Bedrijven hebben moeite om hun cloudomgevingen effectief te beveiligen, ondanks dat ze afhankelijk zijn van de cloud voor schaalbaarheid en flexibiliteit. Dat blijkt uit een rapport van Check Point Software Technologies.

Volgens het rapport heeft 26 procent van de bedrijven 20 of meer beveiligingsbeleidsmaatregelen geïmplementeerd, wat leidt tot waarschuwingsmoeheid en de belemmering van het vermogen van teams om risicovolle incidenten effectief aan te pakken. Verkeerde configuratie van cloudplatforms vormt de grootste zorg op het gebied van cloudbeveiliging, daar was 59 procent van de ondervraagde bedrijven het over eens.

Bedrijven breiden hun cloudomgeving snel uit. 58 procent verwacht binnen de komende 12 tot 18 maanden meer dan 50 procent van de workload in de cloud op te slaan. Het onderzoek wijst echter op een probleem: 72 procent van de respondenten worstelt met het beheer van de toegang tot meerdere beveiligingsoplossingen, wat leidt tot verwarring en bovendien de beveiliging van cloudbeheer in gevaar brengt.

Voor bedrijven die zero trust willen implementeren, blijkt het lastig implementatie op locatie en in de cloud te integreren. Dat blijkt uit een onderzoek van Fortinet, getiteld ‘2023 State of Zero Trust Report’.

Uit het rapport blijkt ook dat sinds het laatste onderzoek in 2021 bedrijven meer oplossingen hebben ingezet in het kader van hun zero trust-strategie. 66% van alle respondenten zegt bezig te zijn met de implementatie van zero trust.

Ondanks alle voortgang die bedrijven met zero trust boeken blijven ze met de nodige problemen worstelen. Voor bijna de helft van alle respondenten (48%) was het belangrijkste probleem het gebrek aan integratie van de zero trust-oplossingen die zij op locatie en in de cloud inzetten.

Alleen cloud levert problemen op

Veel bedrijven staan voor de opgave om de toegang tot applicaties op locatie en buiten het netwerk te beveiligen. Bijna 40% van de respondenten zegt dat ze de helft van al hun applicaties nog altijd op locatie hosten. Maar liefst 75% ondervond problemen doordat ze alleen gebruikmaakten van cloudoplossingen voor zero trust network access (ZTNA).

Het gebruik van oplossingen van verschillende leveranciers resulteert in problemen zoals het ontstaan van nieuwe beveiligingslekken en hoge operationele kosten. Grotere bedrijven in het bijzonder zijn op zoek naar manieren om zero trust-oplossingen te consolideren.

SASE

De belangrijkste prioriteiten ten aanzien van SASE verschillen per organisatie, maar ‘effectieve beveiliging’ prijkt in de top drie van 58% van alle respondenten. 89% ziet de integratie van SASE met hun security-oplossingen op locatie als zeer belangrijk dan wel uiterst belangrijk. Ondanks hun beweringen dat ze alles in de cloud onderbrengen, hanteren de meeste organisaties nog altijd een hybride strategie voor hun applicaties en data.

De rijksoverheid gaat de drie bestaande cybersecurityorganisaties samenvoegen. Het gaat om het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV), het Digital Trust Center (DTC) en het Computer Security Incident Response Team voor digitale dienstverleners (CSIRT-DSP), beide van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

De overheid ziet een toenemende dreiging vanuit verschillende hoeken en wil de weerbaarheid van bedrijven en organisaties verhogen. Volgens het Kabinet past daarbij ‘één centrale, zichtbare en effectieve nationale cybersecurityorganisatie’.

Herkenbaar loket

Na de integratie kunnen alle organisaties in Nederland terecht bij één herkenbaar loket voor cybersecurityadvies en bijstand bij digitale incidenten. De nieuwe cybersecurityorganisatie moet snel en adequaat reageren op informatie over dreigingen en incidenten op nationaal en sectoraal niveau. Volgens de verantwoordelijke ministers Yeşilgöz van Justitie en Veiligheid en Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat zijn de eerste belangrijke stappen inmiddels gezet. De organisaties werken al zoveel mogelijk samen, bijvoorbeeld door het gezamenlijk organiseren van het waarschuwen van slachtoffers en doelwitten van een cyberaanval, en het geven van handelingsperspectieven aan alle organisaties in Nederland waardoor zij zich beter kunnen weren tegen aanvallers.

