In het hart van de Amsterdam RAI, te midden van de dynamische sfeer van Kickstart Europe 2026, luidt Stefano Mozzato, VP Marketing EMEA bij Vertiv, de noodklok voor de Europese digitale sector. Terwijl de vraag naar kunstmatige intelligentie (AI) wereldwijd explodeert, verschuift het gesprek van eenvoudige schaalvergroting naar een complex strategisch spel waarbij efficiëntie, talent en alternatieve energie centraal staan.

In een uitgebreid gesprek met onze redactie deelt Mozzato zijn visie op hoe de industrie moet evolueren om deze uitdagingen aan te gaan en waarom Europa het gat met de Verenigde Staten moet dichten om een wereldwijde digitale speler te blijven.

Het gat dichten: Europa’s netwerk-mandaat

De groei van de datacentersector wordt gedreven door investeringen, maar volgens Mozzato wordt succes uiteindelijk bepaald door het vermogen om die investeringen om te zetten in snelheid en tastbare resultaten. “Momenteel blijven de VS wereldwijd de sterkste markt. Europa is daar nog niet,” observeert Mozzato. “Evenementen zoals Kickstart Europe zijn essentieel om een visie te delen en Europa te helpen concurrerend te blijven.”

De markt evolueert zichtbaar. Waar de focus voorheen lag op de zogenaamde FLAP-regio (Frankfurt, Londen, Amsterdam, Parijs), ziet Vertiv nu een enorme opkomst van ‘FLAP-D’ (Dublin) en ‘FLAM’ (Madrid, Milaan). Ook de Nordics en Zuid-Europa ervaren een versnelde groei. Voor Vertiv is het begin van het jaar het moment om de koers uit te zetten voor een 2026 dat naar verwachting gekenmerkt zal worden door voortdurende dynamiek en door AI gedreven innovatie.

De AI-paradox: Energie versus kansen

AI is ongetwijfeld het dominante thema, maar Mozzato waarschuwt voor een te eenzijdige focus op energieverbruik. “Er zitten twee kanten aan dit verhaal. Ten eerste de menselijke kant: kennis. De datacenterindustrie is een goudmijn voor de jongere generatie en biedt een technisch kennisniveau dat weinig andere sectoren kunnen evenaren. We moeten dat talent ontwikkelen.”

Daarnaast is hij van mening dat het debat over energie meer nuance behoeft. Hoewel datacenters vaak worden bekritiseerd vanwege hun stroomverbruik, zijn het juist de hyperscalers die tegelijkertijd miljarden investeren in hernieuwbare bronnen. “Rapporten tonen aan dat een groot deel van de energie in veel Europese datacenters inmiddels uit hernieuwbare bronnen komt. Als we ons alleen focussen op de stroom die AI verbruikt, riskeren we het grotere geheel over het hoofd te zien: de enorme doorbraken die deze technologie mogelijk maakt in vele sectoren, van de industrie tot de gezondheidszorg.”

Van producten naar systemen: Een verschuiving in engineering

De technologische benadering van Vertiv ondergaat een fundamentele verandering. In plaats van losse producten levert het bedrijf steeds vaker geïntegreerde systemen. Mozzato spreekt over de ‘Single Unit of Compute’. In de wereld van AI is een rekeneenheid niet langer alleen een server of een rack, maar de gehele infrastructuur van het datacenter.

“We ontwerpen complete ‘Power Trains’ en ‘Cooling Chains’. Dit betekent dat we het hele proces beheren: van de stroomverdeling tot koeling direct op de chip in het rack,” legt Mozzato uit. Deze geïntegreerde aanpak voorkomt inconsistenties en fouten die vaak optreden bij traditionele, op maat gemaakte ‘prototype’ datacenters en ondersteunt de hogere niveaus van betrouwbaarheid en prestaties die AI-workloads vereisen.

“Vertiv™ Next Predict”: AI gebruiken om AI te beheren

Continuïteit blijft van het grootste belang in de digitale wereld. Om dit te ondersteunen investeert Vertiv steeds meer in softwaregestuurde intelligentie. Met de digitale dienst Vertiv™ Next Predict tilt het bedrijf monitoring naar een nieuw niveau. Door gebruik te maken van AI-algoritmen kan het systeem de operationele patronen van een datacenter aanleren en afwijkingen identificeren voordat ze escaleren. Dit helpt operators om potentiële storingen aan te pakken nog voordat er downtime optreedt.

“In een faciliteit die honderden miljoenen dollars kost, kun je niet reactief zijn,” zegt Mozzato. Deze proactieve benadering wordt essentieel nu de dichtheid per rack toeneemt tot 130 kilowatt en meer; niveaus die een nauwe samenwerking met chipfabrikanten zoals NVIDIA vereisen.

De horizon van vijftien jaar

De afsluitende boodschap van Mozzato aan de sector is duidelijk: focus op kennis en nabijheid. Je kunt niet voor elk probleem een expert uit de VS laten overvliegen; je hebt lokale expertise nodig die de taal spreekt van de werktuigbouwkunde, elektrotechniek en IT.

Hij benadrukt dat langetermijndenken fundamenteel is in deze sector. “Onze infrastructuur is ontworpen met een horizon van 10 tot 15 jaar. Terwijl een server drie tot vijf jaar meegaat, blijven de koeling en stroomvoorziening op hun plek. We bouwen vandaag de omgeving voor de servers van morgen. Dat vereist een langetermijnvisie die verder kijkt dan de uitdagingen van het moment.”

 

Vergaderruimtes, winkels en kantoren worden steeds digitaler, maar achter een modern scherm gaat veel meer schuil dan alleen beeld. Software, beheer, connectiviteit en partnerschap bepalen in toenemende mate de waarde van professionele displays. Tijdens ISE in Barcelona schetst Mildo Meijer, Head of Marketing & Operations B2B Display bij Samsung Electronics Benelux hoe schermen uitgroeien tot een vast onderdeel van IT- en bedrijfsinfrastructuren.

Volgens Meijer is het tijdperk waarin een display op zichzelf stond, definitief voorbij. “In een vergaderruimte gaat het niet meer alleen om een scherm. Het gaat om camera’s, software, connectiviteit en beheer. Wij zijn eigenlijk altijd onderdeel van een totale propositie.”

Die gedachte geldt niet alleen voor meetingrooms, maar ook voor sectoren als retail en hospitality. Digitale schermen maken het mogelijk om content centraal aan te sturen en gelijktijdig te wijzigen. “Dat is het grote voordeel ten opzichte van papier. Je weet dat je merk overal consistent wordt gepresenteerd.”

