Leverancier van glasvezel- en coaxmaterialen Maunt kondigt de overname aan van Infra Systems Nederland (ISN). Dit bedrijf ontwikkelde de afgelopen 25 jaar glasvezeloplossing voor onder meer KPN, Eurofiber en de overheid. 

ISN werkt ook intensief samen met verschillende grote aannemers voor datanetwerken binnen de energie-, infra-, data-, rail- en datacentermarkt. Maunt hoopt met deze overname een grote stap te zetten in zijn groeistrategie, en tegelijk hiermee zijn portfolio aan glasvezelkabels, -buizen, -handholes, -lasmoffen en – accessoires te verbreden.

Maarten Verbunt, algemeen directeur en eigenaar van Maunt: “De overname van ISN versterkt onze positie binnen de diverse markten. ISN heeft in de afgelopen decennia een uitstekende naam opgebouwd met topmerken als Fibrain, Zweva, Emtelle, 3M, Corning en Dura-Line. De kracht van deze overname ligt niet alleen in het implementeren van ISN in de systemen van Maunt, maar ook in het feit dat de directieleden Ron Bron en Frank Hermans aan ISN verbonden blijven om met hun kennis en ervaring de klanten en businesspartners te blijven bedienen”

Ron Bron, algemeen directeur en medeoprichter ISN: “Deze overname is een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van het bedrijf dat we samen met onze collega’s de afgelopen 25 jaar hebben opgebouwd. Deze strategische stap markeert het begin van een nieuw hoofdstuk vol mogelijkheden en groei waar wij onze volledige medewerking en ondersteuning aan zullen geven. Wij kijken uit naar een mooie en succesvolle toekomst.”

IT-dienstverlener Claranet organiseert de komende tijd een serie bijeenkomsten onder de noemer Software Innovation Lunch. De eerste was 24 mei in Den Bosch en ChannelConnect was erbij.

Claranet zelf komt tijdens deze lunches niet uitgebreid aan het woord, het is een event voor en door softwarebedrijven. Wel legde Efrym Willems, Accountmanager bij Claranet Benelux uit waarom het bedrijf dergelijke lunches organiseert. “Wij komen bij en met onze klanten zowel in Nederland als in het buitenland veel met softwareleveranciers en softwarepartijen in contact.” Willems ziet daarbij dat er in die markt veel veranderingen plaatsvinden. “Om met elkaar over die snelle ontwikkelingen te praten willen we een laagdrempelige community opbouwen.” Dit alles om softwarepartijen in een informele setting bij elkaar te brengen. En hen met elkaar te laten netwerken. “We kunnen van elkaar leren, dat is eigenlijk de achtergrond van ons initiatief.”

Software als bord spaghetti

Tijdens de eerste sessie kwamen Luc Brandts, CEO van Software Improvement Group (SIG) en Pascal Widdershoven (foto), CEO van Kabisa aan het woord. De afgelopen jaren heeft Software Improvement Group meer dan 200 miljoen regels softwarecode gezien. “Het is eigenlijk eng welke misstanden je dan aantreft,” geeft Brandts aan. De CEO legt uit dat zijn bedrijf dagelijks bezig is met het bepalen van de kwaliteit van software, en die kan geschreven zijn in 309 verschillende technologieën: van Java, via Fortran tot low-code. Brandts: “We hebben allemaal wel het idee dat software die geschreven is als een bord spaghetti niet heel goed kan zijn. Bouwkwaliteit, kwetsbaarheid en de snelheid waarmee patches worden doorgevoerd hangen met elkaar samen.”

Technische schuld

SIG bepaalt niet alleen de kwaliteit van de software maar ook de ‘ingebouwde’ technische schuld. “We kunnen dus zeggen: de developers die hier aan het werk waren bouwden niet alleen voor twintig manjaar software, maar creëerden ook vier manjaar schuld.” Dat gaat spelen bij kwetsbaarheden en incidenten, maar zeker ook als op de software verder wordt ontwikkeld terwijl de basis niet goed genoeg is.
Een trend die Brandts herkent in de markt is de opkomst van low-code software. “Die leidt ertoe dat niet-developers, of junior developers, software produceren die architectuur en dus bouwkwaliteit mist. Daarom zie je nog weinig heel grote en complexe omgevingen gebouwd worden met low-code. De berg spaghetti wordt dan immers te groot.”

