Tijdens de Grotetafeldiscussie Datacenter & Cloud keken we met de deelnemers vooruit. Hoe zal een pas opgeleverd datacenter er over tien jaar uitzien? Eén conclusie is al duidelijk: AI en automatisering worden belang­rijker.

Google meldde onlangs dat het in enkele datacenters is overgegaan naar een systeem dat op basis van kunstmatige intelligentie de koeling van zijn datacenters beheert zonder tussenkomst van mensen. Het AI-systeem maakt elke vijf minuten een snapshot van duizenden sensoren van het hele datacenter. Het analyseert vervolgens hoe het energieverbruik van het datacenter verminderd kan worden. Een energiebesparing van gemiddeld 30% zou er al mee mogelijk zijn, en aan de instellingen van de AI-oplossing wordt nog steeds gewerkt, waardoor in de nabije toekomst verdere verbeteringen gerealiseerd kunnen worden.

Automatisering in het datacenter

Datacenters zijn cruciaal voor moderne bedrijven en consumenten. En de implementatie van infrastructuurautomatisering en kunstmatige intelligentie (AI) speelt een steeds grotere rol bij het optimaliseren van deze complexe omgevingen. De enorme en nog steeds sterk groeiende hoeveelheid data die we genereren is zonder intelligente systemen en automatisering niet meer te verwerken. Uit onderzoek van Gartner onder leidinggevenden op het gebied van Infrastructuur en Organisatie (I&O) zal in 2025 circa 70% van de organisaties automatisering voor de datacenter-infrastructuur geïmplementeerd hebben om te beschikken over de noodzakelijke flexibiliteit. Maar vooral ook om duurzaam, betrouwbaar en efficiënt in te ­spelen op de wensen van de klant. In 2021 bedroeg dit percentage nog slechts 20%.

Datacenter met AI gebruikt 30% minder energie

Automatisering speelt dus een steeds grotere rol. Dit gaat echter gepaard met een aanzienlijke verschuiving in de manier waarop datacenter-ondernemingen hun infrastructuur beheren en optimaliseren, stelt Gartner. Platform-as-a-Service (PaaS) en kant-en-klare on-premise software zijn twee verschillende benaderingen om infrastructuurautomatisering te realiseren. Deze automatisering biedt operationele efficiëntie en verbeterde productiviteit door routinetaken over te dragen aan slimme automatiseringsapplicaties. ­Volgens de eerdergenoemde jaarlijkse I&O-leidersenquête van Gartner beschouwt maar liefst 59% van de I&O-leiders het automatiseren van de datacenter­infrastructuur als belangrijkste activiteit om automatisering op toe te passen.

AI maakt automatisering datacenter mogelijk

De gewenste automatisering zal voor een deel mogelijk worden door de inzet van kunstmatige intelligentie (AI). Als deze intelligentie wordt geïntegreerd in automatiseringsoplossingen, dan kunnen datacenters winst behalen op het gebied van flexibiliteit en schaalbaarheid. Het zal bovendien leiden tot foutvermindering en vereenvoudiging van processen. Ge­automatiseerde analyses bewaken de infrastructuur en kunnen veel sneller handelen dan een menselijke operator. Opslag­leveranciers hebben bijvoorbeeld AI al langer geleden geïntegreerd in hun producten, waardoor de traditionele overhead voor opslagbeheer en -ondersteuning aanzienlijk is verminderd.

De mogelijkheden voor zelfbeheer van AI, waarbij de AI van een systeem het eigen presteren monitort, verlagen de kos­ten en maken het aanstellen van schaars en duur personeel min­der noodzakelijk. Deze technologie zal naar verwachting steeds vaker voorkomen in bedrijfsnetwerken van datacenters om uitval te mi­nimaliseren. En om de responstijd bij het oplossen van gemelde en geregistreerde problemen te versnellen. AI biedt veel voordelen voor datacenters, waaronder energiebesparing. Met AI-gestuurde systemen kunnen datacenters namelijk beter reageren op veranderingen in de belasting en vraag naar performance van de klanten. Ook kan deze intelligentie de ­koeling van de servers optimaliseren, waardoor energiekosten worden verlaagd (zie kader).

Vaardigheden van de staf

Het is echter belangrijk op te merken dat IT-teams vaak de vaardigheden missen die nodig zijn om dergelijke omgevingen effectief te beheren, blijkt uit de Gartner-rapportage. Om de impact van infrastructuurautomatisering te vergroten, is het essentieel dat IT-teams investeren in het verwerven en ontwikkelen van automatiseringsvaardigheden in meerdere technologiedomeinen.

Ook dat kwam overigens al ­terug in het Grotetafelgesprek: er wer­ken weliswaar niet heel veel mensen in een datacenter, maar ze moeten wel een brede kennis hebben. Een ‘automatisering eerst’-mentaliteit en samen­werking tussen technologieteams zijn cruciaal om vertragingen in de levering te voorkomen, stelt Gartner. Trainingen en vaardigheidsontwikkeling zijn essentieel om effectief te kunnen werken in een geautomatiseerde infrastructuur.

Trainingen en vaardigheidsontwikkeling zijn essentieel om effectief te kunnen werken in een geautomatiseerde infrastructuur

Optimalisatie van workloads en beveiliging

AI heeft een grote invloed op workloadbeheer in datacenters, waarbij machine learning-technieken worden gebruikt om piekmomenten te voorspellen en workloads dynamisch te verdelen. Dit zorgt voor betere benutting van de capaciteit en optimalisatie van prestaties. Bovendien kan AI bijdragen aan beveiliging door middel van ­real-time analyses om af­wijkende patronen en verdachte ­activiteiten te identificeren, en pro­actieve maatregelen te ­nemen om ­beveiligingsrisico’s te voorkomen. Zo kan de tijd tussen detectie en respons fors korter worden.

Een uitdaging is echter in veel gevallen, dat het implementeren van AI in bestaande infrastructuur complex kan zijn. Het vereist de nodige aanpassingen en investeringen als het datacenter niet ‘native’ op de inzet van AI is voor­bereid. Ook het waarborgen van gegevensprivacy en -beveiliging is van essentieel ­belang. Sterke ­beveiligingsmaatregelen en ethisch gebruik van AI zijn vereist. Naarmate de techno­logie ­evolueert, zullen datacenters profiteren van geavanceerdere AI-toepassingen en daarmee ­tevens van een hoger niveau van automatisering.

Het gemak van public cloud-technologie maakt remote en hybride werken niet alleen mogelijk, maar zorgt ook voor een hoge productiviteit. De risico’s van het gebruik van de cloud worden echter ook steeds zichtbaarder. Misconfiguraties van cloud-omgevingen kunnen tot ernstige beveiligingsproblemen leiden. 

Maar liefst 98,6% van de organisaties heeft te maken met zorgwekkende misconfiguraties van hun cloud-­omgeving. Zo heeft 68% van de organisaties externe gebruikers met admin-rechten in hun cloudomgeving, wat kan leiden tot uitdagingen met betrekking tot governance en een hoog risico op datalekken. Deze afwijkingen kunnen grote risico’s veroor­zaken voor data en infrastructuur. Dit blijkt uit het Cloud (In)Security-onderzoek van het ­ThreatLabz-team van security-specialist ­Zscaler.

Het onderzoeksteam van dit bedrijf noemt het percentage zorgwekkend, aangezien misconfiguraties de oorzaak bleken te zijn van het grootste deel van de cyber­aanvallen op public clouds. Cloud-misconfiguraties met betrekking tot openbare toegang tot ­storage-buckets, ­account-permissies, wachtwoordopslag en -beheer leidden al tot het uitlekken van ­miljarden gegevens. Uit eerder onderzoek van NetApp bleek al dat 38 procent van de ondervraagde Nederlandse IT’ers geen volledig inzicht heeft in waar gevoelige data in de cloud staan en hoe deze data zijn beveiligd. Met name het feit dat daarmee in veel gevallen onduidelijk is of en hoe de back-ups van data geregeld zijn, zorgt voor nog meer kwetsbaarheden en dataverlies.

Gecompromitteerde accounts

Afgezien van misconfiguraties en kwetsbaarheden, is een aanval bij 97,1% van de organisaties die toegangscontroles voor privileged gebruikers, waaronder vaak beheerders zijn, zonder multi-factor authentication (MFA) terug te herleiden naar gecompromitteerde accounts. Privileged toegang tot de cloud maakt het voor hackers mogelijk om verschillende vormen van detectie te omzeilen. En om aanvallen te lanceren. Toch limiteren veel organisaties de privileges en toegang nog niet.

Ransomware-controles

Daarnaast past 59,4% van de organisaties geen ransomware-controles toe voor ­cloudopslag, blijkt uit het Cloud (In)Security-onderzoek. Als het gaat om effectieve ransomware-controles valt te denken aan MFA Delete en versioning. Met Amazon S3 Versioning, bijvoorbeeld, kunnen meerdere object-varianten worden opgeslagen zodat wanneer een file aangepast wordt, per ongeluk of door een cybercrimineel, beide ­kopieën bewaard worden voor toekomstig herstel, vergelijking en verificatie.

