Slechts 4% van de Nederlandse organisaties is volledig voorbereid op het gebruik van AI-technologieën. Dat blijkt uit Cisco’s AI Readiness Index, waarvoor meer dan 8.000 bedrijven in de wereld zijn ondervraagd, waarvan 159 uit Nederland.

Meer dan de helft geeft toe zich ernstige zorgen te maken over de impact op hun bedrijf als ze niet binnen het komende jaar in actie komen. Met de index brengt Cisco de adoptie en de impact van AI in kaart van zowel bedrijven als ons dagelijks leven, waarbij het rapport een aantal significante tekortkomingen bij bedrijven blootlegt.

Hoewel 75% van de respondenten verwacht dat AI een aanzienlijke impact zal hebben op hun bedrijfsvoering, brengt het ook nieuwe vraagstukken met zich mee, met name op het gebied van data privacy en cybersecurity. De beschikbaarheid van data is cruciaal voor een optimaal gebruik van AI. Bijna negentig procent (89%) van de Nederlandse respondenten erkent dat deze data te verspreid zijn binnen hun organisatie.

Nederland loopt met AI achterop in Europa

Naast de 4% volledig voorbereide ‘pacesetters’ in Nederland, telt het onderzoek ook 18% ‘chasers’, die grotendeels voorbereid zijn op een toekomst met AI. Dit betekent dat minder dan een kwart van de bedrijven in Nederland klaar is voor AI. Zeven op de tien (69%) zijn als ‘followers’ onvoldoende voorbereid, terwijl negen procent (‘laggards’) nog helemaal niet is voorbereid.

In vergelijking hiermee is Zweden, dat net als Nederland vaak in de top-5 van digitaliseringsranglijsten staat, veel beter gepositioneerd. Bijna de helft van de bedrijven in Zweden is klaar voor AI: 22% is volledig gereed, nog eens 22% grotendeels. Slechts drie procent staat pas aan het begin.

Een grote meerderheid werkt aan een AI-strategie

Positief is wel dat Nederlandse bedrijven maatregelen nemen om zich voor te bereiden op een AI-gerichte toekomst. In Nederland heeft 83% van de bedrijven al een AI-strategie uitgewerkt of is daarmee bezig. Meer dan de helft (56%) zegt dat hun organisatie bereid is om AI snel te omarmen.

Ook de infrastructuur van Nederlandse bedrijven staat nog niet volledig op punt voor AI. Slechts 26% beschouwt zijn infrastructuur als zeer schaalbaar voor krachtige AI-workloads. De meerderheid van de respondenten (68%) geeft aan dat ze beperkte of helemaal geen schaalbaarheid hebben om AI efficiënt te laten functioneren. Een op de drie Nederlandse bedrijven (34%) heeft zijn datastrategie niet op orde, met een te grote fragmentatie van gegevens als gevolg.

Nieuwe digitale kloof

Er is in ons land ook werk aan de winkel als het gaat om het opleiden van AI-talent. In slechts vier procent van onze bedrijven zijn alle vaardigheden aanwezig om van AI een succes te maken. Hiermee staat Nederland onderaan de lijst van de negen onderzochte Europese landen. Aan de andere kant staat Nederland bovenaan de lijst met vijftien procent van de bedrijven waar helemaal geen AI-vaardigheden aanwezig zijn.

De behoefte aan die AI-vaardigheden legt ook een nieuwe digitale kloof bloot. Ruim zeventig procent van bedrijfsleiders is staat open voor AI in hun bedrijf, terwijl 40% van de middenmanagers dat minder of helemaal niet is. Iets minder dan helft (47%) van de organisaties zegt dat hun werknemers niet helemaal bereid zijn om AI toe te passen of bieden zelfs absolute weerstand. Hoewel 74% van de respondenten zegt te hebben geïnvesteerd in het bijscholen van bestaande werknemers, heeft 25% twijfels over de beschikbaarheid van voldoende talent om dit te doen.

Barracuda lanceert een nieuw wereldwijd partnerprogramma onder de titel Partner Success Program. Met het programma wil Barracuda meer flexibiliteit bieden voor partners.

Een onderscheidend element van het programma is de ondersteuning voor partners die op verschillende manieren de markt benaderen – als reseller, als msp of via marktplaatsen. Partners die Barracuda oplossingen doorverkopen krijgen daarvoor erkenning ongeacht het verkoopkanaal. Ook zijn er voordelen en middelen op basis van de totale verkoopbijdrage.

Met het Barracuda Partner Success Program wil het bedrijf ook de complexiteit verminderen. De basis wordt gevormd door het ‘LAER’-model van klantsucces: ‘Land, Adoption, Expansion, and Retention and Renewal’ (afsluiten, adoptie, uitbereiding en retentie en vernieuwen). Met de lancering van het Barracuda Partner Success Program introduceert Barracuda ook een certificering voor klantsucces.