Developers vinden patchen niet leuk

Schokkender voor de aanwezigen is het door Brandts gemelde feit dat 80% van alle open source code die in productie is kwetsbaarheden kent. “Je verwacht dat updates en patches snel worden geïnstalleerd, maar de bulk aan patches vindt in de praktijk pas na een tot vijf jaar plaats.”
Op de vraag hoe dat komt, antwoordde de CEO: “Het upgraden van kwetsbaarheden is een taak voor developers en die doen dat als het zo uitkomt, ze vinden testing en patching niet leuk. Het management van organisatie is zich daarvan niet bewust.”

Vervangt AI softwaredevelopers?

Pascal Widdershoven, van Kabisha, haakt vervolgens aan op de opmars van low-code en gaat een stap verder door de stelling op tafel te lebben dat AI softwareontwikkelaars overbodig zal maken. “Zelfs de CEO van Nvidia stelde al dat we het programmeren maar aan AI moeten overlaten.”
Widdershoven stelt dat de inzet van AI bij het programmeren niet onlogisch is. “Software is geschreven in een programmeertaal en systemen als ChatGPT richten zich op talige projecten.”

Testing steeds belangrijker

“Het gaat om het reviewen. Zoals vroeger een senior developer het werk van een junior analyseerde en corrigeerde, zo moet je ook nu kritisch kijken naar dat wat AI oplevert. Voor die skills heb je ervaring nodig, en die bouw je juist op door zelf te ontwikkelen.”
Daarbij reageerde Widdershoven op de opmerking van Brandts dat ontwikkelaars liever ontwikkelen dan patchen of testen. “In feite zou je als ontwikkelaar voordat je start met het ontwikkelen van een applicatie al eerst het testprotocol moeten schrijven. Als je dat helder hebt kan AI dat als basis gebruiken voor de code, die je dan ook meteen veel beter kunt testen. Testing wordt daarmee belangrijker dan ooit.”

Volgens het laatste onderzoek van het Digital Trust neemt een flink deel van het Nederlandse bedrijfsleven nog onvoldoende beschermende maatregelen tegen cyberdreigingen. DTC heeft onderzoeksinstituut TNO daarom gevraagd om te onderzoeken hoe de actiebereidheid vergroot kan worden bij de ruim 2,3 miljoen bedrijven die tot de doelgroep van het DTC behoren. Het doel van het onderzoek is om inzicht te geven in de motivaties en barrières die verschillende bedrijven ervaren bij veilig digitaal ondernemen.

TNO onderzocht op welke organisaties het DTC zich zou moeten richten, waarom deze bedrijven niet de noodzakelijke maatregelen nemen en hoe het DTC hierop kan reageren. Het onderzoeksrapport “Veilig digitaal ondernemen – Inzicht in motivaties en barrières door doelgroepsegmentatie”bevat deze inzichten en enkele aanbevelingen voor effectieve gedragsverandering bij ondernemers.

Via psychografische segmentatie is onderzocht welke groepen bedrijven onvoldoende beschermende maatregelen nemen. Traditionele segmentatie op basis van bedrijfseconomische of geografische kenmerken (bijvoorbeeld omzet, bedrijfstak, vestigingsplaats) schiet tekort volgens het DTC in het begrijpen van de redenen achter het gedrag van ondernemers.

Psychografische segmentering verdeelt bedrijven op basis van motivaties en barrières. Dit geeft inzicht in waarom ondernemers (on)voldoende veilig digitaal ondernemen. De segmentatie is gedaan op basis van interviews en een uitgebreid vragenlijstonderzoek onder een steekproef van de DTC-doelgroep, waarna verschillende statistische analyses hebben geleid tot 5 gesegmenteerde groepen.

De doelgroep van het DTC is op te delen in 5 subdoelgroepen. Deze subdoelgroepen verschillen van elkaar wat betreft de mate van veilig digitaal ondernemen en onderliggende gedragsbepalers. De 5 subdoelgroepen zijn Voorlopers, Uitbesteders, Overmoedigen, Machtelozen en Onverschilligen.