Configureren is eigen verantwoordelijkheid

Deze cijfers laten zien dat er nog veel winst te behalen is bij het configureren en onderhouden van cloud-omgevingen. Hoewel de verantwoordelijkheid voor de cloud-omgeving wordt gedeeld met msp’s, is het correct configureren van deze omgevingen, inclusief de back-ups de verantwoordelijkheid van de organisatie zelf.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving in onze branche. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Deze week is het de beurt aan Richard Stassen, CEO van IT-detacheerder Neomax|Olgreen. Zijn oog viel op het onderzoek van Linden-IT, waaruit blijkt dat een derde van de Nederlandse organisaties zich weleens zorgen maakt over de impact van AI op hun werkzaamheden. In het artikel staat dat AI desondanks wordt omarmd, onder andere in de IT-sector, omdat medewerkers hiermee meer tijd overhouden voor complexere vraagstukken, wat hun werk leuker en uitdagender maakt. Hoewel Stassen het hiermee eens is, maakt hij de kanttekening dat AI deze impact niet overal heeft.

Minder impact

Hoewel AI in sommige sectoren absoluut grote impact heeft en de weg vrijmaakt voor medewerkers om zich op complexere werkzaamheden te storten, is dat niet in alle sectoren zo. Met name voor de interactieve kant van IT, ofwel gebruikersondersteuning, heeft AI maar tot op een bepaald niveau invloed. Natuurlijk is AI ook hier van betekenis voor het overnemen van repeterende of simpele taken. Maar de complexiteit van gebruikersondersteuning zit niet zozeer in deze taken, maar in het menselijke aspect. Techniek moet op een simpele manier vertaald worden naar de gebruiker om een oplossing voor problemen te bieden. Voor deze kern van gebruikersondersteuning – oftewel menselijke interactie – houdt de toepassing van AI op en maakt de mens (nog) het verschil.

Snijvlak van IT en emoties

AI is vooral van toepassing in de digitale wereld. Gebruikersondersteuning speelt zich echter ook grotendeels af in de analoge wereld. Het gaat vaak om livesituaties zoals een hack op bedrijfslaptops of cloudopslag die je tijdens een presentatie opeens in de steek laat. Dat is een heel ander speelveld dan de digitale wereld. In de wereld van de gebruikersondersteuning gaat het om complexe menselijke vraagstukken, die zich op het snijvlak van IT en emotie afspelen. Dit zijn vaak onvoorspelbare situaties met topprioriteit. Goed kunnen luisteren en gebruikers meenemen zijn hierbij cruciaal. Het staat of valt met vriendelijkheid, empathie, vertrouwen en geruststellen. Oftewel; gevoel, en dat bezit AI niet.

Voorkeur voor een mens

Dat blijkt uit de voorbeelden waarin geprobeerd wordt om AI in te zetten voor gebruikersondersteuning. Met online chatbots als bekendste voorbeeld. Hoe vaak kun je jouw probleem of vraag in z’n geheel afwikkelen met een chatbot? De meeste mensen komen vanzelf uit bij een mens. Én geven daar ook de voorkeur aan, blijkt uit onderzoek. Maar liefst zes op de tien eindbeslissers willen per se door een mens geholpen worden als ze een probleem ervaren met een dienst of product. Zeven op de tien zijn zelfs bereid hier langer op te wachten. Waarom? De helft voelt zich niet serieus genomen door een chatbot. Bovendien zien we in onze mkb-klantenkring nog steeds een grote vraag naar on site IT-support, waarbij mensen de mogelijkheid hebben om live geholpen te worden met IT-problemen. Dat AI op dit vlak nog geen voet aan de grond heeft, is wat mij betreft wel duidelijk.

Heilige graal?

AI heeft op een groot deel van werkend Nederland impact. Dat allerlei sectoren AI daarom omarmen, is logisch en iets om te stimuleren. Maar voor IT-gebruikersondersteuning is het geen heilige graal. Integendeel. De mens is per definitie complex en dat gaat AI niet vereenvoudigen. En laat het nu die mens zijn die een hoofdrol speelt in de interactieve kant van IT. Dat maakt dat AI de interactie met de mens, ofwel de kern van gebruikersondersteuning, nu niet en misschien wel nooit gaat vervangen. Geheel zonder impact is AI overigens ook niet op dit vakgebied. Het maakt dat we als mens meer tijd en aandacht krijgen voor elkaar. En dat lijkt me een welkome ontwikkeling.

Hoewel kunstmatige intelligentie voorlopig nog niet aan zijn naam zal voldoen, zullen IT-­leiders binnen bedrijven zorgvuldig moeten nadenken over de implicaties van de groot­schalige adoptie van taalmodellen, zowel door klanten als intern. Dat benadrukt Slawomir Dziedziula van Vertiv: “Het is nog te vroeg om aan te kunnen geven wat de impact gaat zijn.”

Er zijn nog steeds vragen over de mogelijke impact op datacenters door de adoptie van generatieve kunstmatige intelligentie (AI), zelfs als het gaat om de behoefte aan meer verwerkingskracht, opslagruimte en energie. Eén ding is zeker, er zal een impact zijn. AI-toepassingen verbruiken immers aanzienlijke hoeveelheden energie. Op het gebied van hardware vereist AI krachtige processors die meer energie verbruiken dan traditionele processoren in datacenters. Beperkingen op de stroomvoorziening blijven dan ook een uitdaging vormen. Slawomir Dziedziula, directeur applicatie-engineering bij Vertiv, waarschuwt dat niemand het stroomverbruik voor individuele toepassingen precies heeft berekend. “Het blijft onzeker wat de invloeden zullen zijn op de software- en hardwarevereisten.”

Het blijft onzeker wat de invloeden van AI zullen zijn op de software- en hardware­vereisten

Vertrouwen

Het is nog te vroeg om precies te kunnen aangeven wat de impact is, aldus Dziedziula. Hij wijst erop dat landen die crypto mining verboden hebben, vergelijkbare zorgen hadden over de impact op infrastructuur en duurzaamheid. “Enerzijds is er de kwestie  in welke mate je generatieve AI kunt vertrouwen. Een ding is zeker: je kunt het gebruiken om je kennis en vaardigheden te verbeteren. Het ­andere aspect is dat je veel servers, GPU’s, opslagapparaten en dergelijke nodig hebt. Daarnaast blijf je nog steeds ingenieurs nodig hebben. Als ze waardevolle scripts gebruiken voor toepassingen, hebben ze aanpassingen nodig.”

Verificatie

Volgens Dziedziula gebruiken ervaren programmeurs generatieve AI om nieuwe ideeën en perspectieven te bedenken — toch ­kunnen sommigen objectief slechte resultaten over het hoofd zien, merkt hij op. “Het werken met generatieve AI brengt een ‘enorme’ ­hoeveelheid verificatie met zich mee. Er ­kunnen nieuwe vaardigheden en toepassingen vereist zijn. Ook kunnen de druk en uitdagingen op het gebied van cyberbeveiliging toenemen. Bijvoorbeeld, ChatGPT kan enorme hoeveelheden geloofwaardige phishingmails produceren. Er zal een ­grotere afhankelijkheid zijn van ­bekwame werknemers. Maar in plaats van 10 mensen heb ik slechts twee mensen en slimme software nodig om de rest te doen.” Over het algemeen is er een stimulans om AI-specifieke datacenters te ontwikkelen in markten met voldoende stroomvoorziening, lagere energie­kosten en lagere grondprijzen om deze complexe en krachtige workloads te kunnen verwerken.

Het ontwikkelen van een succesvolle prijsstrategie kan voor een IT-dienstverlener nogal een uitdaging zijn. In het derde en laatste deel van deze serie geven we een tips die je kunnen helpen de optimale tarieven voor je dienstverlening te bepalen.

Flexibiliteit en eenvoud
Weeg de voor- en nadelen af
Begrijp wat jouw toegevoegde waarde is
Transparant over je prijzen
Evalueer je marktpositie
Voorkom onderschatting
Optimale prijs voor je klanten en voor jou

Je hebt een verdienmodel bepaald zodat je klanten weten waar ze aan toe zijn en jij een basis hebt om een goede boterham te verdienen. Vervolgens heb je nagedacht over de prijs die je voor je diensten wilt vragen. Nu is het tijd om de puntjes op de i te zetten, zodat je zeker weet dat je, in ieder geval voorlopig, de meeste waarde levert voor je klanten en voor jezelf.

Balans tussen flexibiliteit en eenvoud

Als je een flexibel prijsmodel hanteert, kun je zonder gedoe voldoen aan alle wensen van je klanten. Daar staat tegenover dat je model eenvoudig genoeg is om te begrijpen. In de eerste plaats voor je klant, maar ook voor jezelf. Wanneer je de juiste balans vindt tussen maatwerk en eenvoudige prijzen verbeter je je verkoopproces en verhoog je de klanttevredenheid.

Weeg de voor- en nadelen af

Een vast maandelijks tarief biedt verschillende voordelen, zoals voorspelbare inkomsten voor jou en vereenvoudigde budgettering voor klanten. Maar het dekt geen variabele kosten, is niet flexibel voor klanten met veranderende wensen en kan je klanten afschrikken omdat ze denken vast te zitten aan een vast pakket. Prijzen per uur zijn flexibeler voor ad hoc-werk of servicewerk dat niet veel voorkomt. Daar staat tegenover dat je inkomsten en kosten minder voorspelbaar zijn, dat de klantenbinding vaak lager is en dat je je geïnvesteerde tijd heel nauwkeurig moet bijhouden.

