Het gebruik van hybride multicloud-modellen zal naar verwachting de komende één tot drie jaar verdubbelen. Dit komt doordat IT-beslissers te maken krijgen met nieuwe druk om IT-infrastructuren te moderniseren vanwege factoren als AI, beveiliging en duurzaamheid. Dat zegt cloudaanbieder Nutanix.

De uitkomsten zijn afkomstig van het jaarlijkse onderzoek Enterprise Cloud Index. Uit het rapport blijkt dat beveiliging en innovatie het afgelopen jaar de belangrijkste drijfveren waren voor het verplaatsen van applicaties naar een andere omgeving. Respondenten noemen toenemende investeringen in hun AI-strategie als de belangrijkste prioriteit, op de voet gevolgd door investeringen in IT-modernisering.
80 procent van de ECI-respondenten is van plan te investeren in IT-modernisering. 85 procent geeft aan hun investeringen in AI te verhogen.

90 procent van de respondenten kiest voor een ‘cloud smart’-benadering van hun infrastructuurstrategie, waarbij elke applicatie in de juiste omgeving wordt geplaatst. Dat vergroot het gebruik van hybride multicloud. Meer dan 80 procent van de organisaties is van mening dat hybride IT-omgevingen het gunstigst zijn als ze applicaties en data willen beheren.

Ransomware

Bescherming tegen ransomware is een prioriteit voor zowel CXO’s als uitvoerders, maar de meeste organisaties blijven worstelen met de gevolgen van aanvallen. Ransomware- en malware-aanvallen blijven existentiële dreigingen voor moderne organisaties. Dit kat-en-muisspel tussen cybercriminelen en beveiligingsteams zal in 2024 voortduren, zegt Nutanix. Daarbij blijft dataprotectie en -herstel een uitdaging. 71 procent van de ECI-respondenten die een ransomware-aanval heeft meegemaakt, geeft aan dat het dagen of soms zelfs weken duurde om de omgeving te herstellen. Om dit aan te pakken, zegt 78 procent van de organisaties dat ze van plan zijn de investeringen in oplossingen voor de bescherming tegen ransomware dit jaar te verhogen.

Het verplaatsen van applicaties en data blijft een complexe uitdaging. Enterprise-workloads – inclusief hun applicaties en data – vinden vaak hun weg naar de IT-omgeving die het beste bij hun behoefte past, ongeacht of die omgeving nu een on-premises datacenter, de public cloud, een kleinere edge-locatie of een combinatie van alledrie is. Deze diversiteit in waar applicaties geplaatst kunnen worden is een deel van de reden waarom 95 procent van de respondenten zegt dat ze het afgelopen jaar applicaties van de ene naar de andere omgeving hebben verplaatst. Beveiliging en innovatie zijn de belangrijkste drijfveren voor deze migratie. 35 procent van de ECI-respondenten zegt dat workload- en applicatiemigratie een aanzienlijke uitdaging vormen gezien hun huidige IT-infrastructuur.

Duurzaamheid

IT-teams plannen niet alleen duurzaamheidsprogramma’s, ze voeren deze ook actief uit, te beginnen met de modernisering van de IT. 88 procent van de respondenten is het ermee eens dat duurzaamheid een prioriteit is voor hun organisatie. In tegenstelling tot het vorige rapport geven veel organisaties nu aan dat ze al actieve stappen ondernemen om duurzaamheidsinitiatieven te implementeren. Het meest voorkomende is het moderniseren van de IT-infrastructuur.

Het moderniseren van de infrastructuur wordt belangrijker, gedreven door AI, moderne applicaties en datagroei. ECI-respondenten noemen hogere investeringen ter ondersteuning van de AI-strategie als hun belangrijkste prioriteit, op de voet gevolgd door investeringen in IT-modernisering. 37 procent van de ECI-respondenten geeft aan dat het draaien van AI-applicaties op hun huidige IT-infrastructuur een ‘aanzienlijke’ uitdaging zal zijn. Om deze uitdaging te overwinnen, geven organisaties prioriteit aan IT-modernisering en implementatie van edge-infrastructuur, om zo een snellere verwerking en toegang tot data te vergemakkelijken.

