Het nieuwe nummer van ChannelConnect is deze week verschenen. In deze juli-editie spreken we onder andere met Vincent in ’t Veld van Digital Realty over de de ontwikkelingen in de datacenterwereld.

Verder blikken we terug op Cybersec Europe en staan we in ons MKB-IT Expert Panel  stil bij netwerk en infrastructuur.  Daarnaast pakken we in dit overvolle nummer uit met een uitgebreid Dossier Telecom & UC, met onder meer een verslag van het Grotetafelgesprek en een interview met Steam-connect CEO Dennis Schabracq over hun omnichannel CCaaS-platform.

Digital Realty

Sinds 1 februari vorig jaar is Vincent in ’t Veld Managing Director bij Digital Realty Nederland. Een gesprek over de ontwikkelingen in de datacenterwereld. “Als wij innoveren kunnen msp’s en het mkb groeien.”

Steam-connect

Bedrijven worstelen vaak met meerdere klantcontactkanalen waardoor klanten binnen kunnen komen. Dit betekent constant schakelen en uitdagingen met de routering naar andere platformen. Steam-connect biedt een omnichannel CCaaS-platform aan (Customer Contact as a Service), waarmee partners en resellers hun productaanbod kunnen uitbreiden.

ChannelConnect MKB-IT Expert Panel

Een internetverbinding is voor alle mkb-ondernemers net zo gewoon als een aansluiting voor energie. Maar het overgrote deel van de bedrijven heeft geen back-upverbinding voor als internet wegvalt. Dat blijkt uit het tweede onderzoek van ChannelConnect onder mkb-ondernemers in Nederland.

Telecom & UC Grotetafelgesprek

Al decennia is UC de grote belofte. Nu SaaS-oplossingen UCaaS mogelijk maken, al dan niet geïntegreerd met een CCaaS-oplossing, lijkt Unified Communications klaar voor de zegetocht. Tijdens een Grotetafelgesprek bracht ChannelConnect UC-specialisten met elkaar in gesprek.

Blader hieronder ChannelConnect Juli door:

 

Blader hieronder het Telecom & UC Dossier door:

Nederlandse IT-serviceafdelingen weten opvallend veel klantverzoeken (tickets) af te handelen vergeleken met die van andere landen. Dat blijkt uit een benchmarkonderzoek van Freshworks. Nederlandse IT-serviceafdelingen lossen maar liefst 99 procent van alle verzoeken en problemen op volgens het onderzoek. Een bijzonder hoog percentage, dat Nederlandse IT-serviceafdelingen een tweede plek op de wereldranglijst oplevert. De eerste plek gaat naar Frankrijk, dat nog beter weet te presteren met 99,2 procent.

De wereldwijde ranglijst is onderdeel van het Freshservice IT Service Management Benchmark Report van Freshworks, leverancier van AI-ondersteunde bedrijfssoftware. Voor het rapport van 2024 zijn de gegevens van meer dan 9.400 organisaties uit meer dan 100 landen en meer dan 167 miljoen unieke klantverzoeken (aangemaakte tickets) langs zeven KPI’s voor succesvolle ITSM gelegd.

Uit de jaarlijkse benchmarkindex blijkt dus dat Nederlandse IT-servicemedewerkers maar liefst 99 procent van de problemen of serviceverzoeken (tickets) oplossen, maar ook dat ze wereldwijd een eerste plek behalen met hun ‘first response SLA rate’ van 99,2 procent. Hiermee wordt het percentage aangemaakte tickets bedoeld dat uitmondt in een eerste contact met een servicemedewerker. Voor dit percentage geldt: hoe hoger hoe beter – en Nederland is koploper. Overigens betreft het wel een gedeelde eerste plek: ook Frankrijk doet het hier wederom goed.

Nederland mag dan uiterst doeltreffend zijn, als het gaat om snelheid is het land volgens het rapport niet meer dan een middenmoter. De onderzochte IT-serviceafdelingen in Nederland hebben gemiddeld 24,79 uur nodig voor het volledig oplossen van een probleem of verzoek, wat dicht in de buurt ligt van het wereldwijde gemiddelde van 24,15 uur. Vergelijkbaar met veel andere Europese landen, maar fors langzamer dan bijvoorbeeld Brazilië en India, die veel sneller zijn met gemiddelde tijden van 15,32 en 15,84 uur. IT-serviceafdelingen in de Verenigde Arabische Emiraten nemen het langst de tijd met een gemiddelde van 34,82 uur.