Begrijp wat jouw toegevoegde waarde is

Bij het vaststellen van je prijsstructuur is het handig om te weten welke unieke waarde je aan je klanten biedt. Ontdek welke factoren zorgen dat jouw diensten zich onderscheiden van die van concurrenten en zorg ervoor dat die toegevoegde waarde tot uiting komt in je prijsstelling. Denk aan een uitzonderlijk goede klantenservice, heel specialistische expertise of innovatieve oplossingen.

Communiceer transparant over je prijzen

Transparante communicatie over je prijsstructuur is essentieel om vertrouwen op te bouwen bij je klanten. Maak het je klanten niet te moeilijk en zorg dat ze begrijpen hoe je prijsstructuur in elkaar zit, wat ze moeten betalen voor je diensten en wat wel en niet is inbegrepen in iedere variant. Door transparant te communiceren kun je verwarring verminderen, misverstanden voorkomen en de relatie met je klanten verbeteren.

Evalueer je marktpositie regelmatig

Houd je positie in de markt in de gaten en zorg dat je bereid bent om je prijsstructuur op basis daarvan aan te passen. Vergelijk regelmatig je prijzen met die van concurrenten om te zorgen dat je concurrerend blijft en om te voorkomen dat je je diensten te laag of te hoog prijst. Marktpositionering helpt je ook bij het ontdekken van nieuwe kansen en gebieden waar je meer waarde kunt bieden.

Voorkom dat je waarde wordt onderschat

Zorg dat je niet in de verleiding komt om een te lage prijs te vragen voor je diensten in een poging om klanten te winnen. Te lage prijzen doen geen recht aan jouw waarde als msp en leiden tot onhoudbare winstmarges. Heb vertrouwen in de waarde die je als msp levert en zorg ervoor dat je prijsstelling uw expertise, kwaliteit van de service en algehele waarde weerspiegelt.

Vergeet niet dat het vaststellen van de optimale prijsstelling voor je diensten als msp een doorlopend proces is. Je moet het voortdurend verfijnen en aanpassen aan een markt die constant in de beweging is. Blijf tijdens het vaststellen van je prijsstructuur openstaan voor feedback van klanten en wees bereid om waar nodig aanpassingen te doen. Door proactief te blijven en je aan te passen, bevind je je in een goede positie om nieuwe kansen te benutten en een voorsprong op de concurrentie te behouden.

Conclusie: de optimale prijs voor je klanten en voor jou

Door de juiste prijsstrategie te kiezen, draag je als msp bij aan het succes van je eigen bedrijf en het succes van je klanten. Door de verschillende prijsmodellen te overwegen, de beschreven stappen te volgen en de tips in gedachten te houden, ben je goed uitgerust om een prijsstructuur op te stellen die niet alleen winstgevend is, maar ook aanslaat bij je doelmarkt. Blijf flexibel en proactief en houd de trends in de markt in de gaten. Zo houd je als IT-dienstverlener je bedrijf bloeiend.

Het heeft even geduurd, maar Bard, de AI-chatbot van Google, is nu ook in het Nederlands beschikbaar. Gaat Bard de zoekmachine overbodig maken? En hoe doet hij het vergeleken met concurrenten als ChatGPT?

Dat verschillende grote spelers verwikkeld zijn in een grote AI-wedloop, is de afgelopen maanden wel duidelijk geworden. Google gaf enkele jaren geleden al aan een AI first company te willen worden en de verwachtingen waren dan ook hooggespannen toen de zoekgigant zijn tegenhanger van het succesvolle ChatGPT begin 2023 liet zien. De reacties daarop waren ongetwijfeld niet wat Google had gehoopt. Zo beging de kersverse chatbot tijdens de officiële demonstratie een blunder, wat leidde tot een tijdelijk verlies van 100 miljard in beurswaarde. Maar er wordt continu gewerkt aan het verfijnen van de chatbot, die nu ook in Europa beschikbaar is, met ondersteuning voor het Nederlands. Dat kon pas nadat Google had aangegeven hoe het met de privacy van Europese gebruikers omgaat.

Google-account nodig

Wie Bard wil gebruiken, moet ingelogd zijn met een Google-account. In een pop-upvenster drukt Google de gebruiker nog maar eens op het hart dat het een experiment is, met de aanmoediging om feedback te geven en zo de chatbot te verbeteren. Vervolgens ziet Bard er qua gebruikersinterface ongeveer hetzelfde uit als ChatGPT, met het verschil dat Bard de antwoorden ook kan voorlezen.

Actuele kennis

Een ander groot verschil met ChatGPT is dat Googles chatbot actuele informatie kan geven, waar het taalmodel van ChatGPT nog geen kennis heeft van na 2021. Vragen als “Wat is de weersverwachting voor de komende dagen?” worden moeiteloos beantwoord. Met de knop Opzoeken op Google is het mogelijk direct verder te zoeken op het onderwerp, waarbij de traditionele pagina met zoekresultaten verschijnt. Daarmee heeft de gebruiker net zoals Microsoft Bing de mogelijkheid om de antwoorden te checken. ChatGPT biedt zo’n mogelijkheid niet.

Naast vragen beantwoorden, kan Bard ook teksten samenvatten, een eenvoudige tekst zoals een e-mailbericht schrijven of suggesties doen voor een titel, een marketingcampagne of een recept.

Weinig creatief

Net zoals ChatGPT en Microsoft Bing hun tekortkomingen hebben, geldt dat zeker ook voor Bard. Hoewel het antwoord op vragen geregeld heel actueel en nauwkeurig is, gaat het vaak ook compleet mis. Wie zijn of haar eigen naam opzoekt, zal dat kunnen beamen. Ook verschillende vragen over de politieke situatie in Nederland worden vaker wel dan niet beantwoord met een mix van achterhaalde en eenvoudigweg incorrecte antwoorden.

Op het creatieve vlak moet Google in de andere chatbots zijn meerdere erkennen. Een spannend verhaal of een ontroerend gedicht is bepaald niet zijn sterkste kant.

Nog geen Google-vervanger

Google weet het nodige van ieder van ons en het bedrijf werkt al jaren aan taalmodellen, de basis voor diensten als Bard. Met die kennis vallen de gemiddelde prestaties van Bard nog bepaald niet mee. Daarbij is het mogelijk dat de Europese privacywetgeving de Nederlandse versie nog wat in de weg zit. De kans dat Bard de Google-zoekpagina binnenkort zal vervangen, lijkt niet groot. Intussen gaat de AI-wedloop onverminderd door en zal Google Bard de komende tijd ongetwijfeld op veel fronten verbeteren.

Aan de hand van drie vragen en vier stellingen gaan vijf specialisten op het gebied van datacenters en cloud met elkaar in gesprek. Hoe verhouden cloud en datacenters zich tot elkaar? Waar is de grootste innovatie op het gebied van performance en duurzaamheid te verwachten? En hoe zien nieuwe datacenters er over tien jaar uit? “Met cyberdreigingen leerden we omgaan, maar een terreuraanslag moeten we vrezen.”

Vraag 1: Wat is een datacenter?

Datacenters zijn er in vele vormen, van een cluster aan servers voor edge-computing, via micro- en mini-datacenters tot hyperscalers. Wanneer hebben we het eigenlijk over een datacenter?

Erik Hoeboer, EMEA Channel Marketing Manager bij Netgear, reageert als eerste. “Het is voor mij een soort gewetensvraag. Voor ik bij Netgear ging werken zou ik waarschijnlijk gezegd hebben dat een datacenter echt een verzamelgebouw moet zijn waar grote bedrijven hun servers en IT-infrastructuur neer kunnen zetten. Een gebouw met goede connectiviteit, redundant aangesloten op de AMS-IX.” Sinds Hoeboer werkt bij Netgear is zijn oordeel iets anders. “Het kan ook heel goed een cabinet of een rek zijn dat geoptimaliseerd is voor het werken met, en verwerken van data. Met daarin een aantal switches, een router en servers. Apparatuur zoals Netgear die levert. Wij stellen resellers en mkb-klanten in staat om een eigen mini- of micro-datacenter te bouwen op basis van enter­prise-grade hardware tegen aantrekkelijke prijzen.”Dat is een andere wereld dan de ­datacenters van de verschillende ­hyperscalers, weet Hoeboer. “Die bouwen hun eigen dienstverlening en bieden dat als een service aan. Maar je hebt ook altijd data die ­privacygevoelig is of applicaties waarvan je wilt dat de IT-mensen erbij kunnen. Die je bij je wilt hebben. Dat kan in een lokaal datacenter zijn, maar ook op de eigen locatie.”

Bij ABB is geen eigen definitie die een omgeving de kwalificatie ‘datacenter’ geeft. “We hebben intern drie subsegmenten binnen het data­center segment,” legt Freek van Alphen, Head of Data Center Solutions Benelux bij ABB, uit. “Hyperscale, Colocation en Enterprise, maar binnen enterprise zou dan een edge voor een IoT-toepassing op een plant van een raffinaderij een voorbeeld zijn van een klein datacenter. En dat kan ook geplaatst zijn in een container. Dat is dan al een datacentertje.”

Voor hem is de manier waarop een datacenter gebouwd of ingericht wordt uiteindelijk afhankelijk van de usecase. “Welke IT heb je ter plaatse nodig, en wat kan vanuit de cloud?”

