Het partnerecosysteem kent veel partijen. We belichten regelmatig de activiteiten van een IT-dienstverlener. Dit keer is Humanoids, een IT-opleider met vestigingen in Rotterdam en Amsterdam.

Het gebrek aan IT-talent haalt bijna dagelijks het nieuws. Steeds vaker wordt gesuggereerd ICT’ers uit het buitenland te halen om hier de nood te verlichten. Maarten Hoogvliet merkte echter na zijn studie aan de UvA in de praktijk dat het gebrek aan talent en interesse het probleem niet is. “De opleidingen, zelfs die aan de Technische Universiteiten, sluiten helemaal niet aan op de praktijk in de techsector.”

Hij startte daarom in 2017 IT-opleider Humanoids en bereikte daarmee twee dingen: het opzetten van een dienstverlener die designers en developers laat samenwerken op het snijvlak van design en technologie, met mooie opdrachten bij grote ondernemingen. Maar vooral: het opleiden van jonge academici. Die hebben weliswaar lang niet altijd een achtergrond in de IT maar draaien na een korte crashcourse op hoog niveau mee.

Blindstaren op werkervaring

Voordat we dat schetsen, gaan we terug naar het begin. Het LinkedIn-profiel van Hoogvliet leest tot de oprichting van IT-opleider Humanoids als het curriculum van een (grotendeels freelance werkende) UI/UX-designer met hele grote merken als klant. Waarom dan toch kiezen voor het oprichten van een onderneming? “Ik zag te vaak dingen in die bedrijven waar ik het niet mee eens was. Ik wilde zelf een strategie ontwikkelen, mandaat hebben en een team bouwen van de hoogste kwaliteit. Dan moet je voor jezelf beginnen.” Het belangrijkste aspect waar Hoogvliet zich aan stoorde was het gat tussen de behoefte aan IT-talenten bij de ondernemingen en de manier waar­op naar personeel werd gezocht. “In deze branche heerst nog heel erg het idee dat je jaren ervaring moet hebben om als IT’er de mooie klussen te kunnen doen. Iedereen wil met seniors werken en staart zich blind op jaren werkerva­ring. Ik wilde hun ongelijk bewijzen.”

In deze branche heerst nog heel erg het idee dat je jaren ervaring moet hebben om als IT’er de mooie klussen te kunnen doen

Daarbij hebben die organisaties in zoverre gelijk, dat studenten die wél een opleiding in de IT volgden doorgaans niet direct inzetbaar zijn – en dat geldt zelfs voor studenten die aan de TU Delft digitale vakken afrondden, geeft Robbin Habermehl, die in 2018 compagnon werd van Hoogvliet, aan. “Als IT-opleider dichten wij het gat tussen de universiteit en de markt.”

Hij merkt daarbij op dat de rol van developers veranderde. “Vroeger waren ze minder betrokken bij de zakelijke kant van het ontwikkelproces. Ze vormden geen onderdeel van een multidisciplinair team zoals nu, kregen specifieke opdrachten en er werd niet van ze gevraagd om mee te denken. Dit terwijl je nu echt een integraal onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling, men van je verwacht dat je betrokkenheid toont en meedenkt.”

IT-opleider met crashcourse als fundament

Zo werd het opleiden van jonge academici (Hoogvliet: “het is de slimste 5% van de Nederlandse bevolking, met een enorme potentie. Doodzonde daar niets mee te doen.”) het fundament van Humanoids. En dat opleiden gaat snel, legt Habermehl uit. “We beginnen met een crashcourse van zes weken. In die periode is een nieuwe lichting van 9 uur ’s ochtends tot half zes ’s avonds bezig met development of UX-design, waarna een traineeship van twaalf maanden volgt.” De nieuwe medewerkers gaan daarbij meteen als consultant aan de slag. “Het is dus niet eerst een paar jaar rustig meelopen en erin groeien, maar in feite meteen het diepe in. Ze voegen direct waarde toe aan de onderneming en die van de klant.”

Ervaring delen

Hoogvliet vergelijkt het met het behalen van een rijbewijs; “Een ervaren chauffeur ben je nog niet, maar al wel zover dat je op niveau mee kunt doen in het verkeer.” De hechte onderlinge band tussen de Humanoids, zorgt ervoor dat advies en ervaring continu met elkaar gedeeld worden. “We rouleren binnen de teams tussen leraar zijn en student. Zo ontstaat een vertrouwensband, men helpt elkaar. Dat werkt heel goed. De mensen die hier beginnen worden ontzettend snel een specialist van topkwaliteit.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een korte reactie op. Deze week: Ton-Pieter Lenderink van Nutanix.

Ton-Pieter Lenderink, Channel Sales Manager bij Nutanix, selecteerde het artikel waarin ChannelConnect schrijft over het mogelijk maken van dataopslag in Europa door Microsoft.

