ProRail heeft na een aanbestedingstraject het contract met Nsecure verlengd voor toegangscontrole en beveiliging. De samenwerking moet ProRail helpen voldoen aan strengere Europese veiligheidsregels zoals CER en NIS2. Nsecure blijft verantwoordelijk voor het beheer van toegangssystemen op ProRail-locaties.

ProRail en Nsecure hebben hun samenwerking op het gebied van toegangscontrole en beveiliging verlengd. De nieuwe overeenkomst volgt op een aanbestedingstraject en zorgt ervoor dat Nsecure de komende jaren verantwoordelijk blijft voor het beheer en de technologische oplossingen voor toegang tot ProRail-locaties.

Strengere Europese veiligheidsregels

De verlenging komt op een moment dat de regels voor digitale en fysieke veiligheid strenger worden door nieuwe Europese wetgeving. De regels voor kritieke entiteiten (CER) en de richtlijn voor cyberbeveiliging (NIS2) moeten vitale organisaties zoals spoor, energie en water beter beschermen.

Voor ProRail betekenen deze regelingen dat systemen en processen duidelijker moeten kunnen aantonen dat ze veilig en betrouwbaar zijn. Volgens het spoorbeheerder helpt de verlengde samenwerking met Nsecure om daar structureel aan te blijven voldoen, zonder de operatie te verstoren.

Foto: Alex Smaling (Nsecure) en Joost Mors (ProRail).

Het Amerikaanse Cybersecurity and Infrastructure Security Agency (CISA) heeft een kritieke waarschuwing uitgegeven over drie beveiligingslekken in Apple-producten die actief worden misbruikt. Op 5 maart 2026 voegde de organisatie de kwetsbaarheden toe aan haar catalogus van Known Exploited Vulnerabilities (KEV).

De kwetsbaarheden betreffen geheugenbeheer- en rekenkundige problemen in meerdere Apple-platformen, waaronder macOS, iOS, iPadOS, Safari, tvOS en watchOS. Twee van de drie lekken zijn zogenoemde use-after-free-kwetsbaarheden, waarbij een programma een geheugenverwijzing blijft gebruiken nadat het geheugen al opnieuw is toegewezen. Aanvallers kunnen hier misbruik van maken om kwaadaardige code uit te voeren. Het derde lek betreft een integer overflow, waarbij een rekenoperatie een waarde oplevert die te groot is voor de beschikbare opslag, met onverwacht systeemgedrag als gevolg.

In alle drie de gevallen kunnen aanvallers de lekken misbruiken door gebruikers ertoe te verleiden speciaal vervaardigde webcontent te verwerken. Een van de kwetsbaarheden treft specifiek iOS en iPadOS en stelt een kwaadaardige app in staat code uit te voeren met kernelprivileges, waarmee een aanvaller diep in het systeem kan doordringen.

CISA geeft aan dat het vooralsnog onbekend is of de lekken worden ingezet bij ransomware-aanvallen. Het risico op willekeurige code-uitvoering en toegang op kernelniveau maakt directe actie desondanks noodzakelijk.

Op grond van Binding Operational Directive 22-01 moeten Amerikaanse federale overheidsdiensten hun systemen uiterlijk 26 maart 2026 hebben gepatcht. CISA dringt er bij alle organisaties, ook buiten de overheid, op aan de beschikbare updates zo snel mogelijk te installeren via de officiële Apple-instructies.

Kleine en middelgrote bedrijven investeren in cybersecurity, maar hun verdediging houdt geen stand. Dat is de centrale conclusie van het MKB-cyberbeveiligingsrapport 2026 van Proton, waarvoor 3.000 oprichters, leidinggevenden en IT-managers in de VS, het VK, Frankrijk, Duitsland, Brazilië en Japan werden ondervraagd.

Vorig jaar werd één op de vier mkb-bedrijven gehackt, hoewel vrijwel alle slachtoffers vooraf beveiligingsmaatregelen hadden getroffen. De financiële schade was aanzienlijk: 57 procent van de getroffen bedrijven verloor tussen de 10.000 en 100.000 dollar. Opvallend is dat mkb-bedrijven ongeveer evenveel uitgeven aan het herstellen van aanvallen als aan het voorkomen ervan.

