Volgens securityleverancier WatchGuard gaat AI zijn stempel drukken op het cybersecuritylandschap. Manipulatie van grote taalmodellen en vishing (telefonische oplichting) worden eenvoudiger. Het bedrijf voorziet zes opvallende trends.

Datalekken door manipulatie taalmodellen

Criminelen hebben de LLM’s ontdekt en weten hoe ze deze kunnen uitbuiten voor hun kwaadaardige doeleinden. De onderzoekers van het WatchGuard Threat Lab verwachten dat slimme ‘prompt engineering’-trucs gericht op het manipuleren van LLM’s tot datalekken zullen leiden.

Meer vraag naar msp-dienstverlening

Door een groot tekort aan cybersecuritytalent zullen meer kleine tot middelgrote bedrijven in 2024 voor hun security vertrouwen op msp’s en mssp’s. Om aan de groeiende vraag te voldoen en het tekort aan personeel op te vangen, zetten deze dienstverleners sterk in op geïntegreerde beveiligingsplatforms. Deze platforms maken voor automatisering intensief gebruik van kunstmatige AI en ML.

AI-gedreven tools bestsellers op het dark web

AI/ML-gebaseerde tools voor social engineering en phishing automation zijn nu al te koop op het dark web. Cybercriminelen gebruiken ze bijvoorbeeld om spamberichten te versturen, overtuigende teksten op te stellen en informatie en connecties van specifieke doelwitten op te zoeken op het internet en social media. Het is waarschijnlijk dat AI-gedreven tools in 2024 de bestsellers worden op het dark web.

Vishers slaan op grote schaal toe met AI-chatbots

Voor telefonische oplichting is nog altijd een menselijke oplichter nodig om het slachtoffer aan de haak te slaan. Dit beperkt de omvang van vishingoperaties. Daar kan in 2024 weleens verandering in komen. Dankzij de combinatie van overtuigende deepfake-audio en grote taalmodellen die gesprekken kunnen voeren, neemt het aantal vishingoproepen waarschijnlijk sterk toe. Het meest verrassende is dat deze operaties mogelijk geen menselijke dreigingsactor meer nodig hebben.

Diefstal sensordata van moderne VR/MR-headsets

Headsets voor virtual en mixed reality winnen eindelijk aan populariteit. Maar zoals altijd volgen kwaadwillende hackers de opkomst van nieuwe en nuttige technologieën op de voet. De onderzoekers van het WatchGuard Threat Lab voorspellen dat in 2024 een hacker of onderzoeker een manier vindt om sensordata van deze headsets te verzamelen. Hiermee kunnen ze de omgeving nabootsen waarin de gebruiker zich bevindt.

Volgen QR-code leidt tot grote hack

QR-codes zijn al tientallen jaren in gebruik, maar zijn met name de laatste jaren enorm populair geworden. De analisten van het Threat Lab verwachten dat er in 2024 een grote hack zal plaatsvinden die de krantenkoppen zal halen. De oorzaak? Een medewerker die een QR-code volgt naar een kwaadaardige website.

Volgens WatchGuard wordt de rol van de msp alleen maar belangrijker komend jaar. “Ze zijn essentieel om de cybersecurity te versterken. Bovendien helpen ze organisaties te beschermen tegen het steeds veranderende dreigingslandschap,” zegt Corey Nachreiner, chief security officer van WatchGuard Technologies.

De financiële ruimte die ziekenhuizen in de praktijk hebben voor de transitie naar passende zorg op de juiste plek wordt steeds meer beperkt door stijgende kosten van exploitatie, personeel en lifecycle management. Dit blijkt uit de jaarlijkse ICT Benchmark Ziekenhuizen van M&I/Partners.

De afgelopen vijf jaar blijven de ICT-kosten ten opzichte van de omzet gelijk op 5,7%. De financiële ruimte voor innovatie en optimalisatie met ICT wordt steeds meer beperkt door stijgende kosten van exploitatie, personeel en lifecycle management. Stilstand dreigt hierdoor op de noodzakelijke transitie naar passende zorg, zoals geformuleerd in het Integraal Zorgakkoord (IZA). Het IZA kent daarbij ook de nodige digitaliseringsdoelen, zoals onder andere terug te vinden op IZA digitaliseringsroutekaart voor de Medisch Specialistische Zorg.

Stijgende exploitatielasten op met name software, stijgende personeelskosten en regulier lifecycle management nemen bij de meeste ziekenhuizen nagenoeg het hele ICT-budget in beslag. Onder regulier lifecycle management verstaan we de periodieke upgrades naar nieuwe versies en vervanging van bestaande software en infrastructuurcomponenten. De basis van softwaretoepassingen en infrastructuurcomponenten neemt jaarlijks toe; inmiddels kennen ook veel primair-procestoepassingen, zoals bewakingsapparatuur en infuuspompen, een ICT-component door software-onderdelen en netwerk connectiviteit.

Inflatie

Hier komen de onderdelen van het IZA nog bovenop, zoals gegevensuitwisseling, informatiebeveiliging & privacy en generieke voorzieningen. Naast deze uitbreidingen van het applicatie- en infrastructuur-landschap speelt de recente inflatie eveneens een kostenverhogende rol. Ondertussen kennen ziekenhuizen ook uitdagingen op o.a. de stijgende kosten voor energie, rentelasten en zorgpersoneel. Ziekenhuizen proberen de uitdagingen op middelen op te vangen met beperkingen op de omvang van personeel en harde keuzes op de uitvoering van projecten en innovatie. Men kiest dan bijvoorbeeld voor een vooral ‘technische implementatie’ van de EPD upgrade, waardoor kansen voor procesverbetering en -optimalisatie onbenut blijven. Ondertussen kennen veel van de projecten die in het kader van lifecycle management uitgevoerd worden, substantiële kosten.

