Afgelopen vrijdag bracht het CBS voor het zesde jaar op rij de Cybersecuritymonitor uit, met de cijfers rondom digitale beveiliging van 2022. Het Digital Trust Center duidt uit naam van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat de gegevens. 

Het CBS onderzocht bedrijven van verschillende groottes en zzp’ers uit 5 bedrijfstakken: de zorgsector, financiële dienstverlening, horeca, ICT-sector en de industriesector. De gepubliceerde gegevens over de genomen ICT-veiligheidsmaatregelen per bedrijfstak tonen een positief beeld. Over het algemeen is op iedere maatregel een positieve trend te ontdekken. Wel is duidelijk dat iedere apart gemeten maatregel vaker door grote dan door kleine bedrijven genomen wordt.

Deze verschillen zijn bij het gebruik van antivirussoftware relatief klein, maar worden bij een ‘ingewikkeldere’ maatregel als het gebruiken van een vpn groter. Minder dan 30% van de bedrijven met 2 tot 10 werknemers maakt gebruik van een vpn tegen 84% van de bedrijven met 250 of meer werknemers in 2021. Voor alle bedrijven is te zien dat inloggen door middel van 2FA steeds vaker wordt gebruikt. Vooral de middelgrote bedrijven maken daar een inhaalslag. In 2016 maakte 29% van de middelgrote bedrijven gebruik van 2FA. Dit is gestegen naar 62% in 2021.

Minder incidenten

Bedrijven die meer met ICT bezig zijn (ICT-sector), of bedrijven die een groot belang hebben bij hun data (Gezondheidszorg) scoren beter in het toepassen van beveiligingsmaatregelen dan sectoren waar cybersecurity minder vanzelfsprekend is, zoals in de horeca. Het CBS onderscheidt twee vormen van ICT-veiligheidsincidenten: incidenten door eigen toedoen (denk aan een storing of een dataonthulling door onopzettelijk toedoen van eigen personeel) en incidenten als gevolg van een aanval van buitenaf. In totaal namen veiligheidsincidenten af, zowel intern als van buitenaf.

Grote bedrijven hebben over de jaren heen consistent meer incidenten dan kleine bedrijven. Dit geldt voor zowel interne als externe incidenten. Hierin speelt mee dat grotere bedrijven vaak een grotere en meer complexe IT-infrastructuur hebben. De kans op incidenten door intern toedoen wordt hierdoor vergroot. Daarnaast hebben grote bedrijven vaker ICT-specialisten in dienst, wat de kans op detectie van cybersecurityincidenten vergroot.

Ransomware-aanvallen

In deze editie van de cybersecurtymonitor vroeg het CBS voor het eerst naar ransomware-aanvallen. Over het jaar 2021 blijkt dat er in totaal 6.300 ransomware-aanvallen bij bedrijven zijn geweest. Hiervan waren 4.000 gevallen bij zzp’ers. Procentueel gezien hebben grote bedrijven wel vaker last van ransomware (4% tegenover 0,3% van de zzp’ers).

Gemiddeld betaalde 11% van de bedrijven met 2 of meer werknemers losgeld. In ongeveer de helft van de gevallen bedraagt het losgeld meer dan 50% van de omzet. Dit getal wordt voornamelijk verklaard door de kleine bedrijven, die een relatief lage omzet hebben. De impact van het betalen van losgeld is voor deze bedrijven groot, vooral als je meeneemt dat het betalen van losgeld niet altijd leidt tot het ontsleutelen van de data van het bedrijf.

De hele Cybersecuritymonitor 2022 is hier te downloaden.

Het is momenteel helemaal in de mode om alle IT naar de cloud te verhuizen. Het ziet er mooi uit en volgens de berekeningen is dit de goedkoopste oplossing. Gaan met die banaan dus! Of niet? Het zit allemaal wat genuanceerder in elkaar, aldus BTSoftware.

De ‘speciale operatie’ van Poetin in Oekraïne heeft laten zien dat dictators weinig op hebben met de waarde van menselijk leven, dieren, infrastructuur, persoonlijk bezit en noem het maar op. Vanzelfsprekend geldt dit vooral wanneer dit niet hun eigen directe omgeving betreft. Grootschalige vernietigingen in Oekraïne onder Russisch commando laten zien dat niets gespaard blijft in de hebzucht naar landverovering. Naar verwachting zal China niet anders omgaan met Taiwan als Rusland met Oekraïne.

