Sophos breidt zijn portfolio uit met Workspace Protection, een oplossing die hybride werken beveiligt via de werkplek zelf, met de browser als centraal aangrijpingspunt. Daarmee positioneert Sophos zich nadrukkelijk tegenover traditionele SASE- en SSE-architecturen, die volgens het bedrijf vaak complex en kostbaar zijn om te implementeren en te beheren.

De kern van Sophos Workspace Protection is de Sophos Protected Browser, een bedrijfsbrowser op basis van Chromium, ontwikkeld in samenwerking met Island. Vanuit de browser krijgen organisaties zicht op applicatiegebruik, datastromen en webverkeer, ongeacht waar medewerkers werken. Het beheer verloopt via het Sophos Central-platform.

Volgens Sophos verschuift beveiliging hiermee van het netwerk naar de werkplek. In plaats van verkeer om te leiden via centrale infrastructuur, worden beveiligingsmaatregelen direct toegepast op gebruikersniveau. Dat moet de operationele last beperken en tegelijk meer grip geven op moderne werkpatronen, waarin het merendeel van het werk via de browser plaatsvindt.

Focus op zichtbaarheid rond AI-gebruik

Een belangrijk aandachtspunt binnen Workspace Protection is zichtbaarheid op Shadow IT en Shadow AI. Nu steeds meer medewerkers generatieve AI-tools gebruiken in hun dagelijkse werk, neemt volgens Sophos het risico toe dat gevoelige data buiten het zicht van IT- en securityteams wordt gedeeld. Door beleid en controle op browser- en werkplekniveau toe te passen, wil Sophos organisaties helpen dit gebruik beter te monitoren en te sturen.

De oplossing combineert meerdere bestaande en nieuwe componenten, waaronder Zero Trust Network Access (ZTNA), DNS-beveiliging en e-mailmonitoring. Organisaties kunnen deze onderdelen gezamenlijk of afzonderlijk inzetten, afhankelijk van hun behoeften.

Marktbeweging richting werkplek- en browsersecurity

De introductie past in een bredere marktbeweging waarin browser-gebaseerde security steeds nadrukkelijker in beeld komt. Analisten zien hierin een pragmatische benadering voor organisaties die wel meer controle willen over applicaties en data, maar terugschrikken voor grootschalige SASE-implementaties.

“Sophos Workspace Protection laat zien dat beveiliging steeds vaker dichter bij de gebruiker wordt georganiseerd”, zegt Mike Jude, Research Director bij IDC. Volgens hem speelt deze aanpak in op de groeiende complexiteit rond hybride werken, SaaS en AI-gebruik.

Sophos Workspace Protection wordt vanaf februari 2026 beschikbaar voor klanten en partners.

Midwich Benelux heeft een distributieovereenkomst gesloten met Yealink voor de Benelux. Daarmee krijgen resellers en system integrators in Nederland, België en Luxemburg via Midwich toegang tot het portfolio videovergader- en samenwerkingsoplossingen van de fabrikant.

Met de overeenkomst wordt Yealink toegevoegd aan het AV- en UC-aanbod van Midwich Benelux, dat onderdeel is van de Midwich Group. Het portfolio bestaat onder meer uit all-in-one meeting bars, collaboration boards en complete room systems voor videovergaderen. Volgens de betrokken partijen sluit de samenwerking aan bij de groeiende vraag naar geïntegreerde vergaderoplossingen voor hybride werkomgevingen.

Midwich Benelux richt zich op distributie met aanvullende ondersteuning, zoals technische begeleiding en projectondersteuning. Door Yealink op te nemen in het assortiment breidt de distributeur zijn aanbod in professionele videovergaderoplossingen verder uit. De samenwerking is bedoeld voor partners die actief zijn in zowel commerciële omgevingen als het publieke domein.

Yealink ontwikkelt oplossingen voor videovergaderen, spraakcommunicatie en collaboration en is actief in meer dan 140 landen. Met deze overeenkomst vergroot de fabrikant zijn distributiebereik in de Benelux.

