Arctic Wolf heeft bekendgemaakt dat het Sevco Security overneemt, een leverancier van technologie voor het beoordelen van blootstelling aan kwetsbaarheden. De cloud-native technologie van Sevco wordt geïntegreerd in het Arctic Wolf Aurora Platform. Daarmee wil het bedrijf asset intelligence, kwetsbaarheidscontext en securitycontrols samenbrengen binnen één omgeving.

Volgens Arctic Wolf groeit de behoefte aan exposure management nu organisaties hun securityaanpak verschuiven van reactief naar meer proactief beheer. Door beter inzicht te krijgen in assets, configuraties en kwetsbaarheden moeten securityteams prioriteiten kunnen stellen op basis van risico en impact. Sevco ontwikkelde hiervoor een registratiesysteem dat assets en blootstellingen in kaart brengt en continu bijwerkt.

De overname past binnen een bredere beweging in de securitymarkt waarbij leveranciers hun platforms uitbreiden met functionaliteit rond attack surface management en risicogestuurde prioritering. In plaats van losse kwetsbaarheidslijsten verschuift de aandacht naar contextuele analyses waarin assets, configuraties en dreigingen gezamenlijk worden beoordeeld.

Sevco werd in het Gartner Magic Quadrant for Exposure Assessment Platforms 2025 geplaatst als Visionary. Gartner verwacht dat organisaties die gegevens over blootstelling integreren in IT- en bedrijfsprocessen minder ongeplande downtime zullen hebben door misbruikte kwetsbaarheden dan organisaties die werken met afzonderlijke kwetsbaarheidsbeheertools.

Met de toevoeging van Sevco breidt Arctic Wolf zijn Aurora Platform verder uit rond managed risk en asset intelligence. Volgens het bedrijf moet dit leiden tot een completer overzicht van assets en blootstellingen binnen hybride omgevingen, waardoor securityteams sneller risico’s kunnen identificeren en prioriteren. De technologie wordt de komende periode geïntegreerd in het bestaande portfolio.

Microsoft heeft nieuwe uitbreidingen aangekondigd voor zijn Sovereign Cloud-aanbod, waaronder ondersteuning voor volledig losgekoppelde omgevingen. Daarbij gaat het om infrastructuur, productiviteitstoepassingen en AI-modellen die lokaal kunnen draaien zonder verbinding met publieke cloudservices.

De aankondiging sluit aan bij de toenemende aandacht voor digitale autonomie binnen met name overheidsorganisaties en andere gereguleerde sectoren. Een onderdeel van de update is Azure Local, bedoeld voor zogeheten disconnected operations. Workloads kunnen lokaal worden uitgevoerd, terwijl beleid en governance aansluiten op bestaande Azure-architecturen. De nadruk ligt op situaties waarin datalocatie, operationele continuïteit en controle over updates zwaar meewegen.

Daarnaast introduceert Microsoft een variant van Microsoft 365 Local die geschikt is voor volledig geïsoleerde omgevingen. Componenten zoals Exchange Server, SharePoint Server en Skype for Business Server blijven binnen de eigen infrastructuur van de organisatie draaien. Volgens Microsoft wordt ondersteuning voor deze configuratie minimaal tot 2035 aangeboden. Daarmee verschuift de focus van soevereiniteit verder richting de digitale werkplek en niet alleen de onderliggende infrastructuur.

Ook wordt ondersteuning toegevoegd voor grote multimodale AI-modellen via Foundry Local. Deze modellen kunnen lokaal worden ingezet op eigen hardware binnen een soevereine omgeving. Microsoft werkt hiervoor samen met onder meer NVIDIA. Het doel is om AI-toepassingen mogelijk te maken zonder dat data de gecontroleerde omgeving hoeft te verlaten. De beschikbaarheid van lokale AI-modellen past binnen een bredere ontwikkeling waarin organisaties meer controle willen houden over data, modellen en infrastructuur.

De uitbreiding van het Sovereign Cloud-portfolio weerspiegelt een bredere trend waarbij digitale soevereiniteit steeds vaker wordt meegenomen als ontwerpkeuze in IT-architecturen. Overheden en sectoren met hoge compliance-eisen zoeken naar manieren om cloudfunctionaliteit te combineren met lokale controle, wat leidt tot hybride en deels geïsoleerde omgevingen.