Beperkte investeringsruimte

De ICT-kosten in ziekenhuizen blijven ten opzichte van de omzet gelijk, maar stijgen in omvang mee met de omzet. De beperkte financiële investeringsruimte door oplopende kosten in combinatie met beperkt gestegen omzet zorgen voor een dempend effect op de ICT-kosten. De omzet van ziekenhuizen is in 2022 met 3,4% toegenomen2. Hoewel de omzet, mede door coronasteun, steeg, is minder geïnvesteerd in procesverbetering en -optimalisatie ten opzichte van 2021. Hierin is het effect terug te zien van hogere kosten door onder andere inflatie, hogere personeelskosten en hogere kapitaalslasten. Gemiddeld is 1,1% van de totale omzet van het ziekenhuis beschikbaar als investeringsbudget voor ICT, op basis van de benchmarkresultaten. Dat is een daling van 8% in vergelijking met boekjaar 2021 (1,2%).
Voor een gemiddeld ziekenhuis met een omzet van 300 miljoen euro is dit een afname van het investeringsbudget met 300.000 euro.

 

API’s zorgen voor de connectie tussen een applicatie en andere programma’s en platforms. Dat maakt ze tot een interessant doelwit voor cybercriminelen. Zeven tips om de beveiliging te verbeteren.

In de snel evoluerende wereld van technologie en softwareontwikkeling zijn Application Programming Interfaces (API’s) onmisbare bouwstenen geworden. Ze maken het mogelijk voor verschillende softwaretoepassingen om met ­elkaar te communiceren. API’s zijn inmiddels alomtegenwoordig. En dat trekt de aandacht van cyber­criminelen. Het gebruik van die interfaces is daarom niet zonder risico’s op het gebied van data­privacy en security. Vooral ook omdat API’s vaak rechtstreeks toegang hebben tot essentiële systemen, zoals databases. Msp’s moeten daarmee rekening houden als ze de omgeving van hun klanten bewaken. Maar ook intern aandacht besteden aan de gevaren van API’s. We geven 7 tips voor een veilige omgang met API’s.

1. Zorg voor bewustwording

Zoals geldt voor elke vorm van security, is het ook bij API-beveiliging allereerst een kwestie van bewustwording. Het punt is dat de IT-afdeling zich over het algemeen weinig zorgen maakt over API’s, het valt vaak buiten hun scope. Anderzijds zijn de developers zich niet altijd van de gevaren van API’s bewust. Noch van hun eigen API’s, noch van de externe API’s waarmee gecommuniceerd wordt.

2. Inventariseer de API’s-stack

Het is zaak de stack aan API’s continu te inventariseren en na te gaan of ze allemaal ook daad­werkelijk gebruikt worden. De volgende stap is alle API’s onder te brengen in een API Management Platform (zie tip 4). Alleen zo zijn de API’s optimaal te managen en te beveiligen.

3. Zorg voor toegangscontrole

Ook hier is er eigenlijk geen verschil met andere vormen van ­(cyber)criminaliteit. Een van de ­eerste uitdagingen bij de beveiliging van API’s is het vaststellen van de identiteit van de gebruikers en het ver­lenen van de juiste toegangs­rechten. Authenticatie en autorisatie zijn essentieel om ervoor te zorgen dat alleen geautoriseerde gebruikers toegang hebben tot de API en de bijbehorende gegevens. Hierbij kan een ‘gebruiker’ overigens ook een algoritme of tool zijn. Juist omdat API’s onzichtbaar zijn, blijft ook de kwaliteit van de authenticatiemethoden vaak ­onderbelicht. Denk aan te een­voudige wachtwoorden. Of aan onvoldoende beveiligde API-sleutels. Dit opent de deur voor aanvallers om zich voor te doen als legitieme gebruikers en toegang te krijgen tot gevoelige gegevens.

4. Organiseer API Management

API-beheer is een belangrijk ­aspect van beveiliging, maar het kan ook een uitdaging zijn. Organisaties moeten een goed inzicht hebben in welke API’s beschikbaar zijn, wie er toegang toe heeft en hoe ze ­worden gebruikt. Het gebrek aan transparantie en controle kan leiden tot beveiligingsproblemen.

Een effectieve API-beheeroplossing omvat functies zoals monitoring van API-verkeer, het beperken van toegang tot specifieke IP-adressen, en het implementeren van quota en beperkingen om overmatig gebruik te voorkomen. Dit kan echter ingewikkeld zijn om in te stellen en te beheren, vooral als een organisatie een groot aantal API’s heeft. Door dit beheer als ms(s)p aan te bieden kan een partner deze complexiteit wegnemen.

5. Zet in op data-integriteit en vertrouwelijkheid

Het waarborgen van de integriteit en vertrouwelijkheid van gegevens die via API’s worden uitgewisseld, is een andere kritieke uitdaging. Gegevens die worden verstuurd en ontvangen via API’s moeten worden beschermd tegen manipulatie en ongeautoriseerde toegang.

Een veelvoorkomend probleem is het gebrek aan versleuteling bij het overdragen van gegevens via API’s. Als gegevens niet versleuteld zijn, kunnen aanvallers gevoelige informatie onderscheppen en mis­bruiken.

6. Voorkom DDoS-aanvallen

Distributed Denial of Service (DDoS)-aanvallen vormen een ernstige bedreiging voor API’s. Deze aanvallen proberen een API overweldigd te krijgen door een grote hoeveelheid verkeer te genereren, waardoor de dienst niet beschikbaar is voor legitieme gebruikers.

Het beschermen tegen DDoS-aanvallen vereist geavanceerde beveiligingsmaatregelen, zoals het gebruik van content delivery networks (CDN’s) en het implementeren van Web Application Firewalls (WAF’s) om verdacht verkeer te blokkeren. Het monitoren van verkeer en het identificeren van ongebruikelijke patronen is van cruciaal belang om snel te reageren op DDoS-aanvallen. Definieer een harde drempel voor het aantal requests per dag per API. Dit kan denial-of-service attacks voorkomen. (Of in elk geval de impact ervan beperken.)

7. Vergeet lifecycle Management niet

API’s hebben een levenscyclus, en het beheren van deze levenscyclus kan een uitdaging zijn. Dit omvat het creëren, updaten, deactiveren en verwijderen van API’s op een gecontroleerde en veilige manier. Het verwaarlozen van oude en niet-gebruikte API’s kan een potentieel beveiligingsrisico vormen. Een solide levenscyclusbeheerproces omvat regelmatige audits en het testen van bestaande API’s, naast het automatiseren van updates en deactivering van inactieve API’s, en het vaststellen van duidelijke procedures voor het verwijderen van API’s die niet langer nodig zijn.