Freek van Alphen,                        ABB

Rick van den Hoogenhof, Copaco

Hans ten Hove,                          Datto

Erik Hoeboer, Netgear

Sebastiaan Smit, Huawei

Stroom, koeling en connectiviteit

“Ik vind een omgeving een datacenter op het moment dat het een ruimte is die je optimaliseert voor het plaatsen van hardware.” Dat is de definitie van een datacenter die Rick van den Hoogenhof, Manager Copaco Cloud bij Copaco, geeft. “Van oorsprong hebben we het dan over servers, maar het kan inmiddels ook allerlei IoT-hardware zijn.” Dat betekent, geeft hij aan, dat die ruimte moet voorzien in stroom, koeling en connectiviteit. “Dat is eigenlijk de basis. En ja, dan kun je zelf on-prem een datacenter hebben.”

Voor Sebastiaan Smit, Salesdirector bij Huawei Enterprise Group Nederland, is een datacenter een centrale locatie die geconditioneerd is voor IT-toepassingen op verschillende hardware die bij elkaar gebracht wordt. “Bij voorkeur verdeeld over twee redundante locaties, maar dat betekent niet dat die redundantie bepaalt of iets een datacenter is. Dat geldt wel voor andere zaken die continuïteit mogelijk maken, zoals noodstroom, brandveiligheid en vooral ook toegangsbeveiliging. Dat laatste wordt nogal eens onderschat.”

Hans ten Hove, Area Vice President Continental Europe bij Datto, reageert op zijn beurt op de vraag. “Als je teruggaat naar het begin van de jaren 90 van de vorige eeuw, zie je dat iedereen een eigen definitie van een datacenter had. Er was ook toen geen standaard.” Rond de eeuwwisseling zijn we gewend geraakt aan aparte gebouwen voor data-opslag en -verwerking, met eigen specifieke voorzieningen. “Tot die tijd waren het gewoon kasten met racks.”

Centraliseren bij een specialist

Van den Hoogenhof (Copaco) heeft eerder binnen een datacenterorganisatie gewerkt en herkent zich in de historische schets van Ten Hove. “Rond de eeuwwisseling besloten steeds meer bedrijven hun hard­ware buiten de deur te plaatsen. Zij maakten een bewuste keuze tussen verschillende datacenters.” Zaken als redundantie, beveiliging en de precieze locatie werden daarbij tegen elkaar afgewogen. “Nu vinken gebruikers een cloudservice aan en realiseren zich niet dat die dienst draait dankzij een datacenter.”

Gebruikers gaan er, kortom, zonder meer van uit dat hetgeen waar ­datacenters de hele dag min of meer onzichtbaar mee bezig zijn, en wat je kunt samenvatten als: zorgen voor de noodzakelijke continuïteit, goed geregeld is.

“Het is te vergelijken met energiecentrales. Die stroom wekten we, voor de opmars van zonnepanelen op daken, lange tijd ook niet zelf op, maar we centraliseerden dat en besteedden dat uit aan een klein aantal echte specialisten. Dat is precies wat we met data ook doen: daar zijn specialisten voor die datacenters bouwen en beheren. Die kunnen dat beter en, uiteindelijk, ook duurzamer dan wanneer elk bedrijf dat afzonderlijk gaat doen.”

Van cloud naar on-premise

In dit kader is het van belang niet te onderschatten hoeveel bedrijven zelf nog eigen servers in een datacenter hebben staan, betoogt Smit (Huawei). “Datacenters associëren we nu over het algemeen met cloud, maar colocatie, waarbij de IT-apparatuur eigendom is van de eindklant en komt veel voor. Dat geldt ook voor eigen datacenters on-prem die je nog veel ziet bij onder meer banken, maar ook in de manufacturing.”

Hij legt uit dat die bedrijven (deels) niet afhankelijk willen zijn van de cloud. “Sterker nog: je ziet een ontwikkeling waarbij men de cloud toch weer verruilt voor on-premise, als gevolg van ransomware. Partijen willen er dichter opzitten, al was het maar omdat de recovery-snelheid na een incident daarmee omhooggaat.”

Het is volgens Ten Hove (Datto) inderdaad wel relevant dat we naar het gebruikersperspectief kijken. “Heb je het over datacenters of heb je het over cloud?” Daar ziet hij een interessante verschuiving. “Rond 2000 zeiden bedrijven: ‘Ik breng mijn on-premise omgeving naar een veilig datacenter’, dat wordt minder, omdat de dienstverlening waarom het de eindklant gaat naar de cloud is gegaan.”

Ten Hove bedoelt daarmee dat de eindklant niet geïnteresseerd is in het onderliggende ijzer, maar in de applicatie die hij gebruikt, zoals Van den Hoogenhof al aangaf. “Inderdaad draait die cloud in datacenters, maar de eindklant kiest niet voor dat datacenter, maar voor een service die zich onderscheidt van een andere service.”

‘Techniek is goed geregeld’

Hij wordt bijgevallen door Hoeboer (Netgear). “Daar ben ik het mee eens. Ik zie cloud-dienstverlening niet als datacenterdienstverlening. Het is een service die het gebruik van een applicatie mogelijk maakt voor de eindgebruiker, die ervan uitgaat dat de techniek achter die service goed geregeld is om zo een optimale beschikbaarheid van de applicatie te garanderen.”

Ook Van den Hoogenhof (Copaco) merkt op dat bepaalde klanten op dit moment (deels) terugkeren vanuit de cloud, bijvoorbeeld vanwege de kosten. “Op dat moment realiseert men zich, dat die kosten ook gebaseerd zijn op de onderliggende techniek en men vraagt zich af welke voordelen private cloud, colocatie of on-premise oplossingen kunnen bieden. Klanten kiezen voor datacenters bij bekende partijen, waarbij data in Nederland blijven. Deze datacenters zijn bovendien gebouwd door specialisten in samenwerking met partijen als ABB en Netgear. Zo maakt iedereen zijn eigen keuze.”

Hoeboer (Netgear) keert terug naar de vraag die centraal stond bij dit deel van de discussie. “Wij leveren onze AV-switches ook voor omroepwagens. In die voertuigen hebben ze een eigen stroomvoorziening en security, is dat daarmee een mobiel datacenter?” Als we stellen dat een datacenter een ruimte is die geoptimaliseerd is voor data-opslag en dataverwerking, dan is die bus een datacenter, is de mening van Ten Hove (Datto). “Een flexibel en ­mobiel datacenter,” bevestigt Van den Hoogenhof (Copaco).

De eindklant kiest niet voor een datacenter, maar voor een service die zich onderscheidt van een andere service

Stelling 1

Cloud en datacenters zijn niet hetzelfde

Het onderwerp kwam eerder al aan de orde, maar wordt hier verder uitgediept. “Het gaat om de loskoppeling van een fysieke locatie, de servers in het datacenter enerzijds, en de diensten die uiteindelijk wel gebruik maken van die fysieke locatie anderzijds,” legt Ten Hove uit. Ooit kochten bedrijven hardware en zetten die in het bedrijf neer, dat was de IT van een organisatie, met software erop en een netwerk tussen de componenten. “Al die componenten zag je terug in de offerte van een leverancier, aangevuld met een post projectcoördinatie en eventueel beheer. Dat is nu helemaal anders.” End-to-end diensten spelen nu de hoofdrol gaat hij verder, “maar de eindklant kent die tussenliggende partijen die de functionaliteit van de applicatie mogelijk maken niet. Daar valt ook het datacenter onder.”

Van den Hoogenhof (Copaco) is wel van mening dat je cloud en datacenters niet helemaal los van elkaar kunt zien. “Als je een eigen datacenter hebt, waar voor het hele bedrijf de applicaties staan, dan bied je die eigenlijk as-a-service aan het eigen personeel aan.” Hij meent dat het begrip datacenter vooral gekoppeld is aan techniek, waar het bij cloud naast een techniek juist om een businessmodel gaat. “Het datacenter is een ruimte en heeft klanten – waaronder veel cloudproviders.”Hoeboer van Netgear herkent veel in wat Van den Hoogenhof zegt. “Met een datacenter ben je eigenlijk je eigen cloudprovider.”

Cloud of virtualisatie?

Smit (Huawei) vindt dat het begrip cloud niet altijd ­eenduidig wordt gebruikt. “Is het cloud of virtualisatie?” Hij vermoedt dat aanstaande regelgeving, zoals NIS2, impact gaat hebben, zeker op de kleinere msp’s. Dit omdat ze met nieuwe problematiek te maken gaan krijgen. “Kunnen kleinere partijen dat aan?” Het antwoord komt van Van den Hoogenhof: “Wij van Copaco, maar zeker ook Datto, zijn er nu juist om de msp te helpen om die stap te maken.”

Ten Hove (Datto) sluit aan bij een eerdere opmerking van Rick van den Hoogenhof, als hij stelt dat er nog een belangrijk verschil is tussen datacenters en de adoptie van cloud. “Twintig jaar geleden was er nog geen cloud, maar waren er wel datacenters. Wie overwoog te gaan outsourcen dacht heel goed na bij de keuze van het datacenter. Bij de overstap naar cloud doen bedrijven dat niet. Niemand stelt eigenlijk vragen over de datacenters waarop de cloud­applicaties draaien.”

Van Alphen (ABB) reageert nog op een eerdere ­constatering tijdens het gesprek, dat sommige partijen weer op hun beslissing naar de cloud te gaan terugkomen. “Dat is eigenlijk niets nieuws. Ook bij outsourcing zijn er golven.Men besteedt uit en neemt het later toch weer terug. De IT ademt mee op de bewegingen van het bedrijf.”

