. Daarbij krijgen thema’s als compliance, data-eigenaarschap en AI-integratie steeds meer gewicht. Welke richting slaat de markt op? En wat betekent dat voor dienstverleners, partners, leveranciers en eindgebruikers? Tijdens een discussie op de ChannelConnect redactie in Hilversum bogen Joran Klarenbeek (Evolve IP), Robbert Klemkerk (Dstny), Jasper Maters (Audio-Codes), Johan van Oostveen (Pridis) en Dennis Schabracq (Steam-connect) zich over deze en andere vragen.

1: De term Unified Communications is achterhaald: alles draait inmiddels om integratie met businessapplicaties

De term Unified Communications (UC) is volgens sommigen nog springlevend, maar de invulling verandert zichtbaar. Robbert Klemkerk, Product ­Management & Development Director bij Dstny, ziet UC niet als iets van vroeger, maar juist als een overkoepelende kapstok waar steeds meer applicatie-integratie onder valt. Klemkerk: “De vraag is niet of, maar hoe je de veelheid aan informatiestromen op een werkbare manier aanbiedt.” Dstny ziet daar vooral een orkestrerende rol weggelegd, waarbij partners onmisbaar zijn. “Zeker bij grotere klanten die specifieke kennis vereisen.”

Ook Jasper Maters, Regional Sales Director bij Audio­Codes ziet die beweging. “De term Unified Communications is wat mij betreft niet achterhaald, maar de invulling verandert wel. UC wordt pas echt waardevol als communicatie volledig geïntegreerd is met de applicaties en processen die mensen dagelijks gebruiken. Of het nu gaat om sales, service of samenwerking, dáár zit de echte meerwaarde.”

Anderen benadrukken dat de waarde van UC sterk afhankelijk is van het marktsegment. In de onderkant van de markt blijven bellen en traditionele UC-­oplossingen voorlopig nog overeind, denkt Johan van Oostveen. Hij is CEO van Pridis. “Juist in het hogere segment verschuift de nadruk naar CRM- en ERP-integratie. Daar gaat communicatie over veel meer dan beschikbaarheid: het draait om directe koppelingen met sales- en serviceprocessen.”

Ook Joran Klarenbeek, Business Development ­Manager bij Evolve IP, ziet een beweging richting consolidatie en vereenvoudiging. Volgens hem ­worden traditionele belkanalen ingehaald door platformen waarin chat en video een grotere rol spelen. “Bellen zal blijven, maar raakt steeds meer ingebed in een multichannelstrategie waarin IT een regiefunctie vervult en streeft naar minder beheerlast.”

Bellen zal blijven, maar raakt steeds meer ingebed in een multichannelstrategie

Voor Dennis Schabracq, CEO van Steam-connect Group, is duidelijk dat UCaaS zijn relevantie grotendeels heeft verloren. In zijn visie ligt de toekomst bij CCaaS, waar alle externe communicatiekanalen ­worden gebundeld tot één dienst. “Vooral voor ­kleinere bedrijven moet dit laagdrempelig beschikbaar zijn.”

Klarenbeek onderschrijft dat punt: “Voor professionele externe communicatie zijn dashboards en rapportages essentieel geworden, en dat vraagt om andere tooling dan klassieke UC-oplossingen.” Het onderscheid tussen front- en backoffice wordt volgens hem steeds zichtbaarder. Hoewel Klemkerk erkent dat niet ­iedere organisatie CCaaS nodig heeft, ziet hij dat de veranderende communicatie­vormen de adoptie daarvan logisch ­maken. “Modulair opgebouwde plat­formen bieden daarbij uitkomst,” betoogt hij. Het blijkt een visie die ook door anderen gedeeld wordt. Uiteindelijk beweegt de markt richting uniforme oplossingen met routing, reporting en analytics als kern.

Waar communicatie ooit ging over ‘bereikbaar zijn’, draait het nu steeds vaker om inzicht: wat gebeurt er op al die kanalen? “Die integrale benadering maakt losse koppelingen over­bodig,” stelt Schabracq. “Alles moet in één platform samenkomen.” Wel blijft kwetsbaarheid bij uitval een punt van zorg. Dat is op te lossen met redundantie in kanalen en mobiele bereikbaarheid, zoals Van Oostveen toelicht. “Door social media zowel centraal als persoonlijk in te zetten, blijft de ­organisatie bereikbaar, ook als één ­kanaal wegvalt.”

2: Communicatie is onderdeel van een cultuur

Dat communicatie niet los te zien is van cultuur, daarover bestaat brede overeenstemming. Van Oostveen (Pridis) merkt op dat technologische mogelijkheden weinig betekenen als ze botsen met de heersende werkcultuur. “Mensen willen nog steeds direct antwoord, zeker in een professionele context. Technologie verandert dat niet fundamenteel.”

Waar organisaties tien jaar geleden vooral streefden naar bereikbaarheid, schuift de focus nu naar responsiviteit. Dit betekent volgens hem dat de vraag ‘ben ik echt beschikbaar?’ belangrijker wordt dan wachttijden of KPI’s. Klemkerk ­(Dstny) voegt daaraan toe dat communicatieoplossingen nog altijd verdeeld worden over IT en telecom, twee werelden met een eigen cultuur. “Het feit dat je nu kunt bellen via Teams of Zoom betekent niet dat bereikbaarheid eenvoudig te regelen is.”

Schabracq (Steam-connect Group) reageert met de vraag wat precies onder communicatie wordt verstaan. Zijn organisatie kijkt vooral naar de buitenkant: naar externe bereikbaarheid via CCaaS-functionaliteiten. “Voor ons is interne communicatie belangrijk, maar het heeft een ondersteunende functie.”

Toch verandert de besluitvorming rond communicatietools. Volgens Klarenbeek worden keuzes vaker samen met HR of medewerkers gemaakt. “De afname van hiërarchie en de krappe arbeidsmarkt zorgen ervoor dat gebruiksvriendelijkheid zwaarder weegt. De HR-afdeling speelt daarin een steeds actievere rol.”

Van Oostveen erkent dat: “Technologie is slechts een invulling van de werkwijze die door de organisatiecultuur wordt bepaald. Vaak ligt de lat van wat technologisch mogelijk is hoger dan wat de organisatie aankan. Dat vraagt om zorgvuldige afstemming per klant.”

Volgens Schabracq betekent dit vooral dat het onderwerp zich verplaatst van IT naar verander­management. Toch blijft volgens hem de functionele kant van CCaaS – vooral voor externe bereikbaarheid – de essentie.

