Westcon-Comstor en Palo Alto Networks hebben hun samenwerking verder uitgebreid. Partners van Westcon-Comstor krijgen nu de mogelijkheid om softwareproducten van Palo Alto Networks af te handelen en hun klanten rechtstreeks in de AWS Marketplace te bedienen, nadat ze bij Westcon-Comstor hebben gekocht via particuliere AWS Marketplace-vermeldingen.

Het opzetten van een geïntegreerd, end-to-end verkoopproces moet partners een vereenvoudigde route bieden voor het afhandelen van Palo Alto Networks-producten – inclusief SASE-oplossing Prisma Access en cloudbeveiligingsplatform Prisma Cloud – in AWS Marketplace.

De overeenkomst tussen Palo Alto Networks en Westcon-Comstor heeft betrekking op de regio’s Europa, het Midden-Oosten en Afrika (EMEA) en Azië-Pacific (APAC). Westcon-Comstor wordt hiermee de enige distributeur buiten de VS die de softwareproducten van Palo Alto Networks privé op de AWS Marketplace vermeldt.

 

Recruitmentbureau CHRLY, onderdeel van Fujitsu, breidt de activiteiten uit naar Nederland en Luxemburg. Het bedrijf is al actief in Portugal en België.

CHRLY ontstond uit het digitaal transformatietraject van Fujitsu in 2020, waarbij recruitment een belangrijk onderdeel was. Het bedrijf wil niet alleen helpen bij het vinden van kandidaten, maar wanneer nodig tijdelijk versterking bieden aan de recruitmentafdeling van een organisatie, zowel in-house als op afstand. Maxime Cools, general manager: “We kunnen meerdere vacatures tegelijkertijd voorleggen aan een kandidaat, dus ook andere vacatures dan waar de kandidaat op heeft gereageerd. Zo selecteren we bijvoorbeeld op basis van geografische locatie, vaardigheden en persoonlijke interesses, waardoor een kandidaat vaak vijf tot zes richtingen heeft om op te reageren. Gemiddeld vinden onze consultants binnen 48 uur een aantal geschikte kandidaten.”

Cools ziet veel kansen voor CHRLY als Benelux-organisatie: “De uitbreiding komt op een logisch moment. We krijgen namelijk al veel vraag vanuit Nederland. We hebben nu 150 consultants en ons doel is om binnen een jaar uit te breiden naar 200 consultants in de Benelux.”

Het gemiddelde bedrag dat organisaties aan losgeld betalen is het afgelopen jaar met 500% gestegen. Dat meldt Sophos in het State of Ransomware 2024 rapport. Organisaties die losgeld betaalden, gaven aan gemiddeld $2 miljoen betaald te hebben, wat in 2023 nog $400.000 was.

Sophos wijst erop dat losgeld maar een deel van de kosten omvat. Als losgeld buiten beschouwing wordt gelaten, blijkt uit het onderzoek dat de gemiddelde herstelkosten $2,73 miljoen bedragen, een stijging van bijna $1 miljoen sinds de $1,82 miljoen die Sophos in 2023 rapporteerde.

Ondanks de stijgende losgeldeisen laat het onderzoek van dit jaar een lichte daling zien in het aantal ransomware-aanvallen: 59% van de organisaties werd hierdoor getroffen, vergeleken met 66% in 2023. Hoewel de kans dat een organisatie getroffen wordt door ransomware toeneemt naarmate de omzet stijgt, zijn zelfs de kleinste organisaties (met een omzet van minder dan $10 miljoen) nog steeds regelmatig het doelwit: iets minder dan de helft (47%) werd het afgelopen jaar getroffen door ransomware.

Ook middensegment

Uit het rapport van 2024 blijkt ook dat 63% van de losgeldeisen $1 miljoen of meer bedroeg, en 30% van de eisen meer dan $5 miljoen. Dit suggereert dat ransomware-exploitanten op zoek zijn naar enorme uitbetalingen. Deze verhoogde losgeldbedragen gelden niet alleen voor de onderzochte organisaties met de hoogste inkomsten. Bijna de helft (46%) van de organisaties met een omzet van minder dan $50 miljoen ontving in het afgelopen jaar een losgeldeis bestaande uit zeven cijfers.