Het rapport laat verder zien dat snelheid veel minder bepalend is dan men misschien zou denken voor de mate van tevredenheid over de afhandeling. India bijvoorbeeld komt qua oplossingspercentage keurig rond het wereldwijde gemiddelde uit en handelt razendsnel tickets af met een gemiddelde van 15,84 uur per ticket. Daarnaast is het land met respectievelijk 7,95 en 8,15 uur het snelst ter wereld als het gaat om ‘first response time’ en ‘first assign time’. Toch blijkt India de laagste score te hebben op klanttevredenheid (CSAT), namelijk 89,9 procent.

Een groot aantal Nederlandse bedrijven voldoet nog niet aan de nieuwe Europese regels om de online diensten veilig te maken. Dat zegt toezichthouder ACM, dat vijftig bedrijven onderzocht.

Sinds 17 februari 2024 moeten aanbieders van online diensten voldoen aan de DSA, een Europese wet die verplichtingen bevat voor aanbieders van online diensten om het internet veiliger te maken. Zo moeten ze hun klachtenproces op orde hebben en voorspelbaar handelen ten aanzien van bijvoorbeeld het beperken van accounts van gebruikers.

De ACM kan pas volgend jaar concreet handhaven en een boetes uitdelen, maar heeft middels deze steekproef alvast gekeken of bedrijven klaar zijn voor de DSA-wetgeving.  ACM-bestuursvoorzitter Martijn Snoep: “Dat we formeel nog niet kunnen handhaven, betekent niet dat we als ACM stilzitten. Uit de steekproef blijkt dat er voor veel aanbieders van online diensten nog stappen te zetten zijn in de naleving van de P2B Verordening en de DSA. We vermoeden dat veel bedrijven zich ook niet bewust zijn van alle regels waar ze aan moeten voldoen. Informatie daarover is te vinden op onze website. We willen een signaal afgeven aan alle aanbieders van online diensten: zorg dat je zo snel mogelijk de boel op orde krijgt.”

De ACM maakt niet bekend welke bedrijven het precies heeft onderzocht; het zou gaan om onder meer om online marktplaatsen en verkoopsites. “Er is nog werk aan de winkel voor bedrijven”, aldus Snoep.

Tijdens het Europese Seeds for the Future-project 2024, dat plaatsvond in Rome en werd georganiseerd door Huawei, is het Benelux-team BioBuddy uitgeroepen tot een van de regionale winnaars van het Europese programma. Het team zal volgend jaar deelnemen aan de wereldwijde Tech4Good-competitie in China.

Het hoogtepunt van het programma was de pitch van de studenten met concepten voor nieuwe bedrijven met een focus op ‘Tech4Good’. Tijdens een speciale prijsuitreiking werd BioBuddy, bestaande uit vier Nederlandse studenten en één Belgische student, uitgeroepen tot een van de twee winnende teams uit Europa. Het andere winnende team was Anaphero uit Ierland. De People’s Choice Award ging naar Nordic Shine uit Finland.

De twee winnende Europese teams zullen in januari 2025, samen met teams uit andere continenten, strijden om de internationale titel in Shenzhen op het hoofdkantoor van Huawei in China.

Het winnende concept van BioBuddy, genaamd ‘From Poop to Power’, richt zich op het verzamelen van koeienmest in India en het omzetten ervan in energie en kunstmest. BioBuddy werd geïnspireerd door recente ontwikkelingen, zoals het opkopen van boerenbedrijven door de Nederlandse overheid.

Seeds for the Future, dat in 2008 van start ging, heeft wereldwijd 2,2 miljoen studenten aan zich weten te binden en heeft als doel jongeren te inspireren voor een loopbaan in de ICT-sector en technisch talent aan te moedigen. Het programma loopt al 11 jaar in de Benelux en heeft meer dan 200 lokale studenten bereikt.

Senior Vice President van Huawei Europe, Radoslaw Kedzia: “Europa staat in de voorhoede van de technologische vooruitgang en het is noodzakelijk dat we investeren in de opleiding en ontwikkeling van onze jonge professionals. Door hun vaardigheden te koesteren en hen de juiste hulpmiddelen en kansen te bieden, zorgen we ervoor dat Europa een leider blijft in het wereldwijde digitale landschap.”

De Europese gezondheidszorgsector ligt onder vuur: 53% van de cyberaanvallen in Europa tussen januari 2021 en maart 2023 is gericht tegen organisaties in de gezondheidszorg. Dit blijkt uit het International Healthcare Report van KnowBe4.