Vraag 2: datacenter van de toekomst

Als je over tien jaar door een net opgeleverd datacenter loopt, wat is dan het grootste verschil met nu?

Van Alphen (ABB) verwacht dat een klein datacenter tegen die tijd echt heel veel data kan verwerken, vooral dankzij het gebruik van high density computing. “En datacenters kunnen, ook door de forse koeling die ­nodig is, een warmteleverancier zijn.” Daarnaast verwacht Van Alphen dat de locaties onbemand zijn, mede dankzij intelligente hardware die even­tuele verstoringen ruim van ­tevoren kan voorspellen, in combinatie met automatisering en robotisering om onderhoud en beheer voor een deel uit te voeren.“Ik verwacht dat het er doodstil zal zijn,” geeft Ten Hove (Datto) aan. “Dankzij vloeistofkoeling heb je geen ventilatoren meer nodig.” Hij voegt eraan toe dat er echt wel het een en ander moet gebeuren in bij datacenters. “Als je kijkt naar de snelheid waarmee de hoeveelheid data toeneemt, dan is daar eigenlijk niet tegenop te bouwen.”Een oplossing is volgens Hoeboer (Netgear) dat de apparatuur steeds kleiner wordt, er passen nu al meerdere switches in dezelfde U-ruimte, waardoor de footprint naar beneden gaat. Hiernaast nemen de prestaties toe, terwijl de apparatuur minder energie nodig heeft. Ook Van den Hoogenhof (Copaco) verwacht meer high density en de daaraan verbonden noodzaak sterk te ­koelen. “Inderdaad kunnen datacenters dan een bron van warmte zijn voor tuinbouw en de gebouwde omgeving. Nu roepen we dat natuurlijk al langer; het gebeurt alleen nog niet veel.”

Ook bij outsourcing zijn er steeds golven. Men besteedt uit en neemt het later toch weer terug

Verandering valt mee

Dat leidt tot de reactie van Smit (Huawei). “Laten we over 10 jaar afspreken in een nieuw datacenter. Ik denk dat er niet veel veranderd is. Ja, apparatuur is efficiënter, maar ­robots en warmtenetten, ik zie het niet gebeuren, tenzij het businessmodel voor het datacenter duidelijk is, zoals bij het opslaan van zonnestroom in battery packs voor eigen gebruik.

Van Alphen reageert hierop: “De ontwikkelingen gaan hard en er is veel mogelijk, maar wie neemt het initiatief om waarin te investeren? Datacentereigenaren gaan echt geen buizen aanleggen naar een woonwijk, daar moet de overheid een regierol oppakken.”

Algemeen verwachten de deelnemers dat ‘vuile’ diesel over tien jaar vervangen zal zijn door duurzamere alternatieven. Netgear ziet kansen voor meer gebruik van Power over Ethernet in mini- en micro-datacenters in combinatie met de mkb-kantooromgeving. Maar, zo blijkt uit de rondgang, heel duidelijk is het beeld van de veranderingen die we binnen tien jaar mogen verwachten niet. “Eigenlijk zijn we helemaal niet in staat om tien jaar vooruit te kijken,” vat Ten Hove (Datto) kernachtig samen.

Stelling 2

Er is voor de meeste bedrijven in Nederland geen reden om níet voor public cloud te kiezen.

“De meeste bedrijven in Nederland zouden gebruik kunnen maken van public cloud,” is de mening van Van den Hoogenhof (Copaco). “En misschien zouden ze er zelfs wel voor móeten kiezen. Als je kijkt naar de schaalbaarheid en het technologische voordeel dat ze met de public cloud kunnen behalen.”Voor Smit (Huawei) zou de vraag moeten zijn: “Wat is de drijfveer voor een specifieke onderneming op naar de cloud te gaan. Is dat schaalbaarheid, is dat prijsefficiency?” De aanname, geeft Smit aan, is vaak dat cloud goedkoper is. “Dat is echter in de praktijk nog maar de vraag.” Van den Hoogenhof (Copaco) reageert hierop dat dit inderdaad een belangrijke kwestie is. Hij gelooft niet dat alles naar de cloud gaat. “Ziekenhuizen, banken en de industrie zullen deels on-premise blijven. Je hebt bijvoorbeeld minder last van latency. Aan de andere kant zorgt public cloud voor schaalbaarheid. En vaak ook voor kostenvoordeel.”Het feit dat een bedrijf over het algemeen gebruik zal maken van een hybride model herkent Hoeboer (Netgear). “De schaalvoordelen van public cloud zullen bij standaardoplossingen te vinden zijn.”

Investeren in governance

Het beeld bestaat nog steeds bij ondernemingen dat je met een stap naar de ­cloud van alle zorgen bevrijd bent. “Je blijft echter verantwoordelijk voor de integriteit van de data,” geeft Van Alphen (ABB) aan. “Je hebt een regie-­organisatie nodig en controlesystemen.” Hij is het wel eens met de stelling. “Maar als je voor die public cloud kiest moet je investeren in de governance.”

Ook Ten Hove (Datto) onderschrijft de stelling. “De meeste bedrijven in ­Nederland bevinden zich in het mkb-segment en hebben één tot vijf ­medewerkers. Vaak zijn de oplossingen die zij gebruiken cloud based. De public cloud zal voor hen bijna altijd prima zijn.”

Stelling 3

De echte innovatie vindt bij datacenters niet bij de servers en switches plaats, maar op het gebied van koeling, waterbeheer en energie.

Deze stelling wordt door geen van de deelnemers onderschreven. “De innovatie in serverkracht gaat nog steeds door,” stelt Van Alphen (ABB). “Juist daar spelen interessante ontwikkelingen als immersion cooling, waarbij de apparatuur wordt ondergedompeld in een vloeistof voor de meest effectieve koeling.” Hierdoor kunnen de servers bij hogere temperaturen werken, waardoor warmteteruglevering eenvoudiger wordt. “Er zijn ook bij de switches zeker nog innovaties te zien,” vult Hoeboer (Net­gear) aan. “Denk aan devices die Power over Ethernet ondersteunen. Of aan de AV-Switches van Netgear, waarvan we de ventilator minder kunnen laten koelen waardoor ze nagenoeg geluidloos zijn en ook bij audioregistraties goed te gebruiken zijn.” Dat neemt niet weg dat er, zeker bij de datacenters grote innovatiekracht zichtbaar is, ook op het gebied van duurzaamheid en waterbeheer.

Hogere temperaturen mogelijk

“Er spelen meerdere zaken die bij elkaar komen,” meent Smit (Huawei): “Temperatuurgevoeligheid van de apparatuur enerzijds en de omgevingstemperatuur anderzijds bepalen de koelingsbehoefte en daarmee het energiegebruik.” Hij vertelt dat de apparatuur van Huawei ook gebruikt wordt in Azië en Afrika en daar probleemloos bij hogere temperaturen werkt, mede dankzij een ander design. “Ook zaken als verglazing binnen een device, dat minder warmte-ontwikkeling kent dan koper, het gebruikte OS en de chipset hebben invloed op de warmte-ontwikkeling. In de praktijk hoeft de temperatuur in een datacenter echt niet precies 21 graden te zijn.”

Van den Hoogenhof (Copaco) reageert hierop: “In principe heeft elk datacenter een incentive om enorm zuinig te opereren. Dat drukt de bedrijfskosten en vergroot de marge. Maar emotie en gewoontes houden dit tegen.”

Vraag 3: uitdagingen

Waar ligt de eigenaar of directeur van een datacenter op zakelijk gebied van wakker?

Ook bij deze vraag geeft Freek van Alphen, van ABB, als eerste een antwoord. “Zoals bij elke onderneming speelt ook bij een datacenter de war for talent. De directeur zoekt goed personeel, maar kan dat niet ­vinden.” Weliswaar heeft een datacenter niet heel veel personeel nodig, maar het aantal datacenters neemt nog steeds toe, “en de mensen die er werken hebben brede kennis nodig.”

Er is, wordt aangegeven, natuurlijk een verschil tussen verschillende ­datacenters: is de persoon die wakker ligt de eigenaar van het gebouw en de technische installaties, of ook van de IT-apparatuur in het datacenter? Van den Hoogenhof (Copaco): “In dat laatste geval is security, en dan met name ransomware, een uitdaging.”

Slotgracht om datacenters

Van Alphen (ABB) was nog niet klaar met zijn opsomming: “Ook het ­imago van datacenters speelt een rol. De weerstand van veel ­mensen tegen de grote panden, waarvan men vooronderstelt dat ze veel stroom verbruiken, is niet te onderschatten, de sector heeft een probleem met zijn reputatie.” Hoeboer vult aan dat veranderende wet­geving, beschikbaarheid van kosten van energie, een forse uitdaging is.

“En de aansprakelijkheid die dat met zich mee kan brengen,” voegt Smit (Huawei) toe. Hij benoemt een groter probleem en Van Alphen valt hem bij: “De meeste van de genoemde issues in zekere zin bekend, en daar zullen de directeuren niet meer van wakker liggen. De fysieke bedreiging, echter, bijvoorbeeld een terreuraanslag omdat bepaalde groepen mensen weten of vermoeden dat servers van een organisatie in jouw datacenter staan, wordt een serieus probleem. Er ligt geen slotgracht om de datacenters, je kunt je er eigenlijk niet tegen wapenen. ­Cybercrime raakt vooral jouw klant en diens klant, maar een bom raakt jou als eigenaar.”

Stelling 4

Datacenterdiensten zijn te goedkoop voor de kritische functionaliteit die ze bieden.

