We slaan meer data op dan ooit. Foto’s, video’s, logbestanden, sensordata, AI-modellen, klantprofielen, rapportages, back-ups van back-ups. Opslag is goedkoop geworden, zo lijkt het, en vrijwel onbeperkt beschikbaar. De vraag of we iets bewaren is in veel organisaties al lang geen vraag meer. De echte vraag is wanneer we zijn vergeten waarom we het eigenlijk doen.

Het lijkt onschuldig, want data wordt vaak gezien als grondstof voor innovatie, efficiëntie en inzicht. Maar datagroei begint steeds meer te wringen. Niet alleen financieel, maar ook organisatorisch, juridisch en maatschappelijk. Nederland digitaliseert razendsnel, maar de bijbehorende datahonger groeit nog harder.
Tot een jaar of tien geleden was opslag schaars. Schijven waren duur, capaciteit was beperkt en elke extra gigabyte moest worden afgewogen. Die tijd ligt ver achter ons. Cloudopslag is per definitie schaalbaar en lijkt oneindig. ‘Vol’ bestaat niet meer, alleen maandelijkste kosten.

Dat betekent nogal wat voor de dagelijkse praktijk. In plaats van selecteren en opruimen is het devies vaak geworden: alles bewaren, voor het geval dat. Niet omdat iemand exact weet waarvoor die data nodig is, maar omdat weggooien ingewikkeld voelt. Juridisch risicovol, organisatorisch spannend en praktisch onhandig.

Het leidt tot vreemde situaties. Organisaties die tientallen petabytes opslaan zonder enig idee van de inhoud. Afdelingen die hun eigen databergen aanleggen buiten het zicht van IT. Back-ups die jarenlang blijven bestaan zonder actief gebruik.

Data als bijproduct

De groei van data is geen op zichzelf staand fenomeen. Elke stap in digitalisering produceert nieuwe informatie. Online werken, slimme apparaten, cameratoezicht, sensoren, apps en AI-systemen: elk proces laat een datakruimelspoor achter. Vaak zonder dat expliciet wordt besloten wat we daar later mee willen.
Daarmee verschuift data van doel naar bijproduct. We verzamelen het niet, het ontstaat gewoon. Wie een videovergadering start, genereert metadata. Wie een webshop runt, bouwt automatisch klantprofielen. Wie machines monitort, slaat elke seconde meetwaarden op. En dat meestal zonder expliciet bewaarbeleid.

De paradox is dat veel organisaties tegelijk klagen over een gebrek aan inzicht, terwijl ze verdrinken in informatie. Meer data leidt niet vanzelf tot betere beslissingen. Vaak juist het tegenovergestelde. Hoe groter de berg, hoe lastiger het wordt om gerichte vragen te stellen.

De kosten die niemand echt ziet

Opslag lijkt goedkoop. Een paar euro per terabyte per maand is geen drempel die bestuurlijke discussies oproept. Maar die lage instap misleidt. Want data kost niet alleen ruimte, maar ook beheer, beveiliging, back-up, compliance, energie en netwerkcapaciteit. Die kosten worden zelden in zichtbaar in een overzicht van de kosten van opslag. Ze zitten verspreid over budgetten, leveranciers en contracten.

Daar komt nog bij dat data zelden verdwijnt. Wat eenmaal is opgeslagen, blijft vaak bestaan. Systemen worden vervangen, maar archieven migreren mee. Projecten stoppen, maar datasets leven door. Dit voelt voor veel organisaties ongemakkelijk. Want opruimen betekent keuzes maken. Wat mag weg, wat moet blijven, wie beslist daarover en wie draagt het risico als er iets verdwijnt dat later toch nodig blijkt? Het is veiliger om het dus gewoon uit te stellen, en zo de berg nog verder te vergroten.