Desastreuze impact

Vertalen we deze grootschalige vernielzucht naar mogelijk paniekvoetbal vanuit Rusland, dan kunnen vooral in Nederland grootschalige vernielingen een desastreuze impact hebben. We hebben weliswaar Patriot-raketten om onze ‘haven(s)’ te beschermen, maar dat is slechts een stukje (maar ook niet meer dan dat) van onze fysieke infrastructuur. Veel belangrijker is dat een derde van Nederland onder de waterspiegel ligt. Op wat strategische plaatsen de dijken opblazen en het water heeft vrij spel. Als we kijken naar de effecten daarvan op ‘de cloud’, dan blijkt dat er toch wel veel datacenters zijn gebouwd op erg laaggelegen grond. Water is een ideaal middel om grootschalig de IT in Nederland plat te leggen; het komt overal waar de zwaartekracht het heenleidt.

Water is een ideaal middel om grootschalig de IT in Nederland plat te leggen

Als we dit doortrekken naar de concentratie van ‘servers’ op een aantal fysieke locaties, eenvoudig te bereiken met de Kinzhal/Killjoy hypersonic ballistic missiles, dan wordt duidelijk dat de schade door vernietiging van datacenters vele malen groter en langduriger zal zijn dan wanneer de Rotterdamse haven raketten op bezoek krijgt. Immers, de haven is zeer uitgestrekt en er zijn enorm veel explosieven nodig om ook maar ­enige procentuele schade van betekenis te veroorzaken.

Functionele IT-invulling

Zodra de datacenters vernietigd worden, is niet alleen de internetcommunicatie-­infrastructuur langdurig uitgeschakeld, maar ook de hele functionele IT-invulling van hun gebruikers (lees: de cloudwerkplek). Langdurig. Voor de meerderheid van de bedrijfsgebruikers zal dit ongetwijfeld het bedrijfseinde betekenen, of zal tenminste een groot deel van het personeel per omgaande bedankt worden. Oh, we hebben ook nog overheden die dan volledig platgaan…

Zogeheten uitwijk­locaties en -oplossingen ­bieden weliswaar uitkomst, maar deze is heel ­beperkt. Een uitwijk is namelijk bedoeld voor het opvangen van lokale ­calamiteiten rondom één datacenter. Het wordt een ander verhaal wanneer een dictatoriale gek grootschalig datacenters gaat vernietigen…

Huawei breidt zijn leveringsprogramma voor All-Flash Storage uit met nieuwe hard­ware. Naast de oplossingen OceanStor Dorado 3000 V6 en 5000 V6, omvat het ­portfolio nu de instapproducten OceanStor Dorado 2000 en OceanProtect X3000.

Dit jaar voegen we aan het aanbod nieuwe opslagproducten toe”, aldus Todd Sun, vicepresident van Huawei’s Europe Enterprise Business Group. “We zullen onze kanaalpartners en klanten volledig ondersteunen bij hun digitaliseringsinspanningen en hen de beste oplossingen bieden om hen te helpen kosteneffectiever en efficiënter te worden. In 2022 bestelden al meer dan 100 klanten opslagoplossingen via ons Fast Track-programma. In sommige gevallen konden we de levering zelfs terugbrengen tot slechts drie werkdagen.”

Kleine en middelgrote bedrijven vertrouwen steeds meer op opslagoplossingen op instapniveau om hun eigen digitale transformatie te versnellen. Veel van deze bedrijven hebben echter te maken met een tekort aan IT-personeel en hoge exploitatie- en onderhoudskosten van datacenters. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, heeft Huawei het eerste primaire en back-upopslagportfolio op instapniveau ontwikkeld om deze bedrijven te helpen bij het bouwen van kosten­effectieve gegevensopslagsystemen.

OceanStor Dorado 2000

De OceanStor Dorado 2000 is het ­nieuwe all-flash opslagportfolio voor kleine en middelgrote bedrijven. Het is een systeem ontworpen voor eenvoudige opslag dat in drie eenvoudige stappen kan worden geïmplementeerd. ­Dorado 2000 verbetert de efficiëntie met 20 procent, vermindert het stroomverbruik met 30 procent en bereikt een beschikbaarheid van 99,9999 procent met zijn betrouwbaarheidsmechanisme dat uit vier lagen bestaat.