Achter die zichtbare laag zit software die zorgt voor beheer, monitoring en contentdistributie. Samsung levert daarvoor eigen tooling, in de vorm van het cloudgebaseerde platform VXT, dat wordt gebruikt voor het centraal beheren en plannen van content, het op afstand monitoren van schermen en het verzamelen van basisinformatie over prestaties en beschikbaarheid. Samsung laat ook ruimte voor oplossingen van derden. “We willen flexibel blijven. Partners moeten hun eigen keuzes kunnen maken.”

Partnerschap als kernstrategie

Samsung levert zijn professionele oplossingen vrijwel altijd via partners. Dat is volgens Meijer een bewuste strategie. “Samenwerking zit in de kern van ons bedrijf. Je combineert zo het beste van meerdere werelden.” Tegelijkertijd kiest Samsung ervoor om resellers niet strak te sturen met vaste proposities of verplichte modellen. “Veel AV-partners werken met maatwerk. Als wij te veel gaan voorschrijven, haken ze af. Wij willen aanvullend zijn, niet beperkend.”

Daarmee wil het bedrijf zich onderscheiden van de aanpak van partijen die complete, vooraf gedefinieerde oplossingen aanbieden. In de AV-markt blijft ruimte voor specialistische integratie en maatwerk belangrijk. “Bij boardrooms of high-end vergaderruimtes wil elke klant iets anders. Dat is waar partners hun waarde toevoegen.”

Van consumenten naar zakelijk

Samsung is bij het grote publiek vooral bekend als consumentenmerk. In de zakelijke markt speelt dat imago volgens Meijer juist in het voordeel. “De merknaam staat voor kwaliteit. Die lading nemen we mee naar B2B, maar daar komen andere eisen bij: zekerheid, veiligheid en continuïteit.”

Zakelijke klanten willen weten dat een leverancier ook op langere termijn verantwoordelijkheid neemt. “Als er iets misgaat, verwachten klanten dat Samsung het oplost. Die verwachting moeten we waarmaken.” Volgens Meijer wordt dat in de praktijk ook herkend. “Partners en eindgebruikers weten dat wij achter onze producten staan. Dat schept vertrouwen.”

Ecosystemen en software

Hoewel Samsung sterk inzet op samenwerking met partners, bouwt het bedrijf ook eigen ecosystemen, met name rond digital signage. De bijbehorende beheersoftware speelt daarin een centrale rol. “Hardware wordt steeds meer uitwisselbaar. Dan wordt de softwarelaag belangrijk. Daarmee kun je prestaties optimaliseren en het beheer vereenvoudigen.” Het uitgangspunt is steeds de klantbehoefte. “Je kijkt van buiten naar binnen: wat heeft deze organisatie nodig om haar schermen optimaal te laten functioneren?”

Een belangrijk thema in het gesprek is het verschil tussen consumenten-tv’s en professionele displays. Dat onderscheid is voor veel organisaties nog niet altijd duidelijk. “Een professioneel display is gebouwd op lange branduren, soms 16 uur per dag, zeven dagen per week,” legt Meijer uit. “Een gewone tv is daar niet voor gemaakt.” Daarnaast spelen duurzaamheid, helderheid en betrouwbaarheid een grote rol. “Na een half jaar verkleuring of uitval wil niemand. In professionele omgevingen moet het gewoon blijven werken.” Volgens Meijer is dat ook zichtbaar bij nieuwe technologieën zoals LED-wanden. “Je ziet grote kwaliteitsverschillen. Sommige systemen gaan tien jaar mee, andere vertonen snel defecten.”

Displays als onderdeel van IT-infrastructuur

Sinds corona zijn schermen steeds meer geïntegreerd geraakt in IT-omgevingen. Vergaderruimtes zijn uitgegroeid tot volwaardige digitale werkplekken. “IT-managers willen weten of een scherm werkt, of er storingen zijn, en daar automatisch meldingen over krijgen,” zegt Meijer. “Een meetingroom is inmiddels gewoon een onderdeel van het netwerk.” Daarmee verschuift de verantwoordelijkheid deels van AV naar IT. Betrouwbaarheid en beheer op afstand worden belangrijker dan ooit.

Ook AI komt aan bod, met name in relatie tot nieuwe interactieve toepassingen. Meijer ziet displays steeds vaker als interface voor AI-diensten. “AI is vaak onzichtbaar. De vraag is: hoe maak je het bruikbaar voor mensen? Displays kunnen daar een rol in spelen.” Voorbeelden zijn interactieve balies, digitale assistenten en virtuele agents in winkels of kantoren. “Je ziet start-ups die AI koppelen aan visuele presentaties. Dat geeft hun oplossingen meer beleving.” Daarnaast wordt AI ingezet voor beeldoptimalisatie. “Onze Vision AI past het scherm aan op de omgeving, zodat je altijd de beste kijkervaring hebt.”

Ontwikkelingen in werkplekmonitoren

Professionele monitoren voor werkplekken veranderen. Volgens Meijer draait het steeds meer om eenvoud en integratie. “Met één USB-C-kabel kun je tegenwoordig je hele werkplek aansluiten. Dat is standaard aan het worden.” Duurzaamheid speelt eveneens een grotere rol, met schermen die automatisch dimmen of uitschakelen. Daarnaast groeit het formaat. “We bewegen van 24 en 27 inch richting 34 inch en groter, vaak curved.” Nieuwe technologieën komen vaak uit de gamingmarkt. “Daar zie je innovaties zoals brilvrij 3D. Die sijpelen later door naar zakelijke toepassingen.”

Als Meijer vooruitkijkt, hoopt hij dat Samsung zich verder ontwikkelt tot een brede zakelijke technologiepartner. “Niet alleen displays, maar ook mobiele apparaten, klimaatoplossingen en andere systemen. Alles komt samen in geïntegreerde omgevingen.” Die kruisbestuiving ziet hij al bij grote klanten. “Je begint met één productlijn en groeit door naar een bredere samenwerking.”

 

Begin september was ChannelConnect, in samenwerking met Dutch IT, aanwezig op Cybersec 2025 – hét evenement waar de nieuwste trends en innovaties in digitale veiligheid centraal stonden. Deze week publiceren we een reeks video’s waarin experts en professionals hun visie delen op de toekomst van cyber security. In deze aflevering gaat Andy French van Object First in gesprek.