Tot slot

De beveiliging van API’s is geen eenmalige inspanning, maar een taak die voortdurende aandacht en investeringen vereist. Het is voor bedrijven van cruciaal belang om te blijven evolueren en zich aan te passen aan de steeds veranderende bedreigingsomgeving om de veiligheid van API’s te waarborgen. Alleen met de juiste aandacht voor beveiliging kunnen organisaties profiteren van de voordelen van API’s zonder de risico’s te vergroten. Partners kunnen hierop inspelen door zich te specialiseren en API-beheer als managed service aan te bieden.

Steeds meer MKB-bedrijven krijgen dagelijks te maken met malafide websites en pogingen tot phishing via hun systemen of medewerkers. Dat blijkt uit gegevens van KPN.

Op wekelijkse basis verijdelt KPN naar eigen zeggen ruim 7 miljoen pogingen om het Nederlandse bedrijfsleven aan te vallen. Vooral het aantal gevallen van phishing, waarbij geprobeerd wordt om persoonlijke, financiële of inloggegevens te verkrijgen, neemt snel toe. Maar uit de nieuwste MKB Cybersecurity Monitor van KPN blijkt dat het mkb het risico en de kans om slachtoffer te worden van cybercriminaliteit heel erg onderschat. 62% van de mkb-bedrijven gelooft ten onrechte dat ze niet interessant genoeg zijn voor cybercriminaliteit.

In vergelijking met een jaar geleden krijgen bedrijven veel vaker (+34%) te maken met cybercriminaliteit in de vorm van malafide websites, phishing en websites die geïnfecteerd zijn met destructieve of schadelijke software. Met name het aantal pogingen tot phishing is op weekbasis bijna vertienvoudigd in vergelijking met een jaar eerder. Opvallend is de toename van de zogenaamde Newly Registered Domains, websites met kwaadaardige bedoelingen, denk aan nep-webwinkels, die slechts een dag online blijven.

Geen tijd of middelen

Uit het onderzoek blijkt dat driekwart (76%) van de onderzochte mkb-bedrijven al eens te maken heeft gehad met een cyberdreiging of -aanval. Opmerkelijk is dat 43% van de ondernemers toegeeft niet, of matig, voorbereid te zijn op een cyberdreiging of -aanval waardoor hun netwerken, data en systemen meer dan 24 uur niet bereikbaar zijn.

Van de mkb’s die niet goed voorbereid zijn, geeft een op vijf aan dat zij geen tijd (22%) of middelen beschikbaar (22%) hebben om zich goed voor te bereiden. Ze maken daarbij een afweging van de investeringen ten opzichte van de risico’s. Bijna evenveel ondernemers (19%) bereiden zich onvoldoende voor, omdat ze het idee hebben dat een aanval nu eenmaal niet voorkomen kan worden.

MSP’s en MSSP’s (providers die zich exclusief met security bezighouden) moeten continu inspelen op veranderingen in de markt en op mkb-gebied. Met zes specialisten op het gebied van IT-security ging de redactie van ChannelConnect uitgebreid in discussie. “MSP’s moeten zich concentreren op hun specialiteit en samenwerken met collega’s om een compleet aanbod aan te bieden.”

Openingsvraag: waar moet een MSP of MSSP op dit moment van wakker ­liggen?

“De partner moet zijn klanten duidelijk maken, dat ze onderdeel zijn van een grotere supply chain,” trapt Michael van der Vaart, Chief ­Experience Officer bij ESET, af. “Maar de ­partners moeten het bij zichzelf ook goed geregeld hebben.” Met dat laatste doelt Van der Vaart niet alleen op het feit dat ook een MS(S)P aangevallen kan worden, maar tevens dat de software die ze gebruiken om hun eindklanten te managen kwetsbaarheden kan hebben. Kortom: ook de partner is onderdeel van een supply chain.

Bart Jacobs, Commercieel Directeur bij Claranet Benelux, werkt zelf voor een MSP. “Nu lig ik niet zo snel wakker, maar het is inderdaad zaak dat een MSP zich ervan bewust is een draaischijf te zijn tussen leveranciers en eindklanten.” Met die eindklant heeft de MSP natuurlijk een aanbieder-afnemer-relatie. “We moeten die klant wel meenemen op het gebied van security, hij mag er niet vanuit gaan dat wij alles oppakken. Zo zal het bedrijf er zelf ook voor moeten zorgen compliant te zijn.” Waar Jacobs zich wel zorgen over maakt is het vinden van goede mensen. Dat wordt door de meeste aanwezigen herkend.

De partner moet zijn klanten duidelijk maken, dat ze onderdeel zijn van een grotere supply chain

“Security is voor MSP’s van groot belang,” geeft Sander Bakker, Sales Manager bij eSentire aan. Eindgebruikers zijn in dat opzicht afhankelijk van de MSP’s. “Wij leveren onze diensten aan MSP’s, opdat zij die kunnen aanbieden aan hun eindklanten.”

Bakker refereert daarbij aan de verzuchting van Jacobs: MSP’s hebben niet altijd voldoende kennis of personeel in huis om het hele security-landschap 24/7 in te vullen. “Via ons kunnen ze over meer dan tweehonderd analisten beschikken.”

Marcel Reugebrink, Algemeen Directeur van 2Staff, deelt een andere uitdaging voor partijen in de markt. “MSP’s bieden heel veel diensten en de complexiteit in en van IT neemt ongelofelijk toe. Dat betekent dat er een spagaat ontstaat tussen het aantal aanvallen dat ze kunnen waarnemen en analyseren en het aantal mensen dat ze ter beschikking hebben.”

Daarbij wijst Reugebrink erop dat veel datacontacten tussen medewerkers van een bedrijf en de buitenwereld niet via een MSP lopen. “Denk aan sensorinformatie via een door leverancier geplaatste 5G netwerkcommunicatie zonder dat de MSP daarvan af weet.”

Jacobs (Claranet) reageert daar direct op: “Dat is een groot probleem in de maakindustrie. ­Operationele Technologie (OT) raakt steeds ­vaker het IT-netwerk. Daar is niet iedereen zich van bewust.”

