Tijdens het Kaseya Connect 2026 event in Las Vegas sprak de redactie van MSP Business met Dermot McCann, de Ierse Executive Vice President en General Manager van Kaseya. In een openhartig gesprek met MSP Business blikt hij terug op een turbulente carrière die hem van de Commodore 64 in Galway naar de absolute top van de wereldwijde IT-sector bracht.

McCann is geen typische corporate executive. Hij groeide op aan de westkust van Ierland, leerde programmeren in BASIC op een blauw scherm en begon zijn carrière in het Engelse Brighton. Zijn eerste grote succes kwam in 1998 met zijn eigen bedrijf, waarmee hij de enorme hardware-vervangingsgolf rondom het jaar 2000 (Y2K) verzilverde.

“In augustus 1999 vroegen klanten of ik wilde werken op oudejaarsavond, omdat de vliegtuigen misschien uit de lucht zouden vallen,” lacht McCann. “Ik dacht: weet je wat? Ik ga naar Australië. Als de wereld vergaat, zit ik tenminste op een mooie plek.” Het geplande verblijf van drie maanden in Australië mondde uit in een verblijf van 25 jaar, waarin hij carrière maakte bij giganten als IBM en Optus.

Dermot Mccann

Na een periode waarin hij zelf probeerde software te ontwikkelen — en naar eigen zeggen ‘bijna de nieuwe Stripe uitvond’ — keerde hij terug bij Kaseya. Het bedrijf was in die tijd getransformeerd. De focus lag niet langer alleen op de enterprisemarkt, maar was teruggekeerd naar de kern: de Managed Service Provider (MSP). “De MSP-gemeenschap is de sleutel,” stelt McCann resoluut. “Ze hebben geen ServiceNow of zware enterprise CRM’s nodig. Ze hebben een partner nodig die begrijpt dat als wij een fout maken, dat direct impact heeft op hun business. Een kleine ondernemer die 24 uur plat ligt, kan zijn enige grote klant verliezen. Dat is een enorme verantwoordelijkheid.”

Partner First: De cultuurshock na Datto

Een van de meest besproken momenten in de recente geschiedenis van Kaseya was de overname van Datto. McCann herinnert zich de spanningen in het begin nog goed. “Het was een vijandige overname. Er was een vacuum aan communicatie en dat creëerde wantrouwen.”
Zijn aanpak in Australië en later in Europa was simpel maar doeltreffend: openheid, eerlijkheid en — heel Iers — samen een biertje drinken. De belangrijkste verandering was echter conceptueel. “Kaseya had ‘Customer First’ als kernwaarde. Ik heb de leiding ervan overtuigd dat dit ‘Partner First’ moest worden. Het besef dat we niet zomaar leveranciers zijn, maar dat onze klanten onze partners zijn, is het fundament van het nieuwe Kaseya.”

Tijdens Kaseya Connect 2026 is AI het centrale thema. Met de lancering van ‘Kaseya Intelligence’ en een sterke focus op ‘agentic AI’ (AI die zelfstandig acties onderneemt), zet het bedrijf vol in op automatisering. “Ben ik bang voor de dreigingen van AI? Absoluut,” geeft McCann toe. “De autonome aanvallen die we in ons platform zien, zijn angstaanjagend. Maar wij beantwoorden AI-vuurkracht met AI-vuurkracht.” Hij ziet AI vooral als een productiviteitsboost voor MSP’s. “Als IT-professional moet je een ‘AI-first’ organisatie worden. Als alles perfect was, hadden we geen van allen een baan. De dreigingen zullen er altijd zijn; het gaat erom dat je voorop blijft lopen.”

Europa en de roep om soevereiniteit

Sinds twee jaar woont McCann in Londen om de Europese en internationale markt dichter bij de bron te bedienen. Hoewel hij de Australische surfmist, merkt hij dat de Europese markt, en met name de Benelux, veel weg heeft van de Australische mentaliteit: “Warm, vol vertrouwen, gebouwd op waarde en relaties.”

Een uitdaging in Europa is de wetgeving rondom data-soevereiniteit. McCann benadrukt dat Kaseya fors investeert in lokale datacenters, onder meer in Duitsland en Amsterdam, om aan de strengste compliance-eisen te voldoen. “We denken globaal, maar acteren lokaal. We hebben sterke leiders zoals Hans in de Benelux die de stem van de klant zijn. Wij luisteren en passen onze technologie aan op wat zij nodig hebben.”

De gouden tip voor de MSP van nu

Gevraagd naar zijn nummer één tip voor wie vandaag een MSP begint, is McCann duidelijk: focus op de fundamenten. “Een business gaat niet over technologie, maar over je operating system. Als ik je een Ferrari geef maar je kunt niet rijden, crash je. Krijg de basis van je go-to-market strategie op orde.”

Daarnaast is differentiatie cruciaal. “99 van de 100 MSP-websites bieden hetzelfde aan. De winnaar van morgen helpt zijn klanten bij de adoptie van AI. Wees niet de man die alleen de computer repareert, maar de partner die het bedrijf van de klant helpt transformeren.”

Met een groeiend team, een agressief innovatietempo en een vernieuwd partnerschapscultuur lijkt Kaseya onder leiding van figuren als McCann klaar voor de volgende fase. “We zijn er nog niet, maar de transparantie en de resultaten laten zien dat we de juiste weg zijn ingeslagen.”

 

MSP Business sprak met Jason Manar, de Chief Information Security Officer (CISO) van Kaseya. Van handhaving op de snelwegen van Michigan tot het ontmantelen van criminele netwerken bij de FBI: Manar’s hele loopbaan wordt gedreven door één principe. “Alles komt neer op data. Een één of een nul.”

Jason Manar praat over technologie met het enthousiasme van iemand die zijn roeping heeft gevonden. Toch begon zijn carrière ver van de boardroom: bij de staatspolitie van Michigan. Daar deed hij iets wat zijn collega’s destijds vreemd vonden. In plaats van te patrouilleren op gevoel, vroeg hij om cijfers. “Ik was al een data-nerd voordat iedereen het erover had,” zegt hij lachend. Met analoge projectoren en gestapelde overlays bracht hij in kaart waar en wanneer rijden onder invloed het meest voorkwam. Hij scoorde beter door slimmer te kijken, niet door harder te werken.

Die aanpak trok de aandacht. Na zijn tijd bij de staatspolitie maakte Manar de stap naar de FBI, waar hij meer dan vijftien jaar lang cyberinbraken onderzocht, meer dan duizend in totaal. “Ik leerde al vroeg dat zelfs mensen met veel gezag soms dingen beweerden die gewoon niet klopten,” vertelt hij. “Dat dwong me terug naar de feiten. Naar wat écht aantoonbaar was.”

Manar koos bewust voor de private sector. Bij de FBI zag hij hoe kleine bedrijven één voor één bezweken onder cyberaanvallen. Iemand die “handig was met computers” beheerde het netwerk, totdat het bedrijf opeens een doelwit bleek. Die frustratie werd zijn motivatie. Manar wilde werken voor een organisatie die juist deze groep bedient. “MSP’s en het MKB vormen samen 95% van de wereldeconomie. Als die kwetsbaar zijn, is iedereen kwetsbaar.”

AI verandert het speelveld

Op het gebied van kunstmatige intelligentie is Manar uitgesproken. Het traditionele vulnerability management, waarbij beveiligingsteams weken de tijd nemen om patches te testen en uit te rollen, heeft zijn langste tijd gehad. “Zodra een kwetsbaarheid publiek wordt, zal AI die binnen de kortste keren exploiteren. De marge om te reageren krimpt van dagen naar minuten.” Kaseya zet daarom in op agentic AI: systemen die zelfstandig ingrijpen zodra een probleem wordt gedetecteerd. “We moeten sneller zijn. Structureel sneller.”

Voor MSP’s die actief zijn in Europa en dagelijks omgaan met AVG-verplichtingen en datasoevereiniteit, is Manar’s boodschap helder. Kaseya kijkt niet naar persoonsgegevens. “Wij analyseren metadata, de kruimels die samen het patroon van een aanval zichtbaar maken,” zegt hij. Die data wordt geanonimiseerd verwerkt en opgeslagen volgens de lokale wetgeving. “Als data in een specifiek datacenter moet blijven, dan gebeurt dat. Geen discussie.”