Het onderzoek vond plaats in december 2023 onder 1.500 IT- en DevOps/Platform Engineering-beslissers over de hele wereld. De respondenten werken bij organisaties in meerdere sectoren, bedrijfsgroottes en geografische gebieden.

Digitale innovatie vereist een herontwerp van het zorgproces. Volgens bestuursvoorzitter Niels Honig van Franciscus Gasthuis & Vlietland moeten zorgprofessionals bij beide betrokken worden. Volgens hem gebeurt dat nog te weinig. “We moeten niet alleen maar de huidige procesgang kopiëren naar een nieuwe technologische wereld. Dat is in de basis een zorgvraag.”

Dit is een artikel in het kader van de verticale markt Healthcare en de beurs Zorg & ICT die van 9 tot en met 11 april plaatsvindt in de Jaarbeurs. Lees er hier meer over.

Honig ziet veel lichtpunten in de digitalisering van de Nederlandse zorg. “We sturen de patiënt niet meer met een dvd op de buik naar een volgend ziekenhuis, of moeten hun verhaal steeds opnieuw vertellen. In het delen van informatie en medicatieoverdracht hebben we grote stappen gemaakt.” Volgens hem zijn ook de ideeën rond digitalisering aan het veranderen. “Lange tijd ontbrak het echte urgentiegevoel, net als de kennis en de schaalgrootte. Er is inmiddels een lappendeken ontstaan van apps, platformen en allerhande toepassingen met weinig consistentie over de sectoren heen.” Honig denkt dat zorgpartijen zich nu meer realiseren dat het gezamenlijk moet gebeuren. “Deeloplossingen maken de al zo complexe zorg alleen maar complexer.”

Sterkere positie bij tech-partijen

Hij wijst op de gezamenlijke route naar gegevensbeschikbaarheid, in zijn ogen de technologische spil van verdere digitalisering. “Met de keuze voor een landelijke doelarchitectuur zetten we daarin nu hele goede stappen. Het is goed dat er met CumuluZ een basisinfrastructuur komt die niet-commercieel is. Als we elkaar beter weten te vinden en het elkaar als zorgpartijen niet lastig maken met eigen puntoplossingen, krijgen we ook een sterkere positie tegenover grote tech-partijen.” Honig maakt zich geen zorgen dat de Tweede Kamer zich voordat er een nieuw Kabinet is niet wil verplichten tot het uitkeren van de volgende tranche transitiegelden. Veel digitale trajecten die belangrijk zijn in het kader van het Integraal Zorgakkoord (IZA) zijn al gestart. Honig: “Met digitalisering zijn grote bedragen gemoeid, maar het is de beste investering die we op dit moment kunnen doen. Dat de politiek misschien wat dubbele signalen geeft, daar moeten we ons niet door laten afleiden. Wij moeten consistent blijven in onze aanpak, in onze opdracht en in onze overtuiging.”

Niels Honig

In regio Rijnmond zijn er plannen voor één gemeenschappelijke digitale voordeur voor alle zorg. In totaal hebben zich 29 zorgaanbieders in de regio Rotterdam en de Zuid Hollandse Eilanden bij dit Digizorg-initiatief aangesloten. Dat brengt de nodige uitdagingen met zich mee. “De gemeenschappelijke visie is er, technologie is er,” zegt Honig. “De echte uitdaging is de implementatie in de eigen organisatie. De ene organisatie heeft al echt een digitale strategie, de andere nog veel minder. Ook de capaciteit is ongelijk verdeeld. Een gemiddeld ziekenhuis heeft tientallen medewerkers op de afdeling IT, een academisch ziekenhuis misschien wel meer dan tweehonderd. Dat is niet te vergelijken met de capaciteit van een organisatie in de ouderenzorg of een huisartsengroep.”

Digitalisering is ook een zorgvraag

Maar ongeacht de grootte of digitale volwassenheid, de opdracht is voor alle partijen dezelfde, denkt Honig. “Het doel is de patiëntreis te optimaliseren en daarbij echt vanuit de patiënt te redeneren. We moeten dus niet alleen maar de huidige procesgang kopiëren naar een nieuwe technologische wereld. Er hoort ook een redesign van het zorgproces bij. Dat is geen technologische kwestie, maar in de basis een zorgvraag. Die kun je alleen maar goed beantwoorden als je er de professional en de patiënt bij betrekt.”