Voor Aeiko van der Made, Lead Consultant bij OpenText Cybersecurity, is op dit moment ­Intrusion Detection van het grootste belang. “Hoe zorg je er nou zo snel mogelijk voor dat je optimaal gepositioneerd bent als er een aanvaller in het netwerk zit.” Te vaak wordt een dergelijk incident te laat gedetecteerd. “Als je dat als MSP overkomt heb je echt wel een probleem.”

Operationele Technologie (OT) raakt steeds vaker het IT-netwerk. Daar is niet iedereen zich van bewust

Jeffrey Rijpkema, Vice President of Sales bij Tekle gaat hierop in. “Het is als de schilder die zelf in een huis woont waar de verf afbladdert.”

Rijpkema kent de MSP- en MSSP-sector van ­binnenuit. “Dat wat ze de klanten adviseren ­implementeren ze zelf lang niet altijd. Wat dat betreft kan de invoering van NIS2, waarmee MSP’s nadrukkelijk te maken krijgen, een positief effect hebben.”

Een onderwerp om wakker van te liggen is ­volgens Rijpkema het feit dat organisaties steeds vaker gebruikmaken van automated ­responses. “Dit, omdat mensen niet langer de kennis ­hebben, of er te weinig personeel is om alles te overzien. Dan wordt al snel gebruik ­gemaakt van scripts. Daardoor kun je belang­rijke signalen missen of te laat zien.”

Jeffrey Rijpkema, VP Sales Tekle

Marcel Reugebrink, Algemeen Directeur 2Staff

Bart Jacobs, Commercieel Directeur Claranet Benelux

Aeiko van der Made, Lead Consultant OpenText Cybersecurity

Michael van der Vaart, Chief Experience Officer ESET

Sander Bakker, Sales Manager eSentire

Stelling 1: We hebben AI en ML nodig om de met AI gegenereerde spam te bestrijden.

Volgens Jacobs (Claranet) is dit inderdaad al voor een groot deel werkelijkheid.“Als je kijkt naar security-oplossingen voor e-mail dan vind je weinig producten op de markt die geen machine learning aan boord ­hebben.” Er is echter zeker sprake van ethische uit­dagingen bij de automatisering van een dergelijke oplossing. Van der Vaart (ESET) geeft aan dat zijn onderneming al sinds 1995 gebruik maakt van ML in security-oplossingen. De stelling geeft volgens hem wel een ontwikkeling aan. ­“Namelijk: het bericht dat je gaat ontvangen is lastiger van echt te onderscheiden. Dat betekent dat je in het traject voordat de ontvanger het in de mailbox vindt moet ingrijpen. Je moet het op een andere manier afvangen, en daar kun je zeker ML of AI voor inzetten.”

Bakker (eStentire) wil het breder trekken dan spam alleen. “Cybercriminelen hebben altijd de modernste technieken ingezet bij alles wat ze doen, en dat gebeurt nu nog. De volgende stap zal kwantumcomputing zijn. De vraag is daarom steeds hoe wij onze reactie op die bedreigingen kunnen versterken.”

Het is een wapenwetloop, merkt Van der Made (OpenText) terecht op. “Daar is ook aan onze kant steeds meer computing power voor nodig.”

Dit overigens in combinatie met het trainen van eindgebruikers in het herkennen van dreigingen. Verschillende bedrijven aan tafel bieden dat aan. Jacobs: “Ook daarbij wordt steeds vaker gebruik gemaakt van AI en ML. Daardoor kun je mensen heel gericht trainen in realistische situaties.”

Reugebrink (2Staff) vraag zich af of de hoeveelheid spam daalt. “Richten criminelen zich inmiddels niet vaker heel getarget op hun slachtoffer?” Volgens anderen is dat verschil niet zichtbaar. Het gaat om verschillende niveaus, van gelegenheidscriminelen die spam-as-a-service loslaten op een groot aantal slachtoffers, tot beroepscriminelen en statelijke actoren die heel gericht ­ageren. Van der Vaart (ESET): “Die eerste groep blijft groot en wil met weinig werk snel geld verdienen. En daarbij is eigenlijk ieder communicatiekanaal een manier om gebruikers te bereiken.” Dat laatste herkent Rijpkema: “Zelfs via mijn LinkedIn-account ontvang ik continu spam. Via platformen als Facebook en Teams komt minstens zoveel malware op ons af als via de meer traditionele kanalen.”

Stelling 2: De impact van NIS2 zal groot zijn voor MSP’s, zonder dat ze er beter van worden

De stelling adresseert een nog onduidelijk onderwerp. Het is immers nog niet bekend hoe de NIS2-regelgeving er in Nederland uit gaat zien. Het wachten is nog steeds op een consultatieronde door de overheid, maar die werd inmiddels drie keer uitgesteld. Nederland zal waarschijnlijk de deadline niet halen waardoor volgend jaar mogelijk de algemenere Europese richtlijn (tijdelijk) in ons land gaat gelden. Toch is er al wat te zeggen over de impact van NIS2 op MSP’s.

Jacobs, werkzaam bij Claranet, een MSP, reageert als eerste. “We zijn met name bezig met de ketenaansprakelijkheid die NIS2 met zich meebrengt en waarover ik het aan het begin van deze sessie al had.” MSP’s kunnen zeker een rol spelen bij het informeren en adviseren van de eindklant, en moeten zelf ook hun zaken op orde hebben. Rijpkema (Tekle) vraagt zich in dat verband af, of een MSP dan bij de onboarding anders naar nieuwe klanten zal kijken. “Security is de rode draad in ons verhaal,” antwoordt Jacobs. “Wil een eindklant daar niet in mee dan zullen we daar strikt op zijn.” Hij ziet dat eindklanten er in veel gevallen nog lang niet klaar voor zijn. “En dan heb ik het ook over bijvoorbeeld zorginstellingen.”