Drie lessen voor de MSP die net begint

Aan het slot van het gesprek geeft Manar drie concrete adviezen mee aan ondernemers die een MSP willen opbouwen:

  1. Doorzettingsvermogen is geen bijzaak. Een eigen bedrijf starten is zwaar. Wie dat onderschat, haakt af op het eerste serieuze obstakel.
  2. Security hoort bij je propositie, altijd. “Zeg nooit dat je alleen IT doet en geen security. Zodra jij een omgeving inricht, draag je verantwoordelijkheid voor wat daarbinnen gebeurt.”
  3. Begin met toegangsbeheer. Te veel organisaties geven iedereen admin-rechten. “Weet wie toegang heeft tot wat, en ruim de scope creep op. Dat is geen geavanceerde maatregel, dat is hygiëne,” zegt Manar.

De FBI-badge is ingeleverd, maar de mentaliteit niet. Manar jaagt nog altijd op de waarheid in de data. De projectoren zijn vervangen door AI-algoritmen, de vraag is dezelfde gebleven: wat zeggen de cijfers echt?

Printing is saai. Of toch niet? Jeroen de Meer, print-specialist bij HP, legt uit waarom de printer in 2026 stiekem een van de interessantste apparaten op de werkvloer is, en waarom MSP’s dat serieus moeten nemen.

Een printer is een printer. Je hoort er alleen iets over als hij het niet doet. Jeroen de Meer, werkzaam bij HP als specialist op het gebied van print, vat zijn eigen vakgebied met verrassende zelfspot samen. “Het enige moment dat iemand over een printer praat, is als het niet werkt. Dat is eigenlijk onze taak: ervoor zorgen dat dat zo min mogelijk gebeurt.”

Toch is de moderne printer een integraal onderdeel van de hybride werkplek, naast pc’s, peripherals en vergaderruimtes. En printing vertegenwoordigt op zichzelf een wereld in beweging. Geen hardware-commodity, maar een dienst, een beveiligingsvraagstuk en een AI-toepassing tegelijk. En voor MSP’s die hun klanten echt willen ontzorgen, biedt de printermarkt een kans die te weinig wordt benut.

Print is niet dood, het is anders

De paperless office? Die quote dateert inmiddels van decennia terug en is nog altijd niet ingelost. De Meer: “Als je bij ons op het HP-kantoor kijkt, zie je inderdaad minder printers, minder printjes. Maar ga naar een advocatenkantoor, een ziekenhuis, een gemeentehuis of een logistiek bedrijf, en print is nog altijd diep verweven in de dagelijkse workflow. En kijk naar het onderwijs, waar leren en lezen op papier nog steeds belangrijk is voor studenten en onderwijzers.”

Interessant detail: een recent artikel van Quocirca laat zien dat Gen Z meer naar print trekt dan millennials. De volledig digitale generatie blijkt, zodra ze de werkvloer betreedt, toch behoefte te hebben aan papier. En dat is niet zo gek: wetenschappelijk onderzoek bevestigt al jaren dat mensen informatie beter onthouden als ze het van papier lezen dan van een scherm.

Managed print services: de printer als service

HP speelt actief in op de verschuiving van hardware naar dienstverlening. In Nederland en België is de markt al grotendeels overgestapt op Managed Print Services (MPS) — of, in bredere zin, op het DaaS-model (Devices as a Service). De Meer: “Print is daar al jarenlang een voorloper op. Het is al heel normaal voor bedrijven om een printer te leasen en de volledige ontzorging daarbij in te kopen.”

Voor MSP’s die hun klanten op die manier bedienen, is de printer geen los product en een onderdeel van een bredere dienst. HP werkt zowel direct met eindklanten als via resellers en serviceproviders. De boodschap aan die partners: focus niet op de hardware, maar op de gebruikerservaring en het ontzorgingsmodel eromheen.

AI lost het Excel-probleem op

Wie ooit een Excel-sheet heeft proberen uit te printen, weet hoe dat gaat: vijf pagina’s, tabel versnipperd over meerdere vellen, kolommen afgesneden. De Meer lacht herkennend. “Excel is primair ontworpen voor analyse en bewerking op het scherm, niet voor nette output op papier, maar wij lossen het op.”

HP heeft AI geïntegreerd in de printworkflow met Print AI. De functie, intern aangeduid als ‘de perfecte output’, analyseert het document voordat het wordt afgedrukt en optimaliseert de opmaak grotendeels automatisch. Een spreadsheet wordt netjes op één pagina gezet en AI helpt de gebruiker eenvoudig een grafiek toe te voegen waar dat logisch is, inclusief legenda. Via spraakcommando’s of tikken op het scherm kan de gebruiker nog bijsturen. De functie is al beschikbaar in de VS en rolt in 2027 ook uit naar Nederland.

Een andere AI-toepassing richt zich op privacy bij het scannen. Staat er een burgerservicenummer of andere persoonlijke informatie op een document dat wordt gescand? De printer detecteert dat automatisch en maakt het zwart, direct op het scherm van het apparaat. De gebruiker kan het resultaat bekijken en eventueel aanpassen voordat het document verder wordt verwerkt. Zo hoeft niemand een document eerst naar de pc te sturen, aan te passen en opnieuw te scannen.

Een printer is ook een computer — en dus een ingang tot het netwerk

HP claimt al meerdere jaren op rij de meest beveiligde printtechnologie ter wereld te leveren, onder de vlag van HP Wolf Security. De Meer legt uit waarom dat geen marketingverhaal is: “Een printer heeft een harde schijf. Een printer heeft een processor. Je kunt er net zo goed op inbreken als op een laptop.”

Dat HP ook laptops en pc’s maakt, geeft het bedrijf volgens De Meer een structureel voordeel. “Veel van de security-architectuur die voor die apparaten is ontwikkeld, wordt rechtstreeks doorvertaald naar de printerportefeuille. Inclusief de nieuwste uitdaging: quantumcomputing.”

Quantumcomputers zullen op termijn in staat zijn om huidige versleuteling te kraken. Wanneer precies is onzeker. De schattingen lopen uiteen maar veel experts verwachten dat dit decennium de cryptografie onder druk komt te staan. Hackers zijn al bezig met voorbereidingen. De Meer: “Ze verzamelen nu al versleutelde data, in de verwachting die later te kunnen kraken. Dat is geen toekomstscenario, dat is nu al gaande.”

HP is de eerste, en volgens eigen zeggen nog steeds de enige printerfabrikant die quantumbestendige beveiliging heeft geïntegreerd in enterprise-printers, zowel in de hardware als onderliggende firmware. Vorig jaar waren de eerste A3-modellen aan de beurt, inmiddels ook de eerste A4-printers. De Meer: “In de loop van dit jaar heeft het merendeel van ons enterprise-portfolio die beveiliging.”

De urgentie is reëel. De Amerikaanse overheid heeft de deadline voor de overstap naar quantumbestendige apparatuur inmiddels naar voren gehaald: vanaf 2030 moeten kritieke systemen en nieuwe aankopen hieraan voldoen. Ook de EU ziet, gekoppeld aan NIS2, 2030 als een belangrijk kantelpunt. De Meer: “Printers staan vaak vijf of zes jaar in een contract. Het is belangrijk om met het oog op die regulering bewust na te denken over welke printsystemen je aanschaft.”

WXP: het beheerverhaal groeit door

HP is ook bezig print te integreren in het HP Workforce Experience Platform (WXP), het overkoepelende beheerplatform voor alle werkplekapparatuur. De Meer is duidelijk over de huidige stand van zaken: “In de komende jaren wordt die integratie uitgebreid en verfijnd.”

In een MPS-omgeving is veel van het printerbeheer traditioneel uitbesteed aan de serviceprovider en op termijn zal WXP er ook voor zorgen dat IT-managers zelf inzicht krijgen in hun printervloot en dat serviceproviders het platform kunnen gebruiken als beheer- en rapportagetool. Zo sluit print naadloos aan op de bredere beheerinfrastructuur die HP voor de werkplek bouwt.

Duurzaamheid: minder plastic, bewust investeren in bosbeheer

HP werkt aan een kleiner wordende milieu-impact van printing, op meerdere fronten tegelijk. Het gebruik van gerecycled plastic in HP-toners; de toners worden compacter, zodat er minder materiaal nodig is voor dezelfde hoeveelheid prints; de printers zelf zijn energiezuiniger. En voor iedere pagina die met een HP printer wordt geprint, investeert HP  in het beschermen, herstellen en verantwoorde beheren van bossen, onder meer in samenwerking met het WFF.