De aankondiging past binnen een bredere ontwikkeling in de markt, waarin videovergaderen verschuift van losse endpoints naar complete ruimteoplossingen. Hardware, software en beheer worden daarbij vaker als samenhangend geheel aangeboden, wat leidt tot nauwere samenwerking tussen fabrikanten en distributeurs rond ontwerp, implementatie en ondersteuning.

 

Info Support heeft Dion van der Arend benoemd tot commercieel unitmanager Managed Services. Met de benoeming wil het bedrijf Managed Services verder positioneren als onderdeel van de groeistrategie, met nadruk op sectorfocus, langdurige klantrelaties en schaalbare dienstverlening.

Van der Arend brengt ervaring mee in het aansturen en doorontwikkelen van managed services-organisaties. In eerdere functies was hij betrokken bij het opschalen van serviceactiviteiten, omzetontwikkeling en teamopbouw. Binnen Info Support krijgt hij de verantwoordelijkheid voor de verdere uitbouw van Managed Services als vaste pijler in het dienstenportfolio.

De rol richt zich op het combineren van beheer, doorontwikkeling en optimalisatie van IT-omgevingen. Volgens Info Support sluit deze aanpak aan bij de behoefte van klanten aan continuïteit, terwijl er ruimte blijft voor gecontroleerde vernieuwing. De eenheid Managed Services moet daarbij bijdragen aan stabiele dienstverlening en voorspelbare groei.

Met de aanstelling kiest Info Support voor een commerciële aansturing met behoud van technische expertise. Het bedrijf meldt dat sector- en dienstverantwoordelijkheid worden gecombineerd met inhoudelijke kennis, om zo de aansluiting met complexe IT-vraagstukken te behouden. De benoeming past binnen de bredere ontwikkeling van de organisatie, waarin Managed Services een grotere rol krijgen naast projectmatige dienstverlening.

De schaalbare hybride koelingsoplossing, Vertiv™ MegaMod™ HDX, levert een capaciteit tot 10 MW en ondersteunt rackdichtheden van 50 kW tot meer dan 100 kW per rack.

Vertiv wereldwijd marktleider in kritische digitale infrastructuur, kondigt vandaag nieuwe configuraties van de Vertiv™ MegaMod™ HDX aan. Dit is een geprefabriceerde infrastructuuroplossing voor stroomvoorziening en vloeistofkoeling, ontwikkeld voor high-density computingomgevingen, waaronder toepassingen voor artificial intelligentie (AI) en high-performance computing (HPC). De nieuwe configuraties bieden operators meer flexibiliteit om te voldoen aan snel toenemende eisen op het gebied van vermogen en koeling, terwijl ruimtegebruik en implementatiesnelheid worden geoptimaliseerd. De modellen zijn wereldwijd beschikbaar.

Vertiv MegaMod HDX combineert direct-to-chip vloeistofkoeling met luchtgekoelde architecturen om te voldoen aan de extreme thermische eisen van AI-workloads, en ondersteunt pod-gebaseerde AI-omgevingen en geavanceerde GPU-clusters. De compacte uitvoering heeft een standaard modulehoogte, ondersteunt maximaal 13 racks en biedt een vermogenscapaciteit tot 1,25 MW. De combi-uitvoering heeft een ontwerp met verhoogde hoogte, met een maximum van 144 racks en vermogenscapaciteiten tot 10 MW. Beide configuraties ondersteunen rackdichtheden van 50 kW tot meer dan 100 kW per rack. De hybride koelarchitecturen integreren direct-to-chip vloeistofkoeling met luchtkoeling voor efficiënt thermisch beheer bij hoge dichtheden. Tegelijkertijd maakt het geprefabriceerde modulaire ontwerp een snellere implementatie mogelijk en stelt het klanten in staat hun datacenters schaalbaar uit te breiden naarmate de vraag groeit.