Bekijk de video hieronder:

Andy French heeft meer dan 30 jaar ervaring in de IT-sector binnen diverse B2B- en B2C-markten, voornamelijk in marketing-, business development- en productmanagementfuncties. Vanuit zijn standplaats in Düsseldorf trad French in augustus 2023 toe tot het team van Object First, met de focus op zakelijke groei in de DACH-regio, de Benelux en Scandinavië. In augustus 2024 maakte hij de overstap naar een wereldwijde rol als Director of Product Marketing.

Sinds begin dit jaar heeft IT-dienstverlener Vooruit een eigen security–afdeling. Aan het roer staat Earth Grob, een specialist die zijn sporen verdiende bij Fox IT en als tiener begon met hacken. Met zijn team bouwt hij aan een aanpak die zich onderscheidt door niet alleen te adviseren, maar ook daadwerkelijk te implementeren. “Klanten hebben niets aan nog een rapport in de la. Ze willen dat hun IT-omgeving veilig wordt gemaakt.”

Jij begon ooit als hacker. Hoe is dat gegaan?

“Dat klopt. Als puber mocht ik thuis maar beperkt internetten of gamen. Toen mijn ouders de router uitzetten, besloot ik de wifi te -hacken. En omdat ik elke avond mijn iPod moest inleveren, legde ik er een kapot exemplaar neer dat ik via Marktplaats had gekocht. Zo hield ik toch toegang. Dat ondeugende en rebelse zat er vroeg in. Later ben ik informatica gaan studeren in Delft. Dat was niet altijd mijn passie – ik wilde vooral systemen kraken – maar achteraf legde die studie een belangrijke basis voor mijn werk in security.”

Wat was je eerste stap in de cybersecuritywereld?

“Mijn eerste baan was bij een klein securitybedrijf, daarna ben ik naar Fox IT gegaan. Daar heb ik veel geleerd, zowel over offensieve security – het hacken – als over defensieve aspecten, zoals incident response. Ik mocht er veel verschillende rollen vervullen, tot en met voorzitter van de ondernemingsraad. Die brede ervaring heeft mijn blik verruimd. Maar ik zag ook de keerzijde van consultancy: klanten betalen soms tonnen voor rapporten, terwijl hun problemen onopgelost blijven.”

Was dat de reden om met een team van Fox IT naar Vooruit te gaan?

“Ja. We zagen dat het vaak bij rapporteren bleef. Terwijl je als securityspecialist juist wilt dat een klant daadwerkelijk veiliger wordt. Ik ben iemand die graag de knop omzet in plaats van er alleen over schrijft. Samen met vier collega’s ben ik in januari naar Vooruit overgestapt. Inmiddels zijn we met tien mensen. Vooruit gaf ons de kans om een eigen businessunit cybersecurity op te zetten, waarin we onze visie kunnen uitwerken.”

Wat maakt die visie anders dan bij veel andere partijen?

“Vooruit wil security tastbaar -maken. We adviseren niet alleen, we voeren ook uit. Dat betekent dat we klanten helpen bij pentesten en incident response, maar ook bij implementatie en beheer. Ik heb bij de start een businessplan geschreven waarin we nadruk leggen op security engineering. Daarmee willen we de brug slaan tussen advies en praktijk. Klanten krijgen bij ons niet alleen een APK, maar ook de monteur die het probleem direct oplost.”

Hoe werkt dat concreet in de praktijk?

“Voor sommige klanten, zeker mkb-bedrijven, nemen we de beveiliging volledig over. Die hebben vaak niet de kennis of capaciteit om met complexe oplossingen te werken. Dan regelen wij het gewoon. Voor grotere klanten – bijvoorbeeld in de zorg of de publieke sector – vullen we bestaande teams aan. Onze oplossingen zijn gebundeld in pakketten onder de naam Vooruit Beschermt: basis, uitgebreid of compleet, afhankelijk van het risicoprofiel. Zo willen we security overzichtelijker en beter toepasbaar maken.”

Voor sommige klanten, zeker mkb-bedrijven, nemen we de beveiliging volledig over

Je noemde eerder je frustratie over rapporten die in een la verdwijnen. Kun je een voorbeeld geven?

“Zeker. Ik heb meegemaakt dat er €80.000 werd uitgegeven aan adviesrapporten, zonder dat er iets was opgelost. Terwijl ik wist dat ik met een paar aanpassingen direct resultaat kon bereiken. Dat is zonde van het geld en de tijd. Wij willen dat anders doen. Soms betekent dat dat we tijdens een incident–responsecase zeggen: we kunnen nu uren onderzoek doen, maar daar word je niet veiliger van. Laten we liever de aanbevelingen meteen -implementeren.”

Voor het mkb speelt ook het kosten-aspect sterk. Hoe ga je daarmee om?

“Klopt. Voor kleinere bedrijven is security vaak een kostenpost. Ze begrijpen dat het belangrijk is, maar hebben beperkte middelen. Dan moet je creatieve keuzes maken. Een enterprise kan zich uitgebreide logging veroorloven; bij een mkb-klant kijken we misschien alleen naar inlogacties. Het gaat erom dat de maatregelen in verhouding staan tot de risico’s. Daarnaast helpt de overheid met subsidies, zoals via het Digital Trust Center. Dat maakt het voor kleine organisaties haalbaarder om stappen te zetten.”

Je noemde ook voorbeelden van misconfiguraties, zoals open cloud–buckets.

“Ja, dat blijft een groot probleem. Wij hebben eens gekeken hoeveel paspoorten we konden vinden via verkeerd geconfigureerde S3- en Azure-buckets. Binnen twee uur hadden we documenten uit tachtig landen. Het erge is dat zulke -buckets standaard ‘privé’ staan. Het zijn dus fouten van beheerders die ze per ongeluk openzetten. Zulke basisproblemen zijn relatief eenvoudig te voorkomen met toegangscontroles, maar komen toch telkens terug. En dat geldt ook voor kwetsbaarheden als cross-site scripting, die al sinds 2002 bekend zijn.”

Zijn wetten als NIS2 dan niet nodig om organisaties wakker te schudden?

“Die zijn zeker nuttig. Veel eisen zijn eigenlijk vanzelfsprekend, zoals multifactor-authenticatie. Dat je daar anno 2025 nog over moet discussiëren bij bedrijven die met medische data werken, is onvoorstelbaar. Wetgeving legt druk op organisaties om in actie te komen. Maar de interpretatie en implementatie blijven lastig, zeker voor kleinere bedrijven. Daarom zie ik het als onze rol om die vertaalslag te maken: wat moet je echt doen, wat kan praktisch en wat is haalbaar?”

Vooruit bouwt deels ook eigen oplossingen. Wat doen jullie zelf en wat koop je in?

