Veeam presenteert versie 13 van het Veeam Data Platform. De update bevat nieuwe beveiligingsfuncties, forensische inzichten, identiteitscontroles en een integratie-API voor hypervisors. Het bedrijf richt zich op snellere dreigingsdetectie, betrouwbaar herstel en bredere workloadondersteuning.

Veeam Data Platform v13 is volgens het bedrijf ontworpen voor een omgeving met toenemende ransomwaredreigingen en snelle veranderingen in infrastructuren. De oplossing biedt dataprotectie en herstel voor fysieke, virtuele en cloudomgevingen. Veeam meldt dat meer dan 550.000 klanten het platform gebruiken. De update bevat een uitgebreid hypervisor-integratiemodel en nieuwe beveiligingsfuncties die zijn gericht op analyse, detectie en herstel.

Een belangrijk onderdeel is Recon Scanner 3.0, dat nu direct is ingebouwd in het platform. Recon Scanner markeert verdacht gedrag op endpoints, zoals brute-forcepogingen en afwijkende bestandsactiviteit. De geconsolideerde triage-inbox moet het beheer van incidenten vereenvoudigen. Integratie met Veeam ONE Threat Center levert dashboardinformatie over dreigingen. Volgens Veeam helpt koppeling met Microsoft Sentinel bij het correleren van signalen uit verschillende bronnen. De tool verzamelt forensische data en relateert die aan het MITRE ATT&CK-model.

Daarnaast bevat v13 een intelligence-gestuurde Malware Analysis-agent die malware detecteert, classificeert en rapporteert. De agent biedt begeleide herstelinformatie. Veeam breidt ook identiteits- en toegangscontroles uit met gecentraliseerde authenticatie en SAML-gebaseerde SSO. Back-ups zijn standaard onveranderlijk om herstelpunten te beschermen tegen ongeautoriseerde wijzigingen. Integraties met onder andere CrowdStrike, Palo Alto Network, Splunk en ServiceNow moeten detectie en respons ondersteunen.

De update versterkt de ondersteuning van diverse workloads. Direct herstel naar Microsoft Azure maakt gecontroleerd herstel mogelijk in een cleanroomomgeving. Ondersteuning voor Scale Computing HyperCore is beschikbaar. Veeam geeft aan dat later ook ondersteuning volgt voor platforms als HPE Morpheus VM Essentials, Citrix XenServer en XCP-ng. Voor 2026 staan functies gepland zoals back-up en herstel voor OpenShift Virtualization en de Universal Hypervisor Integration API. Dit framework moet leveranciers in staat stellen om native integraties te bouwen met back-up- en herstelmogelijkheden van Veeam.

Versie 13 voegt verder een Linux-appliance toe die hoge beschikbaarheid ondersteunt en zichzelf kan updaten. De appliance elimineert volgens Veeam de beheerlast van het onderliggende besturingssysteem en werkt zonder hardwaregebonden ontwerp. Ook is er een nieuwe webconsole die lokaal wordt gehost en de installatie en het beheer vereenvoudigt.

Veeam stelt dat de update de basis vormt voor verdere ontwikkeling van een uniform data- en AI-platform. Gebruikers zoals Darktrace melden volgens Veeam dat de nieuwe versie helpt om beheer te centraliseren en de installatie te vereenvoudigen. Veeam Data Platform v13 is beschikbaar via geautoriseerde partners, resellers en distributeurs. Recon Scanner 3.0 maakt onderdeel uit van de Premium-editie en wordt later beschikbaar voor VCSP-partners.

Digital Realty heeft in Amsterdam het datacenter AMS11 geopend. De faciliteit vergroot de capaciteit van het bedrijf in Nederland en is ingericht voor hoge duurzaamheidseisen en toepassingen die veel rekenkracht vragen.