OceanProtect X3000

Voor een zo eenvoudig mogelijke back-up heeft Huawei de OceanProtect X3000 opslagoplossing ontwikkeld. Het beschikt over een AA-architectuur die voor een failover zorgt, proactief capaciteit en prestaties voorspelt en routinematig onderhoud en service vereenvoudigt. OceanProtect X3000 beschikt over speciale technologieën die een toename van 20 procent in compressieprestaties mogelijk maken. De instapproducten werden onthuld tijdens het Mobile World Congress in Barcelona. Klanten en partners die vóór 31 december 2023 geselecteerde Huawei-opslagproducten bestellen, ontvangen deze binnen twee weken. Sun: “We richten ons op hoogwaardige oplossingen voor onze partners en ondersteunen hen met een snelle en gemakkelijke implementatie.”

Verkrijgbaar in 35 landen

Het Huawei Storage Fast Track-programma is van toepassing op partners en klanten in 35 Europese landen: Albanië, Oostenrijk, België, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongarije, IJsland, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Moldavië, Montenegro, Nederland, Noord-Macedonië, Noorwegen, Polen, Portugal, Roemenië, Servië, Slowakije, Slovenië, Spanje, ­Zweden en Zwitserland.

In 2021 zijn ruim 6000 Nederlandse bedrijven slachtoffer geworden van ransomware. Dat  meldt het Centraal Bureau voor Statistiek in de Cybersecuritymonitor 2022. Ongeveer twee derde van de slachtoffers bestond uit zzp’ers, die in vrijwel alle gevallen niet hebben betaald.

Het CBS concludeert verder dat ongeveer 4 procent van alle bedrijven met meer dan 250 werknemers in 2021 het slachtoffer is geworden van met een ransomware-aanval. 4% van zou de hackers ook hebben betaald. In de categorie bedrijven met 2 tot 10 werknemers wordt relatief het vaakst ransomware-losgeld betaald; 14 procent van de slachtoffers betaalt de hackers.

Bij een ransomware-aanval schakelen 2 van de vijf bedrijven een gespecialiseerd bedrijf in. Opmerkelijk genoeg vraagt volgens het CBS slechts 13 procent om hulp van de politie.

Het CBS benadrukt verder dat cybercriminelen niet altijd de gegevens vrijgeven. In meer dan de helft van de gevallen werden de data na betaling niet of slechts gedeeltelijk vrijgegeven.

In vergelijking met 2020 is het aantal ransomware-aanvallen overigens wel afgenomen.

Dirk Stuip is per 1 augustus gestart als CEO bij Unexus Contact Solutions.

Dirk Stuip werkte eerder onder andere bij Teleperformance en Coníche. De afgelopen jaren bekleedde hij directieposities bij CX Company, totdat deze in 2020 opging in CM.com, waar hij zijn carrière vervolgde als M&A Integrations Lead.

De rol van CEO bij Unexus is volgens het bedrijf ontstaan om de doorlopende groei van de organisatie te borgen en verder vorm te geven. Stuip: “Unexus heeft een zeer mooi product en daardoor veel potentie. Met mijn ervaring denk ik bij te kunnen dragen aan het verder versterken van de organisatie, om zo de groei in goede banen te leiden.”

Unexus levert al 12,5 jaar een communicatieplatform dat telefonie-, webchat-, social media, e-mail- en WhatsApp routeert.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving in onze branche. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Deze week is het de beurt aan Richard Stassen, CEO van IT-detacheerder Neomax|Olgreen. Zijn oog viel op het onderzoek van Linden-IT, waaruit blijkt dat een derde van de Nederlandse organisaties zich weleens zorgen maakt over de impact van AI op hun werkzaamheden. In het artikel staat dat AI desondanks wordt omarmd, onder andere in de IT-sector, omdat medewerkers hiermee meer tijd overhouden voor complexere vraagstukken, wat hun werk leuker en uitdagender maakt. Hoewel Stassen het hiermee eens is, maakt hij de kanttekening dat AI deze impact niet overal heeft.