Juridische mist

Datahonger wordt ook gevoed door onzekerheid over wetgeving. Privacyregels, bewaarplichten, archiefwetten, audits. Veel organisaties kiezen ook hier voor de veilige kant door alles te bewaren. Niet omdat de wet dat expliciet vraagt, maar omdat niemand het tegendeel durft te onderbouwen.
En dat terwijl bewaarplicht en privacy steeds vaker botsen. Wat mag je bewaren en hoe lang? Wanneer wordt informatieve waarde een juridisch risico? En wie is verantwoordelijk als data jarenlang blijft bestaan zonder duidelijk doel? Dat zijn vragen die niet alleen bij juristen thuishoren, maar steeds vaker op bestuursniveau belanden.

Data staat daarnaast zelden op één plek. Verspreid over cloudplatforms, SaaS-diensten, back-ups, legacy-omgevingen en lokale systemen ontstaat een lappendeken waar niemand nog volledig grip op heeft. Dat maakt het beheersen van risico’s complex, ook zonder dat er sprake is van incidenten.

De mythe van later

Een veelgehoorde reden om alles te bewaren is het idee dat data in de toekomst waarde kan krijgen. Voor analyses, optimalisatie, AI-toepassingen of beleidsvorming. Dat klopt. Soms. Het veronderstelt ook dat data daadwerkelijk bruikbaar blijft. En dat blijkt maar zelden het geval.

Datasets verouderen. Structuren veranderen. Context verdwijnt. Zonder actieve datakwaliteit verliest informatie snel zijn betekenis. Oude data wordt daardoor zelden een goudmijn, maar eerder een digitaal moeras waarin niemand nog de weg vindt. Toekomstwaarde ontstaat niet vanzelf. Die vraagt om actief beheer, heldere doelen en periodieke keuzes.

Menselijk gedrag

De kern van de datahonger ligt niet in techniek, maar in menselijk gedrag. In de neiging om te verzamelen in plaats van te selecteren. In de angst om te verwijderen. In de veronderstelling dat meer altijd beter is. Zolang die reflex intact blijft, blijft de berg groeien.

Daarom verschuift de discussie langzaam van opslagcapaciteit naar datagebruik. Niet hoeveel je kunt bewaren, maar wat je wilt bewaren en waarom. Dat vraagt om andere gesprekspartners. Niet alleen IT en beheer, maar ook bestuur, juridische afdelingen, privacy-officers, controllers en duurzaamheidsteams. Data is dus gewoon een vraagstuk van de héle organisatie.

 

De Amerikaanse economie profiteert sterk van grootschalige investeringen in AI, terwijl de eurozone nauwelijks economische impuls ziet. Dat blijkt uit de halfjaarlijkse Economic Outlook van Atradius, waarin ook Nederland wordt genoemd als achterblijver op het gebied van ai-investeringen.

De wereldeconomie liet in 2025 meer veerkracht zien dan eerder voorzien. Volgens Atradius groeide de wereldhandel met 3,5 procent, mede door grote kapitaalstromen naar AI-infrastructuur en het naar voren halen van exportorders richting de Verenigde Staten. Deze ontwikkeling contrasteert met de situatie in Europa, waar AI-investeringen nauwelijks bijdragen aan economische groei. Voor de eurozone verwacht Atradius een groei van 0,9 procent in 2026 en een beperkt herstel in 2027 met 1,6 procent.

In de Verenigde Staten ontwikkelt de economie zich volgens Atradius tot een zogenoemde tweesporen economie. De AI-sector groeit snel door investeringen in datacenters, chips, opslag en netwerkcapaciteit. Noord-Amerika was in de eerste helft van 2025 goed voor ongeveer een vijfde van de wereldwijde ai-gerelateerde groei. Tegelijkertijd verzwakt de bredere Amerikaanse economie. Buiten de AI-sector waren investeringen in diezelfde periode zelfs negatief, wat Atradius toeschrijft aan beleidsonzekerheid en aanhoudende inflatie. Voor 2026 en 2027 verwacht de kredietverzekeraar een economische groei van ongeveer 2 procent in de VS, mede doordat de investeringsgolf in AI afvlakt.

