Een vakantieparken lijkt op het eerste gezicht een overzichtelijke omgeving. Gasten komen aan, verblijven en vertrekken weer. Maar daarachter draaien processen van logistiek, onderhoud en energiebeheer. Landal laat zien hoe warmtebeheer slimmer kan met behulp van IoT.

De huisjes op de parken van Landal hebben elk een eigen cv-ketel of warmtepomp, vaak in een geïsoleerde omgeving en verspreid over grote terreinen. Losse apparaten die je individueel moet aansturen of controleren, leveren werkdruk op bij de technische dienst en maken fijnmazig energiemanagement lastig. Landal wilde daar verandering in brengen door bestaande systemen slimmer te maken.

Een module die tussen twee werelden in zit

Insmart, een Utrechtse scale-up gespecialiseerd in slimme warmteregeling, ontwikkelde een compacte module die rechtstreeks tussen de thermostaat en de verwarmingsinstallatie wordt geplaatst. Die module verzamelt data, stuurt instellingen aan en geeft meldingen door. Het idee is eenvoudig: door meer inzicht te krijgen in het gedrag van elke installatie, kun je beter bepalen wanneer er verwarmd wordt en wanneer niet. Op koudere dagen kan een bungalow alvast op temperatuur worden gebracht vlak voor aankomst, terwijl op rustige momenten het systeem automatisch terugschakelt.

Het mooie van deze oplossing is dat er geen grote renovaties nodig zijn. De bestaande cv-installaties blijven intact, de thermostaten blijven hangen waar ze altijd hingen. De slimme laag wordt er alleen tussen geplaatst. Daarmee konden parken in korte tijd aangesloten worden, zonder langdurige onderhoudstrajecten of ingrijpende aanpassingen.

De rol van IoT-connectiviteit

Om die modules betrouwbaar te kunnen laten communiceren, werd gekozen voor NB-IoT, een low-power IoT-netwerk dat Odido Business in Nederland aanbiedt. Dit type verbinding is geschikt voor apparaten die weinig data versturen, maar wel overal bereikbaar moeten zijn. Dat is belangrijk in vakantieparken, waar bungalows verspreid liggen, soms diep in bosrijke gebieden of op plekken met beperkt mobiel bereik.

NB-IoT kan signalen versturen door dikke muren, ondergrondse ruimtes en isolatiemateriaal heen. Dat maakt het passend voor de technische omgevingen waarin verwarmingsinstallaties vaak staan opgesteld. Daarnaast gebruiken de modules weinig stroom, wat bij grootschalige uitrol direct scheelt in beheer en levensduur.
Odido levert daarbij een platform waarop alle IoT-verbindingen centraal beheerd worden. Insmart en Landal hoeven daardoor niet voor elke wijziging of storing een apart proces te doorlopen. Nieuwe modules worden eenvoudig toegevoegd, abonnementen zijn centraal in te zien en bij afwijkingen kan direct geschakeld worden. Voor organisaties met honderden apparaten is dat een belangrijk deel van de operationele efficiëntie.

Besparingen in de praktijk

De oplossing werd eerst getest op één vakantiepark. Daar werd een gasbesparing van ongeveer 14 procent gerealiseerd ten opzichte van een vergelijkbare groep bungalows zonder slimme module. Die resultaten vormden de basis voor verdere uitrol. Inmiddels draait het systeem op 38 parken en ligt de structurele besparing rond de 13 procent.

Voor Landal is dat significant. De huizen staan verspreid over ruime terreinen, worden wisselend bezet en kennen sterke seizoensinvloeden. Door de installaties centraal te monitoren en slimmer aan te sturen, wordt minder energie verspild in ruimtes die nog niet of niet meer warm hoeven te zijn. Tegelijk blijven de kamers comfortabel. Gasten merken niets van de technologie achter de schermen, behalve dat de temperatuur bij aankomst precies goed is.

Minder verrassingen voor de technische dienst

Naast besparing levert de oplossing vooral voorspelbaarheid op. Door real-time meldingen te ontvangen over afwijkingen in het systeem, kunnen monteurs sneller ingrijpen en vaak al actie nemen voordat een installatie uitvalt. Dat voorkomt noodreparaties en maakt het werk van technische teams overzichtelijker. Bij veel vakantieparken is de technische dienst klein, terwijl de installaties omvangrijk zijn. Een vroege melding dat een ketel vaker aanspringt dan normaal, of dat een sensor afwijkende waarden doorgeeft, helpt om het juiste onderhoudsmoment te bepalen. Daardoor worden monteurs effectief ingezet en blijft de beschikbaarheid van de installaties hoog.

Schaalbaarheid als randvoorwaarde

Wat begon als een pilot op één locatie, moest kunnen doorgroeien naar tientallen parken. Zowel Insmart als Odido legden daarom de nadruk op schaalbaarheid. De technologie moest eenvoudig uit te rollen zijn, zonder dat installateurs unieke configuraties per woning zouden moeten uitvoeren. De IoT-verbinding moest in grote aantallen te beheren zijn, zonder dat beheerders telkens handmatig instellingen hoefden bij te werken.

Die schaalbaarheid is inmiddels praktijk. Nieuwe parken worden onderling op dezelfde manier aangesloten, modules worden standaard geconfigureerd en het beheer blijft overzichtelijk. Voor een recreatieorganisatie met honderden vakantiehuizen per park is dat geen luxe, maar een randvoorwaarde voor langdurige inzet.

De oplossing laat zien hoe IoT-oplossingen inzetbaar zijn in bestaande omgevingen. Veel recreatieorganisaties werken met infrastructuur die in de loop van jaren is opgebouwd. Voor Insmart betekent dit dat de technologie toepasbaar is in meerdere sectoren die met vergelijkbare uitdagingen te maken hebben. Voor Odido Business toont dit project hoe IoT-connectiviteit ook gaat over kleinschalige, praktische innovaties in het dagelijks gebruik van gebouwen en niet alleen over grootschalige industriële toepassingen.

De roep om datasoevereiniteit wordt luider nu AI meer rekenkracht én gevoeligere gegevens vraagt. Tussen de grote hyperscalers en lokale modellen ontstaat een nieuwe categorie: edge-AI, die dicht bij de gebruiker draait en volledig onder Europese wetgeving kan blijven. Daar verschuift de discussie van techniek naar strategische autonomie.

Datasoevereiniteit schuift snel op van een abstract begrip naar een strategisch thema. Bedrijven en overheden willen profiteren van AI-toepassingen, maar tegelijk grip houden op hun data, hun infrastructuur en de onderliggende juridische kaders. Datacenters en cloudproviders die volledig onder Europese wetgeving opereren, komen daardoor steeds nadrukkelijker in beeld. Interconnect behoort tot die groep en schetst hoe datasoevereiniteit en nieuwe AI-infrastructuren elkaar gaan versterken.

Dertig jaar

Het Brabantse bedrijf bestaat dertig jaar en is volledig in handen van de familie Stevens. Alle datacenters staan op Nederlandse bodem en alle IT-apparatuur is eigen bezit. “Ons bedrijf valt volledig onder Nederlands recht en zijn er geen externe aandeelhouders of buitenlandse moederorganisaties die via wetgeving zoals de Cloud Act toegang zouden kunnen opeisen,” vertelt Jeroen Stevens, medeoprichter en directeur van Interconnect. “In een tijd waarin organisaties kritischer kijken naar waar data wordt verwerkt en opgeslagen, willen we met onze structuur duidelijkheid bieden.”