Opsporingsdiensten voeren wereldwijd meer gerichte acties uit tegen cybercrime. Dat blijkt uit de Security Navigator 2026 van Orange Cyberdefense. Tegelijkertijd nam het aantal geregistreerde cyberafpersingsincidenten het afgelopen jaar met 45 procent toe.

Uit de analyse van ruim 500 internationale opsporingsacties blijkt dat autoriteiten cybercriminelen vaker en gerichter aanpakken. Sinds 2021 brengt Orange Cyberdefense deze acties in kaart. Voor het rapport zijn 418 operaties uitgebreid onderzocht. Volgens het bedrijf verstoren opsporingsdiensten criminele netwerken vaker en worden infrastructuren sneller stilgelegd.

Het rapport laat zien dat cyberafpersing het belangrijkste verdienmodel blijft. Het aantal geregistreerde incidenten steeg met 45 procent. Vooral kleinere en middelgrote organisaties worden vaker getroffen. Achter deze aanvallen zit volgens het onderzoek steeds vaker een georganiseerd ecosysteem van ontwikkelaars, affiliates en dienstverleners die ransomware als dienst aanbieden.

Opsporingsdiensten richten zich daarom niet alleen op individuele verdachten, maar ook op de onderliggende infrastructuur. Het gaat om platforms, fora, hostingdiensten en cryptodiensten die betalingen faciliteren. Door deze schakels aan te pakken proberen autoriteiten het verdienmodel achter cybercrime te verstoren. Volgens het rapport nemen zij daarbij ook infrastructuur in beslag en communiceren zij actief over hun acties. Onderzoekers signaleren dat criminele groepen sneller verdwijnen, zich hernoemen of uiteenvallen.

Internationale samenwerking speelt volgens het rapport een grotere rol dan enkele jaren geleden. Opsporingsdiensten voeren meer gezamenlijke operaties uit en delen informatie over landsgrenzen heen. Zulke onderzoeken duren vaak meerdere jaren en leveren gegevens op die in verschillende landen gelijktijdig kunnen worden gebruikt. Ook in perioden van geopolitieke spanningen blijft informatie-uitwisseling volgens betrokkenen doorgaan.

Nieuwe regelgeving biedt Europol de mogelijkheid om rechtstreeks informatie van private partijen te ontvangen via het Cyber Intelligence Gateway-mechanisme. Daardoor kunnen gegevens uit afzonderlijke incidenten sneller worden gekoppeld aan lopende onderzoeken in meerdere landen. Internationale taskforces delen informatie daardoor zonder tussenkomst van nationale schakels.

Het rapport wijst erop dat veel organisaties cyberincidenten niet of pas laat melden bij opsporingsdiensten. Volgens betrokkenen belemmert dat onderzoeken en krijgen daders daardoor meer tijd. Snelle melding en het delen van technische indicatoren vergroten volgens hen de kans dat criminele infrastructuren worden ontmanteld.

In Nederland werken publieke en private partijen samen binnen het programma Cyclotron van de NCTV. Binnen dit samenwerkingsverband wordt structureel dreigingsinformatie gedeeld om cyberaanvallen eerder te signaleren en te stoppen. Orange Cyberdefense neemt deel aan dit initiatief.

Ransomware- en pre-ransomware-activiteiten waren in het vierde kwartaal van 2025 goed voor 13 procent van de incidenten die Cisco Talos Incident Response analyseerde. Dat is een verdere daling ten opzichte van eerdere kwartalen. Misbruik van publiek toegankelijke applicaties bleef de meest gebruikte toegangsmethode, gevolgd door phishing.

Uit de kwartaalanalyse van Cisco Talos Incident Response, over de periode oktober tot en met december 2025, blijkt dat ransomware-incidenten afnamen tot 13 procent van de onderzochte cases. Qilin was daarbij de dominante ransomwarevariant. Nieuwe ransomwarefamilies werden in deze periode niet vastgesteld. DragonForce dook na meer dan een jaar weer op.