“Het is een mix. Voor endpoint-detectie en -respons gebruiken we bijvoorbeeld ESET. Daarmee maken we bewust de keuze voor een Europese leverancier. Bovenop die -tooling schrijven we onze eigen detectieregels. Daarnaast bouwen we zelf netwerksensoren en hebben we een eigen threat-intelportaal ontwikkeld. We noemen die Vooruit Observatie Service of VOS. Dat portaal haalt informatie uit publieke bronnen zoals het NCSC, maar de engine is door ons team gebouwd. Zo combineren we bestaande oplossingen met -eigen innovatie, zodat we klanten echt maatwerk kunnen bieden.”

Een veelgehoord begrip in security is zero trust. Hoe kijken jullie daar tegenaan?

“Zero trust klinkt mooi, maar in de praktijk moet je altijd zoeken naar een compromis. Een security-engineer zegt: alles dicht, een beheerder zegt: het moet werkbaar blijven. Uiteindelijk moet je per klant bepalen waar het evenwicht ligt. Bij een zorginstelling maak je andere keuzes dan bij een gemeente. Het belangrijkste is dat security en beheer met elkaar in gesprek zijn. Daarom hebben we bewust een team waarin beide disciplines samenwerken.”

Wat zie jij als de grootste dreiging: cybercriminelen of statelijke actoren?

“De meeste schade wordt veroorzaakt door criminelen. Natuurlijk zijn statelijke actoren gevaarlijk. Zij ontwikkelen vaak de tools en exploits. Maar zodra die publiek bekend worden, gaat de criminele onderwereld ermee aan de haal en dan wordt de impact veel -groter. Een APT kost miljoenen om op te zetten. Een criminele groep kan met dezelfde kwetsbaarheid duizenden organisaties platleggen. Dat volume maakt het risico groter. Ik vind dat we ons daar niet blind op moeten staren: de alledaagse aanvallen zijn vaak het schadelijkst.”

Maak je je zorgen over de vitale infrastructuur in Nederland?

“Ja, dat is altijd een punt van aandacht. Ik heb meerdere trajecten gedraaid bij waterschappen. Gelukkig wordt daar in Nederland veel aandacht aan besteed. Waar ik me meer zorgen over maak, is dat we te veel blijven hangen in rapporteren en adviseren. Uiteindelijk moeten systemen daadwerkelijk worden beveiligd. Dat geldt net zo goed voor energiebedrijven als voor kleinere mkb’ers.”

Waar hoop je over een paar jaar te staan met de security-afdeling van Vooruit?

“Dat we bekendstaan als de partij die dingen oplost. Dat klanten ons bellen omdat ze weten dat er niet alleen een adviesrapport komt, maar dat er daadwerkelijk iets gebeurt. En dat we ook voor kleinere organisaties een manier hebben gevonden om security haalbaar te maken. Want uiteindelijk draait het erom dat je risico’s verkleint en dat je als organisatie gewoon door kunt werken.”

Tijdens het recente partnerevent van Dstny stond de toekomstvisie van CEO Daan De Wever centraal. Zijn verhaal over SmartFlow liet zien waar Dstny naartoe wil: eenvoud, openheid en slimme koppelingen tussen technologieën. Maar voor partners en klanten telt vooral wat er vandaag mogelijk is. In dat kader introduceerde Dstny een interessante uitbreiding: Call2Teams/Go: Microsoft Teams gebruiken voor telefonie, zónder Microsoft-licentie.

“Call2Teams/Go is eigenlijk de nieuwste uitbreiding binnen ons UCaaS-platform,” zegt Enrico Pelsers, Product Manager bij Dstny Nederland. “Met deze oplossing kunnen gebruikers bellen vanuit Microsoft Teams, maar dan zonder dat je een dure Teams Phone-licentie van Microsoft nodig hebt. Dat scheelt per gebruiker al snel 5 tot 10 euro per maand.” De oplossing maakt gebruik van officiële Microsoft API’s, en draait bovenop de vertrouwde Dstny-telefonieomgeving. “Partners hoeven dus geen complexe Microsoft-certificeringstrajecten meer te volgen, maar kunnen wel bellen via Teams aanbieden.”

Partners hoeven dus geen complexe Microsoft-certificeringstrajecten meer te volgen

Die eenvoud is geen toeval, legt Jurgen Vermeeren, Partnermanager bij Dstny Nederland, uit: “Partners willen wel, maar hebben vaak geen tijd of mankracht om alles uit te -zoeken. Wij maken het zo simpel mogelijk. Met onze tooling log je in op het partnerplatform, selecteer je de gebruikers, wijs je licenties toe – en klaar. De Powershell-scripts en provisioning op de achtergrond -regelen wij.”

Eén platform, meerdere ervaringen

Het idee achter Call2Teams/Go past in Dstny’s bredere strategie, waarbij het bedrijf flexibiliteit en gebruiksgemak centraal wil stellen. “Onze visie is dat partners hun klanten een volledige communicatieoplossing kunnen bieden, zonder technische barrières,” zegt Pelsers. “Of het nu gaat om UC via onze eigen interface ConnectMe, of via Teams, het fundament is steeds hetzelfde.”

Enrico Pelsers, Product Manager bij Dstny Nederland

Dat fundament is het UCaaS–platform van Dstny. Partners -leveren dit white label of onder Dstny’s merknaam, en combineren het met aanvullende diensten zoals wachtrijen, CRM-integraties of analytics. “De meeste mkb-klanten komen van een ander platform en zijn gewend aan bepaalde functionaliteit,” vervolgt Pelsers. “Teams op zichzelf is daarin vaak beperkt. Wij bieden een volwaardige telefooncentrale die in Teams geïntegreerd is – zonder de beperkingen van Operator Connect of Microsoft Calling Plans.”

SmartFlow als integratielaag

Call2Teams/Go is het eerste zichtbare resultaat van de bredere SmartFlow-visie die Dstny vorig jaar lanceerde. Deze strategische laag verbindt alle oplossingen die het bedrijf in de afgelopen jaren via overnames heeft binnengehaald. “Denk aan Easybell in Duitsland of Flexfone in Denemarken,” zegt -Pelsers. “Al die technologieën willen we verbinden via onze eigen interface: ConnectMe. Dat is de voorkant waarmee gebruikers bellen, chatten, wachtrijen instellen en rapportages maken. SmartFlow maakt het mogelijk om ConnectMe straks ook bovenop andere PBX’en te draaien.”