De grens tussen intern en extern vervaagt echter. Medewerkers bewegen zich vaker tussen afdelingen of zelfs buiten de organisatie. Hierdoor vervalt het klassieke onderscheid. Klarenbeek (Evolve IP) ziet oplossingen ontstaan die niet meer vragen om een keuze tussen UCaaS en CCaaS, maar beide werelden combineren. “Front- en backoffice kunnen dan ieder hun eigen voorkeuren volgen, binnen één overkoepelend platform.”

Maters (AudioCodes) vult aan: “Goede klantcommunicatie stopt niet bij de afdeling of de voordeur van de organisatie. Het wordt steeds belangrijker dat medewerkers uit alle delen van het bedrijf, van front- tot backoffice, gemakkelijk kunnen samenwerken en over dezelfde informatie beschikken. Zo vergroot je de kans op snelle, persoonlijke én consistente service. Dat biedt kansen, want een standaardoplossing hoeft geen eenheidsworst te zijn.”

Veel organisaties maken een ­scheiding tussen externe en interne communicatie. Klarenbeek (Evolve IP) ziet dat klantcontact echt een aparte afdeling is binnen een organisatie, soms zelfs buiten het land. Tegelijkertijd is er bij kleinere bedrijven juist een voorkeur voor één geïntegreerde oplossing, waarbij zij zelf bepalen wie welke functionaliteit krijgt. Schabracq (Steam-connect Group) richt zich met zijn bedrijf uitsluitend op de buitenkant. Interne samenwerkingstools als Teams worden losgelaten. “Het draait bij ons om vaste, mobiele én digitale bereikbaarheid.

De discussie maakt duidelijk dat communicatie steeds vaker een culturele en organisatorische kwestie is. Technologie is er genoeg, maar of medewerkers ermee aan de slag gaan, hangt af van hoe goed het past bij de werkpraktijk.

3: Door hybride werken en telecomoplossingen verliezen managers grip op de cultuur en (informele) communicatie binnen organisaties.

Hybride werken en de beschikbaarheid van UC-oplossingen op afstand zorgen ervoor dat managers, zoals Van Oostveen ­(Pridis), moeite hebben om intern grip te houden. Veel organisaties keren daarom deels terug naar kantoor, al blijft remote ­werken technisch mogelijk. Maar dan rijzen vragen over beveiliging en compliance. Klarenbeek benadrukt het belang van flexibiliteit. “Werk en privé lopen in elkaar over, en werkgevers ­moeten daar ruimte voor bieden.” Zelf werkt hij volgens een schema dat aansluit op gezinsverantwoordelijkheden, en hij pleit voor meer vertrouwen in medewerkers.

Werk en privé lopen in elkaar over, en werkgevers ­moeten daar ruimte voor bieden

Dat vertrouwen kent echter grenzen. Schabracq stelt dat het niet vanzelfsprekend is dat mensen leveren wat ze beloven. Hij ziet dat controlemechanismen soms nodig zijn, zeker als de prestaties moeilijk meetbaar zijn. “Resultaatgericht werken biedt een uitkomst, maar vraagt wel om andere vormen van belonen.” Ook Van Oostveen signaleert dat zicht op werk is afgenomen. “In fysieke context is veel meer waarneembaar. Informele gesprekken na een overleg – die online zelden plaatsvinden – gaan verloren.”

Voor Klemkerk (Dstny) draait het om gezond verstand en professionaliteit. Hij wijst op recente ontwikkelingen bij bedrijven als KPN, waar medewerkers zelf hun vrije dagen inplannen. “Vertrouwen staat voorop, mits wederzijds.” Het spanningsveld tussen technologie, cultuur en verantwoordelijkheid is hiermee duidelijk. Informele communicatie via bijvoorbeeld chat of bij de koffieautomaat wordt vaak niet geregistreerd, maar is wel degelijk van invloed. Bij gevoelige onderwerpen kan dat tot problemen leiden als er geen duidelijk beleid is.

Maters (AudioCodes) ziet die spanning dagelijks terug. “Technologie verandert niet de cultuur binnen een organisatie, maar kan wel helpen om communicatie inzichtelijk en beheersbaar te ­maken. Zeker in een hybride werkomgeving, met verspreide teams en klantcontact op afstand, biedt een geïntegreerde ­oplossing houvast, zonder de menselijke factor uit het oog te verliezen.

4: Het belang van security en compliance wordt nog te vaak onderschat

Security en compliance zijn volgens Van Oostveen inmiddels standaardonderdelen van communicatieprojecten, zeker bij overheden. Toch heerst er nog veel onwetendheid. “Alles wordt vastgelegd – wat, wanneer, waar – maar veel gebruikers beseffen dat onvoldoende.”

Ook Schabracq (Steam-connect Group) ziet dat organisaties af willen van Amerikaanse aanbieders, al blijft dat lastig. “De grote spelers zijn nog altijd dominant in communicatie-oplossingen.”

Maters (AudioCodes) herkent die uitdaging. “Je volledig losmaken van grote leveranciers is niet altijd haalbaar, maar organisaties kunnen wél bewuster keuzes maken om risico’s te spreiden en hun security­positie te versterken.”

Klarenbeek (Evolve IP) herkent dat security bij grotere organisaties inmiddels eerder op tafel komt dan bereikbaarheid. “In het mkb daarentegen wordt er nog weinig aandacht aan besteed.” Volgens Schabracq moeten leveranciers daarom de verantwoordelijkheid nemen om klanten hierin mee te nemen. Europa loopt bovendien achter op het gebied van AI en data. Van Oostveen stelt dat duizenden manjaren aan ontwikkeling niet zomaar zijn ingehaald. “Toch biedt het gebruik van eigen data kansen,” vult ­Schabracq aan. “Daarin valt snel winst te boeken.”

Voorwaarden zoals encryptie en gespreksopslag zijn voor Van Oostveen vanzelfsprekend. Maar hij ziet nog vaak oude data of ongeschoonde back-ups. “De implementatie schiet tekort aan de klantzijde.” ­Klemkerk (Dstny) bevestigt dat veel mkb’ers nauwelijks met security bezig zijn, tot het fout gaat. ­Partners vragen inmiddels vaker naar ISO-certificeringen of DORA-compliance. Klarenbeek ziet daarin een trend die zich doorzet.