Van der Vaart (ESET) stelt de vraag hoe MSP’s dit onderwerp interessant maken voor de eindgebruikers. Het heeft immers meer een bestuurlijk dan een technisch kader. Reugebrink (2Staff) reageert hierop. “Ook heel kleine ondernemingen kunnen straks onder NIS2 vallen. Het is van belang er steeds op te wijzen dat de directie verantwoordelijk en hoofdelijk aansprakelijk is. Volgens NIS2 dient het bestuur risicobeheermaatregelen op het gebied van cyberbeveiliging goed te keuren en toezicht te houden op de implementatie ervan. De richtlijn geeft aan dat het bestuur van essentiële entiteiten persoonlijk aansprakelijk gesteld kunnen worden voor de schending van hun verplichting om de naleving van de richtlijn te waarborgen. Dat kan niet gedelegeerd of uitbesteed worden.”
Bakker reageert op het tweede deel van de stelling. “Een MSP wordt er wel degelijk beter van: het is een mooi onderwerp om bij een klant aan tafel te komen. We kunnen niet de hele keten van de klant overzien, maar we kunnen wel aangeven waaraan ze zelf moeten voldoen.” En daarnaast, vult Rijpkema aan, wordt hun eigen bedrijfsvoering ook op een hoger niveau gebracht door deze regelgeving.

Van der Made (OpenText) ziet zeker ook kansen voor MSP’s. “Ze zouden het als een kans moeten benaderen, zowel intern als extern. Intern als check voor de eigen organisatie, extern als gespreksonderwerp om met hun klanten te kijken welke stappen ze nog kunnen maken als het aankomt op NIS2 en wellicht ook welke oplossing daar nog bij passen.”
Jacobs gaat nog in op de ketenverantwoordelijkheid. “In Eindhoven bestaat nu het Cyberweerbaarheidscentrum Brainport dat er met alle bedrijven die er lid van zijn voor wil zorgen dat de hele keten compliant wordt. Zo kunnen enterprises de mkb-schakels in de keten helpen om niet alleen aan de eisen te voldoen, maar brengt men gezamenlijk ook de security-volwassenheid op een hoger plan.”

Stelling 3: Iedereen verzekert zijn huis tegen brand. De kans op een cyberaanval is veel groter, het bewustzijn echter niet

Jacobs (Claranet) is een voorstander van cyberverzekeringen in een zakelijke omgeving. Van der Made (OpenText) is het daarmee eens. “Als de processen bij de klant technisch en qua strategie op orde zijn, men oefent en test, en het gaat dan nog fout is het goed dat er een verzekering is. Maar uiteindelijk blijft een te allen tijde herstelbare kopie van je bedrijfsdata de beste verzekering; die keert een verzekering namelijk nooit uit.”

Van der Vaart (ESET) heeft twijfels. “Ik geloof in het nut van verzekeringen voor kleine bedrijven, om te overleven bij een incident. Maar het moet niet leiden tot schijnveiligheid. Bij een incident is het altijd maar de vraag wat wel of niet gedekt is. Of tot welk bedrag je dan verzekerd bent.”

Rijpkema (Tekle) herkent dit. “Als je een been breekt tijdens een vakantie wordt wel het ziekenhuis en het transport betaald, maar jouw gederfde inkomsten zijn niet gedekt. Het zal lastig zijn dit duidelijk te krijgen bij een cyberverzekering.”

Die duidelijkheid ontstaat pas als verzekeraars, via bijvoorbeeld een automatische check, daadwerkelijk kunnen kijken of de verzekerde alles op orde heeft en houdt. “Daar kan NIS2 wellicht in de toekomst een rol bij spelen. Dan kunnen verzekeraars wellicht bepaalde standaardproposities uitrollen.”

Bakker (eSentire) schetst een situatie zoals die in Amerika bestaat. “Daar ontstaan samenwerkingen tussen verzekeraars en de securityprovider. De laatste zorgt ervoor dat de beveiliging optimaal is, gaat het dan toch mis dan worden ze doorgeleid naar de verzekeraar.”

Bij Managed Detection en Response (MDR) kan Van der Made zich een dergelijke constructie voorstellen. “Bij Endpoint Detection and Response lijkt het me lastiger, voor zoiets moet je breder naar een omgeving kunnen kijken en de opvolging adequaat inregelen. Dus ook naar wat men doet met de meldingen.” Dat is echter precies wat eSentire doet, stelt Bakker, “we reageren op de bedreigingen die we zien en volgen die meldingen op.”

Stelling 4: Eindklanten moeten nauwkeurig bepalen wat ze wel of niet beveiligen.

De toelichting bij deze stelling is wat apart: in het nieuws was een fabrikant van voedingsmiddelen die beweerde dat zijn recepten niet bijzonder waren. “Die mochten best uitlekken.” De manier waarop de machines in zijn fabriek functioneren was volgens de directeur wel uniek. “Daar mag niemand foto’s van maken.”

Volgens Van der Made (OpenText) is selecteren wat nadrukkelijk beschermd moet worden niet nieuw, het wordt al gedaan in de vorm van classificatie van data.” Volgens Rijpkema (Tekle) is dat niet voldoende. “Je moet echt bepalen wat de kroonjuwelen van een onderneming zijn. En vanuit dat gegeven de risico’s bepalen.”

De aanwezigen zijn het erover eens dat dit bij enterprises wel gedaan wordt. Reugebrink (2Staff): “Ik vermoed echter dat veel mkb-ondernemingen nog niet zover zijn.” Hij gaat verder in op het thema, door te stellen dat bij een onderneming, ook als die kleiner is, business continuity, informatiebeveiliging en de professional die dagelijks met de business bezig is samen tot een beleid moeten komen. “Zij kunnen samen een antwoord vinden op de vragen “Welk business proces gaan we beveiligen en hoe gaan we samen met toeleveranciers de digitale keten rondom het businessproces beveiligen?” Bakker (eSentire) reageert instemmend: “En dan zit dit beleid niet alleen verankerd in de strategie van de directie, maar hebben ook de anderen zich geconformeerd op de lange termijn.”

“Maar ook op de business van volgende week,” vult Van der Vaart (ESET) aan. “Voor veel kleinere bedrijven is de toekomst volgende week. Maar ook zij moeten zich realiseren dat het op de driehoek personeel, proces en techniek fout kan gaan. Dan kun je bijvoorbeeld geen klanten meer inplannen. Of facturen uitsturen.”