Overgang in fasen

De minister van JenV wordt de eigenaar van de vernieuwde organisatie. De ministerie van JenV en EZK vervullen samen de rol van opdrachtgever. De overgang verloopt in twee fasen zodat er zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met aankomende wetgeving en lopende trajecten uit de Nederlandse Cybersecurity Strategie (NLCS).

In de eerste fase tot 1 oktober 2024 werken de organisaties al zoveel mogelijk samen. Bijvoorbeeld bij het waarschuwen over concrete cyberdreigingen en kwetsbaarheden. In de tweede fase tot 1 januari 2026 worden taken en processen geïntegreerd en geoptimaliseerd. In die periode moet de nieuwe organisatie zich onder meer bezighouden met de Wet beveiliging en informatiesystemen (Wbni), waaronder ook de NIS2-richtlijn valt. Ook krijgt ze te maken met de Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven (Wbdwb) die momenteel in de Tweede Kamer ligt.

Beveiligingsleverancier ForeNova brengt een bundel beveiligingsoplossingen op de markt, gericht op het middenbedrijf. Met NovaMDR 360 hoeven ondernemingen geen langdurige contracten aan te gaan.

NovaMDR 360 combineert MDR Endpoint en MDR Network voor organisaties vanaf 150 medewerkers, met aandacht voor sectorspecifieke werkplekbenutting. Voor instellingen in de gezondheidszorg wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met het feit dat meerdere werknemers dezelfde werkplek bezetten in 24/7-schema’s. Voor productieomgevingen geldt juist dat de meerderheid van de werknemers geen kantoortoepassingen met internet gebruikt.

SOC

ForeNova’s Security Operations Center (SOC) monitort de IT-infrastructuur continu op cyberdreigingen met een responstijd van 10 minuten. FoeNova belooft succes managers die de vertaalslag maken van de meldingen uit het SOC en die assisteren bij een dreiging of incident. Verder is er elk kwartaal een speciale sessie om specifieke dreigingen of belangrijke trends door te nemen.

NovaMDR maakt gebruik van het NovaCommand Network Detection & Response security platform en monitort real time het netwerk op cyberdreigingen, en biedt een 360-gradenbeeld over de IT-infrastructuur met inzicht in alle activiteiten binnen het netwerk. NovaGuard EDR is bedoeld als bescherming voor de endpoints. Volgens het bedrijf integreert NovaMDR naadloos met de bestaande IT-beveiligingsinfrastructuur en met 3rd party securityoplossingen zoals firewalls, endpoint protectie-oplossingen, SIEM’s en non-security platforms als VMWare en Macmon.

AI-specialist Dataiku brengt kant en klare generatieve AI-toepassingen op de markt. Deze Generative AI Use Case Collection bestaat uit op klantervaringen gebaseerde oplossingen voor diverse doeleinden. 

Dataiku wil hiermee bedrijven bedienen die behoefte hebben aan min of meer gestandaardiseerde functionaliteit, waarvoor voorheen maatwerktoepassingen op het gebied van AI nodig waren. Het bedrijf biedt in eerste instantie 16 van zulke ‘use cases’, waaronder rapportage van de prestaties van productiemachines, automatisch gegenereerde promotie e-mails en AI-assistenten die queries kunnen uitvoeren op complexe bedrijfsdocumenten.

Framework

Daarnaast komt Dataiku met een nieuw framework dat bedrijven kunnen gebruiken om AI-toepassingen te ontwikkelen met het oog op privacy en de komende regelgeving daarover, onder meer de Europese AI Act. Dit RAFT framework is gebaseerd op de input van experts in publiek beleid, digitale ethiek en vooroordelen op het gebied van AI, zegt het bedrijf.

Dataiku lanceert ook Prompt Studio, waarmee de generatieve chatbots beter en gestructureerder kunnen worden uitgevraagd, en AI Prepare. Dat laatste is bedoeld om productieklare gegevenstransformaties te bouwen.