De snelle groei van AI versterkt dat gevoel van urgentie. Veel grote AI-modellen worden buiten Europa getraind, maar organisaties willen hun eigen data dicht bij huis houden. Daarbij ontstaat een tussensegment in de markt: toepassingen die te zwaar zijn om lokaal te draaien, maar niet afhankelijk hoeven te zijn van hyperscale omgevingen in de VS. Voor dat gebied ziet Interconnect een rol voor zogenoemde edge-AI, waarbij rekenkracht fysiek dichter bij de gebruiker staat en latency laag blijft.

Om zulke compacte AI-omgevingen te ondersteunen, werkt Interconnect aan direct-to-chip liquid cooling. “De energievraag van AI-hardware dwingt datacenters om zuiniger te koelen en overhead terug te brengen,” zegt Stevens. Immersion cooling acht het bedrijf minder geschikt voor brede adoptie, maar direct-to-chip wordt gezien als een toekomstbestendig alternatief.

Technische uitdagingen

Tegelijk zijn er technische uitdagingen. Er bestaan nog geen uniforme standaarden voor connectoren, koelvloeistoffen en temperatuurbeheer, en waterkwaliteit moet nauwlettend worden gecontroleerd om verstoppingen in koelplaten te voorkomen. Toch verwacht het bedrijf dat deze vorm van koeling de komende jaren snel terrein wint, vooral in compacte edge-omgevingen.

Interconnect ziet daarnaast dat overheden en gemeenten behoefte hebben aan oplossingen die zowel soeverein als praktisch inzetbaar zijn. “Veel organisaties willen wel overstappen naar Europese alternatieven, maar missen de middelen, kennis of mensen om die stap te zetten. Edge-AI kan daarbij een rol spelen, bijvoorbeeld voor lokale sensortoepassingen, datagedreven planning of slimme monitoring. Door zulke diensten binnen de landsgrenzen te verwerken, blijft gevoelige data onder Nederlands toezicht en wordt de afhankelijkheid van niet-Europese cloudproviders kleiner.”

 

BRANDED CONTENT

Het leveren van innovatie aan partners is een van de belangrijkste thema’s voor cloudcollaboratiespecialist Evolve IP in 2026 – nu AI-technologie steeds dieper doordringt in zowel kleine als grote organisaties.

Van nieuwe technologische oplossingen tot een nieuw team en een vernieuwde merkidentiteit: Evolve IP heeft volgend jaar veel te vertellen – en benadrukt daarmee hoe de white-label serviceprovider aan de voorhoede blijft van innovaties op het gebied van UCaaS en contactcenters.

“Ons bedrijf blijft zich ontwikkelen en we staan nooit stil,” zegt Country Sales Manager Joran Klarenbeek. “Kunstmatige intelligentie is niet langer een modewoord, het is een zakelijke noodzaak.”

Ontgrendelen

Volgens Joran helpen de AI-oplossingen van Evolve IP organisaties om de klantervaring te verbeteren, processen te stroomlijnen en nieuwe inkomstenstromen te ontsluiten.

“De afgelopen jaren hebben veel Nederlandse organisaties over AI gesproken, maar nu sluiten ook kleinere bedrijven zich aan en ontdekken ze wat AI voor hen kan betekenen. Onze missie blijft ongewijzigd: resellers in staat stellen om echte uitdagingen aan te pakken met veilige, bedrijfsgerichte cloudoplossingen, en duurzame samenwerkingen op te bouwen die langdurig succes stimuleren. Evolve IP draait om innovatie, helderheid en eenvoud, omdat wij geloven dat technologie moet versterken – niet overweldigen.”

Partner Manager Michael Vermeulen, is het daarmee eens en voegt toe: “Wij geloven niet in een one-size-fits-all-aanpak. We ontwikkelen op maat gemaakte, naadloze oplossingen in tal van sectoren – horeca, onderwijs, financiële dienstverlening, gezondheidszorg, retail en meer – allemaal ontworpen om productiviteit, prestaties en de klantervaring te verbeteren. Teams, hybride werken, conferencing en de vele manieren om goederen en diensten te kopen hebben moderne samenwerking de afgelopen jaren getransformeerd. Maar het opbouwen van een sterk ecosysteem waarop extra diensten kunnen worden gestapeld, blijft de sleutel tot succes. Wij zijn veel meer dan alleen een white-label UCaaS- en CCaaS-specialist die allerlei verschillende technologieën samenbrengt via ons eigen betrouwbare netwerk. Telefonie is nog steeds big business. Het draait niet alleen om Teams – hoewel dat duidelijk ook een groot deel van onze markt vormt.”

Meer werk

Evolve IP is gespecialiseerd in partnerschappen en brengt de beste producten en diensten naar de markt. Dat kan gaan om AI-contactcenterinnovaties van Talkdesk, Nederlandse vertaal- en samenvattingsdiensten van Dubber, of de nieuwste call-analytics en rapportagemogelijkheden van Akixi.

Joran benadrukt: “In de kern horen we dat veel bedrijven meer werk willen verzetten met hetzelfde aantal mensen. Meer personeel aannemen kan duur en lastig zijn, zeker in de huidige arbeidsmarkt. AI kan hen helpen efficiënter te werken en meer te leveren – niet alleen binnen contactcenters, maar ook binnen algemene bedrijfsprocessen. Dat kan een bedrijf zijn met 50 mensen waarvan er slechts twee klantgericht zijn. Het is belangrijk om te focussen op frontoffice-communicatie – zoals telefonie, e-mail en WhatsApp – maar ook op de backoffice. Functionaliteiten creëren de beste klantervaring, maar interne ervaringen zijn net zo belangrijk. Kleinere bedrijven zoeken naar manieren om waarde toe te voegen – voor interne én externe communicatie – en ook om ‘schone’ en nauwkeurige data te creëren, die AI nodig heeft, bijvoorbeeld via samenvattingen van gesprekken door agents.”

Mindset

Michael merkt op dat zelfs kleinere organisaties op zoek zijn naar slimmere manieren van werken, niet alleen binnen contactcenters maar vanuit een breder perspectief. “Voor ons gaat het erom onze partners te helpen dit soort oplossingen te verkopen, in plaats van alleen traditionele telefonie zoals vroeger. Veel partners zijn niet gewend om software te verkopen. Het is meer een oplossingsgerichte verkoop – een andere mindset en een andere verkoopcyclus. Je praat niet over het product zelf, maar over wat er opgelost kan worden en welke waarde geleverd wordt. Pas veel later in het verkoopproces praten we over prijzen. Veel partners moeten leren en zich aanpassen – en wij zijn er om hen te helpen. Er ontstaat vrij veel schaduw-IT, iets wat we samen met onze partners moeten aanpakken. Goedkope, gratis online oplossingen zijn niet altijd ideaal. Als ze willekeurig en samengesteld zijn uit verschillende producten, ontbreekt de consistentie en wordt beveiliging een groot probleem. Het is belangrijk om het ecosysteem netjes en overzichtelijk te houden, zodat iedereen op dezelfde golflengte zit. Bedrijven hebben technologie nodig die veilig en compliant is, en die met hen meegroeit – niet een gefragmenteerde aanpak stukje bij beetje.”