In januari 2023 start Microsoft met het EU Data Boundary-plan. Met dit project – dat onder druk van de EU tot stand is gekomen – stelt Microsoft zakelijke klanten in staat om data op te slaan en te verwerken in de Europese Unie. Met dit initiatief kunnen klanten van Microsoft niet alleen voldoen aan steeds strenger wordende compliance-wetgeving, maar zorgen zij er ook voor dat zij niet langer afhankelijk zijn van buiten-Europese grootmachten en corporaties.

Bredere trend

Deze ontwikkeling past in een bredere trend waarin men zich steeds bewuster wordt waar hun data zich bevinden en wie hier toegang tot heeft. Daarnaast nemen we als Europese Unie met deze wetgeving een stukje van onze onafhankelijkheid terug. Voorheen waren we afhankelijk van de het beleid en de wet- en regelgeving van het (buiten-Europese) bedrijf zelf en/of het land waarin deze opereert – in dit geval de US. Zij bepalen hoe er met onze data om wordt gegaan en wie hier toegang tot heeft. Die regie nemen we naar aanleiding van Microsoft’s EU Data Boundary-plan terug.

Neem de regie over de eigen data terug

Hoewel de omslag van Microsoft goed nieuws is, ben je nog steeds afhankelijk van een partij als je alle data in Azure opslaat. Steeds meer bedrijven beginnen zich te realiseren dat ze dat niet langer willen. Ondanks dat partijen als Microsoft, maar ook AWS en Google, goede en bewezen diensten leveren waar bedrijven veel profijt uit kunnen halen, leidt de afhankelijkheid van één partij ertoe dat een organisatie bijvoorbeeld minder flexibel kan zijn als gevolg van het beleid of (onbedoelde) fouten of storingen van die partij. Dit geldt vaak ook voor de wet- en regelgeving van het land waarin het bedrijf opereert. Ook daar willen we als Europa dus niet langer afhankelijk van zijn.

Dat we door het EU Data Boundary-plan de regie over data die gecreëerd en bewaard worden in Europa terugnemen, betekent echter niet dat bedrijven niet langer hoeven na te denken over waar hun data staat. Ook nu data zich binnenkort binnen de Europese grenzen bevinden, en daarmee beter voldoen aan privacy- en compliance-wetgeving, is het belangrijk om ook na te denken over in welke IT-omgeving jouw data en assets zich bevinden en of zij daar het beste tot hun recht komen. Is de public cloud daar bijvoorbeeld de beste omgeving voor of kan er beter gepresteerd worden in een hybride IT-omgeving? En hoe blijf je – indien de praktijk dat vereist – de komende jaren flexibel en wendbaar zodat je tijdig kunt bijsturen?

Waar komen jouw assets het best tot hun recht?

Waar men bijvoorbeeld voorheen dacht dat de public cloud enkel voordelen zou bieden, blijkt het de hoge verwachtingen inmiddels niet altijd waar te kunnen maken. Veel bedrijven beseffen zich dat de public cloud als totaaloplossing duurder en tijdsintensiever is dan verwacht en dat het niet voor iedere asset het prestatieniveau of de flexibiliteit biedt dat een andere omgeving wel kan bieden.

Neem dus niet enkel genoegen met het feit dat jouw data binnenkort veilig in Europa kunnen staan, maar heroverweeg ook van welke partij(en) je afhankelijk wil zijn om jouw data en assets veilig op te slaan en te efficiënt te draaien.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een korte reactie op. Deze week: Pieter Slavenburg van F5.

Pieter Slavenburg, director sales Benelux van F5, selecteerde het artikel waarin ChannelConnect schrijft over het belang van securitypartners bij het mkb.

“Er is een schrijnend tekort aan gekwalificeerd personeel in cybersecurity,” stelt Slavenburg. “Ondernemers willen zich laten ontzorgen door middel van dienstverlening. En waarschijnlijk is het tegenwoordig eerder een kwestie van moeten dan willen. Door je te richten op kerntaken, en andere zaken uit te besteden aan professionals, kan men zich richten op het succes van de onderneming.”

Partners van grote waarde voor mkb

Security is inmiddels geen randzaak meer, en moet onderdeel zijn van de bedrijfsvoering. Grotere ondernemingen kunnen zich vaak nog wel gekwalificeerd personeel veroorloven, en voor hen is het vinden en behouden van talent iets eenvoudiger, geeft Slavenburg aan. “Dit is bij kleinere en middelgrote organisaties echter minder vaak het geval, terwijl ze relatief gezien tegen dezelfde (cyber)risico’s aanlopen. Daarom zijn partners met kennis, kunde en de juiste oplossingen van onmisbare waarde.”

Ontzorgen steeds belangrijker

Daarnaast ontwikkelt het cyber-landschap zich sneller dan de meeste organisaties bij kunnen houden. De grootschalige adoptie van cloud maakt het nog complexer. De datacenters en cloud-omgevingen bieden vergelijkbare functionaliteit, maar werken net anders, zeker als het gaat om de beveiliging ervan. Een incorrecte configuratie en beveiligingslekken lijken soms hand-in-hand te gaan. Slavenburg: “Ook hier geldt dus dat ontzorgen steeds belangrijker wordt. SaaS-oplossingen worden ook in dit security-opzicht steeds belangrijker.”