Distributeur Arrow Electronics gaat de beveiligingsproducten van Trellix distribueren in 17 EMEA-landen. Het vorig jaar opgerichte Trellix  omvat de producten van FireEye en de zakelijke tak van McAfee. 

Trellix levert onder meer XDR-oplossingen voor de zakelijke markt. De focus ligt daarbij op het automatisch reageren op mogelijke cyberdreiging. Het bedrijf zet daarvoor ook machine learning in. Afgelopen februari kondigde Trellix een nieuw partnerprogramma aan, het Xtend Global Channel Partner Program.

Multi-protocol label switching (MPLS) als netwerktechnologie kan onvoldoende meekomen met de huidige behoeften. Dat concludeerden internet-experts tijdens het door Claranet georganiseerde event voor klanten en partners Grenzeloze IT. “SD-WAN is eenvoudiger te managen en minder complex.”

In 1995 kreeg Eindhoven zijn eigen internetknooppunt: Internet Access Eindoven. Vier studenten van de Technische Universiteit zetten dit knooppunt op. Eén van hen, Willem Jan Withaven, kocht de andere drie uit en werd directeur. Het bedrijf ging in 2000 op in Via Networks dat vervolgens werd overgenomen door Claranet.

“Niet alleen dit onderdeel van Claranet is begonnen als Internet Service Provider, maar ook het in Londen gevestigde Claranet zelf,” gaf Henk Liebeek (links op de foto), Product Manager bij Claranet aan tijdens het event Grenzeloze IT, dat de dienstverlener in Eindhoven voor klanten en leveranciers organiseerde.

Implementatie SD-WAN vereist kennis

Bart Jacobs, Commercieel Directeur bij Claranet (rechts op de foto), zoomde in op het grenzeloze karakter dat internet inmiddels heeft bereikt. “Van de 8 miljard mensen op de aarde zijn er 5,1 miljard aangesloten op internet. Dat komt neer op 65%. Die groei ging en gaat met vallen en opstaan. “Je ziet zeker op dit moment dat de oude aanbieders van communicatie en connectiviteit, zoals BT, het moeilijk hebben”, oordeelde Jacobs. “Ze kunnen niet voorzien in de flexibiliteit en schaalbaarheid die nu gevraagd wordt. Het zijn flexibele uitdagers die hier beter op inspelen.”

Daarnaast kan multi-protocol label switching (MPLS) als netwerktechnologie onvoldoende meekomen met de huidige behoeften. “SD-WAN is eenvoudiger te managen en minder complex.” Daarbij gaf Jacobs overigens aan dat voor het goed implementeren van SD-WAN wel gedegen kennis van zowel internet als connectiviteit nodig is.

Sander Barens, Chief Product Officer bij Expereo, ging hier in zijn presentatie dieper op in. Het bedrijf waarvoor hij werkt is een wereldwijde leverancier van beheerde internettoegang en hybride netwerken, SD-WAN, en cloud-connectiviteitsoplossingen. Expereo werkt hierbij samen met partners zoals Claranet. “We hebben geen eigen netwerk maar geloven in de kracht van het internet zelf,” legde Barens uit. “De kernvraag die wij onszelf elke dag stellen is: wie kan als ISP wat waar leveren?” Elke locatie wereldwijd heeft daarbij een unieke set van connectiviteitopties.

Internet is een patchwork

Dat klinkt ingewikkelder dan het is, bleek uit een voorbeeld dat Barens gaf. “Wij verhuisden binnen Amsterdam naar een kantoor 200 meter verderop. Van de drie mogelijke ISP’s die we op de oude locatie hadden bleef er bij de nieuwe locatie maar één over. Zo gefragmenteert is het internet in feite.”

Dat is niet voor niets: het internet is niet één netwerk, maar een patchwork van ongeveer 100.000 min of meer autonome netwerkjes. “Wij kunnen bij Experio niet alleen vertellen welke ISP’s er op een bepaalde locatie actief zijn, maar ook beoordelen welke van die aanbieders geschikt is voor de applicaties die je wilt gebruiken.” Dat is van belang als je een uitgebreider netwerk op wil bouwen. “Een van onze klanten beschikt over een netwerk dat de hele wereld omspant en waarbij 400 ISP’s betrokken zijn.”