Digital Realty meldt dat AMS11 onderdeel is van het wereldwijde PlatformDIGITAL. Het datacenter biedt ongeveer 27MW aan IT-capaciteit op een vloeroppervlak van 12.000 vierkante meter. Het is de twaalfde locatie van het bedrijf in Nederland, waarmee de totale capaciteit in het land volgens Digital Realty uitkomt op circa 159MW.

Volgens het bedrijf sluit de nieuwe faciliteit aan op een toenemende vraag naar datacenterruimte voor zware rekenprocessen. Klanten krijgen toegang tot meer dan 280 serviceproviders en directe koppelingen met NL-ix. Digital Realty verwacht dat de combinatie van schaalbaarheid en connectiviteit een breed spectrum aan toepassingen ondersteunt.

Het bedrijf geeft aan dat AMS11 volledig op duurzame energie draait, in lijn met de andere locaties in Europa. Meer dan 120 Europese datacenters van Digital Realty worden uitsluitend gevoed met groene stroom. Wereldwijd heeft het bedrijf ruim 1,7GW aan hernieuwbare energie gecontracteerd. Daarmee benadrukt Digital Realty dat het inzet op energie-efficiëntie binnen zijn portfolio.

De bouw van AMS11 vindt gefaseerd plaats. De eerste twee fasen zijn gereed en operationeel. De resterende fasen worden in 2026 opgeleverd. In totaal is bijna 1.000.000 uur aan arbeid in het project gestoken.

Google heeft in Winschoten een nieuw datacenter geopend. De faciliteit ondersteunt de groei van datagedreven diensten en versterkt de bestaande cloud­infrastructuur van het bedrijf in Nederland. Het centrum maakt deel uit van Googles wereldwijde netwerk van regio’s en sluit aan op eerdere investeringen in energie, waterbeheer en digitale infrastructuur.

Het datacenter moet de capaciteit vergroten voor diensten zoals Cloud, Workspace, Zoeken en Maps. Volgens Google past de opening binnen de langlopende investeringsplannen in Europa. Het bedrijf meldt dat het datacenter is uitgerust met luchtkoeling om het waterverbruik te beperken en dat het gebouw zonnepanelen heeft. De locatie is voorbereid om restwarmte terug te leveren aan het warmtenet, zodat toekomstige afnemers die warmte kunnen benutten voor onder meer woningen en bedrijven.

Google geeft aan dat het wereldwijd werkt aan datacenters met een laag energieverbruik en dat het bedrijf streeft naar volledig CO₂-vrije energie in alle operaties. In Nederland ondersteunt Google volgens eigen gegevens meer dan 1 gigawatt aan schone energie­capaciteit. Het bedrijf verwijst daarbij naar recente stroomafnameovereenkomsten, waaronder een contract met Shell voor een verlengde levensduur van een offshore windpark.

Het bedrijf werkt verder aan initiatieven op het gebied van waterbeheer. Google streeft naar een gemiddelde teruglevering van 120 procent van het gebruikte water in 2030. Daarbij verwijst het naar de investering in een waterzuiveringsinstallatie uit 2021, die water uit het Eemskanaal verwerkt voor industriële koeling, waaronder in de Eemshaven.

Google koppelt de opening aan onderzoeken van adviesbureaus die in opdracht van het bedrijf zijn uitgevoerd. Daaruit zou blijken dat generatieve technologie het Nederlandse bbp kan verhogen en dat de publieke sector kosten kan besparen door automatisering. Google meldt dat het inmiddels 3,7 miljard euro heeft geïnvesteerd in digitale infrastructuur in Nederland. Volgens een studie van Deloitte leverden deze investeringen een gemiddelde bijdrage van 1,96 miljard euro per jaar aan het bbp in de periode 2022 tot 2024 en ondersteunden ze gemiddeld 12.600 banen per jaar.

De bouw in Winschoten begon in december 2023. Google zegt samen te werken met bijna 160 Nederlandse leveranciers voor datacenteractiviteiten, waarvan 77 in de provincie Groningen. De datacenters van Google in Nederland bieden samen werk aan ongeveer 700 mensen in vaste en projectmatige functies.