“De huidige AI-workloads vereisen koelingsoplossingen die verder gaan dan traditionele benaderingen. Met de Vertiv MegaMod HDX, beschikbaar in zowel compacte als combi-configuraties, kunnen organisaties hun faciliteitsvereisten afstemmen en tegelijkertijd high-density, vloeistofgekoelde omgevingen op grote schaal ondersteunen. Onze ontwerpen leveren wat datacenters het hardst nodig hebben: betrouwbare prestaties, operationele efficiëntie en de mogelijkheid om AI-infrastructuur met vertrouwen op te schalen,” aldus Viktor Petik, senior vice president infrastructure solutions bij Vertiv.

De Vertiv MegaMod HDX-modellen beschikken over een innovatieve hybride koelarchitectuur die direct-to-chip vloeistofkoeling combineert met flexibele luchtsystemen in een volledig geïntegreerde, geprefabriceerde pod. De oplossingen zijn voorzien van een gedistribueerde stroomarchitectuur, waarbij modules elkaar kunnen opvangen bij uitval. Daardoor blijft continuïteit mogelijk, zelfs wanneer één module offline gaat. Daarnaast zorgt het thermische buffersysteem met opslagtank ervoor dat GPU-clusters stabiel blijven functioneren tijdens onderhoud of lastovergangen. Dit in de fabriek geïntegreerde ontwerp maakt een reproduceerbare en nauwkeurige implementatie mogelijk en biedt kostenzekerheid bij de planning en opschaling van AI-infrastructuur.

Het geprefabriceerde ontwerp, in combinatie met fabrieksmatig geïntegreerde en volledig geteste componenten en het wereldwijde servicenetwerk van Vertiv, biedt betrouwbare end-to-end ondersteuning.

Het uitgebreide portfolio van Vertiv op het gebied van energie-, koel- en IT-managementoplossingen ondersteunt uiteenlopende datacenterarchitecturen en stelt klanten in staat te voldoen aan toenemende dichtheidseisen met schaalbare, hoogwaardige infrastructuur. Beide configuraties maken gebruik van dit brede portfolio, waaronder de Vertiv™ Liebert® APM2 noodstroomvoorziening (UPS), de Vertiv™ CoolChip CDU koelverdelingseenheid, het Vertiv™ PowerBar buswaysysteem en Vertiv™ Unify infrastructuurmonitoring.

Vertiv biedt daarnaast IT-rackinfrastructuur die is ontworpen voor naadloze integratie en ondersteuning van IT-systemen, waaronder Vertiv™ racks en Vertiv™ OCP-conforme racks, de Vertiv™ CoolLoop RDHx achterdeurwarmtewisselaar, Vertiv™ CoolChip in-rack CDU, Vertiv™ rack power distribution units, het Vertiv™ PowerDirect in-rack gelijkstroomsysteem en Vertiv™ CoolChip Fluid Network Rack Manifolds.

De opkomst van generatieve AI verschuift de aandacht van ceo’s van ransomware naar fraude en identiteitsmisbruik. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het World Economic Forum. Tegelijk groeit bij consumenten de zorg over identiteitsdiefstal, zo blijkt uit cijfers van Experian.

Volgens het World Economic Forum is cyber-enabled fraude in korte tijd een dominante zorg geworden. In het onderzoek geeft 73 procent van de ondervraagde ceo’s aan dat zijzelf, of iemand in hun professionele of privéomgeving, in 2025 te maken had met digitale fraude. Phishing, vishing en smishing worden het vaakst genoemd, gevolgd door betalingsfraude en identiteitsdiefstal. Daarmee is de focus verschoven ten opzichte van een jaar eerder, toen ransomware nog als belangrijkste dreiging gold.