“We zien een toenemend aantal resellers die een hybride bedrijfsmodel opzetten en die daarbij Barracuda inschakelen”, zegt Jason Beal, Vice President, Worldwide Partner Ecosystems bij Barracuda. “Via het Barracuda Partner Success Program krijgen resellers bijvoorbeeld toegang tot sales en marketing enablement. Daarin zitten tools die laten zien hoe hyperscalers hun klanten kunnen voorzien van gezamenlijke oplossingen die gebouwd zijn voor de moderne IT-omgevingen van vandaag. Verder kunnen managed service providers met Barracuda MSP hun klanten meerlaagse security- en gegevensbeschermingsdiensten aanbieden op basis van Barracuda’s producten, in combinatie met onze msp-beheerplatforms.”

Vanaf 5 januari 2024 kunnen resellers die deelnemen aan het Barracuda Partner Success Program gebruik maken van de vernieuwde niveaus Premier, Preferred, Authorized en Affiliate.

Veel bedrijven in Nederland zijn nog nauwelijks begonnen met de implementatie van de NIS2-regelgeving. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van Telindus. Veel organisaties vinden dit een complex proces.

Slechts een derde (35%) van de bedrijven die onder de nieuwe NIS2-wetgeving gaan vallen, is al concreet begonnen met de voorbereidingen hiervoor. Dit staat tegenover maar liefst 38 procent die nog niet begonnen is. Dit blijkt uit onderzoek van Telindus onder meer dan 150 CXO’s en managers met kennis van IT binnen bedrijven met 250 of meer medewerkers. Een kwart (27%) van de organisaties geeft aan de voorbereidingen op de NIS2-wetgeving al wel op de planning te hebben staan, maar nog niet te zijn begonnen.

32 procent van bedrijven vindt NIS2 onzin

Uit het onderzoek blijkt verder dat slechts 58 procent van de respondenten denkt dat de beveiliging van de kritieke infrastructuur als gevolg van de NIS2-richtlijn zal verbeteren. Dit staat tegenover 35 procent die aangeeft dat niet zeker te weten en zeven procent die niet denkt dat NIS2 verbeteringen op zal leveren. Dit komt deels doordat een derde (32%) van de bedrijven NIS2 overbodig vindt, omdat zij denken dat hun beveiliging al op orde is.

Voorbereidingen op NIS2

Van de essentiële organisaties, zoals energie- en telecombedrijven, die al wel zijn begonnen met de voorbereidingen op de NIS2-richtlijn, heeft 52 procent een risicoanalyse uitgevoerd en heeft 47 procent de nieuwe wet goed bestudeerd. Slechts 29 procent heeft kritieke diensten geïdentificeerd. Dat betekent dat 71 procent dus geen helder beeld heeft welke diensten omvallen als zich op een bepaalde plek in de infrastructuur een securityincident voordoet. Desondanks heeft al 39 procent van de ondervraagde organisaties wel extra beveiligingsmaatregelen geïmplementeerd. Ruim een derde (35%) is al begonnen met het trainen van medewerkers en een vijfde (20%) heeft het incident response plan opnieuw onder de loep genomen. De reden dat veel organisaties nog niet zijn begonnen met de voorbereidingen op de NIS2, is het implementatieproces. Zestig procent vindt dit een complex proces, tegenover slechts twaalf procent die dit niet zo complex zegt te vinden.

Twee derde van de financieel medewerkers in Nederland verwacht dat digitalisering van betalingsprocessen gemiddeld meer dan 5000 euro per maand kan besparen. Een aanzienlijk deel (10 procent) verwacht zelfs een besparing van meer dan 10.000 euro per maand. Dat blijkt uit onderzoek van YouGov in opdracht van Payhawk.

Digitalisering van betalingsprocessen kan op meerdere vlakken tijd en kosten besparen. Het grootste voordeel is dat vrijgekomen tijd besteed kan worden aan andere taken die voorheen opzijgeschoven zouden worden. Van de deelnemers gaf 39 procent aan dat ze deze tijd aan risicoanalyse zouden besteden. Maar ook budgetplanning, businessplanning en strategie staan hoog op de voorkeurslijst met 31 procent.

Hoewel het merendeel van de financieel medewerkers verwacht dat het digitaliseren van betalingen maandelijkse kosten omlaag kan brengen, verschilt het per persoon en bedrijf hoe groot die besparing is. Naast de eerdergenoemde 10 procent die verwacht meer dan 10.000 euro te kunnen besparen, verwacht 15 procent tussen 5.000 en 10.000 euro per maand te besparen. Verder verwacht 19 procent tussen 2.500 en 5.000 euro per maand te kunnen besparen en 23 procent denkt dat het onder 2.500 euro uitkomt.

Verhoogde productiviteit

Hoewel het voordeel van gedigitaliseerde betalingsprocessen terug te zien is in de kosten die kunnen worden bespaard, is dat het directe resultaat van verhoogde productiviteit. Bijna driekwart (73 procent) van de financieel medewerkers vindt dat er ruimte is binnen hun bedrijf om uitgavenbeheer te verbeteren. Het grote voordeel van een volledig geautomatiseerd systeem voor uitgavenbeheer is dat minder tijd wordt verspild aan handmatige processen. Naast verhoogde productiviteit, vereenvoudigt dit het werk voor iedereen die betrokken is.

