Het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) door overheidsinstanties neemt toe. In vergelijking met 2021 worden er ruim 1,5 keer meer AI-toepassingen gebruikt binnen de overheid. Dat blijkt uit onderzoek van TNO.

Vooral gemeentes zijn grootgebruiker: van de in totaal 266 gevonden AI-toepassingen werden er 105 (39%) hier gebruikt. Verder neemt ook de transparantie over het gebruik van AI toe, waardoor het beter is te achterhalen welke technieken de overheid precies gebruikt en voor welk doel.

Op basis van deskresearch en surveys onder overheidsinstanties zijn er 266 AI-toepassingen gevonden. Dit zijn er flink meer vergeleken met de vorige keren: 165 in 2021 en 75 in 2019.

Een groot deel van de toepassingen (105) is gevonden bij gemeenten. Ook worden veel toepassingen in samenwerkingsverband ontwikkeld (46). Daarna volgen agentschappen (23) zoals bijvoorbeeld Rijkswaterstaat, DUP en RVO.

AI wordt het meest gebruikt voor kennisverwerking, archivering en anonimisering (60) gevolgd door inspectie en handhaving (54). De toename in anonimiseringssoftware is te verklaren door de invloed van de Wet open overheid (Woo).

De meest gebruikte technieken zijn beeldherkenning (80) met spraak- en tekstherkenning als tweede (70). Opvallend is dat er slechts 8 toepassingen gebruikmaakten van generatieve AI en LLM’s (large language models). Dat komt onder meer doordat generatieve AI kan worden gezien als een online dienst, die veelal door individuen binnen een organisatie wordt gebruikt.

De cijfers over het aantal AI-toepassingen komen uit onderzoek dat TNO deed op verzoek van de werkgroep Publieke Diensten van de Nederlandse AI Coalitie. Het is een vervolg op de quickscan AI in de publieke dienstverlening uit 2019 en 2021 die TNO uitvoerde in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Onderzoek toont aan dat zorgverleners wereldwijd gemiddeld 3,9 uur per week verliezen door technische storingen, vergeleken met 3,4 uur vorig jaar. In Nederland meldt bijna een derde van de werknemers een verlies van meer dan 5 uur werktijd per week door verouderde technologie. Deze bevindingen benadrukken de groeiende behoefte aan moderne technologie ter ondersteuning van de patiëntenzorg, blijkt uit het onderzoek van SOTI, ‘Digitalisering in de Gezondheidszorg: Groei of Stagnatie?’.

Ook informatiebeveiliging vormt een groeiende zorg binnen de gezondheidszorg. 15% van de werknemers beschouwt dit als hun grootste zorg, met meer dan de helft die sinds 2022 een extern datalek heeft meegemaakt. Interne lekken zijn ook significant, met 34% van de ondervraagden die een melding heeft gemaakt van bewust gelekte data door werknemers en 52% die DDoS-ransomwareaanvallen heeft meegemaakt.

Peter Schuchmann, Sales Manager Benelux bij SOTI, benadrukt dat verouderde IT-systemen de kwetsbaarheid voor cyberdreigingen vergroten. Investeren in geavanceerde technologieën zoals AI en robuuste beveiligingsoplossingen is volgens Schuchmann noodzakelijk om deze kwetsbaarheden aan te pakken, de efficiëntie te verbeteren en de gezondheidsresultaten te optimaliseren.

Het energiegebruik van servers in datacenters gaat omlaag. Op 27 juni, tijdens Nationale Energiedag, tekenden vertegenwoordigers uit de datacenterbranche voor een maatregel waarmee méér energie wordt bespaard dan de opbrengst van 1 miljoen zonnepanelen. De Nederlandse omgevingsdiensten staan klaar om ze eraan te houden.

Tijdens het EZK Energie Event in Hilversum tekenden stichting Dutch Data Center Association (DDA), brancheorganisatie NLdigital en Omgevingsdienst Nederland (OD NL) gezamenlijk voor een nieuwe aanpak waarmee de naleving van de maatregel “Stel geautomatiseerd energiebeheer in op servers” wordt geregeld.

