Open-weight large language models zoals Mistral, Meta’s Llama, Google Gemma en Alibaba Qwen blijken structureel kwetsbaar voor zogeheten multi-turn aanvallen. Dat blijkt uit wereldwijd onderzoek van Cisco, waarin acht veelgebruikte open AI-modellen uit de Verenigde Staten, Europa en China zijn geanalyseerd.

Bij multi-turn aanvallen benaderen aanvallers een AI-model via een reeks zorgvuldig opgebouwde interacties. Door stap voor stap de context of rol van het model te verschuiven, kunnen ingebouwde veiligheidsmaatregelen worden omzeild. Volgens Cisco zijn deze aanvallen aanzienlijk effectiever dan traditionele single-turn aanvallen, met een succesratio die twee tot tien keer hoger ligt.

Uit het onderzoek blijkt dat het slagingspercentage van multi-turn aanvallen varieert van 26 tot 93 procent, vooral bij langere gesprekken. In de praktijk kan dit leiden tot het prijsgeven van gevoelige bedrijfsinformatie, interne processen of klantgegevens. Daarnaast kunnen modellen worden misleid tot het genereren van phishingberichten of andere schadelijke content, en tot output die buiten vastgestelde ethische of beleidsmatige grenzen valt.

De kwetsbaarheid hangt volgens Cisco samen met de aard van open-weight modellen. Doordat deze modellen openbaar beschikbaar en aanpasbaar zijn, ligt de verantwoordelijkheid voor beveiliging grotendeels bij de organisaties die ze inzetten. In tegenstelling tot gesloten modellen blijken open-weight varianten moeite te hebben om veiligheidsregels consistent toe te passen zonder aanvullende controles.

Cisco stelt dat organisaties extra maatregelen nodig hebben om het risico op misbruik te beperken. Daarbij gaat het onder meer om het toepassen van strikte systeeminstellingen die aansluiten bij het beoogde gebruik, aanvullende beveiligingslagen tijdens runtime en regelmatige tests om manipulatie tijdig te signaleren. Zonder dergelijke maatregelen blijven open AI-modellen volgens het onderzoek kwetsbaar tijdens inzet in productieomgevingen.

De snelle inzet van AI binnen organisaties leidt tot een sterke toename van cloudbeveiligingsrisico’s. Dat blijkt uit het State of Cloud Security Report 2025 van Palo Alto Networks, gebaseerd op onderzoek onder ruim 2.800 securityprofessionals in tien landen. Vrijwel alle respondenten kregen het afgelopen jaar te maken met aanvallen op AI-applicaties en -diensten.

Volgens het rapport groeit het cloud-aanvalsoppervlak mee met de uitbreiding van AI-workloads. 99 procent van de ondervraagde organisaties meldt dat hun AI-systemen in de afgelopen twaalf maanden minimaal één keer zijn aangevallen. Tegelijkertijd zorgt het toenemende gebruik van door AI gegenereerde code voor extra druk op securityteams. Bijna alle respondenten geven aan gebruik te maken van zogeheten vibe coding, waarbij snel code wordt gegenereerd met behulp van AI. Dit leidt tot meer onveilige code dan teams kunnen bijwerken. Meer dan de helft van de teams rolt wekelijks nieuwe code uit, terwijl minder dan een vijfde kwetsbaarheden in hetzelfde tempo kan verhelpen.

Het rapport laat zien dat aanvallers zich steeds vaker richten op fundamentele cloudlagen, zoals API’s, identiteiten en netwerktoegang. Het aantal API-gerelateerde aanvallen is volgens de respondenten met 41 procent gestegen, mede doordat AI-systemen sterk afhankelijk zijn van API’s. Identiteit en toegangsbeheer blijft daarbij een zwakke plek. 53 procent noemt tekortschietende IAM-praktijken als een belangrijk probleem, wat het risico op misbruik van inloggegevens en datalekken vergroot.

Ook laterale beweging binnen cloudomgevingen vormt een blijvend risico. Ruim een kwart van de respondenten ziet onbeperkte netwerktoegang tussen workloads als een groeiende dreiging, omdat aanvallers zich hierdoor eenvoudiger door omgevingen kunnen verplaatsen. Daarnaast wijst het onderzoek op de gevolgen van versnipperde securitylandschappen. Organisaties gebruiken gemiddeld zeventien cloudbeveiligingstools van meerdere leveranciers, wat leidt tot blinde vlekken en tragere incidentafhandeling.

