Proofpoint heeft het Proofpoint Partner Network aangekondigd, een nieuw wereldwijd partnerprogramma. Het programma moet partners ondersteunen bij groei, margeverbetering en het ontwikkelen van diensten rond mens- en agent-centric security. Volgens het bedrijf sluit de opzet aan op veranderende dreigingen en aankoopmodellen.

Met het Proofpoint Partner Network introduceert de leverancier een vereenvoudigde programmastructuur met aangepaste incentives en aanvullende investeringen. Het programma is gericht op terugkerende omzetmodellen en bevat volgens het bedrijf uitgebreidere dealbescherming en ondersteuning bij het ontwikkelen van diensten rond het ai-gedreven platform.

Proofpoint meldt een verlengingspercentage van meer dan 90 procent en klantrelaties die in veel gevallen langer dan tien jaar lopen. Dat biedt volgens de leverancier een basis voor voorspelbare inkomsten voor partners. Het vernieuwde programma omvat onder meer stimulansen voor nieuwe klanten en verlengingen, co-investeringen via fondsen voor demand generation en extra aandacht voor datasecurity. Daarnaast is de bescherming van door partners aangebrachte en gezamenlijke verkoopkansen uitgebreid, inclusief bij contractverlengingen.

Het programma kent drie partnerniveaus, Select, Elite en Elite+, die zijn gekoppeld aan investeringen en prestaties. Hogere niveaus geven toegang tot aanvullende voordelen, waaronder NRF-licenties voor training, demo’s en technische verdieping.

Verder breidt Proofpoint de verkoopmogelijkheden via de marktplaatsen van AWS en Microsoft Azure uit. Dat moet extra routes naar de markt bieden op het gebied van AI, datasecurity en diensten. Voor 2026 voorziet het bedrijf verdere ondersteuning om partners in staat te stellen hun securitydiensten uit te bouwen.

Carrier heeft zijn portfolio voor datacenterkoeling uitgebreid met een nieuwe Coolant Distribution Unit. De oplossing is gericht op ondersteuning van vloeistofgekoelde IT-omgevingen en maakt deel uit van het QuantumLeap-portfolio. Volgens het bedrijf biedt het systeem verbeterde energieprestaties en operationele flexibiliteit.

De nieuwe Coolant Distribution Unit, CDU, is ontwikkeld om in te spelen op de toenemende rackdichtheden en de groeiende vraag naar vloeistofkoeling in Europese datacenters. Volgens de fabrikant maakt de oplossing grootschalige toepassing van vloeistofkoeling mogelijk, met behoud van stabiliteit in bedrijfskritische omgevingen.

De CDU beschikt over geavanceerde regeltechniek voor de aansturing van secundaire koelmiddellussen. Hierdoor kan het energieverbruik van pompen worden verlaagd en kunnen warmteafvoerprestaties worden geoptimaliseerd bij wisselende belastingcondities. De modulaire warmtewisselaars realiseren volgens het bedrijf een temperatuurverschil tot 2 graden Celsius, waar 4 graden gebruikelijk is. In combinatie met een optionele hoogrendementswarmtewisselaar kan dit leiden tot een energiebesparing bij chillers tot 15 procent, waardoor meer elektrische capaciteit beschikbaar blijft voor IT-belastingen.

Het systeem is uitgerust met redundante pompen en voedingen om ononderbroken koeling te waarborgen tijdens onderhoud of onverwachte situaties. Intelligente besturingslogica regelt vloeistoftemperaturen en debieten in realtime, zodat stabiele omstandigheden voor high-density servers behouden blijven.

De CDU is beschikbaar in verschillende unitgroottes, variërend van 1,3 tot 5 megawatt. Daarmee kunnen operators de koelcapaciteit afstemmen op huidige en toekomstige vereisten. De oplossing ondersteunt zowel direct-to-chip-koeling als gemengde koelomgevingen en is volgens de fabrikant geschikt voor integratie in bestaande faciliteiten met beperkte verstoring van de bedrijfsvoering.

Daarnaast kan de CDU worden geïntegreerd met het regel- en besturingssysteem van Carrier voor gecentraliseerde monitoring en energiebeheer. Hiermee krijgen datacenterteams inzicht in koelprestaties en belastingveranderingen. Met de introductie van de nieuwe CDU breidt Carrier zijn aanbod binnen het QuantumLeap-portfolio verder uit, gericht op datacenteromgevingen met hoge vermogensdichtheid.

