Martin Jan Hurenkamp is onlangs gestart als hoofd van het Digital Trust Center (DTC), onderdeel van het ministerie van Economische Zaken. Hij neemt het stokje over van Michel Verhagen, die in december met pensioen gegaan is.

Hurenkamp neemt jarenlange ervaring mee op het gebied van digitale innovatie en publiek-private samenwerking. Dit heeft hij opgedaan bij onder andere de directie Digitale Economie en het Nationaal Groeifonds.

Jos de Groot, directeur Digitale Economie bij het ministerie van Economische Zaken: “Ik ben erg blij met de benoeming van Martin Jan tot manager van het Digital Trust Center. Met al zijn kennis en ervaring op het gebied van digitale innovatie is hij de aangewezen kandidaat om het stokje van Michel Verhagen over te nemen.”

In zijn nieuwe rol richt Hurenkamp zich op het versterken van de Nederlandse digitale weerbaarheid. Daarbij legt hij de nadruk op intensieve samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. “Grote maatschappelijke opgaven zoals digitale veiligheid kunnen alleen worden gerealiseerd door gezamenlijk op te trekken en intensief samen te werken,” zegt Hurenkamp. “Wat mij aanspreekt aan het DTC is dat deze manier van werken diep in het DNA van de organisatie zit. Het DTC denkt vanuit de belevingswereld van bedrijven en organisaties en biedt concrete ondersteuning gericht op de doelgroep. Ik ben in korte tijd zeer onder de indruk geraakt van de expertise en drive van de collega’s die dagelijks hard werken aan digitale weerbaarheid.”

Ook internationale ontwikkelingen, zoals de oorlog in Oekraïne, spelen een belangrijke rol in zijn motivatie voor de nieuwe functie als manager van het DTC. “De dreigingen die deze ontwikkelingen met zich meebrengen, benadrukken de urgentie van digitale veiligheid in Nederland. Ik kijk ernaar uit om vanuit mijn rol bij het DTC een bijdrage te leveren aan de weerbaarheid van ons land. Daarbij biedt de aanstaande integratie met het NSCS een prachtige kans om samen te bouwen aan de cybersecurityorganisatie van Nederland.”

Uit een onderzoek van Pegasystems Inc blijkt dat werknemers positief zijn over het gebruik van AI-agents op de werkvloer. Toch heerst er ook bezorgdheid over de betrouwbaarheid en kwaliteit van deze technologie, wat de brede adoptie ervan kan vertragen.

Volgens het onderzoek staat 57% van de werknemers open voor het gebruik van AI-agents, en maakt 58% hier al gebruik van. Vooral het automatiseren van saaie en repetitieve taken wordt gewaardeerd (41%), net als het verminderen van tijdverlies bij het zoeken naar informatie (36%) en het snel samenvatten van vergaderingen (34%). Deze voordelen maken AI aantrekkelijk, vooral bij taken waar mensen weinig toegevoegde waarde ervaren.

Toch blijven zorgen een rol spelen. Bijna een derde van de respondenten maakt zich zorgen over de kwaliteit van AI-gegenereerd werk (33%) en vindt dat AI menselijke intuïtie en emotionele intelligentie mist (32%). Daarnaast twijfelt 30% aan de nauwkeurigheid van antwoorden die door AI worden gegenereerd.

Optimisme en verbeterpunten
Ondanks deze twijfels is er optimisme over de toekomst: 46% verwacht dat AI de komende vijf jaar een positieve impact zal hebben op hun werk, terwijl slechts 13% negatieve gevolgen voorziet. Werknemers noemen vooral de behoefte aan nauwkeurigere en betrouwbaardere AI (42%), betere training in het gebruik van AI-tools (39%) en meer transparantie over hoe AI beslissingen neemt (33%) als belangrijke verbeterpunten.

Don Schuerman, CTO van Pega, benadrukt dat bedrijven strategisch en transparant moeten omgaan met AI-integratie. “Door AI slim te combineren met goede training en inzicht in de technologie kunnen organisaties het vertrouwen van werknemers vergroten en de voordelen van AI maximaal benutten.”