Toch blijft het probleem vaak niet technisch. Volgens Van Oostveen (Pridis) hebben leveranciers hun zaakjes meestal wel op orde. “De uitdaging zit in bewustwording en discipline bij klanten. Zolang security als kostenpost wordt gezien, blijft het kwetsbaar.”

5: Fixed Wireless Access breekt door

De kwaliteit van Fixed Wireless Access (FWA) is sterk afhankelijk van de omstandigheden. Van Oostveen (Pridis) noemt voorbeelden waarbij het prima werkt – zoals in een rotsachtig gebied in Noorwegen – maar in Nederland wisselt de ervaring. De oplossing mag dan draadloos zijn, betrouwbaarheid blijft essentieel.

In Nederland is glasvezel meestal beschikbaar, maar voor bouwplaatsen of vakantieparken kan FWA een praktisch alternatief zijn. Klemkerk (Dstny) wijst ook op toepassingen in moeilijk bereikbare binnensteden of bij kleinere bedrijven. “Daar kan een draadloze verbinding volstaan.”

Toch blijft FWA vooral geschikt als tijdelijke oplossing of back-up. Eén antenne voor een hele flat levert onvoldoende prestaties. Maar op een rustig gelegen vakantiepark werkt het prima, stelt Van Oostveen. Klarenbeek verwacht dat nieuwe technieken dit snel verbeteren.

Commerciële belangen spelen eveneens een rol. “Aanbieders zonder eigen netwerk, zoals Odido, zetten zwaarder in op FWA.” Volgens Schabracq (Steam-connect Group) zijn er al technieken beschikbaar om grote delen van Nederland draadloos te verbinden. “Het hangt vooral van ­businessmodellen af.”

Leveranciers trekken steeds meer diensten naar zich toe. Dat dwingt partners tot herpositionering: van reseller naar adviseur. Maters signaleert dat het onderscheid verschuift van infrastructuur naar applicaties die écht waarde toevoegen. “Daarmee verschuift ook de rol van leveranciers: het draait minder om de kabel, meer om de slimme laag erboven.” De rol van msp’s verandert. Klarenbeek (Evolve IP) ziet dat zij moeten kiezen tussen samen­werking of overname van expertise. Maar de relatie met de klant blijft doorslaggevend. “De klant zegt: regel jij het maar.”

6: We betalen te veel voor diensten die we nauwelijks gebruiken

De vraag hoeveel organisaties betalen voor functies die amper worden gebruikt, leidt tot verdeeldheid. Volgens Van Oostveen (Pridis) zijn de kosten per medewerker relatief bescheiden. “Vergeleken met vroegere tijden, toen honderden guldens per maand opgingen aan hardware en gesprekskosten, stelt een tientje meer of minder nu weinig voor. In verhouding tot loonkosten weegt het nauwelijks.”

Toch wringt het volgens Schabracq (Steam-­connect Group). Hij ziet dagelijks dat UC-platformen tal van ongebruikte functies bevatten. Interne chat, CRM-integratie of belgroepen worden vaak niet ingezet, terwijl er wel voor betaald wordt. Klemkerk (Dstny) bevestigt dat veel bedrijven werken met standaardprofielen zonder goed te analyseren wat daadwerkelijk nodig is.

Het probleem zit volgens Maters (AudioCodes) ook in de veranderende werkpraktijk. “Jongere medewerkers nemen hun eigen tools mee, ­gebruiken AI om notities te maken of informatie te bundelen. Dat leidt tot een wildgroei aan apps en communicatiekanalen. Zonder heldere beleidskaders raakt het overzicht snel zoek.” Duidelijke richtlijnen zijn noodzakelijk, stelt hij daarom. “Niet alleen om compliance te waarborgen, maar ook om efficiëntie en veiligheid te bevorderen.”

7: De sector omarmt AI in snel tempo

Ook het onderwerp AI duikt op. Klarenbeek (Evolve IP) merkt dat het in UC steeds meer draait om procesautomatisering. Gesprekken worden automatisch geanalyseerd, samengevat, en gekoppeld aan systemen zoals HR- of CRM-tools. Telefonie is dan slechts één element in een groter geheel. Als voorbeeld noemt hij sollicitatiegesprekken die automatisch worden beoordeeld. “AI bepaalt welke kandidaten geschikt zijn, terwijl de communicatie-omgeving de data aanlevert. Telefonie schuift naar de achtergrond; integratie en analyse worden leidend.”

Maters (AudioCodes) ziet daar juist kansen voor dienstverleners. AI-functies zijn technisch goed te integreren, mits dit veilig en compliant gebeurt. De uitdaging ligt in het controleren van gegevensstromen, niet in de technologie zelf. Volgens Van Oostveen (Pridis) zitten we nog in de beginfase. “Grote leveranciers waarschuwen voor overhaaste inzet van AI, maar de ontwikkeling versnelt. Zeker in serviceomgevingen is de impact al merkbaar.”

Klemkerk (Dstny) ziet dat met name grote organisaties al experimenteren. Ziekenhuizen en logistieke bedrijven lopen voorop. “Het mkb zal volgen,” verwacht hij. “Vooral als AI in staat blijkt eenvoudige klantvragen adequaat af te handelen.” De menselijke factor blijft belangrijk, daarover is men het eens. Maar als een bot het gesprek effectief kan voeren én netjes overdraagt aan een medewerker, accepteert de klant dat snel. Niemand wil twintig keer hetzelfde uit­leggen.

Schabracq (Steam-connect Group) onderstreept dat. “Als het werkt, maakt het voor de eindgebruiker weinig uit of die met een mens of machine spreekt. Maar geef de eindgebruiker een keus.”

8: De positie van grote platforms binnen zakelijke communicatie is dominant

Microsoft is volgens Van Oostveen (Pridis) stevig verankerd in de markt, maar de prijs ligt hoog. “Bedrijven die kiezen voor het volledige pakket – inclusief vaste netwerkintegratie – merken dat de kosten oplopen,” geeft hij aan. Van Oostveen ziet dat organisaties zich afvragen of ze alle functionaliteit wel nodig hebben, wat ruimte biedt voor alternatieven.

Daarnaast speelt de geopolitieke kant van deze platforms een steeds grotere rol. Het wantrouwen jegens Amerikaanse dataverwerking is toegenomen. Schabracq (Steam-connect Group) noemt het vertrouwen in de VS als dataveilige regio ‘onherstelbaar beschadigd’ zolang er geen beleidswijzigingen aan Amerikaanse zijde komen.