Cyberaanvallen slagen meestal niet door nieuwe of innovatieve technieken, maar door achterstallig onderhoud en gebrekkige basismaatregelen. Dat stelt Hunt & Hackett in zijn 2026 Trend Report, gebaseerd op 54.400 SOC- en incidentresponse-analyses uit 2025. Zwakke identiteitsbeveiliging, niet-gepatchte systemen en beperkte monitoring geven aanvallers structureel ruimte.

Uit het rapport komt naar voren dat aanvallers vooral misbruik maken van bekende kwetsbaarheden. Gestolen inloggegevens, openstaande patches in internetgerichte systemen en achterstallig IT-onderhoud vormen de belangrijkste toegangsroutes. De gebruikte technieken zijn volgens het bedrijf al geruime tijd gedocumenteerd en met passende controles detecteerbaar.

Toch lukt het veel organisaties niet om die controles structureel en op schaal in te richten. In complexe IT- en OT-omgevingen stapelen kwetsbaarheden zich in de loop van de tijd op. Legacysystemen, ingebedde componenten en onderlinge afhankelijkheden maken het lastig om consistent onderhoud en patchbeheer door te voeren. Omdat systemen gelaagd met elkaar verbonden zijn, kan een aanpassing in de ene laag gevolgen hebben voor andere onderdelen. Aanvallers maken volgens het rapport gebruik van die vertragingen en hiaten.

Complexiteit

Tegelijk groeit de complexiteit van het dreigingslandschap. Naast traditionele aanvalspaden verschuift de aandacht naar identiteitsgerichte aanvallen en het gebruik van generatieve AI. Dat vergroot het aanvalsoppervlak, terwijl veel basismaatregelen nog niet op orde zijn. Het rapport schetst daarmee een spanningsveld tussen toenemende dreiging en achterblijvende uitvoeringskracht.

Van alle incidentresponse-trajecten die het bedrijf in 2025 behandelde, had 71 procent een financieel motief. Ransomware kwam het vaakst voor met 43 procent, gevolgd door e-mailfraude met 29 procent. Toegang werd in veel gevallen verkregen via kwetsbare remote services, edgeapparaten of gestolen inloggegevens.

Opvallend is dat in 86 procent van de onderzochte zaken onvolledige logging en monitoring de detectie bemoeilijkten. Ontbrekende auditlogs, beperkte logretentie of systemen buiten het securitybereik zorgden ervoor dat aanvallers langere tijd onopgemerkt actief konden blijven. Zonder volledig zicht op wat er binnen de omgeving gebeurt, loopt ook incidentonderzoek vertraging op.

Aanvalsoppervlak

Cloudomgevingen, direct aan internet gekoppelde apparaten en afhankelijkheden van leveranciers vergroten volgens het rapport de blootstelling verder. Succesvolle aanvallen komen vooral door het ontbreken van samenhang tussen preventie, zicht en regie. Nieuwe, geavanceerde aanvalstechnieken spelen vooralsnog een kleinere rol dan vaak wordt verondersteld.

Volgens het bedrijf ligt het probleem niet bij kennis of bewustzijn. Veel organisaties investeren in securitytools, maar de randvoorwaarden voor effectief gebruik ontbreken geregeld. Governance, structureel onderhoud en continue controle krijgen in de praktijk minder aandacht dan de aanschaf van nieuwe oplossingen. Daarmee ontstaat een situatie waarin tooling aanwezig is, maar de basisvoorwaarden voor preventie, detectie en respons onvoldoende zijn ingevuld.

Het rapport past in een bredere ontwikkeling waarin regelgeving en compliance-eisen toenemen, terwijl operationele weerbaarheid achterblijft. De cijfers uit 54.400 analyses laten zien dat bekende aanvalstechnieken in combinatie met uitvoeringsproblemen nog altijd voldoende zijn om grote impact te veroorzaken.

Arctic Wolf introduceert nieuwe endpointsecuritymogelijkheden voor msp-partners. Met Aurora Managed Endpoint Defense wil het bedrijf partners ondersteunen bij het beheren van endpointomgevingen en het uitbreiden van hun managed securitydiensten.

De uitbreiding bouwt voort op het bestaande partnerprogramma en Aurora Endpoint Security voor msp’s. Volgens het bedrijf kunnen partners met de nieuwe mogelijkheden hun dienstverlening stroomlijnen en beter inspelen op de groeiende vraag naar doorlopende beveiliging.