Staat de professional hier voor open of overheerst het gevoel lijdend voorwerp te zijn van alweer een innovatie terwijl de werkdruk toch al torenhoog is? “Het is helaas nog geen vanzelfsprekendheid dat de professional aan de overlegtafel zit. Maar dat is niet omdat de zorgprofessional niet betrokken wil worden. Het is eerder dat wij aan de bestuurlijke tafel over elkaar heen duikelen met analyses over hoe slecht het de komende tien jaar wel niet zal zijn op de arbeidsmarkt. Daarmee stralen we onbedoeld een gevoel van onmacht uit in plaats van optimisme en ambitie voor de toekomst. ”

Genoeg motivatie en creativiteit

Juist om dit professionele perspectief mee te nemen, horen professionals en in het bijzonder verpleegkundigen nauwer bij overleg en besluitvorming over digitalisering betrokken te worden, vindt Honig. “De vraag is wel hoe je dat gesprek voert. Je moet je best doen om allemaal dezelfde taal te spreken. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Je moet de praktijk willen begrijpen en op basis daarvan vragen stellen. Anders loop je het risico dat je oplossingen vanuit de technologie bedenkt. Technologie kan veel, maar de vraag is waar een professional behoefte aan heeft. Ondersteunt het je in je werk? Dat is de basale vraag die we veel vaker zouden moeten stellen.”

Honigs pleidooi voor verpleegkundigen komt niet uit de lucht vallen. Hij begon zijn carrière in de zorg ooit als verpleegkundige. “Er is in ieder geval géén schaarste aan motivatie en creativiteit bij professionals die nadenken over wat het beste is voor de patiënt en passende zorg als van nature in zich hebben. Laten we proberen dat aan te spreken. Niet: het is in de zorg kommer en kwel dus jij moet met technologie aan de slag, maar: jij doet fantastisch werk, we hebben jouw creativiteit nodig om de beste uitkomsten te realiseren en daarin speelt technologie een belangrijke rol.”

Tweerichtingsverkeer

Als visie, technologie en implementatie samenkomen, gaat digitalisering voor een grote verschuiving zorgen, voorziet Honig. “Met Digizorg willen we achter die gemeenschappelijke voordeur allerlei verschillende applicaties en aan de patiënt gekoppelde data beschikbaar maken. Daarin hoort ook de informatie bij die de patiënt zelf genereert, zodat er tweerichtingsverkeer ontstaat en de kennis en informatie die de patiënt heeft onderdeel wordt van de behandeling. Het geheel van technologische innovatie en digitalisering moet ertoe leiden dat de patiënt meer in regie is.”

Niels Honig treedt op als keynote-spreker tijdens Zorg & ict 2024.

Bron: Dutch Health Hub

Driekwart van de zorgprofessionals vindt niet dat IT-systemen de productiviteit bevorderen. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van IT-dienstverlener Ictivitiy.

Dit is een artikel in het kader van de verticale markt Healthcare en de beurs Zorg & ICT die van 9 tot en met 11 april plaatsvindt in de Jaarbeurs. Lees er hier meer over.

Medewerkers uit onder andere de GGZ, jeugd- en thuiszorg werken het liefst zonder computers, digitale zorgdossiers of ECD-systemen. Ruim één op de vijf zorgprofessionals (22%) zegt namelijk bij voorkeur hun baan te willen uitvoeren zonder IT. Slechts een kwart (26%) van de zorgmedewerkers vindt dat de IT-systemen van hun organisatie de productiviteit bevorderen.

Andere manier van werken

Volgens driekwart van de professionals uit de sector (73%) vereist digitalisering in de zorg een andere manier van werken. Denk aan de vaardigheden die nodig zijn om goed om te gaan met veilige gegevensuitwisseling of toepassingen om digitaal te kunnen samenwerken. Maar medewerkers uit de branche zijn sceptisch over de mate waarin deze skills op de werkvloer daadwerkelijk worden beheerst. Zo vindt een kwart dat de organisatie onvoldoende digitale vaardigheden heeft om meer digitalisering te omarmen.