Onderliggende netwerk belangrijk

Overigens kan het ook voor kleine bedrijven een uitdaging zijn een ‘grens over te steken’ bij het aanleggen van een netwerk, legde Bart Jacobs uit. “Een klant van ons heeft een klein netwerk dat ook een locatie in België verbindt, dat kan al een behoorlijke uitdaging zijn.”

Ook Barens ging in op SD-WAN en MPLS. “De introductie van MPLS in de jaren negentig was beslist een revolutie. Het heeft de opmars en groei van internet mogelijk gemaakt. Je ziet nu echter dat het niet langer voldoet en dat SD-WAN de dominante technologie wordt.” Barens gaf daarbij wel een waarschuwing: “De kwaliteit en gebruikerservaring van dit SD-WAN is zo goed als de kwaliteit van het onderliggende netwerk.”

OT maakt bedrijven kwetsbaar

Na de presentatie van Barens adresseerde de organisatie een andere grens die vervaagt in de IT, namelijk die tussen IT en OT. “Daar waar we bij IT inmiddels gewend zijn aan cybercriminaliteit, daar is dat bewustzijn er in de OT omgevingen, zoals de automatisering van fabrieksomgevingen, veel minder,” vertelde Jacobs. “Terwijl de gevolgen groot kunnen zijn bij een incident. Als de kantooromgeving wordt getroffen door ransomware kost dat geld. Als de productielijn van een farmaceutisch bedrijf wordt gehackt kan dat levens kosten.”

CISO ook voor OT verantwoordelijk

Het was Jasper Wubben, Business Development manager Operationele Technology bij Fortinet die de aanwezigen het belang van security in een productieomgeving duidelijk maakte. En de uitdagingen die er spelen. “Vroeger was er een strenge scheiding tussen IT en OT. Dat kan tegenwoordig niet meer.”

Tarik Lahri, Senior Accountmanager bij ChannelConnect, overhandigt een ingelijste cover aan Claranet-directeur Paul van Boerdonk.

De business verlangt bijvoorbeeld connectiviteit, waardoor tot in een heel laat stadium orders nog aangepast kunnen worden aan de wensen van de klant. En leveranciers willen updates via internet kunnen uitvoeren op de machines in de fabriekshal. “Dat betekent dat de CISO eigenlijk ook verantwoordelijk moet worden voor de OT. Dat is echter een nieuwe wereld voor veel van deze professionals.”

Hackerscollectief LockBit heeft volgens cybersecurity-experts van Kaspersky onlangs zijn activiteiten uitgebreid met een verbeterde multiplatform functionaliteit. LockBit staat bekend om meedogenloze aanvallen op bedrijven over de hele wereld en volgens Kaspersky zijn ze druk bezig om hun bereik uit te breiden naar andere platforms, waaronder macOS.

In de beginfase opereerde LockBit zonder lekportalen, dubbele afpersingstactieken of data-exfiltratie voordat het slachtoffergegevens versleutelde, zeggen de onderzoekers. De groep heeft echter voortdurend zijn infrastructuur en beveiligingsmaatregelen ontwikkeld om zijn activa te beschermen tegen verschillende bedreigingen, waaronder aanvallen op zijn beheerpanelen en ontwrichtende DDoS-aanvallen (Distributed Denial-of-Service). Het blijkt dat LockBit code overneemt van andere beruchte ransomware-groepen, zoals BlackMatter en DarkSide. Deze strategische zet stroomlijnt niet alleen de operaties, maar verbreedt ook de reeks aanvalsvectoren die LockBit gebruikt. Recente bevindingen van Kaspersky’s Threat Attribution Engine (KTAE) laten zien dat LockBit ongeveer 25 procent van de code heeft overgenomen die eerder werd gebruikt door de inmiddels verdwenen Conti-ransomwarebende, wat heeft geresulteerd in een nieuwe variant die bekend staat als LockBit Green.