De gemeente Oldambt spreekt waardering uit voor de opening, die volgens de gemeente bijdraagt aan lokale werkgelegenheid. De samenwerking tussen Google en lokale partijen richt zich onder meer op het Circulair Centrum dat tegenover het datacenter wordt ontwikkeld. Het project, gedragen door Google, de gemeente Oldambt, WerkPro, Afeer en Cosis, richt zich op het verzamelen, sorteren en opnieuw gebruiken van materialen. Het centrum moet tegelijk een sociale en educatieve functie krijgen. De loods van 196 vierkante meter wordt ingericht voor reparatie en demontage van elektrische apparatuur en biedt ruimte aan ongeveer 10 fulltime medewerkers. Jaarlijks worden 12 studenten begeleid. Zodra de locatie volledig draait, kan 10 tot 12 ton materiaal per jaar worden verwerkt.

Google geeft aan dat sinds 2018 meer dan 2,5 miljoen euro is besteed aan maatschappelijke initiatieven rond de Nederlandse datacenterlocaties. Het bedrijf ziet het Circulair Centrum als onderdeel van bredere activiteiten om de omgeving van de locaties te ondersteunen.

Foto: Erich Wünker, wethouder Economie en Grondontwikkeling & Diensten van de gemeente Oldambt en Marco Ynema, datacenter lead van Google in Nederland.

Observability speelt een grotere rol nu bedrijven steeds meer AI inzetten en de onderliggende infrastructuren complexer worden. Dat blijkt uit het nieuwe Splunk State of Observability 2025-rapport. Het onderzoek laat zien dat IT-teams vaker afhankelijk zijn van uniforme dataverzameling, betere zichtbaarheid in systemen en snellere incidentafhandeling.

Volgens de respondenten is observability uitgegroeid tot een onderwerp dat niet alleen in technische teams leeft, maar ook bij directies. Digitale diensten vormen vaak het primaire klantcontact, waardoor inzicht in prestaties en knelpunten steeds strategischer wordt. Bedrijven gebruiken observability onder andere om verstoringen te voorkomen en om te begrijpen waar vertragingen of fouten in processen ontstaan.

AI-gestuurde observability wordt inmiddels breed toegepast. De meeste ondervraagden verwachten dat AI helpt bij het sneller achterhalen van de oorzaak van problemen en bij het detecteren van securityrisico’s. Tegelijkertijd groeit de complexiteit. Het monitoren van AI-workloads blijkt lastiger dan traditionele systemen en veel teams gebruiken nog steeds een versnipperd landschap aan tooling. Ook kennis blijkt een aandachtspunt, omdat veel organisaties onvoldoende ervaring hebben met het monitoren van moderne AI- en cloudomgevingen.

Het rapport laat verder zien dat OpenTelemetry vaker wordt ingezet als standaard voor het verzamelen van logdata, traces en metrics. Organisaties die dieper leunen op deze open standaard rapporteren meer consistentie en een hoger niveau van automatisering. In dat kader wint ook observability-as-code terrein, omdat dit helpt bij schaalbaarheid en reproduceerbaarheid van configuraties.

Tot slot signaleert het onderzoek dat bedrijven die observability structureel aanpakken betere resultaten zien in productiviteit en snellere probleemoplossing. Vooral de samenwerking tussen engineering-, ITOps- en securityteams lijkt hierbij doorslaggevend.

Microsoft heeft tijdens Ignite 2025 een reeks vernieuwingen aangekondigd die de richting bepalen voor de komende jaren. De rode draad is dat AI-agents een vaste plek krijgen binnen applicaties, infrastructuur en security. Daarnaast ontvouwt Microsoft een duidelijker datavisie en worden de Windows- en cloudomgevingen verder aangepast voor agent-gedreven werk.