Het misbruik van kwetsbaarheden in publiek toegankelijke applicaties was betrokken bij bijna 40 procent van de incidentresponscases. Daarmee bleef deze methode de belangrijkste initiële toegangsvector. In meerdere gevallen werden systemen kort na publieke bekendmaking van kwetsbaarheden gecompromitteerd. Aanvallers maakten onder meer gebruik van kwetsbaarheden in Oracle E-Business Suite, aangeduid als CVE-2025-61882, en React2Shell, aangeduid als CVE-2025-55182. Daarbij werden malware-implants ingezet die in verband worden gebracht met APT-groepen.

Volgens Cisco laat dit zien dat aanvallers snel inspelen op nieuw gepubliceerde kwetsbaarheden. Het bedrijf wijst op het belang van tijdige patching en mitigerende maatregelen om blootstelling van internettoegankelijke systemen te beperken.

Phishing was betrokken bij 32 procent van de incidenten, een stijging ten opzichte van 23 procent in het voorgaande kwartaal. Talos signaleerde dat campagnes geavanceerder werden, waarbij gecompromitteerde accounts en gekaapte domeinen werden gebruikt om geloofwaardige berichten te verspreiden, bijvoorbeeld rond werkgerelateerde trainingen. Na initiële toegang verstuurden aanvallers verdere phishingmails, zowel intern als extern.

Daarnaast constateerde Talos dat cybercriminelen vaker gebruikmaken van Remote Monitoring and Management-tools. Omdat deze tools ook legitiem worden ingezet, kan dit de detectie bemoeilijken. De analyse laat zien dat, ondanks de daling van ransomware-incidenten, het misbruik van kwetsbaarheden in publieke applicaties en phishing belangrijke risico’s blijven vormen in het dreigingslandschap.

Pure Storage verandert per 5 maart 2026 zijn naam in Everpure. Daarnaast heeft het bedrijf een definitieve overeenkomst gesloten voor de overname van 1touch, actief in data-intelligentie en -orkestratie. Met deze stappen wil het bedrijf zijn positie in databeheer in het AI-tijdperk versterken.

De naamswijziging moet volgens het bedrijf de bredere focus op datamanagement weerspiegelen, naast storage. Everpure positioneert zijn Enterprise Data Cloud-architectuur als basis voor een gevirtualiseerde en uniforme dataomgeving, beheerd via een intelligente beheerlaag. Daarmee wil het bedrijf wereldwijde datasets via policies beheren en handmatige configuraties beperken.

Volgens Everpure legt de opkomst van AI druk op bestaande infrastructuren, waarin data zich vaak in gescheiden silo’s bevinden. De Enterprise Data Cloud moet deze belemmeringen wegnemen door data continu beschikbaar, beschermd en voorzien van context te maken.

Met de voorgenomen overname van 1touch voegt Everpure functionaliteit toe voor data discovery en semantische contextualisering. 1touch ontwikkelt technologie voor het ontdekken, classificeren en verrijken van data binnen uiteenlopende omgevingen, van SaaS tot edge. Door deze mogelijkheden te integreren in het platform wil Everpure data beter voorbereiden op AI-toepassingen.

De overname is onder voorbehoud van gebruikelijke voorwaarden en zal naar verwachting in het tweede kwartaal van boekjaar 2027 worden afgerond. Financiële details zijn niet bekendgemaakt.

Proofpoint heeft het Proofpoint Partner Network aangekondigd, een nieuw wereldwijd partnerprogramma. Het programma moet partners ondersteunen bij groei, margeverbetering en het ontwikkelen van diensten rond mens- en agent-centric security. Volgens het bedrijf sluit de opzet aan op veranderende dreigingen en aankoopmodellen.

Met het Proofpoint Partner Network introduceert de leverancier een vereenvoudigde programmastructuur met aangepaste incentives en aanvullende investeringen. Het programma is gericht op terugkerende omzetmodellen en bevat volgens het bedrijf uitgebreidere dealbescherming en ondersteuning bij het ontwikkelen van diensten rond het ai-gedreven platform.

