The Digital Neighborhood heeft drie Benelux-bedrijven samengevoegd onder de naam Bravx. Het gaat om GAC Business Solutions, ABC E Business en Focus Enterprise Solutions.

De drie organisaties waren actief op het gebied van Microsoft Dynamics, ERP, CRM, data en bedrijfssoftware. Deze activiteiten worden nu ondergebracht in één organisatie. Bravx richt zich op klanten in onder meer groothandel, retail, productie, zorg en zakelijke dienstverlening. Volgens The Digital Neighborhood blijven bestaande contactpersonen en deliveryteams voor klanten ongewijzigd. De samenvoeging betekent dat de dienstverlening voortaan via één organisatie verloopt. Met de integratie bundelt The Digital Neighborhood zijn activiteiten op het gebied van business applications binnen de Benelux.

Arrow Electronics gaat de cybersecurityoplossingen van Clavister distribueren in Nederland. De samenwerking maakt deel uit van een bredere uitbreiding van de bestaande distributieovereenkomst, die eerder al in Zweden van kracht was.

Met de uitbreiding wordt het portfolio van Clavister via Arrow beschikbaar in elf extra Europese landen, waaronder Nederland. Arrow verzorgt daarbij onder meer de logistiek en ondersteuning richting channelpartners. Het aanbod bestaat onder meer uit next-generation firewalls en oplossingen voor identiteits- en toegangsbeheer. Volgens beide partijen moet de samenwerking bijdragen aan een bredere beschikbaarheid van de producten in de Europese markt. Naast Nederland werken Arrow en Clavister nu samen in onder meer België, Denemarken, Finland, Noorwegen, Polen en Zweden.

T-Systems breidt zijn cloudplatform T Cloud Public verder uit. Het bedrijf wil het platform de komende jaren doorontwikkelen tot een volwaardig public cloud-alternatief met datacenters in Nederland, Duitsland en Zwitserland, onder Europese wetgeving.

T Cloud Public, dat eerder bekendstond als Open Telekom Cloud, wordt uitgebreid met extra infrastructuur, ontwikkeltools en AI-diensten. Onderdeel daarvan is de integratie met de Industrial AI Cloud, waarmee klanten toegang krijgen tot extra GPU-capaciteit voor AI-workloads, onder meer op basis van hardware van NVIDIA. Volgens T-Systems biedt het platform momenteel ongeveer 80 procent van de functionaliteit van grote hyperscalers. Het bedrijf verwacht dat deze functionaliteit tegen eind 2026 verder wordt uitgebreid.

De uitbreiding past binnen de strategie van moederbedrijf Deutsche Telekom om een Europese cloudinfrastructuur op te bouwen die voldoet aan regelgeving rond dataverwerking en compliance. T-Systems richt zich met het platform onder meer op organisaties in sectoren als overheid, zorg en financiële dienstverlening, waar eisen rond datasoevereiniteit en certificering een belangrijke rol spelen.

OpenClaw duikt steeds vaker op in online controverses. De een ziet het als een logische volgende stap om een persoonlijke AI-agent te maken die eindelijk méér doet dan samenvatten en suggesties geven. De ander schrikt juist van wat het betekent: een stuk software dat in staat is om een volledige computer te bedienen, inclusief e-mail, software-installaties en online transacties. Wie heeft er gelijk?

Allereerst: wát is OpenClaw? Het is een open-source framework waarmee gebruikers AI-agents kunnen bouwen die zelfstandig taken uitvoeren op een systeem. Het is dus geen chatbot of assistent die meekijkt en adviezen geeft, maar om software die daadwerkelijk handelt. Een OpenClaw-agent kan bestanden lezen en schrijven, scripts uitvoeren, browseracties verrichten en API’s aanspreken. In de praktijk betekent dat: alles doen wat een gebruiker zelf ook kan doen, zolang die agent dezelfde rechten krijgt.

Dat laatste is dan ook waar de discussies om draaien. OpenClaw draait lokaal, in de context van de gebruiker. Geen sandbox dus, maar ook geen afgebakende cloudomgeving, én geen leverancier die meekijkt of begrenst. De agent opereert met jouw toegang, jouw accounts en als het nodig is, ook met jouw creditcard- of bankgegevens. Daarmee verschilt OpenClaw fundamenteel van commerciële AI-diensten zoals Copilot of ChatGPT, waar de actieruimte bewust is ingeperkt. Bij OpenClaw ligt die verantwoordelijkheid volledig bij de gebruiker.