De afstemming tussen cloudbeveiliging en het SOC blijft daarbij achter. Gefragmenteerde workflows en databronnen zorgen ervoor dat drie op de tien teams meer dan een dag nodig hebben om een incident op te lossen. Tegelijkertijd geeft een grote meerderheid aan dat integratie van cloud- en applicatiebeveiliging met het SOC noodzakelijk is om effectiever te kunnen reageren op dreigingen.

Volgens Palo Alto Networks laat het onderzoek zien dat bestaande benaderingen van cloudbeveiliging moeite hebben om het tempo van AI-gedreven aanvallen bij te houden. Het bedrijf stelt dat organisaties behoefte hebben aan meer samenhang tussen preventie en incidentrespons om risico’s sneller te kunnen beperken.

Op 3 en 4 december was ChannelConnect aanwezig op Cloud Expo in Houten. We spraken met verschillende exposanten over hun ervaringen tijdens de beurs en hun verwachtingen voor het komende jaar. Dit keer: Rachid van Wijk van Hammer Distribution.

Meer dan de helft van de Nederlandse werknemers denkt dat een grotere rol van AI op de werkvloer zal leiden tot meer gevoelens van eenzaamheid. Tegelijkertijd blijft de voorkeur voor menselijke hulp duidelijk groter dan voor door AI gegenereerde ondersteuning, blijkt uit onderzoek van Fellowmind onder ruim 1.100 werknemers.

Uit het onderzoek komt naar voren dat 54 procent van de Nederlandse werknemers verwacht dat collega’s zich sneller eenzaam zullen voelen wanneer AI een prominentere rol krijgt in het dagelijkse werk. Daarnaast ziet 40 procent AI als een bedreiging voor persoonlijk contact tussen collega’s, waarbij thuiswerken volgens de respondenten een versterkende factor is. Tegelijkertijd geeft 48 procent aan te verwachten dat AI de onderlinge relaties niet wezenlijk zal veranderen, ondanks mogelijk minder direct contact.

De behoefte aan menselijk contact blijft volgens het onderzoek groot. Meer dan driekwart van de werknemers, 77 procent, geeft aan liever hulp te krijgen van een collega dan van een AI-assistent. Vooral bij situaties waarin persoonlijk contact en empathie een rol spelen, blijft de mens volgens de respondenten leidend. Informele en spontane gesprekken worden door 67 procent als typisch menselijk gezien. Ook bij het ondersteunen van collega’s met motivatie- of stressklachten kiest 60 procent voor menselijk contact. Bij gesprekken over persoonlijke ontwikkeling ligt dit aandeel op 55 procent en bij het geven van feedback of kritiek op 47 procent.

Tegelijkertijd verwacht een minderheid van de respondenten, 18 procent, dat AI binnen vijf jaar empathischer zal zijn dan mensen. Dit wijst volgens Fellowmind op een verdeeld beeld over de toekomstige rol van AI in sociale interacties op de werkvloer.

Het bedrijf geeft aan dat organisaties bij de inzet van AI rekening moeten houden met zowel technologische mogelijkheden als de sociale impact op werknemers. Door AI vooral te gebruiken voor repetitieve en tijdrovende taken, kan volgens Fellowmind juist ruimte ontstaan voor menselijk contact en samenwerking, zonder dat sociale samenhang verloren gaat.

ESET Research heeft het Threat Report H2 2025 gepubliceerd, gebaseerd op data van juni tot en met november 2025. Het rapport laat een duidelijke toename zien van AI-gedreven aanvallen, groeiende NFC-dreigingen en verschuivingen binnen het ransomwarelandschap.

Volgens ESET zijn NFC-gerelateerde dreigingen in de tweede helft van 2025 sterk toegenomen in omvang en complexiteit. De telemetrie van het beveiligingsbedrijf laat een stijging van 87 procent zien, met meerdere nieuwe campagnes en technische uitbreidingen. Ngate, een eerder ontdekte NFC-dreiging, kreeg nieuwe functionaliteit waarmee contactgegevens kunnen worden buitgemaakt. Daarnaast werd RatOn waargenomen, een nieuw type malware dat functionaliteit van remote access trojans combineert met NFC-relayaanvallen. Deze malware werd verspreid via valse appstores en misleidende advertenties die zich voordeden als alternatieve versies van bestaande apps. Ook PhantomCard, gebaseerd op NGate en gericht op de Braziliaanse markt, dook in meerdere campagnes op.