Joran besluit: “Waar wij het verschil maken, is dat we de eindklant en onze partners adviseren over hoe ze de beste AI-oplossingen kunnen inzetten die écht voor hen werken. We duiken in hun bedrijfsvoering en zoeken naar de beste oplossingen om hun uitdagingen te overwinnen. We zoeken eerst het probleem en dan de oplossing – niet andersom door iets op te dringen dat misschien niet geschikt is. We blijven voortdurend op zoek naar nieuwe innovatieve oplossingen om aan ons portfolio toe te voegen. We zoeken altijd naar de volgende beste innovatie om onze partners te helpen groeien en hun klanten beter te laten presteren. We staan nooit stil en blijven ons voortdurend ontwikkelen. Het zit in onze naam!”

AI-toepassingen zorgen voor een explosieve toename van warmte in datacenters. Daar loopt traditionele luchtkoeling tegen zijn grenzen aan. Liquid cooling wordt langzaam maar zeker de nieuwe standaard. Het goede nieuws: je hebt er geen compleet nieuw datacenter voor nodig.

Vijf jaar geleden was een serverrack met 5 kilowatt aan vermogen volstrekt normaal. Sommige bedrijven gingen naar 10 of 15 kilowatt, maar dat gold al als een uitzondering. “Met de komst van AI en processors die daarvoor nodig zijn, is de rekencapaciteit per rack enorm gestegen,” vertelt Carlo Brouwer, Managing Director bij STULZ. “We praten nu soms al over 100 kilowatt, terwijl Nvidia al 1 megawatt heeft aangekondigd. Dat is 1000 kilowatt per rack. Het verschil met een paar jaar geleden is gigantisch.”

Die ontwikkeling heeft grote gevolgen voor de manier waarop datacenters hun apparatuur koelen. Steeds meer bedrijven, ook in het mkb, gaan krachtige AI-toepassingen gebruiken. Denk aan ingenieursbureaus die complexe simulaties draaien, softwareontwikkelaars die AI op grote schaal inzetten voor code-optimalisatie of medische instellingen die beeldverwerkingssoftware gebruiken voor diagnoses. Ook bij kwaliteitscontrole bij productiebedrijven of voorspellende analyses in de logistiek zijn toepassingen die continu meer rekenkracht nodig hebben.

Orkaankracht in het datacenter

Bij traditionele koeling wordt lucht door het datacenter geblazen om warmte af te voeren. Maar bij de extreme warmteproductie van moderne AI-servers is dat niet meer haalbaar. “De luchtsnelheden moeten zo groot zijn dat je dat niet meer kunt realiseren. Je zou dan lucht met orkaankracht moeten blazen,” legt Brouwer uit. “En zelfs dan kun je bij die hoge vermogens de temperatuur niet op peil houden.”

Traditionele luchtkoeling werkt simpelweg niet meer bij deze extreme warmtelasten. Liquid cooling biedt uitkomst. Vloeistof kan veel efficiënter warmte opnemen dan lucht. “Dat betekent dan wel dat je met een vloeistof direct het serverrack in moet gaan om de servers zelf te koelen.”

Dat kan op verschillende manieren. Bij immersion cooling worden servers volledig ondergedompeld in een speciale vloeistof. Dat is een oplossing die goed werkt voor heel specifieke toepassingen, maar voor reguliere datacenters is het nogal lastig. Servers zijn moeilijk bereikbaar voor onderhoud en de vloeistof moet zorgvuldig worden beheerd. Daarom is deze methode vooral geschikt voor niches. Een andere, meer praktische methode is direct-to-chip cooling, waarbij vloeistof via buisjes rechtstreeks langs de processors circuleert.

Welke methode je ook kiest, het hart van een modern liquid cooling-systeem is de Cooling Distribution Unit, oftewel CDU. Dit apparaat pompt vloeistof op de juiste temperatuur en druk door het koelsysteem. De CDU haalt warmte weg bij de servers via een gesloten circuit. Via een warmtewisselaar geeft de CDU die warmte vervolgens af aan het koelwatersysteem van het gebouw. “Een CDU regelt de temperatuur, de druk en de doorstroming van de vloeistof. De unit zorgt ervoor dat de koelvloeistof op de juiste temperatuur blijft en met voldoende druk door het systeem circuleert.”

Een CDU kan tussen de 300 kilowatt en ruim 2 megawatt aan koelvermogen leveren, afhankelijk van het type. Het apparaat bevat filters om de vloeistof schoon te houden, pompen voor de circulatie en sensoren voor lekdetectie. “Het zijn geteste, betrouwbare systemen die specifiek zijn ontworpen voor datacenters waar stilstand geen optie is.”

Gefaseerd overstappen

De overstap naar liquid cooling vraagt om investeringen. Toch is het niet nodig om een bestaand datacenter in één keer om te bouwen. “Je kunt beginnen met een paar racks die liquid cooling krijgen, terwijl de rest van je datacenter gewoon blijft draaien op luchtkoeling,” zegt Brouwer. “Dat is een groot voordeel. Je creëert als het ware een eiland binnen je bestaande datacenter.”

Die gefaseerde aanpak maakt de stap makkelijker. IT-dienstverleners kunnen ervaring opdoen met liquid cooling in een beperkt deel van het datacenter, zonder het hele systeem te hoeven vervangen. “Als je klanten hebt die AI-toepassingen draaien of high-performance computing nodig hebben, kun je daarvoor een aparte sectie inrichten. De rest van je klanten blijft gewoon op de traditionele manier gekoeld.”

De markt voor deze vorm van high-density koeling is in de Benelux nog pril. Toch merkt Brouwer dat steeds meer colocation-providers de vraag krijgen of ze klanten met liquid cooling kunnen helpen en alles wijst er volgens hem op dat die vraag snel zal toenemen.

Vooruitdenken

Het is volgens Brouwer vooral belangrijk om vooruit te denken. “De vraag naar rekenkracht blijft onverminderd stijgen. Over een paar jaar zijn de vermogens die we nu high-density noemen misschien alweer normaal. Je wilt nu al rekening houden met die groei, zodat je niet over twee jaar opnieuw moet investeren.”

STULZ ontwikkelt verschillende oplossingen voor liquid cooling, van complete CDU-systemen tot componenten die in bestaande infrastructuur kunnen worden geïntegreerd. “We hebben de ervaring en kennis om datacenters te helpen met deze transitie. Of het nu gaat om een volledig nieuw systeem of om een uitbreiding van een bestaand datacenter.”

Voor IT-dienstverleners betekent dit dat liquid cooling geen toekomstmuziek meer is, maar een realiteit waar ze nu al over moeten nadenken. Niet alleen voor grote projecten, maar ook voor kleinere implementaties waar mkb-klanten steeds vaker om vragen. De technologie is er, de kennis is beschikbaar. Het is een kwestie van de stap zetten.

De managed services-markt staat op een kantelpunt. Automatisering gaat sneller dan ooit, NIS2 zet extra druk op securityprocessen en de concurrentie tussen msp’s wordt zichtbaarder. In die context presenteert Kaseya zijn Fall 2025-release: ruim negentig innovaties die moeten inspelen op wat de msp eigenlijk doet.

In een uitgebreid gesprek met Hans ten Hove, VP Continental Europe bij Kaseya, wordt duidelijk dat deze release veel meer is dan een optelsom van nieuwe ­functies. Het is een strategisch signaal: msp’s moeten zich voorbereiden op een nieuwe fase waarin automatisering, ­identity-beveiliging en data-­gedreven IT-operaties het verschil maken.

Digital workforce wordt de nieuwe motor van efficiëntie

De introductie van Kaseya’s ­digital workforce vormt de kern van de nieuwe koers. Het concept is eerder globaal aangekondigd, maar wordt nu concreter. De digital work­force bestaat uit digitale workers, AI-­gestuurde modules die taken automatiseren die normaal handmatig worden uitgevoerd. Ten Hove noemt het een ­logische stap: “Elke msp loopt tegen ­dezelfde operationele druk aan. Je wilt een hoge kwaliteitsstandaard neer­zetten, maar je wilt niet voor elk ticket of elke procedure handmatig werk verrichten. Dat is waar die digitale workers gaan helpen.”