Bij de presentatie in Stockholm van nieuwe producten van fabrikant Contour Design, bekend van de ‘slidermouse’, had ChannelConnect een exclusief interview met CEO Kenneth Nielsen. “We bouwen coole producten die je ook nog eens beschermen tegen blessures.”

Ons bedrijf startte in 1995, eigenlijk al met­een met de overtuiging dat de muis, die toen nog in de kinderschoenen stond, weliswaar nuttig was als pointing device, maar dat het ergonomisch totaal verkeerd was uitgewerkt”, vertelt Kenneth Nielsen. “Dit klinkt wellicht wat arrogant als je dat nu voor het eerst zou roepen, maar vergeet niet dat de muis toen nog niet zo’n standaard device was als nu. In de kern kwam het erop neer, dat het eigenlijk niet de bedoeling kon zijn dat je urenlang buiten je directe gezichtsveld, dus je visuele en fysieke centrum zou werken met een arm. We zijn gebouwd om te werken met onze handen direct voor ons. Daarom is aan de positie van het toetsenbord sinds de eerste typemachines nooit meer iets veranderd.”

Coole producten

De onderneming begon zoals dat zo vaak gaat: iemand heeft een visie en wil die realiseren. En die visie, een muis gecentreerd vóór het lichaam van de gebruiker, is niet veranderd. zegt Nielsen. “Het is natuurlijk wel verfijnd. Beeldschermen zijn groter en gedetailleerder geworden en applicaties hebben dat ook nodig. De muis, ook de onze, is meegegroeid. Tot vrij recent heeft de oprichter echt de leiding over de onderneming gehad. Dat leidde tot innovatieve producten, maar business development en marketing kregen wat minder aandacht.”

Een eerste stap die we zetten is het inrichten van een reseller­programma dat overal ter wereld gelijk is

Lange tijd verkocht Contour Design zijn producten aan klanten die al pijn ervaren bij het gebruik van de standaard muis, zoals bij veel medische en paramedische technologie. “Op advies van iemand die gespecialiseerd is in ergonomie, bijvoorbeeld. Dat is natuurlijk heel goed, want de gebruiker zal zijn lichaam niet meer fout belasten. Wat wij echter belangrijk vinden, is dat je in plaats van te wachten op lichamelijke klanten, die juist voorkomt. We moeten daarom af van de praktijk dat onze producten alleen geassocieerd worden met pijn en handicap. We willen coole product ontwikkelen, waar mensen trots op zijn. En dat is wat we nu laten zien.”

Voorsprong in Scandinavië

Overigens ziet Nielsen wel dat de markt ervoor open staat. “Vooral in de Scandinavische landen, waar je veel strengere wetgeving hebt die zo ­ergonomisch mogelijk werken afdwingt. Zo moet je in die landen de werknemers wettelijk bijvoorbeeld een automatisch in hoogte te verstellen bureau aanbieden. Dit was ook een van de redenen voor ons om het hoofdkantoor te verhuizen van de VS naar Kopenhagen. Naast het feit dat Scandinavisch design goed bekend staat.”

We willen naar de situatie dat IT-­integrators ons product meenemen en duidelijk maken dat je met onze devices problemen voorkomt

En dat raakt aan een andere uitdaging die ­Contour Design heeft: uitleggen wat de producten  doen, hoe ze werken en wat ze kunnen betekenen voor de professional die dagelijks op kantoor zit. “Het is heel simpel in gebruik; iemand die ermee aan de slag gaat ervaart geen problemen, maar het is een stap mensen er echt kennis mee te laten maken. Zo gewend zijn ze aan de standaardmuis. Veel verkoop gaat daarom via mond-tot-mondreclame of men ziet een collega of kennis ermee werken.”

Belangrijke rol partners

Partners hebben daarom een speciale rol. “Ze zijn echt essentieel voor ons om de markt te bewerken. In de praktijk worden onze devices ook in een bundel met andere artikelen verkocht. Tot voor kort ging dat vooral via resellers die vanuit de ergonomie de markt benaderen. Die zijn zeer servicegericht en bieden mooie oplossingen aan. Alleen worden ze doorgaans pas gebeld bij een probleem.

Partners hebben een speciale rol. Ze zijn echt essentieel voor ons om de markt te bewerken

We hebben echter ook meer spontane vraag nodig naar de producten. We willen naar de situatie dat IT-integrators ons product meenemen en duidelijk maken dat je met onze devices problemen voorkomt. En uitval van medewerkers. En dat het daarnaast een cool product is. Een eerste stap die we zetten is het inrichten van een resellerprogramma dat overal ter wereld gelijk is. Daarnaast zoeken we naar resellers met wie we echt goed matchen – en zij met ons.”