Bedrijven binnen de groep Voorlopers laten een patroon zien van het nemen van alle vereiste beschermende maatregelen. Ze zijn in staat om deze maatregelen te nemen, hebben de hulpbronnen om dat te doen en zijn zeer gemotiveerd. De groep Uitbesteders is van mening dat het nemen van beschermende maatregelen niet de verantwoordelijkheid is van hun eigen organisatie, en besteden hun cybersecurity in grote mate uit aan externe IT-serviceproviders.

Overmoedigen onderschatten de gevolgen van een cyberbeveiligingsincident. Deze organisaties geven niet veel om hoe hun organisatie bekend staat bij hun klanten en relaties wat betreft de mate van cyberveiligheid in hun bedrijfsvoering en denken dat de kans om slachtoffer te worden klein is. Machtelozen nemen onvoldoende beschermende maatregelen. Ze hebben weinig kennis, vaardigheden en hulpbronnen om zichzelf te beschermen. Onverschilligen nemen onvoldoende beschermende maatregelen. Tegelijkertijd zijn ze niet overtuigd dat het nemen van aanbevolen maatregelen daadwerkelijk de dreiging zal verminderen, ze zijn niet gemotiveerd om hun organisatie te beschermen en denken dat de kans om slachtoffer te worden klein is.

Deze segmentering biedt inzicht in de behoeften en uitdagingen van de verschillende groepen op het gebied van veilig digitaal ondernemen. Met deze kennis kunnen deze groepen gerichter ondersteund worden volgens het DTC bij het nemen van beschermende maatregelen. Op het gebied van het treffen van maatregelen voor veilig digitaal ondernemen zijn er 3 doelgroepen die achterblijven, de Overmoedigen, Machtelozen en Onverschilligen, samen vormen zij 66% van de bedrijven.

Het onderzoek heeft aangetoond welke specifieke motivaties en barrières er zijn voor bepaalde doelgroepen, zoals gebrek aan kennis en hulpbronnen voor de subdoelgroep Machtelozen. In het rapport zijn daarnaast verschillende interventies te vinden die bedrijven binnen deze doelgroepen kunnen motiveren om stappen te zetten om hun eigen cyberweerbaarheid te vergroten óf anderen te helpen.

Uit een analyse onder 80 scholen van onderwijsspecialist OMIX en integratiespecialist Enable U blijkt dat de meeste onderwijs specifieke applicaties nauwelijks worden geïntegreerd met andere gebruikte software. Dit belemmert volgens de bedrijven de samenwerking tussen en binnen onderwijsinstellingen. Daarnaast beperkt het de flexibiliteit van de IT-afdeling. “De verwachte groei in het aantal digitale integraties maakt de flexibiliteit om nieuwe software goed te kunnen implementeren nog urgenter”, stelt Niels Beckers, CMO van Enable U. 

De flexibiliteit om nieuwe digitale systemen te implementeren is volgens het onderzoek voor docenten van belang om aan de wensen van hun studenten tegemoet te komen. Denk hierbij aan het verstrekken van informatie over tentamens, notificaties bij roosterwijzigingen of het afstemmen van lesmateriaal per student. Het bestuur van een onderwijsinstelling heeft vaak andere eisen en wensen voor softwaresystemen, zoals rapportagefunctionaliteiten en compliance met regelgeving. “Flexibilisering vraagt veel van een onderwijsinstelling en de IT-afdeling. Dat kan alleen als de diverse informatiesystemen goed op elkaar zijn afgestemd. Alleen op deze manier kan voldaan worden aan de ICT-wensen van alle drie de belangrijke stakeholders: het bestuur, de studenten en de docenten”, aldus Rudi ter Riet, eigenaar en bestuurder bij OMIX.

Goede logistiek speelt een cruciale rol in het onderwijs volgens OMIX en Enable U. Zonder goede logistiek staan docenten voor lege collegezalen, zitten studenten in de verkeerde collegezaal, kunnen examens niet digitaal afgenomen worden en is er geen ruimte voor mensen met een afwijkende leerroute. De enige manier om dit te bereiken volgens de bedrijven is door de verschillende benodigde applicaties te integreren.