Minder impact

Hoewel AI in sommige sectoren absoluut grote impact heeft en de weg vrijmaakt voor medewerkers om zich op complexere werkzaamheden te storten, is dat niet in alle sectoren zo. Met name voor de interactieve kant van IT, ofwel gebruikersondersteuning, heeft AI maar tot op een bepaald niveau invloed. Natuurlijk is AI ook hier van betekenis voor het overnemen van repeterende of simpele taken. Maar de complexiteit van gebruikersondersteuning zit niet zozeer in deze taken, maar in het menselijke aspect. Techniek moet op een simpele manier vertaald worden naar de gebruiker om een oplossing voor problemen te bieden. Voor deze kern van gebruikersondersteuning – oftewel menselijke interactie – houdt de toepassing van AI op en maakt de mens (nog) het verschil.

Snijvlak van IT en emoties

AI is vooral van toepassing in de digitale wereld. Gebruikersondersteuning speelt zich echter ook grotendeels af in de analoge wereld. Het gaat vaak om livesituaties zoals een hack op bedrijfslaptops of cloudopslag die je tijdens een presentatie opeens in de steek laat. Dat is een heel ander speelveld dan de digitale wereld. In de wereld van de gebruikersondersteuning gaat het om complexe menselijke vraagstukken, die zich op het snijvlak van IT en emotie afspelen. Dit zijn vaak onvoorspelbare situaties met topprioriteit. Goed kunnen luisteren en gebruikers meenemen zijn hierbij cruciaal. Het staat of valt met vriendelijkheid, empathie, vertrouwen en geruststellen. Oftewel; gevoel, en dat bezit AI niet.

Voorkeur voor een mens

Dat blijkt uit de voorbeelden waarin geprobeerd wordt om AI in te zetten voor gebruikersondersteuning. Met online chatbots als bekendste voorbeeld. Hoe vaak kun je jouw probleem of vraag in z’n geheel afwikkelen met een chatbot? De meeste mensen komen vanzelf uit bij een mens. Én geven daar ook de voorkeur aan, blijkt uit onderzoek. Maar liefst zes op de tien eindbeslissers willen per se door een mens geholpen worden als ze een probleem ervaren met een dienst of product. Zeven op de tien zijn zelfs bereid hier langer op te wachten. Waarom? De helft voelt zich niet serieus genomen door een chatbot. Bovendien zien we in onze mkb-klantenkring nog steeds een grote vraag naar on site IT-support, waarbij mensen de mogelijkheid hebben om live geholpen te worden met IT-problemen. Dat AI op dit vlak nog geen voet aan de grond heeft, is wat mij betreft wel duidelijk.

Heilige graal?

AI heeft op een groot deel van werkend Nederland impact. Dat allerlei sectoren AI daarom omarmen, is logisch en iets om te stimuleren. Maar voor IT-gebruikersondersteuning is het geen heilige graal. Integendeel. De mens is per definitie complex en dat gaat AI niet vereenvoudigen. En laat het nu die mens zijn die een hoofdrol speelt in de interactieve kant van IT. Dat maakt dat AI de interactie met de mens, ofwel de kern van gebruikersondersteuning, nu niet en misschien wel nooit gaat vervangen. Geheel zonder impact is AI overigens ook niet op dit vakgebied. Het maakt dat we als mens meer tijd en aandacht krijgen voor elkaar. En dat lijkt me een welkome ontwikkeling.

De gedigitaliseerde wereld biedt bedrijven voordelen, van verbeterde connectiviteit tot grotere zakelijke flexibiliteit. Tegelijkertijd maakt het hen ook veel kwetsbaarder. De Europese Commissie wil de beveiliging van kritieke infrastructuren veerkrachtiger maken met de nieuwe NIS2-richtlijn. “De NIS2-richtlijn is gebaseerd op geaccepteerde best practices voor cybersecurity”, zegt Bas van Hoek, manager channel Netherlands van Fortinet.

In 2024 treedt versie 2 van de Network and Information Systems (NIS2)-richtlijn van de Europese Unie in werking. Deze ­Europese cybersecuritywet moet organisaties beter beschermen tegen cyberaanvallen. De NIS2-richtlijn geldt voor alle sectoren en organisaties die volgens de wetgever van ­vitaal belang zijn voor de maatschappij.

