Veeam Software kondigt een vijfjarige strategische samenwerking aan met Microsoft. De bedrijven willen de producten van Veeam en Microsoft Copilot- en AI-diensten integreren. Daarnaast gaan ze dataprotectie voor Microsoft 365 en Microsoft Azure op de markt brengen via de onlangs aangekondigde Veeam Data Cloud.

De combinatie van de backup- en herstelmogelijkheden van Veeam en de schaal en innovatie van Microsoft moet zorgen voor een betere cyberweerbaarheid voor klanten.

De samenwerking tussen Veeam en Microsoft bestaat onder meer uit:

  • Gezamenlijke extra AI-mogelijkheden naar Veeam backup- en herstelproducten brengen, waaronder de integratie van Microsoft Copilot voor geautomatiseerde data-analyse, inzicht op basis van AI en datavisualisatie.
  • Geïntegreerde ondersteuning van de nieuwste API’s voor Microsoft 365 Backup Storage binnen Veeam Backup for Microsoft 365.
  • Gezamenlijke go-to-market-activiteiten.
  • Nieuwe Veeam-functionaliteit voor backup en herstel voor Microsoft Azure.
  • Versnelde migratie van on-premises klanten naar de Veeam Data Cloud, gehost op Azure.
  • Klantmigratie naar en bescherming van Azure Kubernetes Services met Kasten by Veeam.
  • Veeam-functionaliteit voor bescherming tegen en herstel van ransomware voor Microsoft-klanten.

TD Synnex en Acer hebben een distributieovereenkomst gesloten waarbij de distributeur nu ook de educatieve en zakelijke markt voor Acer bedient. Voorheen was de overeenkomst beperkt tot de retailmarkt.

TD Synnex levert voortaan via zijn partners een breed portfolio van Acer, waaronder laptops, desktops, monitoren, en randapparatuur en accessoires. De producten zijn voor de reseller beschikbaar via de InTouch-portal. Voor ondersteuning kunnen ze terecht bij hun gebruikelijke contactpersonen binnen de Endpoint-divisie van TD Synnex. De overeenkomst geldt voor de hele Benelux.

Microsoft’s AI-assistent Copilot ondersteunt binnenkort ook Nederlands. In de komende maanden wordt de ondersteuning uitgebreid met 17 extra talen, waaronder de Scandinavische talen, Portugees, Arabisch, Turks en dus ook Nederlands. 

Microsoft publiceert vanaf nu maandelijks updates in een blog, speciaal gericht op Copilot. In de eerste blog vermeldt het bedrijf de uitbreiding van het aantal ondersteunde talen in de AI-assistent. De volledige lijst van talen die in de maanden maart en april worden toegevoegd bestaat uit Arabisch, Chinees Traditioneel, Tsjechisch, Deens, Nederlands, Fins, Hebreeuws, Hongaars, Koreaans, Noors, Pools, Portugees (Portugal), Russisch, Zweeds, Thais, Turks en Oekraïens.

Daarnaast wordt de ondersteuning van Copilot in Excel (nu nog in preview) deze maand uitgebreid met Spaans (ES, MX), Japans, Frans (FR, CA), Duits, Portugees (BR), Italiaans en Chinees Vereenvoudigd.

Copilot Lab

Copilot Lab, de tool waarmee prompts kunnen worden gebouwd krijgt een trainingsuitbreiding, waarbij de huidige bibliotheek met prompts kunnen worden gebruikt. Gebruikers kunnen hun prompts opslaan en delen met medegebruikers. Deze functie is nu beschikbaar in de Copilot-website en komt in de loop van het jaar ook in de apps.

De mobiele app van Microsoft 365, Word en PowerPoint krijgen ook Copilot (maart), evenals Forms (maart) en OneDrive (eind april). Met die laatste kun je straks eenvoudig vragen stellen, waarna Copilot de antwoorden zou moeten halen uit de bestanden in de drive. Het zou ook gemakkelijker moeten worden om zo met vragen in natuurlijke taal bestanden te vinden.

Samenvattingen

Wie documenten deelt met medegebruikers kan er een automatisch gegenereerde samenvatting bij laten maken. Datzelfde geldt voor video’s die worden bewaard in Microsoft Stream.

De Rijksoverheid heeft deze week de NIS2-quickscan gelanceerd. Deze is bedoeld voor IT-dienstverleners om hun eindklanten te helpen de stand van zaken te analyseren.

Via 40 vragen moet de quickscan de status van de digitale weerbaarheid van een organisatie naar boven halen. Volgens het DTC biedt deze ook handelingsperspectief: per thema worden technische of organisatorische maatregelen voorgesteld die kunnen bijdragen aan de digitale weerbaarheid van organisaties en aan de voorbereiding op de NIS2.