Het is dus niet zo raar om te denken dat OpenClaw eigenlijk een rootkit is. Technisch gaat die vergelijking niet helemaal op. OpenClaw verbergt zich niet, installeert zich niet heimelijk en misbruikt geen kwetsbaarheden. Maar in de praktijk kan het zich wél gedragen als software met volledige systeemcontrole, als je het die ruimte geeft. En dat maakt het gevaarlijk voor wie zich daar niet van bewust is.

De controverse zit ook in wat vaak de ‘intent gap’ wordt genoemd. Mensen formuleren opdrachten in menselijke termen, met impliciete grenzen en aannames. “Automatiseer dit proces” betekent – in mensentaal – doe dit netjes, veilig en binnen redelijke grenzen. Voor een agent als OpenClaw betekent het iets anders: bereik dit doel zo efficiënt mogelijk, binnen de technische mogelijkheden die je hebt. Je ziet al meteen waar het fout kan gaan. Zonder expliciete beperkingen is er geen reden voor de agent om terughoudend te zijn met privacy en gevoeligheden.

Dat maakt OpenClaw tegelijk interessant en gevaarlijk. Technisch gezien opent het deuren die tot nu toe alleen met maatwerk of complexe scripting bereikbaar waren. Repetitieve taken kun je volledig automatiseren, workflows zelfstandig laten doorlopen en lokale data kun je laten combineren met externe bronnen zonder menselijke tussenkomst. Voor ontwikkelaars, onderzoekers en technisch vaardige gebruikers is dat aantrekkelijk, want het is geen dichtgetimmerd platform.

Maar OpenClaw is ook genadeloos. Het heeft geen moreel kompas, geen juridisch besef en geen ingebouwd gevoel voor context. Het begrijpt geen bedoelingen, alleen opdrachten. Wie het inzet in een omgeving waar gevoelige data, financiële systemen of productieprocessen toegankelijk zijn, neemt een risico dat niet theoretisch is. Onbedoelde datalekken, foutieve transacties of ongewenste acties kunnen het gevolg zijn.

Daar komt bij dat OpenClaw zich beweegt in een open-source ecosysteem waar uitbreidingen, scripts en modules een steeds grotere rol spelen. Dat vergroot de flexibiliteit, maar ook de aanvalsvector. Elke extra koppeling is een potentiële zwakke schakel. Zeker wanneer experimenten plaatsvinden op systemen die net iets te veel rechten hebben, iets wat in de praktijk vaker voorkomt dan veel organisaties willen toegeven.

Zelfs de naam verraadt iets van die mentaliteit. ‘Claw’ suggereert grijpen: vastpakken en niet loslaten. Dat zie je ook terug bij andere lokale AI-projecten zoals ClawDBot, die eveneens inzetten op actieve verzameling en autonomie. Het is een bewuste breuk met termen als assistant of copilot. De AI helpt niet alleen, maar handelt namens de gebruiker en neemt wat nodig is om zijn doel te bereiken.

Voor msp’s is het nog niet oppassen geblazen, maar wel een zaak om je erin te verdiepen. OpenClaw is een technologie die klanten hoe dan ook gaan ontdekken. Vaak met de gedachte dat lokaal en open source automatisch veilig betekent. In werkelijkheid vraagt dit type agent juist om volwassen governance: duidelijke afspraken over rechten, logging, monitoring en aansprakelijkheid.

Een verbod ligt niet voor de hand en zou ook weinig realistisch zijn. Agentic AI is de richting waarin tooling zich ontwikkelt. De rol van de msp zit daarom niet in blokkeren, maar in begrenzen. Signaleren waar dit soort software opduikt, uitleggen wat de implicaties zijn en soms ook gewoon zeggen dat iets in een zakelijke omgeving niet verantwoord is.

 

NTT DATA en Amazon Web Services zijn een meerjarige strategische samenwerking aangegaan rond cloudtransformatie en de inzet van agentic AI bij grote, internationale organisaties. Met de overeenkomst is een bedrag van meerdere miljarden dollars gemoeid.

De twee partijen willen samen vaart maken met cloudmigraties en geavanceerde AI-toepassingen, waarbij systemen steeds zelfstandiger taken uitvoeren en beslissingen voorbereiden. NTT DATA brengt daarbij zijn advies- en integratiekennis in, AWS levert de cloudinfrastructuur en AI-diensten.