De omzet van IT-dienstverleners steeg in het derde kwartaal van dit jaar met 6,6%. Daarmee blijft de IT-sector achter bij de zakelijke dienstverlening als geheel, die een stijging liet zien van 8,1%. Dat blijkt uit de kwartaalcijfers van het CBS.

De omzet van IT-dienstverleners steeg door de nieuwe cijfers wel dertien kwartalen op rij, maar de sector boekte dit kwartaal wel de kleinste groei in twee jaar tijd. In het algemeen steeg de omzet in vrijwel alle sectoren van zakelijke dienstverlening. In de meeste branches was deze net als in de IT lager dan een kwartaal eerder.

Ondernemersvertrouwen

Het ondernemersvertrouwen van de zakelijke dienstverleners steeg licht. Dit bedroeg aan het begin van het vierde kwartaal van 2023 -2,3. Aan het begin van het derde kwartaal was dit nog -3,9. Ondernemers in de zakelijke dienstverlening zijn optimistisch over de verwachte ontwikkeling van de omzet. Aan het begin van het vierde kwartaal verwacht per saldo 19,7 procent van de ondernemers meer om te zetten. Per saldo verwacht 13,9 procent een toename van het personeel. Aan de andere kant geeft ruim 57 procent van de ondernemers aan dat ze belemmerd worden door een tekort aan arbeidskrachten. Dit cijfer blijft hoog, concludeert het CBS.

Op 30 november tekenden KPN en glasvezelaanbieder Kabeltex een overeenkomst over een overname. Kabeltex biedt glasvezel op Texel en in de kop van Noord-Holland. Het bedrijf rondt momenteel de uitrol van glasvezel in Den Helder, Hollands Kroon en Schagen af. 

De netwerken van Kabeltex omvatten rond de 18 duizend adressen. KPN wil samen met Glaspoort 80 procent van Nederland van glasvezel voorzien. Na afronding van de overname zal KPN de glasvezelnetwerken van Kabeltex toevoegen aan zijn bestaande aanbod van Wholesale diensten voor glasvezelnetwerken. Dat betekent dat meerdere aanbieders van internet en andere diensten op het netwerk terecht kunnen, zoals is voorgeschreven door de Autoriteit Consument en Markt. KPN heeft geen financiële details bekendgemaakt.

Cyberincidenten en vormen van malware komen bijna dagelijks in het nieuws. Het belang van goede bescherming van hardware-devices en de impact van falende fysieke IT-security wordt zelden belicht. Zes professionals gingen erover met elkaar in gesprek in een Grotetafelgesprek op locatie bij Rittal.

André Hiddink, Product Manager IT bij Rittal, initieerde een Grotetafeldiscussie, die samen met de redactie van ChannelConnect werd georganiseerd. Rittal is leverancier van gestandaardiseerde, modulaire systeemtechnologie, die rack, power, cooling, security en monitoring omvat. Van compacte single-rack-installaties tot colocatie- en hyperscale-datacenters.

Aan het begin van de bijeenkomst legt Hiddink uit waarom hij het thema ‘fysieke IT-beveiliging’ wil adresseren: “Cybersecurity is hot, iedereen heeft het erover. En dat is terecht. Er is geen twijfel dat organisaties dit zo goed mogelijk op orde moeten hebben. Daar zijn inmiddels ook normen en richtlijnen voor en die worden steeds strenger, kijk naar wetgeving als AVG en NIS2. Fysieke IT-security is een onderwerp dat weinig belicht wordt.”

Dat wil Hiddink adresseren in een discussie met specialisten uit de markt. “Het gaat daarbij niet alleen om de toegang tot de serverruimte, of het slot op de serverkast, maar ook om bewustwording. Om de vraag: wat is het belang van fysieke IT-beveiliging?”

Stelling 1: Het mkb is druk met zijn eigen werkzaamheden, waardoor de fysieke security van IT een lage prioriteit heeft.

Thimo Keizer (beveiligingsspecialist RisicoRegisseurs) reageert als eerste op de stelling. “Als ik kijk naar de volwassenheid op het gebied van fysieke IT-beveiliging dan is die laag in de markt. Ja, er zijn rolluiken, sloten en camera’s voor het pand, maar er worden geen of in mindere mate maatregelen getroffen voor de beveiliging van de fysieke IT.”

Vincent Toms (CISO en beveiligingsspecialist) herkent dit. Het mkb is volgens hem bezig met de business van de onderneming. Niet met beveiliging. “Bij die ondernemingen moet eerst iets gebeuren voordat actie wordt ondernomen,” vult Marc van Rijssen (X-ICT, dat computerruimtes bouwt) aan. “Bij een goede relatie van ons heeft een brand plaats gevonden. Tot dat moment zagen zij geen aanleiding om te investeren in een detectie- en blusgassysteem. Geconfronteerd met de impact van een brand wordt nu iedere nieuwe computerruimte van een blusgassysteem voorzien.”