HR professionals als target

“We ondersteunen de verkoop van onze producten uiteraard met marketing”, zegt Nielsen. “En dan vooral digitaal. Zodat medewerkers erom gaan vragen. In een krappe arbeidsmarkt zien we dat goed ingerichte werkplekken – ook bij hybride werken – belangrijke arbeidsvoorwaarden zijn. Enerzijds voor de (potentiële) medewerker, maar ook voor de werkgever. Je wilt niet dat schaarse en goed betaalde specialisten, bijvoorbeeld juristen, uitvallen door lichamelijke klachten die voorkomen (hadden) kunnen worden. Dat betekent ook dat partners de weg in organisaties moeten kennen. Een product als het onze komt niet in een tender terecht als je alleen contact hebt met de IT-functionaris. Je zult ook Human Resources en een financiële professional moeten spreken. En niet voor niets. Medewerkers zijn dagelijks een steeds grotere hoeveelheid van hun tijd achter een scherm gaan doorbrengen. Het London Pain Institute meldde dat uit onderzoek blijkt dat bij iedereen die meer dan acht uur per dag met een computer werkt,  de kans op blessures stijgt met 60%. Vergeet daarbij niet dat mensen ook privé nog achter de computer zitten en dus vaak over dat aantal uren heen gaan. Met onze producten kun je een groot aantal van de daarmee gepaard gaande problemen voorkomen.”

Twee nieuwe muizen

Tijdens het evenement in Stockholm, dat ook door een groot aantal partners van Contour Design bezocht werd, lanceerde de fabrikant twee nieuwe muisoplossingen, namelijk de RollerMouse Pro en SliderMouse Pro (foto). De eerste bouwt voort op het al bestaande muis-concept, maar bij de SliderMouse kunnen kantoormedewerkers gebruik maken van de slider.

Contour Design blijft ook bij deze twee devices trouw aan hun filosofie: de RollerMouse en SliderMouse stellen de gebruiker centraal. “Alle functies zijn gecentraliseerd,” legt CEO Kenneth Nielsen uit. “Hierdoor rusten de armen van de gebruiker recht voor het lichaam. Strekken en draaien worden zo tot een minimum beperkt.”

De fabrikant streeft naar de bouw van duurzame apparaten. Nielsen: “Alle harde kunststof in de nieuwe producten is gemaakt van 100% gerecycled materiaal.”

In september deed de Autoriteit Consument en Markt voorstellen om het klanten van cloud-­services eenvoudiger te maken diensten van meerdere platforms te combineren. Ook moeten bedrijven eenvoudiger van cloudleverancier ­kunnen wisselen. Het advies is een nieuw hoofdstuk in een al ­decennialang lopende ergernis: systemen die niet compatibel zijn. Eerst speelde het probleem ­tussen hardware van verschillende fabrikanten, na de brede adoptie van Microsofts producten werd dat lange tijd versmald tot het niet kunnen delen van applicaties tussen Apple devices en pc’s. Ook nu nog staat hardware die iOS ondersteunt tegenover Android.

Device lock-in

Het probleem is echter veel ouder: begin jaren zestig was niet alleen sprake van een vendor lock-in, maar zelfs van een device lock-in. Programma’s konden maar op één apparaat gebruikt worden. Je moest het herschrijven als je van dezelfde ­fabrikant gelijke hardware kocht.

Voor Frederic Brooks waren IT’ers bouwers van gereedschap voor anderen

Frederick Brooks, die afgelopen maand overleed, bracht daar verandering in. Hij kwam met het baanbrekende idee van uniforme computer­architecturen. De computerwetenschapper speelde begin jaren zestig een sleutelrol in de ontwikkeling van mainframes bij IBM. Daar nam hij de ontwikkeling van de System/360-familie en het bijbehorende besturingssysteem OS/360 over. In 1964 introduceerde IBM, dankzij Brooks, een lijn van zes compatibele machines met Model 360 als besturingssysteem. Software die voor deze ­systemen was geschreven, kon voor het eerst worden gebruikt op alle appraten in deze serie ­computers.

Vertraging softwareproject

Het systeem was bij lancering bepaald niet zonder fouten – ook dat fenomeen heeft een lange historie. De directie van IBM deed een dringend beroep op de programmeur vol te houden en de klus af te maken. Dat was een fors project: tussen 1963 en 1966 investeerde het bedrijf er ongeveer 5.000 mensjaren in.

Het leidde vervolgens niet alleen tot decennia­lange dominantie van IBM in de mainframewereld, maar ook tot een ander inzicht van Brooks dat tot op de dag actueel is: als een softwareproject vertraging oploopt, los je dat niet op door meer mensen op het project te zetten. Daarmee wordt de vertraging namelijk alleen maar groter, was de ervaring van de Amerikaan. Hij gaf de voorkeur juist aan ‘kleine chirurgische teams’. Zonder daarmee overigens het werk van een programmeur te willen vergelijken met de soms levensreddende ingrepen van chirurgen, Voor Brooks waren IT’ers de bouwers van het gereedschap dat anderen ­konden gebruiken.

Brooks werd 91 jaar.