Daarmee komt de vraag op tafel of er voldoende Europese alternatieven bestaan. Die bieden nog niet dezelfde functionaliteit, is de consensus, maar gebruikers zijn mogelijk bereid concessies te doen voor meer grip op hun data. In het mkb leeft die gevoeligheid nog beperkt, stelt Klemkerk (Dstny). “In grotere organisaties, en zeker bij overheden, zijn certificeringen als ISO en DORA bepalend.” Klarenbeek (Evolve IP) bevestigt dat aanbestedingsbeleid steeds vaker eisen stelt aan datalocatie en leverancierskeuze. Verder ziet Klemkerk de positie van de grote platforms als een kans om hiermee samen te werken in plaats van tegen te vechten. “Goed integreren met deze dominante spelers biedt hiermee ook kansen.”

Toch is een volledige overstap naar Europese oplossingen geen eenvoudige opgave. Volgens Klarenbeek zou dat een ingrijpende exercitie zijn. Schabracq verwacht daarom een geleidelijke migratie, naarmate Europese aanbieders volwassen worden. Van Oostveen wijst op de schaalvoordelen van Amerikaanse partijen. Microsoft biedt een geïntegreerd ecosysteem waarin alle onderdelen naadloos samenwerken. Klarenbeek vult aan dat Microsoft al sinds 2016 geregistreerd is als telecombedrijf, met groeiende invloed via direct routing en Teamsintegratie voor mobiel gebruik.

Tegelijk vormt de competitieve Nederlandse markt een drempel. Maters (AudioCodes) ziet dat Microsoft moeite heeft om het mkb te veroveren. “Klanten zoeken toegevoegde waarde, niet alleen een bundel software.” Volgens hem liggen de kansen bij geïntegreerde UC- en contactcenteroplossingen die goed gepositioneerd zijn.

Ook Van Oostveen gelooft dat Microsoft zijn geld niet verdient met Teams of voice, maar met brede cloudabonnementen. “De communicatiecomponent is te gespecialiseerd en marginaal om er veel aandacht aan te besteden. Leveranciers zoeken dus naar manieren om telecomdiensten op te nemen in bredere platformen, zonder in een prijsval te lopen.”

De blijvende waarde van het partnerkanaal

Partners houden volgens Schabracq (Steam-connect Group) een duidelijke rol. “Zeker in het mkb ontbreekt vaak de kennis om pakketten goed te configureren. Daar springt de adviseur in – iemand die weet wat nodig is, die vertaalt, begeleidt en implementeert. Juist in het mkb-segment is de partner degene die begrijpt wat er nodig is, omdat de klant het zelf niet overziet.”

Maters (AudioCodes) bevestigt dat. Klanten willen best betalen voor meerwaarde, zolang het aanbod duidelijk en specifiek is. “Je moet weten wie je klant is, wat hij écht nodig heeft, en dat heel precies aanbieden.” Alleen dan maakt een reseller het verschil in een markt die steeds meer richting standaardisatie beweegt.

Van Oostveen (Pridis) sluit af met een observatie over de kracht van relatie. Een lokale partner die lid is van de plaatselijke businessclub of Rotary, heeft volgens hem vaak meer invloed op klantbeslissingen dan een anonieme leverancier ooit zal hebben. “De klant vertrouwt op zijn adviseur. Die zegt: ik weet niet wat ik moet kiezen, regel jij het maar.” Juist dat vertrouwen maakt het partnerkanaal – ondanks de dominantie van grote platforms – springlevend.

Ook Klarenbeek (Evolve IP) onderstreept de strategische rol van partners. “Soms vraagt de klant om Microsoft, soms om Webex of een andere oplossing. De kern is dat wij de nummers kunnen leveren en het verkeer betrouwbaar afwikkelen. Welke applicatie je daar bovenop plaatst, is dan eigenlijk secundair.” De partner weet wanneer het tijd is voor standaardisatie en wanneer maatwerk nodig is.

Klemkerk (Dstny) ziet partners als bruggenbouwers tussen klantbehoefte en technologie. Hij stelt dat partners een leidende rol spelen in bewustwording en adoptie. “Wij moeten die klanten meenemen. Zeker in het mkb gebeurt het anders niet.” Het gaat daarbij niet alleen om techniek, maar ook om zaken als security, compliance en verantwoord gebruik.

Voor Van Oostveen zit de meerwaarde van partners in hun vermogen om te orkestreren: om applicaties en systemen samen te brengen tot een werkbaar geheel, aangepast aan het klanttype. “Het is niet één platform dat alles oplost, het is hoe je het platform inzet. En dat vereist klantkennis.”

Zo ontstaat een beeld van een kanaal in transitie: van verkoper van losse diensten naar strategisch adviseur. De technologie mag dan gestandaardiseerd raken, de manier waarop die bij de klant landt, is dat allerminst. In die vertaalslag ligt de kracht van de partner – vandaag misschien wel meer dan ooit.

Steam-connect wil met zijn CCaaS-platform nadrukkelijk het mkb bedienen, via partners. De softwareleverancier richt zich daarom op telecom- en IT-dienstverleners die hun klanten meer willen bieden dan alleen een telefooncentrale. Company Connect is zo’n partner. Directeur Angelino Siahaija vertelt hoe hij het platform inzet om toegevoegde waarde te leveren aan zijn klanten én zijn portfolio te versterken. “Veel mkb’ers denken dat ze klantcontact best goed geregeld hebben. Tot je ziet hoe versnipperd het is.”

Klantcontactsoftware is al lang niet meer het exclusieve domein van grote callcenters. Toch zien veel mkb’ers een professionele CCaaS-oplossing nog altijd als ‘te veel van het goede’, of ze zijn simpelweg niet op de hoogte dat het ook anders kan. “Veel eindklanten denken dat ze hun klantcontact prima op orde hebben, maar werken in de praktijk nog met twaalf openstaande vensters op drie schermen,” vertelt Siahaija. “Dat kan echt anders.”

Vorig jaar kondigde Steam-connect aan het partnerkanaal actief te willen betrekken bij de verkoop van zijn oplossingen voor klantcontact. Inmiddels zijn de eerste samenwerkingen een feit, waaronder die met Company Connect. Dennis Schabracq, algemeen directeur bij Steam-connect: “We hebben in dat eerdere artikel de deur naar partners opengezet. Dit is het moment om te laten zien dat het werkt. Samen met partijen zoals Company Connect bouwen we aan een ecosysteem waarin mkb-klanten profiteren van professionele klantcontactoplossingen, zonder de complexiteit of kosten van traditionele callcentersoftware.”