39 procent van de incidenten was het gevolg van menselijke fouten. Proton stelt dat bestaande beveiligingsoplossingen zijn ontworpen voor ideaal gedrag, niet voor hoe mensen in de praktijk werken. Daarnaast geeft 28 procent van de ondervraagde bedrijven aan zich niet in controle te voelen over hoe cloudproviders met hun gegevens omgaan, terwijl bijna alle mkb-bedrijven wel afhankelijk zijn van partijen als Google of Microsoft.

48 procent heeft geen wachtwoordmanager ingevoerd. Zelfs bedrijven die dat wel hebben gedaan, delen inloggegevens nog regelmatig via e-mail of andere onveilige kanalen.

Ergens in de afgelopen jaren is compliance van urgent naar vermoeiend gegaan. De stapel normen, frameworks en verplichtingen is alleen maar hoger geworden, tot het punt dat organisaties er niet meer doorheen kijken. NIS2, ISO 27001, AVG, BIO, DORA: elk framework heeft zijn eigen taal, zijn eigen checklists en zijn eigen auditcyclus. Voor een mkb-klant met een kleine IT-afdeling en een directeur die al tien andere ballen in de lucht houdt, is het resultaat voorspelbaar: afhaken.

Als msp sta je daar middenin. Je weet dat governance noodzakelijk is. Je klant weet het ook, in theorie. Maar de praktijk is dat goede bedoelingen verzanden in halve trajecten, uitgestelde audits en documentatie die niemand meer bijhoudt.

Waarom klanten afhaken

Compliance-moeheid heeft een duidelijke oorzaak. De eisen zijn gestapeld zonder dat de capaciteit om ze te verwerken is meegegroeid. Elke nieuwe wet- of regelgeving wordt gepresenteerd als prioriteit, met deadlines en sancties als stok achter de deur. Wat er zelden bij wordt verteld, is hoe je dat rijmt met alles wat er al lag.

Daar komt bij dat veel frameworks zijn ontworpen voor grotere organisaties, met dedicated compliance-afdelingen en juridische teams. De vertaling naar mkb-schaal is vaak niet goed geregeld. Het resultaat is dat klanten zich verloren voelen in terminologie en vereisten die niet aansluiten bij hun dagelijkse realiteit.

Een derde factor is het gebrek aan zichtbaar resultaat. Compliance voelt abstract. Je hebt veel werk verzet, documenten ingevuld, beleid vastgesteld, maar je hebt niks tastbaars in handen. Geen betere beveiliging die je kunt aanwijzen, geen probleem dat je hebt opgelost. Die demotiverende werking onderschatten veel adviseurs.

Governance is geen project

Een veelgemaakte denkfout – bij klanten én bij msp’s – is dat governance een project is met een begin en een einde. Je doorloopt een traject, je haalt een certificering, en dan is het klaar. Die aanpak werkt niet, en klanten merken dat ook. Na het behalen van een certificering neemt de druk even af, maar een jaar later staat alles weer op de agenda en is er niets structureel veranderd.

Governance werkt alleen als continu proces, ingebed in de dagelijkse operatie. Dat klinkt zwaarder dan het is. Het betekent niet dat er elke week een audit plaatsvindt, maar dat de basisafspraken (wie heeft toegang waartoe, wat wordt gelogd, hoe worden incidenten afgehandeld) geborgd zijn in de manier waarop de omgeving wordt beheerd.

Voor msp’s betekent dat een andere rol: minder adviseren, meer uitvoeren. Veel governancevereisten zijn technisch vertaalbaar: toegangsbeheer via conditional access, logging via een SIEM, patchbeleid via geautomatiseerde uitrol. Wie dat goed inricht, levert governance als bijproduct van goed beheer, een veel sterkere propositie dan een losstaand compliance-traject.