Volgens Peter van der Putten, Lead Scientist bij Pega, zien werknemers steeds realistischer wat AI kan bieden. “AI-agents moeten werk eenvoudiger maken, niet overnemen wat mensen zelf willen doen. Vooral agents die informatie uit verschillende bronnen combineren, zullen een belangrijke rol spelen vanwege het lage risico.”

Voor dit onderzoek ondervroeg Pega meer dan 2.100 werkende volwassenen in de VS en het VK die digitale apparaten gebruiken tijdens hun werk. Onder ‘AI-agents’ worden softwareprogramma’s of tools verstaan die gebruikmaken van kunstmatige intelligentie, zoals chatbots, virtuele assistenten en AI-gestuurde analysetools.

Om te kunnen blijven voldoen aan de groeiende vraag naar datacenters, overweegt de provincie Noord-Holland in uitzonderlijke gevallen nieuwe locaties toe te staan buiten de aangewezen clusters in Amsterdam, Haarlemmermeer en Hollands Kroon. Dit standpunt kreeg brede steun tijdens een recent debat in Provinciale Staten.

De beschikbare ruimte in de bestaande clusters raakt uitgeput, terwijl de behoefte aan datacenters blijft toenemen door de razendsnelle ontwikkelingen in digitale technologieën, waaronder kunstmatige intelligentie (AI). Gedeputeerde Esther Rommel (VVD) benadrukt dat AI een cruciale rol speelt in sectoren zoals de zorg en dat de provincie daarom naar nieuwe oplossingen moet zoeken.

Bij het overwegen van nieuwe locaties buiten de clusters speelt lokaal draagvlak een essentiële rol, evenals een positieve impact op het energiesysteem. Als voorbeeld noemt Rommel De Kwakel, een locatie in de gemeente Uithoorn, waar restwarmte van datacenters zou kunnen worden ingezet voor de kassen in het achterland.

De provincie zet in haar datacenterstrategie 2025-2027 in op strenge voorwaarden voor nieuwe vestigingen. Statenleden van onder andere PvdA en GroenLinks benadrukten het belang van deze eisen, om negatieve effecten op de omgeving, het watersysteem en de energievoorziening te beperken. Daarnaast blijft het optimaal benutten van restwarmte een prioriteit. Volgens Rommel is de datacentersector sterk gericht op verduurzaming en speelt drinkwatergebruik nauwelijks een rol.

Hoewel datacenters minder directe werkgelegenheid opleveren, benadrukt de provincie de economische meerwaarde. Volgens een rapport genereren datacenters jaarlijks een economische waarde van 2,5 miljard euro. Momenteel zijn er nog vergunningaanvragen in behandeling voor circa twintig nieuwe datacenters binnen de bestaande clusters. Begin 2024 telde Nederland in totaal 187 datacenters, waarvan 88 in Noord-Holland.

Grote datacenters, zoals hyperscales, blijven de komende jaren niet toegestaan in Noord-Holland. Twee initiatieven van Microsoft en Google in Hollands Kroon, die al eerder werden ingediend, vallen buiten deze strategie. De provincie wil voorkomen dat de ontwikkeling van datacenters onbeheersbaar wordt en blijft zich richten op een duurzame en gebalanceerde groei binnen strikte kaders.

Drie op de vier werkgevers in de ICT-sector heeft moeite met het invullen van vacatures, vooral voor functies als softwareontwikkelaar en systeembeheerder. Dit blijkt uit een onderzoek dat SEO Economisch Onderzoek in samenwerking met NLdigital heeft uitgevoerd.

 Het rapport benadrukt dat een combinatie van scholing, arbeidsbesparende technologieën en arbeidsmigratie noodzakelijk is om de groeiende krapte aan te pakken.

Volgens het onderzoek heeft 74% van de werkgevers in de ICT-sector moeite met werving, waarbij bij 20% meer dan de helft van de vacatures langer dan zes maanden openstaat. De grootste uitdagingen liggen bij een gebrek aan geschikte kandidaten, concurrentie binnen de sector en de hoge salariseisen van potentiële werknemers.