We bouwen aan een ecosysteem waarin mkb-klanten profiteren van professionele klantcontactoplossinge

Customer experience als groeimotor

Voor Angelino Siahaija, directeur van Company Connect, is het ver-beteren van de customerexperience een strategische keuze. “Telefooncentrales zijn steeds meer een commodity geworden. Iedereen heeft er wel een, iedereen roept dat het ‘goed geregeld’ is. Maar juist daar ligt voor ons het onderscheidend vermogen: met Steam-connect kunnen we partners én eindklanten helpen om de klantervaring structureel te verbeteren én daar groei uit te halen.”

Hij noemt concrete voorbeelden: “Met de kwaliteitsmonitoring kun je eenvoudig gesprekken beoordelen, scores koppelen aan klantinteracties en zien waar verbetering mogelijk is. En dan hebben we het nog niet eens over de AI-functionaliteiten, waarmee je inzichten kunt genereren die anders verborgen blijven. Dat helpt mkb-klanten vooruit, ze hoeven zelf niet te investeren in AI-oplossingen, en geeft ons als partner een extra waardepropositie.”

Meer dan een telefonieplatform

Wat Steam-connect levert, is nadrukkelijk geen standaard telefonieplatform. “Als ik zeg dat we een UC-platform hebben, dan denken partners meteen: oh, dan ga je concurreren met bestaande UCaaS-leveranciers. Maar dat doen we dus niet,” zegt Schabracq. “Onze kracht zit juist in het contactcenter-as-a-service-gedeelte: alle vormen van klantcontact, van WhatsApp en social media tot e-mail en telefonie, samengebracht in één omgeving. Dat is iets wat traditionele UCaaS-platforms niet of nauwelijks bieden.”

Onze kracht zit juist in het contactcenter-as-a-service-gedeelte

De software van Steam-connect is, onder andere via Company -Connect, inmiddels actief bij een groeiend aantal mkb-klanten. “We bieden een oplossing die voorheen alleen bereikbaar was voor bedrijven met een dedicated contactcenter,” legt Siahaija uit. “Wat we nu zien, is dat je ook met kleinere teams, zelfs met maar twee of drie medewerkers, veel kunt automatiseren en structureren. Dat bespaart tijd en voorkomt fouten. En dat is precies wat het mkb nodig heeft.”

Templates als versneller

Om de instapdrempel voor partners zo laag mogelijk te houden, levert Steam-connect kant-en-klare sjablonen voor veelvoorkomende use cases. “We hebben bijvoorbeeld templates voor mkb’ers die actief zijn op social media, of juist vooral via e-mail communiceren,” zegt Schabracq. “Die standaardconfiguraties kunnen door partners direct worden ingezet en vervolgens verder worden aangepast aan de specifieke situatie van de klant.”

Die standaardconfiguraties kunnen door partners direct worden ingezet

Voor Siahaija is dat een groot voordeel. “Die templates maken het makkelijk om snel te starten. Als partner hoef je niet alles zelf opnieuw uit te vinden. En belangrijker nog: het maakt de oplossing betaalbaar voor de eindklant. Want die heeft meestal geen zin in een langdurig implementatietraject.”

Alle kanalen in één scherm

Een van de grootste voordelen die Company Connect ziet, is het overzicht. “Veel mkb-bedrijven denken dat ze hun klantcontact onder controle hebben,” zegt Siahaija. “Totdat je ziet dat medewerkers met heel veel vensters tegelijk werken: een CRM-systeem, een mailbox, WhatsApp op de mobiel, een telefooncentrale, een apart chatsysteem. En ondertussen zoeken ze naar een offerte of een eerder contactmoment. Steam-connect brengt alles samen op één plek. Dat scheelt tijd, fouten en frustratie.”

Steam-connect brengt alles samen op één plek

Die integratie is volgens Schabracq ook technisch goed geregeld. “We koppelen met CRM-systemen, ERP-oplossingen, zelfs met SAP of Exact. Dat betekent dat je bij elk inkomend contact direct alle relevante informatie voor je hebt. En je handelt elk kanaal af op dezelfde manier.”

De samenwerking tussen Steamconnect en de partners gaat volgens Schabracq verder dan alleen technologie. “We nemen partners bij de hand. Van marketingmateriaal en positionering tot training en onboarding, alles is erop gericht om onze partners succesvol te maken. Dat is essentieel, want voor veel partners is dit een nieuw terrein.”

We nemen partners bij de hand

Siahaija bevestigt dat. “Zeker in hetbegin hadden we behoefte aan begeleiding. Hoe positioneer je dit richting je klanten? Wat zijn de juiste verkoopargumenten? Steam-connect levert niet alleen de tooling, maar ook de ervaring en ondersteuning die je nodig hebt om dit goed in de markt te zetten.”

Een nieuwe loot aan de boom

Company Connect heeft meerdere producten in het portfolio, waaronder ook andere telefonie-oplossingen. De samenwerking met Steam-connect voegt daar volgens Siahaija iets wezenlijks aan toe. “Het is niet ‘meer van hetzelfde’. Het is echt een andere categorie: klantcontactsoftware die verder gaat dan bellen en gebeld worden. En dat kunnen we nu ook in het mkb-segment aanbieden.”

Hoewel AI bij veel bedrijven nog weerstand oproept – zeker als het gaat om ‘robotstemmen’ – is de technologie inmiddels op meerdere vlakken geïntegreerd in Steam-connect. “AI is veel meer dan een spraakbot,” zegt Siahaija. “Het zit ook in de kwaliteitsbewaking, in automatische analyses. Dat zijn toepassingen die het werk van de medewerker juist makkelijker maken.”

Volgens Schabracq is dat precies de insteek: “We zetten AI in om de medewerker te ondersteunen, niet om die te vervangen. Denk aan snellere toegang tot informatie, suggesties tijdens het gesprek, automatische samenvattingen. En ook voor het management is het waardevol: je krijgt inzicht in klantgedrag, afhandeltijden, tevredenheidsscores.”

Een terugkerend misverstand is dat je voor deze software een volledig bemand callcenter nodig zou hebben. “Dat is echt niet zo,” zegt Schabracq. “We hebben klanten met vijf medewerkers die er enorm veel baat bij hebben. Klantcontact is er altijd – of je nu een fietsenwinkel bent of een juridisch advieskantoor. De vraag is: hoe organiseer je dat efficiënt?”