Prioriteren is het echte werk

Niet alles kan tegelijk. Dat is een simpele waarheid die in compliance-gesprekken zelden hardop wordt uitgesproken, omdat adviseurs bang zijn dat klanten die ruimte aangrijpen om niets te doen. Maar het omgekeerde is ook een risico: wie alles tegelijk wil aanpakken, bereikt niets.

Effectief prioriteren begint bij risico’s. Welke data is het meest gevoelig? Welke systemen zijn het moeilijkst te herstellen na een incident? Waar zit de grootste blootstelling? Die vragen leveren een korte lijst op van maatregelen die er echt toe doen. Daarna komen de frameworks vanzelf in beeld als toetsingskader.

Fasering helpt ook bij draagvlak. Een klant die in zes maanden drie concrete verbeteringen ziet, zoals betere toegangscontrole, werkende back-ups die getest zijn, een duidelijk beleid voor mobiele apparaten, is bereid om door te gaan. Een klant die een jaar heeft gewerkt aan een ISO-traject zonder tastbaar resultaat, haakt af.

De taal die werkt

Een deel van de compliance-moeheid zit in de communicatie. Frameworks spreken in termen van controls, risicoclassificaties en beheersdoelstellingen. Directeuren van mkb-bedrijven denken in continuïteit, aansprakelijkheid en kosten. Die vertaalslag kan lastig zijn.

Leg dus niet uit wat NIS2 vereist, maar wat er gebeurt als een leverancier via jullie omgeving wordt gecompromitteerd. Praat niet over een datalekprocedure, maar over wat je doet in de eerste vier uur na een ransomware-aanval en wie dan de telefoon oppakt. Die framing maakt risico’s voelbaar en compliance bespreekbaar.

Het helpt ook om te benoemen wat je níet gaat doen. Een expliciete keuze om iets te parkeren, met een onderbouwing, geeft klanten het gevoel dat er nagedacht is, in plaats van dat ze worden overspoeld.

Van vinkjes naar volwassenheid

Het einddoel van governance is niet een gevuld auditdossier. Het is een organisatie die weet wat zijn kroonjuwelen zijn, wie toegang heeft tot wat, hoe te reageren als het misgaat en wie daarvoor verantwoordelijk is. Dat klinkt als vanzelfsprekend, maar de meeste mkb-organisaties hebben daar geen helder antwoord op.

Volwassenheid in governance bouw je stap voor stap op. Een maturity-model, hoe rudimentair ook, helpt klanten om te zien waar ze staan en wat de volgende stap is. Dat geeft richting aan gesprekken en maakt voortgang zichtbaar, ook als er geen certificering aan vastzit.

Voor msp’s is dat ook een kans om de relatie te verdiepen. Wie governance begeleidt als continu proces en niet als losstaand project, is structureel onderdeel van de bedrijfsvoering van de klant. Dat is een andere positie dan de partij die een keer per jaar een rapport oplevert.

De Nederlandsche Bank (DNB) roept winkeliers op zich beter voor te bereiden op verstoringen in betalingssystemen. Door afhankelijkheid van niet-Europese technologiebedrijven en toenemende cyberrisico’s is Nederland kwetsbaar geworden. DNB adviseert spreiding van risico’s en offline betaalmogelijkheden.

De Nederlandsche Bank heeft gewaarschuwd voor de kwetsbaarheid van Nederlandse betalingssystemen en roept winkeliers op tot betere voorbereiding op mogelijke verstoringen. Volgens DNB kunnen geopolitieke spanningen, cyberaanvallen en de afhankelijkheid van niet-Europese technologiebedrijven ervoor zorgen dat betalingen niet meer soepel verlopen.

Maatregelen voor winkeliers

DNB adviseert winkeliers om risico’s te spreiden door meerdere pinaanbieders te gebruiken en offline betalen aan de kassa mogelijk te maken. De centrale bank stelt dat bedrijven en betaaldienstverleners niet afhankelijk moeten zijn van één leverancier voor essentiële diensten.