De digital workforce komt in 2026 beschikbaar, maar vormt nu al het fundament onder de innovaties die Kaseya lanceert. Tools als smart ­ticket triage, de AI-gestuurde SOP-generator en ­geautomatiseerde rapportages zijn de eerste bouwstenen van een bredere AI-laag die straks door het hele platform heen moet gaan werken. Wat Ten Hove vooral benadrukt, is dat een digital worker geen poging is om medewerkers te vervangen, maar om repetitief werk op te vangen. “Het gaat niet om het vervangen van ­mensen, het gaat om het vervangen van taken. De kwaliteit gaat omhoog, de snelheid ook, terwijl je team zich kan richten op het werk waar een menselijke blik wél nodig is.”

Nieuwe securitylaag: Inky vervangt Graphus

Security vormt de tweede pijler van de release. Kaseya heeft de ­Amerikaanse e-mailbeveiligings­specialist Inky overgenomen, waarmee het bedrijf zijn securitystack verder uitbreidt. De technologie van Inky draait op AI en richt zich niet ­alleen op klassieke phishing, maar ook op impersonatieaanvallen die steeds realistischer worden. Volgens Ten Hove is dat geen luxe maar pure noodzaak. “E-mail blijft het grootste risico. De aanvallen worden slimmer, dynamischer en vaak volledig afgestemd op de persoon die ze proberen te misleiden. Traditionele filters zijn daar niet ­altijd tegen bestand.” Inky vervangt Graphus binnen Kaseya 365 User. De prijs verandert niet, terwijl de beveiligingscapaciteit omhooggaat. Voor msp’s betekent dat dat ze zonder prijsdiscussie een steviger beveiligingsniveau kunnen bieden aan alle gebruikers binnen het M365-domein van een klant.

Identiteiten als aanvalsvector: backup voor Microsoft Entra ID

Een andere opvallende innovatie is de komst van back-up voor Microsoft Entra ID. Wanneer identiteiten worden misbruikt of vernietigd, ligt een volledige organisatie stil. Herstel is vaak complex, tijdrovend en soms helemaal niet meer mogelijk. Ten Hove: “Als een aanvaller je ­Entra-omgeving heeft, dan heeft hij alles. Dat zien we steeds vaker. De focus van cybercriminelen verschuift van bestanden naar identiteiten, omdat ze daarmee toegang hebben tot het volledige IT-landschap.” De nieuwe back-updienst kan ­gebruikers, rollen, groepen en ­policies herstellen. Het is een van de meest gevraagde toevoegingen binnen het securityportfolio en wordt gratis onderdeel van Kaseya 365 User. Voor msp’s betekent dit dat een cruciale zwakke plek die tot nu toe nauwelijks afgedekt kon worden, nu standaard beschermd is.

Datto SIRIS 6: snellere recovery in een tijd van continuïteitseisen

Back-up en herstel blijven een kern­onderdeel van de dienstverlening van msps. Kaseya introduceert in deze release de Datto SIRIS 6, een nieuwe generatie backup-appliance die gericht is op hogere prestaties en snellere RTO’s. Het belang ervan sluit direct aan op de eisen rond business­continuïteit waar steeds meer organisaties mee te maken hebben. NIS2 legt de lat hoger, klanten worden kritischer en msp’s moeten kunnen aantonen dat hun backuplandschap zowel ­betrouwbaar als herstelbaar is. “Recovery is uiteindelijk het enige dat telt,” zegt Ten Hove. “Een ­goede back-upstrategie is niet het­zelfde als een businesscontinuïteits­strategie. Dat moet je je klanten blijven uitleggen. SIRIS 6 helpt om dat onderscheid duidelijker én ­behapbaarder te maken.”

Autotask maakt serviceroutines slimmer – Aan de PSA-kant introduceert Kaseya meerdere updates die ­vooral gericht zijn op het terugdringen van handmatige administratieve last.

Umbrella contracts – Een nieuwe contractvorm waarmee msp’s uiteenlopende diensten, ­afspraken en prijsconstructies ­onder één overkoepelend contract kunnen vastleggen. Dat was een veelgevraagde feature in de Nederlandse markt.

Smart ticket triage – Tickets krijgen automatisch een bestemming op basis van eerdere patterns, klantcontext, medewerkerexpertise en urgentie. Dat moet responstijden verkorten en escalaties verminderen.

Ticketsummary – Langlopende tickets worden door het platform samengevat in duidelijke taal. Dat helpt bij overdracht, documentatie en klantcommunicatie.

Het zijn volgens Ten Hove allemaal voorbeelden van hoe msp’s oper­ationele efficiëntie kunnen vergroten. “Je wilt dat werk dat voorspelbaar is, zoveel mogelijk geautomatiseerd wordt. Dat is de enige manier om schaalbaar te blijven.”

VSA X en automatisering door het hele landschap

Ook aan de RMM-kant is de auto­matiseringsslag zichtbaar. De AI-­workflowgenerator in VSA X maakt het mogelijk om met natuurlijke taal nieuwe workflows of scripts te ­creëren. Daarnaast kunnen QBR-rapportages automatisch worden samengesteld, waardoor msp’s sneller managementinformatie kunnen leveren. Ten Hove ziet juist dat stuk als een kans die nog lang niet door iedereen wordt benut. “Veel msp’s ­praten wel over advies, maar leveren het nog steeds in technische termen. Als je beveiligingsrisico’s, vervangingsmomenten en prestatie-inzichten vertaalt naar bedrijfsimpact, dan voeg je échte waarde toe.” Daarom wijst hij ook op tools als MyITProcess, waarmee msp’s een vaste structuur kunnen hanteren voor jaarlijkse of kwartaalreviews. Niet vanuit techniek, maar vanuit bedrijfscontinuïteit.

NIS2 en ketenaansprakelijkheid: de grootste blinde vlek

NIS2 houdt de markt bezig, maar Ten Hove ziet dat veel msp’s nog steeds moeite hebben met de ­implicaties. De misvatting dat NIS2 alleen geldt voor bedrijven met meer dan vijftig medewerkers is volgens hem hardnekkig én gevaarlijk. “Het klopt juridisch – er is inderdaad een ondergrens van 50 ­medewerkers of 10 miljoen euro ­omzet – maar praktisch niet. Als jouw klant, een klein mkb-­bedrijf, in de lever­keten zit van een NIS2-­plichtige organisatie zal die de voorwaarden van NIS2 doorgezet ­krijgen van deze NIS2-plichtige klant. Dat is de ketenaansprakelijkheid zoals die geldt voor NIS2-­bedrijven. Als msp van zo’n bedrijf moet je dus de maatregelen treffen en proposities bieden die deze nieuwe eisen invullen. Doe je dat niet dan loopt jouw klant het risico een opdrachtgever kwijt te raken.”

Kaseya werkt daarom nauw samen met initiatieven als Samen Digitaal Veilig en de diverse quality marks die in Nederland worden gebruikt om security-volwassenheid inzichtelijk te maken. Volgens Ten Hove gaat het om bewustwording: “Een msp moet zijn klanten niet alleen beschermen, maar ze ook helpen om aan te tonen dat ze aan hun ketenverplichtingen voldoen. Dat wordt in 2026 misschien wel de ­belangrijkste rol die ze spelen.”