Het rapport beschrijft dat AI in H2 2025 nadrukkelijker wordt ingezet door cybercriminelen. ESET ontdekte PromptLock, ransomware die gebruikmaakt van AI om zelfstandig kwaadaardige scripts te genereren. Tegelijkertijd ziet het bedrijf verbeteringen in bestaande oplichtingstechnieken, waaronder realistischer deepfakes, aanwijzingen voor AI-gegenereerde phishingwebsites en kortlopende advertentiecampagnes die bedoeld zijn om detectie te ontwijken. Detecties van Nomani-investeringsfraude lagen in totaal 62 procent hoger dan een jaar eerder, ondanks een lichte daling binnen H2 2025. Deze campagnes verschoven daarbij van sociale platforms naar onder meer videodiensten.

Binnen ransomware steeg het aantal slachtoffers in 2025 al boven het niveau van 2024 uit. ESET verwacht over het hele jaar een groei van 40 procent. Akira en Qilin worden genoemd als dominante ransomware-as-a-service-groepen, terwijl nieuwkomer Warlock nieuwe methoden introduceerde om detectie te omzeilen. Tegelijk blijft het gebruik van tools om endpoint detection and response uit te schakelen toenemen.

Op geopolitiek vlak signaleert ESET een toename van digitale spionage en sabotage door statelijke actoren uit China, Rusland, Iran en Noord-Korea. Europa geldt daarbij als belangrijk doelwit, onder meer vanwege defensie-initiatieven, digitale infrastructuur en internationale toeleveringsketens. Ook Noord-Koreaanse ransomwaregroepen zijn actiever geworden, mogelijk met financiële motieven.

De Lumma Stealer-infostealer verloor in H2 2025 aanzienlijk aan terrein. Het aantal detecties daalde met 86 procent ten opzichte van de eerste helft van het jaar. Daartegenover staat een sterke opmars van CloudEyE, ook bekend als GuLoader. Het aantal detecties nam bijna dertig keer toe, waarbij Polen goed was voor 32 procent van de waargenomen aanvalspogingen in de tweede helft van 2025.

Fortinet heeft beveiligingsupdates uitgebracht voor FortiOS, FortiProxy, FortiWeb en FortiSwitchManager na meldingen van actief misbruik van twee ernstige kwetsbaarheden. Het gaat om CVE-2025-59718 en CVE-2025-59719, beide met een CVSS-score van 9,8.

Onderzoekers melden dat de kwetsbaarheden actief worden misbruikt. De inschaling is verhoogd omdat de kans op misbruik aanzienlijk is toegenomen. Door de kwetsbaarheden kunnen kwaadwillenden de Single Sign On-functionaliteit omzeilen en ongeautoriseerde toegang krijgen tot kwetsbare systemen die gebruikmaken van FortiOS, FortiProxy, FortiWeb en FortiSwitchManager.

Het Nationaal Cyber Security Centrum adviseert om de beschikbare beveiligingsupdates zo snel mogelijk te installeren wanneer deze Fortinet-software in gebruik is. Als aanvullende mitigerende maatregel kan FortiCloud SSO-login worden uitgeschakeld om het risico op misbruik van Single Sign On te verkleinen.

Daarnaast zijn Indicators of Compromise gepubliceerd waarmee onderzocht kan worden of systemen al zijn gecompromitteerd. Het NCSC raadt aan om na het installeren van de updates te overwegen open sessies van beheerdersaccounts te sluiten.

Organisaties die niet zeker weten of zij de genoemde Fortinet-producten of kwetsbare versies gebruiken, of die vragen hebben over de gepubliceerde Indicators of Compromise, kunnen dit navragen bij hun IT-dienstverlener.

Zorgprofessionals zien vooral kansen voor AI bij administratieve taken en monitoring op afstand. Het vertrouwen in toepassingen voor directe patiëntenzorg, zoals diagnostiek, blijft achter. Dat blijkt uit onderzoek naar digitale transformatie in de Nederlandse zorgsector.

Uit onderzoek van Conclusion onder 643 zorgprofessionals blijkt dat AI vooral wordt gezien als hulpmiddel voor administratieve verlichting. Driekwart van de respondenten heeft vertrouwen in AI voor monitoring van thuismetingen. Voor administratieve taken ligt dat vertrouwen op 69 procent. Het vertrouwen in AI voor diagnostiek is met 50 procent beduidend lager.

Hoewel AI vaak wordt genoemd als oplossing voor personeelstekorten, is het beeld onder zorgprofessionals terughoudend. Meer dan de helft van de respondenten vindt dat AI wordt overschat als middel tegen personeelsschaarste. Tegelijkertijd ziet 45 procent AI wel als instrument om uitstroom van personeel te beperken. Bijna de helft verwacht dat AI vooral wordt ingezet om meer patiënten te kunnen behandelen, niet zozeer om de werkdruk te verlagen.