Proofpoint meldt een verlengingspercentage van meer dan 90 procent en klantrelaties die in veel gevallen langer dan tien jaar lopen. Dat biedt volgens de leverancier een basis voor voorspelbare inkomsten voor partners. Het vernieuwde programma omvat onder meer stimulansen voor nieuwe klanten en verlengingen, co-investeringen via fondsen voor demand generation en extra aandacht voor datasecurity. Daarnaast is de bescherming van door partners aangebrachte en gezamenlijke verkoopkansen uitgebreid, inclusief bij contractverlengingen.

Het programma kent drie partnerniveaus, Select, Elite en Elite+, die zijn gekoppeld aan investeringen en prestaties. Hogere niveaus geven toegang tot aanvullende voordelen, waaronder NRF-licenties voor training, demo’s en technische verdieping.

Verder breidt Proofpoint de verkoopmogelijkheden via de marktplaatsen van AWS en Microsoft Azure uit. Dat moet extra routes naar de markt bieden op het gebied van AI, datasecurity en diensten. Voor 2026 voorziet het bedrijf verdere ondersteuning om partners in staat te stellen hun securitydiensten uit te bouwen.

Carrier heeft zijn portfolio voor datacenterkoeling uitgebreid met een nieuwe Coolant Distribution Unit. De oplossing is gericht op ondersteuning van vloeistofgekoelde IT-omgevingen en maakt deel uit van het QuantumLeap-portfolio. Volgens het bedrijf biedt het systeem verbeterde energieprestaties en operationele flexibiliteit.

De nieuwe Coolant Distribution Unit, CDU, is ontwikkeld om in te spelen op de toenemende rackdichtheden en de groeiende vraag naar vloeistofkoeling in Europese datacenters. Volgens de fabrikant maakt de oplossing grootschalige toepassing van vloeistofkoeling mogelijk, met behoud van stabiliteit in bedrijfskritische omgevingen.

De CDU beschikt over geavanceerde regeltechniek voor de aansturing van secundaire koelmiddellussen. Hierdoor kan het energieverbruik van pompen worden verlaagd en kunnen warmteafvoerprestaties worden geoptimaliseerd bij wisselende belastingcondities. De modulaire warmtewisselaars realiseren volgens het bedrijf een temperatuurverschil tot 2 graden Celsius, waar 4 graden gebruikelijk is. In combinatie met een optionele hoogrendementswarmtewisselaar kan dit leiden tot een energiebesparing bij chillers tot 15 procent, waardoor meer elektrische capaciteit beschikbaar blijft voor IT-belastingen.

Het systeem is uitgerust met redundante pompen en voedingen om ononderbroken koeling te waarborgen tijdens onderhoud of onverwachte situaties. Intelligente besturingslogica regelt vloeistoftemperaturen en debieten in realtime, zodat stabiele omstandigheden voor high-density servers behouden blijven.

De CDU is beschikbaar in verschillende unitgroottes, variërend van 1,3 tot 5 megawatt. Daarmee kunnen operators de koelcapaciteit afstemmen op huidige en toekomstige vereisten. De oplossing ondersteunt zowel direct-to-chip-koeling als gemengde koelomgevingen en is volgens de fabrikant geschikt voor integratie in bestaande faciliteiten met beperkte verstoring van de bedrijfsvoering.

Daarnaast kan de CDU worden geïntegreerd met het regel- en besturingssysteem van Carrier voor gecentraliseerde monitoring en energiebeheer. Hiermee krijgen datacenterteams inzicht in koelprestaties en belastingveranderingen. Met de introductie van de nieuwe CDU breidt Carrier zijn aanbod binnen het QuantumLeap-portfolio verder uit, gericht op datacenteromgevingen met hoge vermogensdichtheid.

Cyberaanvallen slagen meestal niet door nieuwe of innovatieve technieken, maar door achterstallig onderhoud en gebrekkige basismaatregelen. Dat stelt Hunt & Hackett in zijn 2026 Trend Report, gebaseerd op 54.400 SOC- en incidentresponse-analyses uit 2025. Zwakke identiteitsbeveiliging, niet-gepatchte systemen en beperkte monitoring geven aanvallers structureel ruimte.

