Bijna alle security- en IT-beslissers vertrouwen op de eigen capaciteit om cyberdreigingen af te slaan, terwijl bijna twee derde van hun organisaties het afgelopen jaar een serieus incident meemaakte. Dat blijkt uit onderzoek van Sapio Research in opdracht van Arctic Wolf onder 1.350 beslissers wereldwijd. Dataverlies en ransomware blijken de grootste impact te hebben, terwijl securityteams wekelijks tientallen uren kwijt zijn aan operationele taken.
Uit het 2026 AI & Cybersecurity Trends Report van Arctic Wolf blijkt een verschil tussen het vertrouwen dat organisaties hebben in hun cybersecurity en de daadwerkelijke impact van incidenten. Van de ondervraagde security- en IT-beslissers geeft 96 procent aan te verwachten dat hun team de hoeveelheid en complexiteit van moderne cyberdreigingen aankan. Tegelijkertijd kreeg 63 procent van hun organisaties het afgelopen jaar te maken met een serieus cybersecurityincident. Het onderzoek is uitgevoerd door Sapio Research in april 2026 onder 1.350 security- en IT-beslissers op directieniveau in onder meer de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, de Benelux en Japan.
Van de organisaties die een incident meemaakten, ondervond 48 procent twee weken of langer productiviteitsverlies. Daarnaast geeft 7 procent van de respondenten aan niet zeker te weten of hun organisatie het afgelopen jaar een incident heeft meegemaakt.
Dataverlies grootste probleem
Volgens het onderzoek is dataverlies het meest voorkomende type incident. Ruim één op de vijf respondenten (21 procent) noemt onbedoelde blootstelling of verlies van data als het belangrijkste incident van het afgelopen jaar. Nog eens 8 procent noemt doelbewuste diefstal van data.
Ransomware blijkt financieel de grootste gevolgen te hebben. In Noord-Amerika ligt de bereidheid om losgeld te betalen volgens het onderzoek beduidend hoger dan elders: 74 procent van de getroffen organisaties daar betaalde uiteindelijk, rechtstreeks of via een derde partij. In Europa ligt dat percentage op 57 procent, tegenover een wereldwijd gemiddelde van 55 procent.
Hoge werkdruk securityteams
Het onderzoek laat ook zien dat securityteams veel tijd kwijt zijn aan operationele taken. Aan taken als het terugdringen van fout-positieve meldingen, het beheren van securitytools en het voldoen aan compliance-eisen besteden teams gemiddeld 13 tot 15 uur per week per taak.
Door de toenemende hoeveelheid en complexiteit van dreigingen kijken organisaties volgens Arctic Wolf steeds vaker naar automatisering en AI om deze werkdruk te verlichten. Van de respondenten verwacht 85 procent dat AI helpt bij het detecteren van nieuwe of moeilijk te herkennen dreigingen, en 72 procent denkt dat AI beter dan mensen dreigingen kan identificeren.
Het vertrouwen om AI zelfstandig te laten handelen ligt volgens het onderzoek een stuk lager. Slechts 53 procent van de respondenten zegt AI te vertrouwen met afgebakende securityacties, zoals het blokkeren van kwaadaardige IP-adressen. Arctic Wolf constateert dat organisaties AI enerzijds zien als middel om operationele druk te verminderen, maar tegelijkertijd terughoudend blijven om beslissingen daadwerkelijk aan de technologie over te laten.
Adam Marrè, Chief Information Security Officer bij Arctic Wolf, stelt dat de cijfers een kloof laten zien tussen het vertrouwen dat organisaties hebben in hun cybersecurity en de dagelijkse realiteit van securityteams. Volgens Marrè blijven serieuze incidenten organisaties raken, heeft ransomware grote financiële gevolgen en gaat veel tijd van securityteams op aan operationele taken. Marrè verwacht dat AI een rol kan spelen bij het efficiënter maken van securitywerk, op voorwaarde dat securityleiders kunnen vertrouwen op betrouwbare en uitlegbare uitkomsten. Volgens hem ligt de toekomst van security operations in de combinatie van AI met menselijke expertise.