Met Aurora Managed Endpoint Defense ondersteunt het AI-gestuurde SOC van Arctic Wolf msp’s bij het beheren van implementaties van Aurora Endpoint Security bij klanten. De dienst omvat 24×7 monitoring, triage van meldingen en responsacties. Het bedrijf stelt dat partners hiermee hun operationele belasting kunnen verlagen en hun aanbod rond endpointsecurity kunnen uitbreiden.

Daarnaast introduceert Arctic Wolf een Rapid Response Add-On voor de JumpStart Retainer. Klanten van msp’s die beschikken over deze retainer kunnen een service level agreement van één uur activeren voor urgente incidenten. De JumpStart Retainer wordt aangeboden via een jaarlijks abonnement en omvat een aanpasbaar responsplan en vastgestelde tarieven voor incident response.

Ook komt er een MSP Admin Portal. Dit portaal biedt centraal inzicht in klantomgevingen, waaronder waarschuwingen, de status van agentimplementaties en de mogelijkheid om rapportages in bulk te downloaden. Volgens het bedrijf kan dit de administratieve lasten verminderen en het beheer vereenvoudigen.

Arctic Wolf meldt dat met het Aurora-platform detectie, respons en risicobeheer zijn samengebracht in één omgeving. Daarmee wil het bedrijf msp’s ondersteunen bij het leveren van beveiligingsdiensten aan klanten van verschillende omvang.

De Vertiv Avocent MergePoint Unity 2 biedt enterprise-grade beveiliging, schaalbare configuraties en naadloze externe toegang voor IT-infrastructuurbeheer

Vertiv (NYSE: VRT), een wereldwijde leider in kritieke digitale infrastructuur, introduceert de Vertiv Avocent MergePoint Unity 2. Dit is een next-generation keyboard-, video- en mouse- (KVM)-switchplatform voor veilig, gecentraliseerd beheer van IT-apparatuur in enterprise-datacenteromgevingen, gedistribueerde edge-locaties en vestigingen.

De switch helpt operators om hun dagelijkse werkzaamheden te vereenvoudigen, snel op incidenten te reageren en systeembeschikbaarheid te waarborgen. Ook maakt de switch externe diagnose, configuratie en herstel mogelijk, terwijl het IT-systemen beschermt tegen niet-geverifieerde firmware en software.

“Nu organisaties workloads over meerdere locaties verspreiden, neemt ook de complexiteit van infrastructuurbeheer toe,” aldus Ramesh Menon, vicepresident IT systems solutions bij Vertiv. “De Vertiv Avocent MergePoint Unity 2 biedt een centraal controlepunt met enterprise-grade beveiliging, waardoor IT-teams zichtbaarheid en responsiviteit kunnen behouden, ongeacht waar hun infrastructuur zich bevindt.”

De nieuwe KVM-switch voldoet aan de FIPS 140-3 cryptografische standaarden en ondersteunt veilige, geverifieerde encryptie voor overheids- en enterprise-omgevingen. Het systeem biedt geavanceerde bescherming met smartcard- en Common Access Card (CAC)-authenticatie en gebruikersrechtenbeheer. Hierdoor krijgen IT-teams een geconsolideerd overzicht van de infrastructuur zonder meerdere tools of locatiebezoeken. Dankzij ingebouwde Virtual Media-functionaliteit kunnen gebruikers op afstand schijven koppelen voor software- en applicatie-installaties, waardoor updates worden gestroomlijnd en downtime wordt geminimaliseerd.

Het platform biedt daarnaast externe toegang tot UEFI- en BIOS-firmware-interfaces voor kritieke systeemupdates en hardware-troubleshooting. Ook profiteren zowel lokale als externe gebruikers van een intuïtieve browsergebaseerde interface. Ondersteuning voor lokale hotkeys maakt snelle navigatie en taakuitvoering mogelijk, wat de efficiëntie verhoogt en de gebruikerservaring op rackniveau stroomlijnt.

De KVM-switch beschikt over een compact ontwerp dat, in combinatie met de Vertiv Avocent Local Rack Access (LRA) Console, binnen één rackunit past. Dit optimaliseert de beschikbare rackruimte. Het systeem kan worden beheerd via een ingebouwde webinterface voor standalone toepassingen of worden geïntegreerd met het Vertiv Avocent MP1000 Management Platform als onderdeel van de Vertiv Avocent DSView-oplossing voor gecentraliseerde, enterprise-brede controle.