Toms signaleert dat fysieke beveiliging vooral wordt geassocieerd met mannen met oortjes die rond het pand lopen. Fysieke beveiliging is een mbo-functie, cyberbeveiliging is hbo of universitair. Die praten te weinig met elkaar. “En de directie investeert er niet in,” sluit Lex Borger (van msp Tesorion) af. De trigger om te investeren in automatisering is het verhogen van de efficiëntie of het verlagen van de arbeidskosten. Als het gaat om de fysieke omgeving is de opvatting: het werkt en het is goed genoeg: we blijven er vooral vanaf.

Risicoprofiel

Daarbij is het zo dat incidenten die samenhangen met fysieke IT-beveiliging zelden de krant halen. Het is wellicht ook een taboe. Het is geen sterk verhaal als een serverrack uit is gevallen doordat de plant die erop stond te veel water kreeg. “Plof­kraken halen wel de krant, dat rolluik mag wat kosten,” is de analyse van Toon Cooijmans van het Catharina Ziekenhuis, die als eindgebruiker is aangeschoven. “Maar de IT-apparatuur staat bij een mkb-onderneming in de bezemkast tussen de schoonmaakspullen. Daar heeft men geen gevoel bij. Een goed serverrack mag niets kosten, die koop je voor een paar honderd euro online.” Voor Hiddink wordt daarmee de kern van het probleem geraakt. “Bedrijven zijn echt wel met beveiliging bezig, zoals het aanmelden van bezoekers en poortjes bij de ingang. Maar pas als, door gebrekkige beveiliging van de hardware, de boel platgaat investeert men.”

Keizer nuanceert dat toch iets. “Paaltjes bij de juwelier worden voorgeschreven door de verzekeraar. Maar het is ook schijnveiligheid. Wie houd je daarmee tegen? Niet de zware crimineel, want die pleegt een plofkraak als hij de spullen echt graag wil hebben.” Hij betoogt dat elke vorm van beveiliging gebaseerd moet zijn op het risicoprofiel.

André Hiddink

Product Manager IT bij Rittal

Toon Cooijmans

Datacenter beheerder, Catharina Ziekenhuis in Eindhoven

Vincent Toms

CISO en beveiligingsexpert met ruim 20 jaar ervaring in informatiebeveiliging

Lex Borger

Security Consultant bij Tesorion

Marc van Rijssen

Business Developer bij X-ICT

Thimo Keizer

Eigenaar van RisicoRegisseurs

Stelling 2: Externe partijen moeten een rol spelen bij het verhogen van de bewustwording.

In verzekeringspolissen gaat het niet of nauwelijks over fysieke IT-beveiliging, weet Hiddink. “Als de fysieke hardware wordt gestolen zijn die kosten gedekt, maar er wordt niet gestuurd op de kwaliteit van de behuizing van de apparatuur, bijvoorbeeld door een lagere premie als die omgeving op orde is.”

Dat voordeel levert de klant te weinig op, is de overtuiging van Keizer. De lagere premie weegt immers niet op tegen de forse investering in een IT-behuizing. X-ICT is het daar als leverancier van dergelijke ruimtes niet mee eens. Zij verzorgen jaarlijks bij de klanten een soort APK. “Dan kijken we ook naar de security, of er een camera in de ruimte is en naar de brandveiligheid. Als externe partij hebben we dan zeker autoriteit.”

 

Stelling 3: Wie moet binnen een bedrijf verantwoordelijk zijn voor fysieke IT-beveiliging?

In de praktijk voelt niemand zich daar verantwoordelijk voor, is de stellige uitspraak van Hiddink. “Alles ín de computerruimte is IT, de ruimte en de toegang ertoe is facilitair, maar het sleutelbeheer kan zomaar bij HR liggen.” Cooijmans speelt het onderwerp door naar Van ­Rijssen (X-ICT): “Wie zijn dan eigenlijk jouw gesprekspartners? De IT-verantwoordelijke, de directeur, de boekhouder, of zelfs de controller?” “In het mkb doet eigenlijk iedereen ­alles, dat maakt het niet overzichtelijker,” luidt het antwoord.

“In een hoop organisaties, vaak ­kleiner dan corporates of enter­prises, hebben veel IT-medewerkers meerdere taken, waardoor het fysieke deel van de IT er vaak ‘een beetje bij gedaan’ wordt,” weet Cooijmans. “Daar zet de systeembeheerder ­servers in een kast op de afdeling en zegt ‘succes ermee’.” Bij grotere organisaties wordt dit opgepakt door een team binnen de IT-organisatie en is sprake van een duidelijke functiescheiding. Deze verschillen laten zien dat grotere organisaties dit serieus nemen en als een volwaardige taak zien.