De nieuwe werkwijze “Energiebeheer voor servers in datacenters” beschrijft hoe datacenters aan de wettelijke maatregel voldoen en hoe de omgevingsdiensten daarop gaan controleren.

Om een gelijk speelveld te creëren, zullen de omgevingsdiensten met behulp van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht ervoor zorgen dat ook datacenters, die zich niet aan de werkwijze committeren, alsnog aan deze erkende maatregel voor energiebesparing worden gehouden.

Het grootste deel van het gebruik van elektriciteit binnen een datacenter – ruim 80% – wordt ingezet ten behoeve van de IT-apparatuur. Door servers in te stellen op geautomatiseerd energiebeheer kan gemiddeld 10% worden bespaard op het totale energiegebruik in datacenters.

Mede door de groeiende vraag naar nieuwe toepassingen zoals AI zal de energiebehoefte van datacenters in Europa volgens het Internationaal Energieagentschap van 2022 tot 2026 naar verwachting met 50% toenemen, van 100 Twh naar 150 Twh. In 2022 waren datacenters al goed voor zo’n 4% van het totale elektriciteitsgebruik in Europa.

Stijn Grove, Managing Director Dutch Data Center Association: “Als Nederlandse datacentersector nemen wij onze verantwoordelijkheid op het gebied van duurzaamheid. Afgelopen jaren zijn er al grote inspanningen geweest, waardoor datacenters al vele energie efficiëntie slagen hebben gemaakt. Wij zijn tevreden met de gezamenlijke werkwijze, omdat deze duidelijkheid schept tussen de toezichthouder, de datacenters en hun gebruikers. En daarmee de verduurzaming binnen datacenters verder kan ondersteunen.”

René Corbijn, Adjunct-directeur NLdigital: “We staan achter deze werkwijze omdat er zo voor alle partijen duidelijkheid komt over de rolverdeling bij energiebesparing op servers in datacenters. Door in de complexe digitale ketens de samenwerking op te zoeken wordt energiebesparing bij de kern aangepakt. De digitale sector zet hiermee weer een extra stap in de energie-efficiency verbetering die nodig is om de continue digitale ontwikkelingen mogelijk te maken.”

De volledige tekst van de aanpak ter naleving van de maatregel “Stel geautomatiseerd energiebeheer in op servers” is hier terug te vinden.

ESET heeft vandaag het Threat Report uitgebracht. Het rapport geeft een samenvatting van de trends in het dreigingslandschap die zijn waargenomen in ESET-telemetrie.

De belangrijkste bevindingen zijn:

  • Een toename in financiële Android-dreigingen, waaronder traditionele bankmalware en cryptostealers.
  • Nieuwe Infostealer-malware vermomd als generatieve AI-tools, zoals Rilide Stealer en Vidar-infostealer.
  • Nieuwe mobiele malware, GoldPickaxe, die gezichtsherkenningsgegevens steelt voor deepfake video’s.
  • De opkomst van Infostealers in gekraakte videogames en cheattools, zoals Lumma Stealer en RedLine Stealer, met pieken in Spanje, Japan en Duitsland.

Daarnaast misbruikte de Balada Injector-bende kwetsbaarheden in WordPress-plug-ins, met meer dan 20.000 aangetaste websites. Op ransomware-gebied werd LockBit overschaduwd door Operation Chronos, ondanks twee opmerkelijke campagnes van niet-LockBit bendes die de gelekte LockBit builder gebruikten.

Hoewel een groot aantal Nederlandse mkb’s het huidige dreigingsniveau als extreem of zeer ernstig inschat en 80% een plan voor cybercrisismanagement heeft, heeft minder dan een zesde (14%) het volste vertrouwen in hun verdediging tegen cybercrises, zo blijkt uit onderzoek van de Europese cyberbeveiligingsspecialist HarfangLab.