Voor middelgrote ondernemingen die met veel vertrouwelijke data werken is de keuze voor de meest geschikte opslagomgeving soms lastig. All-flash storage kan een geschikte oplossing zijn.

Omwille van de privacy van (klant)data zouden mkb-bedrijven bepaalde data aan de ene kant in huis willen houden. Maar aan de andere kant wel over een hoge beschikbaarheid en snelle verwerkingscapaciteit willen beschikken. En natuurlijk moet efficiënt beheer (door de MSP) mogelijk zijn.

Advies door MSP

Het vinden van een on-premise opslagoplossing die aan al deze vereisten voldoet, kan al snel een lastige taak worden. Er zijn verschillende redenen waarom het nu, meer dan in het verleden verstandig is als een MPS de klant adviseert voor een all-flash array te kiezen.

Het is bekend dat de hoeveelheid data die we gezamenlijk genereren niet alleen enorm is, maar ook nog steeds explosief stijgt. Dat ‘gezamenlijk’ moeten we daadwerkelijk breed zien: van individu tot multinational nemen het datagebruik en de datageneratie sterk toe. Mensen en computers genereerden in 2020 maar liefst 64,2 zettabytes aan data. Dat is het equivalent van 70.588.646.503.219 gigabyte. Dat was twee jaar geleden. Prognoses voor 2025 voorspellen drie keer zoveel gegevens, namelijk 181 zettabytes aan gegenereerde data wereldwijd, stelt Statista.de.

Relatief kleine ondernemingen verwerken soms heel veel data.

Waar enterprises kunnen terugvallen op hun IT-afdeling en consumenten vaak aan publieke cloud-omgevingen genoeg hebben, daar is de keuze voor mkb’ers niet zo voor de hand liggend. Zeker in het geval van, bijvoorbeeld, advocatenkantoren of gezondheidscentra in een stadswijk is het zo dat relatief weinig personeelsleden veel data verwerken. Gegevens die niet alleen vertrouwelijk moeten worden behandeld, maar waarvoor vaak ook een bewaarplicht geldt.

All-flash voor permanente opslag

Een goede back-up voorziening buiten de deur voorziet waarschijnlijk al in de gewenste redundancy. De MSP zal daar een goede service voor leveren. Maar welke systemen zijn het meest geschikt voor het dagelijks gebruik in de middelgrote onderneming? Een oplossing die vaak vergeten wordt is een on-premise all-flash array. Een all-flash array (AFA), ook wel een solid-state opslagschijfsysteem of een solid-state array genoemd, is een  opslagomgeving die alleen flash-media gebruikt voor permanente opslag. Flash-geheugen wordt gebruikt in plaats van de traditionele draaiende mechanische harde schijven.

Voordelen all-flash storage

All-flash heeft verschillende voordelen. Ten eerste, en vaak heel belangrijk voor kleinere kantoororganisaties: een all-flash server neemt weinig ruimte in, maar heeft een hoge capaciteit. Waar bijvoorbeeld in een servereenheid ‘traditioneel’ slechts 12 Hard Drive Discs (HDD) plaatsvonden, biedt een all-flash array al ruimte voor 24 SSD’s.
Daarnaast kent SSD heel lage responstijden, ook als meerdere mensen op hetzelfde moment veel data opvragen. Denk aan een kleine medische praktijk waar veel met foto’s wordt gewerkt.

Efficiënt beheer door MSP

Het monitoren en beheren kan makkelijker dan bij fysieke harde schijven remote worden verzorgd door IT-dienstverleners. Die daarbij doorgaans ook minder tijd voor nodig heeft. Herstarten en “eerste hulp” verlenen zijn op afstand geen probleem.

Het prijsverschil tussen HDD en Flash is kleiner geworden

Hoewel de prijzen van flash-systemen al langere tijd dalen, zijn de oplossingen vaak nog wel duurder in aanschaf dan traditionele systemen. Daar staat tegenover dat flash beduidend minder energie per hoeveelheid data gebruikt. En dat het minder onderhoudsgevoelig is dan HDD. De gebruikskosten zijn daarom minder hoog dan veel klanten (en MSP’s) verwachten.

Betalen naar gebruik ook voor mkb

Daarnaast bieden steeds meer fabrikanten hardware-as-a-service aan. Dat kan ook gunstig zijn voor mkb-ondernemingen. Ze geven zo invulling aan de Capex-Opex verschuiving die we bij software al veel langer zien. Als je dan werkelijk gaat betalen naar gebruik, zouden de kosten van all-flash wel eens lager kunnen zijn dan die van traditionele HDD-omgevingen.

Molenaar & Plasman Solutions (MnP Solutions), in 2002 gestart als dienstverlener op het gebied van informatiebeveiliging en privacy, voegde een divisie toe aan het bedrijf. De Privacy Hub ontzorgt klanten bij het voldoen aan de AVG richtlijnen.