Om de ICT-uitdagingen in het onderwijs aan te pakken, kondigen OMIX en Enable U een strategische samenwerking aan. Deze samenwerking richt zich op het overbruggen van de kloof tussen bestaande processen en de noodzaak voor flexibiliteit en innovatie in de IT-infrastructuur van onderwijsinstellingen. Donderdag 13 juni organiseren OMIX en Enable U samen een online onderwijs en integratie kennissessie.

Door de mogelijkheden van AI en hybrid cloud hebben ICT-dienstverleners te maken met de nieuwe eisen die klanten stellen aan rekenkracht. Tegelijkertijd staat datasecurity nadrukkelijk in de schijnwerpers. Fujitsu past zijn partnerprogramma aan en biedt oplossingen om AI-applicaties on-premises te draaien.

De leiding voor het Benelux midmarket partnerkanaal is in maart gelegd in de handen van Johan Vanhaeren. De strategie waar de partners van Fujitsu mee te maken krijgen, is volgens hem meer een evolutie dan een revolutie. Eerder is al de keuze gemaakt het client-deel af te stoten, waarmee Fujitsu echt een leverancier is geworden van datacenteroplossingen.

Nieuw partnerprogramma

“We hebben veranderingen aangebracht op het gebied van market development funds en het rebateprogramma”, noemt hij. “De structuur is nu anders iets anders. Registered, voor partners zonder commitment, blijft ongewijzigd. Maar de voormalige ‘expert’ benaming is uitgesplitst naar ‘essential’ en ‘advanced’, waarbij advanced echt een target letter ontvangt.” De laatste categorie, strategic, is de top tier bedoeld voor enterprises.

Achter de schermen betekent dit voor middelgrote en kleinere partners dat ze, indien ze advanced zijn, een direct aanspreekpunt bij Fujitsu hebben. Daarvoor is het team van Regional Sales Managers en Sales Associates uitgebreid. Voor essential partners gaat deze ondersteuning via de distributeur.

AI voor allen

Belangrijker is volgens Vanhaeren dat Fujitsu hun MKB-ondersteuning deze periode sterk toesnijdt op AI. Want iedere ICT-dienstverlener gaat volgens hem geheid de vraag krijgen van eindklanten wat ze met AI moeten gaan doen. “Partners moeten echt de vraag stellen hoe ze AI oplossingen in de markt kunnen zetten”, zegt Vanhaeren. “Tegelijkertijd hebben ze daar hulpbronnen, mensen en ook investeringsmogelijkheden voor nodig.”

Partners moeten echt de vraag stellen hoe ze AI oplossingen in de markt kunnen zetten

Daar komt bovenop dat de data die klanten willen verwerken dikwijls gevoelig is en onder wet- en regelgeving valt. Het delen van documenten aan een cloudgebaseerd AI-model zorgt in het beste geval voor extra complexiteit bij het correct beveiligen en versleutelen van de data. In het ergste geval is het ronduit non-compliance, zegt Vanhaeren.

Knappe dingen met gerijpte technieken

Daarom biedt Fujitsu Private GPT, een on-premises AI-oplossing waarmee organisaties tekst en andere vormen van data kan analyseren. “Bedenk dat wat AI echt revolutionair maakt, is dat we nu op een punt zijn dat we relatief lang bestaande technologie nu echt kunnen inzetten voor knappe dingen”, zegt Vanhaeren. “Neurale netwerken en machine learning bestaan eigenlijk al sinds de jaren 70, maar nu kun je het met vrij natuurlijke taal benaderen, via bijvoorbeeld chat.”

Tot nu toe zit die rekenkracht in de cloud, maar voor specialistische taken voldoet een eigen hardwareoplossing vaak al. “Stel, je bent een advocatenkantoor. Dan heb je veel zaken uit het verleden waaruit je elementen voor lopende zaken wil gebruiken. Het samenvoegen van die data is precies waar je met de Private GPT een goede oplossing voor kunt bouwen.”