Slechts 26% van de Nederlandse mkb’s zegt over uitstekende capaciteiten te beschikken om een cyberincident te voorkomen en slechts 22% zegt over uitstekende vaardigheden te beschikken om een cyberincident te detecteren.

Het dreigingslandschap ontwikkelt zich in hoog tempo en het onderzoek duikt in de perceptie van de gevaren waarmee het mkb wordt geconfronteerd. Belgische mkb’s beoordelen het cyberdreigingsniveau hoger (38%) dan hun tegenhangers in Duitsland (37%) en Nederland (24%), maar nog steeds lager dan de Franse mkb’s: 62% van hen beoordeelt het cyberdreigingsniveau als zeer ernstig of zeer ernstig.

Meer dan de helft (58%) van de Nederlandse mkb’s gelooft dat gehackt worden vanwege een technische kwetsbaarheid het grootste risico voor hun organisatie vormt. Andere zorgen betreffen het hacken van kritieke infrastructuur (54%) of kwetsbaarheden in de toeleveringsketen (54%).

Gevraagd naar de factoren die het risiconiveau voor het mkb verhogen, wijzen Nederlandse IT-leiders het tekort aan technisch talent aan als het grootste risico (56%). Ook generatieve AI (48%) en de nieuwe vloedgolf van endpoints (46%) worden gezien als redenen voor de hoge cyberdreigingsniveaus.

IT-beslissers hebben een goed inzicht in het dreigingslandschap en de gevolgen van een succesvolle cyberaanval. Desondanks heeft slechts 14% het volste vertrouwen in hun verdediging tegen cyberaanvallen. En hoewel 80% zegt dat ze een geformaliseerd plan voor cybercrisisbeheer hebben, heeft slechts 28% volledig vertrouwen in dit plan.

Om zich beter te verdedigen tegen cyberbedreigingen, omvatten de cyberbeveiligingsstrategieën van het mkb het informeren van medewerkers over nieuwe, door AI ondersteunde bedreigingen (64%) en AI-penetratietests om kwetsbaarheden te ontdekken (48%). Dit jaar plannen Nederlandse mkb’s hun uitgaven voor cyberbeveiliging te richten op regelmatige bewustwordingstrainingen voor medewerkers (52%), beveiliging van cloudgebaseerde systemen en applicaties (50%) en regelmatige cybersecurity-audits (50%).

Europese wetgeving

Het Europese wetgevingslandschap voor data en cyberbeveiliging wordt steeds complexer. En het naleven van de verschillende wetgevingen brengt extra werk en kosten met zich mee voor het mkb. Desondanks is 82% van de respondenten het er mee eens dat deze inspanningen uiteindelijk de investering waard zijn: zakenpartners over de hele wereld waarderen de Europese beschermingsniveaus. Als gevolg daarvan was 50% van de respondenten het ermee eens dat Europese regelgeving op het gebied van cyberbeveiliging en gegevensbescherming mkb’s een concurrentievoordeel biedt in de wereldeconomie.

Uit het onderzoek bleek verder dat 78% van de Nederlandse mkb’s een voorkeur heeft voor Europese cybersecurityaanbieders en -oplossingen. 74% is het ermee eens dat Europese cybersecuritysaanbieders beter in staat zijn om advies te geven en producten te ontwikkelen die afgestemd zijn op de Europese behoeften.

Organisaties uiten hun toenemende bezorgdheid over de veiligheid en betrouwbaarheid van de public cloud. Ze vragen zich af of deze veilig genoeg is en of deze voldoet aan alle wet- en regelgeving, blijkt uit recent onderzoek van Telindusonder. Een oplossing die bijna een derde (29%) van de ondervraagde respondenten toepast, is het opslaan van bedrijfsgegevens in een soevereine cloud binnen de Europese Unie, om zo ook te voldoen aan de strikte wet- en regelgeving.