Nederland loopt voorop, maar voelt ook als eerste de druk

Opvallend is dat Nederland volgens Ten Hove tot de meest volwas­sen msp-markten in Europa ­behoort. Het gebruik van managed ­services, documentatiesystemen en ­geïntegreerde toolstacks ligt hier aanzienlijk hoger dan in omringende landen. Tegelijkertijd betekent die volwassenheid dat de concurrentie sneller toeneemt. Vooral door de groei van buy-and-build-­groepen. De markt kent inmiddels zeker tien grote clusters met honderden mede­werkers. De afgelopen jaren lag de focus vooral op interne standaardisatie – één PSA, één RMM, één documentatiesysteem. Maar nu die consolidatiefase grotendeels is afgerond, verschuift de aandacht naar commerciële slagkracht.

“De lokale msp in Hilversum of Apeldoorn krijgt er concurrenten bij die landelijk opereren en veel ­sneller kunnen opschalen. Dat vraagt iets van je positionering. Je moet duidelijk maken waarom klanten voor jou kiezen.” Ten Hove ziet dat verticalisering steeds belangrijker wordt, juist voor kleinere en middelgrote msp’s. Niet omdat de techniek anders is, maar omdat de context anders is. “Je onderscheidt jezelf als je sector­inzichten kunt combineren met IT-expertise. In hospitality, zorg of logistiek is die domme techniek niet het verschil, maar hoe je die toepast binnen hun realiteit.” Sector­gerichte content, thought leadership en proactieve advisering worden ­volgens hem belangrijke wapens in een markt die volwassener én ­drukker wordt.

Operational excellence: van 10 naar 30 procent marge

De gemiddelde EBITDA-marge van msp’s in Nederland ligt nog altijd rond de tien tot twaalf procent. Volgens Ten Hove is dat te laag, zeker gezien de risico’s en verantwoor­delijkheden die msp’s dragen. Door meer te automatiseren, beter te adviseren, klanten bewust te kiezen en tools slimmer in te zetten, moet een marge richting twintig of dertig procent realistisch worden. Daarmee krijgt de digital workforce opnieuw een prominente rol. Het moet de ­motor worden die msp’s helpt om structureel efficiënter te opereren. “Het landschap wordt niet eenvoudiger, maar de ­tooling wordt wel slimmer. Dat is wat je nodig hebt om te groeien zonder je kosten exponentieel te verhogen.”

Vooruitkijken naar 2026

Voor msp’s wordt 2026 ook het jaar waarin businesscontinuïteit, keten­aansprakelijkheid en operationele efficiëntie centraal komen te staan. De digital workforce moet die transitie versnellen. De nieuwe securitylagen moeten organisaties weerbaarder maken. En de consolidatiegolf dwingt tot keuze, focus en positionering. Ten Hove vat het samen: “De markt wordt competitiever, professioneler en veeleisender. De msp die zijn klanten ­begrijpt, business­impact kan uitleggen en zijn processen op orde heeft, gaat de komende jaren het verschil maken.”

Door alle veranderingen van het afgelopen jaar zijn voor veel VMware-dienstverleners de kaarten opnieuw geschud. Wie VMware-diensten aan klanten levert, merkt dat het speelveld in korte tijd complexer is geworden. Copaco biedt continuïteit voor al deze partners en levert, afhankelijk van situatie en omgeving, altijd een passende langetermijnoplossing waarbij ook gekeken wordt naar scenario’s die partners meer flexibiliteit geven in eigenaarschap van hun omgeving.

Met Copaco VMware Cloud beschikken partners over een volledig beheerde, schaalbare infrastructuur als dienst. Hiermee kunnen zij virtualisatie- en cloudservices blijven leveren op basis van hoogwaardige VMware-technologie, zonder zelf bezig te zijn met veranderende eisen van Broadcom. Daarnaast hebben partners met Copaco’s VMware-diensten of een hybride variant vaak meer mogelijkheden om hun verdienmodel verder te optimaliseren dan bij uitsluitend public cloudoplossingen.

Volgens Rick Jans, productmanager Copaco VMware Cloud, is de behoefte aan continuïteit en schaalbaarheid groter dan ooit. “Veel partners bieden al jarenlang zelf VMware-diensten aan, maar hebben steeds meer moeite om te voldoen aan de veranderingen en eisen vanuit VMware. Met Copaco VMware Cloud kunnen zij hun dienstverlening voortzetten binnen een stabiel en volledig beheerd platform tot en met de hypervisor.”

Jans: “Tegelijkertijd zijn er partners die om zwaarwegende redenen diensten willen blijven leveren op basis van eigen hardware, dat begrijpen wij ook. Een partner die de afgelopen jaren flink heeft geïnvesteerd in zijn infrastructuur, wil deze het liefst blijven inzetten om VMware-diensten te leveren. In aanloop naar mogelijke nieuwe VMware-vereisten, bekijken we scenario’s die white-label partners meer flexibiliteit bieden in eigenaarschap, lifecycle en continuïteit, zodat zij de regie over hun omgeving behouden en hun bestaande infrastructuur optimaal kunnen laten aansluiten op toekomstige ontwikkelingen.”

Soeverein en redundant

Copaco VMware Cloud wordt gehost in zes datacentra – vier in Nederland en twee in België – die volledig redundant zijn uitgevoerd. Deze infrastructuur vormt de basis voor een robuuste IaaS-omgeving, waarmee Copaco Cloud garandeert dat alle data onder Europese regelgeving blijft. Daarnaast beschikt Copaco Cloud over relevante certificeringen zoals ISAE3000, ISAE3402 en ISO27001, waarmee wordt aangetoond dat zowel procesbeheersing als informatiebeveiliging aan de hoogste eisen worden getoetst. Het bedrijf gebruikt zijn eigen platform intern voor het verwerken van zeer grote aantallen transacties per dag, wat onderstreept hoe robuust en stabiel het platform is.

“Downtime is simpelweg geen optie,” zegt Jans. De Copaco VMware Cloud-omgeving is opgezet als een volledig selfserviceplatform. Hiermee kunnen partners hun infrastructuur flexibel en naar eigen behoefte opschalen. Virtuele machines en resources zijn binnen enkele minuten aan te passen, zonder tussenkomst van support, op ieder gewenst moment. Zo behoudt de partner de regie.

Ontzorging zonder afhankelijkheid

Voor veel partners draait het naast technologie ook om zekerheid. Investeren in eigen datacenters brengt risico’s mee, van afschrijvingen tot personeelstekort. Copaco VMware Cloud neemt die zorgen grotendeels weg door infrastructuur als dienst te leveren, waarbij partners hun eigen diensten en klantrelaties behouden. Jans: “Wie ons platform gebruikt, hoeft niet na te denken over hardware, licenties of compliance. Tegelijk blijft de vrijheid om te kiezen: meer of minder resources.”

Copaco Cloud ziet de vraag naar flexibele cloudoplossingen groeien, vooral bij organisaties die waarde hechten aan soevereiniteit. “Wij vinden het belangrijk om partners te helpen hun VMware-diensten toekomstbestendig te maken,” zegt Jans. “De markt verandert snel, maar met een stabiel en schaalbaar platform kunnen zij zich blijven richten op hun klanten. Partners die hun VMware-diensten willen consolideren of uitbreiden, kunnen via Copaco Cloud direct instappen, zonder migratiedrempels.”