Daar ligt volgens hem ook de kans voor partners. “Als je alleen een telefooncentrale verkoopt, dan zit je in een verzadigde markt. Maar als je een oplossing biedt waarmee je klant écht beter contact heeft met zijn klant – dan voeg je waarde toe. En daar kun je marge op maken.”

De timing is perfect

De timing voor deze boodschap is volgens Schabracq gunstig. “De zomer is voor veel bedrijven het moment om na te denken over verbeteringen en vernieuwingen. In september barst het weer los, dan moet alles klaar zijn. Juist nu is het interessant om als partner met klanten in gesprek te gaan: waar liggen kansen om het klantcontact te verbeteren? En hoe kun je dat eenvoudig en betaalbaar doen? Er ligt geld op straat,” besluit Schabracq. “Je hoeft het alleen maar op te rapen.”

Juist nu is het interessant om als partner met klanten in gesprek te gaan

De subsidieregeling Mijn Cyberweerbare Zaak (MCZ) van het Digital Trust Center (DTC) is in 2024 volledig benut. Binnen vier maanden vroegen ruim 1.300 ondernemers samen voor meer dan 1,3 miljoen euro aan subsidie aan, terwijl het beschikbare budget op 1 miljoen euro was vastgesteld.

De regeling ondersteunt kleine bedrijven en zzp’ers bij het nemen van maatregelen om hun digitale weerbaarheid te verbeteren. De MCZ-pilot startte in 2023 met een budget van 300.000 euro en werd in 2024 opnieuw opengesteld, met een hoger budget en op basis van een positieve evaluatie. De regeling vergoedt maximaal 1.250 euro per ondernemer, gelijk aan 50 procent van de kosten voor aanschaf en implementatie van cyberveiligheidsmaatregelen.

Populaire maatregelen en sectoren

In totaal ontvingen 1.054 ondernemers subsidie. Het overgrote deel (91 procent) vroeg de subsidie zelfstandig aan; 9 procent deed dat via een tussenpersoon. Volgens het DTC bevestigt dit dat de regeling laagdrempelig is en de beoogde doelgroep bereikt.

De meest gekozen maatregel was veilige netwerktoegang en wifi (27 procent van de aanvragen), gevolgd door back-upinstellingen en -tests (19 procent) en cyberbewustwordingstrainingen (13 procent). Ook risico-inventarisatie, antivirussoftware, tweefactorauthenticatie, patchmanagement en wachtwoordmanagers werden veel genoemd.

De subsidie werd vooral aangevraagd door dienstverlenende sectoren, zoals Informatie en Communicatie (16 procent) en zakelijke dienstverlening (15 procent). De categorie ‘Overige dienstverlening’ ontving met 24 procent het grootste deel van het budget.

Effect op ondernemers

Uit een evaluatie blijkt dat de subsidie ondernemers stimuleerde om sneller maatregelen te nemen: 56 procent geeft aan dat zij hierdoor eerder actie ondernamen. Daarnaast gaf 63 procent aan dat zij meer hadden willen investeren als het subsidiebedrag hoger was.

Veel ondernemers baseerden hun keuze op de CyberVeilig Check van het DTC. Deze gratis online tool werd door 71 procent van de aanvragers gebruikt om te bepalen welke maatregelen nodig waren.

Het DTC en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) werken aan een nieuwe subsidieronde voor 2025. Verdere details over het budget en de voorwaarden worden later bekendgemaakt op de website van het DTC.

NTT DATA en Eurofiber gaan samenwerken om een nieuwe beheerde private 5G-dienst aan te bieden aan bedrijven in Nederland. De dienst, onder de naam Connected Workspace, wordt vanaf september op de markt gebracht en stelt organisaties in staat om via een abonnementsmodel gebruik te maken van een eigen private 5G-netwerk.

De dienst richt zich op bedrijven die behoefte hebben aan mobiele netwerken met hoge snelheid en schaalbaarheid, zonder zelf te investeren in aanleg en beheer. Volgens Eurofiber sluit de samenwerking aan op de toenemende vraag naar beheerde private netwerken. “Door onze infrastructuur te combineren met de kennis van NTT DATA kunnen we bedrijven een schaalbare oplossing bieden die eenvoudig aanpasbaar is aan hun situatie,” zegt Paul Naastepad, managing director Eurofiber Nederland.

De belangstelling voor private mobiele netwerken neemt de afgelopen jaren toe, vooral in sectoren waar betrouwbaarheid en veiligheid van draadloze verbindingen cruciaal zijn. Private 5G-netwerken bieden bedrijven een alternatief voor publieke mobiele netwerken en voor wifi, met voordelen op het gebied van bandbreedte, dekking, latency en controle over de eigen data.

In tegenstelling tot wifi-netwerken zijn private 5G-oplossingen geschikt voor grootschalige industriële omgevingen, met ondersteuning voor een groter aantal apparaten en een hogere mate van beveiliging en segmentatie. Ook kan het netwerk beter worden afgestemd op specifieke toepassingen, zoals geautomatiseerde productie, logistiek en bedrijfskritische communicatie.

Het aanbieden van private 5G als beheerde dienst verlaagt voor veel bedrijven de drempel om in te stappen. In plaats van zelf te investeren in spectrumlicenties, hardware en expertise, kunnen zij via een abonnementsmodel gebruikmaken van een netwerk dat volledig wordt ingericht en beheerd door een leverancier of dienstverlener.

Ook NTT DATA benadrukt de rol van private 5G bij de verdere digitalisering van organisaties. “Met deze dienst krijgen bedrijven meer grip op hun mobiele netwerken, terwijl het beheer volledig door ons wordt verzorgd,” zegt Jeroen van Hamersveld, managing director van NTT DATA Nederland. De dienst wordt in eerste instantie in Nederland uitgerold.

Pax8 breidt zijn Guided Growth-programma uit met een nieuw traject gericht op data en kunstmatige intelligentie (AI). De cloud marketplace wil hiermee managed service providers (MSP’s) helpen om AI-toepassingen effectiever te integreren in hun dienstverlening aan mkb-klanten. Doel is om drempels weg te nemen die verdere groei van mkb’s met behulp van AI in de weg staan.