Het rapport wijst op drie effectieve strategieën om de krapte te bestrijden:

  • Scholing en doorstroming: Bedrijven investeren in opleidingen en stimuleren de doorstroom van junioren naar senior functies. Echter, tijdgebrek en de beschikbaarheid van geschikte opleidingen blijven belangrijke hindernissen. Zelf opgezette leerprogramma’s en skills-gebaseerde werving bieden kansen.
  • Arbeidsbesparende technologieën: 75% van de organisaties gebruikt tools zoals Robotic Process Automation (RPA) en AI om de werkdruk te verlichten en processen te verbeteren. Toch blijft een gebrek aan interne expertise een obstakel. Het inhuren van externe kennis kan hierbij helpen.
  • Arbeidsmigratie: Buitenlands talent is voor veel bedrijven essentieel om hun capaciteit en concurrentiekracht te behouden. Oplossingen zoals taaltrainingen en cultuursensitieve onboardingprogramma’s worden steeds belangrijker.

Interim-directeur René Corbijn van NLdigital licht de bevindingen uit het rapport toe: “De krapte in de ICT-sector is al lange tijd een uitdaging. Het rapport laat ook zien dat er volop kansen liggen om arbeidsmarktkrapte te bestrijden. Dit vraagt om goede samenwerking. Het bedrijfsleven kan nog meer investeren in de ontwikkeling van digitaal talent van binnen en buiten de sector. Ook zien we dat veel bedrijven talent uit het buitenland aantrekken. Het is cruciaal voor de toekomst van onze digitale bedrijven dat kennismigranten welkom blijven in Nederland. Daarnaast is intensieve samenwerking met overheden en instanties als het UWV nodig. De arbeidsmarkt krapte raakt immers niet alleen bedrijven uit de digitale sector maar alle bedrijven en organisaties die aan het digitaliseren zijn.”

Werkgevers worden aangespoord om wervingsstrategieën te moderniseren, zoals het benadrukken van leergierigheid boven diploma’s in vacatureteksten en het versneld doorstromen van junior personeel. Ook wordt een sterker gebruik van technologie en investeringen in eigen scholingsprogramma’s aanbevolen.

In een bijeenkomst met de leden van NLdigital en onder andere het UWV is gesproken over de problemen en oplossingen voor de krappe ICT arbeidsmarkt. Anna Noorda, general manager van Goodzo en binnen NLdigital belast met de portefeuille Digitaal Talent stelt: “De mismatch tussen het potentieel op de arbeidsmarkt en de vraag vanuit het bedrijfsleven is één van de belangrijkste oorzaken dat de ICT-arbeidsmarkt vastloopt.Leveranciers én opdrachtgevers zullen veel flexibeler moeten zijn in wie we een kans geven op de arbeidsmarkt.” Om dit probleem aan te pakken zal NLdigital dit voorjaar samen met leden en partners werken aan een manifest en een concreet plan.

Odido heeft een tienjarige Power Purchase Agreement (PPA) afgesloten met Windpark Willem Annapolder II, gelegen aan de Zeeuwse kust. Bij oplevering zal het windpark, bestaande uit vier nieuwe windmolens, voorzien in ruim 30% van Odido’s totale groene stroombehoefte.

Met deze samenwerking maakt Odido de financiering van Windpark Willem Annapolder II mogelijk en garandeert de telecomprovider de afname van groene stroom voor zeker tien jaar. “Door ons voor de lange termijn te verbinden aan projecten zoals Windpark Willem Annapolder II, zorgen we ervoor dat duurzame energieprojecten daadwerkelijk van de grond komen,” aldus Gero Niemeyer, CFO van Odido. “Met dit initiatief leveren we een concrete bijdrage aan de verduurzaming van Nederland en zetten we de volgende stap in het verkleinen van onze voetafdruk”.

De vier windturbines in de Willem Annapolder  zijn vier keer efficiënter dan oudere generaties windturbines, wat bijdraagt aan een hogere productie met een kleinere voetafdruk. Hiermee produceert het windmolenpark jaarlijks ongeveer 58.000 megawattuur (MWh) aan groene elektriciteit.