Het fysieke deel van de IT wordt er vaak ‘een beetje bij gedaan’

“De behuizing staat qua verantwoordelijkheid los van de servers die erin staan.” Dat leidt dan echter weer tot silo’s: “Dan moet je mensen aanmoedigen met elkaar te communiceren.”

Borger (Tesorion) benadrukt daarom dat een analyse van de risico’s de basis van de beveiliging vormt. “Als je dat gedegen doet, kom je vanzelf tot de juiste maatregelen. Dat zijn misschien cybermaatregelen, of fysieke maatregelen. Of een training van personeel.”

En dan nog is dat geen garantie voor een gedegen beveiliging. “Ik vind dat mijn huis goed beveiligd is,” geeft Toms aan. “Maar is dat zo? Ik laat dat nooit checken. Dus waarom dat dan wel van een organisatie verwachten? De driver ontbreekt.”

Stelling 4: Installerend Nederland vult fysieke beveiliging in naar eigen interpretatie en norm.

Datacenters steken energie in het voldoen aan normen. Er zijn uitgeschreven richtlijnen. Hiddink: “Hun verkoopargument is 99,999% continuïteit.” Maar als het gaat om die paar servers die nog on-premise staan, doet men maar wat. Dat verbaast Cooijmans (Catharina Ziekenhuis) niet. “Uptime is de heilige graal voor een datacentrum. Maar het mkb met die paar servers in het pand kijkt daar toch echt anders tegenaan. Je zult bij een transportbedrijf heel wat moeten uitleggen eer ze die mooie behuizing van Rittal kopen en ook nog eens op de beste plek neerzetten.” Keizer (RisicoRegisseurs) stelt dat bedrijven de gevolgen van uitval nog steeds onvoldoende overzien.

Toms (Global Cyber Risk & Security Expert) onderschrijft dit: “Het gaat om bedrijfscontinuïteit. Daar is veel te weinig aandacht voor.” Het punt, volgens Hiddink, is dat installateurs hun eigen gang kunnen gaan ­zonder duidelijke norm. “Dit terwijl het mkb helemaal afhankelijk is van de expertise van die installateur.” Zorg daarom voor een norm die duidelijke minimumeisen stelt.

Er is te weinig aandacht voor bedrijfscontinuïteit

Volgens Toms leidt dat al snel tot ‘rule based’ gedrag. “Eigenlijk moet een norm een kader geven om ná te denken.” In de AVG wordt eigenlijk niets concreets over fysieke IT-beveiliging gezegd. “Als het niet concreet is, wordt er geen geld uitgegeven,” weet Borger van Tesorion. Van Rijssen (X-ICT) brengt de discussie tot een conclusie: “Wet- en regel­geving hebben pas echt impact.”

Toch zou Hiddink (Rittal) willen ­onderzoeken of je een bepaald ­normenkader niet toch kunt introduceren. Keizer (RisicoRegisseurs) heeft in dat verband een advies: “Een certificering of normenkader kun je met een brancheorganisatie realiseren. Zoals veel branches, van elektriciens tot Keurslagers certificeringen of normen hebben.”

Borger wijst daarbij wel op een mogelijke consequentie: “Als je dan naar die norm reageert op een RFP, dan zal de prijs van jouw oplossing stijgen. Het is de vraag of je bij dit thema dan nog steeds de opdracht krijgt. Wellicht prijs je jezelf met een normenkader wel uit de markt.”

Cooijmans (Catharina Ziekenhuis) herkent dit wel: wie alle risico’s op een rij zet vindt vast veel aspecten die beter kunnen. “Dat gaat geld kosten, en zeker bij het mkb is voor dit onderwerp nu eenmaal weinig tot geen budget.”

Bewustwording

Dat nu is volgens Hiddink precies het probleem. Daarom begint elke vorm van verbetering volgens hem met bewustwording. “De eindklant weet het niet, dus moeten wíj de kennis in de markt vergroten. Zo is het uiteindelijk bij cybersecurity ook gegaan.” De bewustwording moet dan in zekere zin beginnen met de partijen die het mkb van apparatuur en services voorzien.

Borger denkt met Hiddink mee: “De meeste partijen verdienen hun geld echter niet aan die beveiliging maar aan de data, de services, de hardware in de IT-behuizing. Dat is een heel andere rol.” Hiddink geeft het niet op. “Dan moet die installateur, of IT-reseller wellicht samen met iemand die verstand heeft van gebouwbeveiliging op pad.”

Toms (Global Cyber Risk & Security Expert) reageert op een eerdere uitspraak: “Als je de bewustwording op een hoger niveau wilt vergroten dan zou dat theoretisch moeten starten op het hoogste niveau: de overheid. Die komt dan met normen. Dat werkt kostenverhogend voor iedereen, maar maakt de BV Nederland wel veiliger.” Nu vult regelgeving als NIS2 dit deels wel in, “maar echte bewustwording moet uit de sector zelf komen.”

Hoe nu verder?