Bas van Hoek

Krachtiger netwerk- en informatiebeveiliging

“Cyberbedreigingen komen uit alle windstreken van het digitale landschap”, zegt Bas van Hoek. “Daarom hanteert de NIS2-richtlijn een aanpak die rekening houdt met alle mogelijke gevaren. De richtlijn voorziet in maatregelen die niet alleen bescherming bieden tegen cyberaanvallen. Incidenten zoals diefstal, brand, overstromingen, uitval van telecommunicatienetwerken en stroomstoringen hebben ook een grote impact op de netwerk- en informatiesystemen. Daarom vraagt een grondige evaluatie van alle potentiële risico’s om het in kaart brengen van de belangrijkste activa, IT-diensten en potentiële kwetsbaarheden.”

Preventie, detectie en incidentrespons

Een integrale risicobeoordeling leidt volgens Van Hoek tot passende maatregelen voor preventie, detectie en herstel van cyber­risico’s, evenals maatregelen voor incidentrespons. “Dat varieert van basismaatregelen, zoals het op tijd installeren van beveiligingsupdates, tot het beheren van de toegang, het personeel trainen in de best practices voor cybersecurity en het implementeren van uitgebreide en gelaagde beveiligingsmechanismen.”

Het Cybersecurity Framework (CSF) van het National Institute of Standards and Technology (NIST) biedt hiervoor de benodigde handvatten. “Het CSF helpt organisaties bij het beheren en verbeteren van hun IT-beveiliging”, zegt Van Hoek. “Hoewel het CSF voornamelijk is ontworpen voor organisaties in de Verenigde Staten, is het ook relevant voor organisaties over de hele wereld. Deze aanpak helpt organisaties om te voldoen aan de eisen van de NIS2-richtlijn met een reeks best practices die hun beveiliging een boost geven.”

Bedrijfscontinuïteit

Hoe effectief de tegenmaatregelen ook zijn, cyberincidenten zijn onvermijdbaar, weet ook Van Hoek. “Het is daarom belangrijk dat organisaties over een gedetailleerd plan voor incidentrespons beschikken, zodat ze direct op dit soort voorvallen kunnen reageren. Want met elke seconde die verstrijkt nemen de potentiële schade en kosten toe.”

Zoals gezegd is cyberveerkracht volgens NIS2 van cruciaal belang om door te ­kunnen blijven werken na een cyberaanval, maar ook in het geval van andere storingen en onvoorziene gebeurtenissen. Van Hoek: “De combinatie van een high availability (HA)-­architectuur met automatische fail-over en de opslag van back-ups van alle kritieke data op externe locaties is daarvoor een onmisbare basis. Het gebruik van Fortinets SD-WAN-technologie kan daarnaast ­bijdragen aan betrouwbare, veilige en ­efficiënte verbindingen tussen bedrijfs­locaties. Daarmee kunnen organisaties de ­bedrijfscontinuïteit waarborgen.”

Informatie-uitwisseling

De NIS2-richtlijn benadrukt het belang van de uitwisseling van informatie over cyberbedreigingen, beveiligingsincidenten, kwetsbaarheden, tools, training, etc. “Het delen van informatie dient plaats te vinden tussen leverancier en klant, maar ook tussen externe partijen en binnen de toevoerketen en het verkoopkanaal”, zegt Van Hoek. “Dienst­verleners die organisaties bijstaan in het ­naleven van de eisen van de NIS2-richtlijn kunnen overwegen om de aanbevelingen toe te passen uit het Cybersecurity Framework (CSF) 2.0. Daarmee volgen zij erkende ­normen op het gebied van informatiebeveiliging zoals ISO 27001. Wij helpen natuurlijk ook het toepassen van de richtlijnen. Fortinet heeft onder andere een specifiek document beschikbaar gemaakt voor het implementeren van NIS2 met Fortinet voor de OT-omgeving. Zo helpen we organisaties bij het veilig houden van hun industriële automatisering.”