“Ik geef een geanonimiseerd voorbeeld uit de praktijk,” vult Jacobs (Claranet) aan. “We werken voor een partij die, simpel gezegd, schepen laat varen. Daarop wil een groot aantal contractors en leveranciers onderhoud verzorgen.” Volgens Jacobs houden de business owners binnen de rederij zich daar niet mee bezig, zij willen simpelweg dat die schepen varen. “Het gaat dus eerst om bewustwording. We hebben het hier over OT, dan gaat het potentieel bij een incident om mensenlevens.” Volgens Jacobs, die met Claranet een project verzorgt bij deze rederij, moet je eerst met de business owner praten en uitleggen dat het monitoren van de IT bij en van de toeleveranciers niet minder belangrijk is dan zwemvesten aan boord.

De focus ligt vaak te veel op de techniek en minder op de mensen en processen waardoor er gaten in de verdediging ontstaan

Bakker (eSentire) stelt dat veel bedrijven zich echt wel realiseren dat het niet de vraag is of ze worden aangevallen, maar dat alleen het moment onbekend is. “Maar men realiseert zich niet dat dit consequenties heeft voor de weerbaarheid. De vraag moet zijn: hoe snel kunnen we herstellen en terugkeren naar de oorspronkelijke situatie?” Het antwoord op die vraag is te vinden in een analyse van de risico’s. “Hoe anticipeer je daarop, hoe kun je aanvallen het best weerstaan en als ze toch plaatsvinden: hoe ontdek je de inbraak, hoe stop je het en hoe herstel je de schade. En tot slot: hoe voorkom je een dergelijk incident in de toekomst?”

Dat patroon geldt overigens ook voor de MSP weet Rijpkema. “Zij verkopen geen onfeilbaarheid, maar ook wat na een aanval komt.”

Reugebrink sluit dit onderdeel af. “Ja, NIS2 zet in op security in de keten, en terecht. Maar dat is heel ingewikkeld, blijkt al uit deze discussie. Daar moet over de grenzen van bedrijven heen over nagedacht worden. “En ook dat geldt ook weer voor de MSP,” weet Rijpkema. Die verkopen en beheren immers zelden de complete stack. “Daar werd al eerder in het gesprek aan gerefereerd,” herinnert Jacobs zich. “Ook de software van externe partijen kan kwetsbaarheden hebben.” De deelnemers zijn het er voor een groot deel wel over eens dat de samenwerking tussen de IT-partijen beter kan op dit gebied. Reugebrink: “En ook in dat opzicht moet ik herhalen dat het ook bij die samenwerking gaat om te bepalen hoe de business continuïteit gegarandeerd kan worden. Dat kan een hoop werk zijn.”

Van der Vaart van ESET brengt de complexiteit in zoverre omlaag, door te stellen dat veel MSP’s uiteindelijk vooral Microsoft-omgevingen uitrollen en beheren. “Hun toegevoegde waarde zit in het verhaal daarachter, namelijk de security en het advies over business continuity.” Waarbij, stelt Van der Made, de MSP en de eindklant moeten weten dat niet alle security van de SaaS-aanbieder komt. “Ook voor bijvoorbeeld back-ups kun je maar in beperkte mate op de bekende services vertrouwen.”

Voor Bakker (eSentire) brengt ook die constatering eigenlijk al een te complexe situatie met zich mee voor veel mkb’ers. “Bij elke organisatie waar is ingebroken was eigenlijk al securitytechnologie in huis. Toch vond het incident plaats, want de verdedigende mechanismen werden omzeilt. De focus ligt vaak te veel op de techniek en minder op de mensen en processen waardoor er gaten in de verdediging ontstaan. We kunnen het wel hebben over techniek, mensen en processen, maar zo denkt het mkb niet. Of al die elementen zitten in het hoofd van de directeur. Het is aan een buitenstaander, de serviceprovider, om in die kennis te voorzien.” Jeffrey Rijpkema beaamt dit. “Kleine bedrijven moeten dit allemaal uitbesteden.”

Stelling 5: Bedrijven zouden veel meer openheid moeten geven wanneer ze aangevallen zijn.

In ChannelConnect verscheen eerder dit jaar een column die opriep tot meer openheid. Daar werd door lezers actief op gereageerd, en voor een deel ook afwijzend: ik ga mijn concurrent niet vertellen dat ik gehackt ben!

Bakker (eSentire) wijst erop dat NIS2 partijen zal verplichten een incident binnen 24 uur te melden, waarbij op dit moment nog niet duidelijk is wat er concreet met die melding zal gebeuren. “Het zal bekend worden, maar eigenlijk zou dat niet het probleem mogen zijn. Het kan immers iedereen overkomen.”

Van der Made geeft daar een reactie op. “Afhankelijk van de data waarmee je werkt als organisatie kan ik me toch voorstellen dat er bedrijven zijn die vanuit belangen, reputatie, commercieel, daar in eerste instantie toch terughoudend in zijn.” Jacobs (Claranet) wijst erop dat wanneer bedrijven gezamenlijk optrekken en ook gezamenlijk bevindingen presenteren, zoals ondernemingen in de Brainport doen, dat de bewustwording stijgt.

Reugebrink pleit ervoor meer informatie in de keten te delen. “Als ik CISO ben van een bedrijf en ik besteed zaken uit naar een MSP, dan zou ik een check moeten kunnen doen. Ik wil als verantwoordelijke voor de security toch weten of die partner het goed geregeld heeft.”

Slotronde: tips aan de lezers van ChannelConnect

Tot slot vragen we de deelnemers een advies te geven aan de lezers van ChannelConnect. Aeiko van der Made (OpenText) trapt af: “Als het aankomt op business continuity, zorg dan ook in de eigen organisatie dat je dat goed ingeregeld hebt. En denk daarbij verder dan alleen techniek, dus ook aan processen en mensen. En test het vervolgens ook regelmatig. Marcel Reugebrink van 2Staff benadrukt dat het juist voor de business continuity van groot belang is, dat in een onderneming de CISO, de business owner en de business continuity manager bij elkaar zitten om het bedrijf goed te beveiligen. “Geef vooral ook de business een stem. Leg hem de maatregelen niet op.”

“Ga er steeds vanuit dat een aanval door cybercriminelen plaats zal vinden, niet dat er slechts een kans op een incident is,” is het advies van Sander Bakker (eSentire). “Denk dus na over hoe je zo snel mogelijk herstelt na die aanval. En denk daarbij niet alleen aan techniek, maar ook aan mensen en processen.”

