Veel MSP’s trekken bij een contract de sleutels volledig naar zich toe. De klant krijgt een rapportage, de leverancier houdt de controle. Leeps doet het anders. De MSP, met het hoofdkantoor op Schiphol-Rijk en een vestiging in Rotterdam beheert het netwerk van 48 winkels van Apple Premium Reseller AMAC, maar de klant houdt volledige toegang tot zijn eigen dashboard en blijft eigenaar van de hardware en licenties. Een gesprek met medeoprichter Jelle Roggeveen over co-management, eigenaarschap en waarom de echte differentiatie volgens hem in service delivery zit.

Veel MSP’s nemen het netwerkbeheer volledig over. De sleutels gaan naar de dienst­verlener, de klant krijgt periodiek een rapportage. Leeps kiest bewust voor een andere route. “Wij zorgen dat de security-­updates worden doorgevoerd en dat wij de monitoring doen op eventuele issues. Maar een belangrijk punt is het co-management: de klant geeft het beheer uit handen, maar houdt zelf inzicht in het eigen netwerk. Ze kunnen gewoon op het dashboard kijken,” zegt Roggeveen.

Dat levert soms verrassende situaties op. “Ze zien incidenten soms eerder dan wij. Ze vinden dat een prettige manier van werken: ze houden zicht op hun omgeving en kunnen kleine wijzigingen zelf doorvoeren.” Zeker bij grotere MKB-organisaties zitten ­interne IT’ers die willen begrijpen wat er op hun netwerk speelt. Gaat er iets mis, dan kijken ze liever eerst zelf voordat ze de leverancier bellen. “Als je dat als MSP begrijpt en faciliteert, wordt het gesprek om het beheer over te nemen een stuk makkelijker.”

De case bij Amac: passend bij een nieuwe fase

Amac, Apple Premium Reseller met 48 winkels en het hoofdkantoor in Utrecht, draaide al op een Cisco ­Meraki-omgeving. Die hardware was aan vernieuwing toe, en tegelijkertijd verving Amac op grote schaal de kassa­systemen en printers in de winkels. In diezelfde beweging wilde het  bedrijf ook het netwerk moderniseren.

Belangrijker dan de techniek was de fase waarin Amac zich als organisatie bevond. De organisatie koos bewust voor een co-managed model om de regie over de eigen IT-omgeving te behouden. Directe toegang tot dashboards, inzicht in het netwerk en duidelijke afspraken over rollen en verantwoordelijkheden zodat Amac zelf snel kan handelen wanneer dat nodig is om de winkels optimaal te ondersteunen. Tegelijkertijd kan het interne team terugvallen op Leeps voor beheer, monitoring en complexe vraagstukken. Cisco bracht de ­partijen met elkaar in contact en vroeg Leeps een voorstel uit te werken. “Dat paste heel goed bij ons. We hebben dit bij meer klanten gedaan, en retail is onze achtergrond.”

Wat Leeps daarnaast aansprak, was dat Amac niet alleen op zoek was naar een leverancier, maar ook beschikte over een professioneel intern IT-team en een duidelijke visie op eigenaarschap, processen en technologie.

De filosofie van Leeps staat haaks op hoe veel MSP’s opereren. “Onze aanpak is dat een klant eigenaar moet zijn van de hardware en de licenties, zodat ze makkelijker kunnen overstappen naar een andere MSP. Dat is niet per se in ons voordeel, want uiteindelijk wil je klanten graag behouden. Maar ons idee is dat dat vertrouwen geeft: wij hoeven geen lock-in te creëren zodat jij bij ons blijft. Je blijft bij ons omdat je tevreden bent.”

Vier weken, 48 locaties

De Cisco Meraki-hardware en -licenties voor de nieuwe omgeving werden betrokken via distributeur Comstor. De uitvoering was geen sinecure. Het ­migratietraject moest in vier weken klaar, midden in de zomervakantie, parallel aan de uitrol van een nieuw kassasysteem en een productlaunch.

De planning van een migratie van deze omvang vraagt om zorgvuldige afstemming tussen het netwerk, de kassasystemen en de operationele processen binnen de winkels. Dat vroeg flexibiliteit van alle betrokken partijen. “Dankzij de nauwe ­samenwerking en open communicatie hebben we uiteindelijk alle locaties binnen vier weken succesvol kunnen migreren,” aldus Roggeveen.

Service delivery

Het eigenaarschapsmodel roept een logische vraag op: als de klant zelf eigenaar is van hardware en licenties, krijgt hij dan ook de rompslomp van een uitrol op zijn bord? Het antwoord van Leeps is nee. “In onze optiek is service delivery het allerbelangrijkste. Afspraken maken met de locaties, zorgen dat alles op tijd aankomt, dat de installatiepartner op tijd aanwezig is: die regie trekken wij volledig naar ons toe. De klant hoeft die logistiek niet zelf te organiseren, ook al heeft hij de spullen zelf gekocht.”

Die regie maakt een uitrol over tientallen locaties beheersbaar. Leeps doet de installaties niet zelf, maar werkt met vaste installatiepartners waarmee het al jaren samenwerkt. De coördinatie, planning en kwaliteitsbewaking houdt het in eigen hand. “Het gaat erom dat je er bovenop zit en zorgt dat alle details kloppen. Doe je dat niet, dan loopt een uitrol over veel vestigingen al snel vast.”

Wanneer een klant zelf al een sterke logistieke keten heeft, sluit Leeps daarop aan. Amac distribueert dagelijks vanuit een centrale locatie naar de winkels, dus de fysieke verzending verliep via Amac zelf, terwijl Leeps de overkoepelende regie en planning voerde.