Sinds juli dit jaar is Charlotte Marselis in dienst als Privacy Specialist en jurist bij MnP Solutions, nadat ze er al sinds begin dit jaar als stagiaire werkte. “In de loop van die maanden is de Privacy Hub ontstaan, waar ik nu met twee collega’s onderdeel van uitmaak.” Marselis legt uit dat de nieuwe bedrijfsactiviteit, die moet uitgroeien tot een volwaardige divisie, goed loopt. “We ­krijgen heel veel aanvragen op het gebied van privacy. De vragen die we vanuit de markt krijgen worden ook steeds meer divers en complex.”

AVG richtlijnen na 2018 vaak ondergesneeuwd

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat ondernemers het nog steeds lastig vinden om te voldoen aan de regels die de AVG stelt. Dat herkent Marselis in haar ­dagelijks werk. “De AVG werd in 2016 ingevoerd, waarbij bedrijven tot 2018 de tijd hadden de regelgeving om te zetten in de praktijk.” Het valt haar op dat organisaties er in die twee jaar veel aandacht aan hebben besteed, maar dat het vervolgens is blijven liggen. “Ze beschouwen het als iets dat klaar is, maar dat is niet de reële situatie. Privacy-beleid is dynamisch en beweegt mee met de activiteiten van een onderneming. Je moet het continu toetsen, aanpassen en borgen. Dat blijkt vaak een uitdaging te zijn en leidt dan tot vragen die bij ons terecht komen.”

Updaten

Wat Marselis en de overige mede­werkers van de Privacy Hub bijvoorbeeld tegenkomen is het feit dat ondernemingen de privacy-­statements op hun website niet updaten als er activiteiten binnen de organisatie veranderen. “Als een bedrijf in 2018 alleen naam, e-mailadres en het telefoonnummer van klanten gebruikte bij verwerkingen, dan kan het best zo zijn dat ze dat inmiddels ook met IP-adressen doen, bijvoorbeeld in de vorm van cookies. Het privacy-statement passen ze dan echter vaak niet aan, terwijl die noodzaak wel bestaat.” Ook de gang naar de cloud is een veelvoorkomend fenomeen: data staan ineens op servers van derden en daarover moet je wat opnemen in je statement. Ook verwerkings­registers en verwerkersovereenkomsten worden vaak niet geactualiseerd, weet de Privacy Specialist. “Je ziet dat bedrijven het in 2018 opstelden omdat het verplicht werd gesteld en het vervolgens hebben laten liggen.”

Charlotte Marselis

Ontzorgen bij AVG richtlijnen

De Privacy Hub van MnP Solutions kan ondernemers nu ontzorgen bij het blijvend voldoen aan de regels die de AVG stelt. “Bij nieuwe klanten doen mijn collega’s of ik eerst een intake, en scannen wat het bedrijf al heeft ingericht op AVG-gebied, wat ze nodig hebben en hoe de activiteiten als het gaat om het verwerken van persoonsgegevens zich zullen ontwikkelen.” Met die informatie stellen de medewerkers van de Privacy Hub dan een plan van aanpak op. Bedrijven willen kunnen aantonen dat ze voldoen en daarvoor is de juiste documentatie nodig.

“Aan de ene kant registreren we wat er gedaan moet worden en doen daar verslag van,” legt Marselis uit. “Er aan de andere kant zijn er ook ondernemingen die willen dat we de aanpassingen doorvoeren, naast klanten die het helemaal aan ons uitbesteden. In dat geval leveren we als Privacy Hub het complete AVG-management met onze Privacy Officer as a Service.”

Recht op informatie

Bedrijven denken nog wel eens dat ze niet groot genoeg zijn om te moeten voldoen aan de AVG richtlijnen. “Dat klopt echter niet. Elke onderneming moet er wat mee doen, met op zijn minst een privacy-statement. Elke klant of partner heeft het recht geïnformeerd te worden door een bedrijf.” In de praktijk gebeurt het ook daad­werkelijk dat klanten vragen wat er met hun privacygevoelige data gebeurt, vertelt Marselis. “Bij de corona-snelteststraten tijdens de pandemie speelde het bijvoorbeeld. Veel mensen wilden weten waarom daar gevraagd werd naar het Burgerservicenummer (BSN). Dit was gerechtvaardigd, om testresultaten te kunnen koppelen aan afnemers.”

Binnen bedrijven merkt Marselis dat het onderwerp niet echt leeft, ondanks de noodzaak eraan te voldoen. Wat vindt ze er zelf zo interessant aan? “Het is eigenlijk heel divers,” luidt het antwoord. “Ik heb twee studies gedaan, aan de ene kant fiscaal recht, dus dat is vrij duidelijk: dit is de wet. Maar ik deed ook privacy-recht en daarbij heb je nog te maken met een wat grijzer gebied. Dat is leuk, het is nog volop in ontwikkeling.”