Aan het eind van het gesprek keert André Hiddink namens medeorganisator Rittal terug naar de initiële vraag van de discussie: zijn er mogelijkheden om bedrijfscontinuïteit vorm te geven door aan de fysieke IT-beveiliging meer aandacht te besteden? Hij geeft een opsomming van de thema’s die in dat kader tijdens de bijeenkomst aan bod kwamen. “Moet er een norm, een bewustwordingscampagne of een richtlijn komen, of vinden we NIS2 en AVG genoeg?” In het verlengde daarvan: “stel dat iemand te maken heeft gehad met dataverlies of een ander incident als gevolg van niet toereikende of fout geplaatste racks, of behuizingen, bij wie kan die dan terecht voor advies om een herhaling te voorkomen?” Er is, constateert Hiddink, geen grip op het thema: iedereen geeft een eigen invulling aan de bouw en inrichting van de omgevingen voor de fysieke IT.  “We zien of onderkennen de risico’s niet, tenzij we te maken hebben met een incident.”

“Je moet en zult bij risicoanalyses ook de fysieke beveiliging moeten inbedden,” is de reactie van Toms (Global Cyber Risk & Security expert). Keizer vult aan: “Maar niet voordat je een gedegen dreigingsprofiel hebt opgesteld waarbij een directie zich de vraag moet stellen tegen welke concrete risico’s beveiliging georganiseerd moet worden. Beide elementen zorgen in elk geval voor bewustwording bij het management.”

Je moet bij risicoanalyses ook de fysieke beveiliging inbedden

Borger (Tesorion) is het daarmee eens en brengt het vraagstuk terug tot de kern: “Als je de risico’s goed snapt zijn toereikende maatregelen eenvoudig te verzinnen.” Hij gaat erop door als hij stelt dat je door na te denken over processen in een organisatie eigenlijk automatisch ook op de fysieke risico’s, en het belang van fysieke beveiliging, komt. “Als je simpelweg naar een proces kijkt met de vraag: wat kan hier fout gaan? Hoe is dit proces te manipuleren?” Dan constateer je al snel dat een simpel slot niet afdoende is.

Cooijmans (Catharina Ziekenhuis), spiegelt die uitspraak aan zijn eigen organisatie: “Als je bedenkt wat er bij een zorginstelling aan data op de servers staan, dan is duidelijk dat het daarbij gaat om de meest privacygevoelige gegevens. Die wil je beschermen. De waarde en het belang van die data overstijgen de waarde van de fysieke server.” Hij zegt daarmee indirect: relateer de prijs van de serverkast niet alleen aan de kostprijs van de hardware die erin staat, maar realiseer je dat het belang van een goede fysieke IT-omgeving veel verder gaat. Van Rijssen (X-ICT) onderschrijft dit. “Zoals elke vorm van beveiliging moet je het denken in silo’s overstijgen. Security gaat over alle disciplines heen.”

Eén op de vier IT’ers in loondienst is in de afgelopen twaalf maanden van baan of werkgever gewisseld. Dit blijkt uit onderzoek naar de huidige arbeidsmarkt voor IT’ers door Intelligence Group en HeadFirst Group.

De IT’er is van huis uit vooral een latente baanzoeker, zeggen de onderzoekers. “Men staat wel open voor een andere baan, maar zoekt en solliciteert niet zelf actief. Waar de mobiliteit van IT’ers de afgelopen jaren stabiel was, is dit het afgelopen jaar sterk toegenomen en is de loyaliteit aan de eigen manager en/of werkgever afgenomen.”

Groei IT’ers vooral door zzp’ers

Het huidige aantal van bijna 600.000 IT’ers in Nederland zal tot 2030 doorgroeien naar bijna 900.000 personen en 8,5% uitmaken van de beroepsbevolking. De vraag naar – en de schaarste aan – IT’ers blijft zeer groot. In 2023 komt de opvallend kleine groei in het aanbod van IT’ers vooral door de toename van het aantal zelfstandig professionals. Deze is van 76 duizend naar 84 duizend gegroeid. De groep zelfstandige IT’ers blijft groeien en neemt steeds meer regie op de arbeidsmarkt door te zorgen dat zij uit hun eigen netwerk hun opdrachten krijgen. Op het moment dat hun huidige opdracht afloopt, staat de volgende opdracht uit het netwerk al klaar.

Opvallend is dat er een groeiende groep zzp’ers is binnen de IT-sector die nooit benaderd wordt voor opdrachten. Inmiddels is dit percentage toegenomen tot 27,3% van het geheel. Een toename van maar liefst 550% in 3,5 jaar. “Veelal kiest de zelfstandige IT’er er bewust voor om onbereikbaar te worden voor recruiters, omdat zij zoveel gespamd worden”, aldus Geert-Jan Waasdorp, CEO Intelligence Group. “IT’ers zijn vaak de kanarie in de kolenmijn als het gaat om gedragsveranderingen aan de kandidatenkant van de arbeidsmarkt. Onbereikbaarheid van talent is een breder te verwachten ontwikkeling op de arbeidsmarkt in de komende jaren.”