In de samenwerking staan vier speerpunten centraal. Het gaat om het migreren en moderniseren van bestaande IT-omgevingen op grote schaal, het ontwikkelen van sectorspecifieke cloudoplossingen, het verder integreren van data- en AI-diensten in managed services en aandacht voor digitale soevereiniteit. Dat laatste gebeurt onder meer via de Europese soevereine cloud van AWS.

De focus ligt nadrukkelijk op sterk gereguleerde sectoren, zoals financiële dienstverlening, zorg en industrie. In die omgevingen draait het om het vernieuwen van kernsystemen, het veilig verwerken van gevoelige data en het voldoen aan wet- en regelgeving. Agentic AI wordt daarbij gepresenteerd als hulpmiddel om processen te automatiseren en complexe IT-landschappen beter beheersbaar te maken.

NTT DATA laat weten dat het zijn interne AWS-organisatie verder uitbreidt. Het bedrijf beschikt wereldwijd al over een grote groep gecertificeerde specialisten en wil dat aantal de komende jaren verder laten groeien. Daarnaast komen er gezamenlijke innovatieomgevingen waarin nieuwe cloud- en AI-toepassingen eerst worden ontwikkeld en getest, voordat ze op grotere schaal worden uitgerold.

De overeenkomst past in een bredere trend waarin hyperscalers en grote IT-dienstverleners steeds nauwer samenwerken om AI-toepassingen van proefproject naar productie te brengen. De aandacht verschuift daarbij van losse experimenten naar structurele inbedding in bestaande IT-omgevingen en bedrijfsprocessen.

Microsoft heeft de mijlpaal van één miljard actieve installaties van Windows 11 bereikt. Het besturingssysteem groeit daarmee sneller dan Windows 10, al blijft het oorspronkelijke tempo dat Microsoft voor ogen had buiten bereik.

In het afgelopen kwartaal kwam het aantal actieve installaties van Windows 11 uit op één miljard. Dat maakte Microsoft bekend bij de presentatie van de kwartaalcijfers. CEO Satya Nadella wees daarbij op het hogere adoptietempo ten opzichte van de vorige Windows-versie.

Windows 11 bereikt de miljardgrens ongeveer vier maanden sneller dan Windows 10 destijds. Windows 10 had daar vier jaar en acht maanden voor nodig. Daarmee laat Windows 11 een relatief snellere acceptatie zien, ondanks de aanvankelijk hogere hardware-eisen en de terughoudendheid in de zakelijke markt bij de introductie.

Tegelijkertijd blijft de groei achter bij de ambities die Microsoft bij de lancering uitsprak. Het bedrijf mikte destijds op één miljard actieve installaties binnen ongeveer drie jaar. Die doelstelling is niet gehaald, wat deels samenhangt met het langere gebruik van bestaande pc’s en de blijvende aanwezigheid van Windows 10.

Volgens de meest recente cijfers draait Windows 11 inmiddels op circa 50,3 procent van de pc’s. Windows 10 volgt met een aandeel van ongeveer 44,7 procent. Daarmee blijft de oudere versie nog altijd substantieel aanwezig, ondanks het versnelde tempo waarin Windows 11 terrein wint.

De cijfers onderstrepen dat de Windows-markt zich geleidelijk blijft verschuiven, zonder abrupte overstapmomenten. De adoptie van nieuwe Windows-versies verloopt traditioneel gespreid, waarbij zowel consumenten als organisaties hun eigen vervangingscycli aanhouden.

Bedrijven schalen hun privacyprogramma’s versneld op onder invloed van AI. Uit nieuw onderzoek van Cisco blijkt dat vrijwel alle organisaties extra investeren in dataprivacy en governance, terwijl internationale datastromen steeds vaker onder druk komen te staan.

De jaarlijkse Data and Privacy Benchmark Study van Cisco laat zien dat AI inmiddels de belangrijkste aanjager is achter privacy-investeringen. Negentig procent van de ondervraagde organisaties heeft het privacyprogramma het afgelopen jaar uitgebreid door AI-ontwikkelingen. Bijna evenveel respondenten, 93 procent, zegt van plan te zijn om daar verder in te investeren. De omvang van die investeringen groeit mee: 38 procent van de organisaties gaf het afgelopen jaar minimaal 5 miljoen dollar uit aan privacy, tegen 14 procent twee jaar eerder.