Het forum plaatst deze ontwikkeling in de context van het bredere gebruik van generatieve AI. Die technologie verlaagt de drempel voor aanvallers en maakt aanvallen overtuigender en beter schaalbaar. Fraude en impersonatie profiteren daarbij van realistisch taalgebruik, stemimitatie en synthetische beelden, waardoor het voor slachtoffers lastiger wordt om echt van nep te onderscheiden.

Ook aan consumentenzijde nemen de zorgen toe. Experian meldt dat 68 procent van de ondervraagden identiteitsdiefstal als grootste risico ziet, gevolgd door misbruik van creditcardgegevens. Dat beeld sluit aan bij recente cijfers van de Amerikaanse toezichthouder FTC, waaruit blijkt dat gemelde fraudeverliezen in 2024 opliepen tot 12,5 miljard dollar, een stijging van 25 procent op jaarbasis.

Volgens Konstantin Levinzon, medeoprichter van Planet VPN, versnelt AI deze ontwikkeling verder. Hij wijst erop dat aanvallers sociale engineering eenvoudiger kunnen vertalen en lokaliseren, waardoor campagnes geloofwaardiger worden en zich sneller over regio’s verspreiden. Ook hyperrealistische deepfake-aanvallen zijn met AI toegankelijker geworden.

Het WEF benadrukt dat bepaalde groepen extra kwetsbaar zijn. Kinderen en vrouwen worden vaker doelwit van impersonatie en misbruik van synthetische beelden. Tegelijkertijd staat de weerbaarheid van organisaties onder druk door structurele tekorten aan cybersecurityspecialisten. In Europa en Centraal-Azië zegt een derde van de bedrijven onvoldoende expertise te hebben, in Noord-Amerika ligt dat aandeel vergelijkbaar. In delen van Latijns-Amerika en Afrika loopt dit op tot rond de 70 procent.

AI kan volgens het rapport helpen om delen van dat tekort op te vangen, bijvoorbeeld door automatisering van beveiligingstaken. Tegelijk waarschuwt het forum voor nieuwe risico’s bij gebrekkige implementatie, zoals verkeerde configuraties, vertekeningen in besluitvorming en een te grote afhankelijkheid van automatisering.

De bevindingen passen binnen een bredere ontwikkeling waarin digitale veiligheid steeds minder een puur technisch vraagstuk is. De snelle adoptie van generatieve AI vergroot de urgentie om fraude en identiteitsmisbruik structureel mee te nemen in risicobeoordelingen, binnen bedrijven en daarbuiten.

DEFION Security heeft Talitha Papelard benoemd tot Chief Client Officer. Zij wordt verantwoordelijk voor de aansturing van de dienstverlening aan klanten en voor de verdere positionering van het bedrijf als strategische cybersecuritypartner in de Benelux.

Met de benoeming van een Chief Client Officer brengt DEFION Security commerciële verantwoordelijkheid en klantrelaties samen in één functie. Papelard richt zich op het ondersteunen en adviseren van bestuur en management bij vraagstukken rond cybersecurity. Daarnaast krijgt zij de eindverantwoordelijkheid voor de totale dienstverlening aan opdrachtgevers.

Papelard heeft ervaring op het gebied van cybersecurity, strategie en commercie. Voor haar komst naar DEFION was zij actief als General Manager Benelux bij Northwave. In die functie was zij betrokken bij de groei van de organisatie en bij trajecten waarin cybersecurity op managementniveau werd gepositioneerd. Ook werkte zij met bestuurders en directies aan het structureel organiseren van cybersecurity binnen hun organisaties.

Bij DEFION gaat Papelard zich bezighouden met de integrale ondersteuning van bestuur, management en securityverantwoordelijken bij klanten. Daarbij ligt de nadruk op het inrichten van securitymanagement, het ondersteunen van besluitvorming rond risico’s en het verhogen van de volwassenheid van cybersecurity binnen organisaties.

Oprichter en CEO Hartger Ruijs meldt dat de benoeming past bij de ambitie van DEFION om klanten breder te ondersteunen bij cybersecurityvraagstukken, waarbij risico, controle en compliance een belangrijke rol spelen.