Datacenters die AI-workloads draaien, nemen inmiddels ongeveer één procent van het wereldwijde elektriciteitsverbruik voor hun rekening. Veel aandacht gaat uit naar efficiëntere koeling, maar het gebruik van bekabeling blijft onderschat, zegt Dick Philips, Sales Director Data Centre Solutions NW Europe bij CommScope.

Volgens recente schattingen kan de AI-industrie al in 2027 evenveel elektriciteit verbruiken als heel Nederland, tussen de 85 en 134 terawattuur per jaar. Intussen is duidelijk dat veel van de uitdagingen rondom AI-infrastructuur terug te voeren zijn op één fundament dat vaak wordt onderschat. “De aandacht gaat snel naar GPU’s en koeling, maar zonder de juiste bekabeling kun je geen betrouwbare of schaalbare AI-omgeving bouwen,” zegt Dick Philips. “Bekabeling is het onderdeel dat zorgt dat alles daadwerkelijk met elkaar kan praten.”

Dick Philips

Energiehonger waar geen rem op lijkt te zitten

De waarschuwingen vanuit het International Energy Agency sluiten nauw aan bij wat operators zien in hun dagelijkse praktijk. Grote techbedrijven proberen hun duurzaamheidsdoelen overeind te houden, maar worstelen met de impact van nieuwe AI-datacenters. Microsoft zag zijn emissies sinds 2020 bijna dertig procent stijgen, ondanks plannen om CO₂-negatief te worden. Philips herkent die dynamiek. “Organisaties onderschatten soms hoe heftig die energievraag oploopt zodra AI-clusters in productie gaan. Dat vraagt om andere keuzes dan bij traditionele compute.”

De druk op datacenters groeit bovendien door de eisen die AI stelt aan latency en bandbreedte. “Je praat niet over een paar servers die met elkaar communiceren,” legt Philips uit. “AI-modellen worden getraind met duizenden GPU’s die constant informatie uitwisselen. Hoe beter en sneller die verbindingen, hoe hoger de performance en hoe lager de verspilling.”

GPU-clusters dwingen tot nieuwe ontwerpkeuzes

De opbouw van een AI-cluster wijkt behoorlijk af van een klassiek datacenter. GPU-racks verbruiken regelmatig meer dan 40 kW per rack, soms zelfs meer. Daardoor kunnen operators minder servers per rack kwijt en moeten clusters vaak fysiek worden uitgesmeerd over grotere afstanden. Dat maakt de uitdaging rond latency groter dan ooit.

“Onderzoek laat zien dat tot dertig procent van de trainingstijd verloren kan gaan door latency op het netwerk,” vertelt Philips. “Idealiter plaats je GPU’s binnen honderd meter van elkaar. In bestaande datacenters is dat lastig, zeker nu AI-racks fysiek groter en heter zijn.”

Die combinatie, hogere vermogens en grotere fysieke spreiding, zorgt voor een forse toename van inter-rack-bekabeling. Het aantal vezels stijgt, de kabelgoten lopen voller en traditionele oplossingen lopen tegen hun grenzen aan. Operators schakelen daardoor versneld over op 400G- en 800G-verbindingen, omdat koperverbindingen zoals DAC’s, AEC’s en ACC’s simpelweg niet meer volstaan voor de benodigde bandbreedte.

“Er komt veel meer verkeer door die infrastructuur heen”, zegt Philips. “Daarnaast moet elke server worden verbonden met meerdere netwerken: de switch fabric, storage en beheer. Je ziet dat het aantal verbindingen per rack explosief groeit.”

Ruimtegebrek in goten en racks

Datacenters worstelen al jaren met beperkte ruimte in kabelgoten. De opkomst van AI verergert dit. “Zwaardere AI-clusters leiden tot zwaardere bekabeling en meer verbindingen, wat een uitdaging vormt voor het ontwerp en beheer van de fysieke omgeving.” Philips ziet daar een duidelijke ontwikkeling: “Je kunt niet blijven stapelen. Op een gegeven moment zit een goot gewoon vol.”

Rollable ribbon fiber blijkt in die context een van de oplossingen die terrein wint. Deze technologie maakt het mogelijk om duizenden vezels als compacte bundels te organiseren en efficiënt te verwerken. “Met rollable ribbon kun je zes bundels van 3.456 glasvezels kwijt in één vier-inch goot. Dat is een enorm verschil met traditionele fiberoplossingen. Je benut de beschikbare ruimte beter en de installatie gaat sneller, omdat de vezels eenvoudig te hanteren en te splicen zijn.”

Voor datacenters die geen extra ruimte meer kunnen creëren, levert dat een directe besparing op. “Elke centimeter die je wint, kun je weer inzetten voor groei van je AI-omgeving,” zegt Philips.

Optische technologie strategische keuze

Naast bekabeling speelt de optische laag een belangrijke rol in de prestaties van AI-clusters. Operators staan daarbij voor keuzes die directe impact hebben op kosten én energieverbruik. Vooral bij korte verbindingen is de prijs van transceivers bepalend, niet de vezel zelf. Parallelle vezeltransceivers bieden in dat soort scenario’s voordelen omdat ze geen optische multiplexers of demultiplexers nodig hebben.

“Parallel optics zijn efficiënt, eenvoudig en stabiel,” legt Philips uit. “Je haalt de complexiteit eruit. Dat scheelt niet alleen in kosten maar ook in warmte en energieverbruik.” Daarmee wordt de keuze voor transceivers een strategische beslissing, zeker in een markt waar elke watt telt.

De verschuiving naar AI verandert de ontwerpeisen van datacenters structureel. Operators moeten ontwerpen voor schaalbaarheid, hitte, bandbreedte en energie-efficiëntie tegelijk. Volgens Philips vormt slimme bekabeling de basis van dat nieuwe evenwicht. “AI-workloads vergen veel van de infrastructuur. Een goed ontworpen bekabelingsarchitectuur kan het verschil maken tussen een cluster dat efficiënt draait en een cluster dat onnodig veel energie verbruikt.”

CommScope werkt aan oplossingen die datacenters moeten helpen toekomstbestendig te blijven. Philips benadrukt dat het daarbij niet gaat om enkel hogere capaciteit, maar vooral om efficiëntie en beheersbaarheid. “Je wilt voorkomen dat groei in AI-capaciteit automatisch leidt tot disproportioneel hogere energiekosten. Met de juiste optische oplossingen, slimme structuren en schaalbare fibertechnologie kun je die balans bewaken.”

Philips ziet de rol van bekabeling daarin alleen maar groter worden. “De industrie beweegt snel. Als je nu bouwt op het oude paradigma, loop je binnen een jaar al achter. Een toekomstgerichte bekabelingsarchitectuur geeft operators juist vrijheid, flexibiliteit en energie-efficiëntie.”

Met het naderende einde van Windows 10-ondersteuning gaan veel mkb-bedrijven hun hardware vervangen. In een markt waarin devices sterk op elkaar lijken, kan het lastig zijn om een keuze te maken. Toch zijn er nog onderscheidende producten.

Het is de vraag van de dag voor veel IT-dienstverleners: wanneer raden zij hun mkb-klanten aan over te stappen naar nieuwe hardware? Natuurlijk als bestaande hardware end-of-life is. Maar er speelt momenteel nog een belangrijke factor: het einde van de ondersteuning van Windows 10. Voor veel bedrijven is dit een natuurlijk moment om de overstap te maken.