De Meer: “De footprint van een printer of het papier dat je gebruikt kan niet nul zijn, Dat weten we. Maar we kunnen die impact wel verminderen en verantwoordelijkheid nemen om dat actief te compenseren.”

De stille revolutie op de werkvloer

Voor MSP’s die hun klanten echt willen ontzorgen, ligt er een kans: de meerwaarde, naast de printerhardware, zit steeds vaker zit in de document- en workflowdiensten en het integreren van print in de gehele werkplek. Print is geen sexy onderwerp. Jeroen de Meer weet dat. Maar wie goed kijkt, ziet een categorie die stiller dan andere de omslag maakt van product naar platform, van hardware naar dienst, van apparaat naar beveiligingskritisch knooppunt in de IT-infrastructuur.

CallerConnect automatiseert provisioning en brengt controle terug in complexe IT-omgevingen

Het aantal tickets voor ogenschijnlijk simpele wijzigingen is bij veel MSP’s nog altijd opvallend hoog. Nieuwe medewerkers, functiewijzigingen of offboarding vormen achter de schermen een keten van handelingen in verschillende systemen. Dat kost tijd, is foutgevoelig en maakt het lastig om grip te houden op wijzigingen. Caroline Groothoff en Marius Savelbergh, twee bekende gezichten uit de sector, willen dat proces vereenvoudigen en beter controleerbaar maken met hun nieuwe provisioning-platform CallerConnect.

“Als je ziet hoeveel tickets nog steeds rondgaan voor relatief eenvoudige aanpassingen, weet je dat het anders kan,” zegt Marius. In zijn werk met partners en MSP’s zag hij telkens hetzelfde patroon terug, met handmatige provisioning, verschillende beheerschermen en engineers die continu tussen systemen schakelen. Samen met platform architect en zakenpartner Maarten Meijer ontwikkelde hij daarom CallerConnect. Met dit platform willen zij provisioning centraliseren en automatiseren, zodat MSP’s minder afhankelijk worden van handmatig beheer en meer inzicht krijgen in wat er gebeurt in hun klantomgevingen.

Provisioning als keten van afhankelijkheden

Voor veel MSP’s begint dagelijks beheer nog altijd bij een ticket. Een nieuwe medewerker moet worden ingericht, iemand verandert van functie of verlaat de organisatie. In al die gevallen moeten accounts, rechten en systemen worden aangepast, vaak in meerdere omgevingen tegelijk.

“Veel MSP’s werken nog met losse handelingen, verschillende tools en heel veel tickets. Zeker in grotere omgevingen wordt het dan lastig om overzicht te houden en aantoonbaar te maken wat er precies gebeurt,” zegt Caroline. “Het lijkt eenvoudig, maar het is een keten van afhankelijkheden. Zeker bij offboarding wil je zeker weten dat alle toegang correct wordt ingetrokken en vastgelegd.”

In de praktijk gebeurt dat bij MSP’s nog vaak handmatig, verdeeld over verschillende tools en interfaces. Dat maakt het proces niet alleen tijdrovend, maar ook lastig schaalbaar en moeilijk beheersbaar. Daar komt vervuiling snel om de hoek kijken.

Van Teams-tool naar breder MSP-platform

De basis van CallerConnect ligt in een eerder platform voor Microsoft Teams-provisioning voor  Direct Routing-omgevingen. Daar ontstond het eerste inzicht dat provisioning beter georganiseerd kon worden. “Direct Routing is krachtig, maar de configuratie en het beheer zijn complex en vragen specialistische kennis,” zegt Marius. “Maar al snel zagen we dat het probleem niet alleen bij Teams ligt. MSP’s werken met veel meer systemen tegelijk.”

Samen met Maarten keek hij daarom naar een bredere aanpak. Hun conclusie was dat provisioning moest worden losgekoppeld van één specifiek platform en worden gebaseerd op identity stores als brondata en systemen voor de digitale werkplek als eindbestemming. Maarten: “Wij hebben de provisioning-engine opnieuw opgebouwd. Wijzigingen worden automatisch uitgevoerd op basis van regels, met volledige logging en controle per stap.” Daarmee ontstond een platform dat via API-koppelingen werkt met verschillende systemen en provisioning organiseert vanuit één centrale laag.

Pulse: van losse handelingen naar workflow

De kern van CallerConnect is Pulse, de provisioninglaag die bovenop bestaande systemen wordt geplaatst. Op basis van vooraf ingestelde regels, bijvoorbeeld rol, functie of locatie, worden wijzigingen automatisch doorgevoerd. Provisioning verandert daarmee van een reeks losse handelingen in een gecontroleerde workflow.

“Je kunt precies zien wat er is veranderd, waarom dat gebeurt en welke stappen zijn uitgevoerd,” zegt Marius. “En als het nodig is, kun je ook terug. Dat maakt het proces niet alleen efficiënter, maar ook controleerbaar.” Opvallend is dat CallerConnect daarbij ook telecomlogica integreert. Waar provisioning en telefoniebeheer vaak gescheiden zijn, worden die in Pulse gecombineerd. Marius: “Je wilt niet meer van portal naar portal schakelen. Alles wat met gebruikers, rechten en communicatie te maken heeft, wil je vanuit één plek kunnen beheren.”

Minder tickets, meer schaalbaarheid

Voor MSP’s zit de waarde vooral in schaalbaarheid en controle. Door provisioning te automatiseren en te structureren, neemt het aantal handmatige handelingen af en ontstaat er meer inzicht in wijzigingen. “MSP’s beheren steeds meer omgevingen met hetzelfde team,” zegt Caroline. “Dan helpt het enorm als je provisioning kunt inrichten als workflow in plaats van losse acties.”

Volgens Marius zijn de effecten in de praktijk direct zichtbaar. “Een partner zag het aantal tickets teruggaan van honderd naar tien. Niet omdat er minder verandert, maar omdat het proces strak is ingericht en beter inzichtelijk is.”

Dat raakt direct aan de inzet van engineers. Die zijn schaars, duur en hun kennis is lastig schaalbaar. Door repeterend werk te automatiseren, ontstaat ruimte voor werkzaamheden met meer toegevoegde waarde. “Mensen zijn je belangrijkste resource,” benadrukt Marius. “Je wilt dat zij zich bezighouden met architectuur, optimalisatie en advies, niet met het afhandelen van standaardtickets.”

Van uitvoerder naar regisseur

Volgens CallerConnect past deze ontwikkeling in een bredere verschuiving in de markt. IT-omgevingen worden complexer, wijzigingen volgen elkaar sneller op en de eisen rond compliance en inzicht nemen toe. Dat vraagt volgens het team om een andere manier van werken binnen MSP-organisaties. Want organisaties die provisioning goed inrichten, kunnen hun dienstverlening anders positioneren richting klanten, als partij die grip en voorspelbaarheid biedt.

“De stap is eigenlijk simpel: organiseer provisioning als workflow,” besluit Marius. “Dan krijg je minder fouten, minder ruis en vooral veel meer grip op je omgeving. En het belangrijkste: engineers kunnen weer echt engineer zijn, architectuur ontwerpen, innoveren en adviseren, in plaats van tickets wegklikken.”

Wat levert het MSP’s op?

  • Minder handmatig werk en minder tickets
  • Volledig inzicht in wijzigingen en rechten
  • Minder afhankelijkheid van individuele key engineers
  • Eenvoudigere compliance en audits
  • Eén centrale omgeving voor provisioning, telecom en multi-tenant-beheer
  • Schaalbare MRR zonder extra FTE’s

 

Benieuwd wat CallerConnect te bieden heeft voor jou als MSP? Mail naar hello@callerconnect.io.

Aanvallers hebben geen nieuwe trucs nodig zolang de oude nog werken. Dat is de kernboodschap van het Threat Report dat Arctic Wolf onlangs publiceerde. MSP Business sprak met Ashley Schut, channel account manager bij Arctic Wolf, over de belangrijkste inzichten uit het rapport en wat die betekenen voor IT-dienstverleners.

Het Threat Report van Arctic Wolf is gebaseerd op twaalf maanden aan wereldwijde incident response-data en telemetrie uit het eigen platform. De conclusies zijn opvallend nuchter. Schut: “De grootste verschuiving die we zien, zit niet in spectaculaire, nieuwe aanvalsmethoden. Het gaat vooral om de efficiënte herhaling van bekende tactieken: misbruik van remote access, phishing en gericht stelen van gevoelige data. Geen vuurwerk, maar schaal en snelheid.”