Kom in actie

De NIS2-richtlijn treedt pas in oktober 2024 in werking. Toch is het volgens Van Hoek verstandig voor ICT-dienstverleners om hun klanten nu al voor te bereiden op de na­leving daarvan. “Het is goed om tijdig te voldoen aan de regelgeving, maar het biedt ook kansen voor het vergroten van de cyberveerkracht van organisaties. Mssp’s kunnen proactief de beveiligingsbehoeften van hun klanten in kaart brengen en daar samen met Fortinet een oplossing voor bieden. Organisaties die wachten totdat de nieuwe richtlijn integraal van kracht gaat zijn kwetsbaar voor aanvallen en kunnen op achterstand komen te staan in de strijd tegen cybercriminaliteit. Het is belangrijk om zo snel mogelijk de eerste stap naar naleving van de NIS2-richtlijn te zetten.”

De invloed van NIS2 op het digitale landschap

De Europese Unie streeft ernaar bedrijven beter te beschermen tegen bedreigingen van buitenaf. Dit wil de EU onder meer bereiken met de Network and Information Systems (NIS)-richtlijn uit 2016. In Nederland komt deze NIS-richtlijn tot uiting in de Wet Beveiliging Netwerk- en Informatiesystemen (Wbni). Deze is sinds 9 november 2018 van kracht.

De NIS-richtlijn biedt een kader voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen die van algemeen belang zijn voor de openbare veiligheid. Door de toenemende dreigingen en door de grote mate van afhankelijkheid van de digitalisering dekt de bestaande NIS de lading echter niet meer. De nieuwe NIS2-richtlijn moet daar verandering in brengen door een groot aantal sectoren, waaronder ook overheden, weerbaarder te maken tegen cyberdreigingen. De Europese lidstaten hebben tot 18 oktober 2024 de tijd om de NIS2-richtlijn op te nemen in nationale wetgeving.

Flex IT heeft Leon Brabander aangesteld als nieuwe CCO. Brabander werkte hiervoor onder meer voor Lenovo en HP.

Sinds 1 januari 2023 is Brabander verantwoordelijk voor Flex IT Rent en de afdeling ITAD van Flex IT Distributie, beide onderdeel van Flex IT, waar hij een bijdrage heeft geleverd aan het uitbreiden van het klantenportfolio en het implementeren van innovatieve bedrijfsprocessen.

Als CCO is Leon Brabander verantwoordelijk voor het leiden van de commerciële strategie van het bedrijf, het ontwikkelen van nieuwe zakelijke kansen en het versterken van de positie van Flex IT Distribution in de IT-distributie-industrie. Daarnaast blijft hij toezicht houden op ITAD en Flex IT Rent.

Claranet Benelux organiseert op dinsdag 31 oktober zijn jaarlijkse Cyber Security Event, met dit jaar als centrale thema  “NIS2 – nog één jaar te gaan!”

Het event valt in het kader van de Cyber Security-maand, gedurende oktober, Claranet wil daarbij organisaties die onder de nieuwe NIS2-richtlijn gaan vallen handvatten om hun organisatie voor te bereiden en een duidelijk beeld te krijgen wat er moet gebeuren.

Geen zware juridische kost, benadrukt het bedrijf, maar ‘een concrete behapbare lijst’ met de belangrijkste acties waarmee organisaties direct aan de slag moet kunnen. Het doel is een duidelijke roadmap te kunnen schetsen voor de eigen organisatie.

Zelden werd zo vaak en intensief door een breed publiek gesproken over de opmars van AI als de afgelopen maanden. Ook partners krijgen vragen over de voordelen die AI kan bieden. “Partners profiteren van ons netwerk aan dataspecialisten voor het aanbieden van de juiste oplossing,” zegt Udo Wuertz, Chief Data Officer bij Fujitsu.

Welke ontwikkelingen ziet u op het gebied van AI in de markt?

Udo Wuertz, Chief Data Officer Fujitsu

“Ik denk dat we eerst moeten definiëren waar we het eigenlijk over hebben. Kunstmatige intelligentie is kunstmatig, maar niet intelligent. AI is echter zeer goed in het herkennen van patronen in onbekende gegevens of het herkennen van onbekende patronen in gegevens om daar conclusies uit te trekken. We gebruiken dit bijvoorbeeld in Australië, waar we vroege stadia van hersen­aneurysma kunnen detecteren. We hebben bij het Sankt Carlos Hospital in Madrid patiëntendossiers anoniem verwerkt in een intelligent systeem. Dat betekent dat als een patiënt een mentale stoornis heeft, het intelligente systeem in staat is om te zeggen: hier is mogelijk ook sprake van drugs- of alcoholmisbruik. Of er zijn suïcidale gedachten. In 85% van de gevallen heeft de AI gelijk.”