De verwachting is dat de vier windmolens eind 2025 operationeel zijn.

De implementatie van de European Accessibility Act (EAA) brengt grote veranderingen met zich mee voor bedrijven en organisaties in heel Europa, dus ook in Nederland. De wet, die als doel heeft producten en diensten toegankelijker te maken voor mensen met een beperking, treedt vanaf 28 juni 2025 in werking. Bedrijven worden vanaf dan verplicht om diverse producten en diensten aan te passen naar de toegankelijkheidseisen die de EAA voorschrijft.

Het programma MKB Toegankelijk van VNO-NCW en MKB-Nederland roept bedrijven op om niet te wachten tot de deadline nadert, maar om een plan van aanpak te maken en stappen te zetten richting naleving van de EAA. MKB Toegankelijk geeft uitleg aan de wetgeving (richtlijn) van verschillende categorieën van producten en diensten. Dit is te bekijken via www.mkbtoegankelijk.nl/producten-diensten.

Voorbeelden van aanpassingen

De EAA stelt duidelijke eisen aan onder andere e-commerce websites, ticketverkoopplatformen, geldautomaten en klantenservicepunten, maar bijvoorbeeld ook aan streamingsdiensten, televisies, zelfbedieningsterminals en bankdiensten. Aanpassingen waaraan kan worden gedacht zijn onder andere spraakcommando gestuurde apparaten, beeldschermvergrotingssoftware, het aanpassen van volume en snelheid van audio, het via hulpsoftware kunnen bedienen van apparaten, et cetera.

Fundamentele verandering in bedrijven

Mohamed Nabih, projectleider digitale toegankelijkheid bij VNO-NCW / MKB-Nederland, benadrukt de impact van de wet: “De European Accessibility Act is iets dat de gehele bedrijfsvoering aangaat. Het gaat om meer dan alleen technische aanpassingen, het is bovenal organisatorisch vraagstuk. Het gaat niet alleen om het hebben van een toegankelijke website of app, maar om een fundamentele verandering die vraagt om toegankelijkheid zoveel mogelijk te implementeren in alle bedrijfsprocessen. Van productontwikkeling tot klantenservice, alles dient onder de loep te worden genomen en voor iedereen zo toegankelijk mogelijk te zijn. Het zal voor nu ‘achteraf repareren’ zijn, maar op termijn zal toegankelijkheid gestandaardiseerd worden en heel normaal aanvoelen, zoals vele andere transformaties in het verleden. Elke stap richting meer toegankelijkheid betekent voor veel mensen met een beperking een grotere zelfstandigheid in functioneren en voor bedrijven het vertegenwoordigen van meer economische waarde.”

Nabih vervolgt: “Uit onderzoek blijkt dat webwinkels nu al jaarlijks 4,6 miljard euro laten liggen als gevolg van digitale drempels, waardoor ze klanten mislopen. Als toegankelijkheid steeds normaler wordt, dan groeit de deelname van miljoenen mensen die nu nog niet of niet volledig kunnen profiteren van de digitalisering. Deze beweging zal ook zorgen voor innovaties en nieuwe kansen voor bedrijven. Naast de positieve maatschappelijk impact en goede reputatie-kansen voor bedrijven, zal de afzetmarkt dus groter worden.”

Seagate Technology, een innovator op het gebied van massacapaciteit voor dataopslag, kondigt aan dat het Exos M harde schijf-samples naar geselecteerde klanten heeft verzonden. De harde schijven beschikken over capaciteiten tot 36 terabyte. Exos M is gebaseerd op Mozaic 3+, het baanbrekende platform voor heat-assisted magnetic recording(HAMR), en biedt opslagmogelijkheden voor grootschalige datacenterimplementaties.