Ransomware blijft een van de belangrijkste pijlers van het verdienmodel van aanvallers, maar de verschuiving naar extorsionware is duidelijk waarneembaar. Daarbij wordt data geëxfiltreerd zonder encryptie, waarna de dreiging van publicatie als chantagemiddel wordt ingezet. Het gevolg: traditionele preventiemaatregelen blijven belangrijk, maar zijn allang niet meer voldoende. Effectieve beveiliging zit in het geheel: govern, identify, protect, detect, response & recover.

Remote access als grootste risico

De grootste kwetsbaarheid blijft remote access. RDP, VPN en remote monitoring en management-tools zijn voor IT-dienstverleners onmisbaar om schaalbaar te werken en klanten goed te bedienen. Maar diezelfde tools maken hen ook tot aantrekkelijk doelwit. Via één gecompromitteerde tool krijgen aanvallers immers toegang tot meerdere klantomgevingen tegelijk.

Schut benadrukt dat afscherming, patching en credential hygiëne op dit punt nog te vaak achterblijven. “Aanvallers zijn net als wij op zoek naar laaghangend fruit – ze kiezen vaak de eenvoudigste route. Als jij de basis op orde hebt, dwing je ze om meer moeite te doen en daar haken redelijk wat aanvallers af.” Het rapport laat zien dat discipline rondom toegangsbeheer, identity, segmentatie en monitoring organisaties structureel weerbaarder maakt.

Mensen als eerste verdedigingslinie

Phishing blijft de motor achter veel business email compromise-scenario’s. Maar Schut wil af van de framing waarbij mensen de zwakste schakel zijn. “Ik draai dit liever om: laten we mensen trainen, betrekken en versterken zodat we ze behandelen als de eerste verdedigingslinie, niet als grootste risicofactor.” Dat betekent: een meldcultuur opbouwen, gewenst gedrag belonen en zorgen dat medewerkers phishing herkennen en melden.

Dat phishing steeds geraffineerder wordt, illustreert een recent voorbeeld: zelfs een doorgewinterde IT-journalist trapte bijna in een perfecte phishingmail van een ogenschijnlijk vertrouwde zorgfactureringsdienst, compleet met een overtuigende iDEAL-betaalpagina. Alleen omdat de link al geblokkeerd was, bleef de schade uit. Schut reageert begripvol: “Zelfs de CEO van een groot cybersecurity bedrijf gaf toe dat hij in phishing is getrapt. Het is een utopie om te denken dat niemand er meer in trapt. Des te meer reden om de technische en procesmatige vangnetten op orde te hebben.”

Van leverancier naar regisseur

Voor IT-dienstverleners ziet Schut een duidelijke strategische verschuiving. Waar het voorheen draaide om zoveel mogelijk zelf doen en inhouse houden, MSP’s hoeven niet alles zelf te doen om waarde te leveren. De echte regie zit in het bepalen van de juiste architectuur, het bewaken van de processen en het sturen op meetbare klantuitkomsten. Als je dat goed organiseert, kun je de operationele druk juist slim uitbesteden en toch het eigenaarschap houden. Dat is waar MSP’s het verschil maken. “We zien dat IT-dienstverleners veel meer gaan van leveren naar leiden. Ze stellen duidelijke prioriteiten met de klant en werken toe naar meetbare uitkomsten, in plaats van een projectchecklist af te vinken.”

Volgens Schut ligt de toegevoegde waarde van msp’s inderdaad in die vertaalslag: cybersecuritystrategie omzetten naar uitvoering, de lijn vasthouden en zorgen dat het daadwerkelijk bij de klant terechtkomt. “Vooruitgang komt zelden van één product of één project. Het ontstaat wanneer je samenhang aanbrengt tussen identity, toegang, detectie, respons, technologie en mens.”

AI: superkrachten voor beide kanten

AI geeft aanvallers nieuwe mogelijkheden: phishingmails worden geloofwaardiger, aanvallen schaalbaarder en persoonlijker, en taalbarrières verdwijnen. Maar volgens Schut is dit maar één kant van de medaille. “AI geeft securityteams juist een enorme voorsprong als je het goed organiseert. Je kunt het zien als een extra workforce die 24/7 context ophaalt, verbanden legt en repetitieve taken overneemt. Een security engineer die ondersteund wordt door AI werkt niet alleen sneller, maar vooral slimmer.”

Toch is er één harde voorwaarde: AI levert pas waarde als datakwaliteit en governance op orde zijn. “Je kunt geen intelligente automatisering bouwen op data die incompleet, ongecontroleerd of verspreid is. Dan bouw je letterlijk op los zand.”

Voor msp’s ligt daar volgens Schut een directe opdracht: help klanten eerst hun basis op orde te brengen van assetmanagement tot identity, van logging tot governance voordat je AI-toepassingen uitrolt. “AI vergroot de slagkracht van securityteams enorm, maar alleen wanneer die fundamenten solide zijn. Pas dan kun je automatiseren, genereren en anticiperen op een manier die het verschil maakt.”

Het Threat Report van Arctic Wolf is beschikbaar via de website van het bedrijf.

De Europese msp-markt staat onder druk. Toenemende cyberdreigingen, nieuwe regelgeving en een aanhoudend talenttekort dwingen dienstverleners hun bedrijfsmodel opnieuw te doordenken. Tijdens IT Nation Connect Europe in Londen sprak ConnectWise over zijn strategie voor de regio, met nadruk op platformintegratie, AI en lokale samenwerking.

Met een uitverkocht evenement en deelnemers uit meer dan dertig landen onderstreepte ConnectWise zijn ambitie om het msp-ecosysteem in EMEA verder uit te bouwen. Johannes Kamleitner, sinds begin dit jaar SVP EMEA Go-To-Market, schetste samen met Danny Bemelmans, Director Strategic Accounts, hoe het bedrijf zijn positie in Europa wil verstevigen.

Europese markt vraagt om lokale aanpak

Een terugkerend thema in de gesprekken was het heterogene karakter van de Europese markt. Kamleitner benadrukte dat EMEA geen uniforme regio is: de culturele en commerciële verschillen tussen landen zijn groot. “Binnen EMEA zijn markten sterk verschillend. De UK is anders dan Duitsland, Duitsland is anders dan Nederland en dat verschilt weer van de Nordics. Daarom werken we met een globale strategie, maar passen we die lokaal aan.”

Danny Bemelmans

Bemelmans wees op de rol van relaties en vertrouwen in het Europese channelmodel. “In Europa doen mensen zaken met mensen. Partners willen weten met wie ze samenwerken voordat ze een strategische beslissing nemen.” ConnectWise werkt daarom samen met regionale distributeurs en partners. “Ze kennen de markt, spreken de taal en begrijpen wat er speelt bij msp’s in de regio,” aldus Bemelmans.

Traditioneel msp-model onder druk

Kamleitner schetste een sector die fundamenteel van karakter verandert. Schaarste op de arbeidsmarkt, stijgende personeelskosten en steeds geavanceerdere cyberdreigingen maken dat het klassieke msp-model minder schaalbaar wordt. “Msp’s opereren vandaag in een compleet andere realiteit dan vijf jaar geleden. Wie niet evolueert, loopt het risico dat zijn businessmodel over een paar jaar simpelweg niet meer werkt.” De richting die ConnectWise ziet: schaalbare, security-first dienstverleners die meer automatiseren en een grotere rol als strategisch adviseur oppakken voor hun klanten.

AI en automatisering als hefboom voor efficiëntie

Een concrete toepassing die beide gesprekspartners noemden is tickettriage. Waar service desks nu grotendeels handmatig tickets analyseren en verdelen, kan AI dat proces in hoge mate automatiseren. Kamleitner: “Stel dat je nog maar een derde van de tickets handmatig hoeft te behandelen en dat standaardproblemen automatisch worden opgelost. Dan ontstaat er ruimte voor technici om zich te richten op complexere vraagstukken en klantadvies.”

Bemelmans voegde daar een arbeidsmarktargument aan toe. “Technici willen niet de hele dag dezelfde repetitieve taken uitvoeren. Ze willen problemen oplossen en klanten helpen met echte uitdagingen. Automatisering maakt daar ruimte voor.” ConnectWise deed eerder dit jaar een overname in de AI-sfeer met de aankoop van Sophic.