Voor het tweede jaar op rij waren kwetsbaarheden in netwerk, hard- en software de meest voorkomende oorzaak van een aanval, waardoor 32% van de organisaties werd getroffen. Dit werd op de voet gevolgd door gecompromitteerde credentials (29%) en kwaadaardige e-mail (23%).

Slachtoffers waarbij de aanval begon met misbruikte kwetsbaarheden, meldden de ernstigste gevolgen voor hun organisatie: een hoger percentage gecompromitteerde back-ups (75%), gegevensversleuteling (67%) en de neiging om losgeld te betalen (71%). Deze gevolgen waren minder ernstig wanneer de aanval begon met gecompromitteerde credentials.

De ondervraagde organisaties merkten ook een aanzienlijk grotere operationele en financiële impact vanwege aanvallen die begonnen met misbruikte kwetsbaarheden: een groter deel van de aangevallen organisaties had meer dan een maand nodig om te herstellen en de gemiddelde herstelkosten bedroegen $3,58 miljoen. Dit in vergelijking met $2,58 miljoen wanneer een aanval begon met gecompromitteerde credentials.

Andere bevindingen uit het rapport

  • Minder dan een kwart (24%) van de organisaties die het losgeld betaalden, overhandigden het oorspronkelijk gevraagde bedrag en 44% van de respondenten gaf aan minder te betalen dan het oorspronkelijk gevraagde bedrag.
  • De gemiddelde losgeldbetaling bedroeg 94% van het oorspronkelijk gevraagde losgeld.
  • In meer dan vier vijfde van de gevallen (82%) kwam de financiering van het losgeld van meerdere bronnen. In totaal kwam 40% van de totale financiering van het losgeld van de organisaties zelf en 23% van verzekeringsmaatschappijen.
  • Vierennegentig procent van de organisaties die het afgelopen jaar werden getroffen door ransomware, gaf aan dat de cybercriminelen hun back-ups probeerden te compromitteren tijdens de aanval, oplopend tot 99% bij zowel staats- als lokale overheden. In 57% van de gevallen waren de pogingen om de back-up te compromitteren succesvol.
  • In 32% van de incidenten waarbij gegevens werden versleuteld, werden ook gegevens gestolen – een lichte stijging ten opzichte van de 30% van vorig jaar – waardoor aanvallers beter in staat waren om hun slachtoffers geld afhandig te maken.

 

Kopstukken uit de datacenter- en cloud-sector kwamen bij elkaar om tijdens het Grotetafelgesprek Datacenter & Cloud te discussiëren over de ontwikkelingen in de markt en de manier waarop msp’s optimaal kunnen profiteren van de kracht van datacenters. “Partners vormen de brug naar de eindgebruiker.”

In de laatste editie van ChannelConnect vind je een uitgebreid verslag van het Grotetafelgesprek. Lees het verslag hier terug. Of kijk de video hieronder!

Bedrijven in Nederland passen belangrijke internetstandaarden steeds beter toe op websites en e-mail. Dat blijkt uit cijfers van het CBS dat samen met Platform Internetstandaarden onderzoek doet naar de stand van zaken rond websites en e-mail van bedrijven.

Het CBS en Platform Internetstandaarden keken daarvoor naar bedrijven die de CBS-enquête ‘ICT-gebruik bij bedrijven’ in vier opeenvolgende jaren hebben ingevuld. Vervolgens werden de websites gecheckt via internet.nl. Dit gebeurde elk jaar na de enquête, zodat een redelijk volledig beeld ontstond van de ontwikkelingen op het gebied van websites, e-mail en internetstandaarden.

Uit de cijfers van het CBS blijkt dat bijna 80 procent van de bedrijven met twee of meer werknemers een website heeft. Daarvan heeft weer ruim 80 procent een website met .nl als domeinextensie. De tweede plek is met ruim 13 procent voor .com. De scan van de websites van bedrijven voor vier opeenvolgende jaren toont aan dat bedrijven steeds vaker correcte internetstandaarden gebruiken. Dat geldt niet alleen voor de eindscore van Internet.nl, maar ook voor alle onderliggende subtesten die aan de eindscore ten grondslag liggen.