De partner kan op basis van deze architectures zelf oplossingen maken

Naast Private GPT biedt Fujitsu ook een bespoke-oplossing, dus waarbij samen met de partner een AI-oplossing op maat wordt gemaakt. “De derde oplossing is de verschillende reference architectures die we hebben gebouwd.” Die zitten er een beetje tussenin. “De partner kan op basis van deze architectures zelf oplossingen maken”, legt Vanhaeren uit.

Hybride cloud

Alle oplossingen zijn bedoeld om lokaal te draaien. Dat betekent niet per se dat de cloud op zijn retour is. “Applicaties moet je een voor een beoordelen”, vindt Vanhaeren. “Je moet bepalen waar een applicatie het beste en meest efficiënt draait. Het is geen of-of verhaal, maar een en-en verhaal.” AI was typisch zo’n onderdeel dat door de rekenkracht bijna automatisch naar de cloud ging. Dat hoeft niet per se meer, zegt Vanhaeren, maar workloadsals het doorrekenen van een Large Language Model kun je volgens hem nog steeds beter in de cloud doen. “De cloud is immers beter in bursten in zowel rekencapaciteit als storage.”

Applicaties moet je een voor een beoordelen

Als leverancier blijft Fujitsu daarom erg betrokken bij het bieden van hybride cloudoplossingen aan partners. “We proberen ons te onderscheiden door boven alles een betrouwbare en benaderbare partij te zijn”, zegt Vanhaeren. “We investeren veel in ons partnernetwerk, en het nieuwe partnerprogramma is daar een onderdeel van.” Daarnaast faciliteert Fujitsu volgens Vanhaeren de veilige implementatie van AI door dit on-premises aan te bieden. “De keuze van hoe ze oplossingen afnemen, ligt wat ons betreft uiteindelijk bij de klant.”

 

IT-consultancy bedrijf Devoteam heeft Marcel Braaksma benoemd tot Country Director voor de Microsoft activiteiten in Nederland. Hij neemt het stokje over van Freek Roelofs, die doorschuift naar de rol van Chief Operating Officer (COO). In deze nieuwe functie moet Roelofs een essentiële rol gaan spelen in het aansturen van de Nederlandse business units.

Braaksma heeft een verleden als onder andere Operations Director bij Macaw en Delivery Executive bij Microsoft. Braaksma: “Ik ben enthousiast om bij Devoteam te komen en deel uit te maken van een dynamisch team dat zich inzet voor het creëren van een betekenisvolle impact voor klanten. Samen zullen we de grenzen van innovatie blijven verleggen en onze klanten helpen nieuwe kansen voor succes te ontsluiten.”

Getac lanceert een nieuwe robuuste laptop met AI-functionaliteit ingebouwd. De S510 laptop is uitgerust met de Intel Core Ultra 5/7 en Intel AI Boost en Intel Graphics. Ook bevat het nieuwe model de speciale Microsoft Copilot-toets, voor toegang tot AI-functionaliteiten.

De S510 combineert de nieuwe functies met MIL-STD-810H en IP53 certificeringen, en een val- en trilbestendigheid tot 0,9 meter, volgens opgaaf van de fabrikant. Hij heeft een 15,6-inch scherm, met een helderheid van 1000 nits en Getac-technologie voor leesbaarheid in fel zonlicht. Het apparaat is uitgerust met WiFi 6E en Bluetooth 5.3, met als optie 4G-LTE en 5G Sub-6 connectiviteit. De laptop weegt 2,35 kg.

De S510 kan verder naar behoefte worden geconfigureerd, met opties zoals Thunderbolt 4-poorten , tot 64 GB DDR5 (standaard 8 GB) en tot 2 TB PCIe NVMe SSD-opslag (standaard 256 GB). Andere opties zijn onder meer een laser barcode scanner, een Dvd-speler, een tweede opslaggeheugen en/of een NVIDIA GPU.

De Nederlandse veiling van de landelijke 5G-netwerken gaat beginnen op 25 juni. Dat meldt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De tijdsduur is afhankelijk van het verloop van de biedingen. De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) maakt na afloop van de veiling bekend welke deelnemers (minimaal drie) landelijke frequenties voor snelle mobiele communicatie hebben verkregen.