Uit het rapport komt naar voren dat aanvallers vooral misbruik maken van bekende kwetsbaarheden. Gestolen inloggegevens, openstaande patches in internetgerichte systemen en achterstallig IT-onderhoud vormen de belangrijkste toegangsroutes. De gebruikte technieken zijn volgens het bedrijf al geruime tijd gedocumenteerd en met passende controles detecteerbaar.

Toch lukt het veel organisaties niet om die controles structureel en op schaal in te richten. In complexe IT- en OT-omgevingen stapelen kwetsbaarheden zich in de loop van de tijd op. Legacysystemen, ingebedde componenten en onderlinge afhankelijkheden maken het lastig om consistent onderhoud en patchbeheer door te voeren. Omdat systemen gelaagd met elkaar verbonden zijn, kan een aanpassing in de ene laag gevolgen hebben voor andere onderdelen. Aanvallers maken volgens het rapport gebruik van die vertragingen en hiaten.

Complexiteit

Tegelijk groeit de complexiteit van het dreigingslandschap. Naast traditionele aanvalspaden verschuift de aandacht naar identiteitsgerichte aanvallen en het gebruik van generatieve AI. Dat vergroot het aanvalsoppervlak, terwijl veel basismaatregelen nog niet op orde zijn. Het rapport schetst daarmee een spanningsveld tussen toenemende dreiging en achterblijvende uitvoeringskracht.

Van alle incidentresponse-trajecten die het bedrijf in 2025 behandelde, had 71 procent een financieel motief. Ransomware kwam het vaakst voor met 43 procent, gevolgd door e-mailfraude met 29 procent. Toegang werd in veel gevallen verkregen via kwetsbare remote services, edgeapparaten of gestolen inloggegevens.

Opvallend is dat in 86 procent van de onderzochte zaken onvolledige logging en monitoring de detectie bemoeilijkten. Ontbrekende auditlogs, beperkte logretentie of systemen buiten het securitybereik zorgden ervoor dat aanvallers langere tijd onopgemerkt actief konden blijven. Zonder volledig zicht op wat er binnen de omgeving gebeurt, loopt ook incidentonderzoek vertraging op.

Aanvalsoppervlak

Cloudomgevingen, direct aan internet gekoppelde apparaten en afhankelijkheden van leveranciers vergroten volgens het rapport de blootstelling verder. Succesvolle aanvallen komen vooral door het ontbreken van samenhang tussen preventie, zicht en regie. Nieuwe, geavanceerde aanvalstechnieken spelen vooralsnog een kleinere rol dan vaak wordt verondersteld.

Volgens het bedrijf ligt het probleem niet bij kennis of bewustzijn. Veel organisaties investeren in securitytools, maar de randvoorwaarden voor effectief gebruik ontbreken geregeld. Governance, structureel onderhoud en continue controle krijgen in de praktijk minder aandacht dan de aanschaf van nieuwe oplossingen. Daarmee ontstaat een situatie waarin tooling aanwezig is, maar de basisvoorwaarden voor preventie, detectie en respons onvoldoende zijn ingevuld.

Het rapport past in een bredere ontwikkeling waarin regelgeving en compliance-eisen toenemen, terwijl operationele weerbaarheid achterblijft. De cijfers uit 54.400 analyses laten zien dat bekende aanvalstechnieken in combinatie met uitvoeringsproblemen nog altijd voldoende zijn om grote impact te veroorzaken.

Arctic Wolf introduceert nieuwe endpointsecuritymogelijkheden voor msp-partners. Met Aurora Managed Endpoint Defense wil het bedrijf partners ondersteunen bij het beheren van endpointomgevingen en het uitbreiden van hun managed securitydiensten.

De uitbreiding bouwt voort op het bestaande partnerprogramma en Aurora Endpoint Security voor msp’s. Volgens het bedrijf kunnen partners met de nieuwe mogelijkheden hun dienstverlening stroomlijnen en beter inspelen op de groeiende vraag naar doorlopende beveiliging.

Met Aurora Managed Endpoint Defense ondersteunt het AI-gestuurde SOC van Arctic Wolf msp’s bij het beheren van implementaties van Aurora Endpoint Security bij klanten. De dienst omvat 24×7 monitoring, triage van meldingen en responsacties. Het bedrijf stelt dat partners hiermee hun operationele belasting kunnen verlagen en hun aanbod rond endpointsecurity kunnen uitbreiden.