De toegenomen aandacht hangt samen met de databehoefte van AI. Grootschalige AI-toepassingen vragen om grote hoeveelheden betrouwbare data, terwijl juist daar kwetsbaarheden in databeheer zichtbaar worden. Volgens het onderzoek zien organisaties privacy en datagovernance daarom steeds minder als een puur compliancevraagstuk, en vaker als randvoorwaarde voor innovatie en concurrentievermogen.

Dat perspectief komt ook terug in de manier waarop privacyprogramma’s worden beoordeeld. Vrijwel alle respondenten geven aan dat een duidelijk privacykader helpt om sneller met AI te werken. Tegelijkertijd zegt 99 procent minstens één concreet zakelijk voordeel te halen uit investeringen in privacy, zoals meer wendbaarheid, hogere innovatiekracht of sterkere klantbinding. Transparantie speelt daarbij een centrale rol. Voor 46 procent van de organisaties is heldere communicatie over dataverzameling en datagebruik de effectiefste manier om vertrouwen te behouden.

Ondanks die vooruitgang is AI-governance nog duidelijk in ontwikkeling. Driekwart van de respondenten beschikt inmiddels over een intern AI-toezichtsorgaan, maar slechts een klein deel beschouwt dat orgaan als volledig volwassen. Een belangrijke bottleneck blijft de toegang tot geschikte data. Twee derde van de organisaties loopt tegen problemen aan bij het efficiënt beschikbaar maken van kwalitatief hoogwaardige data voor AI-systemen, wat wijst op blijvende uitdagingen rond datahygiëne, inzicht en controle.

Naast interne governance speelt ook de internationale context een steeds grotere rol. De roep om datalokalisatie groeit, maar gaat volgens het onderzoek gepaard met hogere kosten en meer complexiteit. Meer dan driekwart van de respondenten zegt dat lokale data-eisen het lastiger maken om diensten internationaal aan te bieden, bijvoorbeeld door beperkingen in 24-uurs dienstverlening over meerdere regio’s. Tegelijkertijd neemt het vertrouwen in strikt lokale opslag als veiligheidsmaatregel iets af.

Organisaties die grensoverschrijdend actief zijn, zoeken daarom vaker samenwerking met internationale technologiepartners. Een ruime meerderheid ziet wereldwijde aanbieders als beter in staat om datastromen over landsgrenzen heen te beheren. In dat licht pleit 83 procent van de respondenten voor verdere harmonisatie van internationale regels rond dataverkeer en cyberbeveiliging, om innovatie mogelijk te houden zonder het vertrouwen in dataverwerking te ondermijnen.

Het onderzoek is gebaseerd op een enquête onder 5.200 IT-, technologie- en securityprofessionals in twaalf landen, waaronder Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

Decos Technology Group heeft per 1 februari 2026 het bedrijf TM7 overgenomen. Met de overname voegt het de anonimiseeroplossing Carp-E toe aan zijn portfolio.

Carp-E is software die wordt ingezet om persoonsgegevens automatisch te verwijderen uit documenten en datasets. De oplossing maakt daarbij gebruik van vaste taalregels, in plaats van generatieve AI-modellen die op externe datasets zijn getraind. Volgens Decos sluit deze aanpak beter aan bij eisen rond dataveiligheid en gegevensbescherming.

De anonimiseeroplossing blijft voorlopig als zelfstandige dienst binnen de groep opereren. Op termijn wil Decos de technologie integreren in zijn eigen platform.

De overname past binnen de bredere strategie van Decos om het softwareaanbod voor overheidsorganisaties verder uit te bouwen. In de afgelopen jaren deed het bedrijf meerdere acquisities, waaronder de overname van GeoJunxion, waarmee geografische data en kaartdiensten aan het portfolio werden toegevoegd.

Met de toevoeging van Carp-E versterkt Decos zijn positie op het gebied van privacy, dataverwerking en compliance binnen publieke organisaties.

De Nederlandse arbeidsmarkt blijft afkoelen. Het aantal vacatures is opnieuw gedaald en het aantal werklozen neemt licht toe. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek stonden er eind 2025 ongeveer 380.000 vacatures open, zo’n 7.000 minder dan een kwartaal eerder. Tegelijkertijd steeg het aantal werklozen naar ongeveer 410.000, wat neerkomt op 4,0 procent van de beroepsbevolking.