Cegeka heeft Koen Deryckere benoemd tot nieuwe Chief Executive Officer. Hij treedt op 1 mei aan. Tot die tijd blijft Bart Watteeuw actief als interim-CEO, waarna hij de rol van Chief Operating Officer op zich neemt.

Met de benoeming haalt Cegeka een bestuurder binnen met een lange internationale loopbaan bij Accenture, waar hij onder meer verantwoordelijk was voor Frankrijk en de Benelux en deel uitmaakte van het Global Management Committee. Volgens Cegeka moet Deryckere het bedrijf naar een volgende groeifase leiden. Daarbij ligt de nadruk op het verder uitbouwen van de positie als Europese IT-dienstverlener en het versterken van de activiteiten in de Verenigde Staten via dochterbedrijf CTG. De nieuwe CEO brengt ervaring mee in het aansturen van internationale teams en het begeleiden van organisaties bij strategische transformaties.

Oprichter en voorzitter van de Raad van Bestuur André Knaepen spreekt van een belangrijk moment voor de organisatie en verwijst naar de voorbereidingen die de afgelopen periode zijn getroffen om verdere groei mogelijk te maken. Deryckere zelf zegt uit te kijken naar de samenwerking met teams binnen de groep en naar het verder uitbouwen van de internationale ambities.

Deryckere heeft zowel de Belgische als de Zwitserse nationaliteit en woont momenteel in Genève. Bij Accenture vervulde hij eerder verschillende leiderschapsrollen, waaronder Chief Operating Officer voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika, waar hij betrokken was bij de uitvoering van strategieën voor tienduizenden medewerkers in meerdere regio’s.

De wereldwijde vraag naar AI-infrastructuur begint steeds meer impact te krijgen op de opslagmarkt. Waar eerder vooral geheugenmodules en GPU’s onder druk stonden, signaleren fabrikanten en analisten dat ook harde schijven lastiger verkrijgbaar worden door de groei van grootschalige datacenterprojecten.

Een belangrijke oorzaak is dat hyperscalers hun capaciteit voor meerdere jaren vastleggen via langlopende contracten. Hierdoor komt minder productie beschikbaar voor andere afnemers. Nearline-HDD’s blijven een populaire keuze voor AI-workloads, omdat ze grote hoeveelheden data tegen relatief lage kosten kunnen opslaan. Dat zorgt ervoor dat een deel van de productie verschuift naar cloud- en AI-platforms.

Distributeurs merken dat levertijden oplopen en dat prijzen voorzichtig beginnen te stijgen. Vooral partijen die afhankelijk zijn van projectmatige hardware-inkoop krijgen te maken met minder voorspelbare beschikbaarheid. Analisten verwachten dat deze ontwikkeling zich in 2026 verder doorzet, nu steeds meer organisaties investeren in AI-training, archivering en dataverwerking op grote schaal.

De situatie laat zien dat de impact van AI zich uitbreidt van compute naar de volledige hardwareketen. Naast servers en geheugen krijgt ook opslag een strategische rol in capaciteitsplanning, met mogelijke gevolgen voor projecten en budgetten in het komende jaar.

Een juridisch onderzoek naar de soevereiniteit van de Europese cloudomgeving van Amazon Web Services is kort na publicatie offline gehaald. Dat melden onze zustersites Dutch IT Channel en Dutch IT Leaders. Het rapport, opgesteld door Greenberg Traurig in opdracht van de Rijksoverheid, stond op naam van Strategisch Leveranciersmanagement Rijk (SLM), onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Redacties van Dutch IT Channel en Dutch IT Leaders hebben vragen gesteld over de reden van het verdwijnen van het document.

Het onderzoek moest antwoord geven op de vraag in hoeverre de zogeheten AWS European Sovereign Cloud voldoet aan de eisen rond digitale soevereiniteit die de Nederlandse overheid stelt. Daarbij werd gekeken naar technische waarborgen, juridische controle over data en de continuïteit van dienstverlening bij internationale spanningen of juridische conflicten.

Volgens informatie uit de sector richtte het Engelstalige rapport zich onder meer op datasoevereiniteit en de invloed van buitenlandse wetgeving, zoals de Amerikaanse Cloud Act. Ook werd geanalyseerd hoe de overheid regie houdt over systemen die draaien op een internationale cloudinfrastructuur.