Papelard geeft aan zich in haar nieuwe rol te willen richten op het versterken van digitale weerbaarheid bij organisaties, in samenwerking met klanten en de specialisten binnen DEFION.

Incidenten waarbij AI-applicaties betrokken zijn, zijn het afgelopen jaar met 43 procent toegenomen. Dat blijkt uit wereldwijd onderzoek van KnowBe4 onder securityverantwoordelijken en medewerkers. Governance, toezicht en technische detectie lopen volgens het onderzoek achter op het tempo waarin AI binnen organisaties wordt ingezet.

AI is daarmee, na e-mail, de snelst groeiende factor in het dreigingslandschap. Het onderzoek, uitgevoerd onder 700 cybersecurity-leiders en 3.500 medewerkers wereldwijd, wijst op de snelle adoptie van generatieve AI, autonome agents en AI-gedreven workflows. Deze toepassingen introduceren nieuwe aanvalsvectoren die lastiger te beheersen zijn dan traditionele IT-risico’s.

Respondenten geven aan dat gevoelige documenten regelmatig worden geüpload naar externe AI-tools. Tegelijkertijd kunnen AI-systemen zelf doelwit zijn van manipulatie. Aanvallers zetten AI bovendien in om phishing en andere aanvallen overtuigender en beter schaalbaar te maken. Voor 45 procent van de securityleiders vormt het bijhouden van deze AI-gedreven dreigingen de grootste uitdaging bij het beïnvloeden van menselijk gedrag.

Ook het gebruik van deepfakes neemt toe. Bij 32 procent van de organisaties is het aantal incidenten met deepfakes het afgelopen jaar gestegen. Deze technieken worden ingezet voor stem- en identiteitsvervalsing, waardoor social engineering-aanvallen persoonlijker en geloofwaardiger worden. Medewerkers zijn zich hiervan bewust: 86 procent zegt zich zorgen te maken over misleiding via deepfakes, bijvoorbeeld om toegang te krijgen tot systemen of vertrouwelijke informatie.

Weerbaarheid blijft achter

Tegelijk blijft de technische weerbaarheid achter. Slechts 35 procent van de organisaties heeft technologie geïmplementeerd om deepfakes te detecteren. Veel AI-gedreven aanvallen blijven daardoor onopgemerkt of worden pas laat ontdekt. Training en e-mailbeveiliging worden volgens het onderzoek vaker ingezet dan gespecialiseerde detectiemiddelen.

Een ander terugkerend thema is de opkomst van zogenoemde shadow AI. Hoewel 98 procent van de organisaties aangeeft maatregelen te hebben genomen om AI-gerelateerde cyberrisico’s te beheersen, ervaren medewerkers in de praktijk beperkingen. Slechts 26 procent zegt snel toegang te hebben tot de AI-tools die nodig zijn voor het werk. Meer dan de helft ervaart de toegang als te traag of geheel afwezig.

Die kloof tussen beleid en praktijk leidt tot risicovol gedrag. Zeventien procent van de medewerkers gebruikt AI-tools zonder toestemming van IT- of securityteams. Dit vergroot de kans op datalekken, het delen van gevoelige informatie en onzichtbare manipulatie van AI-agents, doordat gebruik buiten het zicht van toezicht en logging plaatsvindt.

Human Risk

Het onderzoek plaatst AI nadrukkelijk binnen het domein van Human Risk Management. AI fungeert daarbij niet alleen als externe dreiging, maar ook als interne risicofactor die direct samenhangt met menselijk gedrag. Zonder duidelijke richtlijnen, realtime begeleiding en inzicht in gebruik verschuift werk naar omgevingen met een hoger risicoprofiel.

Volgens Javvad Malik, Lead CISO Advisor bij KnowBe4, is de productiviteitswinst van AI te groot om te negeren. Hij stelt dat mens en AI steeds nauwer zullen samenwerken en dat beveiligingsprogramma’s deze realiteit moeten volgen door ook de AI-laag expliciet mee te nemen.