Ransomware is de belangrijkste dreiging en het merendeel van deze aanvallen ging gepaard met datalekken of gegevensdiefstal. Ondanks de ernst van dit probleem is het zorgwekkend dat 27% van de organisaties in de gezondheidszorg niet beschikt over speciale verdediging tegen ransomware.

Ook blijkt dat slechts 40% van de leveranciers van hardware security awareness-trainingen aanbiedt aan niet-IT-medewerkers, waardoor zij kwetsbaar zijn voor aanvallen.

Ziekenhuizen zijn een steeds aantrekkelijker doelwit geworden voor ransomware-aanvallen vanwege de uitgebreide patiëntendatabases, gevoelige informatie en de onderlinge verbondenheid van systemen en apparatuur. Bovendien hebben gebrekkige beveiligingsmaatregelen ziekenhuizen kwetsbaar gemaakt voor cyberdreigingen.

In de eerste drie kwartalen van 2023 kreeg de wereldwijde gezondheidszorg te maken met maar liefst 1.613 cyberaanvallen per week, bijna vier keer het wereldwijde gemiddelde en een aanzienlijke stijging ten opzichte van dezelfde periode het jaar daarvoor.

De gemiddelde kosten van een inbreuk opliepen tot bijna 11 miljoen dollar, meer dan drie keer het wereldwijde gemiddelde. Ransomware-aanvallen zijn de meest voorkomende vorm van cyberaanvallen op organisaties in de gezondheidszorg, goed voor meer dan 70% van de geslaagde aanvallen in de afgelopen twee jaar.

De meeste cyberaanvallen (tussen 79% en 91%) in alle sectoren beginnen met phishing of social engineering, waarmee cybercriminelen toegang kunnen krijgen tot accounts of servers.

Volgens KnowBe4’s 2024 Phishing by Industry Benchmarking Report behoren de gezondheidszorg en de farmaceutische industrie tot de meest kwetsbare sectoren voor phishing, waarbij medewerkers in grote organisaties een kans van 51,4% hebben om slachtoffer te worden van phishing.

“De gezondheidszorg blijft een belangrijk doelwit voor cybercriminelen die munt willen slaan uit de risico’s waarmee ziekenhuizen te maken hebben”, zegt Stu Sjouwerman, CEO van KnowBe4. “Met gegijzelde patiëntgegevens en kritieke systemen hebben veel ziekenhuizen het gevoel dat ze geen andere keuze hebben dan exorbitant veel losgeld te betalen. Deze vicieuze cirkel kan worden doorbroken door security awareness training te prioriteren om medewerkers te wapenen tegen phishing en social engineering.”

Klik hier om een exemplaar van KnowBe4’s International Healthcare Report te downloaden.

RoboRana Nederland, een bedrijf in procesautomatisatie, data-optimalisatie en AI-integratie, promoveert Thomas Vroon tot Managing Director. Hij startte bij de oprichting in 2020 als Intelligent Automation Consultant en groeide in 2023 via een intern traject door tot Head Of Business And Innovation.

Thomas Vroon studeerde bedrijfskunde en deed ervaring op als accountmanager bij private bank Van Lanschot Chabot. Na een IT-omscholingstraject startte hij bij EsperantoXL als low code applicatie-ontwikkelaar. Daar maakte hij via collega Roel Hoeks kennis met de robotic process automation software van UIPath. Samen stonden ze aan de wieg van RoboRana Nederland in 2020.

Vroon: “Als consultant kon ik mijn achtergrond in bedrijfskunde en mijn talent voor sales ten volle benutten. Daarnaast kan ik dankzij mijn technische achtergrond oplossingen duidelijk uitleggen, wat helpt bij gesprekken met klanten. Ik ben zeer resultaatgericht en zie veel kansen in nieuwe trends zoals generatieve AI.”

Cyberbeveiliger Check Point Software sluit zich als stichtingslid aan bij de IoT Security Foundation en kondigt de lancering van het nieuwe IoT Security Foundation (IoTSF) Amsterdam Chapter aan. Dit initiatief, geleid door Antoinette Hodes, Global Solution Architect & Evangelist bij Check Point, streeft ernaar om kennis te delen, samenwerking te bevorderen en een positieve invloed uit te oefenen op de Europese IoT-industrie.

De Internet of Things Security Foundation (IoTSF) is een wereldwijde non-profit ledenvereniging die zich inzet om de verbonden wereld steeds veiliger te maken.

Het IoTSF Amsterdam Chapter richt zich vanuit Nederland op Europa. Hodes is de drijvende kracht achter de oprichting, die van de grond kwam in samenwerking met de andere oprichters Antriksh Shah, Jan Albert Jager en Aseem Jakhar.