Het plotseling offline halen van het document roept vragen op, omdat de bevindingen een rol spelen in bredere discussies over cloudstrategie en digitale autonomie binnen de publieke sector. Voorlopig is onduidelijk of het rapport wordt aangepast of later opnieuw wordt gepubliceerd. Een inhoudelijke reactie vanuit SLM Rijk is nog niet gegeven.

In AI Update van deze week draait het om een verschuiving van praten naar doen, met agentic AI als kapstok en een golf aan nieuwe interfaces en infrastructuur daar omheen.

MIT Sloan legt agentic AI uit

Agentic AI is meer dan een chatbot met wat extra knoppen. Het gaat om software die taken kan plannen, tools kan gebruiken en stappen kan uitvoeren over een langere tijdlijn. MIT Sloan zet de term netjes neer, zonder hype, en dat helpt om het gesprek wat concreter te maken.

Belangrijkste punten:

  • Agentic AI draait om systemen die acties uitvoeren, niet alleen tekst genereren.
  • Het verschil zit vaak in orkestratie, toolgebruik en geheugen over meerdere stappen.
  • De techniek schuift snel richting “workflow in software”, minder richting “chatvenster”.
  • De risico’s verschuiven mee: autonomie vraagt om duidelijke grenzen en toezicht.

Bron: MIT Sloan

top ^

Google rolt Gemini 3.1 Pro breed uit

Google zet Gemini 3.1 Pro tegelijk in meerdere kanalen klaar, van API en Vertex AI tot de Gemini-app en NotebookLM. Dat maakt duidelijk dat het model bedoeld is als nieuwe basis voor zwaardere taken, niet als experiment in een hoekje.

Belangrijkste punten:

  • Beschikbaar via Gemini API, Vertex AI, de Gemini-app en NotebookLM.
  • Google positioneert 3.1 Pro als upgrade voor complexere redeneertaken.
  • De brede uitrol wijst op focus op adoptie door developers en teams die al met Gemini werken.
  • De praktische vraag wordt nu: wat merk je van de sprong in kwaliteit, latency en kosten?

Bron: Google Blog

top ^

WordPress.com integreert een AI-assistent in de editor

WordPress.com zet een AI-assistent in de block editor: layout aanpassen, stijlen wijzigen, kleuren wisselen, content bewerken en ook beeld genereren, via gewone taal. Het werkt voorlopig vooral met block themes, maar dit is wel “AI in het CMS” dat direct op sitebeheer gaat zitten.

Belangrijkste punten:

  • De assistent zit in de editor en is gericht op praktische site-ops, niet op losse tekstgeneratie.
  • Focus op block themes, classic themes vallen grotendeels buiten de boot.
  • Je stuurt aan met prompts, de editor wordt meer een uitvoeringslaag.
  • Voor teams wordt governance belangrijker: wie mag via AI aan design en content sleutelen?

Bron: WordPress.com

top ^

Apple werkt mogelijk aan meerdere AI wearables

Volgens TechCrunch werkt Apple aan meerdere AI wearables. Het is nog een gerucht, maar het past in een patroon: als AI echt je “interface” wordt, dan kan die interface net zo goed iets zijn dat je draagt in plaats van iets dat je aantikt.

Belangrijkste punten:

  • Het gaat om geruchten, niet om een bevestigde productaankondiging.
  • De inzet lijkt te zijn: context verzamelen via sensoren en dat koppelen aan een AI-assistent.
  • Dat verschuift de discussie van apps naar omgevingsinput en privacy by design.
  • Als dit klopt, wordt hardware weer een belangrijk speelveld in de AI-race.

Bron: TechCrunch

top ^

Onderzoekers noemen AI-baanstress “AIRD”

In een artikel in Cureus stellen onderzoekers “Artificial Intelligence Replacement Dysfunction” voor als term voor stress en existentiële onrust rond baanverdringing door AI. Het is geen officiële diagnose, maar wel een signaal dat de impact zich ook psychologisch begint te vertalen naar meetinstrumenten.

Belangrijkste punten:

  • AIRD wordt gepresenteerd als voorgestelde klinische construct, niet als formele classificatie.
  • Het stuk koppelt onzekerheid over werk aan herkenbare klachten, met een screeningsaanpak.
  • Het onderwerp raakt direct aan veranderende arbeidsrollen, omscholing en werkidentiteit.
  • Voor organisaties is de praktische vraag: hoe begeleid je veranderingen zonder paniek of cynisme?