Trend Micro heeft zijn cybersecurityplatform Trend Vision One beschikbaar gemaakt binnen de AWS European Sovereign Cloud. Daarmee kan het platform worden ingezet in een Europese cloudomgeving die is ingericht voor organisaties met strikte eisen rond datalocatie, governance en compliance.

De stap bouwt voort op de bestaande samenwerking tussen Trend Micro en Amazon Web Services. De focus ligt op organisaties in sterk gereguleerde sectoren, zoals overheid, defensie en kritieke infrastructuur, waar cloudgebruik steeds vaker botst met juridische en organisatorische randvoorwaarden.

De AWS European Sovereign Cloud is opgezet als een zelfstandig beheerde cloudomgeving, met infrastructuur en operationele aansturing binnen Europa. AWS stelt dat klanten toegang houden tot hetzelfde dienstenportfolio en dezelfde technische bouwstenen als in andere regio’s, waaronder de bekende architectuur, API’s en het AWS Nitro System, terwijl wordt voldaan aan aanvullende Europese soevereiniteitsvereisten.

Trend Vision One draait binnen deze omgeving met behoud van de bestaande functionaliteit. Het platform is gericht op het centraal beheren van cyberrisico’s en combineert detectie, respons en preventie binnen één architectuur. Onderdeel daarvan zijn onder meer extended detection and response, geautomatiseerde security orchestration en het correleren van dreigingsinformatie over verschillende lagen van de IT-omgeving.

Volgens Trend Micro sluit de beschikbaarheid binnen een soevereine cloud aan op een markt waarin organisaties steeds vaker zoeken naar een balans tussen schaalbaarheid en controle. De combinatie van toenemende dreigingscomplexiteit en strengere eisen rond dataverwerking maakt dat cloudkeuzes minder vrijblijvend worden, vooral in gereguleerde omgevingen.

Trend Micro en AWS werken al meer dan tien jaar samen op het gebied van cloudbeveiliging. De uitbreiding naar de European Sovereign Cloud past binnen een bredere ontwikkeling in Europa, waarbij leveranciers hun diensten aanpassen aan nationale en Europese wet- en regelgeving rond digitale soevereiniteit.

Met deze stap positioneert Trend Micro zijn platform binnen een cloudmodel dat expliciet is ontworpen voor Europese compliance-eisen, zonder dat het functionele bereik van het platform verandert.

Een vijfde van de werkende Nederlanders heeft het gevoel vals te spelen bij het gebruik van AI op het werk. Tegelijkertijd gebruikt bijna vier op de tien werknemers geen enkele vorm van AI tijdens hun werkzaamheden, blijkt uit onderzoek van Fellowmind onder ruim 1.100 Nederlandse werknemers.

Uit het onderzoek komt naar voren dat AI op de werkvloer nog lang niet overal is ingeburgerd. Van de werknemers die AI wel inzetten, doet een deel dat niet openlijk. Negen procent geeft aan het gebruik van AI bewust niet te delen met de leidinggevende. Het gevoel dat AI-gebruik gelijkstaat aan valsspelen speelt daarbij een rol, vooral wanneer technologie taken overneemt die traditioneel door mensen werden uitgevoerd.

Werknemers die AI gebruiken, zetten de technologie vooral in om efficiënter te werken. Het grootste vertrouwen is er bij het slimmer organiseren van werkzaamheden en het ondersteunen van agendabeheer en prioriteitenstelling. Voor meer persoonlijke of mensgerichte aspecten van werk is dat vertrouwen beduidend lager. Slechts een beperkt deel van de werknemers ziet een rol voor AI bij het herkennen van signalen van overbelasting of bij het geven van feedback op het eigen functioneren. In die situaties blijft de menselijke factor leidend.