De sterke groei van de wereldhandel in 2025 hangt volgens Atradius vooral samen met de handel in AI-gerelateerde goederen. Voor 2026 voorziet het rapport echter stagnatie. Aanhoudende handelsspanningen en hogere tarieven drukken de vooruitzichten, vooral tussen Noord-Amerika en Azië. De impact blijft volgens Atradius wel beperkter dan eerder gevreesd, doordat exporteurs gebruikmaken van uitzonderingen en grote economieën zoals de EU, het Verenigd Koninkrijk en Japan afzien van vergeldingsmaatregelen richting de VS.

In de eurozone blijft het economische effect van AI-investeringen beperkt. Zwak consumentenvertrouwen en lage investeringsgroei, met name in Duitsland en Frankrijk, drukken de groei. Atradius wijst erop dat het verschil in investeringsniveau groot is. Waar Europa in 2024 circa 8,7 miljard euro investeerde in AI-infrastructuur, liepen de uitgaven in de VS op tot bijna 200 miljard dollar, met een verdere stijging naar ongeveer 340 miljard dollar in 2025. Volgens Atradius betekent dit dat AI in Europa op korte termijn minder bijdraagt aan economische groei, al is de regio volgens het rapport wel voorbereid op bredere adoptie op middellange termijn.

Ook Nederland blijft achter bij investeringen in AI. De Nederlandse economie groeit volgens Atradius met 1,6 procent in 2025 en 1,2 procent in 2026. Beperkingen zoals een overvol stroomnet spelen daarbij een rol. Het rapport stelt dat een toename van investeringen in AI nodig is om de economische groei in de komende jaren extra impuls te geven.

Wekelijks verzamelt ChannelConnect de opvallendste, leukste of beste nieuwsitems en tools. Met natuurlijk speciale aandacht voor de toepassingen ervan voor IT-dienstverleners en msp’s. Het overzicht van de afgelopen week.

Nieuws

Amazon herstructureert AI-organisatie en onderzoekt investering in OpenAI

Amazon herstructureert zijn AI-organisatie met Peter DeSantis in een nieuwe leidende rol voor modellen, chips en infrastructuur, tegelijk met plannen voor een investering van meer dan 10 miljard dollar in OpenAI.
Bron: AboutAmazon

ChatGPT-app passeert 3 miljard dollar aan consumentenuitgaven

De mobiele app van ChatGPT heeft sneller dan TikTok en grote streamingdiensten meer dan 3 miljard dollar aan consumentenuitgaven bereikt, wat wijst op een sterke bereidheid om te betalen voor AI-abonnementen.
Bron: TechCrunch

AI ontwerpt in een week een werkende Linux-computer

Een AI-systeem ontwierp binnen een week een complete Linux-computer met 843 componenten, die bij de eerste poging succesvol opstartte, zonder gebruik van bestaande ontwerpen.
Bron: Tom’s Hardware

Twijfel slaat toe bij AI-giganten op Wall Street

Beleggers op Wall Street worden voorzichtiger over grote AI-investeringen, wat leidt tot koersdalingen bij verschillende AI- en infrastructuurbedrijven.
Bron: AI Wereld

ChatGPT krijgt een App Store voor apps binnen gesprekken

OpenAI introduceert een in-app directory waarmee ontwikkelaars apps kunnen koppelen aan ChatGPT-conversaties, met een review- en publicatieproces en latere opties voor monetisatie.
Bron: OpenAI

Tools*

TheBar genereert websites, documenten en presentaties zonder account

TheBar is een AI-tool die web browsing combineert met het genereren van multipage websites, documenten en presentaties, zonder dat een account nodig is.
Bron: Lines & Circles

Notis werkt taken en tools bij via chatapps

Notis is een AI-tool die taken, agenda’s, e-mail, CRM en andere systemen bijwerkt via chatapps zoals WhatsApp, iMessage en Telegram.
Bron: Notis

HookTide analyseert LinkedIn-profielen en geeft verbeterpunten

HookTide scant LinkedIn-profielen en geeft een score met concrete suggesties om positionering en zichtbaarheid te verbeteren.
Bron: HookTide

Explee zet klantomschrijving om in B2B-leadlijst

Explee genereert geverifieerde B2B-leadlijsten op basis van een korte omschrijving van het ideale klantprofiel, door diepgaand online onderzoek.
Bron: Explee

InboxPilot automatiseert e-mailreacties en follow-ups

InboxPilot traint een AI-agent op persoonlijke data en schrijfstijl om automatisch e-mails te beantwoorden, te labelen en follow-ups te verzorgen.
Bron: InboxPilot

*Beschrijvingen van tools zijn op basis van de informatie op de websites van de makers. ChannelConnect is niet verantwoordelijk voor de juistheid daarvan.