Organisaties die soevereine cloud al inzetten of dit overwegen, geven aan hier verschillende voordelen van te ervaren. Minstens de helft van hen beseft dat gebruik van soevereine cloud zorgt voor een betere beveiliging van (52%) en controle over gegevens (50%). Daarnaast ervaart 41 procent dat het gebruik van de sovereign cloud de businesscontinuïteit beter waarborgt. Verder leidt het tot een verhoogde efficiëntie (32%) en een betere naleving van regelgeving (28%)

De verschuiving naar soevereine cloudopslag komt voort uit groeiende bezorgdheid over de beperkingen van public cloud serviceproviders, zoals Google, AWS en Microsoft Azure om gegevens te beschermen tegen verreikende Amerikaanse wetgeving. Met deze wetgeving kunnen deze hyperscalers worden gedwongen gebruikersgegevens ter beschikking te stellen, waardoor de vraag rijst of organisaties in de public cloud nog wel compliant zijn. Daarnaast kan de dataveiligheid in het gedrang komen bij het beheren en integreren van alle verschillende cloudomgevingen.

 

Volgens een onderzoek van Sophos investeerde 97% van de organisaties met een cyberbeleid in het verbeteren van hun verdediging met het oog op hun de verzekering. 76% zegt dat ze hierdoor in aanmerking komen voor dekking, 67% kan een betere prijs krijgen en 30% krijgt betere polisvoorwaarden.

Uit het onderzoek blijkt ook dat de herstelkosten van cyberaanvallen hoger zijn dan de verzekeringsdekking. Slechts één procent van degenen die een claim hebben ingediend, gaf aan dat hun verzekeraar 100% van de kosten voor het herstel van het incident vergoedde. De meest voorkomende reden waarom de polis de kosten niet volledig vergoedde, was omdat de totale rekening de polislimiet overschreed.

Investeringen in cyberverdediging lijken een rimpeleffect te hebben in voordelen, zegt het rapport. Door besparingen op verzekeringen kunnen organisaties dit geld gebruiken voor andere defensieve maatregelen om hun beveiliging in bredere zin te verbeteren. “Cyberverzekeringen zullen er niet voor zorgen dat ransomware-aanvallen verdwijnen, maar het zou wel een deel van de oplossing kunnen zijn,” aldus Chester Wisniewski, directeur, Global Field CTO.

In de afgelopen vijf jaar is het aantal IT-integraties binnen organisaties vertienvoudigd. Dit blijkt uit een nieuw rapport van integratiespecialist Enable U. 

De groei van integraties heeft volgens Enable U geleid tot een situatie waarin veel organisaties geen volledig overzicht meer hebben van hun IT-infrastructuur. Integraties zijn vaak gebouwd door verschillende leveranciers, wat resulteert in een gebrek aan consistentie en controle zegt het rapport. Dit maakt het moeilijk om verantwoordelijken aan te wijzen voor het beheer en de beveiliging van deze integraties, en verhoogt het risico op systeemstoringen en datalekken. Een enkele mislukte integratie kan aanzienlijke gevolgen hebben, zoals het platleggen van cruciale bedrijfsprocessen of het blootstellen van gevoelige gegevens aan cyberaanvallen.

Organisaties kunnen zelf aan de slag om hun kwetsbaarheid door het grote aantal integraties te verminderen. “Alles begint met het identificeren, beoordelen en prioriteren van risico’s. Daarna moet gekeken worden welke maatregelen het meeste effect hebben om de impact ervan te verminderen of te elimineren. Vaak wordt aan maatregelen van technische aard gedacht, maar ook awareness trainingen, een andere opbouw van het ICT-personeel of het outsourcen van specialistische taken kunnen risico’s reduceren of zelfs volledig wegnemen”, adviseert Niels Beckers, CMO bij Enable U.

Het rapport benadrukt verder het belang van een proactieve aanpak bij het beheren van IT-risico’s. “Flexibiliteit in IT-risicobeperking betekent dat een organisatie zich snel kan aanpassen aan veranderende omstandigheden en de daarmee samenhangende behoeften”, vertelt Beckers. “Dit vereist regelmatige updates van risicobeheerpraktijken, continue monitoring van de IT-omgeving en de flexibiliteit om snel op incidenten te reageren.”