Mobiele telecombedrijven kunnen vervolgens vanaf 1 augustus 2024 de nieuwe frequenties op de zogenoemde 3,5 gigahertz-band in gebruik nemen om overal in Nederland de 5G-technologie aan te bieden aan bedrijven, organisaties en consumenten. Ook blijft 2×50 megahertz (van de totale 400) in deze 3,5 gigahertz-band beschikbaar voor private, lokale 5G-netwerken. Deze banden komen beschikbaar voor toepassingen als virtual reality en slimme, complexe apparaten zoals zelfrijdende voertuigen of robots in fabrieken. Deze 2×50 megahertz wordt niet bij deze veiling verdeeld. Minister Micky Adriaansens heeft eerder al regelgeving gepubliceerd met daarin onder andere de opzet en de minimumopbrengst (170 miljoen euro) van de Nederlandse veiling.

Mijlpaal

De minister: “De aankomende veiling is een mijlpaal voor onze digitale ambities. Nederlandse bedrijven en consumenten hebben te lang op deze nieuwe landelijke 5G-netwerken moeten wachten. Terwijl ondertussen het dataverbruik sterk groeit en landen om ons heen al stappen hebben gezet. Om al die digitale bedrijfsprocessen, diensten en producten aan te kunnen, is het veilen van nieuwe mobiele frequenties in Nederland hard nodig.”

Voor de veiling heeft het ministerie van EZK besloten dat deelnemende marktpartijen over maximaal veertig procent van het totaal aan beschikbare frequenties kunnen beschikken. Dit gold ook bij de vorige veiling in 2020. Dat betekent dat er frequentieruimte beschikbaar is voor minimaal drie aanbieders van openbare 5G in de 3,5 GHz-band. Op die manier wil het ministerie van EZK garanderen dat er voldoende concurrentie blijft op de telecommarkt. Ook geldt er een ingebruiknameverplichting voor elke vergunning.

De veiling, die namens de minister wordt uitgevoerd door de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), vindt vanaf 25 juni elektronisch plaats. De vergunningen worden verdeeld in een meerrondenklokveiling. Deelnemers bieden bij oplopende prijzen op het aantal vergunningen dat zij wensen, net zo lang tot vraag kleiner of gelijk is aan het aanbod. De totale looptijd van de vergunningen is ruim zestien jaar: tot en met 31 december 2040.

Minimale snelheid

Bij de eerdere veiling in 2020 heeft het kabinet al hoogwaardige mobiele dekking vastgelegd met een dekkingseis op 98% van de oppervlakte van elke Nederlandse gemeente. Ook gelden daarin normen voor de minimale snelheid op de uiterste randen van een mobiel netwerk. Door deze eisen komt de Nederlandse mobiele internetsnelheid op gemiddeld meer dan 100 megabit per seconde. De maximum snelheid nabij een netwerkantenne ligt naar verwachting twintig keer zo hoog, boven 2 gigabit per seconde.

 

KPN lanceert de KPN Campus waarmee het 5G-diensten en toepassingen voor organisaties op locatie wil aanbieden. Hiermee wil KPN inspelen op de groeiende vraag van grootzakelijke klanten naar missie- en bedrijfskritische spraak- en datatoepassingen via het mobiele netwerk. De komende maanden introduceert KPN stapsgewijs verschillende KPN Campus-diensten die 5G, on-premise computing, indoor lokalisatie en lokale netwerken (LAN) combineren.

Afhankelijk van het digitaliseringsvraagstuk dat een organisatie heeft moet KPN Campus een connectiviteitsoplossing bieden, zoals public 5G voor indoor dekking en de mogelijkheid om mobiel dataverkeer lokaal af te handelen via een lokale 5G-gateway (hybrid 5G). KPN Campus wil ook oplossingen bieden om een volledig privaat mobiel netwerk op te zetten. Dit netwerk is dan inzetbaar voor zowel 4G als 5G apparatuur en draait volledig autonoom op de klantlocatie (private 5G).