Veel afdelingen betrokken bij AVG

Daarnaast vindt de Privacy Specialist het boeiend dat veel verschillende afdelingen binnen bedrijven met AVG-regelgeving te maken ­hebben, bijvoorbeeld HR, IT, finance en marketing. “Je spreekt veel ­mensen met verschillende functies. Dat is ook wel het uitdagende van de omgang met AVG richtlijnen.” Met name bij de HR-professionals is de kennis van AVG-regelgeving doorgaans groot, die werken immers veel met personeelsdossiers.

Hoewel niet iedereen volle aandacht heeft voor AVG, is de boodschap van Marselis helder: “Adopteer als dienstverlener privacywetgeving in je dagelijks leven. Je zou er steeds aan moeten denken met wie je ­welke gegevens deelt. Je klant heeft er recht op dit te weten.”

“Adopteer als dienstverlener privacywetgeving in je dagelijks leven”

Ook eens kennismaken met de Privacy Hub van MnP Solutions, of direct een vraag inschieten? Mail naar privacy@mnpsolutions.nl

Meer dan 1.000 professionals op maandag 20 en dinsdag 21 februari 2023 naar de RAI Amsterdam voor de zesde editie van Kickstart Europe. Hier wordt gesproken en nagedacht over toekomstbestendige oplossingen voor uitdagingen zoals de inflatiecijfers, stijgende energiekosten, het groeiende personeelstekort en de duurzaamheidstransitie.

Op 20 februari (welkomstavond) en 21 februari (conferentie) biedt Kickstart Europe 2023 een programma voor 1000+ professionals uit de datacenter-, fiber- en cloudindustrie. Tijdens dit jaarlijkse strategie- en netwerkevenement in de RAI bespreken experts uit de industrie de laatste ontwikkelingen op het gebied van innovatie, strategie en investeringen in de digitale infrastructuur.

Maak kennis met de eerste sprekers

Op 21 februari begint de conferentie met een ochtendprogramma met daarin discussies en keynotes over de datacentermarkt en investeringen in de digitale infrastructuur. Zo gaan diverse EMEA-vertegenwoordigers van belangrijke partijen, zoals Eric Boonstra (VP & GM, Iron Mountain), Dick Theunissen (Managing Director EMEA, EdgeConneX) en Eugene Bergen Henegouwen (President EMEA, Equinix) met elkaar in gesprek over de kansen en uitdagingen binnen de datacentermarkt, gebaseerd op de groei- en trendanalyse van CBRE Research Director Kevin Restivo.

KickStart 2022

In het ochtendprogramma wordt ook gesproken over de investeringen in digitale infra. In dit panel, onder leiding van de NIBC Bank, zullen C-level sprekers zoals o.a. Alex Goldblum (CEO, Eurofiber) en Anke Schlichting (CTO NIBC Bank) ingaan op de investeringsmogelijkheden binnen deze markt.

Paul Iske, hoogleraar Open Innovatie & Business Venturing aan Universiteit Maastricht en oprichter van het Instituut voor Briljante Mislukkingen, verzorgt als dagvoorzitter het ochtendprogramma.

In de middag zijn er netwerkmogelijkheden (met behulp van een eenvoudige speeddate-tool) en panelsessies over duurzame ontwikkelingen, investeringsstrategieën en inzichten in de Europese markt.

Voor het complete overzicht van alle sprekers, bezoek dan de website: https://www.kickstartconf.eu/speakers.html

Noodzaak innovatieve strategieën 

Stijn Grove, initiatiefnemer van Kickstart Europe, kijkt uit naar de zesde editie van het evenement. “Vorig jaar kreeg onze industrie het zwaar te verduren. Met de stijgende energiekosten en inflatiecijfers in het achterhoofd is de drang naar duurzame en innovatieve oplossingen om deze kosten te verlagen, torenhoog. Daarom rijst de vraag welke strategieën en bijbehorende oplossingen geschikt zijn voor de groei van onze industrie. We kijken ernaar uit om beide tijdens Kickstart Europe te bespreken.”

ChannelConnect was bij KickStart 2022, lees de impressie van het evenement hier terug.

Internetcriminelen bedreigen continu Nederlandse ondernemers. Ze maken daarbij vaak gebruik van kwetsbaarheden in, bijvoorbeeld, software. Het Digital Trust Center, in 2021 opgericht door het Ministerie van Economische Zaken, helpt ondernemers bij hun digitale veiligheid. Dit doen ze onder meer door hen te wijzen op zwakke plekken in de beveiliging.

Sinds de oprichting in de zomer van vorig jaar, verstuurde het Digital Trust Center (DTC) al meer dan 5.200 zogenoemde notificaties aan Nederlandse bedrijven. Een notificatie is een waarschuwing voor een ernstige kwetsbaarheid in één van de IT-systemen van het gewaarschuwde bedrijf.
Dit kan een systeem zijn dat benaderbaar is via het internet. Of een malware-besmetting. De waarschuwing kan echter ook gaan over gestolen inloggegevens. Of over het gebruik van verouderde applicaties of servers.