Het initiatief streeft onder andere naar het delen van kennis, bevorderen van samenwerking, uitoefenen van invloed op de IoT industrie, stimuleren van betrokkenheid tussen diverse stakeholders, het versterken van best practices en aanbevelingen en het stimuleren van verbeteringen in regelgeving en normen.

“Ik ben enorm trots vandaag het nieuwe IoTSF Amsterdam Chapter aan te kunnen kondigen, wat niet mogelijk was geweest zonder de steun en inzet van de andere oprichters Antriksh Shah, Jan Albert Jager en Aseem Jakhar”, aldus Antoinette Hodes. “Deze stap verstevigt onze toewijding aan IoT-security en het beveiligen van IoT-apparaten. IoT-security is essentieel om vele redenen: gegevens beschermen, cyberaanvallen voorkomen, de continuïteit van diensten waarborgen, fysieke veiligheid garanderen, en het vertrouwen van consumenten behouden. Meer apparaten zijn steeds meer met elkaar verbonden, dus een robuuste beveiliging is van cruciaal belang om de voordelen van IoT te benutten zonder de bijbehorende risico’s. IoT is een gedeelde verantwoordelijkheid; alleen samen kunnen we veilige en robuuste IoT-ecosystemen bouwen.”

Elke tweede donderdag van de maand zal er een meet-up plaatsvinden op de HSD Campus, het nationale innovatiecentrum van het Nederlandse Security Cluster, in Den Haag.

ACC ICT, een bedrijf op het gebied van Kubernetes en IT-continuïteit, heeft de volledige overname van Kumina aangekondigd. Kumina behaalde als tweede IT-bedrijf in Nederland de Kubernetes Certified Service Provider-certificering (KCSP).

Kubernetes is een open-source platform dat door Google is ontwikkeld en tegenwoordig wordt beheerd door Cloud Native Cloud Foundation (CNCF). Kubernetes helpt bij het beheren en schalen van applicaties die in containers draaien en automatiseert het uitrollen, updaten en schalen van deze containers.

Paul Bijleveld, Managing Director van ACC ICT is enthousiast over deze mijlpaal. “De specialisten van Kumina hebben diepgaande Kubernetes-expertise. Dat blijkt onder andere uit het feit dat Tim Stoop, oprichter van Kumina, heeft meegeschreven aan de Kubernetes-examens van CNCF. ACC ICT was in 2021 al één van de eerste Nederlandse dienstverleners die de KCSP-certificering wisten te behalen, Kumina was zelfs nog vier jaar eerder. We vinden het fantastisch om zoveel kennis en kunde bij elkaar te brengen. Met deze overname kunnen we onze klanten nog beter van dienst zijn met geavanceerde Kubernetes-oplossingen en tegelijkertijd onze internationale ambities uitrollen.”

Nederlanders zijn koplopers in Europa bij het gebruik van AI-tools op het werk. Ons land laat andere Europese landen als Frankrijk en Duitsland achter zich als het gaat om de bereidwilligheid om AI door te voeren op het werk. Dat blijkt uit een wereldwijd onderzoek dat onlangs werd gehouden namens Freshworks.

Het doel van het onderzoek was om erachter te komen hoe bedrijven werkelijk staan tegenover de invoering van AI, omdat het beeld ontstaat dat bedrijfsleiders de kansen van AI wel zien, maar het tegelijkertijd ook als bedreigend ervaren.

Nederlanders blijken opvallend veel vertrouwen te hebben in het gebruik van AI – meer dan enig ander land in het onderzoek. In Nederland geeft 45% van de ondervraagde bedrijfsleiders aan voldoende kennis te hebben van AI. Bovendien beweert nog eens 11% zelfs een expert te zijn op het gebied van AI, vergeleken met slechts 6% in Frankrijk en 5% in Duitsland. Met een totaal van 56% zijn Nederlanders daarmee wereldwijd het meest zelfverzekerd als het gaat om AI.

Ruim de helft van de Nederlandse respondenten (52%) zegt AI-tools dagelijks of een paar keer per week te gebruiken. Nederlanders lijken opvallend positief over AI vergeleken met andere landen. De ondervraagde bedrijfsleiders in Nederland zijn van mening dat AI betrouwbaar is vanwege de kwaliteit van het werk dat AI levert (51%), de productiviteitswinst (50%) en de nauwkeurigheid (44%). Dit leidt ertoe dat Nederlandse respondenten zelfs het meeste vertrouwen hebben in AI (74%) van alle respondenten ter wereld.