Belangrijkste nieuws

  • Geadopteerd door cloudserviceproviders: Seagate is bezig grote hoeveelheden verzendingen van Exos M-schijven met capaciteiten tot 32TB op te schalen met een toonaangevende cloudserviceprovider. Er worden ook 36TB-schijven gesampled.
  • Innovatie met Mozaic 3+ en HAMR: Exos M is gebaseerd op de Mozaic 3+ technologie van Seagate, de eerste implementatie van heat-assisted magnetic recording (HAMR). De oplossing biedt datacenters aanzienlijke voordelen op het gebied van schaal, total cost of ownership (TCO) en duurzaamheid. Zo hebben datacenters 300% meer opslagcapaciteit met dezelfde voetafdruk, 25% minder kosten per terabyte en 60% minder energieverbruik per terabyte.
  • Ongekende oppervlaktedichtheid: Exos M, aangedreven door het HAMR-gebaseerde Mozaic 3+ platform, levert nu capaciteiten tot 36TB dankzij een uiterst efficiënt 10-platter productontwerp. Seagate is op dit moment het enige dataopslagbedrijf dat een oppervlaktedichtheid van 3,6TB per harde schijf-platter kan realiseren. Bovendien is het mogelijk om de capaciteit per platter te verhogen tot 10TB.

Quotes

Dell Technologies

Als leverancier van infrastructuuroplossingen is Dell Technologies een van de eerste klanten die Mozaic 3+ implementeert. Binnenkort zal het bedrijf ook Exos M 32TB integreren in zijn opslagsystemen met hoge dichtheid.

“Klanten die hun AI factories uitbouwen, hebben kostenefficiënte, schaalbare en flexibele opslag nodig die is ontworpen om de meest veeleisende AI-workloads op een betrouwbare manier aan te kunnen”, zegt Travis Vigil, SVP, ISG Product Management. “Dell PowerScale met de HAMR-gebaseerde Mozaic 3+ technologie van Seagate speelt een cruciale rol bij het ondersteunen van AI use cases zoals retrieval augmented generation (RAG), inferencing en workflows met agents. Samen zetten Dell Technologies en Seagate de standaard voor toonaangevende innovatie op het gebied van AI-opslag¹.”

Seagate

“We zitten middenin een ingrijpende verandering wat betreft de manier waarop we data bewaren en beheren”, zegt Dave Mosley, CEO van Seagate. “Ongekende  niveaus van datacreatie – als gevolg van de voortdurende uitbreiding van de cloud en vroege adoptie van AI – vereisen langdurige dataopslag en toegang om betrouwbare datagedreven resultaten te bieden. Van het vastleggen van trainingscheckpoints tot het archiveren van brongegevenssets: hoe meer data organisaties behouden, des te meer ze kunnen valideren dat hun applicaties presteren zoals verwacht en indien nodig kunnen bijsturen.”

“Seagate blijft toonaangevend op het gebied van oppervlaktedichtheid en samplet momenteel schijven op het Exos M-platform met capaciteiten tot 36TB. Daarnaast voeren we onze innovatie-roadmap uit en hebben we met succes capaciteiten van meer dan 6TB per schijf gedemonstreerd in onze testomgevingen.”

“Als ‘s werelds grootste producent van exabytes en de enige fabrikant die in staat is harde schijven van 3,6TB per platter op schaal te produceren, is Seagate volledig gericht op het leveren van de opslagcapaciteit die nodig is voor de applicaties van de toekomst”, voegt Mosley toe.

IDC

“Nu bedrijven en mensen overal AI-applicaties blijven gebruiken, leidt de bredere adoptie van AI tot ongekende hoeveelheden data. Al die gegevens moeten worden gekopieerd en voor de lange termijn worden bewaard”, zegt Kuba Stolarski, Research Vice President voor serviceproviderinfrastructuur bij analysebureau IDC. “Ons onderzoek toont aan dat harde schijven een cruciale technologie blijven om deze schaal te leveren. Zo wordt 89% van de data in datacenters bij toonaangevende cloudproviders opgeslagen op harde schijven. Wij geloven dat de vooruitgang van Seagate op het gebied van oppervlaktedichtheid hen een sterke positie geeft om in te spelen op de toenemende vraag naar dataopslag.”