Officieel zou de NIS2-wetgeving in Nederland in oktober van kracht worden. Maar eerder dit jaar schreef de verantwoordelijke minister Yeşilgöz dat de overheid deze deadline niet gaat halen.

Criminelen gebruiken steeds vaker bekende mailingdiensten voor het verzenden van phishingmails. Daarvoor moeten ze wel beschikken over accounts van daadwerkelijke klanten van diensten als MailChimp, Campaign Monitor of SendGrid. 

Wanneer aanvallers de beschikking hebben over zulke accounts, dan kunnen ze gemakkelijker anti-spam tools omzeilen. Bovendien kunnen ze dan gebruik maken van de verzendlijsten van de accounts. Phishing mails komen daardoor geloofwaardiger over, en zullen vaker vertrouwd worden door de ontvanger.

Beveiligingsbedrijf Kaspersky ontdekte een phishingcampagne die was bedoeld om de accountgegevens van SendGrid te pakken te krijgen van gebruikers. De mail was vermomd als afkomstig van SendGrid zelf met het geloofwaardige verzoek om de beveiligingsopties aan te passen met 2FA.

Legitieme e-mail

Voor alle e-mailscanners zag de phishing eruit als een volkomen legitieme e-mail die is verzonden vanaf de servers van SendGrid met ligitieme linkjes die verwijzen naar het SendGrid-domein. Het enige dat de ontvanger kan waarschuwen is het adres van de afzender, zegt Kaspersky. “Dat komt omdat ESP’s daar het domein van de echte klant en de mailing ID plaatsen. Een belangrijk teken van fraude is het “sendgreds”-domein van de phishingsite, dat op het eerste gezicht sterk lijkt op het legitieme sendgrid”

Wat deze campagne bijzonder verraderlijk maakt, is dat de phishing e-mails de traditionele beveiligingsmaatregelen omzeilen. Omdat ze worden verzonden via een legitieme service en geen duidelijke tekenen van phishing bevatten, kunnen ze worden omzeild door automatische filters. Phishers maken gebruik van gekaapte accounts, omdat mailingdiensten nieuwe klanten aan strenge controles onderwerpen, terwijl oude klanten die al een aantal bulkmails hebben verzonden als betrouwbaar worden beschouwd.

Doorbraken in de eSIM-technologie gaan de adoptie in IoT stimuleren, van iets meer dan 1 miljard in 2023 naar meer dan 3,6 miljard installed base in 2030. Dat blijkt uit onderzoek van analistenbureau Omdia. eSIM-technologie brengt meer efficiëntie naar de markt voor cellulair IoT zorgt voor meer flexibiliteit en keuze.

De GSMA SGP.31/32-specificaties maken eSIM-technologie geschikt voor massale adoptie, met name op LPWAN-apparaten. Doordat het omschakelen tussen netwerkprofielen eenvoudiger gaat, kunnen bedrijven profiteren van gemakkelijker beheer van apparaten en betere netwerkdekking.

De eSIM-technologie is al breed toegepast op consumentenmarkten, met name bij high-end smartphones en smartwatches. Inperkingen van vermogen en rekenkracht zorgden ervoor dat de mogelijkheden van IoT-bedrijven om deze technologie goed te benutten beperkt waren. Volgens Omdia nemen deze drempels af  nu er oplossingen op de markt komen. Doorbraken in de eSIM-technologie zullen de adoptie in het IoT stimuleren en zorgen voor een installed base van iets meer dan 1 miljard in 2023 naar meer dan 3,6 miljard in 2030.

Ook andere technologieën

Behalve verbeteringen in de eSIM-technologie zijn er nog andere trends die de adoptie van IoT stimuleren, zoals 5G RedCap, 5G Massive IoT en 4G LTE Cat-1bis-modules. Ook de vraag van bedrijven heeft grote invloed.

“eSIM-technologie was altijd al veelbelovend als vormfactor voor IoT-apparaten, maar nu zien we dat de technologie snel verbetert. Bedrijven kunnen nu over-the-air te provisioneren in IoT-apparaten met beperkte middelen”, aldus John Canali, IoT Principal Analyst bij Omdia. “Dit zal leiden tot meer concurrentie tussen aanbieders van communicatiediensten (CSP’s), omdat IoT-bedrijven minder onderhevig zijn aan vendor lock-in van de CSP’s en beter in staat zijn om tarieven voor connectiviteit opnieuw te onderhandelen.”

“De nieuwe GSMA SGP.32 eSIM-specificatie was hard nodig en is specifiek ontworpen voor IoT. Deze biedt aanzienlijke voordelen als het gaat om kosten, flexibiliteit en levensduur voor hardware-OEM’s. Dit dicht eindelijk de kloof tussen traditionele provisioning van consumentenapparaten en meer traditionele IoT-apparaten. Het helpt om de adoptie in belangrijke sectoren te versnellen. Niet alleen in de bekende sectoren die al langer naar eSIM-standaardisatie verlangen zoals de auto-industrie, maar ook in veel andere”, zegt Andrew Brown, Practice Lead, IoT bij Omdia.