Bron: Cureus

top ^

Amsterdamse Orq.ai maakt LLM-router een los product

Orq.ai brengt zijn LLM-router als zelfstandig product uit, los van het bredere platform. De kern is kosten en controle: routing over meerdere modellen en providers, zonder dat teams hun applicaties steeds moeten ombouwen. Dat past bij een markt waar LLM-gebruik sneller groeit dan de budgetten.

Belangrijkste punten:

  • De router komt los beschikbaar als gateway voor het aansturen van meerdere LLM’s.
  • Focus op routing, governance en kostenbeheersing over modelkeuzes heen.
  • Dit soort tooling groeit mee met “LLM sprawl”, meer providers, meer varianten, meer beleid.
  • Het maakt het makkelijker om te wisselen van model als prijs, performance of compliance verandert.

Bron: Emerce

top ^

Advocaten corrigeren klanten die AI-chatbots vertrouwen

Advocaten krijgen vaker klanten die hun juridische vragen eerst bij een chatbot neerleggen en daarna met foutieve aannames het gesprek ingaan. Dat levert extra werk op, omdat je eerst misverstanden moet opruimen voordat je aan het echte probleem toekomt.

Belangrijkste punten:

  • Chatbots kunnen overtuigend klinken, ook als antwoorden feitelijk niet kloppen.
  • Het gevolg is extra correctiewerk en meer frictie in het klantgesprek.
  • De casus laat zien dat “AI bespaart tijd” in de praktijk soms omdraait.
  • Voor professionals wordt broncontrole en verwachtingsmanagement een vaste stap in intake en advies.

Bron: FD

top ^


De AI Update is deze week samengesteld door Marcel Debets.
Tips? Mail de redactie.

SUSE heeft het Industrial Internet of Things-platform Losant overgenomen. Met deze stap wil de open source-leverancier zijn edge-portfolio uitbreiden richting industriële automatisering en procesgestuurde toepassingen. Losant wordt onderdeel van de bestaande Edge-businessunit van SUSE.

Losant levert een low-code IIoT-platform waarmee organisaties sensordata, workflows en applicaties aan de edge kunnen beheren. Door deze technologie te combineren met zijn bestaande infrastructuurstack wil SUSE een bredere rol gaan spelen in industriële omgevingen, waar IT-systemen steeds vaker direct gekoppeld worden aan operationele technologie zoals machines en productielijnen.

Volgens SUSE verschuift de focus in edge computing van infrastructuur naar uitvoering. Waar edge-oplossingen eerder vooral gericht waren op connectiviteit en beheer, groeit de vraag naar platforms die processen automatiseren en data direct vertalen naar acties. Met de integratie van Losant wil het bedrijf die stap versnellen, onder meer door orkestratie, databeheer en AI-functionaliteit dichter bij de bron van de data te brengen.

Keith Basil, algemeen directeur van SUSE Edge, stelt dat de overname past binnen een bredere strategie om edge-infrastructuur te verbinden met operationele resultaten. Door workflows en automatisering aan de edge te integreren, wil SUSE industriële partners helpen om processen sneller aan te passen en meer inzicht te halen uit real-time data, zegt het bedrijf.

Losant werd eerder opgenomen in het Magic Quadrant voor industriële IoT-platforms van Gartner. De technologie en medewerkers van het bedrijf worden volledig geïntegreerd binnen SUSE Edge. SUSE geeft aan dat het platform verder wordt ontwikkeld binnen een open ecosysteem, met aandacht voor interoperabiliteit en standaardisatie.

De stap sluit aan bij een bredere trend waarin IoT-endpoints zich ontwikkelen tot AI-endpoints. Analisten verwachten dat edge-omgevingen een steeds belangrijkere rol krijgen als uitvoeringslaag voor hybride AI-architecturen. Daarbij verschuift het beheer van industriële omgevingen volgens hen richting semi-autonome systemen die lokaal beslissingen kunnen nemen.

Met de toevoeging van Losant breidt SUSE zijn portfolio uit van infrastructuursoftware naar toepassingen die dichter tegen operationele processen aan zitten. Dat kan invloed hebben op hoe industriële omgevingen worden beheerd, waar IT-beheer, data-analyse en automatisering steeds vaker samenkomen.