De overname van Upsolver helpt Qlik om de prestaties van systemen die gebruikmaken van Apache Iceberg te verbeteren. Bedrijven krijgen real-time toegang tot data, besparen kosten en ontsluiten AI-gestuurde inzichten. Door Upsolver’s technologie voor real-time streaming en Iceberg-optimalisatie te integreren, helpt Qlik organisaties om sneller bij hun data te komen, infrastructuurkosten te verlagen en de prestaties van AI-initiatieven te verbeteren.

Belangrijke voordelen:

  • Real-time inzichten: Doorlopende data-inname uit bronnen zoals Kafka en Kinesis voor directe inzichten.
  • Geïntegreerd data-ecosysteem: Eén platform voor het verzamelen, transformeren en optimaliseren van Iceberg-lakehouses.
  • Kostenbesparing: Tot 5x lagere opslagkosten door geautomatiseerde optimalisaties.
  • Open en interoperabel: Eenvoudige integratie met tools zoals Snowflake, Databricks en Athena.

De overname versterkt Qlik’s positie om bedrijven te helpen met schaalbare, open data-oplossingen en de groeiende vraag naar real-time data-infrastructuren.

De nieuwe Europese wet DORA, die vandaag in werking treedt, legt veel meer nadruk op persoonlijke aansprakelijkheid bij het niet naleven van de wet. Dit voorspelt cybersecuritybedrijf Hadrian, dat organisaties helpt om aan DORA te voldoen. Bij DORA kunnen managers in de financiële sector boetes krijgen tot één miljoen euro bij het niet naleven van de wet. “Correcte naleving van DORA is belangrijker dan ooit om individuele boetes te voorkomen”, aldus Rogier Fischer, ethisch hacker en eigenaar van Hadrian.

Een goede naleving van DORA versterkt de financiële weerbaarheid van organisaties. De aard van de DORA-wetgeving maakt het makkelijk om individuen boetes op te leggen voor het niet naleven ervan, constateert Fischer. “DORA maakt individuen expliciet persoonlijk verantwoordelijk voor de naleving van verplichtingen, zoals risicobeheer, beveiliging en rapporteren. Hierdoor kunnen zij sneller persoonlijk aansprakelijk gesteld worden en beboet worden. Zeker als je dit vergelijkt met wetten zoals de GDPR. Daar kunnen individuen ook boetes krijgen, maar dit komt zelden voor. De aansprakelijkheid ligt toch vaak bij de organisatie.”

Politieke druk

Daarnaast oefent de Europese politiek druk uit op strengere handhaving en hogere boetes. Dit heeft twee doelen: organisaties dwingen compliance serieus te nemen, en een cultuur van verantwoordelijkheden creëren. Fischer: “Anders blijft compliance een vage verplichting die in het midden van een organisatie blijft zweven. Door de verantwoordelijkheden bij individuen neer te leggen, vergroot je de kans dat hieraan voldaan wordt. Dit draagt bij aan de digitale weerbaarheid van organisaties.”

Engeland als voorbeeld

Fischer vermoedt ook dat Europa Engeland als inspiratie beschouwt. Engeland heeft soortgelijke wet- en regelgeving, zoals de Prudential Regulation Authority (PRA) en de Financial Conduct Authority (FCA). Deze wet- en regelgeving heeft laten zien dat boetes voor individuen flink kunnen oplopen. “Zo heeft de CIO van een Britse bank onlangs een boete gekregen van 80.000 pond. Dit heeft een zeer afschrikwekkend effect gehad; na dit incident voldeden veel meer financiële instellingen aan de wet- en regelgeving. Dit wil men in Europa ook bereiken om de digitale weerbaarheid te versterken.”

Het belang van testen

Een van de vijf pijlers van de DORA is de Digital Operational Resilience Testing. Deze pijler vraagt veel van verantwoordelijke individuen, bijvoorbeeld CIO’s en CISO’s. Zij moeten regelmatig basistesten en geavanceerde testen uitvoeren om kwetsbaarheden te identificeren. “Alles in een organisatie dat wordt blootgesteld aan het internet, moet je blijven testen. Hierdoor komt de verantwoordelijke onder veel druk te staan”, zegt Fischer hierover.