AI in Nederland en Europa

Nederlandse mkb-bedrijven lopen voorop in AI-adoptie

Nederlandse mkb-bedrijven behoren tot de koplopers in Europa als het gaat om AI-adoptie, met toepassingen in onder meer automatisering en klantenservice.
Bron: ChannelConnect

Veel vertrouwen in AI in de zorg maar beperkt draagvlak

Zorgprofessionals hebben vertrouwen in specifieke AI-toepassingen, maar zien nog onvoldoende draagvlak voor brede inzet binnen zorgorganisaties.
Bron: ChannelConnect

GPTBot-blokkades maken websites onbereikbaar voor AI

Door blokkades van GPTBot zijn duizenden websites onbedoeld onbereikbaar voor ChatGPT en andere AI-systemen, met gevolgen voor zichtbaarheid en vindbaarheid.
Bron: ChannelConnect

Nederlanders verwachten meer eenzaamheid op werkvloer door AI

Veel Nederlandse werknemers vrezen dat de inzet van AI kan leiden tot minder menselijk contact en toenemende eenzaamheid op de werkvloer.
Bron: ChannelConnect

Aantal startersvacatures in Nederland fors gedaald door AI

Het aantal vacatures voor starters in Nederland is sterk afgenomen, waarbij AI-adoptie en automatisering een belangrijke rol spelen.
Bron: NL Times

Open-weight large language models zoals Mistral, Meta’s Llama, Google Gemma en Alibaba Qwen blijken structureel kwetsbaar voor zogeheten multi-turn aanvallen. Dat blijkt uit wereldwijd onderzoek van Cisco, waarin acht veelgebruikte open AI-modellen uit de Verenigde Staten, Europa en China zijn geanalyseerd.

Bij multi-turn aanvallen benaderen aanvallers een AI-model via een reeks zorgvuldig opgebouwde interacties. Door stap voor stap de context of rol van het model te verschuiven, kunnen ingebouwde veiligheidsmaatregelen worden omzeild. Volgens Cisco zijn deze aanvallen aanzienlijk effectiever dan traditionele single-turn aanvallen, met een succesratio die twee tot tien keer hoger ligt.

Uit het onderzoek blijkt dat het slagingspercentage van multi-turn aanvallen varieert van 26 tot 93 procent, vooral bij langere gesprekken. In de praktijk kan dit leiden tot het prijsgeven van gevoelige bedrijfsinformatie, interne processen of klantgegevens. Daarnaast kunnen modellen worden misleid tot het genereren van phishingberichten of andere schadelijke content, en tot output die buiten vastgestelde ethische of beleidsmatige grenzen valt.

De kwetsbaarheid hangt volgens Cisco samen met de aard van open-weight modellen. Doordat deze modellen openbaar beschikbaar en aanpasbaar zijn, ligt de verantwoordelijkheid voor beveiliging grotendeels bij de organisaties die ze inzetten. In tegenstelling tot gesloten modellen blijken open-weight varianten moeite te hebben om veiligheidsregels consistent toe te passen zonder aanvullende controles.

Cisco stelt dat organisaties extra maatregelen nodig hebben om het risico op misbruik te beperken. Daarbij gaat het onder meer om het toepassen van strikte systeeminstellingen die aansluiten bij het beoogde gebruik, aanvullende beveiligingslagen tijdens runtime en regelmatige tests om manipulatie tijdig te signaleren. Zonder dergelijke maatregelen blijven open AI-modellen volgens het onderzoek kwetsbaar tijdens inzet in productieomgevingen.