Platformintegratie als antwoord op tool-sprawl

Een gemiddelde msp werkt met ongeveer 27 verschillende tools, zegt Bemelmans. Bij fusies of overnames loopt dat snel op. “Als twee organisaties met elk hun eigen stack samengaan, kun je ineens vijftig tools moeten integreren.” Die fragmentatie maakt schalen lastig.

ConnectWise werkt aan een platformarchitectuur met een centrale datalaag, waarin RMM, PSA, security, backup en automatisering samenkomen. “Het doel is dat msp’s hun klanten niet meer in allerlei losse systemen hoeven te beheren. Alles komt samen in één platform, met AI als verbindende laag,” vertelt Bemelmans.

Compliance als groeiende verantwoordelijkheid

Voor Europese msp’s speelt de groeiende regelgeving een steeds grotere rol. NIS2, de AI Act, de Data Act en diverse ISO-certificeringen stapelen zich op. Kamleitner: “Dat betekent dat msp’s niet alleen technologie leveren, maar hun klanten ook moeten helpen met security, governance en compliance.” IT-dienstverlening verschuift daarmee richting risicomanagement.

Evenementen als IT Nation Connect Europe fungeren voor ConnectWise niet alleen als productplatform, maar ook als ontmoetingsplek voor msp’s onderling. “Het gaat om peer groups, benchmarking en kennisdeling,” zegt Bemelmans. “Partners leren hier van elkaar en groeien samen.”

Kamleitner sloot af met een boodschap die de toon van het evenement samenvatte: “Of je nu een startende msp bent of een grote internationale speler, ons doel blijft hetzelfde: partners helpen groeien in een markt die steeds sneller verandert.”

AI verschijnt steeds vaker in communicatieoplossingen die al jaren gemeengoed zijn binnen het mkb. Waar eerder vooral losse tools of experimenten zichtbaar waren, bouwen leveranciers nu functionaliteit direct in hun platforms. Dat verandert de rol van partners, omdat AI minder een los project wordt en meer een standaardonderdeel van dagelijkse communicatie.

Tijdens een gesprek over het portfolio van Enreach schetst Bart Sotthewes, ad interim Head of Productteam, hoe die ontwikkeling zich volgens hem ontvouwt. “Voice vormt voor ons nog altijd het fundament,” zegt hij. “Je ziet dat nieuwe kanalen groeien, maar zodra een gesprek echt belangrijk wordt, grijpen mensen toch vaak terug op bellen. Vanuit dat fundament is AI essentieel.”

Van losse AI-tools naar geïntegreerde functionaliteit

Binnen het portfolio spreekt Enreach over een zogenoemde Smart Contact-benadering, waarbij verschillende onderdelen samenkomen onder één paraplu. Daarin zitten communicatiefunctionaliteiten, AI-toepassingen en integraties met andere systemen.

Volgens Sotthewes ligt de focus niet op complexe implementaties, maar op het wegnemen van drempels voor eindgebruikers en partners. “Veel organisaties willen wel iets met AI, maar weten niet waar ze moeten beginnen. Daarom proberen we het stap voor stap aan te bieden, zodat partners hun klanten geleidelijk kunnen meenemen.”

Een belangrijk onderdeel daarvan is Shomi, een AI-assistent die zich richt op individuele gebruikers. Die kan gesprekken samenvatten, voicemail omzetten naar tekst of actiepunten registreren na een gesprek. “Het idee is dat routinewerk uit handen wordt genomen,” legt Sotthewes uit. “Niet als vervanging van mensen, maar als ondersteuning. Vastleggen en opvolgen gebeurt sneller, en dat helpt gebruikers vooral in drukke werkweken.”

Minder configuratie, meer gebruik

Waar AI-tools in het verleden vaak uitgebreide instellingen vereisten, ligt de nadruk nu op eenvoud. “Shomi is volledig out-of-the-box,” zegt Sotthewes. “Je bestelt een licentie en het werkt. Partners hoeven niet eerst een ingewikkelde configuratie op te zetten.”

Dat heeft volgens hem een praktische reden. Partners zoeken manieren om nieuwe technologie aan te bieden zonder dat hun beheerlast toeneemt. Een oplossing die standaard meedraait binnen bestaande communicatieplatforms kan die stap kleiner maken.

AI wordt binnen Enreach bovendien aangeboden via een pay-as-you-go-model. De functionaliteit zit in de basislicentie, waarna gebruik per minuut wordt afgerekend of kan worden afgekocht. Dat model sluit volgens Sotthewes aan bij de telecomwereld. “Het lijkt in zekere zin op hoe voice zelf werkt. Je gebruikt wat je nodig hebt, en als het intensiever wordt, kun je overstappen op een vaste bundel.”

Retentie en nieuwe marges

Voor partners draait de vraag vaak om meer dan technologie alleen. Hoe draagt AI bij aan klantbinding of omzet? Sotthewes ziet daar meerdere effecten. “Een klant die meer functionaliteiten gebruikt binnen dezelfde oplossing blijft meestal langer. De kans dat iemand overstapt wordt kleiner zodra op meerdere vlakken waarde wordt geleverd vanuit de oplossing en partner.”

Daar komt volgens hem een financieel aspect bij. Hoewel de basislicentie niet verandert, ontstaat er wel marge op daadwerkelijk gebruik. “Als een klant Shomi actief inzet, ontstaat er variabele omzet. En zodra het gebruik groeit, wordt een vaste bundel interessant. Dat geeft partners een extra inkomstenstroom.”

AI als geheugensteun

Een opvallend gebruiksscenario ligt volgens Sotthewes in dagelijkse werkprocessen, buiten traditionele contactcenters. Denk aan medewerkers die onderweg zijn of meerdere klantgesprekken op een dag voeren. “Je kunt Shomi bellen terwijl je in de auto zit en taken inspreken,” legt hij uit. “Daarna krijg je een samenvatting met actiepunten in je mail of CRM. Dat helpt vooral mensen die weinig tijd hebben om notities te maken.”

Ook binnen klantenserviceomgevingen ziet hij toepassingen. Samenvattingen van gesprekken kunnen automatisch worden opgeslagen, zodat collega’s sneller inzicht krijgen in eerdere contactmomenten. Daarmee verschuift AI van een experimenteel hulpmiddel naar een praktische ondersteuning in bestaande workflows.

Europese positionering en dataverwerking

Een ander punt dat tijdens het gesprek naar voren komt, is de locatie van data. AI-functionaliteit blijft volgens Sotthewes binnen het eigen platform en binnen een Europese context. “Voor veel klanten is dat een belangrijk thema,” zegt hij. “Zeker nu data-soevereiniteit vaker ter sprake komt.”

Die positionering speelt mee in gesprekken met partners die actief zijn in sectoren waar regelgeving een rol speelt. Integraties met CRM-systemen en andere bedrijfssoftware blijven daarbij een speerpunt.

De volgende stap: agentic AI

Vooruitkijkend verwacht Enreach dat AI minder afhankelijk wordt van losse opdrachten en meer zelfstandig processen uitvoert. Sotthewes spreekt over een ontwikkeling richting agentic AI. “Nu zie je vaak transcriptie met een laagje intelligentie erbovenop. Wij werken naar oplossingen die begrijpen wat een gebruiker bedoelt en daar zelfstandig acties aan koppelen.”

Een voorbeeld daarvan is een digitale receptionist die gesprekken kan aannemen, terugbelnotities kan aanmaken en CRM-gegevens kan bijwerken. Volgens Sotthewes gaat het daarbij niet om vervanging van medewerkers. “Veel organisaties willen dat klanten uiteindelijk een mens kunnen spreken. AI kan wel de druk verlagen door standaardtaken over te nemen.”

Ook beheerprocessen kunnen volgens hem veranderen. Wanneer nieuwe medewerkers worden toegevoegd, zou een agentic oplossing automatisch de juiste configuraties kunnen aanpassen zonder handmatige stappen, wat partners veel tijd bespaart op het beheer van klanten.

Verticale toepassingen in opkomst

Naast generieke functionaliteit kijkt Enreach naar sectorgerichte toepassingen. Integraties met branchespecifieke software moeten ervoor zorgen dat partners sneller oplossingen kunnen aanbieden die aansluiten op de dagelijkse praktijk. In sectoren als zorg, recruitment, tandheelkunde en automotive hebben we al specifieke toepassingen met partners ontwikkeld.

“Het doel is dat partners minder maatwerk hoeven te doen,” zegt Sotthewes. “Als bepaalde workflows al vooraf zijn ingericht voor een branche, wordt de adoptie eenvoudiger.”