Remote Desktop Protocol

Afgelopen jaar verstuurde het DTC veel waarschuwingen die betrekking hebben op het Remote Desktop Protocol (RDP). Bij veel ondernemingen blijkt dit protocol benaderbaar via het internet. Omdat dit indringers aantrekt, helpt het DTC deze bedrijven door ze telefonisch of per e-mail te waarschuwen. In ongeveer 76% van de notificaties was het advies aan de ondernemers om direct actie te ondernemen.

Ook ransomware heeft de volle aandacht van het Digital Trust Center. De tijd is voorbij dat alleen grote ondernemingen door deze vorm van criminaliteit worden getroffen. Het Digital Trust Center waarschuwde in het voorbije anderhalf jaar honderden potentiële slachtoffers van dit soort aanvallen. De cyberonderzoekers stuiten dan bijvoorbeeld op gestolen inloggegevens die op het internet verhandeld worden. Ook worden lijsten van gebruikers van kwetsbare verouderde software bij het DTC aangeleverd. Via bekende beveiligingslekken in verouderde software kunnen cybercriminelen binnendringen en ransomware installeren.

Als het risico groot is, zoekt het DTC contactinformatie van het betreffende bedrijf op om rechtstreeks te kunnen waarschuwen. Het is van belang dat MS(S)P’s een dergelijke waarschuwing snel verwerken om de klant, en wellicht ook vele andere klanten binnen het portfolio, te waarschuwen.

Communicatie met de MSP

Precies bij de communicatie tussen ondernemer en MSP in geval van een waarschuwing gaat het soms mis. “Het gebeurt dan de notificatie niet bij de juiste persoon terecht komt,” geeft Kim van der Veen, projectleider bij DTC, aan op de website van de organisatie. “Daarom pleiten wij voor het gebruik van het security.txt-bestand. Daarin geef je als bedrijf aan wie op de hoogte gesteld moet worden van onze notificaties.”

Mkb-ondernemer ontzorgen

Zoals een belastingconsulent of accountant in veel gevallen het contact tussen een ondernemer en de Belastingdienst onderhoudt en zijn klant daarbij ontzorgt, zo zou een MSP, als partner van een mkb-ondernemer, zich steeds op de hoogte moeten stellen van de waarschuwingen die het Digital Trust Center verstuurt. En zoals ondernemers bij de Belastingdienst aangeeft wie de belastingconsultent is, zo kan door middel van het Security.txt-bestand de naam van de betroffen MSP  doorgegeven worden.

Dit staat natuurlijk nog los van het feit dat ook ICT-dienstverleners zelf slachtoffer kunnen worden. Het is dan ook verstandig als ook zij zich aanmelden bij de DTC Community.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een korte reactie op. Deze week: Maarten Vervoorn van YaWorks. 

Maarten Vervoorn, CTO bij YaWorks, selecteerde het artikel waarin ChannelConnect schrijft het zogenoemde Schaduw-SaaS. En over de inzet van DNS-monitoring om dit inzichtelijk te maken.

Schaduw-saas zit inderdaad in veel IT-omgevingen, maar is hardnekkiger dan je denkt, en DNS-monitoring is slechts een deel van de oplossing. Hierbij zijn drie zaken van belang.

  • Ten eerste moet je goed weten wat je in huis hebt. Wat is je digitale backbone, welke systemen draaien er, welke apps worden gebruikt? Met zicht krijg je inzicht, pas dan is duidelijk in hoeverre er sprake is van schaduw-saas.
  • Daarnaast is het belangrijk dat de gebruikers worden voorzien van de functionaliteit die ze nodig hebben en met een goede gebruikerservaring. Dit verlaagt immers de kans op (groei van) schaduw-saas.
  • Tot slot moet je IT-infrastructuur en de daaraan gekoppelde security-oplossing kunnen meebewegen met de ontwikkelingen.

Data, applicaties en gebruikers uit kantoorpand

Internetsecurity om onbetrouwbare sites en applicaties te blokkeren wordt bijvoorbeeld traditioneel op de centrale internet toegangspoort van de organisatie geregeld. Dit komt doordat “vroeger” alles in onze eigen datacenters draaide en de gebruikers allemaal op kantoor zaten. Maar die werkelijkheid is inmiddels natuurlijk veranderd. De data, de applicaties en de gebruikers hebben het kantoorpand verlaten, we werken veel meer vanuit huis en andere plekken dan kantoor, en dat ook nog eens verspreid over de wereld.

Internetsecurity bij de gebruiker

Het is dus essentieel dat je ervoor zorgt dat je internetsecurity toepast waar de gebruiker zich ook bevindt. Het maakt niet of je thuis, in het internetcafé of op kantoor zit: de gegevens op je laptop moeten altijd beveiligd zijn en je zou alleen toegang moeten hebben tot applicaties die je nodig hebt. Daarnaast moet je ervoor zorgen dat op de toegestane saas-applicatie centraal security wordt toegepast, ongeacht in welke cloud zich deze bevindt.

Volledig voorkomen van schaduw-saas is lastig, maar met een sterke digitale backbone en de juiste security-maatregelen, kun je de gevolgen ervan wel goed opvangen.