Zorgmedewerkers lijken IT niet te zien als middel om hun werkdruk te verlichten. 28 procent stelt zelfs dat de organisatie IT-kansen laat liggen om het werk makkelijker te maken. Vooral mensen in de GGZ (42%) vinden dat de organisatie nog veel stappen kan zetten op IT-gebied. Mensen werkzaam in de thuiszorg (17%) vinden dit het minst. Vooroplopen op IT-gebied doen zorgorganisaties in ieder geval niet als je het zorgmedewerkers vraagt. Slechts 13 procent zou de organisatie als digitale koploper bestempelen.

Afgelopen dinsdag heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel bevordering digitale weerbaarheid bedrijven (Wbdwb) aangenomen. Het wetsvoorstel legt de taken en bevoegdheden van de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) vast op het terrein van digitale weerbaarheid.

Specifiek gaat het in deze wet om de niet-vitale bedrijven in Nederland, en dan met name over het verwerken en verspreiden van informatie over kwetsbaarheden, dreigingen en incidenten en het samenwerken met andere bestuursorganen en organisaties. Precies hiervoor werd in 2018 het Digital Trust Center (DTC) opgericht als onderdeel van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. de organisatie moet het niet-vitale Nederlandse bedrijfsleven weerbaarder maken tegen cyberdreigingen.

De minister van EZK heeft hiervoor twee hoofdtaken die door het DTC worden uitgevoerd. Het geven van informatie en advies aan het bedrijfsleven op het gebied van cyberweerbaarheid, zoals het delen van algemene dreigingsinformatie en het delen van bedrijfsspecifieke dreigingsinformatie met individuele bedrijven in Nederland. En het bevorderen van de samenwerking tussen bedrijven op het gebied van digitale weerbaarheid.

Het wetsvoorstel is een belangrijke voorwaarde om vanuit de overheid niet-vitale Nederlandse bedrijven te kunnen waarschuwen over digitale kwetsbaarheden en beveiligingslekken. Bij het waarschuwen van individuele bedrijven en organisaties kunnen persoonsgegevens verwerkt worden, denk bijvoorbeeld aan IP-adressen en de contactgegevens van medewerkers van een bedrijf. Het wetsvoorstel zorgt voor de wettelijke grondslag om deze taken te mogen uitvoeren. Daarnaast is de Wbdwb voorwaardelijk om vanuit de nieuwe nationale cybersecurityorganisatie, die ontstaat na de integratie van het DTC, het CSIRT-DSP en het NCSC, het niet-vitale bedrijfsleven te kunnen blijven voorzien van algemene en specifieke informatie over cyberdreigingen en incidenten.

Het licentiemodel van de cloudtelefoniedienst My-Connect Telepo is met ingang van deze maand sterk vereenvoudigd. Van 17 licenties gaat My-Connect Telepo terug naar 3. Dit is volgens eigenaar BusinessCom gedaan op verzoek van zowel resellers als eindklanten. Zij geven aan een eenvoudigere en overzichtelijke all-in prijs te willen.

Het bedrijf heeft alle beschikbare features onder een basislicentie (tenant licentie) en twee gebruikerslicenties ondergebracht. De twee gebruikerslicenties zijn de Entry User – deze heeft de basisfunctionaliteiten – en de Premium User – hierbij zijn alle applicaties en functionaliteiten vrij geschakeld.

Marcel Derks, partnermanager bij distributeur BusinessCom: “Deze versimpeling is goed nieuws voor onze business partners; de dienst is nu vanaf een bierviltje te verkopen. Daarnaast is het goede nieuws dat de all-in licentie voor een Premium User goedkoper is dan de huidige My-Connect Telepo licentie met alle opties.”

My-Connect Telepo maakt deel uit van het portfolio My-Connect waarin BusinessCom al zijn wholesale cloud- en abonnementsdiensten heeft ondergebracht. My-Connect Telepo bestaat sinds 2016 en is een end-to-end oplossing van BusinessCom waarbij de business partner te allen tijde klanteigenaar blijft en de dienst op zijn eigen manier in de markt kan zetten. Onder de My-Connect paraplu vallen behalve de cloudtelefonie ook UC, networking en cybersecurity, SIP Trunking en verbindingen, en aanvullende hardware zoals netwerkapparatuur en endpoints.