Een verklaring zou volgens de onderzoekers kunnen zijn dat Nederlanders AI wellicht vooral zien als een aanvullend systeem ter ondersteuning van menselijke werknemers, maar niet als een oplossing om hen te vervangen.

Bedrijfsleiders in Nederland zijn dan ook het meest waarschijnlijk bereid te betalen voor AI (17%), om vervolgens te kunnen besparen op werkuren of om het werk eenvoudiger te maken. Voorbeelden zijn werkzaamheden als schrijven, coderen en zelfs het ontwikkelen van beeldmateriaal. Wereldwijd zorgt AI er naar schatting voor dat het gemiddeld 3 uur en 47 minuten van de werkweek afhaalt door werknemers werk uit handen te nemen. Nederlandse respondenten zijn van mening dat dit een manier is om de kwaliteit van het werk te verbeteren, maar ook om meer werk gedaan te krijgen (34%).

De Nederlandse respondenten geven aan dat zij geloven dat er nog steeds mensen nodig zijn om al het werk van AI te beoordelen, monitoren en in de gaten te houden om ervoor te zorgen dat de kwaliteit gewaarborgd blijft. Ze hebben er vertrouwen in dat AI de menselijke beroepsbevolking nooit volledig zal vervangen (67%). Ter vergelijking: in bijvoorbeeld Duitsland is meer verdeeldheid over dit onderwerp (53%).

Iets meer dan een vijfde (22%) van de Nederlandse bedrijven onderzoekt de mogelijkheden van AI, maar heeft nog geen vaste plannen om dergelijke technologie te implementeren. Ook lijkt het werken met AI het meest voor te komen op bepaalde afdelingen, zoals IT en R&D, maar ontbreekt het nog op andere afdelingen, zoals de klantenservice, waar slechts 6% van de afdeling gebruik maakt van AI.

 

Bijna 50% van alle securityincidenten houdt verband met multi-factor authenticatie (MFA). In 25% van de gevallen was de oorzaak dat gebruikers frauduleuze MFA-pushmeldingen accepteerden die door aanvallers waren verzonden. Dat blijkt uit een onderzoek van Cisco Duo.

Volgens Cisco Duo is er de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt door organisaties bij de implementatie van MFA. MFA heeft significant bijgedragen aan het verminderen van de effectiviteit van traditionele aanvallen zoals credential stuffing en password spraying.

Dit is dan ook volgens Cisco Duo een belangrijke reden waarom cybercriminelen zich nu zo sterk richten op MFA – het vormt een aanzienlijke barrière voor hun doelen. De meest voorkomende pogingen om MFA te omzeilen zijn volgens de onderzoekers MFA-pushaanvallen. Hierbij verkrijgen cybercriminelen toegang tot het wachtwoord en sturen ze herhaaldelijk pushmeldingen naar het MFA-apparaat van de gebruiker, in de hoop dat deze uiteindelijk wordt geaccepteerd.

Uit een dataset van 15.000 geregistreerde push-aanvallen (van juni 2023 tot mei 2024) blijkt dat 5% van de verzonden push-aanvallen door gebruikers werd geaccepteerd.

Naast push-aanvallen hebben de onderzoekers ook andere creatieve manieren waargenomen waarop cybercriminelen MFA omzeilen. Deze methoden omvatten het gebruik van gestolen authenticatietokens, social engineering van de IT-afdeling om nieuwe MFA-apparaten toe te voegen, het infiltreren van freelancers om hun telefoonnummer te wijzigen, het verkrijgen van admin-rechten door het binnendringen in een enkel endpoint en het deactiveren van MFA-software, evenals het overtuigen van medewerkers om op frauduleuze MFA-pushmeldingen te klikken.

“Het is goed dat organisaties MFA gebruiken, maar dan moeten ze het wel op de juiste manier implementeren,” benadrukt Jan Heijdra, Field CTO Security bij Cisco Nederland. “Zorg ervoor dat nummer-matching is ingeschakeld in MFA-applicaties, rol MFA uit voor alle kritieke diensten, inclusief remote access en identiteits- en toegangsbeheer (IAM), en stel meldingen in voor single-factor authenticatie om potentiële kwetsbaarheden snel te identificeren. Het is daarnaast essentieel medewerkers te trainen in het herkennen van social engineering en om bewustzijn te creëren rondom MFA-aanvallen. Daarnaast moeten organisaties een toegangsbeleid definiëren voor systemen waar MFA niet kan worden toegepast.”