Ook consumenten krijgt DNB het advies om voor een periode van 72 uur voldoende contant geld in huis te hebben en betaalrekeningen bij verschillende banken aan te houden. Dit zorgt volgens de bank voor meer veerkracht bij storingen.

Europese alternatieven

Nederland leunt volgens DNB te sterk op niet-Europese betaalbedrijven, wat de kwetsbaarheid vergroot. Europa zet daarom in op eigen betaalmiddelen zoals Wero, dat vanaf 2026 in Nederland wordt ingevoerd, en de digitale euro als betrouwbaar digitaal alternatief voor contant geld.

DNB werkt samen met banken, winkeliers en andere partijen aan technische verbeteringen, waaronder offline betaalmogelijkheden, een stabiel aantal geldautomaten en betere bescherming tegen cyberaanvallen.

Nieuwe risico’s door innovatie

Hoewel DNB vernieuwing in betaalvormen verwelkomt, wijst de bank op nieuwe risico’s. AI-systemen kunnen straks zelfstandig aankopen doen en criminelen gebruiken nieuwe methoden zoals spoofing en deepfakes om mensen te misleiden. Ook delen steeds meer mensen onbewust gegevens over hun aankopen bij het betalen met hun telefoon.

De bank pleit voor duidelijke informatie aan consumenten over nieuwe betaalmiddelen en wat er met hun gegevens gebeurt. Ook moet er volgens DNB samengewerkt worden in de strijd tegen fraude en moet AI door betaaldienstverleners verantwoord worden ingezet.

Ondanks de digitale ontwikkelingen benadrukt DNB dat contant geld belangrijk blijft, niet alleen voor minder digitaal vaardige consumenten, maar ook als vangnet bij grote storingen.

Op Internationale Vrouwendag roepen zes vrouwelijke leiders uit de Nederlandse techsector op tot meer investeringen in vrouwelijk talent. Het thema van dit jaar, ‘Give to Gain’, vormt de rode draad: wie investeert in kansen, vertrouwen en middelen voor vrouwen, creëert duurzame groei en innovatie voor de hele sector.

De cijfers onderstrepen de urgentie. Uit de Monitor Genderbalans van de Sociaal-Economische Raad blijkt dat 56 procent van de besturen nog volledig uit mannen bestaat. Slechts 4 op de 10 bedrijven heeft een concreet plan om meer vrouwen in topfuncties te krijgen.

Inclusieve cultuur als fundament

Dagmar Lens, algemeen directeur van NLdigital, ziet een inclusieve werkcultuur als basisvoorwaarde. Ze betrekt vrouwen nadrukkelijk bij bestuur, werkgroepen en programma’s en moedigt partners en leden aan hetzelfde te doen. Volgens Lens zijn transparantie in promoties en toegang tot zichtbare projecten — vooral in het middenmanagement — essentieel voor duurzame doorgroei. “De digitale sector heeft de komende jaren veel talent nodig. Het is daarom belangrijk dat vrouwen niet alleen hun weg naar de sector vinden, maar er ook blijven en doorgroeien.”

Haar advies aan vrouwen die starten in tech: wacht niet tot je honderd procent zeker bent. “Jouw perspectief, talent en creativiteit zijn essentieel voor de toekomst van de sector.”

Zichtbaarheid doorbreekt patronen

Cindy Wubben, CISO bij Visma, legt de nadruk op rolmodellen. Uit onderzoek blijkt dat meisjes op jonge leeftijd net zoveel interesse hebben in techniek als jongens, maar dat die interesse rond de puberteit afneemt. Wubben wil dat patroon doorbreken door sterke rolmodellen zichtbaar te maken en kritisch te kijken naar sociale verwachtingen en onderwijsmethodes. Ze is betrokken bij een Women in Tech-rondetafelgesprek dat regelmatig samenkomt om concrete stappen te onderzoeken en aan te sluiten bij bestaande initiatieven.

“Mijn advies aan jonge vrouwen is simpel: gewoon doen. Het is een ontzettend interessant en veelzijdig vakgebied.”