De verwachte voordelen van AI liggen volgens de respondenten vooral bij snellere administratieve processen, vermindering van werkdruk en slimmere planning. Tegelijkertijd geeft 40 procent aan dat de zorg zonder ingrijpende digitalisering dreigt vast te lopen.

Administratieve toepassingen worden het vaakst genoemd als kansrijk. Bij dossiervorming ziet 59 procent mogelijkheden voor AI. Het vertrouwen in deze toepassing ligt nog hoger. Ook bij thuismonitoring zijn de verwachtingen positief. Voor andere toepassingen, zoals voorspellende modellen, chatbots en AI-ondersteunde diagnostiek, ligt het vertrouwen lager en dicht bij elkaar.

Technologieën die al langer worden ingezet krijgen duidelijk meer vertrouwen. Remote monitoring wordt het vaakst genoemd, gevolgd door spraakgestuurde verslaglegging. Bij de vraag naar belangrijkste toekomstige technologieën staat AI pas op de vierde plaats, na thuismonitoring en remote care, patiëntportalen en toepassingen voor zelfregie, en spraakgestuurde verslaglegging.

Angst en risicomijding vormen volgens een deel van de respondenten een belemmering voor innovatie. Ruim een derde vindt dat dit de vernieuwing in de zorg afremt. Een vergelijkbaar aandeel ziet meer potentie voor AI, maar denkt dat zorgorganisaties terughoudend zijn in de toepassing ervan.

Volgens de onderzoekers ligt de grootste meerwaarde van AI op dit moment bij administratieve processen en monitoring. Grootschalige inzet vraagt daarbij om goed ingerichte datavoorzieningen, die als basis dienen voor betrouwbare toepassing.

Duizenden Nederlandse bedrijfswebsites zijn waarschijnlijk ongemerkt onbereikbaar voor ChatGPT en vergelijkbare zoekdiensten. Serversoftware ziet het gedrag van GPTBot, de webscanner van ChatGPT, steeds vaker aan voor een cyberaanval en blokkeert de toegang automatisch.

Volgens analyse van onlinemarketingbureau Doublesmart is het scanpatroon van GPTBot de afgelopen maanden sterk veranderd. Waar de scanner eerder beperkt actief was en soms slechts één pagina per minuut bezocht, gebeurt dit nu in korte sessies van minuten tot uren met minimaal één pagina per seconde. Dat is ongeveer zestig keer sneller dan eerder dit jaar.

Door deze toegenomen scansnelheid herkennen beveiligingssystemen het verkeer vaker als verdacht. In dat geval wordt GPTBot automatisch op een blokkadelijst geplaatst. De website blijft normaal bereikbaar voor bezoekers en wordt nog steeds geïndexeerd door traditionele zoekmachines, maar is niet langer toegankelijk voor ChatGPT en andere AI-zoekmachines.

Doublesmart stelt dat veel ondernemers zich hiervan niet bewust zijn, omdat er geen zichtbare storing optreedt. Volgens het bureau kan dit ertoe leiden dat bedrijven niet meer worden meegenomen in antwoorden die via AI-zoekdiensten worden gegenereerd, terwijl het reguliere websiteverkeer ongewijzigd blijft.

Het bureau wijst erop dat de blokkade in veel gevallen technisch op te lossen is. Hostingproviders of ontwikkelaars kunnen controleren of GPTBot wordt geweerd door beveiligingsinstellingen. Als dat zo is, kan de blokkade worden opgeheven door de betreffende IP-reeksen expliciet toe te staan. Volgens Doublesmart is dit een gangbare handeling binnen hosting- en beveiligingsomgevingen.

Het onderzoek van Doublesmart richt zich sinds dit jaar op de zichtbaarheid van websites binnen AI-zoekmachines. Het bureau stelt dat het veranderde gedrag van webscanners zoals GPTBot nieuwe aandacht vraagt voor de afstemming tussen websites, beveiligingssoftware en geautomatiseerde indexering.

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid heeft het keurmerk Digitale Basisveiligheid MKB ontwikkeld. Het keurmerk moet mkb-bedrijven helpen bij het kiezen van IT-dienstverleners die aantoonbaar cybermaatregelen volgens vaste kwaliteitseisen kunnen uitvoeren.