“Met Data & AI Guided Growth onderstrepen we onze toewijding aan innovatie, kwaliteit en de focus op partners,” zegt Craig Donovan, Chief Experience Officer bij Pax8. “Het nieuwe onderdeel is een strategisch hulpmiddel om ons partnerkanaal verder te ontwikkelen. Terwijl onze partners de overgang maken van servicemanagement naar Managed Intelligence, bieden wij ze de middelen en ondersteuning om AI-gesprekken te leiden en toegevoegde waarde te leveren aan hun mkb-klanten.”

Het programma start met een assessment dat inzicht geeft in de huidige positie van een MSP op het gebied van AI. Op basis daarvan krijgen deelnemers een stappenplan aangereikt waarmee zij gericht kunnen werken aan het inzetten van AI-oplossingen, variërend van procesoptimalisatie tot geavanceerde automatisering en business intelligence.

Het traject is opgebouwd uit vijf fases: het begrijpen van best practices, het op maat maken van oplossingen, draagvlak creëren, implementatie en het meten van resultaten. Pax8 biedt MSP’s hiermee een concreet en gestructureerd pad om AI strategisch in te zetten voor hun mkb-klanten, met nadruk op praktische toepassing, meetbare impact en groeipotentieel.

Cisco heeft Gordon Thomson benoemd tot President voor de regio Europa, Midden-Oosten en Afrika (EMEA), met ingang van 28 juli 2025. In zijn nieuwe rol rapporteert hij rechtstreeks aan Oliver Tuszik, Executive Vice President Global Sales en Chief Sales Officer.

Thomson werkt al 27 jaar bij Cisco en bekleedde diverse functies binnen de EMEA-organisatie. Meest recent was hij Senior Vice President Service Provider EMEA, waar hij zich richtte op groei door in te spelen op de toenemende vraag naar cloudoplossingen en geavanceerde netwerktechnologieën.

Met de aanstelling van Thomson wil Cisco inspelen op de groeiende behoefte bij organisaties in de regio aan controle over digitale infrastructuur en dataveiligheid. Daarbij speelt de adoptie van AI een centrale rol. Cisco verwacht dat de strategische ervaring van Thomson en zijn sterke relaties met klanten en partners bijdragen aan verdere versnelling van digitale transformatie binnen het mkb en daarbuiten.

Cisco is in EMEA actief in 64 landen en werkt daar samen met 15.000 partners. Het bedrijf heeft engineeringteams en innovatiecentra in 34 landen en ondersteunt meer dan 1.200 digitaliseringsprojecten. Ook speelt Cisco met zijn Networking Academy een belangrijke rol in het verkleinen van de digitale vaardigheidskloof: sinds de start zijn bijna 9 miljoen mensen in 121 landen opgeleid.

Kaseya heeft zijn 365-portfolio uitgebreid met Ops, een suite met vijftig vooraf ingebouwde automatiseringen. Daarmee speelt het bedrijf in op de behoefte van msp’s om processen efficiënter, consistenter en schaalbaarder in te richten. Hans ten Hove van Kaseya legt het uit.

Voor veel managed serviceproviders is automatisering een strategische noodzaak. Taken als klantonboarding, toegangsbeheer en softwareconfiguraties zijn arbeidsintensief, foutgevoelig en dragen weinig bij aan de meerwaarde die je als msp aan klanten wilt leveren. De combinatie van personeelsschaarste, -hogere klant-verwachtingen en groeiende compliance-eisen dwingen om deze processen verder te stroomlijnen.

Volgens Hans ten Hove, Area Vice -President Continental Europe van Kaseya, is de tijd rijp om automatisering serieuzer aan te pakken. “We hebben gekeken naar de handelingen die het meeste tijd kosten of de grootste risico’s opleveren. Juist daar kun je veel winnen, qua efficiëntie en kwaliteit.”

De nieuwe Ops-variant van Kaseya 365 bevat vijftig vooraf geconfigureerde automatiseringen, gericht op operationele taken die bij vrijwel elke msp terugkomen. Het pakket is opgebouwd rond Kaseya’s bestaande platform, waarin inmiddels meer dan tweeduizend interne koppelingen zijn gerealiseerd tussen tools als RMM, Autotask en IT Glue.

De nieuwe Ops-variant van Kaseya 365 bevat vijftig vooraf geconfigureerde automatiseringen

“Een ransomwaremelding in RMM kan automatisch een ticket aanmaken in Auto-task,” geeft Ten Hove als voorbeeld. “Die koppeling kan meteen de juiste documentatie ophalen en indien nodig een herstelactie starten. Alles zonder dat iemand van scherm hoeft te wisselen.”

Kaseya 365

De 365-lijn bestaat nu uit drie suites: Endpoint, User en Ops. Elk van deze pakketten bevat meerdere toepassingen en een bijbehorende set automatiseringen. De selectie is gebaseerd op gebruiksdata van tienduizenden Kaseya partners wereldwijd.

Naast operationele winst is er volgens Ten Hove nog een andere reden waarom automatisering hoog op de agenda staat: druk op marges. “Veel msp’s nemen genoegen met een marge die eigenlijk veel groter zou kunnen zijn. Door taken te standaardiseren en te automatiseren, ontstaat ruimte om te groeien zonder dat je personeelskosten exponentieel toenemen. Dat maakt je model schaalbaarder en minder kwetsbaar.”

Door taken te standaardiseren en te automatiseren, ontstaat ruimte om te groeien

Kaseya combineert automatisering bovendien met data-analyse via zijn eigen AI-engine, CooperAI. Deze tool kijkt naar het gebruik van Kaseya oplossingen in duizenden omgevingen en doet aanbevelingen voor optimalisatie. Die suggesties worden inmiddels in de praktijk door veel partners toegepast.

“Automatisering is de basis,” zegt Ten Hove. “Maar AI kan helpen om nóg slimmer te werken. Door te leren van anderen zie je sneller waar je processen kunt verbeteren of waar handwerk onnodig is geworden.”

AI kan helpen om nóg slimmer te werke

Met de introductie van Kaseya 365 Ops wil het bedrijf de stap naar geautomatiseerde, schaalbare msp-dienstverlening verder versnellen. “De uitdagingen in deze markt vragen om slimme oplossingen. Daarin kunnen automatisering en AI elkaar versterken. Efficiëntie is de sleutel,” besluit Ten Hove. “En die sleutel leveren wij mee, standaard ingebouwd.”

Nederland neemt een vooraanstaande positie in als het gaat om 5G-adoptie en gebruikerservaring binnen Europa. Dat blijkt uit het nieuwste European Crowdsourcing Report van MedUX.