Daarom adviseert hij om het testproces uit handen te geven. “Ik raad CIO’s en CISO’s die dit straks op hun bord krijgen, van harte aan om dit uit te besteden aan een gerenommeerde partij. Het is een investering, maar scheelt een hoop kopzorgen en tijd. En waarschijnlijk een boete die kan oplopen tot 1 miljoen. Want Nederlandse toezichthouders zijn streng als het aankomt op naleving van DORA”, concludeert Fischer.

Het verantwoord beheren van data is cruciaal in business. Veel bedrijven worstelen met de vraag hoe ze hun datadragers – zoals harde schijven en SSD’s – veilig kunnen verwerken. Luuk Bongers van Holland Recycling legt uit hoe gecertificeerde data-vernietiging en dataverwijdering een essentieel onderdeel vormen van hun aanbod.

Sinds de invoering van de GDPR in 2018 merken we dat bedrijven zich steeds bewuster worden van de noodzaak van verantwoorde data-afvoer,” zegt Luuk Bongers. “Het is niet genoeg om datadragers simpelweg te recyclen; bedrijven willen bewijs dat hun schijven volledig en veilig zijn vernietigd.”

Naast gecertificeerde fysieke data-vernietiging biedt Holland Recycling ook dataverwijdering via wipe-technologie van Certus, die is gecertificeerd door onder meer de NAVO. Dit proces, dat voldoet aan strikte normen, biedt een alternatief voor fysieke vernietiging. Klanten kunnen daarna hun apparatuur veilig hergebruiken of doorverkopen.

Holland Recycling gaat ver als het gaat om het garanderen van veilige datavernietiging. Het bedrijf heeft zijn nieuwe pand speciaal ingericht om datadragers veilig op te slaan en te verwerken. Bongers licht toe: “Wanneer datadragers bij ons binnenkomen, gaan ze direct naar beveiligde opslagruimten. Alleen medewerkers met specifieke autorisaties hebben toegang.” Klanten krijgen zelfs de mogelijkheid om de vernietiging van hun data live te volgen, wat vooral bij banken en andere gevoelige sectoren belangrijk is. Voor het transport naar het depot gelden bovendien strikte veiligheidsprotocollen.

Restwaardebehoud

Naast vernietiging en wipen legt Holland Recycling steeds meer nadruk op het behouden van de restwaarde van IT-apparatuur. “Wipen is niet alleen duurzamer dan vernietigen, maar het levert ook een restwaarde op voor onze klanten,” zegt Bongers. Voor organisaties die hun apparaten willen hergebruiken, biedt het wipen een oplossing waarmee devices opnieuw inzetbaar worden zonder verlies aan beveiliging. Desondanks blijft fysieke vernietiging van datadragers, vooral voor datacenters en gevoelige omgevingen, vaak de norm. “We zien wel een lichte verschuiving,” merkt Bongers op. “Maar bij grotere bedrijven vergen protocolwijzigingen tijd. Het besef groeit echter dat wipen veilig en duurzaam kan zijn. Dit levert ons én de klant voordeel op,” vertelt Bongers. Klanten kunnen ervoor kiezen om SSD’s en harde schijven te verkopen aan Holland Recycling na het wipen, zodat deze terug in de markt kunnen worden gebracht. “We ontvangen ook regelmatig apparatuur van andere recyclingbedrijven, waarbij klanten specifiek vragen of we nog bruik-bare onderdelen kunnen redden. Dat was vroeger echt not done, maar dat begint te veranderen.”

Logboeken

Bongers ziet de toekomst van data-vernietiging steeds meer richting duurzame oplossingen gaan. “Het boren van gaten in harde schijven of het vernietigen van apparaten zonder een gecertificeerde aanpak is echt iets van het verleden.” Daarnaast werkt Holland Recycling met geavanceerde barcodesystemen en automatisering om de traceerbaarheid van elke schijf en datadrager te waarborgen. “We registreren alles tot in detail. Zelfs wanneer klanten dat niet expliciet vragen, houden wij een logboek bij van elke data-drager. Mocht er ooit een vraag komen, kunnen we precies zien welke schijf we hebben ontvangen en hoe deze is verwerkt.”

We registreren alles tot in detail