Ronduit goed nieuws is dat de gemiddelde eindscore van de websitescan in twee en een half jaar tijd met bijna 8 procent is toegenomen. De verdeling van de internet.nl eindscore voor zowel de websitescan als de e-mailscan vertoont weinig variatie over de bedrijfsgrootteklassen en bedrijfstakken, maar voor de onderliggende categorieën zijn er wel duidelijke verschillen tussen kleine en grote bedrijven te meten.

Zo blijkt Horeca uit te blinken met een gemiddelde score van 70,8 procent in de websitescan. Het gemiddelde over alle bedrijven is 64,8 procent. De bedrijfstak Verhuur en handel van onroerend goed kwam als slechtste uit de bus (60,9 procent). Financiële dienstverlening verbeterde de score de afgelopen jaren met bijna 10 procent.

Er wordt steeds meer geïnvesteerd in de Belgische digitale infrastructuur. Nieuwe projecten, zoals de bouw van nieuwe datacenters, volgen elkaar snel op. “België heeft de potentie om de volgende datacenterhub van Europa te worden,” zegt Carole Santens, Managing Director van de Belgian Digital Infrastructure Association (BDIA). De brancheorganisatie organiseert daarom in juni voor het eerst een conferentie onder de naam DigitalX.

De Belgische federale overheid zet stappen om België als innovatieland op de kaart te zetten. Dat lijkt inmiddels zijn vruchten af te werpen. Zo heeft Google recent een vergunning gekregen voor de bouw van drie nieuwe datacenters in Farciennes en gaat het bedrijf naar eigen zeggen een miljard euro extra investeren. Verder bouwt KevlinX een datacenter in Neder-Over-Heembeek en kwam het Green Energy Park, een project van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en het Universitair Ziekenhuis Brussel (UZ Brussel), recent naar buiten met nieuws over het nieuwe Nexus datacenter. “Door deze ontwikkelingen groeit de behoefte om samen te komen en de toekomst van de sector te bespreken,” vertelt Carole Santens.

Strategische ligging

Santens: “België heeft een strategische ligging in Europa. Denk bijvoorbeeld aan de SEA-ME-WE 3 zeekabel die een landaansluiting in Oostende heeft. In en rondom Brussel worden steeds meer datacenters gerealiseerd. We zien dat de lokale en federale overheid zich meer bewust wordt van de kans om de nieuwe Europese datacenterhub te worden. Met het evenement DigitalX willen we daarom de overheden nog meer in contact brengen met datacenter operators, investeerders en bedrijven uit het digitale ecosysteem.”

De conferentiedag (11 juni) start met een plenair ochtendprogramma. Hierin deelt Kevin Restivo, Directeur Data Centre Research bij CBRE, een visie op de Belgische digitale infrastructuursector. Daarnaast geeft David Zenner van Elia een presentatie over de Belgische energiemarkt. In het C-level datacenter panel bespreken key operators de kansen en uitdagingen binnen de markt. Tijdens de break-out sessies in de middag worden onderwerpen zoals connectiviteit, duurzaamheid, innovatie en (toekomstige) investeringen behandeld.”

Santens: “Met DigitalX willen we ons richten beslissers binnen de industrie. Netwerken staat tijdens het event centraal, en ons doel is om alle stakeholders betrokken in de digitale infrastructuur samen te brengen.”

DigitalX vindt plaats op 10 en 11 juni. Meer informatie vind je hier.

Een derde van de (online) applicaties bevat kritieke kwetsbaarheden. Dat zegt securityspecialist Computest Security. Ethische hackers van het bedrijf constateren dat er van alles mis is bij applicaties, zowel op het gebied van data en security als bij autorisatiemechanismen. De meest voorkomende oorzaken van de kwetsbaarheden zijn het gebruik van verouderde software die niet meer wordt ondersteund, het niet uitvoeren van updates en het ontbreken van multifactorauthenticatie.