De netwerkcapaciteit kan eventueel volledig worden toegewezen aan bepaalde missiekritische applicaties, zoals het aansturen van autonome voertuigen en robots of augmented reality toepassingen. De verschillende KPN Campus diensten worden stapsgewijs aan het aanbod toegevoegd. Alle diensten kunnen in principe binnen één campusnetwerk, lokaal bij de klant worden gerealiseerd, zegt KPN.

 

De digitale connectiviteit van Nederland is nog altijd toonaangevend, maar staat op een cruciaal punt onder druk. Dat is een van de belangrijkste conclusies van het rapport ‘Glasvezel in Stad & Land’, dat vandaag is gepubliceerd door brancheorganisatie Fiber Carrier Association (FCA). Hoewel de uitrol van glasvezel voor huishoudens de afgelopen jaren een flinke versnelling heeft doorgemaakt, heeft Nederland de komende jaren een flinke uitdaging om zijn reputatie voor uitstekende connectiviteit vast te kunnen houden, zegt de FCA.

“Ons nationale glasvezelnetwerk voor zowel consumenten als het bedrijfsleven is voorbereid op de toekomst,” zegt Andrew van der Haar, directeur van de FCA. “We zien echter dat als het gaat om internationale connectiviteit, er helaas te lang geen gerichte actie is ondernomen. Het gaat dan specifiek om zeekabels die Nederland verbinden met bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Ondanks dat de FCA en andere brancheorganisaties, onderzoeksinstellingen en bedrijven hier al jaren over aan de bel trekken, is deze kwestie steeds benaderd als een die moet worden opgelost door de markt. Het lukt de markt niet goed om dit soort grootschalige projecten aan te zwengelen. We zijn blij dat er nu een Zeekabel Coalitie is waarin ook de overheid is vertegenwoordigd, maar dat heeft nog niet tot concrete projecten of initiatieven geleid.”

Het belang van nieuwe zeekabels moet niet onderschat worden, aldus Van der Haar. “Hoewel zeekabels een relatief kleine schakel lijken in het geheel aan netwerken in Nederland en daarbuiten, zijn zij de ruggengraat van het mondiale internet. Voor intercontinentaal verkeer is het belangrijk dat veel capaciteit beschikbaar is omdat er maar een paar ‘vaargeulen’, zeekabels, zijn waar de data doorheen kan. Op de plek waar die zeekabels aanlanden, vindt logischerwijs ook de verdere distributie van die data plaats, met alle positieve neveneffecten die dat heeft voor het digitale ecosysteem. Zonder dit soort kabels is de distributiefunctie ook minder voor de hand liggend. Het verdienvermogen van Nederland komt daardoor in het gedrang.”

Verglazing van Nederland

Positief is dat de verglazing van Nederlandse huishoudens snel dichterbij komt. Hoewel een groep van zo’n 19.000 huishoudens in de zogeheten ‘onrendabele top’ – deze groep bevindt zich in gebieden waar het aanleggen van glasvezel niet rendabel is – nog zal moeten wachten op een glasvezelaansluiting, zullen de overige 8 miljoen huishoudens binnen enkele jaren gebruik kunnen maken van de snelle verbindingen.

Van der Haar: “In Nederland wordt nog steeds in rap tempo glasvezel uitgerold. Hoewel er enkele kinken in de kabel zijn, zoals aansluitingen die niet afgemonteerd kunnen worden door een gebrek aan gekwalificeerd personeel, ziet de toekomst er rooskleurig uit. Wel is het zaak dat voor de onrendabele top snel een oplossing wordt gevonden. (Demissionair) minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat heeft aangegeven de oplossing daarvoor voorlopig aan de markt over te laten. Gezien het gebrek aan commerciële prikkels om deze huishoudens te verglazen, is het sterk de vraag of de markt op dit punt in beweging komt. Op een totaal van 8 miljoen huishoudens lijken 19.000 er niet veel, maar het is niet te verkopen dat deze huishoudens verstoken blijven van stabiele, hoogwaardige glasvezelverbindingen vanwege hun ligging. Als Nederland zijn ambities voor de digitale economie serieus neemt, zorgen we ook voor de huishoudens die tussen wal en schip dreigen te vallen.”