Focus op externe mobiliteit

In het derde kwartaal van 2023 is 24,6% van de IT’ers in loondienst in de 12 maanden ervoor van baan gewisseld (9,6% binnen de eigen organisatie en 15% naar een nieuwe organisatie). Deze cijfers zijn toegenomen, ondanks dat IT’ers vooral latente baanzoekers zijn. Hun arbeidsmarktactiviteit was het laatste kwartaal 6,7%, wat 70% lager is dan het gemiddelde over de hele Nederlandse beroepsbevolking.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving in onze branche. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Deze week: Frank van der Gaarden, Team Lead MKB bij Fortinet Nederland. Hij las op 24 november dat het mkb hun cyberrisico’s nog steeds flink onderschatten.
“Het onderzoek van ABN AMRO laat opvallende resultaten zien. Niet alleen zijn de aanvallen in het mkb-segment verdubbeld naar 80%, ook maar liefst 69% van de zzp’ers heeft te maken met cybercriminaliteit. Kleine bedrijven zijn dus nu interessanter voor cybercriminelen dan het grootbedrijf, zo blijkt. En dat is helaas niet verbazingwekkend.

Kopiëren van kwaadaardige code

Cyberaanvallen in het mkb komen zo vaak voor omdat deze ondernemingen dezelfde informatie, klantgegevens en digitale infrastructuur bezitten die aanvallers tot voorheen zo interessant vonden bij grote bedrijven. Het kleinbedrijf beschikt bijvoorbeeld vaak over grote hoeveelheden betalingsgegevens van klanten. Als een hacker het systeem weet binnen te dringen, kunnen ze een indrukwekkende payload scoren – ze kunnen ze zelf gebruiken om snel winst te maken of ze verkopen aan andere hackers.

Het maakt een cybercrimineel niet veel uit of hij nu een grote of kleine onderneming aanvalt. Cyberaanvallen op het mkb zijn net zo geavanceerd als die op grotere bedrijven. Hackers kopiëren letterlijk dezelfde kwaadaardige code. Als gevolg hiervan kunnen kleinere bedrijven gemakkelijk worden overspoeld door een reeks geavanceerde aanvallen.

Security subsidie

Het onderzoek laat zien dat mkb’s meer tijd en budget moeten besteden aan hun cyberbeveiliging. Tot vorige maand ondersteunde de overheid kleine ondernemers in de strijd tegen cybercriminelen. Het Digital Trust Center van de overheid had een subsidiepot gevuld, getiteld ‘Mijn Cyberweerbare Zaak’, waarmee het mkb tot de helft van de kosten voor beveiligingsmaat­regelen vergoed kon krijgen. Het was een proef, gekeken wordt of de subsidie wordt doorgezet. Maar niet alleen het budget is belangrijk, bedrijven moeten ook beter begrijpen welke beveiligingsoplossingen geschikt zijn. Voor nu en de toekomst.

Veiliger netwerk

Een goede methode om snel je basis securityniveau op te waarderen is door je netwerk beter te beveiligen. Vooral nu netwerken steeds complexer worden, en gebruikers steeds vaker op afstand moeten kunnen werken is dat een essentieel onderdeel om cybercriminelen buiten de deur te houden. Het inzetten van Next Generation Firewalls help hierbij. De uitdaging bestaat erin om uit het enorme aanbod aan firewallopties de beste firewall te vinden die nú geschikt is en die kan meegroeien met de organisatie en het netwerk. Dus, welke punten zijn belangrijk bij het kiezen van een firewall?

Drie overwegingen

  • Een firewall is een kritisch inspectiepunt voor al het netwerkverkeer. Prestaties worden bepaald door de CPU van het apparaat en de afstemming met het onderliggende besturingssysteem. Een belangrijke overweging is daarom of de CPU de gespecialiseerde functies van de beveiligingsinspectie kan ondersteunen.
  • Naarmate het aantal gebruikers, apparaten en toepassingen toeneemt, worden de bandbreedte-eisen natuurlijk hoger. Kijk dus goed naar de doorvoersnelheid. De firewall moet in staat zijn om snel toepassingen te identificeren, te schalen om het toenemende netwerkverkeer te verwerken en te beveiligen.
  • Een firewall zou een langetermijninvestering moeten zijn. Maar hoewel de meeste bedrijven verwachten dat hun technologie twee tot vier jaar meegaat, koopt meer dan de helft uiteindelijk om de één tot twee jaar extra tools om problemen in hun bestaande oplossing te fixen of om prestatieproblemen te compenseren. De beste vuistregel is om een goede schatting te maken van de bandbreedtevereisten die je over drie jaar nodig denkt te hebben, deze te verdubbelen en dan een firewall te kiezen die in staat is om die hoeveelheid verkeer te beveiligen.