Structurele oorzaken aanpakken

Anna Collard, SVP Content Strategy en CISO Advisor bij KnowBe4, kiest bewust voor een aanpak op schaal in plaats van alleen individueel mentorschap. Ze draagt bij aan cybervaardighedenprogramma’s en beleidsdiscussies en gebruikt haar spreekplatforms om deuren te openen. Collard wijst op een structureel probleem: vrouwen verlaten de techsector niet omdat ze het werk niet aankunnen, maar omdat leiderschapsrollen die voortdurende beschikbaarheid vereisen moeilijk te combineren zijn met de zorgtaken die in veel samenlevingen nog altijd onevenredig op vrouwen drukken. “Een cultuurverandering die deze realiteit erkent, is essentieel.”

Marga Reuver, DGA bij EGP Dutch Service Cloud Solutions, herkent dat beeld. Kansen worden nog te vaak aan mannen gegeven omdat zij als ‘stabieler aanwezig’ worden gezien, bijvoorbeeld wanneer vrouwen een gezin willen stichten. Binnen haar eigen organisatie biedt ze vrouwen duidelijke carrièrepaden en investeert ze in opleidingen. “Vrouwen verlaten de sector vaak niet omdat ze hun ambitie verliezen, maar omdat de omgeving hen onvoldoende vasthoudt.”

Samenwerken en AI omarmen

Jessica Guistolise, evangelist bij Lucid Software, benadrukt het belang van asynchrone samenwerking en een cultuur waarin vooruitgang niet afhankelijk is van altijd aanwezig zijn op kantoor. Ze adviseert vrouwen om hun carrière als groepsproject te zien en te investeren in communicatie en samenwerking. “Het vermogen om vertrouwen op te bouwen en samen met diverse teams oplossingen te creëren, maakt je onmisbaar.”

Laura Heisman, CMO van Dynatrace, sluit af met een blik op de toekomst. AI zal volgens haar schatting 85 procent van de banen die er in 2030 zijn gedeeltelijk of volledig veranderen. Dat biedt vrouwen een unieke kans om deze transformatie actief vorm te geven — maar alleen als ze nu in beweging komen. “Leren, experimenteren en vertrouwd raken met AI is geen optie, het is essentieel. Zonder bewuste actie lopen vrouwen het risico buitenspel te worden gezet in deze transformatie.”

De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen die het kabinet verplicht om voor eind 2026 beleid vast te stellen voor de opslag en verwerking van overheidsgegevens. De meest gevoelige informatie mag daarbij uitsluitend worden beheerd in een aantoonbaar Nederlandse soevereine omgeving.

De motie is ingediend door CDA-Kamerlid Joba van den Berg en kreeg steun van SGP, BBB, FVD, GroenLinks-PvdA en PVV. De brede steun past in een patroon dat bij de behandeling van digitale soevereiniteit zichtbaar werd: de meerderheden in de Kamer zijn groot, waarbij klassieke politieke tegenstellingen nauwelijks een rol spelen.

Dataclassificatie als vertrekpunt

Volgens de Kamer begint effectieve beveiliging bij een eenduidige classificatie van informatie. Het beleid voor wat waar opgeslagen mag worden is nu nog versnipperd over verschillende ministeries en medeoverheden. De motie verzoekt de regering een rijksbreed dataclassificatie- en datalocatiebeleid uit te rollen en te inventariseren welke categorieën gevoelige overheidsinformatie uitsluitend binnen de Nederlandse landsgrenzen en onder Nederlandse zeggenschap moeten blijven.

Minimumeisen voor soevereiniteit

De Kamer stelt eisen aan wat een soevereine omgeving concreet inhoudt. Het gaat niet alleen om de fysieke locatie van servers, maar ook om juridische en technische controle. De motie noemt drie minimumeisen: sleutelbeheer moet onder Nederlandse zeggenschap blijven, toegangsbeheer moet strikt worden geregeld, en er moet volledige ketentransparantie zijn over onderaannemers om te voorkomen dat data alsnog bij buitenlandse partijen terechtkomt.