Voor het onderzoek ‘De Staat van Applicatiebeveiliging’ zijn de resultaten van ruim 300 security-testen die gedurende een jaar zijn uitgevoerd op applicaties van verschillende organisaties geanalyseerd. Uit de geanonimiseerde analyse blijkt dat een applicatie gemiddeld twaalf kwetsbaarheden bevat. Hiervan is naar de maatstaven van de internationaal erkende CVSS-scoringsmethodiek bijna een derde een belangrijke of zelfs kritieke kwetsbaarheid.

“Het is belangrijk om bij de onderzoeksresultaten aan te merken dat de daadwerkelijke staat van applicatiebeveiliging in de praktijk mogelijk slechter zal zijn. De organisaties die zijn meegenomen in het geanonimiseerde onderzoek hebben ons proactief gevraagd om een security-test en hebben daarmee al aandacht voor het periodiek uitvoeren hiervan,” zegt Dennis de Hoog, CEO van Computest Security. “Daarom vormen de resultaten niet noodzakelijk een afspiegeling van het gemiddelde niveau van applicatieveiligheid en verwachten wij dat de situatie in de praktijk slechter is dan de cijfers in ons rapport laten zien.”

Opvallend was dat bij 32 procent van de testen één van de meest kritische kwetsbaarheden werd gevonden: cross-site scripting (XSS). Hierbij kan de aanvaller kwaadaardige code injecteren in de applicatie die vervolgens wordt uitgevoerd zodra iemand de applicatie gebruikt. Op deze manier kan gevoelige data worden gestolen of kunnen gebruikers ongemerkt worden doorgestuurd naar een malafide website. Voor deze kwetsbaarheid gold dat deze in bijna 60 procent van de gevallen zelfs misbruikt kon worden zonder een account voor de applicatie te hebben.

De ethische hackers vonden bij bijna 30 procent van de applicaties kwetsbaarheden in het autorisatiemechanisme. Dit betekent dat niet op de juiste wijze wordt gecontroleerd of de ingelogde medewerker het recht heeft de gevraagde functionaliteit te gebruiken. Bij één op de tien testen bleek het zelfs mogelijk om beheertaken uit te voeren vanuit een normale gebruiker. Hiermee zou de aanvaller in bepaalde gevallen de volledige applicatie kunnen overnemen. Verder liet bij 34 procent van de geteste applicaties de security van de authenticatie te wensen over. Bij 19 procent van de applicaties werd bovendien nog geen gebruikgemaakt van multifactorauthenticatie (MFA) of was dit niet juist geïmplementeerd.

De grootste oorzaken van kwetsbaarheden zijn het gebruik van verouderde software, het niet doorvoeren van de benodigde updates en het ontbreken van sterke authenticatie-oplossingen. Ook het gebruik van componenten van derde partijen vormt een groot risico. Zo vond Computest Security in bijna 70 procent van de testen kwetsbaarheden in dergelijke componenten. Daarbij werd bij 39 procent van de testen bovendien geconstateerd dat de betreffende software helemaal niet meer wordt ondersteund met security-updates.

“Hoewel we dagelijks in het nieuws geconfronteerd worden met de risico’s van cyberbedreigingen, zien we dat er nog te weinig actie wordt ondernomen,” aldus De Hoog. “De maatregelen die kunnen worden genomen zijn over het algemeen geen rocket science, maar staan niet hoog op de agenda. Bovendien krijgen applicaties vaak minder aandacht dan interne- of cloud-netwerken. Dit terwijl applicaties net zo goed onderdeel uitmaken van het aanvalsoppervlak.”

IT-dienstverlener Vooruit (voorheen Four IT) heeft de aanbesteding voor de levering van IT-hardware aan de Montessori Scholengemeenschap Amsterdam (MSA) binnengehaald. Het gaat om een mede-raamcontract voor laptops, desktops, aanverwante apparatuur zoals beeldschermen en toetsenborden, en tablets aan alle Montessori scholen in het voortgezet onderwijs in Amsterdam gedurende de komende jaren.

MSA verzorgt onderwijs aan ruim 6000 leerlingen. Vooruit ziet de gunning als een belangrijke stap om een grotere speler te worden op het gebied van IT-oplossingen in het voortgezet onderwijs.