De introductie van Microsoft Agent 365 vormt het zwaartepunt van de conferentie. Dit nieuwe beheerplatform moet organisaties helpen om AI-agents te registreren, te controleren en af te schermen. Microsoft voegt identiteiten, toegangsmodellen en gedragstracking toe, zodat agents in bedrijfsprocessen veiliger en controleerbaarder kunnen opereren. Het platform ondersteunt ook agents van externe leveranciers. Daarmee verschuift het gesprek van losse AI-experimenten naar een beheerde en structurele inzet binnen de werkvloer.

Ook aan de datakant zet Microsoft stappen. SQL Server 2025 is nu beschikbaar en bevat functionaliteiten die inspelen op AI-gedreven workloads, zoals semantische zoekopdrachten en betere ondersteuning voor edge-scenario’s. Daarnaast toont Microsoft de preview van Azure HorizonDB, een nieuwe databasevorm die moet aansluiten op Microsoft Fabric en moderne AI-architecturen. De boodschap is dat AI pas goed kan functioneren wanneer data-structuren, integratiemodellen en opslaglagen in hetzelfde ritme bewegen.

Binnen Windows verandert de gebruikerservaring richting een agent-first benadering. De taakbalk krijgt een Ask Copilot functie waarmee opdrachten, data-acties en agent-interacties direct kunnen worden aangestuurd. Agents worden zichtbaar als beheersbare objecten binnen Windows, en Windows 365 krijgt een variant waarin agents in een gecontroleerde cloud-PC kunnen draaien. De scheidslijn tussen lokale werkomgeving, cloudinfrastructuur en AI-automatisering wordt zo dunner.

Op het gebied van security presenteert Microsoft nieuwe beheerlagen voor agentgedrag en risicobeoordeling. De aankondiging van een Security Dashboard for AI moet zorgen voor centraal overzicht van activiteiten in Defender, Purview en Entra. Microsoft koppelt dit aan het bredere Secure Future Initiative, waarin de governance van autonome AI-processen centraal staat. De nadruk ligt op inzicht, auditbaarheid en duidelijke verantwoordelijkheden rond agent-activiteiten.

De kern van Ignite 2025 is dat Microsoft AI niet langer ziet als aanvulling op applicaties, maar als laag die platform, database, identiteit en beveiliging verbindt. Voor IT-dienstverleners en partners betekent dit dat de stap van traditioneel beheer naar agent-gedreven omgevingen sneller dichterbij komt. Dat raakt licenties, inrichting van cloudomgevingen, adoptieprogramma’s en security-processen. De richting is helder. Microsoft bouwt zijn volledige ecosysteem om naar AI-agents die in elke laag van de infrastructuur kunnen meedraaien, onder toezicht en binnen een centraal beheermodel.

SLTN, één van de grootste IT-powerhouses van Nederland, en ESET, Europa’s grootste onafhankelijke cybersecurityleverancier, kondigen vandaag een strategische alliantie aan. Samen gaan zij complexe en soevereine cybersecurity-oplossingen leveren voor Defensie, overheid en corporate organisaties die de hoogste eisen stellen aan digitale veiligheid.

De samenwerking richt zich op unieke, high-end projecten waarin standaardoplossingen tekortschieten. Denk aan airgapped security-oplossingen, embedded security in kritieke systemen en maatwerk consultingdiensten voor organisaties die opereren in de meest gevoelige en gereguleerde omgevingen.

Unieke combinatie van schaal en specialisatie
Met meer dan 700 hoogopgeleide IT-professionals en een omzet van ruim 307 miljoen euro heeft SLTN de schaal en expertise om complexe IT-landschappen te integreren en beheren. In deze alliantie treedt SLTN op als security integrator, waarbij de certificeringen, ervaring en consultingcapaciteit van het bedrijf worden gecombineerd met de toonaangevende technologie en threat intelligence van ESET.