De snelle inzet van AI binnen organisaties leidt tot een sterke toename van cloudbeveiligingsrisico’s. Dat blijkt uit het State of Cloud Security Report 2025 van Palo Alto Networks, gebaseerd op onderzoek onder ruim 2.800 securityprofessionals in tien landen. Vrijwel alle respondenten kregen het afgelopen jaar te maken met aanvallen op AI-applicaties en -diensten.

Volgens het rapport groeit het cloud-aanvalsoppervlak mee met de uitbreiding van AI-workloads. 99 procent van de ondervraagde organisaties meldt dat hun AI-systemen in de afgelopen twaalf maanden minimaal één keer zijn aangevallen. Tegelijkertijd zorgt het toenemende gebruik van door AI gegenereerde code voor extra druk op securityteams. Bijna alle respondenten geven aan gebruik te maken van zogeheten vibe coding, waarbij snel code wordt gegenereerd met behulp van AI. Dit leidt tot meer onveilige code dan teams kunnen bijwerken. Meer dan de helft van de teams rolt wekelijks nieuwe code uit, terwijl minder dan een vijfde kwetsbaarheden in hetzelfde tempo kan verhelpen.

Het rapport laat zien dat aanvallers zich steeds vaker richten op fundamentele cloudlagen, zoals API’s, identiteiten en netwerktoegang. Het aantal API-gerelateerde aanvallen is volgens de respondenten met 41 procent gestegen, mede doordat AI-systemen sterk afhankelijk zijn van API’s. Identiteit en toegangsbeheer blijft daarbij een zwakke plek. 53 procent noemt tekortschietende IAM-praktijken als een belangrijk probleem, wat het risico op misbruik van inloggegevens en datalekken vergroot.

Ook laterale beweging binnen cloudomgevingen vormt een blijvend risico. Ruim een kwart van de respondenten ziet onbeperkte netwerktoegang tussen workloads als een groeiende dreiging, omdat aanvallers zich hierdoor eenvoudiger door omgevingen kunnen verplaatsen. Daarnaast wijst het onderzoek op de gevolgen van versnipperde securitylandschappen. Organisaties gebruiken gemiddeld zeventien cloudbeveiligingstools van meerdere leveranciers, wat leidt tot blinde vlekken en tragere incidentafhandeling.

De afstemming tussen cloudbeveiliging en het SOC blijft daarbij achter. Gefragmenteerde workflows en databronnen zorgen ervoor dat drie op de tien teams meer dan een dag nodig hebben om een incident op te lossen. Tegelijkertijd geeft een grote meerderheid aan dat integratie van cloud- en applicatiebeveiliging met het SOC noodzakelijk is om effectiever te kunnen reageren op dreigingen.

Volgens Palo Alto Networks laat het onderzoek zien dat bestaande benaderingen van cloudbeveiliging moeite hebben om het tempo van AI-gedreven aanvallen bij te houden. Het bedrijf stelt dat organisaties behoefte hebben aan meer samenhang tussen preventie en incidentrespons om risico’s sneller te kunnen beperken.

ESET Research heeft het Threat Report H2 2025 gepubliceerd, gebaseerd op data van juni tot en met november 2025. Het rapport laat een duidelijke toename zien van AI-gedreven aanvallen, groeiende NFC-dreigingen en verschuivingen binnen het ransomwarelandschap.

Volgens ESET zijn NFC-gerelateerde dreigingen in de tweede helft van 2025 sterk toegenomen in omvang en complexiteit. De telemetrie van het beveiligingsbedrijf laat een stijging van 87 procent zien, met meerdere nieuwe campagnes en technische uitbreidingen. Ngate, een eerder ontdekte NFC-dreiging, kreeg nieuwe functionaliteit waarmee contactgegevens kunnen worden buitgemaakt. Daarnaast werd RatOn waargenomen, een nieuw type malware dat functionaliteit van remote access trojans combineert met NFC-relayaanvallen. Deze malware werd verspreid via valse appstores en misleidende advertenties die zich voordeden als alternatieve versies van bestaande apps. Ook PhantomCard, gebaseerd op NGate en gericht op de Braziliaanse markt, dook in meerdere campagnes op.