Wat kan AI betekenen voor data­centers?

“Voorheen werd de netwerkbeheerder nog gevraagd om een probleem op te lossen als er iets mis was in het netwerk. In de nieuwe wereld die wij mogelijk maken vraag je direct aan het netwerk wat er aan de hand is. Je geeft als beheerder aan dat een gebruiker problemen heeft met, bijvoorbeeld Microsoft Teams, en het netwerk laat weten waar het probleem is ontstaan en wat eraan te doen is. Een ander voorbeeld is het vervangen van een switch. De intelligentie binnen het netwerk zal de juiste configuratie doorvoeren. Maar het gaat nog verder. Als er bijvoorbeeld in de komende dagen een storing te verwachten is, omdat de infrastructuur zonder dat het al merkbaar is anders performt, dan kan het systeem dat melden voordat er echt een incident is.”

Zo kun je zelf nog het moment van onderhoud plannen.

“Zeker, en dit adresseert natuurlijk ook het tekort aan vakmensen dat we hebben in Europa, met name op het gebied van IT.”

Dit is allemaal al beschikbaar voor de markt?

“Ja, we hebben het operationeel in de vorm van onze infrastructuurmanager. Die oplossing heeft de mogelijkheid om de ingebouwde AI-systemen te trainen op de situatie in het specifieke data­center, zodat het systeem perfect op jou is afgestemd. Je geeft als IT-staf die gevoelige gegevens niet uit handen om de AI elders te trainen, maar houdt ze binnen het eigen netwerk.”

Het klinkt heel logisch, maar toch zal de adoptie van AI door ondernemingen en hun partners best een drempel zijn.

“Dat klopt. Er zijn eigenlijk twee uitdagingen. De eerste is de algemene vraag: kan AI iets voor mij of mijn klant betekenen? En de andere vraag is: als ik dan ervaar dat AI een interessant hulpmiddel kan zijn, welke technologie heb ik dan nodig? In het eerste geval kun je profiteren van een ontwerpoplossing die we speciaal hiervoor ontwikkelden, en die we Human Centric Design noemen. Daarbij nemen we samen met de klant en diens partner deel aan een proces waarin we gezamenlijk ontdekken of en hoe bedrijfsprocessen te verbeteren zijn met behulp van AI.  In het tweede geval, als je eenmaal voor hebt gekozen AI in te zetten, dan kan de infrastructuur voor AI erg duur zijn. Om hierop in te spelen heeft Fujitsu een zogenoemde AI Test Drive gecreëerd. Hier kun je als klant of partner gratis met ons uitproberen wat eigenlijk de juiste infrastructuur is. Dan heb je de zekerheid dat je alleen het geld uitgeeft dat echt nodig is om de oplossing te laten werken. Daarbij kun je, net als bij andere elementen van ons uSCALE-programma er ook voor kiezen de oplossing op een pay-per-use-basis af te nemen. Dan heb je een volledig schaalbare oplossing, zonder een grote initiële investering.”

Hoe ondersteunen Fujitsu partners daarbij?

“De partner heeft klanten die naar hem toe komen en zeggen: “Ik heb een probleem, ik heb daar waarschijnlijk een AI-oplossing voor nodig.” Denk bijvoorbeeld aan een fabrikant van machines die de uitvaltijd van die toestellen wil optimaliseren met behulp van AI. In dat geval moet de AI-oplossing tijdig kunnen detecteren wanneer er een storing dreigt.  Onze partners hebben vaak te maken met het probleem dat ze niet genoeg specialisten hebben om zo’n klantvraag te beoordelen. Dan ondersteunen we deze partners. Ze kunnen gebruik maken van de kennis van meer dan 650 datawetenschappers in ons netwerk die we snel kunnen inzetten voor dergelijke projecten. We hebben meer dan 150 kant-en-klare oplossingen die we partners kunnen aanbieden of via partners aan klanten kunnen leveren. Dat betekent dat we de partner helpen om als interessant, aantrekkelijk en competent te worden gezien door hun klanten bij het creëren van dergelijke oplossingen.”