Mendix, een Siemens-onderdeel en bedrijf in low-code softwareontwikkeling, heeft Astrid Lausberg benoemd tot Chief People Officer (CPO). Lausberg, voorheen hoofd HR Operations en HR for Product and Technology, is toegetreden tot de C-suite om Mendix te ondersteunen.

Astrid Lausberg

“De medewerkers van Mendix zijn echt uitzonderlijk en hun passie voor innovatie inspireert me iedere dag weer. Het team verzorgt de complexe digitale transformatie voor een aantal van de meest inspirerende enterprises over de hele wereld. Het is mijn prioriteit om een ondersteunende en inclusieve omgeving te bouwen waarin elke Mendix-medewerker zich goed voelt en uitstekende resultaten kan blijven leveren”, zegt Lausberg.

“Astrid beschikt over ongekende ervaring als people leader en heeft een diepgaand begrip van de koers en de doelen van Mendix”, zegt Raymond Kok, CEO bij Mendix. “Haar expertise in het stimuleren van een innovatiecultuur zal van groot belang zijn voor de verdere groei van Mendix als leider in de low-code markt en als organisatie waar mensen zich kunnen ontplooien.”

Axis Communications lanceert een nieuwe cameraoplossing voor de zorg die verschillende voordelen biedt voor zowel patiënten als zorgmedewerkers.  

Met de video- en audio-analysefunctie van de AXIS Q9307-LV Dome-camera kunnen patiënten op afstand geobserveerd worden en verschillende risicosituaties in ziekenhuizen en andere gezondheidszorginstellingen detecteren. Zo kan de beveiligingsoplossing door middel van AI aangeven wanneer patiënten zijn gevallen of kunnen, door audiodetectie, hoestbuien en verhoogde stemgeluiden gesignaleerd worden.

De Dome-camera is uitgerust met een ingebouwde luidspreker en vier microfoons voor tweerichtingscommunicatie. Gebruikers kunnen ook audiowaarschuwingen ontvangen via de AXIS Object Analytics. Zo kan een patiënt die bijvoorbeeld zijn of haar ziekenhuisbed nog niet mag verlaten, gerustgesteld of geïnformeerd worden over noodmaatregelen en hulp die onderweg is.

Dit is een artikel in het kader van de verticale markt Healthcare en de beurs Zorg & ICT die van 9 tot en met 11 april plaatsvindt in de Jaarbeurs. Lees er hier meer over.

Oracle heeft de nieuwe Java 22 aangekondigd. Java 22 (Oracle JDK 22) biedt verbeteringen op het gebied van prestaties, stabiliteit en beveiliging. Het omvat verbeteringen van de Java-taal, de API’s, de prestaties en de tools die deel uitmaken van de JDK.
“De nieuwe verbeteringen in Java 22 stellen ontwikkelaars in staat om snel en eenvoudig functierijke, schaalbare en veilige applicaties te bouwen zodat organisaties wereldwijd hun activiteiten kunnen laten groeien”, aldus Georges Saab, Senior Vice President Oracle Java Platform en voorzitter van OpenJDK. “Door verbeteringen te bieden die de ontwikkeling van applicaties stroomlijnen en het bereik van Java uitbreiden, ondersteunt Java 22 de ontwikkeling van een breed scala aan nieuwe apps en services voor zowel organisaties als ontwikkelaars.”
De nieuwste Java Development Kit (JDK) biedt updates en verbeteringen met 12 JDK Enhancement Proposals (JEP’s). JDK 22 biedt taalverbeteringen van OpenJDK Project Amber (Statements before super[…], Unnamed Variables & Patterns, String Templates, en Implicitly Declared Classes en Instance Main Methods); verbeteringen van Project Panama (Foreign Function & Memory API en Vector API); functies gerelateerd aan Project Loom (Structured Concurrency en Scoped Values); kernbibliotheken en tool-mogelijkheden (Class-File API, Launch Multi-File Source-Code Programs, Stream Gatherers); en prestatie-updates (Region Pinning voor G1).