Best-of-breed is complex

Tenslotte: wil je een oplossing van meerdere leveranciers of van slechts één leverancier? Oftewel multi vendor of single vendor?
Een multi vendor-, of een best-of-breed strategie is niet verkeerd. Maar het is wel complexer. De oplossingen zijn gebouwd op basis verschillende standaarden en er zijn open API’s nodig om workarounds te ontwikkelen en te onderhouden, om zo de oplossingen als één systeem te laten werken. En als dit niet goed wordt beheerd, kan de wildgroei aan oplossingen de beveiligingsomgeving minder effectief maken. Helemaal als de systemen de informatie over cyberbedreigingen niet kunnen delen. Cybercriminelen zijn experts in het vinden en uitbuiten van gaten in de beveiliging en zwakke plekken. Dergelijke gaten zijn meestal te wijten aan verkeerde configuraties en een gebrek aan interoperabiliteit en diepgaande integratie tussen beveiligingsproducten.

Single vendor

Oplossingen van één leverancier, single vendor, kunnen de implementatietijd aanzienlijk verkorten, het beheer vereenvoudigen en de operationele efficiëntie verbeteren. Helemaal als ze worden ondersteund door een gemeenschappelijk besturingssysteem. Gecentraliseerd beheer helpt ook bij het elimineren van configuratiefouten en vermindert de kans op menselijke fouten. Maar het belangrijkste voordeel is misschien wel dat een diep geïntegreerd systeem de enige manier is om de automatisering te implementeren die nodig is voor onmiddellijke detectie en herstel van bedreigingen. Een single vendor oplossing is dus vaak, helemaal voor het mkb, het meest geschikt. ”

Schendingen van het informatiebeveiligingsbeleid van een organisatie door medewerkers zijn volgens een recent onderzoek van Kaspersky net zo gevaarlijk als aanvallen van hackers. In de afgelopen twee jaar was 26 procent van de cyberincidenten in bedrijven te wijten aan werknemers die opzettelijk het securityprotocol schonden. Dit cijfer is bijna gelijk aan de 30% van de cyberincidenten die veroorzaakt worden door hacken.

Het is algemeen bekend dat menselijke fouten een van de belangrijkste oorzaken zijn van cyberincidenten in bedrijven. Daarom heeft Kaspersky een wereldwijd onderzoek uitgevoerd naar de meningen van IT-securityprofessionals in (grote) ondernemingen en het mkb over de invloed van mensen op de cybersecurity in een bedrijf. Het onderzoek was bedoeld om informatie te verzamelen over verschillende groepen mensen die van invloed zijn op de cybersecurity, waarbij zowel interne medewerkers als externe actoren in beschouwing werden genomen.

Uit het onderzoek bleek dat, naast echte fouten, schendingen van het informatiebeveiligingsbeleid door werknemers een van de grootste problemen voor bedrijven was. Respondenten beweerden dat er in de afgelopen twee jaar opzettelijke acties werden ondernomen om de cybersecurityregels te overtreden door zowel niet-IT- als IT-medewerkers. Zo gaven ze aan dat dergelijke schendingen van het beleid door IT-securitymedewerkers 12 procent van de cyberincidenten in de afgelopen twee jaar veroorzaakten. Andere IT-professionals en hun niet-IT-collega’s veroorzaakten respectievelijk 11 procent en 8 procent van de cyberincidenten toen zij beveiligingsprotocollen schonden.

Opzettelijk

Als het om het gedrag van individuele medewerkers gaat, is het meest voorkomende probleem dat medewerkers opzettelijk doen wat verboden is en, omgekeerd, voeren ze niet uit wat vereist is. Zo beweren respondenten dat een kwart (25%) van de cyberincidenten in de afgelopen twee jaar plaatsvond als gevolg van het gebruik van zwakke wachtwoorden of het niet tijdig wijzigen ervan. De andere oorzaak van bijna een kwart (24%) van de cyberincidenten was het bezoeken van onbeveiligde websites door medewerkers. Nog eens 21 procent meldt dat ze te maken kregen met cyberincidenten omdat medewerkers de systeemsoftware of -toepassingen niet bijwerkten wanneer dit vereist was.

Het gebruik van ongewenste diensten of apparaten is een andere belangrijke oorzaak van opzettelijke schendingen van het informatiebeveiligingsbeleid. Bijna een kwart (24%) van de bedrijven kreeg te maken met cyberincidenten omdat hun werknemers ongeautoriseerde systemen gebruikten voor het delen van gegevens. In 21 procent van de bedrijven bekeken werknemers opzettelijk gegevens via ongeautoriseerde apparaten, terwijl 20 procent van de werknemers gegevens naar persoonlijke e-mailadressen stuurden. Een andere gerapporteerde actie was de inzet van schaduw-IT op werkapparaten, 11 procent van de respondenten geeft aan dat dit heeft geleid tot hun cyberincidenten.

Alarmerend is dat respondenten toegeven dat, naast het al genoemde onverantwoordelijke gedrag, 20 procent van de acties door werknemers werd gepleegd voor persoonlijk gewin. De opzettelijke schendingen bleken volgens 34 procent van de respondenten een relatief groot probleem in de financiële dienstverlening.