Het CCV wil met het keurmerk meer houvast bieden aan mkb-bedrijven bij het organiseren van digitale basisveiligheid. Het keurmerk maakt zichtbaar welke IT-dienstverleners in staat zijn om de cybermaatregelen uit de Risicoklassenindeling Digitale Veiligheid correct uit te voeren. Daarmee ontstaat volgens het CCV meer duidelijkheid over de inhoud en kwaliteit van de dienstverlening.

Voor IT-dienstverleners betekent het keurmerk dat hun dienst wordt getoetst aan vastgestelde en onafhankelijk beoordeelde eisen. Deze eisen hebben betrekking op zowel de uitvoering van beveiligingsmaatregelen als het bijbehorende kwaliteitsmanagementsysteem. Het keurmerk geeft daarmee inzicht in wat klanten mogen verwachten van de dienstverlening.

Mkb-bedrijven krijgen met het keurmerk een overzichtelijker aanbod van IT-diensten. Zodra gecertificeerde diensten beschikbaar zijn, publiceert het CCV via de eigen website welke dienstverleners deze diensten leveren. Volgens het CCV helpt dit ondernemers bij het maken van een bewuste keuze en biedt het meer zekerheid over de professionele uitvoering van cybermaatregelen.

IT-dienstverleners die interesse hebben in certificering kunnen dit kenbaar maken bij het CCV. Het CCV sluit de komende maanden licentieovereenkomsten af met certificatie-instellingen. Naar verwachting kunnen deze instellingen vanaf maart of april 2026 audits uitvoeren. Vanaf dat moment kunnen IT-dienstverleners hun dienst officieel laten certificeren volgens het keurmerk Digitale Basisveiligheid MKB.

In de aanloop naar certificering kunnen dienstverleners zich voorbereiden door de eisen uit het certificatieschema te implementeren. Deze eisen zijn door het CCV gepubliceerd en vormen de basis voor de audit.

Het keurmerk is ontwikkeld naar aanleiding van een motie over een eenduidig mkb-keurmerk voor digitale veiligheid. Het sluit aan op het bestaande risicoklassificatiemodel RKIDV en is gebaseerd op de vijf basisprincipes van digitale weerbaarheid van het DTC en het NCSC. Het CCV treedt op als beheerder van het certificatieschema. De Commissie van Belanghebbenden Cybersecurity heeft positief geadviseerd over de vaststelling en publicatie ervan.

Nederlandse mkb-bedrijven passen AI vaker en intensiever toe dan hun Europese tegenhangers. Uit onderzoek van Sharp blijkt dat de snelle groei in gebruik en investeringen gepaard gaat met beperkte controle op hoe AI binnen organisaties wordt ingezet.

Volgens het onderzoek heeft 74,4 procent van de Nederlandse mkb-bedrijven AI geïntegreerd in de bedrijfsvoering. Daarmee ligt Nederland boven het Europese gemiddelde van 63,9 procent. De adoptie beperkt zich niet tot experimenten. Bijna 60 procent van de bedrijven verwacht de komende drie jaar fors te investeren in cloudcapaciteit, automatisering en nieuwe AI-toepassingen.

Ook binnen het bestuur neemt het gebruik toe. Zo maakt 71 procent van de mkb-bestuurders actief gebruik van AI bij besluitvorming. Het vertrouwen in de technologie groeit eveneens. 86 procent van de respondenten geeft aan AI betrouwbaarder te vinden dan een jaar geleden.

De snelle uitbreiding van AI-gebruik brengt volgens het onderzoek ook risico’s met zich mee. Hoewel 97 procent van de mkb-bedrijven beschikt over een AI-policy, gebruikt 46,8 procent van de medewerkers AI-tools zonder dit intern te melden. Dit wijst op een verschil tussen formeel beleid en feitelijk gebruik binnen organisaties.

Sharp stelt dat deze zogenoemde schaduwtoepassingen het zicht op gebruikte systemen beperken. Dat kan gevolgen hebben voor dataveiligheid, naleving van regels en de continuïteit van processen. De groei van AI-gebruik verloopt in veel gevallen sneller dan de inrichting van toezicht en governance.

Het onderzoek laat verder zien dat mkb-bedrijven die hun cloud- en applicatieomgeving al hebben gemoderniseerd, eenvoudiger AI op grotere schaal kunnen toepassen. Organisaties die deze stap nog niet hebben gezet, lopen volgens Sharp het risico achter te raken op technologisch en beveiligingsvlak.

De combinatie van snelle adoptie en beperkt toezicht maakt duidelijk dat verdere groei van AI binnen het mkb niet alleen vraagt om investeringen in technologie, maar ook om structurele aandacht voor beheer en controle.