Vertiv en Ballard Power Systems zijn een strategisch partnership aangegaan. Dit partnership is gericht op het optimaliseren van noodstroomtoepassingen voor datacenters en kritieke infrastructuren, schaalbaar van 200kW tot meerdere MW’s.

Tijdens een gedemonstreerde proof of concept (PoC) heeft Vertiv Ballard-brandstofcelmodules geïntegreerd met Vertiv Liebert EXL S1noodstroomvoorziening (UPS). Het doel van deze PoC was het aantonen van de technische haalbaarheid en de voordelen voor klanten van brandstofceloplossingen op basis van waterstof.

“Het steeds verder toenemende datagebruik zorgt wereldwijd voor een verhoogde vraag naar elektriciteit en de uitbreiding van de datacentercapaciteit”, zegt Nicolas Pocard, vice president marketing en strategische partnerships bij Ballard. “Hierdoor is het noodzakelijk om het elektriciteitsverbruik en de CO2-voetafdruk van deze energie-intensieve sector effectief te beheren om de net zero-doelstellingen te behalen. Het strategische partnership van Ballard en Vertiv stelt beide partijen in staat kosteneffectieve, brandstofcel noodstroomoplossingen te bieden die niet leiden tot de uitstoot van broeikasgassen en die tegelijkertijd schaalbaar zijn en voldoen aan de groeiende vraag naar stroom van datacenters.”

De Power Module H2-oplossing  integreert twee Ballard PowerGen 200kW brandstofcelkasten, die het volledig functionele koolstofvrije back-upsysteem van stroom voorzien. Daarnaast omvat de oplossing: een compleet koelsubsysteem, stroomconditioneringsapparatuur en een infrastructuur voor waterstofopslag.

Vertivs Power Module H2 is een alternatief om te voldoen aan de stijgende energievraag van toekomstige datacenters en back-upstroomopwekking zonder broeikasgasemissies. Het prefab en in de fabriek geteste systeem biedt een snel inzetbare en schaalbare stroominfrastructuur voor nieuwe datacenters. Daarnaast is het mogelijk om bestaande locaties aan te passen zonder de elektrische infrastructuur opnieuw te ontwerpen.

Het securitybedrijf Thales heeft vandaag de Thales Cloud Security Study 2024 gepubliceerd, een jaarlijkse evaluatie van cyberbedreigingen, trends en nieuwe beveiligingsrisico’s gericht op de cloud. Het onderzoek is uitgevoerd onder 3.000 IT- en security-professionals in achttien landen, waaronder ruim honderd uit Nederland.

Het gebruik van de cloud is voor veel organisaties van strategisch belang. Hierdoor zijn cloudbronnen het grootste doelwit van cyberaanvallen wereldwijd, waarbij SaaS-applicaties (35%), cloud gehoste applicaties (33%) en het beheer van cloud infrastructuur (27%) in de top drie van Nederland staan. In het afgelopen jaar heeft dertien procent van de Nederlandse organisaties te maken gehad met een datalek in hun cloudomgeving. Exploitatie van bekende kwetsbaarheden (34%) en menselijke fouten (27%) zijn in Nederland de hoofdoorzaken van datalekken in de cloud.

Het toenemende gebruik van de cloud gaat gepaard met de groei van het potentiële aanvalsoppervlak voor cybercriminelen. Zo maakt 56 procent van de Nederlandse organisaties gebruik van meer dan 25 SaaS-applicaties terwijl bijna de helft (47%) van de bedrijfsgegevens gevoelig is. Ondanks de toegenomen risico’s voor gevoelige gegevens in de cloud, blijft de mate van gegevensversleuteling laag: minder dan 10 procent van de ondernemingen wereldwijd versleutelt 80 procent of meer van hun gevoelige cloudgegevens.