Die afnemende krapte is niet alleen zichtbaar in sectoren als zorg en handel, maar ook in de technologiesector. In de ICT-branche is het aantal banen licht teruggelopen en zijn er minder openstaande vacatures dan in de voorgaande jaren. Daarmee lijkt ook in IT een einde te komen aan de periode waarin werkgevers structureel moeite hadden om geschikt personeel te vinden.

Voor msp’s en IT-dienstverleners betekent dit dat de arbeidsmarkt langzaam verandert van een uitgesproken werknemersmarkt naar een meer gebalanceerde situatie. Waar kandidaten eerder vaak meerdere aanbiedingen tegelijk kregen, ontstaat nu weer iets meer ruimte voor werkgevers om selectiever te werven en functies beter in te vullen op basis van vaardigheden en ervaring.

De daling van het aantal vacatures hangt samen met een voorzichtiger houding van bedrijven. Organisaties zijn terughoudender met uitbreiden en stellen nieuwe aanstellingen vaker uit. Tegelijkertijd blijven veel professionals actief op zoek naar werk, waardoor het aanbod op de arbeidsmarkt groeit zonder dat er sprake is van grootschalige ontslagen.

De cijfers laten vooral zien dat de arbeidsmarkt voor IT en msp’s in een nieuwe fase terechtkomt. Niet langer extreem krap, maar ook nog niet ruim. In die tussenfase wordt strategisch personeelsbeleid belangrijker, met meer aandacht voor opleiding, doorstroom en behoud van medewerkers in plaats van uitsluitend snelle groei via externe werving.

Quantumcomputing wordt vaak nog gezien als een technologie voor de verre toekomst. Toch bereiden grote securityleveranciers zich inmiddels actief voor op een tijdperk waarin bestaande versleutelingsmethoden niet langer vanzelfsprekend veilig zijn. Dat bleek deze week tijdens een door Palo Alto Networks georganiseerde Quantum-Safe Summit, waar de impact van quantumtechnologie op digitale beveiliging centraal stond.

Volgens de aanwezige experts kunnen huidige encryptiestandaarden binnen enkele jaren onder druk komen te staan. Niet omdat quantumcomputers morgen al breed inzetbaar zijn, maar omdat cybercriminelen nu al versleutelde data onderscheppen met het oog op toekomstige ontsleuteling. Deze zogenoemde ‘harvest now, decrypt later’-aanpak maakt dat gevoelige informatie ook op langere termijn risico kan lopen.

Voor veel organisaties klinkt dat nog abstract. In de praktijk is post-quantum security voor de meeste mkb-bedrijven geen acuut probleem. Toch schuift het onderwerp langzaam richting strategische agenda’s, mede doordat toezichthouders en sectoren als finance en overheid zich hier al actief op voorbereiden. Leveranciers spelen daarop in door hun beveiligingsplatforms geschikt te maken voor toekomstige cryptografiestandaarden.

Palo Alto Networks presenteerde tijdens het evenement zijn zogeheten Quantum-Safe Security-aanpak, waarmee organisaties inzicht moeten krijgen in waar en hoe encryptie binnen hun omgeving wordt gebruikt. Volgens het bedrijf is dat nodig omdat beveiliging vaak diep verweven zit in applicaties, netwerken en legacy-systemen, waardoor aanpassingen niet eenvoudig zijn.

Een belangrijk aandachtspunt is dat veel bestaande systemen niet zomaar kunnen worden aangepast aan nieuwe standaarden. In zulke gevallen wordt gekeken naar aanvullende beveiliging tijdens datatransport, zonder dat onderliggende applicaties hoeven te worden vervangen. Daarmee ontstaat een gefaseerde aanpak: eerst inventariseren, daarna voorbereiden en pas later overstappen op nieuwe vormen van encryptie.

Voor msp’s en IT-dienstverleners is post-quantum security voorlopig vooral een onderwerp voor roadmapgesprekken en strategische advisering. Klanten zullen hier op korte termijn zelden concreet om vragen, maar audits, compliance-eisen en security-assessments kunnen het thema wel steeds vaker aanstippen. Wie nu al globaal begrijpt wat er speelt, staat straks sterker in gesprekken over lange termijnbeveiliging.