Onderzoek

De eSIM-prognose van Omdia wordt ondersteund door gegevens die Omdia verzamelde tijdens een enquête onder meer dan 700 IoT-bedrijven wereldwijd. Bijna 90% van de respondenten is van plan om de eSIM/iSIM-technologie in de komende twee jaar te implementeren. Behalve de verhoogde beveiliging, zijn ook de mogelijkheden van eSIM’s om meer complete/betrouwbare netwerken te creëren, kosten te beheren en gemakkelijk te voldoen aan lokale regelgeving van belang.

Google heeft vorige week officieel afscheid genomen van naam Bard voor zijn AI-robot. Zoals aangekondigd heet deze tool vanaf nu Gemini. Tegelijkertijd lanceerde het bedrijf ook de betaalde ‘Advanced’ versie in 150 landen, waaronder alle landen van de EU.

Gemini Advanced is gebaseerd op het ‘Ultra 1.0’-model van Google. Dit model is alleen geoptimaliseerd voor Engels, maar Gemini Advanced kan wel respons genereren in andere talen. Advanced kost 22 euro per maand. Dat is vergelijkbaar met ChatGPT, dat omgerekend ongeveer 22,50 euro kost, maar dat kan variëren aangezien dat abonnement in US dollars wordt afgerekend.

De kosten voor Copilot – voorheen Bing – zijn lastig te vergelijken, want voor de meeste gebruikers zal dit in een Microsoft 365 abonnement verwerkt zitten. Bovendien werkt de chatrobot met dezelfde GPT-versie als de betaalde variant van ChatGPT. Bij Google Gemini Advanced zit verder nog 2TB opslag. In de nabije toekomst zal dit worden aangevuld met Gemini in Google apps als Gmail en Docs, plus de vage aanduiding ‘other benefits’.

Opmerkelijk is dat Google ook een Gemini app heeft gelanceerd, maar niet in Europa. Gemini is daarnaast wel gewoon beschikbaar via de browser, ook op mobiele apparaten.

De Cyber Security Raad, een onafhankelijk adviesorgaan voor het Kabinet, roept een nieuwe regering op tot meer investeringen in cybersecurity. De raad doet dit via een brief aan de informateur. Volgens het adviesorgaan zijn de huidige inspanningen en investeringen voor cybersecurity niet genoeg om de groeiende digitale dreigingen vanuit statelijke actoren en cybercriminelen het hoofd te bieden.

In de brief aan de informateur pleit de raad voor stevige centrale regie vanuit de overheid, gezamenlijk optrekken met het bedrijfsleven en de wetenschap, en meer vaart in de uitvoering van de Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS). De raad schat in dat jaarlijkse investeringen vanuit het nieuwe kabinet nodig zijn van 200 miljoen euro in 2024, oplopend tot 550 miljoen in 2028 en daarna.

”Cybersecurity is een absolute voorwaarde om Nederland draaiend en veilig te houden”, zegt Theo Henrar, covoorzitter van de raad en voorzitter van ondernemersorganisatie FME. “Ons land is één van de meest gedigitaliseerde landen en daardoor extra kwetsbaar. Dat geldt voor de gehele digitale infrastructuur, van de procesindustrie, waterkeringen, de energiesector en ziekenhuizen, tot het midden- en kleinbedrijf. De gespannen geopolitieke situatie brengt reële digitale dreigingen met zich mee en intussen neemt ook de cybercriminaliteit steeds verder toe. Een strakke regie is noodzakelijk om Nederland digitaal veilig te houden.”

Nederlandse Cybersecuritystrategie 

De afgelopen jaren zijn veel goede stappen gezet voor meer digitale veiligheid, schrijft het adviesorgaan, met de Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS) als belangrijke basis, maar er is nog meer inspanning nodig, ook gezien de internationale samenhang en invoering van nieuwe EU-regelgeving zoals de NIS2-richtlijn.

”Voor bedrijven staat cybersecurity inmiddels in de top 3 van bedrijfsrisico’s. Ook het nieuwe kabinet moet onomwonden inzetten op meer digitale veiligheid”, zegt Lokke Moerel, raadslid vanuit haar rol als hoogleraar Global ICT Law aan de Universiteit Tilburg. “De kosten die daarbij horen, zijn zowel voor bedrijven als voor de overheid onvermijdelijk; de prijs van te weinig investeren in cybersecurity zal uiteindelijk vele malen hoger zijn.”