Ga er steeds vanuit dat een aanval door cybercriminelen plaats zal vinden, niet dat er slechts een kans op een incident is

Michael van der Vaart zou MSP’s in het kanaal willen adviseren zich te concentreren op dat waar ze echt goed in zijn. “En als dat niet security is, zoek dan een partner om mee op te trekken. Wellicht kun je dan in een later stadium alsnog security oppakken – of niet: specialisatie is een groot goed.”

Bart Jacobs (Claranet) onderschrijft het advies van Reugebrink als hij adviseert de business niet te vergeten bij de maatregelen die je voorstelt bij een klant. “En vergeet vooral ook de OT-omgeving niet. IT gaat over vervelende e-mail, OT gaat bij een incident wellicht over mensenlevens.”

Jeffrey Rijpkema sluit dan weer aan op het advies van Van der Vaart: “Richt je op je sterke kanten, specialiseer je, maar probeer wel te kiezen voor een segment dat over een paar jaar nog bestaat. Standaardisatie en automatisering zal bepaalde activiteiten overbodig maken.”

Veel bedrijven maken zich zorgen over de explosieve groei van data. Door de digitalisering en het hybride werken zijn er steeds meer data-intensieve applicaties en apparaten die de prestatielimieten van Wi-Fi-netwerken opzoeken. Dat zegt Lancom naar aanleiding van een eigen onderzoek.

Voor gebruikers moet Wi-Fi in de eerste plaats snel en veilig zijn. De verwerkingssnelheid van data heeft voor 55 procent van de respondenten de hoogste prioriteit. De tweede belangrijkste vereiste is netwerkbeveiliging (53 procent). Op drie zijn stabiliteit en betrouwbaarheid met 48% genoemde criteria.

Met de toenemende digitalisering neemt niet alleen het aantal WLAN-apparaten toe, maar zorgen dataverslindende toepassingen er ook voor dat de datavolumes snel groeien. 49 procent van de respondenten ziet dit als de belangrijkste uitdaging. Bovendien beschouwt 47% de toename van dataverkeer door hybride werkvormen als een uitdaging. Op de derde plaats staat het garanderen van kwaliteit en prestaties: 43 procent stelt dat hoge gebruikersdichtheden en belastingspieken de stabiliteit en prestaties van WLAN’s nadelig beïnvloeden. Interferentie in de signaalkwaliteit en dataoverdracht van externe netwerken en niet-WLAN radiobronnen is een andere uitdaging die door vier van de tien IT-managers wordt genoemd.

Dekking, interoperabiliteit en automatisering

Om de best mogelijke connectiviteit te garanderen, vertrouwt 61 procent van de ondervraagde bedrijven op nauwkeurige WLAN-dekking. Dit is inclusief locatieanalyse en nauwkeurige capaciteitsplanning. 57 procent noemt interoperabiliteit en de gerichte selectie van netwerkcomponenten als doorslaggevende factoren voor een soepele werking van het netwerk. 42 procent gebruikt cloudgebaseerde beheeroplossingen om hun WLAN centraal en met een hoge mate van automatisering te beheren. Zo gaan ze het tekort aan geschoolde werknemers tegen.

Ondanks de grote vraag naar snelle en krachtige Wi-Fi is één statistiek echter verrassend: 51 procent van de respondenten geeft aan dat ze momenteel nog steeds werken met Wi-Fi 5-generatie apparaten (37 procent) of zelfs met oudere standaarden die alleen in de 2,4 GHz band uitzenden (14 procent). Daarentegen is 29 procent al overgestapt op Wi-Fi 6. Nog eens 20 procent gebruikt de nieuwste Wi-Fi-generatie, Wi-Fi 6E.

38 procent van de ondervraagde IT-managers vreest dat het 2,4 gigahertz- en 5 gigahertz-spectrum steeds meer overbelast zal raken. Zij zouden graag zien dat er meer gebruik wordt gemaakt van de 6 gigahertz-band. Wi-Fi 6 Enhanced, kortweg Wi-Fi 6E, houdt hier rekening mee door in alle drie de banden te zenden. Het extra frequentiebereik in de lagere 6 gigahertz-band verdubbelt het spectrum dat eerder beschikbaar was voor Wi-Fi en is exclusief beschikbaar voor apparaten die geschikt zijn voor Wi-Fi 6E. Dit vermindert botsingen en verhoogt de doorvoer- en transmissiesnelheden nog verder. Wi-Fi 6E geeft met name omgevingen met een hoge dichtheid, waarin veel WLAN-clients tegelijkertijd zenden, de nodige ruimte om toekomstbestendig te zijn op het gebied van datavolumes en prestaties.

Avans stelt per 1 januari een lector Cyberweerbare Organisaties aan. Het gaat om dr. Rick van der Kleij, op dit moment nog teamleider en cybersecurity onderzoeker bij de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO).

Het vak wordt onderdeel van het Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht van Avans Hogeschool. Het onderzoekt samen met werkveldpartners hoe (aankomende) professionals weerbaar te maken zijn tegen allerlei vormen van criminaliteit. Directeur Nienke Fabries over de komst van de nieuwe lector: “Rick gaat zich primair richten op de digitale weerbaarheid van organisaties, in informele en formele netwerken, in branches en leveranciersketens. Samen met collega-lectoren en docent-onderzoekers vanuit de opleidingen Informatica, Bedrijfs- en Bestuurskunde, Integrale Veiligheidskunde en sociale en juridische studies gaat Rick werken aan het versterken van de cyberweerbaarheid van organisaties.”

Van der Kleij: “Cyberweerbaarheid is voor alle organisaties cruciaal. Dit helpt hen om robuust te zijn tegen cyberincidenten en eventuele incidenten te ontdekken, schade te beperken en snel te herstellen. Er zijn helaas nog veel ondernemers die hier onvoldoende kennis, kunde, middelen of motivatie voor hebben. Deze ondernemers hebben hulp nodig bij het nemen van de juiste maatregelen om digitale risico’s tot een aanvaardbaar niveau te reduceren. Ik zie het als mijn opdracht om juist hen te helpen. Door praktijkgericht onderzoek uit te voeren vanuit een breed perspectief, waarbij technologie, organisatorische en menselijke factoren van cyberweerbaarheid worden meegenomen, in samenspraak met bedrijven, overheid en onderwijs, kunnen we Nederland meer cyberveilig maken.”