Juniper Networks komt met een vernieuwingen in het  Juniper Partner Advantage (JPA)-programma. De nieuwe versie moet partners de mogelijkheid bieden om managed networking services te ontwikkelen met de IT Operations (AIOps)-technologie van Juniper.

In het kader van de uitbreiding van het JPA-programma introduceert Juniper de nieuwe Partner Assured-status. Deze status wordt toegekend aan partners die sterke prestaties hebben neergezet met de technologie van Juniper. Deze partners zijn geverifieerd door een externe partij in de vorm van Information Security Systems International (ISSI), Juniper voorziet deze partners van de nieuwste AiOps-functionaliteiten.

Andere voordelen van het Juniper Partner Advantage 2024-programma zijn onder meer:

  • De Managed Network Provider-status: Het aantal partners dat deze status behaalde groeide in 2023 met 44 procent. Juniper biedt MSP-partners met die status toegang tot nieuwe AI-mogelijkheden.
  • De nieuwe Advisor-status: De status van Advisor wordt toegekend aan partners die erin slagen om de beslissingen van klanten te beïnvloeden en hen aan succesvolle resultaten te helpen.
  • Duurzaamheid: Het JPA-programma moet partners helpen om bij te dragen aan de duurzaamheidsprestaties van hun klanten.
  • Erkenning voor kennis van verticale markten: Juniper geeft volgens het bedrijf met zijn JPA-programma erkenning aan partners die blijk geven van sterke go-to-market (GTM)-activiteiten en ondersteuning bieden voor behoeften van klanten in verticale markten.
  • Intensievere GTM-interactie met partners: Het nieuwe programma bevordert de samenwerking door partners inzicht in hun accounts te bieden en hen te voorzien van beheerdiensten voor go-to-market-initiatieven, financiering en planningen op maat gedurende de volledige levenscyclus van klanten.
  • Deal Central-dashboard: Deze nieuwe tool brengt alle deals, offertes en marketingleads van Juniper bijeen om het dealregistratieproces te stroomlijnen.

Het Juniper Partner Advantage-programma en het AI-native netwerkplatform van Juniper moeten partners helpen aan optimale prestaties, productiviteit en winstgevendheid.

Innatera, leverancier van ultra-low power neuromorphische processors, heeft een succesvolle financieringsronde afgerond, waarbij ze €15 miljoen hebben opgehaald van Invest-NL Deep Tech Fonds en het EIC Fund, evenals bestaande investeerders MIG Capital, Matterwave Ventures, en Delft Enterprises. Met de nieuwe investering kan het bedrijf het opstarten van de massaproductie van de processors versnellen, het toepassingsaanbod uitbreiden en de samenwerking met klanten opschalen.

Innatera ontwerpt microprocessors die de mechanismen van de hersenen voor het verwerken van sensorgegevens nabootsen. De architectuur voor het verwerken van analoge en digitale signalen maakt AI-verwerking mogelijk, direct bij de sensor. Dit betekent dat het systeem zowel analoge als digitale informatie kan begrijpen en verwerken, waardoor het efficiënter kan opereren. Op CES 2024 in Las Vegas in januari van dit jaar onthulde het bedrijf de eerste neuromorfische microcontroller – de Spiking Neural Processor T1. De T1-chip maakt signaalverwerking en patroonherkenning mogelijk met een vermogen van minder dan één milliwatt.

Sumeet Kumar

Verder kondigde het bedrijf de beschikbaarheid aan van zijn Talamo software development kit, die de ontwikkeling van op de hersenen geïnspireerde spiking neurale netwerken moet vereenvoudigen door integratie met het PyTorch framework. Op CES demonstreerde Innatera ook radar- en audiotoepassingen op de T1, gebouwd in samenwerking met sensorenleveranciers.

Sumeet Kumar, CEO van Innatera: “We zijn op een missie om tegen 2030 één miljard sensoren van intelligentie te voorzien en deze investering brengt ons een stap dichter bij ons doel. Ik ben trots op wat onze teams hebben bereikt met de T1 en de toepassingen die we samen met onze klanten en partners hebben gebouwd”.