De raad roept het kabinet daarnaast op om kritisch te kijken naar risico’s in de digitale infrastructuur, zoals bij het gebruik van cloudtechnologie. Daarvoor moet Nederland eigen technische capaciteit opbouwen en de kennispositie op het gebied van cybersecurity versterken.

De Stichting Internet Domeinregistratie Nederland wil de servers van het registratiesysteem naar AWS verhuizen. Volgens de organisatie is dat om kosten te besparen. Inmiddels hebben allerlei instanties kritische geluiden laten horen.

In tegenstelling tot wat algemeen wordt gedacht, gaat het hierbij wel om een datacenter in Europa. SIDN werkt samen met de Canadese registrar CIRA aan een nieuw platform genaamd Fury. Ook instanties die top-level domeinen aanbieden maken er gebruik van, en SIDN en CIRA willen Fury als publiek toegankelijke dienst aanbieden. Dat kan gemakkelijker als het niet langer in eigen beheer wordt gehouden, zegt SIDN.

Daarnaast lopen de kosten voor eigen beheer steeds meer op. SIDN noemt daarbij vooral de energiekosten en nieuwe hardware, maar ook het vinden van personeel voor beheer en onderhoud is lastig. Overigens gaat het alleen om de servers voor het registreren van domeinen. De ‘resolvers’, de servers die de database van de .nl-domeinen bevat, blijven gewoon in Nederlandse handen.

Geen Europees alternatief

SIDN zegt dat er voor de servers van het registratiesysteem geen Europees alternatief bestaat. De koepel van Nederlandse hostingproviders, Dutch Cloud Community, is verbaasd. In een reactie schrijft de organisatie: “Wat ons verbaasde, als brancheorganisatie van Nederlandse Hosting en Cloud Providers, is hoe dit nieuws is gepresenteerd alsof het volstrekt normaal is dat een partij als SIDN, met haar roots in de Nederlandse infrastructuur, één van haar kerntaken en systemen niet bij een Nederlandse cloud provider zou kunnen onderbrengen, als het besluit om het niet meer intern te (willen) draaien.”

Inmiddels zijn er ook al Kamervragen gesteld. GroenLinks-PvdA, Nieuw Sociaal Contract (NSC) en D66 hebben de ministers Adriaansens (EZK) en Van Huffelen (Digitalisering) om opheldering gevraagd. “Deelt u de mening dat de verhuizing van het .nl-domein zorgt voor een onwenselijke afhankelijkheid van de Verenigde Staten?”, vragen de Kamerleden Kathmann, Six Dijkstra en Sneller. “Deelt u de mening dat het .nl-domein een essentieel onderdeel is van de digitale infrastructuur van Nederland?” Verder heeft de Kamer zorgen over de mogelijke toegang van de Amerikaanse overheid tot de gegevens in de AWS-cloud.

Techreuzen

Michiel Steltman van Digitale Infrastructuur Nederland neemt het op voor de beslissing van SIDN en ziet het als een symptoom van het feit dat de Nederlandse industrie steeds meer terrein verliest aan de grote techreuzen. “En dan blijkt, en don’t shoot the messenger – SIDN en veel andere CIO;’s en CEO’s en hun adviseurs zeggen dat zulk aanbod vanuit NL en EU er niet is”, schrijft Steltman op LinkedIn. “Dat is ook wat ACM vorig jaar concludeerde (marktfalen), en is waarom de EUC vaart wil maken met Gaia-X en de IPCEI-CIS.”

De wet die de regelgeving rondom NIS2 moet vastleggen gaat de Europese deadline van 17 oktober van dit jaar niet halen. Dat schrijft demissionair minister van Justitie en Veiligheid, Dilan Yeşilgöz, in een brief aan de Tweede Kamer.

Volgens de minister gaat het om een dusdanig omvangrijk en complex traject, waarbij diverse ministeries zijn betrokken, dat de conceptwetsvoorstellen pas in de zomer in consultatie kunnen worden gebracht. Dat leidt haar ‘gelet op de benodigde vervolgstappen in het wetgevingstraject’ tot de inschatting ‘dat de implementatiedeadline van de Europese Commissie voor beide richtlijnen, te weten 17 oktober 2024, niet wordt gehaald’. Ze heeft zichzelf nu tot deadline gesteld om de wetsvoorstellen in het komende najaar naar de Kamer te sturen.

Wel waarschuwt ze bedrijven om de implementatie van de regels niet te vertragen. “Organisaties die nu al in actie komen beveiligen zich niet alleen tegen bestaande risico’s, maar zijn straks ook beter voorbereid op de komst van de nieuwe wetgeving,” schrijft Yeşilgöz. Sowieso gelden voor veel bedrijven al de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni), waarbinnen ook de oorspronkelijke NIS-regels zijn gevat.