Deadline eind 2026

Het nieuwe beleid moet voor het einde van 2026 worden vastgesteld en in samenwerking met medeoverheden worden uitgerold. De motie staat niet op zichzelf: de Tweede Kamer nam in dezelfde periode ook moties aan over onder meer een Europees tenzij-beleid bij aanbestedingen voor kritieke digitale infrastructuur en het informeren van de Kamer over ontwikkelingen bij Kyndryl.

 

Commvault breidt zijn identity resilience-portfolio uit met ondersteuning voor Okta. De nieuwe functionaliteit helpt organisaties hun Okta-omgevingen snel te herstellen na configuratiefouten, operationele storingen en cyberaanvallen gericht op identiteiten. Dit komt op een moment dat identiteitsgerichte cyberrisico’s snel toenemen.

Het compromitteren van digitale identiteiten en diefstal van inloggegevens nemen volgens Commvault in een ongekend tempo toe. Dit komt mede door de snelle groei van niet-menselijke, agentische en API-gebaseerde identiteiten. Het bedrijf stelt dat wereldwijd in 2024 107 miljard identiteitsgegevens werden blootgesteld, terwijl 57 procent van de cyberaanvallen vorig jaar startte met een gecompromitteerde identiteit.

Organisaties omarmen steeds meer hybride cloudarchitecturen, SaaS-applicaties en AI-gedreven automatisering. Hierdoor worden identiteitssystemen het controlecentrum van de organisatie en is hun weerbaarheid bedrijfskritiek geworden, volgens Commvault.

Risico’s van identiteitsstoringen

Hoewel het platform van Okta is ontworpen voor hoge weerbaarheid, kan een verstoring bij een identity provider door menselijke fouten of kwaadwillende activiteiten snel grote impact hebben. Gebruikers raken buitengesloten, applicaties kunnen niet meer geauthenticeerd worden en bedrijfsprocessen komen stil te liggen.

Volgens het bedrijf kan dit binnen enkele minuten leiden tot omzetverlies, productiviteitsverlies en uitval van klantgerichte diensten. Veel organisaties vertrouwen nog steeds op handmatige scripts en geïmproviseerde herstelprocessen om identiteitsomgevingen te herstellen, wat de downtime verlengt en operationele risico’s vergroot.

Geautomatiseerde bescherming en herstel

De identity resilience-functionaliteiten van Commvault willen deze kloof overbruggen door geautomatiseerde bescherming en herstel op specifieke tijdstippen van kritieke objecten en configuraties van Okta. Door veilige, onveranderlijke opslag te combineren met precieze herstelmogelijkeiten, kunnen organisaties verstoringen minimaliseren en snel weer operationeel zijn.

De oplossing biedt geautomatiseerde, beleidsgestuurde bescherming van kritieke Okta-objecten, waaronder gebruikers, groepen, applicaties en beleidsregels. Organisaties kunnen uitsluitend verwijderde, verkeerd geconfigureerde of gecompromitteerde objecten en instellingen herstellen, zonder volledige herbouw van de omgeving.

Data worden opgeslagen in Commvault-beheerde, onveranderlijke, air-gapped storage dat is gescheiden van productieomgevingen. Hierdoor blijven identiteitsgegevens beschermd tegen ransomware en ongeautoriseerde wijzigingen.

Unified platform-aanpak

Commvault breidt zijn single-platform-aanpak uit naar Okta en andere identiteitssystemen. Dit wil activiteiten in hybride identiteitsomgevingen vereenvoudigen en zorgen voor consistente handhaving van beleid, governance en herstel over alle providers.

De identity resilience-ondersteuning voor Okta wordt naar verwachting beschikbaar via Public Early Access in het voorjaar van 2026. Algemene beschikbaarheid is gepland voor de zomer van 2026. De oplossing wordt wereldwijd aangeboden als onderdeel van de Commvault Cloud Identity Resilience-suite, met prijsstelling op basis van het aantal gebruikers.