Al die technologieën willen we verbinden via onze eigen interface: ConnectMe

Zo ontstaat er een modulaire omgeving waarin partners niet meer hoeven te kiezen tussen technologieën, maar verschillende componenten kunnen combineren. “We willen toe naar één portal, één beheer-omgeving, één gebruikerservaring – onafhankelijk van de achterliggende technologie,” zegt Vermeeren. “En dat werkt alleen als je alles in stapjes kunt uitrollen.”

Slim bouwen, niet concurreren

De keuze om met Teams te integreren, is strategisch. “Je moet Teams niet willen bevechten, je moet het omarmen,” zegt Pelsers. “Met 300 miljoen gebruikers per maand is het een platform waar je op moet aanhaken. Dan moet je wel iets toevoegen: gebruiksvriendelijkheid, snelle provisioning, en natuurlijk kostenvoordeel.”

Met 300 miljoen gebruikers per maand is het een platform waar je op moet aanhaken

Dat geldt ook voor andere Dstny–diensten. “Onze digitale assistent – gebaseerd op AI – is daar een goed voorbeeld van. Die ontwikkelen we als een overkoepelende functie binnen SmartFlow. Niet -alleen voor ConnectMe, maar straks ook voor andere apps,” vertelt -Pelsers. Zo bouwt Dstny gestaag aan zijn toekomstvisie, waarin UC, AI en partner-ondersteuning samen-komen.

Focus op het kanaal

Die partnerfocus blijkt ook uit de manier waarop Dstny zijn oplossingen aanbiedt. “Je kunt bij ons wholesale-diensten inkopen die het verschil maken,” legt Pelsers uit. “We leveren onze technologie zo dat de partner deze onder eigen merknaam kan voeren, met alle ondersteuning die daarbij hoort.”

Je kunt bij ons wholesale-diensten inkopen die het verschil maken

De introductie van Call2Teams/Go laat zien hoe Dstny zich inspant om actuele klantwensen – bellen in Teams – te koppelen aan de behoefte van partners: eenvoud, marge, en controle. Pelsers vat het samen: “Dit is een product waar je vandaag mee aan de slag kunt. Maar het laat ook zien welke richting we opgaan met SmartFlow: een flexibele, toekomstbestendige UC-omgeving waarin de partner centraal staat.”

Vermeeren besluit: “Partners hoeven niet bang te zijn voor complexiteit. Ze kunnen met Call2Teams/Go een moderne Teams-integratie leveren zonder dat ze Microsoft-expert hoeven te zijn. Dat is de meerwaarde die wij als leverancier willen bieden.”

Diederik Wennekes is Managing Director van IT-dienstverlener Varity, een onderneming die zich ontwikkelde van webhostingaanbieder tot een serieuze speler op het gebied van cloud- en securityoplossingen. “Soevereine cloud? Bij en met ons kan het.”

Wat ooit begon als een onderneming in de hostingwereld, is uitgegroeid tot een organisatie met ongeveer 35 medewerkers, verspreid over meerdere locaties, met klanten in binnen- en buitenland. “We zijn 16 jaar geleden begonnen als Trans-IX,” vertelt Wennekes. “In 2023 hebben we SIS Automatisering overgenomen en dat was het moment waarop we de naam hebben veranderd naar Varity.”

De oorsprong van Varity ligt in webhosting. “Zo begonnen we. Van daaruit zijn we doorgegroeid naar kantoorautomatisering en alles wat daarbij hoort, met onder meer VoIP. Altijd met onze eigen cloudinfrastructuur, met eigen apparatuur en verbindingen in meerdere datacenters, volledig in eigen beheer.”

Tegenwoordig biedt Varity een breed scala aan diensten aan, van IaaS en VoIP tot 24/7 beheer en support.

Impact van NIS2

Security speelt daarbij een steeds grotere rol. “We zijn inmiddels al zeven jaar ISO- en NEN-gecertificeerd,” vertelt Wennekes. “Security zit echt diep in onze werkwijze, en we zijn druk bezig met de NIS2-regelgeving. Niet alleen voor onze eigen infrastructuur, maar vooral ook richting klanten.”

Security zit echt diep in onze werkwijze.

Veel mkb’s, vertelt hij, zijn zich niet altijd bewust van de risico’s. “Je moet, zeker bij bedrijven tot tien werkplekken, klanten soms overtuigen om werk te maken van hun beveiliging.” Nu verbaast dat de Managing Director niet, gezien de kosten en de complexiteit die samen kunnen hangen met goede security. “Maar wij nemen daarin wel onze verantwoordelijkheid als msp, ook al omdat een organisatie als de onze daadwerkelijk onder de NIS2-regelgeving valt.”

De doelgroep van Varity is de laatste jaren verschoven. Waar eerder organisaties onder de tien werkplekken bediend werden, richt het bedrijf zich nu vooral op het grotere mkb. “Alles boven de vijftien werkplekken is voor ons interessant. Daarnaast leveren we IaaS-activiteiten voor wat grotere partijen, dat zijn bijvoorbeeld bedrijven in de olie, finance en zorg.”

Wat opvalt aan de aanpak van Varity is de samenwerking met andere technisch georiënteerde partijen, zowel klanten als partners. “We worden vaak ingeschakeld als verlengstuk van een IT-team. Veel van onze klanten hebben zelf ook IT’ers in dienst, maar zoeken aanvullende expertise of capaciteit. En met partners werken we vooral samen om landelijke dekking te realiseren. Wij zitten in Wormer, maar als een klant in Limburg zit, dan is het prettig om lokaal iemand te hebben die dezelfde taal spreekt – letterlijk en figuurlijk.”

Veel van onze klanten hebben zelf ook IT’ers in dienst, maar zoeken aanvullende expertise of capaciteit.

Veilig internetprotocol

Een van de meest veelbelovende ontwikkelingen binnen Varity is de uitrol van SCION. “Dat is de afgelopen twaalf jaar ontwikkeld in Zwitserland. Het is een internetprotocol en wordt gezien als de opvolger van BGP,” legt Wennekes uit, refererend aan het Border Gateway Protocol. “Het grote voordeel van SCION is dat je zelf kunt bepalen hoe je dataverkeer over het internet loopt. Je krijgt dus niet automatisch de goedkoopste of snelste route, zoals bij BGP, maar de veiligste of meest betrouwbare.”

Het grote voordeel van SCION is dat je zelf kunt bepalen hoe je dataverkeer over het internet loopt.

Voor organisaties die met gevoelige gegevens werken, zoals banken, is dat een gamechanger, want bij SCION praat je over gesloten netwerken. “Je kunt complete geïsoleerde netwerken bouwen en end-to-end encrypten.”