AI als onderdeel van het communicatieplatform

De rode draad in het gesprek is dat AI steeds minder een losse toevoeging wordt en meer een ingebouwde laag binnen communicatieoplossingen. Voor partners betekent dat volgens Sotthewes een verandering in hoe diensten worden gepositioneerd. “Veel klanten vragen zich af wat ze met AI moeten. Door het onderdeel te maken van iets wat ze al gebruiken, wordt de stap kleiner.”

Of die aanpak breed aanslaat, zal de komende jaren blijken. Duidelijk is wel dat AI zich steeds verder verplaatst van experimentele tools naar dagelijkse functionaliteit, ingebed in platforms die al jarenlang de basis vormen van zakelijke communicatie.

 

Cybersecurity staat voor veel msp’s op een kantelpunt. Ze dragen de verantwoordelijkheid voor de digitale weerbaarheid van een groot deel van het bedrijfsleven, terwijl de beveiligingsmodellen waarop ze steunen vaak nog uit een andere tijd komen. Volgens Joe Smolarski, CEO van WatchGuard Technologies, wringt het daar. De combinatie van hoge kosten, losse tools en complexe integraties maakt het steeds lastiger om klanten consistent te beschermen. “In 2026 kun je dat als msp niet meer volhouden,” zegt hij.

Volgens Smolarski ligt het probleem niet bij de inzet van msp’s zelf, maar bij een markt die oplossingen heeft ontwikkeld vanuit enterprise-logica. “Veel producten zijn nooit ontworpen voor de manier waarop msp’s werken. Ze moeten tientallen of honderden omgevingen beheren onder hoge tijdsdruk. Als tooling daar niet op aansluit, ontstaat frictie in de operatie.”

Dat heeft directe gevolgen voor klanten. Bescherming wordt selectief toegepast, afhankelijk van budgetten en licentiestructuren. “Daar zit een risico. Cybersecurity moet schaalbaar zijn voor het hele klantenbestand. Als beveiliging alleen haalbaar is voor een deel van de klanten, ontstaat er een zwakke plek in het model.”

Volledige dekking als uitgangspunt

Een terugkerend probleem in de markt is de impliciete aanname dat volledige beveiliging niet voor iedereen haalbaar is. Grotere klanten krijgen uitgebreide bescherming, kleinere omgevingen blijven achter. Smolarski vindt dat een onhoudbare benadering. “Een msp beheert een ecosysteem. Je kunt geen eilanden creëren waarin de ene klant sterk beschermd is en de andere minder. Gedeeltelijke dekking wordt al snel een aansprakelijkheidsvraagstuk.”

Om tot een consistenter model te komen, noemt hij vier voorwaarden die volgens hem niet onderhandelbaar zijn.

De eerste is een duidelijke focus op msp-omgevingen. Beveiliging moet rekening houden met multi-tenantbeheer, beperkte capaciteit en de noodzaak om snel te schakelen. “Het gaat niet om enterprise-software die een nieuw label krijgt. Technologie moet zijn ontworpen met de dagelijkse praktijk van msp’s als uitgangspunt.”

Daarnaast speelt prijsstelling een grote rol. Veel oplossingen dwingen msp’s tot keuzes die vooral financieel zijn ingegeven. “Als volledige dekking niet betaalbaar is, wordt beveiliging per definitie gefragmenteerd. Dat zet druk op de kwaliteit van dienstverlening.”

Een derde punt is echte platformconsolidatie. Leveranciers presenteren hun portfolio graag als geïntegreerd, maar in de praktijk blijven data en workflows vaak los van elkaar staan. “Msp’s hebben behoefte aan samenhang. Tools, beleid en rapportage moeten met elkaar communiceren, anders verschuift de complexiteit naar de beheerlaag.”

Tot slot wijst hij op het verdienmodel. Cybersecurity vraagt om continue inzet en expertise. “Als marges geen ruimte laten voor die investering, wordt beveiliging een kostenpost. Dat ondermijnt de groei op langere termijn.”

Automatisering als hefboom

De druk op msp-teams groeit, terwijl het aantal securitymeldingen blijft toenemen. Volgens Smolarski ligt de sleutel in automatisering. Niet meer mensen aannemen, maar processen slimmer inrichten. “Veel teams werken nog met losse dashboards en handmatige workflows. Dat kost tijd en zorgt voor ruis.”

Hij verwacht dat steeds meer msp’s hun operatie gaan standaardiseren rond één geïntegreerd platform, met centraal beleid en gedeelde rapportage. Dat moet leiden tot minder handwerk en snellere besluitvorming. “Schaalbaarheid ontstaat door consistentie. Hoe minder uitzonderingen, hoe beter een team kan groeien zonder dat de druk oploopt.”

AI krijgt daarin een vaste plek, maar volgens Smolarski is het geen losstaande functie. “AI werkt pas als het onderdeel is van detectie, correlatie en respons. Het doel is niet om nieuwe features toe te voegen, maar om de operationele last te verlagen.”

Aanvallers maken al gebruik van AI om campagnes sneller en gerichter uit te voeren. Daardoor verandert ook de verdedigingsstrategie. “Als je tooling daar niet op inspeelt, raak je achterop. De vraag is hoe effectief AI wordt ingezet om het dagelijkse werk eenvoudiger te maken.”

Impact op het businessmodel

De inzet van AI raakt volgens Smolarski niet alleen de techniek, maar ook de manier waarop msp’s hun dienstverlening organiseren. Door repetitieve taken te automatiseren en analyses te versnellen, ontstaat ruimte om meer klanten te bedienen met hetzelfde team. “Dat verschil zie je steeds duidelijker in de markt. Partijen die hun processen stroomlijnen groeien sneller.”

Hij benadrukt dat AI de rol van de msp niet vervangt. Het verandert wel de verwachtingen rond snelheid, schaal en transparantie. Klanten willen inzicht in risico’s en reacties zonder vertraging. “Daarvoor heb je een geïntegreerde aanpak nodig waarin data direct beschikbaar is.”

Navigeren door marketingruis

De groei van AI en platformstrategieën zorgt ook voor verwarring. Vrijwel elke leverancier positioneert zich als platform en plakt AI op bestaande oplossingen. Volgens Smolarski vraagt dat om een kritische blik vanuit het kanaal. “Integratie moet aantoonbaar zijn. Als systemen geen informatie delen en processen niet vereenvoudigen, blijft het bij marketing.”

Open architectuur en praktische bruikbaarheid vormen volgens hem de belangrijkste onderscheidende factoren. Msp’s zoeken oplossingen die passen binnen hun bestaande werkwijze, zonder dat er extra beheerlagen ontstaan. “De dagelijkse operatie is het referentiepunt. Als technologie die complexer maakt, verdwijnt de meerwaarde snel.”

Standaardiseren om te kunnen groeien

De beweging richting consolidatie en automatisering heeft een duidelijke doelstelling: voorspelbaarheid. Minder losse tools, meer standaardisatie en heldere processen moeten leiden tot consistenter beveiligingsniveau en stabielere marges. Volgens Smolarski zitten veel msp’s nog vast aan technologie en prijsmodellen die ooit voor grote enterprises zijn ontwikkeld. “Dat vertraagt de respons en maakt schaalvergroting lastig.”

Door stacks te vereenvoudigen en beleid te centraliseren, ontstaat ruimte om sneller te reageren op incidenten en tegelijk kosten beter te beheersen. Dat vraagt volgens hem om een heroverweging van bestaande keuzes. “Het gaat niet om kleine optimalisaties, maar om een andere manier van werken.”

Een nieuwe balans in het kanaal

Volgens Smolarski staat cybersecurity voor msp’s aan de vooravond van een herijking. Ze vormen een belangrijke schakel in de digitale economie, maar hebben lang gewerkt met middelen die niet altijd aansloten op hun rol. De komende jaren draait het volgens hem om technologie die schaalbaarheid mogelijk maakt zonder dat complexiteit blijft groeien.

“In 2026 gaat het om leverage,” zegt hij. “Tools moeten msp’s helpen om elke klant consistent te beschermen, met minder frictie in de operatie. Dat vraagt om duidelijke keuzes en oplossingen die de praktijk ondersteunen.”

Wie cybersecurity moderniseert vanuit die gedachte, bouwt volgens hem aan een sterker fundament voor het kanaal. Geen kleine aanpassingen, maar een structurele herinrichting van hoe beveiliging wordt geleverd en beheerd. “Dat is de reset waar de markt nu naartoe beweegt.”