Tegelijkertijd leeft er behoefte aan duidelijkheid over de inzet van AI. Bijna vier op de tien werkenden vinden dat werkgevers heldere kaders moeten stellen over wat technologie wel en niet mag overnemen. Een kleinere groep neemt hierin zelf het initiatief door bewust af te wegen welke taken zij zelf uitvoeren en welke zij overlaten aan AI. Volgens de onderzoekers kan het stellen van duidelijke grenzen helpen om het ongemak rond AI-gebruik te verminderen en de balans tussen mens en technologie te bewaken.

Het onderzoek laat zien dat nieuwe technologie vaker gepaard gaat met gevoelens van twijfel of ongemak. Volgens Fellowmind past dit patroon bij eerdere technologische ontwikkelingen, waarbij hulpmiddelen aanvankelijk als spannend werden ervaren, maar uiteindelijk ruimte boden voor ander, waardevoller werk. Heldere afspraken en aandacht voor de menselijke kant van werk spelen daarbij een belangrijke rol.

Microsoft was in het vierde kwartaal van 2025 opnieuw het meest nagebootste merk in phishingaanvallen. Het merk was goed voor 22 procent van alle merkgerichte phishingpogingen, blijkt uit cijfers van Check Point Research, het onderzoeksteam van Check Point Software Technologies.

Na Microsoft stond Google op de tweede plaats met 13 procent, gevolgd door Amazon met 9 procent. Amazon klom daarmee na de Black Friday- en kerstperiode naar de derde positie en passeerde Apple. Ook Meta keerde terug in de top tien en eindigde op de vijfde plaats. Volgens de onderzoekers wijst dit op een hernieuwde focus van aanvallers op het overnemen van socialmedia-accounts.

Phishers maken steeds vaker misbruik van bekende bedrijfs- en consumentenmerken om inloggegevens te verzamelen. Met name accounts die onderdeel zijn van identiteits-, productiviteits- en authenticatieworkflows zijn aantrekkelijk, omdat gestolen gegevens vaak toegang geven tot meerdere diensten. De aanhoudende hoge positie van Microsoft en Google hangt samen met hun centrale rol binnen deze omgevingen.

De volledige top tien van meest geïmiteerde merken bestaat uit Microsoft, Google, Amazon, Apple, Facebook, PayPal, Adobe, Booking, DHL en LinkedIn. Samen vertegenwoordigen deze merken het grootste deel van de waargenomen merkgerichte phishingcampagnes in het onderzochte kwartaal.

Opvallend is dat phishingcampagnes zich niet alleen op volwassenen richten. In het vierde kwartaal identificeerde Check Point Research een campagne die het gamingplatform Roblox imiteerde. De frauduleuze website week slechts minimaal af van het legitieme roblox.com door een kleine aanpassing in de domeinnaam. De pagina toonde een nep-game met realistische beelden, beoordelingen en een prominente speelknop, duidelijk ontworpen om kinderen aan te spreken.

Daarnaast werd een phishingwebsite ontdekt die zich voordeed als Netflix. Deze site maakte gebruik van een domeinnaam die sterk leek op het officiële netflix.com en presenteerde een nagemaakte inlog- en accountherstelpagina. Gebruikers werd gevraagd hun e-mailadres of telefoonnummer en wachtwoord in te voeren, met als doel het verzamelen van inloggegevens voor accountovername en mogelijke doorverkoop. Ook werd een vergelijkbare Spaanstalige phishingpagina aangetroffen die zich voordeed als een Facebook-inlogportaal.

Volgens de onderzoekers blijft phishing met merknamen effectief doordat het inspeelt op het vertrouwen van gebruikers in bekende platforms. Aanvallers maken daarbij gebruik van subtiele domeinmanipulatie, licht aangepaste beelden en meerstapsprocessen die de legitieme gebruikerservaring nauwkeurig nabootsen, waardoor slachtoffers vaak niet direct doorhebben dat hun gegevens zijn buitgemaakt.