Het rapport beschrijft dat AI in H2 2025 nadrukkelijker wordt ingezet door cybercriminelen. ESET ontdekte PromptLock, ransomware die gebruikmaakt van AI om zelfstandig kwaadaardige scripts te genereren. Tegelijkertijd ziet het bedrijf verbeteringen in bestaande oplichtingstechnieken, waaronder realistischer deepfakes, aanwijzingen voor AI-gegenereerde phishingwebsites en kortlopende advertentiecampagnes die bedoeld zijn om detectie te ontwijken. Detecties van Nomani-investeringsfraude lagen in totaal 62 procent hoger dan een jaar eerder, ondanks een lichte daling binnen H2 2025. Deze campagnes verschoven daarbij van sociale platforms naar onder meer videodiensten.

Binnen ransomware steeg het aantal slachtoffers in 2025 al boven het niveau van 2024 uit. ESET verwacht over het hele jaar een groei van 40 procent. Akira en Qilin worden genoemd als dominante ransomware-as-a-service-groepen, terwijl nieuwkomer Warlock nieuwe methoden introduceerde om detectie te omzeilen. Tegelijk blijft het gebruik van tools om endpoint detection and response uit te schakelen toenemen.

Op geopolitiek vlak signaleert ESET een toename van digitale spionage en sabotage door statelijke actoren uit China, Rusland, Iran en Noord-Korea. Europa geldt daarbij als belangrijk doelwit, onder meer vanwege defensie-initiatieven, digitale infrastructuur en internationale toeleveringsketens. Ook Noord-Koreaanse ransomwaregroepen zijn actiever geworden, mogelijk met financiële motieven.

De Lumma Stealer-infostealer verloor in H2 2025 aanzienlijk aan terrein. Het aantal detecties daalde met 86 procent ten opzichte van de eerste helft van het jaar. Daartegenover staat een sterke opmars van CloudEyE, ook bekend als GuLoader. Het aantal detecties nam bijna dertig keer toe, waarbij Polen goed was voor 32 procent van de waargenomen aanvalspogingen in de tweede helft van 2025.

Zorgprofessionals zien vooral kansen voor AI bij administratieve taken en monitoring op afstand. Het vertrouwen in toepassingen voor directe patiëntenzorg, zoals diagnostiek, blijft achter. Dat blijkt uit onderzoek naar digitale transformatie in de Nederlandse zorgsector.

Uit onderzoek van Conclusion onder 643 zorgprofessionals blijkt dat AI vooral wordt gezien als hulpmiddel voor administratieve verlichting. Driekwart van de respondenten heeft vertrouwen in AI voor monitoring van thuismetingen. Voor administratieve taken ligt dat vertrouwen op 69 procent. Het vertrouwen in AI voor diagnostiek is met 50 procent beduidend lager.

Hoewel AI vaak wordt genoemd als oplossing voor personeelstekorten, is het beeld onder zorgprofessionals terughoudend. Meer dan de helft van de respondenten vindt dat AI wordt overschat als middel tegen personeelsschaarste. Tegelijkertijd ziet 45 procent AI wel als instrument om uitstroom van personeel te beperken. Bijna de helft verwacht dat AI vooral wordt ingezet om meer patiënten te kunnen behandelen, niet zozeer om de werkdruk te verlagen.

De verwachte voordelen van AI liggen volgens de respondenten vooral bij snellere administratieve processen, vermindering van werkdruk en slimmere planning. Tegelijkertijd geeft 40 procent aan dat de zorg zonder ingrijpende digitalisering dreigt vast te lopen.

Administratieve toepassingen worden het vaakst genoemd als kansrijk. Bij dossiervorming ziet 59 procent mogelijkheden voor AI. Het vertrouwen in deze toepassing ligt nog hoger. Ook bij thuismonitoring zijn de verwachtingen positief. Voor andere toepassingen, zoals voorspellende modellen, chatbots en AI-ondersteunde diagnostiek, ligt het vertrouwen lager en dicht bij elkaar.