Daarnaast introduceert Arctic Wolf een Rapid Response Add-On voor de JumpStart Retainer. Klanten van msp’s die beschikken over deze retainer kunnen een service level agreement van één uur activeren voor urgente incidenten. De JumpStart Retainer wordt aangeboden via een jaarlijks abonnement en omvat een aanpasbaar responsplan en vastgestelde tarieven voor incident response.

Ook komt er een MSP Admin Portal. Dit portaal biedt centraal inzicht in klantomgevingen, waaronder waarschuwingen, de status van agentimplementaties en de mogelijkheid om rapportages in bulk te downloaden. Volgens het bedrijf kan dit de administratieve lasten verminderen en het beheer vereenvoudigen.

Arctic Wolf meldt dat met het Aurora-platform detectie, respons en risicobeheer zijn samengebracht in één omgeving. Daarmee wil het bedrijf msp’s ondersteunen bij het leveren van beveiligingsdiensten aan klanten van verschillende omvang.

De Vertiv Avocent MergePoint Unity 2 biedt enterprise-grade beveiliging, schaalbare configuraties en naadloze externe toegang voor IT-infrastructuurbeheer

Vertiv (NYSE: VRT), een wereldwijde leider in kritieke digitale infrastructuur, introduceert de Vertiv Avocent MergePoint Unity 2. Dit is een next-generation keyboard-, video- en mouse- (KVM)-switchplatform voor veilig, gecentraliseerd beheer van IT-apparatuur in enterprise-datacenteromgevingen, gedistribueerde edge-locaties en vestigingen.

De switch helpt operators om hun dagelijkse werkzaamheden te vereenvoudigen, snel op incidenten te reageren en systeembeschikbaarheid te waarborgen. Ook maakt de switch externe diagnose, configuratie en herstel mogelijk, terwijl het IT-systemen beschermt tegen niet-geverifieerde firmware en software.

“Nu organisaties workloads over meerdere locaties verspreiden, neemt ook de complexiteit van infrastructuurbeheer toe,” aldus Ramesh Menon, vicepresident IT systems solutions bij Vertiv. “De Vertiv Avocent MergePoint Unity 2 biedt een centraal controlepunt met enterprise-grade beveiliging, waardoor IT-teams zichtbaarheid en responsiviteit kunnen behouden, ongeacht waar hun infrastructuur zich bevindt.”

De nieuwe KVM-switch voldoet aan de FIPS 140-3 cryptografische standaarden en ondersteunt veilige, geverifieerde encryptie voor overheids- en enterprise-omgevingen. Het systeem biedt geavanceerde bescherming met smartcard- en Common Access Card (CAC)-authenticatie en gebruikersrechtenbeheer. Hierdoor krijgen IT-teams een geconsolideerd overzicht van de infrastructuur zonder meerdere tools of locatiebezoeken. Dankzij ingebouwde Virtual Media-functionaliteit kunnen gebruikers op afstand schijven koppelen voor software- en applicatie-installaties, waardoor updates worden gestroomlijnd en downtime wordt geminimaliseerd.

Het platform biedt daarnaast externe toegang tot UEFI- en BIOS-firmware-interfaces voor kritieke systeemupdates en hardware-troubleshooting. Ook profiteren zowel lokale als externe gebruikers van een intuïtieve browsergebaseerde interface. Ondersteuning voor lokale hotkeys maakt snelle navigatie en taakuitvoering mogelijk, wat de efficiëntie verhoogt en de gebruikerservaring op rackniveau stroomlijnt.

De KVM-switch beschikt over een compact ontwerp dat, in combinatie met de Vertiv Avocent Local Rack Access (LRA) Console, binnen één rackunit past. Dit optimaliseert de beschikbare rackruimte. Het systeem kan worden beheerd via een ingebouwde webinterface voor standalone toepassingen of worden geïntegreerd met het Vertiv Avocent MP1000 Management Platform als onderdeel van de Vertiv Avocent DSView-oplossing voor gecentraliseerde, enterprise-brede controle.