AI ontwikkelt zich in hoog tempo van hulpmiddel tot volwaardig onderdeel van de dagelijkse operatie bij msp’s. Binnen Kaseya krijgt die ontwikkeling vorm op meerdere niveaus, van ticketing en PSA tot monitoring, data-analyse en gebruikerservaring. Kevin Sequeira, verantwoordelijk voor productstrategie rond Autotask en digitale workforce-initiatieven, en Edgar Zacharjev, die zich richt op de doorontwikkeling van RMM en datagedreven inzichten, kijken daarbij ieder vanuit hun eigen domein naar dezelfde vraag: hoe verandert AI structureel de manier waarop msp’s werken, opschalen en waarde leveren aan hun klanten?

AI is voor msp’s geen abstract toekomstverhaal meer. De vraag is waar die impact het eerst voelbaar wordt. Volgens Kevin Sequeira ligt dat antwoord verrassend dichtbij. “Je hoeft niet te beginnen met complexe scenario’s. De meeste winst zit nog altijd in het dagelijkse werk. Ticketing is daar het duidelijkste voorbeeld van.”

Edgar Zacharjev knikt dat beeld niet weg, maar plaatst er meteen een kanttekening bij. “Een ticket is vaak het eindpunt van een probleem, niet het begin. Het vertelt je dát iemand last heeft, maar zelden waarom. Als je alleen op tickets stuurt, blijf je reactief.”

Die spanning tussen reageren en vooruitkijken loopt als een rode draad door het gesprek. Waar Sequeira vooral kijkt naar schaalbaarheid en operationele verlichting, richt Zacharjev zich op context, ervaring en onderliggende patronen.

Van generatieve AI naar handelen

Sequeira ziet een duidelijk verschil tussen wat veel mensen nu AI noemen en waar hij naartoe wil. “Generatieve AI kan antwoorden geven, maar geen werk uitvoeren. Je kunt er een vraag aan stellen, maar het blijft bij tekst. Agentic AI gaat verder. Die kan daadwerkelijk iets doen.”

Kevin Sequeira

Binnen Autotask krijgt dat vorm via Smart Triage. Tickets worden niet alleen gelezen, maar geïnterpreteerd. “We analyseren inhoud, herkomst en historie. Op basis daarvan kan een ticket automatisch bij de juiste persoon of queue terechtkomen, of zelfs volledig worden afgehandeld.”

Zacharjev herkent die logica, maar legt de lat breder. “Dat werkt pas echt goed als je de context van de gebruiker meeneemt. Niet alleen: wat staat er in het ticket, maar ook: wat gebeurde er op het systeem, in het netwerk, in de applicaties op dat moment?”

Sequeira pakt dat punt op. “Precies daarom is integratie zo belangrijk. Autotask staat niet op zichzelf. Als je ticketing koppelt aan RMM en documentatie, ontstaat er een veel rijker beeld. Dan hoeft een L1 niet meer te zoeken, maar kan direct handelen.”

Automatisering als opstap, niet als eindpunt

Volgens Sequeira is het doel niet om mensen te vervangen. “We horen soms: ‘mooi, dan kan ik drie mensen schrappen’. Dat is niet de gedachte. Die mensen heb je juist nodig, maar dan voor ander werk.”

Zacharjev: “Wat je ziet, is dat veel tijd verloren gaat aan analyse. Root cause analysis kost vaak uren, soms dagen. Niet omdat de kennis ontbreekt, maar omdat de informatie verspreid zit over verschillende tools.”

Edgar Zacharjev

Hij geeft een voorbeeld waarbij gebruikersklachten niets met hardware te maken hadden, maar met netwerkgedrag op specifieke tijdstippen. “Die informatie wás er al. Alleen niet op de plek waar L1 keek. Als je dat vooraf kunt samenbrengen, verandert de rol van support.”

Sequeira ziet daarin precies de hefboom voor groei. “Als je L1 ondersteunt met context en automatisering, kunnen minder ervaren mensen complexer werk doen. En ervaren mensen schuiven door naar L2 of L3. Dat maakt organisaties schaalbaar zonder lineair te groeien in personeel.”

Van device health naar user experience

Waar Sequeira vooral spreekt over tickets als ingang, verschuift Zacharjev het gesprek naar beleving. “Device health is jarenlang het uitgangspunt geweest. CPU, geheugen, schijf. Maar gebruikers werken niet met devices, ze werken met ervaringen.” Die ervaring strekt zich uit over laptops, cloudapplicaties, samenwerkingsplatformen en externe systemen. “Een klacht over ‘het werkt niet’ kan net zo goed voortkomen uit een trage applicatie, een instabiele verbinding of verkeerd gebruik van software.”

Sequeira ziet daarin een duidelijke evolutie. “Dat is ook waarom AI hier zo’n grote rol kan spelen. Mensen zien losse signalen. AI ziet patronen. Als je die patronen koppelt aan tickets, verschuift support van reageren naar begrijpen.”

Beide zijn het eens over één randvoorwaarde: zonder goede data werkt geen enkele AI-oplossing. Zacharjev is daar uitgesproken over. “AI is zo slim als de data die je erin stopt. Als die data versnipperd of onlogisch is, krijg je mooie verhalen, maar geen betrouwbare beslissingen.”

Sequeira sluit daarbij aan. “Daarom leren onze modellen binnen de omgeving van de msp zelf. Niet generiek, maar afgestemd op hun processen, klanten en afspraken. Dat maakt het effectiever en beter beheersbaar.”

Vooruitkijken in plaats van bijsturen

Het gesprek verschuift vanzelf naar de volgende stap: voorspellend werken. Sequeira ziet AI steeds vaker signaleren voordat er een probleem ontstaat. “Denk aan capaciteitstekorten, niet-renderende contracten of hardware die richting falen gaat. In plaats van een ticket krijg je een voorstel.”

Zacharjev ziet waarde in het zakelijke gesprek dat daardoor ontstaat. “Als je kunt laten zien waar productiviteit verloren gaat of kosten onnodig oplopen, verandert je rol als msp. Dan lever je geen support meer, maar stuurinformatie.”

De mens blijft in de cockpit

Beiden benadrukken dat AI begeleiding nodig blijft houden. “AI hallucineert soms,” zegt Zacharjev droog. “Daar moet je rekening mee houden.”

Sequeira ziet dat niet als zwakte, maar als realiteit. “Daarom blijft validatie belangrijk. Technici worden regisseurs. Ze stellen kaders, controleren uitkomsten en sturen bij.”

Wat overblijft, is geen toekomstbeeld van lege servicedesks, maar van teams die anders werken. Met digitale collega’s die meedraaien in ticketing, analyse en besluitvorming. Niet zichtbaar voor de klant, maar voelbaar in snelheid, rust en schaalbaarheid.

Cisco zet een grote stap in de modernisering van zijn wereldwijde partnermodel. Na veertig jaar komt het bedrijf met een volledig vernieuwde aanpak: het Cisco 360 Partnerprogramma, dat op 1 februari 2026 officieel live gaat. De veranderingen raken vrijwel alle partners die met Cisco werken. Comstor speelt in de Benelux een sleutelrol in de begeleiding en voorbereiding van partners op deze transitie. Judy Lempersz, 360 Ambassador bij Comstor, vertelt hoe dat traject eruitziet en waarom het nieuwe programma meer is dan een administratieve vernieuwing.

Cisco wil met het nieuwe 360 Partnerprogramma afrekenen met de complexiteit die in de loop der jaren is ontstaan. De huidige structuur met vier partnerniveaus – Registered, Select, Premier en Gold – verdwijnt. Daarvoor in de plaats komen twee duidelijke categorieën: Cisco Partner en Cisco Preferred Partner. De status van een partner wordt bepaald aan de hand van een score tussen nul en tien. “Een score van 7,5 of hoger betekent dat je als Preferred Partner wordt erkend,” legt Lempersz uit. “Die score geeft dus niet alleen de omvang van de samenwerking weer, maar ook de mate waarin een partner actief werkt aan lifecycle management, klanttevredenheid en diensten.”

Dat laatste vormt meteen de kern van het nieuwe programma. Cisco wil partners stimuleren om verder te kijken dan productverkoop. Lifecycle selling en managed services staan centraal: partners worden aangemoedigd om de volledige levenscyclus van een oplossing te beheren en te optimaliseren. Lempersz: “Het gaat er niet meer om dat je iets verkoopt, maar dat je klanten helpt om het ook daadwerkelijk te benutten. Als ze meer waarde halen uit hun oplossingen, leidt dat vaak vanzelf tot verlengingen of uitbreidingen.”