“SLTN heeft bij uitstek de schaal en ervaring om de meest complexe uitdagingen op te lossen,” zegt Eugene Tuijnman, CEO van SLTN. “Maar we zien het ook als onze maatschappelijke verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de digitale weerbaarheid van Nederland. Door samen te werken met ESET kunnen we organisaties die onder de zwaarste digitale druk staan voorzien van oplossingen die écht future-proof zijn.”

Lokale kracht, wereldwijde impact

Voor ESET is de samenwerking een logische stap om de Europese en Nederlandse markt te versterken. “Deze tijd vraagt om allianties, juist op lokaal niveau,” zegt Dave Maasland, CEO van ESET Nederland. “De vraag naar soevereine en specialistische cybersecurity-oplossingen groeit enorm. Samen met SLTN kunnen we 7-sterren cybersecurity-dienstverlening bieden: technologie, consultancy en integratie op het allerhoogste niveau. Dit partnerschap maakt het mogelijk om niet alleen complexe projecten te winnen, maar ze ook succesvol uit te voeren.”

Arctic Wolf voegt de gedragsdetectietechnologie van Abnormal AI toe aan het Aurora-platform. De integratie moet de signalering en aanpak van e-maildreigingen binnen de mdr-dienst van het bedrijf verder stroomlijnen.

Arctic Wolf integreert de technologie van Abnormal AI in het eigen Aurora-platform. De koppeling brengt gedragsgegevens uit Microsoft 365 en Google Workspace rechtstreeks naar de detectie- en responseprocessen van Arctic Wolf. Het bedrijf meldt dat hiermee meer inzicht ontstaat in activiteiten die kunnen wijzen op Business Email Compromise, phishing, malware of misbruik van accounts. Gebruikers krijgen één overzicht van e-maildreigingen en kunnen vanuit dezelfde omgeving acties uitvoeren zoals het isoleren van verdachte berichten.

Volgens gegevens uit het Arctic Wolf Threat Report 2025 hield meer dan een kwart van de onderzochte incidenten verband met Business Email Compromise. Phishing was verantwoordelijk voor bijna 73 procent van deze gevallen. De leverancier stelt dat aanvallers gedragspatronen benutten om beveiliging te omzeilen en dat de integratie helpt om afwijkingen sneller te herkennen.

Arctic Wolf wil met de uitbreiding de responsmogelijkheden binnen het eigen soc versterken. De toevoeging van gedragsinformatie moet leiden tot snellere analyse en een meer samenhangende workflow voor dreigingsonderzoek en herstel. Voor gezamenlijke klanten van beide bedrijven betekent de integratie dat e-maildreigingen binnen dezelfde operationele omgeving kunnen worden gedetecteerd en afgehandeld.

De aankondiging past binnen ontwikkelingen waarbij leveranciers meer nadruk leggen op gedragssignalen om e-mailaanvallen in een vroeg stadium te identificeren.

Google heeft de derde generatie van zijn Gemini-model beschikbaar gemaakt. De nieuwe versie is ontworpen voor multimodale toepassingen en kan tekst, beeld, audio en video verwerken binnen één model. Volgens Google moet Gemini 3 betere prestaties leveren bij complexe taken en krijgt het model een grotere contextcapaciteit.

Gemini 3 wordt geïntegreerd in verschillende zakelijke producten, waaronder Vertex AI en Gemini Enterprise. Bedrijven kunnen het model gebruiken voor toepassingen zoals analyse van documenten, beeldverwerking, planning en het automatiseren van bedrijfsprocessen. Voor ontwikkelaars komt ondersteuning beschikbaar via de Gemini API en nieuwe tooling in de ontwikkelomgeving van Google.

De zoekmachine van Google krijgt eveneens een update. Daarbij wordt de zogeheten AI-modus toegevoegd waarmee gebruikers uitgebreidere antwoorden kunnen krijgen op complexe vragen. Deze functie wordt stapsgewijs uitgerold.