PXS heeft een definitieve overeenkomst gesloten voor de acquisitie van Teletech. Beide bedrijven zijn gespecialiseerd in het ontwikkelen, implementeren en beheren van number management services voor de telecomindustrie. Met deze overname is PXS nu actief in bijna 40 landen op alle continenten.

“We vinden het fantastisch om de mensen van Teletech te verwelkomen in ons team. Ook is het fijn om ons portfolio verder uit te breiden met Teletech’s oplossingen”, zegt Jan Mooijman, CEO van PXS. “We verwelkomen ook alle Teletech-klanten, die toegang krijgen tot het aanbod van PXS-diensten, inclusief nummermanagement en de centrale registratie van abonnee- en devicegegevens. PXS-klanten profiteren op hun beurt van het productportfolio van Teletech, gespecialiseerd in operator netwerk- en systeemintegratie met number portability gateways. Deze dienstverlening wordt geïntegreerd in het PXS-productportfolio.”

Het in Nederland gevestigde PXS ontwikkelt, implementeert en beheert sinds 2001 number management services voor regelgevers en telecomoperators in bijna 40 landen. Deze diensten bestaan uit oplossingen zoals number portability clearinghouses, number portability gateways, number management systems en number & device information registers, waaronder CEIR.

 

Dwight Maanster, Country Manager Nederland voor Dynatrace, las het nieuws over een onderzoek van ZScaler, waaruit blijkt dat het merendeel van de organisaties bezorgd is over de veiligheidsrisico’s van AI-tools.

“Ik kan me voorstellen dat er bij organisaties zorgen heersen over de veiligheid van AI-tools. Het is ook ongelooflijk snel gegaan. Tot de lancering van ChatGPT, op 30 november 2022, was AI voor veel organisaties iets dat misschien ergens in de toekomst een rol zou kunnen gaan spelen voor de business. Nu, slechts 12 maanden later, heeft ChatGPT ‘het werkleven getransformeerd’, zoals te lezen valt in FD. Bij bijna iedere organisatie wordt ChatGPT al gebruikt voor sommige taken, of ze zijn in ieder geval serieus aan het kijken naar de mogelijkheden van AI. Wat kan het voor mijn bedrijf betekenen? Hoe kan het helpen om kosten te besparen, efficiënter te worden, om meer te doen met minder mensen? En dan volgt al snel ook de vraag: kan dat wel veilig?”

Eerste begin

“We mogen niet vergeten dat we – ondanks die spectaculaire groei van het afgelopen jaar – pas aan het begin staan van de AI-revolutie. De komende maanden en jaren gaan we meer te weten komen over hoe we deze technologie het beste kunnen inzetten om ons te ondersteunen en ook hoe we dat veilig kunnen doen. Dat vraagt natuurlijk om meer dan alleen de inzet van een tool zoals ChatGPT. Een gedegen AI-strategie kijkt niet alleen naar dit soort generatieve AI-tools, maar combineert deze met causale AI-systemen die in staat zijn om de relatie tussen oorzaken en gevolgen te bepalen. Dit kan vervolgens gekoppeld worden aan voorspellende AI, dat patronen in historische data analyseert om tot verwachtingen en aanbevelingen te komen. Organisaties die erin slagen om AI op deze manier slim in te zetten voor hun business, kunnen rekenen op succes en groei voor de toekomst.”

Monitoring

“Daarbij zullen ze ook ontdekken hoe ze AI op een veilige manier kunnen inzetten. En dat kan op verschillende manieren. Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat bijna een kwart van de ondervraagde organisaties het gebruik van AI-tools niet monitort. Dan hebben we het dus over een nieuwe vorm van ‘shadow-IT’ en dat wil je natuurlijk voorkomen. Dat kan bijvoorbeeld door binnen je organisatie de juiste observability-oplossingen in te zetten, die alle processen monitoren en inzichten bieden over de hele IT-infrastructuur en toepassingen die daarop gebruikt worden. Door AI strategisch en goed gepland in te zetten, pak je ook meteen de zorgen over de veiligheid aan. Dan neemt het vertrouwen toe en zullen we snel zien dat AI een wezenlijke bijdrage kan leveren aan het verbeteren van de processen en het automatisch voorkomen of verhelpen van problemen. Dat gaat veel verder dan alleen het genereren van teksten of ideeën.”

Slim en veilig inzetten

“Daarnaast zijn er ook veel bedrijven die al jaren op een structurele manier bezig zijn met het ontwikkelen en implementeren van AI-oplossingen. Wij zelf doen dat al sinds 2016. Die bedrijven met een goed AI track record zorgen ervoor dat organisaties het potentieel van AI nu al op een veilige manier kunnen inzetten voor hun business, zonder de risico’s die horen bij pionieren of bij het zelf ontwikkelen van AI-tools. Een ding is zeker: AI is een van de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen jaren, die ons veel goeds gaat brengen, als we het slim en veilig weten in te zetten.”

Beveiligingsleverancier CrowdStrike heeft zijn instap-oplossing Falcon Go op Amazon Business geplaatst voor directe verkoop aan het mkb. Het is het eerste CrowdStrike product op de B2B-store van Amazon en is meteen het grootste verkoopkanaal voor het bedrijf. 

“We willen met Falcon Go moderne AI-aangedreven cybersecurity beschikbaar maken voor iedereen. Ondanks het feit dat het mkb tegenwoordig te maken heeft met dezelfde nieuwe en geavanceerde dreigingen als grote ondernemingen, gebruikt de overgrote meerderheid verouderde AV die is ontworpen om reactief te verdedigen tegen reeds waargenomen malware”, zegt Lisa Campbell, CrowdStrike’s vice president van Small and Medium Business. “We zien de Amazon Store als een strategisch kanaal voor het bereiken van miljoenen mkb-kopers en een middel om moderne cybersecurity tegen hedendaagse bedreigingen beschikbaar te maken voor de massa.”