Microsoft heeft samen met Europol het phishingplatform Tycoon 2FA aangepakt, dat verantwoordelijk was voor 62% van alle phishingaanvallen die het bedrijf blokkeerde. Het netwerk groeide sinds 2023 uit tot een van de dominante spelers in het cybercriminele ecosysteem. Bij de actie werden 330 domeinen in beslag genomen.

Microsoft Threat Intelligence en het Microsoft Defender Security Team hebben onderzoek gepubliceerd naar Tycoon 2FA, een phishing-as-a-service platform dat sinds augustus 2023 uitgroeide tot een van de grootste phishingdiensten wereldwijd. Het bedrijf nam samen met Europol en andere partners actie om het netwerk te verstoren.

Phishing-as-a-service op grote schaal

Volgens Microsoft werd Tycoon 2FA een dominante speler binnen het cybercriminele ecosysteem. Het platform bood criminelen een gebruiksvriendelijk dashboard om phishingcampagnes op te zetten en realtime buitgemaakte inloggegevens te monitoren.

De toolkit onderschepte niet alleen gebruikersnamen en wachtwoorden, maar ook MFA-codes en sessiecookies voor account-overnames. Microsoft stelt dat het platform geavanceerde ontwijkingstechnieken gebruikte, waaronder wisselende domeinen, slimme redirectketens, aangepaste CAPTCHA’s en uitgebreide code-obfuscatie om detectie te voorkomen.

Grote impact op beveiligingslandschap

Halverwege 2024 was Tycoon 2FA volgens Microsoft verantwoordelijk voor ongeveer 62% van alle phishingpogingen die het bedrijf blokkeerde. Deze dominantie maakte het platform tot een prioriteit voor verstoringsacties.

De internationale operatie resulteerde in de inbeslagname van 330 actieve domeinen die de kern van de infrastructuur vormden. Microsoft beschouwt dit als een belangrijke stap in het ontmantelen van het wereldwijde phishingnetwerk.

Beschermingsmaatregelen voor organisaties

In het rapport benadrukt Microsoft het belang van phishing-resistente multi-factor authentication als verdediging tegen dit soort aanvallen. Traditionele MFA blijkt kwetsbaar voor de geavanceerde technieken die Tycoon 2FA gebruikte.

Het bedrijf raadt organisaties aan om beveiligingsoplossingen zoals Microsoft Defender in te zetten en duidelijke detectie- en responsemaatregelen te implementeren. Microsoft wil organisaties hiermee helpen zich beter te wapenen tegen toekomstige phishingcampagnes.

Odin Groep heeft Proxsys overgenomen, een managed services provider met vestigingen in Gorinchem en Rotterdam. Proxsys wordt onderdeel van dochterbedrijf Previder, dat hiermee zijn aanwezigheid in West-Nederland uitbreidt na de eerdere overname van INISI.

Proxsys is actief sinds 2001 als msp en internetprovider en biedt volledige outsourcing van IT-beheer en support, waaronder workspaces, public en private cloud, Microsoft 365-omgevingen en connectiviteit. Het bedrijf telt ruim honderd medewerkers die werkzaam blijven vanuit de bestaande locaties. Klanten behouden hun vertrouwde contactpersonen en dienstverlening.

Management blijft aan boord

De dagelijkse leiding ging de afgelopen jaren geleidelijk over van oprichters Erik Loef en Olaf van Oord naar CEO Eef Gorter en zijn managementteam. Met de overname is die overdracht formeel afgerond. Oprichters Van Oord, Loef en Martin Klop hebben hun aandelen verkocht aan Odin Groep.

Strategische uitbreiding

De overname past in de groeistrategie van Odin Groep in West-Nederland. Met de toevoeging van Proxsys en de eerder overgenomen INISI bouwt Previder aan een bredere positie als managed services partner in de regio.

Op de foto van links naar rechts: Olaf van Oord (Proxsys), Martin Klop (Proxsys), Erik Loef (Proxsys), Arno Witvliet (Odin Groep), Eef Gorter (Proxsys).