ARM-platforms

Een belangrijke doorbraak was de ontdekking door Kaspersky-onderzoekers van een ZIP-bestand met LockBit-voorbeelden die specifiek zijn afgestemd op meerdere architecturen, waaronder Apple M1, ARM v6, ARM v7, FreeBSD en meer. Grondige analyse en onderzoek met behulp van de KTAE bevestigde dat deze samples afkomstig waren van de LockBit Linux/ESXi versie die eerder werd waargenomen.

Hoewel sommige samples, zoals de macOS-variant, extra configuratie vereisen en niet goed zijn ondertekend, is het duidelijk dat LockBit zijn ransomware actief test op verschillende platforms. Dit duidt op een aanstaande uitbreiding van de aanvallen. Deze ontwikkeling onderstreept de dringende noodzaak van robuuste cybersecuritymaatregelen op alle platforms en een verhoogd bewustzijn binnen het bedrijfsleven.

Amazon Web Services gaat zet 100 miljoen dollar opzij om innovatie op het gebied van AI te stimuleren. Daartoe richt het bedrijf het AWS Generative AI Innovation Center op. Het gaat om een nieuw programma om klanten te helpen bij het bouwen en implementeren van generative artificial intelligence-oplossingen. 

“Klanten over de hele wereld snakken naar begeleiding over hoe ze snel en veilig aan de slag kunnen met generative AI”, zegt Matt Garman, senior vice president Sales, Marketing en Global Services bij AWS. “Het Generative AI Innovation Center maakt deel uit van ons doel om elke organisatie te helpen AI te benutten door flexibele en kosteneffectieve generative AI-diensten voor de onderneming aan te bieden.”

Via gratis workshops, opdrachten en training helpt AWS klanten bij het bedenken en onderzoeken van manieren waarop AI-diensten kunnen worden ingezet, waaronder Amazon CodeWhisperer, een door AI aangedreven codeerpartner, en Amazon Bedrock.

Het Generative AI Innovation Center-team zal advies geven over best practices voor het verantwoord toepassen van generative AI en het optimaliseren van ML-activiteiten om kosten te verlagen.

Het mkb laat allerlei digitale sporen achter op internet. In deze ‘internet footprint’ kunnen criminelen vaak eenvoudig gegevens vinden die kunnen worden misbruikt voor aanvallen. Dat blijkt uit onderzoek van IT-dienstverlener ACA IT-Solutions, samen met MKB Eindhoven en de Fontys ICT Hogeschool.

Volgens de onderzoekers is slechts een klein deel van de cyberaanvallen doelbewust op een organisatie gericht. Het merendeel is veel opportunistischer en maakt gebruik van informatie die via internet te vinden is. Daarbij gaat het om niet bijgewerkte systemen en applicaties, niet goed ingestelde domein records (dat e-mail spoofing mogelijk maakt), gelekte e-mailadressen (waarmee phishing eenvoudiger wordt), bestanden met gevoelige informatie die vrij op internet te vinden zijn, open poorten en WordPress met verouderde plug-ins.

Onderzoek in twee fasen

Het onderzoek vond plaats onder mkb-organisaties in Noord-Brabant in twee fases. In de eerste fase doorliepen directie, (IT-)management en IT-(mede)verantwoordelijken van bijna 200 Brabantse organisaties een vragenlijst, waarbij zij hun visie op cybersecurity gaven en de wijze waarop dit in hun organisatie is gerealiseerd.

Een deel van de deelnemende 30 bedrijven participeerde in een verdiepingsslag. Daarin werden de openbare veiligheidsrisico’s van de organisaties getoetst met behulp van een Open Source Intelligence scan, een onderzoeksmethodiek die cybercriminelen gebruiken ter oriëntatie en voorbereiding op een cyberaanval.

“Regelmatig horen wij uit het bedrijfsleven: ‘Waarom zou een cybercrimineel ons bedrijf hier in Brabant willen aanvallen?'” Een enorme misvatting volgens de onderzoeker, want een cybercrimineel is niet geïnteresseerd in geografische gegevens. “Doordat kwetsbaarheden van het bedrijf tijdens scans verschijnen, word je automatisch een doelwit.”