Technologieën die al langer worden ingezet krijgen duidelijk meer vertrouwen. Remote monitoring wordt het vaakst genoemd, gevolgd door spraakgestuurde verslaglegging. Bij de vraag naar belangrijkste toekomstige technologieën staat AI pas op de vierde plaats, na thuismonitoring en remote care, patiëntportalen en toepassingen voor zelfregie, en spraakgestuurde verslaglegging.

Angst en risicomijding vormen volgens een deel van de respondenten een belemmering voor innovatie. Ruim een derde vindt dat dit de vernieuwing in de zorg afremt. Een vergelijkbaar aandeel ziet meer potentie voor AI, maar denkt dat zorgorganisaties terughoudend zijn in de toepassing ervan.

Volgens de onderzoekers ligt de grootste meerwaarde van AI op dit moment bij administratieve processen en monitoring. Grootschalige inzet vraagt daarbij om goed ingerichte datavoorzieningen, die als basis dienen voor betrouwbare toepassing.

Duizenden Nederlandse bedrijfswebsites zijn waarschijnlijk ongemerkt onbereikbaar voor ChatGPT en vergelijkbare zoekdiensten. Serversoftware ziet het gedrag van GPTBot, de webscanner van ChatGPT, steeds vaker aan voor een cyberaanval en blokkeert de toegang automatisch.

Volgens analyse van onlinemarketingbureau Doublesmart is het scanpatroon van GPTBot de afgelopen maanden sterk veranderd. Waar de scanner eerder beperkt actief was en soms slechts één pagina per minuut bezocht, gebeurt dit nu in korte sessies van minuten tot uren met minimaal één pagina per seconde. Dat is ongeveer zestig keer sneller dan eerder dit jaar.

Door deze toegenomen scansnelheid herkennen beveiligingssystemen het verkeer vaker als verdacht. In dat geval wordt GPTBot automatisch op een blokkadelijst geplaatst. De website blijft normaal bereikbaar voor bezoekers en wordt nog steeds geïndexeerd door traditionele zoekmachines, maar is niet langer toegankelijk voor ChatGPT en andere AI-zoekmachines.

Doublesmart stelt dat veel ondernemers zich hiervan niet bewust zijn, omdat er geen zichtbare storing optreedt. Volgens het bureau kan dit ertoe leiden dat bedrijven niet meer worden meegenomen in antwoorden die via AI-zoekdiensten worden gegenereerd, terwijl het reguliere websiteverkeer ongewijzigd blijft.

Het bureau wijst erop dat de blokkade in veel gevallen technisch op te lossen is. Hostingproviders of ontwikkelaars kunnen controleren of GPTBot wordt geweerd door beveiligingsinstellingen. Als dat zo is, kan de blokkade worden opgeheven door de betreffende IP-reeksen expliciet toe te staan. Volgens Doublesmart is dit een gangbare handeling binnen hosting- en beveiligingsomgevingen.

Het onderzoek van Doublesmart richt zich sinds dit jaar op de zichtbaarheid van websites binnen AI-zoekmachines. Het bureau stelt dat het veranderde gedrag van webscanners zoals GPTBot nieuwe aandacht vraagt voor de afstemming tussen websites, beveiligingssoftware en geautomatiseerde indexering.

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid heeft het keurmerk Digitale Basisveiligheid MKB ontwikkeld. Het keurmerk moet mkb-bedrijven helpen bij het kiezen van IT-dienstverleners die aantoonbaar cybermaatregelen volgens vaste kwaliteitseisen kunnen uitvoeren.

Het CCV wil met het keurmerk meer houvast bieden aan mkb-bedrijven bij het organiseren van digitale basisveiligheid. Het keurmerk maakt zichtbaar welke IT-dienstverleners in staat zijn om de cybermaatregelen uit de Risicoklassenindeling Digitale Veiligheid correct uit te voeren. Daarmee ontstaat volgens het CCV meer duidelijkheid over de inhoud en kwaliteit van de dienstverlening.