Van den Hoogenhof (Copaco) maakt een vergelijking. “Vergelijk het met water. Toegang tot drinkwater is van groot belang voor mensen en (veel) bedrijven. We gaan ervan uit dat het altijd uit de kraan komt en dat is in Nederland ook zo. Ook datacenters spelen een essentiële rol in de samenleving, en ook daarbij gaan we ervan uit dat het werkt. Alles wat we doen gaat via een datacenter. Toch is water heel goedkoop, ondanks het belang ervan. Dat geldt voor datacenterdiensten net zo.” Zoals we vroeger de uitdrukking ‘wees wijs met water’ hadden, zo moeten we verstandiger omgaan met ons datagebruik, meent Van den Hoogenhof. “We moeten nadenken over de explosie aan data en de bouw van steeds meer datacenters die dat met zich meebrengt.”

Smit (Huawei) kiest een andere insteek. “Er zijn beslist datacenters die zich onderscheiden in prijs en kwaliteit. Zij vragen voor een goede en betrouwbare dienst een hogere prijs.” Maar erkent hij: in vergelijking met zelf een serverruimte inrichten ben je als bedrijf een stuk goedkoper uit in een datacenter. “Uiteindelijk gaat het om besef van de kwaliteit en het belang van datacenters ook om de positionering,” stelt Hoeboer (Netgear). “Het publiek realiseert zich niet wat er gebeurt in een datacenter, hoe belangrijk ze zijn. Ze zien alleen grote dozen langs de snelweg staan.”

Als IT-dienstverlener is het inrichten van (remote) werkplekken een veelvoorkomende taak. Je streeft ernaar om voor elke gebruiker een veilige en productieve werkomgeving te creëren. Liefst voor elke gebruiker de best passende. Maar maatwerk bij werkplekautomatisering is tijdrovend en kostbaar. De oplossing: maak voor verschillende typen medewerkers persona’s.

Wat is een persona?
Wat zijn de voordelen van persona’s voor werkplekinrichting?
Persona’s voor werkplekautomatisering: zo pak je dat aan
Hoeveel persona’s maak je?
Voorbeeld persona’s
Conclusie

In dit artikel bespreken we de voordelen van het gebruik van persona’s voor werkplekautomatisering. Ook geven we je praktische tips geven over hoe je persona’s opstelt en inzet. Ook benieuwd naar deze nieuwe tactiek voor ondernemende IT-dienstverleners zoals jij?

Wat is een persona?

Een persona is een verpersoonlijking van een groep medewerkers. Het begrip komt uit de marketing, waarbij groepen klanten worden voorgesteld als een fictief persoon, compleet met naam en beschrijving.

In werkplekautomatisering kun je ook gebruik maken van persona’s. Sommige functies zijn hetzelfde of lijken heel veel op elkaar, waardoor de inrichting van de werkplek logischerwijs hetzelfde kan zijn.

Wat zijn de voordelen voor werkplekinrichting?

  • Inzicht in en begrip van gebruikersbehoeften
    Persona’s stellen jou als IT-dienstverlener in staat om een diepgaand inzicht te krijgen in de specifieke behoeften en doelen van verschillende categorieën werknemers. Door persona’s te gebruiken, krijg je een beter begrip van hun werkprocessen, technische vaardigheden, communicatievoorkeuren, wensen rondom het locatie-onafhankelijk werken en andere relevante factoren.
  • Aangepaste oplossingen
    Met persona’s als referentiepunt, bied je werkplekautomatisering op maat. In plaats van generieke oplossingen, die mogelijk niet aansluiten bij de behoeften van individuele gebruikers, helpen persona’s bij het identificeren van specifieke tools, applicaties en configuraties die de productiviteit en tevredenheid van werknemers verbeteren.
  • Verbeterde gebruikerservaring
    Door de werkplekautomatisering af te stemmen op de behoeften van werknemers, verbeteren IT-dienstverleners de gebruikerservaring aanzienlijk. Werknemers krijgen toegang tot de juiste tools en informatie die ze nodig hebben om hun taken efficiënt uit te voeren. Dit resulteert in hogere tevredenheid en productiviteit.
  • Gerichte en klantvriendelijke support
    Persona’s bieden ook waardevolle informatie aan het supportteam. Door de specifieke technische vaardigheden en behoeften van de verschillende werknemers te kennen, is jouw supportteam in staat om gerichter hulp te bieden en sneller problemen op te lossen. Dit vermindert de frustratie bij werknemers van jouw opdrachtgevers en zorgt voor een betere, meer klantgerichte IT-ondersteuning.

Hoe pak je het opstellen van persona’s voor werkplekautomatisering aan?

Aan de hand van onderstaande vijf stappen leggen we je uit hoe je als IT-dienstverlener het opstellen van persona’s aanpakt.

  1. Stel een projectteam samen
    Formuleer een intern team om je te helpen met deze klus. Het team kan bestaan uit vertegenwoordigers van verschillende disciplines, zoals een consultant, helpdeskmedewerker, accountmanager en een administratief medewerker. Door de diverse expertises en perspectieven samen te brengen, creëer je meer holistische persona’s. Dat betekent dat je rekening houdt met verschillende aspecten rondom de behoeften, zoals de techniek, veiligheid, gebruikerservaring en doelstellingen. Het samenstellen van een projectteam zorgt voor een collaboratieve en inclusieve aanpak. Dit leidt uiteindelijk tot nauwkeurigere en effectievere persona’s voor werkplekautomatisering.
  1. Analyseer de gebruikersgroepen
    Begin met het identificeren van de belangrijkste gebruikersgroepen bij jouw klanten. Dit kunnen bijvoorbeeld managers, salesvertegenwoordigers, IT-medewerkers en administratief personeel zijn. Analyseer hun taken, doelen, verantwoordelijkheden, pijnen en technische behoeften.
  1. Verzamel gegevens
    Zoek naar gegevens over de gebruikersgroepen door middel van enquêtes, interviews of observaties. Hierin valideer je de aannames die je in stap 2 hebt gedaan. Stel vragen over hun werkprocessen, gebruikte (en gewenste) tools en applicaties, communicatievoorkeuren, uitdagingen en wensen met betrekking tot werkplekautomatisering. Verzamel ook demografische gegevens, zoals leeftijd, functieniveau, gezinssituatie en ervaring.
  1. Identificeer patronen en gemeenschappelijke kenmerken
    Analyseer de verzamelde gegevens om patronen en gemeenschappelijke kenmerken binnen elke gebruikersgroep te identificeren. Kijk naar overeenkomsten in taken, doelen, technische vaardigheden, voorkeuren en behoeften. Deze patronen vormen de basis voor het creëren van persona’s.
  1. Maak persona-profielen:
    Voor elke gebruikersgroep creëer je als IT-dienstverlener een persona-profiel dat de belangrijkste kenmerken, doelen, uitdagingen, technische behoeften en voorkeuren samenvat. Geef elke persona een naam en een visuele representatie. Hiermee maak je het voor iedereen binnen je organisatie gemakkelijker om zich in te leven en te identificeren met de persona.

Hoeveel heb je er nodig?

Het is belangrijk om een evenwicht te vinden tussen het hebben van voldoende persona’s – om de diversiteit van gebruikersgroepen te vertegenwoordigen – en het vermijden van een overmatig aantal persona’s. Dat maakt het beheer en de implementatie alleen maar moeilijker. Het exacte aantal persona’s dat nodig is, varieert afhankelijk van de omvang en complexiteit van jouw organisatie. Over het algemeen wordt geadviseerd om te streven naar een beperkt aantal persona’s die de belangrijkste gebruikersgroepen goed vertegenwoordigen, ga uit van drie tot vier persona’s. Begin met de primaire gebruikersgroepen die de grootste impact hebben op werkplekautomatisering.

Houd er rekening mee dat persona’s geen statische entiteiten zijn. Zij evolueren met de tijd en veranderingen in de organisatie van je klanten en de technologie. Regelmatige evaluatie en bijwerking van persona’s is daarom essentieel om ervoor te zorgen dat ze nauwkeurig blijven en blijven aansluiten bij de behoeften van de gebruikersgroepen.

Voorbeeld persona’s

  • Peter de Projectmanager
    Peter is een ervaren projectmanager die vaak onderweg is. Hij heeft behoefte aan toegang tot projectmanagementtools, communicatie-apps en documentatie, zowel op zijn laptop als op zijn smartphone. Hij waardeert flexibiliteit en mobiliteit in zijn werkplekautomatisering, zodat hij altijd up-to-date kan blijven, waar hij zich ook bevindt.
  • Lisa de Salesvertegenwoordiger
    Lisa is een enthousiaste salesvertegenwoordiger die veel onderweg is om klanten te bezoeken. Ze heeft behoefte aan locatie-onafhankelijke toegang tot CRM-software, presentatietools en communicatiemiddelen, zowel op haar laptop als op haar tablet. Ze waardeert efficiëntie en gebruiksvriendelijkheid, zodat ze snel en effectief klantinformatie kan bijwerken en communiceren.
  • Max de IT-medewerker
    Max is een IT-medewerker die verantwoordelijk is voor het beheer en de ondersteuning van het IT-infrastructuur van de organisatie. Hij heeft behoefte aan krachtige systeembeheer- en diagnosehulpmiddelen, ontwikkelomgevingen en toegang tot documentatie en kennisbanken. Hij waardeert aanpasbaarheid en technische diepgang om zijn taken efficiënt en effectief uit te voeren.