Uit het rapport blijkt dat Nederlandse gebruikers gemiddeld 73% van de tijd verbonden zijn met 5G, aanzienlijk hoger dan het Europese gemiddelde van 48%.

Binnen de Benelux volgt Luxemburg met 68% 5G-connectiviteit, terwijl België met 45% onder het Europese gemiddelde blijft. Tegelijkertijd blijkt uit het rapport dat het grootste deel van de 5G-dekking in de regio nog uit ‘basis 5G’ bestaat. De inzet van snellere C-Band-frequenties (3,4-3,7 GHz) ligt in Nederland op 24%, waarmee er ruimte is voor verdere verbetering in prestaties en innovatiemogelijkheden.

Nederland scoort ook hoog op het gebied van gebruikerservaring, met goede prestaties op streaming, gaming en sociale media. De uploadsnelheden liggen boven de 22 Mbps, downloadsnelheden boven de 100 Mbps, en latenties blijven laag, met minder dan 45 ms voor gamingtoepassingen. Daarmee behoort Nederland tot de top vijf van Europese landen voor 5G-gebruikservaring.

Volgens MedUX is er nog altijd een kloof tussen de ambities van de Europese Unie voor 2030 en de werkelijke 5G-ervaring van gebruikers. “Hoewel 5G in heel Europa wijdverspreid is, is echt hoogwaardige 5G niet universeel. Uit onze gegevens blijkt dat slechts een paar landen, waaronder Nederland, 5G zien opkomen als de voornaamste toegangstechnologie”, aldus MedUX-CEO Luis Molina.

De nieuwe Cyberbeveiligingswet (Cbw), die de Europese NIS2-richtlijn implementeert, kan indirect gevolgen hebben voor toeleveranciers van organisaties in kritieke sectoren. Dat blijkt uit een flitspeiling van het Digital Trust Center (DTC) onder leveranciers, uitgevoerd in september 2024.

Uit het onderzoek blijkt dat zes op de tien toeleveranciers die bekend zijn met NIS2 ten onrechte denken dat de regels rechtstreeks op hen van toepassing zijn. De wet legt formeel geen verplichtingen op aan toeleveranciers, maar in de praktijk kunnen zij wel extra eisen krijgen opgelegd door hun klanten.

De Cbw, die inmiddels naar de Tweede Kamer is gestuurd, verplicht circa 8.000 organisaties in kritieke sectoren hun digitale veiligheid op orde te brengen en hun toeleveringsketen te beveiligen. Organisaties moeten risico’s in de keten inventariseren en passende, evenredige maatregelen treffen om die te mitigeren.

Daarbij geldt een brede risicoanalyse (‘all hazards approach’), die niet alleen digitale, maar ook fysieke beveiliging omvat. Toeleveranciers die ICT-componenten leveren, toegang hebben tot systemen of diensten leveren die verbonden zijn met netwerk- en informatiesystemen van een Cbw-organisatie, kunnen door hun opdrachtgever worden aangesproken op hun beveiliging.

Toeleveranciers vallen zelf niet onder toezicht van de Cbw en hoeven geen verantwoording af te leggen aan toezichthouders. Wel kunnen zij door hun klanten gevraagd worden bewijs te leveren van genomen maatregelen. Er bestaat geen verplicht keurmerk of certificaat voor toeleveranciers; welke maatregelen nodig zijn, hangt af van de specifieke risico’s.

Het DTC roept toeleveranciers op zich alvast voor te bereiden door hun digitale weerbaarheid te verhogen. De vijf basisprincipes van digitale weerbaarheid kunnen daarbij als uitgangspunt dienen. Ook adviseert het DTC om als ketenpartners met elkaar in gesprek te gaan, afspraken vast te leggen en gezamenlijk incidenten voor te bereiden.

Vrouwelijk leiderschap in de Nederlandse techsector geeft het werkklimaat een 6,9: “Het wordt beter, maar het blijft een mannenwereld”. Ruim zeven op de tien vrouwen geeft aan uitdagingen, waaronder genderdiscriminatie, te hebben ervaren op het pad naar hun positie als leider. Dat blijkt uit onderzoek uitgevoerd door AND Digital onder 240 vrouwelijke leiders werkzaam in de Nederlandse techsector.

Gendergelijkheid in leiderschapsposities is een thema dat nog altijd op de voorgrond staat in het bedrijfsleven. Over het geheel is 64 procent van de respondenten van mening dat leiderschapsposities nu daadwerkelijk toegankelijk zijn voor zowel vrouwen als mannen op basis van capaciteiten, ervaring en kwalificaties.

Toch blijkt genderdiscriminatie nog steeds een relevant thema. Hoewel 42 procent zegt dat ze nooit genderdiscriminatie hebben waargenomen, zag 37 procent het juist meerdere keren gebeuren. Ook op persoonlijk vlak zijn de ervaringen significant: slechts een derde (36%) van de respondenten geeft aan nooit persoonlijk genderdiscriminatie op de werkvloer te hebben ervaren, terwijl twee op de vijf aangeven dit herhaaldelijk te hebben meegemaakt.

Hoewel er meldpunten bestaan voor discriminatie en deze gemiddeld een 6,9 voor toegankelijkheid en een 6,8 voor effectiviteit scoren, blijft het vertrouwen in de daadwerkelijke impact beperkt. Zoals een respondent opmerkt: “Er zijn genoeg kanalen, maar ik weet niet zeker of ze effectief zijn.” Een andere getuigenis luidt: “Pesterijen werden nooit onderzocht door HR, omdat het argument was dat er geen getuigen waren. Men voelde zich niet beschermd.”

Campagnes die organisaties opzetten ter bevordering van vrouwelijk leiderschap lijken wel hun vruchten af te werpen, met een gemiddelde beoordeling van 7/10. Maar er is behoefte aan verbetering. Hoewel bijna driekwart (74%) van de deelnemers zich gesteund voelt door hun werkgever in hun professionele groei, vindt 65 procent dat er nog meer gedaan kan worden voor alle werknemers.

Ook op het gebied van werving en promotie zijn de ervaringen verdeeld. Meer dan drie op de vijf (62,9%) geeft aan dat hun werkgever succesvol is in het werven van vrouwelijk talent, maar slechts 56 procent vindt dat het wervingsbeleid ook daadwerkelijk is afgestemd op gendergelijkheid. Een respondent omschrijft: “Ze trekken weliswaar vrouwelijk talent aan, maar de mannelijke rollen zijn beter.”