Voor IT-dienstverleners betekent het keurmerk dat hun dienst wordt getoetst aan vastgestelde en onafhankelijk beoordeelde eisen. Deze eisen hebben betrekking op zowel de uitvoering van beveiligingsmaatregelen als het bijbehorende kwaliteitsmanagementsysteem. Het keurmerk geeft daarmee inzicht in wat klanten mogen verwachten van de dienstverlening.

Mkb-bedrijven krijgen met het keurmerk een overzichtelijker aanbod van IT-diensten. Zodra gecertificeerde diensten beschikbaar zijn, publiceert het CCV via de eigen website welke dienstverleners deze diensten leveren. Volgens het CCV helpt dit ondernemers bij het maken van een bewuste keuze en biedt het meer zekerheid over de professionele uitvoering van cybermaatregelen.

IT-dienstverleners die interesse hebben in certificering kunnen dit kenbaar maken bij het CCV. Het CCV sluit de komende maanden licentieovereenkomsten af met certificatie-instellingen. Naar verwachting kunnen deze instellingen vanaf maart of april 2026 audits uitvoeren. Vanaf dat moment kunnen IT-dienstverleners hun dienst officieel laten certificeren volgens het keurmerk Digitale Basisveiligheid MKB.

In de aanloop naar certificering kunnen dienstverleners zich voorbereiden door de eisen uit het certificatieschema te implementeren. Deze eisen zijn door het CCV gepubliceerd en vormen de basis voor de audit.

Het keurmerk is ontwikkeld naar aanleiding van een motie over een eenduidig mkb-keurmerk voor digitale veiligheid. Het sluit aan op het bestaande risicoklassificatiemodel RKIDV en is gebaseerd op de vijf basisprincipes van digitale weerbaarheid van het DTC en het NCSC. Het CCV treedt op als beheerder van het certificatieschema. De Commissie van Belanghebbenden Cybersecurity heeft positief geadviseerd over de vaststelling en publicatie ervan.

SoftwareOne meldt dat het in 2026 meer nadruk gaat leggen op de uitbreiding van zijn channel-activiteiten in de Benelux. De aangekondigde focus volgt op de samenvoeging met Crayon eerder dit jaar en richt zich op verdere groei van de channel-divisie.

Volgens het bedrijf is er onder msp’s die mkb-klanten bedienen een toenemende behoefte aan specialistische IT-kennis en advies. Deze kennis is vaak niet intern beschikbaar, terwijl klanten wel interesse tonen in aanvullende of complexere IT-oplossingen. SoftwareOne wil deze msp’s ondersteunen met expertise op het gebied van advies en implementatie, aangevuld met softwarelicenties.

Het bedrijf geeft aan dat het software en diensten centraal inkoopt bij leveranciers en deze voorwaarden beschikbaar stelt aan partners. Daarmee wil SoftwareOne msp’s ondersteunen bij het uitbreiden van hun dienstverlening. De organisatie positioneert zich daarbij als partij die msp’s kan bijstaan bij trajecten die verder gaan dan standaard implementatie en beheer van IT-omgevingen, zoals de invoering van innovatieve of complexere oplossingen.

SoftwareOne stelt dat msp’s die zich richten op het mkb vaak beperkt budget hebben om gespecialiseerde experts in dienst te nemen. In die situaties kan externe ondersteuning worden ingezet voor advies en uitvoering. De rol van SoftwareOne ligt daarbij vooral in het leveren van aanvullende kennis en capaciteit wanneer dat nodig is.

In de komende maanden werkt het bedrijf aan de afronding van een partnerprogramma dat specifiek is gericht op deze channel-strategie. De presentatie van dit programma staat gepland voor februari 2026. SoftwareOne verwacht dat het programma msp’s in staat stelt om samen met het bedrijf klanten te ondersteunen bij het opzetten en implementeren van nieuwe IT-toepassingen.

Het bedrijf geeft aan dat de verdere uitrol van de channel-activiteiten in de Benelux onderdeel is van de bredere strategie na de samenvoeging met Crayon en dat de eerste gezamenlijke initiatieven begin 2026 zichtbaar moeten worden.