Conclusie

Het opstellen van persona’s voor werkplekautomatisering biedt jou als IT-dienstverleners tal van voordelen. Het stelt je in staat om een diepgaand inzicht te krijgen in de behoeften en doelen van verschillende categorieën werknemers. Hierdoor kun je aangepaste oplossingen bieden die de productiviteit en tevredenheid verbeteren.

Ransomware maakte de afgelopen jaren een razendsnelle ontwikkeling door. Kwaadwillenden nemen de malware ‘as a service’ af bij een van de vele aanbieders op het dark web. De meest innovatieve en bedreigende vorm van ransomware is op dit moment BlackCat.

1. Wat is BlackCat ransomware?
2. Hoe gaat BlackCat te werk?
3. BlackCat gebruikt meervoudige afpersing
4. Wat is de impact van programmeertaal Rust bij deze malware?
5. Wat is nog meer bijzonder aan BlackCat?
6. Hoe weten mijn klant en ik, als reseller, welke data concreet gestolen zijn?
7. Wat is de rol van msp’s en andere IT-dienstverleners bij BlackCat?
8. Wat betekent BlackCat voor de NIS2 regelgeving?
9. Hoe voorkom je als msp dat jouw klanten getroffen worden door BlackCat?

De software van BlackCat is zo geavanceerd dat mssp’s en andere IT-dienstverleners alles uit de kast moeten halen om hun Advanced Treath Protection (ATP) goed in te vullen. In dit artikel beantwoorden we acht veelgestelde vragen over BlackCat Ransomware. De antwoorden kunnen partners helpen bij het inrichten van hun Security 2.0.

1. Wat is BlackCat ransomware?

BlackCat, ook bekend onder de naam ALPHV, is een ransomware-as-a-service (RaaS) die wereldwijd al veel organisaties aanviel en dat in de nabije toekomst zal blijven doen. Het is een zeer geavanceerde ransomware die zich op veel verschillende omgevingen kan richten vanwege een groot aantal geavanceerde functies. BlackCat verspreidt zich eenvoudig tussen computers. Het infecteert verschillende versies van Windows- en Linux-besturingssystemen en kan ook lopende processen beëindigen en bestanden sluiten die open zijn tijdens de aanval.

2. Hoe gaat BlackCat te werk?

De toegang van BlackCat tot het netwerk van een organisatie begint met het gebruik van gestolen toegangsgegevens. Wat dat betreft wijkt BlackCat niet af van veel andere malware. Dat heeft een reden. Doordat bij veel bedrijven het Identity en Access Management (IAM) niet optimaal is, is op darkweb een grote hoeveelheid gestolen en gelekte wachtwoorden en gebuikersnamen te koop. Toegang tot omgevingen is eenvoudig en goedkoop voor wie kwaads in de zin heeft. Gezien het tempo waarmee beveiligingsinbreuken plaatsvinden, is het moeilijk in te schatten hoeveel inloggegevens er elk jaar worden gestolen. Ongeveer 50% van de bekende beveiligingsincidenten in 2021 werden geïnitieerd door gestolen inloggegevens.

Nadat de eerste toegang is verkregen, verzamelen BlackCat of vergelijkbare ransomware-groepen op de achtergrond informatie, waarbij ze het hele netwerk in kaart brengen en accounts manipuleren voor diepere toegang.

Op basis van de informatie die de aanvallers verzamelen stellen ze de meest effectieve route op voor het verdere verloop van de aanval. Ze schakelen beveiligings- en back-upsystemen uit.

3. BlackCat gebruikt meervoudige afpersing

Zoals bij de meeste grote ransomware-operaties, houdt de groep achter BlackCat zich bezig met meervoudige afpersing, waarbij gestolen gegevens worden gebruikt om te kunnen dreigen met een datalek. Hiermee zetten ze slachtoffers onder druk om te betalen. BlackCat gaat een stap verder in het verminderen van herstelopties bij zijn slachtoffers door Windows Shadow Volume Copies te verwijderen, back-ups te deleten en ook de Prullenbak te legen.

BlackCat is daarmee dit jaar een van de meest geavanceerde varianten van ransomware, vanwege de extreem aanpasbare functies die aanvallen op een uitgebreid scala aan bedrijfsomgevingen mogelijk maken. Deze feature-rijke variant is de eerste die is geschreven in de programmeertaal Rust.

Analyse wijst uit dat cybercriminelen onder meer niet-gepatchte Exchange-servers gebruiken om BlackCat te implementeren en toegang te krijgen tot doelnetwerken. Ze maken misbruik van die kwetsbaarheid om informatie te verzamelen over netwerkapparaten en toegang te krijgen tot accountgegevens. Van hieruit zoeken en exploiteren de ze doelen voor zijwaartse bewegingen.

4. Wat is de impact van programmeertaal Rust bij deze malware?

De ontwikkelaars proberen beveiligingsprogramma’s te misleiden omdat sommige niet controleren op de op dit moment nog tamelijk ongebruikelijke programmeertaal Rust. Het hoge aantal slachtoffers suggereert dat de poging behoorlijk succesvol is. Dit voordeel zal minder groot worden, omdat Rust in snel tempo de traditionele programmeertalen C en C++ vervangt. Microsoft riep onlangs nog op vooral Rust te gebruiken. BlackCat ontwikkelt zijn tools met de programmeertaal Rust ook omdat dit zorgt voor meer stabiliteit en integratiemogelijkheden. Zo brengt BlackCat een hoger configuratieniveau.

5. Wat is nog meer bijzonder aan BlackCat?

Het bijzondere is, dat deze malware de originele data niet versleutelt, maar de direct vernietigt bij het slachtoffer. Dat is om verschillende redenen effectiever voor de cybercriminelen:

  • Het versleutelen van bestanden, dat ransomware-groepen ’traditioneel’ doen kost veel tijd. Dat maakt de kans op een succesvolle aanval kleiner. Daarnaast geldt ook hier: tijd is geld.
  • Bovendien is de ransomware-code in de nieuwe vorm eenvoudiger. Dat maakt de software, die ook ‘as a service’ wordt aangeboden aan derden die wellicht niet heel technisch onderlegd zijn, minder foutgevoelig. Er zijn dan ook sneller nieuwe varianten te maken.
  • Nog belangrijker is, dat de nieuwe methode de aanvallers meer zekerheid geeft dat het slachtoffer wil betalen. Als alleen de aanvallers nog een werkende kopie hebben van de originele bestanden, neemt de kans toe dat het slachtoffer met geld over de brug komt.

6. Hoe weten mijn klant en ik, als reseller, welke data concreet gestolen zijn?

Hele goede vraag. Die stelden de cybercriminelen die BlackCat ontwikkelden zichzelf ook en hun antwoord blijkt een ‘zoekfunctie‘ te zijn. Bedrijven die getroffen zijn door de gijzelsoftware van de BlackCat-groep en weigeren het gevraagde losgeld te betalen, kunnen deze tool gebruiken om te achterhalen welke data de aanvallers hebben gestolen. Alle gegevens zijn keurig geïndexeerd en afkomstig van het Collections-gedeelte van de dataleksite van de hackersgroep. Gedupeerden hebben hierbij de mogelijkheid om te zoeken op bestandsnaam en -extensie.

De zoekfuctie heeft impact op verschillende manieren. Het slachtoffer zal schrikken van de hoeveelheid gestolen gegevens. Om publicatie op internet of massaclaims van gedupeerden te voorkomen, kan het bedrijf alsnog besluiten te betalen.

Een claim van gedupeerden kan zich ook richten op de security-partner

De andere optie is dat relaties van het slachtoffer de zoektool gebruiken om te kijken of hun privégegevens zijn buitgemaakt. In dat geval kunnen ze bij het getroffen bedrijf aankloppen en vragen om het losgeld te betalen. Of het bedrijf aanklagen. Let op: die claim kan zich ook richten op de partner van het getroffen bedrijf!

Dat is echter nog niet alles. De tool is ook heel handig voor andere hackers, die zich specialiseren in afpersing. De zoek-tool maakt het voor hen eenvoudiger om wachtwoorden en andere vertrouwelijke informatie over de aangevallen bedrijven en organisaties te vinden.

7. Wat is de rol van msp’s en andere IT-dienstverleners bij BlackCat?

Die is groter dan je zou denken. Op de eerste plaats zijn het mssp‘s, service partijen die zich onder meer met het beperken van de impact van ransomware-aanvallen bezighouden, die BlackCat ontdekten. In eerste instantie waren het de bedrijven Cyderes en Stairwell die een nieuwe vorm van ransomware zagen opkomen. Vervolgens was het Blackpoint Cyber, een dienstverlener voor beheerde detectie en respons (MDR) die nauw samenwerkt met msp’s, die meer details gaf. Blackpoint ontdekte nieuwe tactieken, technieken en procedures (TTP’s) die ze linkten aan BlackCat ransomware-as-a-service-bedreigingen.

Zo detecteerde Blackpoint de zijdelingse beweging van BlackCat over onbeschermde apparaten. De criminelen gebruiken Remote Desktop Protocol (RDP) en Windows Admin Shares om apparaten te infiltreren en hun kwaadaardige software te implementeren.
BlackCat-aanvallers gebruiken daarnaast vooral ook Total Software Deployment (TSD). Dit is een tool voor beheer op afstand die vaak wordt gebruikt door mssp’s, msp’s en IT service providers. Het is voor partners vooral van belang geen gratis versies van TSD in te zetten, want de crimelen gebruiken juist die versie graag. Hezelfde geldt overigens voor het programma ScreenConnect.