Google houdt vast aan een gefaseerde introductie. Niet alle functies zijn direct beschikbaar in elke regio en voor iedere gebruiker. Het bedrijf geeft aan dat veiligheidsmechanismen en beoordelingsprocessen worden meegenomen bij de uitrol van het model.

Met Gemini 3 wil Google inspelen op de toenemende vraag naar AI-oplossingen die verschillende soorten data kunnen combineren. Hoe snel bedrijven de nieuwe mogelijkheden gaan toepassen hangt volgens Google af van de integratie in bestaande workflows en de kosten die komen kijken bij het gebruik van een omvangrijk taalmodel.

Het Ministerie van Economische Zaken heeft in de tweede ronde van de regeling Faciliteiten voor Toegepast Onderzoek (FTO) 105 miljoen euro toegekend aan elf Nederlandse onderzoeksprojecten. Het geld is bestemd voor nieuwe faciliteiten en infrastructuur op het gebied van luchtvaart, klimaatonderzoek, biodiversiteit en technologische vernieuwing.

De investering brengt het totaalbedrag dat via de FTO-regeling sinds 2024 is toegekend op 395 miljoen euro. De projecten worden uitgevoerd door Nederlandse Toegepaste Onderzoeksorganisaties en Rijkskennisinstellingen. Een deel van het budget gaat naar vernieuwing en uitbreiding van test- en laboratoriumomgevingen. Bij het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) gaat het onder meer om een nieuwe windtunnel, een onderzoeksvliegtuig en een grotere dronefaciliteit.

Deltares ontvangt middelen voor de upgrade van water- en klimaatgerelateerde onderzoeksbassins en laboratoria, waar ook AI-modellen worden ingezet voor het analyseren van weer en waterveiligheid. Naturalis werkt aan het automatiseren van biodiversiteitsmonitoring met behulp van AI.

Andere projecten zijn gericht op voedselonderzoek en circulaire processen bij Wageningen University & Research, een centrale monsterbank bij het RIVM en het verbeteren van de toegankelijkheid van erfgoeddata bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. MARIN en Deltares krijgen daarnaast afzonderlijke steun voor nieuwe faciliteiten op het gebied van maritiem onderzoek.

De projecten bestrijken een mix van veiligheid, duurzaamheid en technologische ontwikkeling. De FTO-regeling is bedoeld om onderzoeksinstellingen toegang te bieden tot faciliteiten die nodig zijn voor toegepast onderzoek met een nationale of maatschappelijke functie.

De Hobby Computer Club (HCC) vraagt opnieuw aandacht voor digitale soevereiniteit. Volgens de vereniging neemt de afhankelijkheid van buitenlandse technologie verder toe, met risico’s voor databeveiliging, privacy en controle over digitale diensten. HCC ziet een grotere rol voor open-source software en lokaal ontwikkelde oplossingen om die afhankelijkheid te verkleinen.

De club richt zich al jaren op het vergroten van digitale vaardigheden. Dat gebeurt in uiteenlopende doelgroepen. Jongeren gebruiken technologie vaak intensief zonder zicht op achterliggende risico’s, terwijl ouderen juist moeite hebben om mee te komen, wat het gebruik van basisdiensten zoals internetbankieren lastig maakt. HCC organiseert trainingen en workshops om beide groepen te ondersteunen, van bewust omgaan met technologie tot het veilig uitvoeren van dagelijkse digitale handelingen.

Voorzitter Wijnand van Swaaij geeft aan dat de maatschappelijke urgentie groeit. “Digitale soevereiniteit is essentieel voor een vrije en veilige samenleving,” zei Van Swaaij. “Door bewustwording en het versterken van digitale vaardigheden helpen wij mensen om meer controle te krijgen over hun digitale leven.”

HCC verwacht dat de aandacht voor digitale zelfbeschikking verder toeneemt nu meer diensten naar de cloud verschuiven en de discussie over afhankelijkheid van internationale aanbieders breder wordt gevoerd.