De commerciële variant van SCION, dat zelf een stichting is die de open-source software managed, heet Anapaya, en Varity heeft de exclusieve uitrolrechten gekregen voor de Benelux. “We zijn daar ontzettend trots op,” zegt Wennekes. “Het interesseert veel overheden, financiële instellingen en ziekenhuizen.”

Concreet draait de software op een core server, die als router fungeert, en edges die bij klanten draaien on-premise of in de cloud. “En straks heb je ook nog een gate-client, waarmee apps rechtstreeks kunnen connecten met het SCION-netwerk. Gebruikers of hun partners kunnen zelf een isolated domain maken en bepalen wie er wel of niet op kan komen. Het is extreem schaalbaar en veilig.”

Europese onafhankelijke cloud

Een ander project dat Varity nauw aan het hart ligt, is het samenwerken met Whitesky, een Belgische partij die een controlpanel op KVM Hypervisor bouwde. Wennekes: “We draaien dat in een van onze Nederlandse datacenters. Alles soeverein geen Amerikaanse afhankelijkheid, dus Open Cloud.”

Via dit platform kan Varity eenvoudig virtuele machines, storage en complete omgevingen aan­bieden aan klanten. “En als andere providers ook via dit platform ­willen leveren, kan dat. Zo bouwen we samen aan een Europese cloud, die echt onafhankelijk is.”

We bouwen samen aan een Europese cloud, die echt onafhankelijk is.

Die onafhankelijkheid viel ook op bij SURF, voor meer dan 1500 ­onderwijsinstellingen een belangrijke IT-organisatie. “We hebben meegedaan aan een Europese aanbesteding voor het leveren van cloudcapaciteit gedurende vier jaar, en zijn één van de 30 partijen die zijn geselecteerd.”

Volgens Wennekes is dat een duidelijk signaal dat er behoefte is aan alternatieven voor de grote Amerikaanse aanbieders als Google, Azure of AWS. “Universiteiten willen grip houden op hun data en infrastructuur. Met ons kunnen ze dat met een eigen cloud en Europese software.”

De Ops in DevOps

Ondanks het technologisch hoge niveau blijft het vinden van personeel een uitdaging, zeker als developers gezocht worden die buiten de paden van de Amerikaanse providers kunnen denken, zoals het geval is bij Whitesky. “De hypervisors bieden vaak mooie tools aan, die prima gebruikt kunnen worden in testomgevingen. Zodra de oplossing in productie draait of het verkeer meegroeit met het bedrijf, stijgt ook de te betalen rekening waarmee de hypervisors komen fors.”

Varity definieert zichzelf als de Ops in DevOps. “We zijn operators. Developers hebben dan soms het gevoel op ons te moeten wachten en de hypervisors speelden daarop in door te zeggen: ‘klik je oplossing zelf bij elkaar’. Dus de afgelopen vijf jaar zag je dat men de Ops in Dev­Ops probeerde minder belangrijk te maken. Maar zo ontstaat wel een lock-in. Wie met ons werkt krijgt een alternatief.”

Voor wie Veeam inzet voor back-up en recovery, kan de zoektocht naar geschikte storage behoorlijk complex zijn. Object First wil daar verandering in brengen. De Amerikaanse vendor – opgericht door de medeoprichters van Veeam – levert een plug-and-play appliance.

De Ootbi-appliance (Out Of The Box Immutability) is speciaal ontwikkeld voor één ding: ransomwarebestendige back-upopslag voor Veeam. Nederland is een van de focusmarkten binnen Europa, en daarom bouwt Object First nu een partnernetwerk op in de Benelux.

Maar hoewel het woord ‘opslag’ veel voorkomt in dit interview, wil Walter Berends, sales engineer voor Object First in de regio EMEA, alvast een misverstand wegnemen. “Wij zijn niet alleen storageleverancier. Wij zijn een securitybedrijf en leveren veilige storage, de laatste verdedigingslinie tegen ransomware, en dat is een belangrijk verschil.”

Wij zijn niet alleen storageleverancier. Wij zijn een securitybedrijf en leveren veilige storage.

Samen met partner accountmanager Andrey Romanov, marketingmanager Benelux & Nordics Marlies Maljaars, en territority manager Benelux Conor Bannon, vormt hij het Nederlandse team van het bedrijf.

Eén product, één platform

De positionering van Object First is opmerkelijk helder. Er is slechts één product – de Ootbi appliance (uitgesproken als ‘oetbie’) – die uitsluitend werkt met Veeam. Waarom zo’n sterke focus? Volgens Romanov is juist die beperking de kracht van het concept. “Door ons volledig te richten op één platform kunnen we uitblinken in prestaties, eenvoud en veiligheid. Wij gebruiken álle functies van de SOS API in Veeam, waardoor we back-ups extreem snel kunnen maken én herstellen.”

Berends vult aan: “Andere leveranciers zeggen dat ze SOS API ondersteunen, maar gebruiken slechts één feature, zoals capaciteitsbeheer. Wij gebruiken het volledige API-pakket. Dat maakt een enorm verschil in snelheid en betrouwbaarheid.”

De appliance wordt geleverd in verschillende opslagcapaciteiten, maar is onder de motorkap altijd identiek. Gebruikers hoeven slechts enkele instellingen door te voeren – IP-adressen, hostname en wachtwoord – en binnen tien minuten is het systeem operationeel. Daarna hoeft alleen nog de koppeling met Veeam te worden gemaakt.

De prestaties zijn lineair schaalbaar. Berends: “Met één Ootbi-appliance haal je een back-upsnelheid van 1 GB/s en een restoresnelheid van 600 MB/s. Voeg je een tweede appliance toe, dan verdubbelt die snelheid. En dit alles is volledig transparant voor de gebruiker.”

Met één Ootbi-appliance haal je een back-upsnelheid van 1 GB/s en een restoresnelheid van 600 MB/s.

Immutable en ondoordringbaar

De appliance is out-of-the-box immutable. Data kunnen niet worden aangepast of verwijderd – zelfs niet met beheerdersrechten of toegangssleutels. Dat is geen marketingclaim, benadrukt Berends: “We hebben het laten testen door de NCC Group, bekend van onder andere FoxIT. Zelfs met roottoegang en sleutels kregen zij de data niet verwijderd.”

Die focus op security is volgens Romanov essentieel. “Je koopt geen storage voor de back-up zelf, je koopt het voor de mogelijkheid tot herstel. Dat is de kern. Onze oplossing biedt de zekerheid dat je de data kunt terughalen.”

Je koopt geen storage voor de back-up zelf, je koopt het voor de mogelijkheid tot herstel. Dat is de kern.