Vooruit is de nieuwe naam van de labels D-Two, Four IT, MCC, Scala Solutions en Tech Bakery met vestigingen in Elst (Gld), Huizen, Leiderdorp en Voorthuizen.

Cisco heeft actief misbruikte kwetsbaarheden verholpen in Adaptive Security Appliance (ASA) en Firepower Threat defense (FTD). Dat meldt het DTC. De kwetsbaarheden zijn ingeschaald als ‘High/High’ door het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). Dit betekent dat de kans op misbruik groot is en de schade eveneens groot kan zijn.

Er zijn drie verschillende kwetsbaarheden betrokken bij het actief misbruik.

  • De kwetsbaarheid met kenmerk CVE-2024-20353 (Cisco) kan er voor zorgen dat een niet-geauthenticeerde externe kwaadwillende het apparaat opnieuw kan laten opstarten wat resulteert in een Denial-of-Service (DoS).
  • De kwetsbaarheid met kenmerk CVE-2024-20358 (Cisco) zou een geauthenticeerde, lokale kwaadwillende in staat kunnen stellen willekeurige opdrachten uit te voeren op het onderliggende besturingssysteem met root-rechten. Om misbruik te kunnen maken van dit beveiligingslek zijn adminrechten vereist.
  • De kwetsbaarheid met kenmerk CVE-2024-20359 (Cisco) zou een geauthenticeerde, lokale kwaadwillende in staat kunnen stellen willekeurige code uit te voeren met root-rechten. Om misbruik te kunnen maken van dit beveiligingslek zijn adminrechten vereist.

Cisco heeft updates uitgebracht om de kwetsbaarheden in Adaptive Security Appliance (ASA) en Firepower Threat defense (FTD) te verhelpen. Ook heeft Cisco een beveiligingsadvies en blog gepubliceerd met daarin IOC’s, malware detectie methoden en maatregelen om reeds gecompromitteerde systemen te herstellen en de getroffen systemen te upgraden.

NLdigital lanceert de Ethische Code AI, een gedragscode die is opgesteld in samenwerking met het bedrijfsleven. De brancheorganisatie wil hiermee laten zien dat de IT-sector bewust bezig is met de zorgvuldige inzet van technologie. 

Lotte de Bruijn, directeur van NLdigital ziet voor het bedrijfsleven en de overheid veel toegevoegde waarde van de vernieuwde Ethische Code AI, die de vorige versie uit 2019 vervangt. “In een tijd waarin AI de potentie heeft om maatschappelijke en economische vraagstukken op te lossen, is het van essentieel belang dat deze innovaties verantwoord plaatsvinden. Deze up-to-date gedragscode kan hierbij helpen, voor iedereen die daarbij betrokken is. Kleinere bedrijven profiteren in het bijzonder, die hebben vaak geen afdeling waar men bezig is met responsible AI.”

Concrete hulpmiddelen

De gedragscode benadrukt een aantal kernprincipes die volgens NLdigital leidend moeten zijn voor organisaties die met AI werken. Het gaat dan over thema’s als eerlijkheid, inclusiviteit en transparantie. Ook geeft de code richtlijnen om de betrouwbaarheid, veiligheid en verantwoordingsplicht voor AI-systemen te garanderen. Wat in de nieuwe versie is toegevoegd, zijn specifieke tools die kunnen worden gebruikt. De Bruijn: “Mooie principes zijn prachtig, maar de vraag is hoe je dat vertaalt naar concrete toepassingen in je systemen. Dankzij een aantal leden hebben we hulpmiddelen kunnen verzamelen die je kunt gebruiken bij het inzetten van AI.”

Een bijkomend voordeel is dat de hulpmiddelen ondersteuning bieden bij het voldoen aan de regels van de AI Act. “De AI Act richt zich op wat wel en niet mag met betrekking tot AI, en welke verplichtingen je als leverancier hebt over naleving en rapportage. De gedragscode en de tools vervangen deze verplichting niet, maar kunnen wel voor een gedeelte helpen bij de implementatie ervan.”

De Ethische Code AI van NLdigital moet een levend document worden dat jaarlijks wordt aangepast om in te spelen op relevante ontwikkelingen.