Hiermee komt meteen ook een andere connectie met IT-partners aan het licht. BlackCat maakt intensief gebruik van tools die service providers dagelijks hanteren voor bijvoorbeeld het deployen van software-updates.

8. Wat betekent BlackCat voor de NIS2 regelgeving?

De NIS2-regelgeving is bedoeld om te zorgen dat bedrijven hun weerbaarheid op orde hebben. De voorganger NIS richtte zich alleen op de essentiële bedrijven, zoals netwerken, energie en watervoorziening. Met NIS2 wordt dit uitgebreid naar een tweede schil van iets minder essentiële industrieën. Maar omdat er steeds vaker sprake is van ketelaanvallen, is het voor álle bedrijven een goed idee om te voldoen aan de NIS2 richtlijn.

In het verlengde daarvan is ketenaansprakelijkheid ook een belangrijk issue. Ransomware-aanvallen, zoals die welke BlackCat gebruiken, kunnen soms bij een bedrijf binnenkomen met informatie die ze bij een toeleverancier of afnemer hebben gevonden. Dat maakt dat ook de ms(s)p een veel grotere rol krijgt: als adviseur over veiligheid kun je aansprakelijk worden gesteld voor inbreuken bij je klanten.

En natuurlijk moet je als IT-dienstverlener ook zelf goed beschermd zijn. Anders loop je de kans dat ze met informatie die bij jóu gestolen wordt bij je klanten weten binnen te dringen.

9. Hoe voorkom je als msp dat jouw klanten getroffen worden door BlackCat?

Allereerst moeten we altijd melden dat absolute veiligheid niet bestaat. Niet voor de klanten van de msp. Maar ook niet voor de msp zelf. De IT-partner kan er wel voor zorgen dat de kans dat een opdrachtgever een incident meemaakt zo klein mogelijk wordt. Dit zijn onze tips:

  • Om te voorkomen dat opdrachtgevers gegijzeld worden door BlackCat of andere soorten ransomware en malware, is het cruciaal om recente offline back-ups van de belangrijkste bestanden en gegevens te bewaren. Liefst in tweevoud en op verschillende locaties. En elk met een eigen unieke beveiliging.
  • Kies voor een ‘defense-in-depth’-benadering waarbij je verdedigingslagen gebruikt met verschillende mitigaties op elke laag. Dit betekent dat je meer mogelijkheden hebt om malware te detecteren. En om die vervolgens te stoppen voordat het schade toebrengt.
  • Controleer regelmatig domeincontrollers, servers, werkstations en actieve mappen op nieuwe of niet-herkende gebruikersaccounts in de IT-omgeving van de klant.
  • Gebruik netwerksegmentatie. Altijd.

De msp moet met de klant een herstelplan opstellen

  • De belangrijkste actie is de handeling die het vaakst vergeten wordt: update en patch regelmatig besturingssystemen, software en firmware.
  • Gebruik multi-factor authenticatie (MFA), ook bij virtuele privé-netwerken.
  • ‘Dwing’ de klant regelmatig nieuwe, sterke, niet eerder gebruikte wachtwoorden in te stellen. Automatiseer dit.
  • Gebruik geen gratis tooling.
  • Deploy goede antivirus-programma’s bij de klant.
  • Voer maandelijks een professionele penetratietest uit.
  • En, helaas absoluut noodzakelijk: stel met de opdrachtgever een herstelplan op. En bewaar daarvan meerdere kopieën op fysiek gescheiden, gesegmenteerde en veilige locaties. Ook offline! Werk dit plan regelmatig bij. Of overweeg een business continuity & disaster recovery oplossing.

Als msp wil je winst maken en tegelijk zorgen dat je klanten tevreden zijn over je dienstverlening én over je prijzen. Hoe bepaal je de juiste prijs voor je diensten? In het tweede deel van deze serie lees je hoe je tot de optimale prijsstelling komt voor je dienstverlening.

1. Analyseer je kosten
2. Zorg voor een schaalbaar verdienmodel
3. Bepaal welke klanten het best bij je passen
4. Blijf op de hoogte van technologische trends
5. Beoordeel je concurrentie
6. Kies je verdienmodel
7. Evalueer en pas je prijsstelling regelmatig aan
Conclusie

Je klanten willen weten waar ze aan toe zijn en dat geldt ook voor jou als ICT-dienstverlener. Daarom is het verstandig om een duidelijk verdienmodel te bepalen. De volgende vraag die zich opdringt is: welke prijs moet ik precies voor mijn diensten vragen? Die vraag is nog niet zo makkelijk te beantwoorden. En hij geldt altijd, of je nu werkt met abonnementen of volgens het break-fix model. Het volgende stappenplan helpt bij het bepalen van de juiste prijsstelling.

1. Analyseer je kosten

Wil je een solide basis voor je prijsstelling leggen, dan moet je eerst inzicht zien te krijgen in je kosten. In de eerste plaats heb je directe kosten, zoals personeel, technologie-infrastructuur, softwarelicenties en beveiligingsmaatregelen. Maar vergeet de indirecte kosten niet: bijvoorbeeld overhead en klantondersteuning.

Begin met het berekenen van de kosten voor elke dienst die je aanbiedt. Houd daarbij ook rekening met kosten voor onderdelen als training, certificeringen en ondersteunende tools plus indirecte kosten zoals marketing, verkoop en administratie.

2. Zorg voor een schaalbare prijsstrategie

Als msp ben je bezig met de toekomst van je bedrijf. Niemand kan in de toekomst kijken, maar je hebt ongetwijfeld een beeld van hoe je bedrijf er over een paar jaar uitziet. Je weet ook dat de behoeften van je klanten in de loop van de tijd veranderen. Houd rekening met een mogelijke toename van de vraag naar services en richt je prijsstelling daarop in. Beoordeel of je in staat bent je aanbod aan diensten op te schalen en bekijk of je verdienmodel extra diensten of een groei in het aantal klanten kan opvangen.

3. Bepaal welke klanten het best bij je passen

Je moet erachter zien te komen wat de specifieke behoeften en verwachtingen zijn van je klanten. Daar kun je je diensten en prijsstelling op afstemmen. Doe onderzoek naar de omvang van de markt, de sector en veelvoorkomende pijnpunten. Bepaal welke diensten het meest waardevol zijn voor je ideale klanten en zorg dat je erachter komt hoe je diensten kunnen inspelen op de specifieke behoeften van je markt.

4. Blijf op de hoogte van technologische trends

In de snel veranderende ICT-wereld is het belangrijk dat je diensten relevant en waardevol blijven voor je klanten. Zorg dat je op de hoogte blijft van nieuws en trends in de sector. Zorg dat je opkomende technologieën leert kennen die van invloed kunnen zijn op jouw business en prijsstrategie. Woon branche-evenementen bij en leer voortdurend bij. Houd nieuwe tools, platforms en technologieën in de gaten die je dienstenaanbod kunnen verbeteren. Als je goed op de hoogte blijft en je klanten kunt helpen met de nieuwste technologie, mag dat best invloed hebben op je prijsstelling.

5. Beoordeel je concurrentie

Je wilt een concurrerende prijsstrategie ontwikkelen, maar je wilt niet dat je concurrenten er met de hoofdprijs vandoor gaan. Analyseer de diensten, verdienmodellen en sterke kanten van je concurrenten. Onderzoek welke diensten je concurrenten aanbieden en hoe hun prijsstelling in elkaar zit. Identificeer eventuele hiaten in de markt of gebieden waar jouw services de concurrentie kunnen overtreffen. Gebruik de inzichten van de concurrentie om je aanbod en prijsstrategie te verfijnen.

6. Kies je verdienmodel

Als het goed is, heb je in dit stadium een goed inzicht in de kosten, de waarde die je biedt, je markt, je klanten en het meest geschikte verdienmodel voor je bedrijf. Nu is het tijd om de knoop door te hakken en je verdienmodel te kiezen en je prijzen te bepalen.

Houd in gedachten dat het bepalen van je verdienmodel geen eenmalige beslissing is, maar een dynamisch proces. Het is afhankelijk van trends in de markt, feedback van klanten en de prestaties van je bedrijf. Neem de tijd om je prijsstelling zorgvuldig te plannen en weloverwogen beslissingen te nemen.

7. Evalueer en pas je prijsstelling regelmatig aan

Je prijsstructuur is niet in beton gegoten. Door regelmatig te evalueren, zorg je dat je zowel concurrerend als winstgevend blijft en precies blijft leveren wat je klanten willen. Houd je bedrijfsprestaties en financiële gegevens nauwkeurig bij. Verzamel feedback van klanten om verbeterpunten te identificeren. Pas je prijsstelling als dat nodig is aan om concurrerend en winstgevend te blijven.

Conclusie

Het bepalen van de juiste prijsstructuur is van essentieel belang voor succes op de lange termijn. Door deze stappen uit te voeren, kun je een concurrerende prijsstrategie ontwikkelen waarmee je je klanten blij maakt en je genoeg verdient. Vergeet niet dat het bepalen van je prijsstelling geen eenmalige activiteit is. Je zult regelmatig aanpassingen moeten doen om de optimale prijs te vinden en up-to-date te blijven in het steeds veranderende landschap.