PXP als spil in de samenwerking

De introductie van het Cisco Partner Experience Portal (PXP) is onlosmakelijk verbonden met het nieuwe programma. In dit platform worden alle partneractiviteiten, scores en data samengebracht. Waar Cisco voorheen met meerdere portals en tools werkte, is PXP bedoeld als het centrale toegangspunt. “Het is echt een one-stop-shop geworden,” zegt Lempersz. “Alle informatie over prestaties, trainingen en certificeringen is daar te vinden. Zonder PXP kun je als partner eigenlijk niet meer goed functioneren binnen Cisco 360.”

Judy Lempersz | Foto’s: Steven van Kooijk

Comstor helpt partners om het platform effectief te gebruiken. De distributeur kan – met toestemming van de partner – via de zogenoemde DPV-verbinding (Distributor Partner View) meekijken in het PXP-dashboard. “Daardoor kunnen we partners proactief begeleiden,” vertelt Lempersz. “We zien bijvoorbeeld welke onderdelen nog aandacht vragen en kunnen helpen met prioriteiten stellen. Zo bouwen we samen aan een plan van aanpak richting die Preferred-status. 98 procent van de partners vindt dat prettig, juist omdat het de voortgang inzichtelijk maakt.”

Volgens haar is dat ook nodig, want de lat ligt hoog. “Cisco vraagt echt commitment van partners. Daarom werken we stapsgewijs, met concrete acties per fase. Partners krijgen van ons een duidelijk stappenplan waarmee ze gericht kunnen toewerken naar de go-live in februari.”

Trainingen en certificeringen

Een belangrijk onderdeel van het programma is de Customer Experience (CX) Specialisation. Partners die deze kwalificatie behalen, tonen aan dat ze lifecycle management in de praktijk brengen. Daarvoor zijn onder meer examens en trainingen vereist, waaronder die voor de rol van Customer Success Manager (CSM). Comstor heeft deze trainingen inmiddels in huis gehaald via opleider Global Knowledge. “Eind oktober zijn we gestart met de eerste tweedaagse training inclusief examen,” vertelt Lempersz. “We begonnen met een selecte groep van vier partners, maar het doel is om dit structureel uit te rollen zodat meer partners CX-gecertificeerd kunnen worden.”

De CX-specialisatie vormt volgens haar de start van de hele 360-reis. “Zonder deze basis is het lastig om de vereiste score van 7,5 te halen. De training helpt partners niet alleen aan kennis, maar ook aan inzicht in de klantrelatie. Dat past bij de koers die Cisco wil varen.”

Ook op het gebied van licentiemodellen verandert er veel. Enterprise Agreements (EA’s) – raamcontracten waarin licenties en services worden gebundeld – worden nadrukkelijk onderdeel van het programma. “Wie met EA’s werkt, verdient extra punten binnen Cisco 360,” legt Lempersz uit. “Daarom hebben wij bij Comstor een gespecialiseerd team dat partners hierbij ondersteunt. Het gaat niet alleen om verkoop, maar vooral om het goed inrichten van die contracten voor de lange termijn.”

Data als kompas

Het PXP-portaal biedt partners toegang tot een schat aan gegevens over hun klanten en prestaties. Zo kunnen ze hun zogeheten ‘wallet share’ analyseren: welk deel van de Cisco-omzet van hun klanten via hen loopt, en welk deel via andere partners. “Dat geeft waardevolle inzichten,” zegt Lempersz. “Partners kunnen zien waar kansen liggen of waar klanten mogelijk weglekken. Wij helpen hen om die data te vertalen naar concrete acties.”

Comstor gebruikt de inzichten uit PXP ook om partners te herinneren aan verlopende contracten of licenties. “We sturen proactief lijsten met aankomende renewals, zodat ze op tijd contact kunnen opnemen met klanten,” vertelt ze. “Daarnaast bespreken we vaak of een partner kan overstappen op een Enterprise Agreement, omdat dat meer stabiliteit biedt. Alles draait om voorspelbaarheid en continuïteit.”

Onderdeel van de onboarding

Het Cisco 360 Partnerprogramma geldt niet alleen voor bestaande partners. Ook nieuwe partners worden vanaf hun onboarding meegenomen in het traject. “Wanneer een bedrijf zich aansluit bij Comstor, nemen we ze direct mee in de 360-werkwijze,” zegt Lempersz. “We leggen uit wat het programma inhoudt, hoe PXP werkt en welke trainingen nodig zijn. Zo weten ze vanaf het begin hoe ze hun score kunnen opbouwen.”

Lempersz fungeert daarbij als vast aanspreekpunt. “Ik doe uitsluitend Cisco 360. Daardoor kan ik partners continu begeleiden, bijvoorbeeld bij het plannen van trainingen of het regelen van toegangsrechten in PXP. Soms organiseren we aparte Teams-sessies voor complete teams, of helpen we bij de voorbereiding op audits. Het is eigenlijk een heel breed traject waarin we partners stap voor stap meenemen.”

Blijvende ondersteuning

Cisco heeft zijn partners volgens Lempersz ruim de tijd gegeven om zich op de verandering voor te bereiden. “Sinds begin dit jaar zijn onderdelen van het programma gefaseerd ingevoerd, zodat iedereen kon wennen en feedback kon geven. Cisco heeft daar echt naar geluisterd. Ze hebben aanpassingen gedaan op basis van partnerinput en veel webinars en livesessies georganiseerd. In Amsterdam was bijvoorbeeld een grote sessie met het Cisco-team waar partners direct vragen konden stellen.”

Comstor organiseert zelf ook regelmatig bijeenkomsten. Zo vond eind september in Maarssen het Cisco 360 Partner Event plaats, met presentaties van zowel Cisco als Comstor. “Het was goed bezocht en de reacties waren positief,” zegt Lempersz. “Partners willen op de hoogte blijven, want de veranderingen zijn ingrijpend en raken hun hele bedrijfsvoering.”

De samenwerking tussen Cisco en Comstor krijgt bovendien een extra dimensie op het gebied van managed services. Lempersz verwijst naar de nieuwe white label SOC-oplossing die Comstor aanbiedt aan partners. “Voor partners die managed securitydiensten leveren, is dat een waardevolle uitbreiding. Bovendien telt het gebruik van zo’n dienst mee in de 360-score. Het laat zien dat een partner actief inzet op service en security.”

Nieuwe kansen voor partners en klanten

Het vernieuwde partnerprogramma biedt volgens Lempersz kansen op meerdere niveaus. Voor partners betekent het vooral meer inzicht en structuur. “Ze worden gestimuleerd om beter gebruik te maken van data, om actief met hun klanten in gesprek te blijven en om trainingen te volgen die hun dienstverlening versterken,” zegt ze. “Het programma dwingt tot professionalisering, maar levert daar ook veel voor terug.”

Voor eindklanten ziet ze indirect ook voordelen. “Omdat partners meer aandacht besteden aan de hele customer journey, krijgen klanten beter inzicht in wat hun Cisco-oplossingen allemaal kunnen. Vaak ontdekken ze functies die ze nog niet gebruikten. Daardoor stijgt de tevredenheid en de waarde die ze uit hun investering halen. Bovendien maakt het programma duidelijk welke partners echt gespecialiseerd zijn in bepaalde domeinen, zoals security of collaboration. Dat helpt eindklanten om gerichter te kiezen.”

Een gezamenlijke reis

Met het Cisco 360 Partnerprogramma maakt het bedrijf een duidelijke beweging richting eenvoud, transparantie en langdurige samenwerking. Comstor ziet het als haar rol om partners daarin te begeleiden – niet als eenmalige actie, maar als doorlopend proces. “Het stopt niet bij de go-live,” zegt Lempersz. “Het is een reis die doorgaat. De technologie verandert, de markt verandert, en partners groeien mee. Wij willen zorgen dat ze dat stap voor stap kunnen doen.”

Ze glimlacht: “Sommigen vinden het in het begin best veel, dat geef ik eerlijk toe. Maar als ze eenmaal zien wat het oplevert, ontstaat er enthousiasme. Dat is misschien wel het mooiste van dit hele traject: partners zien weer nieuwe kansen. En precies dat is wat Cisco met 360 voor ogen had.”