 

Gijs van Osch

“Windows 10 draait op heel wat bedrijfscomputers. Wanneer de ondersteuning stopt, moeten bedrijven een keuze maken,” zegt Gijs van Osch, Business Unit Manager bij MSI. “Ga je Windows 11 installeren op bestaande, vaak oudere hardware? Of is dit het moment om direct te upgraden naar nieuwe apparatuur? Steeds meer bedrijven kiezen voor het laatste.”

Keuzes

De vraag is dan natuurlijk: welke hardware kies je? Voor IT-dienstverleners is het niet gemakkelijk om zich hier te onderscheiden. De meeste desktopcomputers lijken sterk op elkaar en bieden vergelijkbare prestaties. Je kunt wel proberen het verschil te maken met extra aansluitingen zoals USB-poorten, Thunderbolt-connectoren of betere koeling. Ook de toevoeging van AI-functies, zoals een speciale Copilot-knop, wordt door klanten zeker gewaardeerd, al is de actieve vraag daarnaar nog beperkt.

“In die markt zie je zeker dat veel aanbieders ongeveer dezelfde apparatuur leveren,” vertelt Van Osch. “Toch is er een segment waarin duidelijk verschil in aanbod is: de markt voor small form factor pc’s, ofwel mini-pc’s.”

Deze compacte computers hebben een aantal voordelen voor het mkb. Door hun kleine formaat nemen ze nauwelijks ruimte in op of onder het bureau. Ze zijn zelfs achter een monitor te monteren, wat zorgt voor een opgeruimd bureau. Daarnaast zijn ze energiezuiniger dan traditionele desktops.

Deze mini-pc’s beschikken ondanks hun kleine formaat over de nodige aansluitingsmogelijkheden. Ze kunnen meerdere monitoren aansturen, hebben dubbele netwerkaansluitingen en beschikken over snelle USB- en Thunderbolt-poorten. Van Osch: “Met de juiste processor en voldoende werkgeheugen zijn ze krachtig genoeg voor vrijwel alle kantoortoepassingen.”

NUC-systemen, het gat in de markt

In de wereld van mini-pc’s heeft zich een interessante ontwikkeling voorgedaan. Intel, dat met zijn NUC-systemen (Next Unit of Computing) jarenlang een belangrijke speler was in deze markt, besloot begin 2023 te stoppen met deze productlijn voor consumenten.

“Intel heeft zich teruggetrokken uit deze markt, maar de behoefte aan dit type apparaten is alleen maar toegenomen,” vertelt Van Osch. ‘Veel bedrijven die gewend waren aan de Intel NUC-systemen zoeken nu naar alternatieven.”

Intel heeft het NUC-ontwerp en de merkrechten verkocht aan ASUS, maar ook andere fabrikanten zagen het gat in de markt. MSI, van oudsher vooral bekend van gaming-hardware en moederborden, sprong in dit gat met zijn eigen Cubi NUC-lijn. Deze mini-pc’s bieden vergelijkbare prestaties en formfactor als de originele Intel NUC-apparaten, maar dan met de nieuwste technologieën, zegt Van Osch. “Zo is de Cubi NUC AI 1UMG een energiezuinig model dat klaar is voor AI-toepassingen.”

Van gaming naar zakelijk

MSI is al sinds de oprichting in 1986 actief in de computerwereld, maar stond vooral bekend om hun gaming-producten. “Gaming zit in ons DNA,” zegt Van Osch, “maar we hebben besloten om sinds eind 2024 veel nadrukkelijker te focussen op de zakelijke markt. Voorheen deden we dat er een beetje bij, nu krijgt het onze volledige aandacht.”

Die gaming-achtergrond biedt volgens het bedrijf vooral veel voordelen. “Onze ervaring met hoge prestaties, goede koeling en betrouwbaarheid in gaming-hardware komt nu goed van pas in onze zakelijke producten,” legt Van Osch uit. “Gamers stellen hoge eisen aan hun hardware, en die kennis en technologie kunnen we nu toepassen in onze zakelijke producten.”

Maar MSI heeft niet alleen high-end apparaten voor zware toepassingen. De Cubi NUC-systemen zijn er in verschillende uitvoeringen, van de instap-processor Intel Core 3 (100U) tot de Core 7 (150U). Begin 2026 komen daar ook modellen met AMD Ryzen-processors bij, onder de naam Cubi Z-serie. Daarnaast biedt MSI ook traditionele tower-pc’s, all-in-ones en monitoren voor de zakelijke markt.

Ondersteuning voor partners

Voorheen deed MSI vooral zaken met consumentgerichte partijen zoals Bol.com, MediaMarkt en Coolblue. Die relaties blijven belangrijk, maar de focus verschuift nu ook naar de zakelijke markt en de IT-dienstverleners die die markt bedienen.

“Wij ondersteunen onze partners actief met de juiste producten, goede voorraadbeschikbaarheid, duidelijke specificaties en concurrerende prijzen,” vertelt Van Osch. “Daarnaast bieden we on-site service, zodat IT-dienstverleners hun klanten snel kunnen helpen bij eventuele problemen.”

Ook op het gebied van certificeringen speelt de leverancier in op de zakelijke behoefte. “Steeds meer zakelijke klanten vragen om EPEAT-certificering.” EPEAT (Electronic Product Environmental Assessment Tool) is een internationaal erkend duurzaamheidskeurmerk voor elektronische producten. Het beoordeelt producten op milieuvriendelijkheid gedurende de hele levenscyclus, van materiaalkeuze tot recycling aan het einde van de levensduur.

Bouwen op bestelling

De overstap naar de zakelijke markt blijkt een succes. “Het gaat goed, vooral met onze NUC-producten. Veel bedrijven die op zoek waren naar vervanging van hun Intel NUC-systemen komen nu bij ons uit.”

Een belangrijk voordeel dat MSI naar eigen zeggen kan bieden, is de flexibiliteit in het productieproces. “Wij kunnen het model bouwen dat de klant nodig heeft,” legt Van Osch uit. “Er hoeven niet direct duizend stuks te worden geproduceerd; we kunnen al vanaf kleinere aantallen maatwerk leveren. Dat is een groot voordeel voor IT-dienstverleners die specifieke oplossingen voor hun klanten zoeken.”

Cybersecurity is niet langer iets dat je ‘er even bij doet’. Het draait om inzicht, samenwerking en vooral vertrouwen, zowel binnen als buiten de IT-afdeling. 

Waar cybersecurity vroeger vooral ging om het installeren van de juiste software, komt er nu veel meer bij kijken. Het gaat niet alleen om het voorkomen van incidenten, maar ook om het beperken van schade als er toch iets misgaat. Welke systemen zijn het meest kwetsbaar? Waar zit de meeste waarde? En hoe voorkom je dat een incident in het ene systeem doorwerkt in andere onderdelen van de organisatie? Die vragen zijn even belangrijk geworden als de technologie zelf.

Europese bedrijven

Ook soevereiniteit krijgt de laatste tijd flink wat aandacht. Veel bedrijven werken met (cloud)oplossingen van Amerikaanse leveranciers. “Dat is heel begrijpelijk,” zegt Milan Voogt sales manager bij ESET Nederland. “Die oplossingen werken vaak gewoon bijzonder goed. Je hoeft echt niet alles uit de Verenigde Staten te mijden, maar het is de kunst om het beste van alle werelden te kiezen. Niet alles bij één leverancier, maar security apart, bij voorkeur bij een gespecialiseerde partij die dichtbij is en Europees opereert.”

MIlan Voogt | Foto: William Rutten

Securitybedrijven doen in de basis allemaal hetzelfde: endpoints beschermen, dreigingen detecteren, incident response leveren. Toch kun je daar een bewuste keuze in maken, zegt Voogt. “Bedrijven willen partners die niet alleen technologie leveren, maar ook meedenken in compliance, risicomanagement en soevereiniteit.”