Object First ondersteunt alle restorescenario’s van Veeam, inclusief de instant recoveryfunctie waarmee volledige VM’s binnen vijftien minuten kunnen worden hersteld.

Veeam only – en daar is een reden voor

Het feit dat Object First zich uitsluitend richt op Veeam is een bewuste keuze. Niet alleen vanwege de gedeelde geschiedenis – veel medewerkers, onder wie de oprichters, komen bij Veeam vandaan – maar ook omdat Veeam wereldwijd marktleider is op het gebied van back-up- en datamanagement.

“Veeam heeft een enorm marktaandeel, zeker in Europa,” aldus Romanov. “We kennen het platform door en door, en kunnen daardoor een oplossing bieden die geen enkele andere vendor biedt: maximale prestaties zonder enige tuning of configuratie, puur gericht op Veeam.”

Object First werkt exclusief via partners. “We verkopen nooit direct aan eindklanten,” zegt Romanov. “Ons model is 100% channelgericht. Partners krijgen de ruimte om eigen diensten toe te voegen, zonder concurrentie van ons. We investeren actief in het opbouwen van ons partnernetwerk in Nederland en België.”

Ons model is 100% channelgericht.

Conor Bannon, territory manager Benelux: “Mijn focus ligt op het ondersteunen van onze partners bij eindklanten en het samen opbouwen van een sterke salespipeline. Het onboarden van nieuwe partners is een van de topprioriteiten voor de komende maanden. Daarnaast blijven we investeren in ons partnerprogramma en partnerportaal.”

Dit partnerprogramma kent vier niveaus: Registered, Silver, Gold en Platinum. Er zijn volgens Romanov heldere voorwaarden op het gebied van omzet en certificering, zonder verborgen kosten of complexe structuren.

Ook ondersteuning speelt een belangrijke rol. “Hardwareproblemen? We leveren next-business-day vervanging. Software-updates? Die krijg je elke vijf tot zes weken, volledig getest door onszelf. Updates zijn met één klik te installeren via de web-interface – en na tien minuten ben je weer helemaal up-to-date,” aldus Berends.

Compliance en updates

De appliance voldoet aan alle ­principes uit het Zero Trust Data Resilience (ZTDR)model van Veeam, inclusief isolatie, ondoordringbaarheid en verifieerbaarheid. “Wij volgen dat model tot in detail,” zegt Berends. “Updates zorgen niet alleen voor nieuwe functies, maar ook voor extra hardening van het systeem. Wij zorgen voor je beveiliging, zodat partners en gebruikers dat niet meer zelf hoeven te doen.”

Object First introduceerde zijn product in de VS in 2023. Sinds januari 2024 is de Europese uitrol gestart, met focus op Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Nederland is de volgende stap. “We zien hier veel potentieel en zoeken daarom actief naar channelpartners die samen met ons willen bouwen aan veilige back-upopslag voor Veeam,” zegt Romanov.

Marlies Maljaars: “In 2025 blijft ­Object First zich richten op groei via het kanaal, onder andere met productinnovaties zoals de uit­breiding van onze Ootbi-lijn. Daarmee ­willen we echte immutability bieden voor elke sector – van mkb tot grote enterprise­omgevingen. Als volledig channelgedreven organisatie zijn onze partners essentieel voor ons succes.”

In 2025 blijft ­Object First zich richten op groei via het kanaal, onder andere met productinnovaties.

Afgelopen week was ChannelConnect aanwezig op CyberSec Europe 2025. We spraken daar met Stefaan Hinderyckx, Senior Vice-President Cybersecurity bij NTT DATA, en vroegen hem naar zijn indruk van de beurs.

Wat vind je van de beurs en hoe belangrijk vind je deze beurs?

“Ja, dit is een heel belangrijke beurs. Het is het grootste cybersecurity-event in de Benelux. Wij zijn hier al vele jaren aanwezig en hebben altijd een uitstekende return on investment ervaren. Volgens mij werkt dit zo goed omdat er een sterke combinatie is van goede content, de technische ateliers en workshops waar mensen zich meer kunnen focussen op niche-onderwerpen

Daardoor is er waardevolle content voor zowel business-led buyers als technische kopers. Daarnaast zijn er veel stands van de belangrijkste spelers in cybersecurity. Alle marktleiders zijn vertegenwoordigd, wat ook een echte community creëert.

Enerzijds komen kCISO’s en technische professionals van klanten hier voor de inhoud, anderzijds staat de hele industrie hier samen. Het is echt een ontmoetingsplek voor die community. En in korte tijd kun je hier veel mensen ontmoeten, zowel klanten als partners en leveranciers. Omdat wij één van de grootste spelers zijn in België en Luxemburg, is dit voor ons een absolute must.”

Wat zijn jouw verwachtingen op het gebied van cybersecurity voor de nabije toekomst?

“Cybersecurity is altijd al een dynamisch veld geweest, maar momenteel zie je echt drie grote thema’s domineren. Eerst en vooral Zero Trust, een fundamenteel andere benadering dan vroeger. Je vertrekt vanuit het principe dat niets of niemand standaard toegang krijgt. Elke connectie wordt vooraf gevalideerd, continu gecontroleerd, en je gaat ervan uit dat je al gehackt ben, ‘assume breach’. Dat maakt het een topprioriteit voor CISO’s. Het tweede grote thema is compliance. Denk aan DORA in de financiële sector of HIPAA in de gezondheidszorg. Dit soort regelgeving dwingt bedrijven om cybersecurity op board-niveau te agenderen, want de impact bij non-compliance is enorm – van boetes tot zelfs gevangenisstraffen in extreme gevallen.

Het derde belangrijke thema is consolidatie. Veel grote organisaties hebben in de loop der jaren tientallen losse security-oplossingen aangeschaft. Dat leidt tot complexiteit, zeker tijdens een aanval – dan licht alles tegelijk op als een kerstboom. Daarom zie je een duidelijke trend richting ‘platformization’, waarbij bedrijven hun tools consolideren op één geïntegreerd platform. Dat verlaagt de beheerkosten en versnelt de respons op incidenten drastisch. Alles wordt overzichtelijk gepresenteerd voor de analist, waardoor de ‘mean time to remediate’ sterk daalt. Zero Trust, compliance en consolidatie: dat zijn de grote bewegingen die we vandaag zien.”

Na de succesvolle editie van Cybersec Europe is het op 10 en 11 september tijd voor het Nederlandse vervolg: Cybersec Netherlands in de Jaarbeurs Utrecht. Een event waar strategie, technologie en samenwerking centraal staan. Ontmoet vakgenoten, ontdek de nieuwste innovaties en versterk je digitale weerbaarheid.