AI voordat AI booming was

Een lokale partij met eigen software en diensten heeft daarbij voordelen. Threat intelligence die vanuit de EU wordt geleverd bijvoorbeeld, of ontwikkelcentra die onder Europese regelgeving vallen. “Daar ligt onze kracht,” zegt Voogt stellig. “We hebben ruim dertig jaar ervaring met security en maakten al gebruik van AI toen het nog helemaal niet booming was.” De oplossingen worden ontwikkeld en beheerd in de EU. Daarbij wordt het bedrijf ondersteund door negen Europese R&D centra en werkt het rechtstreeks samen met instanties die wetten handhaven zoals Europol EC3. “De combinatie van eigen technologie, threat intelligence en end-to-end diensten vormt één verdedigingssysteem. Organisaties die kiezen voor ESET hechten waarden aan compliance en soevereiniteit en maken daarom een bewuste keuze voor Europese oplossingen en diensten.”

Geautomatiseerd met menselijke expertise

Met ESET PROTECT MDR, de beheerde detectie en responsdienst, biedt het bedrijf naar eigen zeggen een schaalbare oplossing voor organisaties die niet over een eigen securityteam beschikken. De dienst combineert geautomatiseerde dreigingsanalyse met menselijke expertise vanuit het eigen Security Operations Center.

“Op deze manier nemen we de bewaking en incidentafhandeling volledig over,” legt Voogt uit “We monitoren 24 uur per dag, reageren direct op verdachte activiteiten en helpen klanten aan duidelijke rapportages. Zo kunnen zij aantonen dat ze voldoen aan hun verplichtingen, zonder dat ze daar zelf een compleet team voor hoeven op te bouwen.”

Kennispartner

Voor IT-dienstverleners en msp’s wil het bedrijf ook nadrukkelijk als kennispartner fungeren. “We ondersteunen hen op securityvlak met advies voor partners en hun klanten. We geven bijvoorbeeld een NIS2 boardroomtraining, zodat bedrijven het verder de organisatie in kunnen pushen.”

Voor msp’s betekent dat een nieuwe rol. Hun klanten verwachten niet langer alleen bescherming tegen aanvallen, maar ook begeleiding bij compliance en risicomanagement. En hoewel de invoering van NIS2 in veel sectoren al op de agenda staat, is de aanpak vaak nog versnipperd. Sommige bedrijven zijn goed voorbereid, andere wachten af. “We zien dat het bewustzijn groeit, maar niet iedereen weet precies wat er straks van hen verwacht wordt,” zegt  Voogt. “De impact zal voor sommige organisaties pas later voelbaar worden. Bedrijven hebben echt inzicht nodig in hun risico’s en zullen die structureel moeten aanpakken.”

Daarnaast introduceerde ESET recent de Cybersecurity Awareness Training, gericht op medewerkers van mkb-bedrijven. “De nadruk ligt niet op het testen van medewerkers met bijvoorbeeld phishingmails, maar op het creëren van een veilige meldcultuur en het nemen van de juiste vervolgstappen wanneer iets misgaat.”

Cloud Expo

Dit jaar is ESET voor het eerst aanwezig op Cloud Expo, de beurs waar cloud en security samenkomen. Voor het bedrijf is dat een logisch moment. “Cloud Expo is dé plek om te laten zien dat Europese technologie en cloudbeveiliging prima samengaan,” zegt Voogt. Op de stand kunnen bezoekers op het scherm zien hoe de beheerconsole eruitziet en hoe threat intelligence te werk gaat om incidenten te voorkomen.

Volgens Voogt is het doel om bezoekers te laten ervaren dat cybersecurity overzichtelijk kan zijn. “Beveiliging hoeft niet ingewikkeld te zijn als je kiest voor een partner die het proces van begin tot eind beheerst. We willen laten zien hoe je met de juiste inzichten en samenwerking een stevige basis legt voor digitale weerbaarheid.”

De internationale IT-distributeur Exertis Enterprise gaat verder als Hammer Distribution. Dat is een bekende naam uit het verleden die nu door hetzelfde bedrijf weer wordt omarmd. “We zijn terug, met veel kennis om te delen, waarmee we ook afnemers willen helpen groeien.”

De rebrandingcampagne die in Nederland en andere Europese vestigingslanden is gestart, is onderdeel van een strategische herpositionering van Hammer Distribution binnen moederbedrijf DCC. De focus ligt op herkenbaarheid en groei.

Herintroductie

“De naam Hammer heeft een lange geschiedenis in onze branche,” vertelt Sebastiaan Reijman Hinze, General Manager Netherlands van Hammer Distribution. ​”In 1991 begon het bedrijf onder die naam, later zijn we Exertis Enterprise gaan heten. Verkoop van het onderdeel Exertis UK door DCC is gekozen als moment om Hammer Distribution in andere landen  te herintroduceren. Veel klanten uit het verleden kennen die naam nog en associëren die met betrouwbaarheid, kennis en service. Door die identiteit terug te brengen, kunnen we bouwen aan een toekomst als onafhankelijke distributeur.”

Meedenken met klant

De rebranding is voorafgegaan door vernieuwing binnen de organisatie. Zo is het Nederlandse team volgens Reijman Hinze gegroeid en verdeeld over drie gespecialiseerde business units. “Het gaat om componenten, solution selling (servers, storage en power solutions) en networking & cybersecurity. Vanuit die units kunnen we beter inspelen op specifieke behoeften van klanten. We begeven ons in een markt met meerdere grote distributeurs. Wij willen ons daarin onderscheiden als partij met inhoudelijke kennis. Hammer Distribution is geen generieke distributeur, maar een bedrijf dat meedenkt, op maat adviseert en samen met de klant bouwt aan oplossingen.”

Technologisch onderscheidend

De marktfocus van Hammer Distribution ligt bij oplossingen op het gebied van storage, networking en security. Naast grote bedrijven behoren mkb-organisaties, scholen en instellingen tot de afnemers. Daarvoor worden technologische middelen ingezet van tier-1-merken als Seagate, Toshiba, Western Digital, Supermicro en Gigabyte. Reijman Hinze: “We houden daarnaast nieuwe ontwikkelingen in de gaten en van technologisch onderscheidende merken. Die zijn soms minder bekend, maar leveren vooruitstrevende oplossingen die prijstechnisch interessant kunnen zijn.”

Om altijd goed werkende IT-oplossingen te kunnen bieden, heeft Hammer Distribution in het Verenigd Koninkrijk onder andere een nieuw testcentrum gebouwd. Hard- en software worden daar volgens Reijman Hinze samengesteld en getest, om ze plug & play aan afnemers te kunnen leveren.

Samen groeien

Naast fabrikanten werkt Hammer Distribution ook samen met  resellers en IT-dienstverleners, waarbij het bedrijf zichzelf positioneert als verbindende schakel. Reijman Hinze: “Wij willen investeren in relaties en doen dat onder meer door kennis te delen en trainingen aan te bieden. Zo zorgen we ervoor dat expertise niet op één plek in de keten blijft hangen en we samen kunnen optrekken en groeien.”

Cloud Expo

Hammer Distribution neemt deel aan Cloud Expo op 3 en 4 december in Houten. IT-dienstverleners kunnen daar het team persoonlijk ontmoeten. Afspraken kunnen worden ingepland na registratie voor de beurs. Voor meer informatie bekijk: www.hammerdistribution.com.