Meer info: Klik hier
Gratis registratie: Klik hier

Sinds kort heeft Kaseya een opmerkelijke rol in het leven geroepen: die van Voice of the Customer. De allereerste persoon die deze titel draagt, is Bart Spel. Met ruim dertig jaar ervaring aan de kant van de IT-dienstverlener kent hij de praktijk als geen ander. Nu is het zijn taak om wereldwijd de stem van de partner hoorbaar te maken binnen Kaseya’s productontwikkeling.

“Mijn rol is ontstaan vanuit de wens om de klant écht te vertegenwoordigen in alles wat we ontwikkelen,” zegt Spel. “Ik ben geen salespersoon en ook geen productspecialist. Ik ben de brug tussen de praktijk van de msp en de roadmap van Kaseya.”

Van msp naar leverancier

Spel is afkomstig van Avantage, een bekende Nederlandse msp die inmiddels deel uitmaakt van Ricoh. “Ik heb daar 31 jaar gewerkt, waarvan jaren als COO/CTO. Ik ben die wereld dus niet alleen gewend, ik begrijp haar ook door en door,” vertelt hij. “Bovendien zat ik al jaren in het CEO Council van Kaseya. Dat gaf mij een goed beeld van de organisatie, maar dan van buitenaf.” Nu hij intern actief is bij Kaseya, valt hij direct onder de Chief Product Officer. “Zo houd ik directe invloed op wat er op de roadmap komt – en vooral: waarom.”

Wensen van partners vertalen

Als Voice of the Customer heeft Spel een duidelijk doel: voorkomen dat Kaseya producten ontwikkelt waar niemand op zit te wachten. “We willen geen functionaliteit bouwen waar partners niks mee kunnen. Dat is zonde van tijd én geld. Daarom wil ik de echte klantbehoeften binnenbrengen in de besluitvorming.”

Hij verzamelt zijn input wereldwijd, onder andere via ‘pulse checks’: gesprekken met partners waarin wensen, knelpunten en ideeën worden besproken. “De bedoeling is dat mijn team wereldwijd uitbreidt. We zoeken mensen die – net als ik – uit de praktijk komen. Alleen dan kun je het jargon spreken van de partner en weet je wat er echt speelt.”

Geen commerciële agenda

Opvallend is dat Spel geen commerciële targets heeft. “Ik rapporteer rechtstreeks aan de productorganisatie, niet aan sales. Dat is bewust, want ik moet neutraal zijn. Partners moeten zich vrij voelen om alles met me te delen, zonder dat ze bang zijn dat er een verkoopgesprek uit volgt.”

Volgens Spel is dat ook waarom de msp’s hem nu al waarderen. “Ze krijgen iemand die hun taal spreekt, zonder bijbedoelingen. En binnen Kaseya krijgen de productteams waardevolle feedback – ook als het minder leuk is om te horen dat een nieuwe feature toch niet goed aansluit.”

Wereldwijde impact

De rol van Spel is wereldwijd. Hij werkt vanuit Amsterdam, maar reist veel: Zuid-Afrika, Miami, Dublin. “De wereld van een msp in Nederland is echt anders dan die in Zuid-Afrika. Denk aan internetkwaliteit, stroomvoorziening, of de rol van cloud. Dat betekent dat je per regio andere keuzes moet maken, maar wel binnen één productstrategie.”

Hoewel Spel nog maar net is begonnen, is hij realistisch over het effect op korte termijn. “De eerste roadmap-cyclus waarin ik invloed heb, moet nog komen. Maar de basis ligt er: een structurele stem voor de partner. Het is nu aan ons om dat waar te maken – wereldwijd.”

De Duitse fabrikant Lancom presenteerde zich tijdens het Mobile World Congres vorige week onder de naam van moedermaatschappij Rohde & Schwarz. ChannelConnect sprak met Robert Mallinson, die sinds 1 maart 2025 Co-Managing Director is bij Lancom.

We beginnen het gesprek met de constatering dat Wifi 7 een veel minder belangrijk onderwerp is voor veel exposanten dan vorig jaar. “Bij Wifi 7 zien we nu dat het aantal use cases nu nog relatief gering is,” legt Mallinson uit. “Wifi 7 is er op dit moment echt voor high-performance toepassingen, zoals virtual reality en augmented reality (AR) in onder meer de logistiek. We zien als Lancom nu al veel toepassingen met AR-brillen in distributiecentra, waarbij de bril je vertelt welke producten je moet pakken. Ook in combinatie met robots en IoT.”

Compleet portfolio

Mallinson toont daarom ook vol trots het nieuwste Wifi 7 access-point. “Het interessante is dat de behuizing volledig bestaat uit recyclebare materialen en geen gelijmde onderdelen bevat. Ook de verpakking is 100% recyclebaar en composteerbaar. Daarnaast hebben we Bluetooth 5.0 geïntegreerd, wat belangrijk is voor bijvoorbeeld elektronische schaplabels (ESL) in de retailsector, waar voornamelijk high-end technologie wordt ingezet.”

Naast retail noemt Mallison ook use cases in de healthcaresector. “Denk daarbij aan asset tracking in ziekenhuizen. Ook ondersteunen we met onze partners ziekenhuizen met stabiele netwerken voor augmented reality in operatiekamers.”

In andere sectoren zullen we de komende jaren nog veel Wifi 6 zien, stelt Mallinson. Dat hoeft voor gebruikers geen probleem te zijn, maakt hij duidelijk. “De wifi-standaarden volgen elkaar weliswaar snel op het laatste decennium, maar onze producten gaan vaak 10 tot 12 jaar mee en wij garanderen dat onze klanten ermee kunnen blijven werken.”

Lancom bracht meer innovaties naar de beurs, geeft de Co-Managing Director aan. “We hebben een grote stap gezet met de introductie van Tier 3-switching. Lancom heeft nu een compleet switching-portfolio. Dit is belangrijk, want tot nu toe waren we vooral gericht op access, maar nu kunnen we volledige campusnetwerken opzetten met grote switches, inclusief op distribution- en core-level,

Digitale soevereiniteit

De politieke ontwikkelingen in de wereld gaan niet aan Lancom voorbij, blijkt uit het gesprek met Mallinson. “We willen Europa digitaal soeverein maken. Dat is, samen met cybersecurity, een van de belangrijkste opgaven en uitdagingen voor dit continent. Onze klanten willen weten: waar staan de data? Ons antwoord: in Duitsland. En dat is tevens het land waar we onze producten ontwerpen en voornamelijk ook bouwen.”