Op dezelfde manier wordt ook internationale uitrol mogelijk. Leeps beheert onder meer het netwerk van een winkelketen met vijftig vestigingen verspreid over Europa. “In elke uithoek werkt het net even anders. Het verschil zit erin dat je de details onder controle houdt.” Tegen die achtergrond was Amac, met 48 winkels in Nederland, voor Leeps een relatief overzichtelijke klant.

Beheer en korte lijnen

Na de oplevering nam Leeps het volledige beheer en de monitoring over. Daarvoor zet het bedrijf een white-­label servicedesk in via een Nederlandse partner: ervaren netwerkmensen, 24×7 beschikbaar, Engelstalig en werkend vanuit een ander Europees land. Voor de meeste klanten van Leeps is dat vanzelfsprekend, omdat zij internationaal opereren en toch al in het Engels werken. Amac is daarin een uitzondering met een volledig ­Nederlandstalige organisatie, maar in de praktijk speelt dat nauwelijks een rol: door de proactieve monitoring hoeft Amac zelden zelf contact op te nemen. Die servicedesk lost ongeveer tachtig procent van de tickets zelfstandig op. “Daardoor kunnen wij ons richten op de complexere vraag­stukken en op het verder verbeteren van de dienstverlening. Een stabieler netwerk levert weer minder operationele issues op.”

In de praktijk lopen de lijnen kort. “Als er echt iets is, schakelen ze vaak direct met ons via Teams.” Daarnaast is er elke maand overleg tussen de servicemanager van Leeps en de IT-manager van Amac over zaken als ticketdoorlooptijd, uptime en aandachtspunten.

Eens per jaar volgt een strategische roadmap-sessie. “Dan kijken we samen: hoe tevreden zijn jullie, welke projecten spelen er en wat zetten we op de agenda voor het komende jaar?” Uit die sessies komt doorgaans een lijst met mogelijke vervolgstappen, die Leeps en Amac samen prioriteren. Zo houden beide partijen zicht op wat er speelt en kan nieuwe technologie op een natuurlijk moment in de bestaande omgeving worden meegenomen. Tegelijkertijd zijn deze sessies een moment om verder te kijken dan de bestaande omgeving. Zo werd bijvoorbeeld ook de toekomstige CCTV-strategie besproken, inclusief mogelijkheden rondom centralisatie, cloudbeheer en AI-ondersteunde camerabeveiliging.

Retail zit in het DNA

De retailfocus van Leeps is geen toeval. Roggeveen en compagnon Richard begonnen als freelancers en werkten jarenlang voor Nike in Hilversum, waar ze het volledige retailnetwerk bouwden, inclusief datacenters wereldwijd. Daarna volgde een vergelijkbare opdracht bij PVH, het moederbedrijf van Tommy Hilfiger en Calvin Klein. “Het management ging van Nike naar PVH en huurde ons opnieuw in om daar hetzelfde op te zetten. Toen ontstond het idee: dit kunnen we ook als eigen bedrijf.” In die jaren bouwden ze een sterk netwerk van installatiepartners en internetproviders. Inmiddels omschrijft Leeps zichzelf breder dan retailspecialist alleen. “Wij zijn specialist in organisaties die internationaal opereren en veel vestigingen hebben. In gedistribueerde omgevingen zit onze kracht.”

Eigenaarschap als filosofie

Terug naar de kern van het model: de klant is eigenaar van hardware en licenties en houdt altijd inzicht in het eigen netwerk. Voor MSP’s die gewend zijn de sleutels bij zichzelf te houden, klinkt dat als een commercieel risico. Roggeveen ziet het anders. “Het is een gezonde vorm van zelfvertrouwen. Als je je klant goed bedient en dit verhaal goed kunt uitleggen, is de drempel om bij ons in te stappen juist lager.”

Een veelgehoord bezwaar is dat eigenaarschap een grote investering vooraf betekent. Dat hoeft niet, stelt Roggeveen. “Wij kunnen de afbetaling ook over 36 maanden faciliteren.” Daarmee blijft de hardware financieel behapbaar en hoeft een klant niet alles in een keer af te rekenen.

De spanning blijft dat een klant die ­eigenaar is, makkelijker kan vertrekken. Roggeveen legt die bewust naast zich neer. “Onze filosofie is dat dit juist vertrouwen geeft. Je blijft bij ons omdat je tevreden bent. Dat klinkt misschien glad, maar zo is het wel.”

Voor andere MSP’s die worstelen met de vraag hoeveel controle ze aan klanten teruggeven, biedt de aanpak van Leeps een interessant perspectief. Klanten die kunnen meekijken, begrijpen beter waar hun geld naartoe gaat. Dat draagt bij aan een duur­zamere klantrelatie dan een model waarin alle kennis en toegang uitsluitend bij de dienstverlener liggen.

Elke maand schuiven we aan bij een MSP voor een goed gesprek. Wat loopt er goed? Waar liep je tegenaan? Hoe kijk jij naar de markt? Want het loont om ervaringen uit te wisselen: hoe doe jij dat nou? De MSP van de Maand Augustus: IT Synergy in Rotterdam.

Deze maand schuift Thijs Mos aan, oprichter en eigenaar van IT Synergy. En nee, dat is geen marketingmanager die netjes de talking points afwerkt: Mos begon letterlijk op zijn zolderkamer, noemt IT Synergy zelf een “uit de hand gelopen hobby” en heeft er inmiddels meer dan tien bedrijven bij opgericht, van datacenters tot een eigen ginmerk. Vandaag doet hij zelf niks meer inhoudelijks aan IT, zegt hij, “maar met AI ben ik toch wel weer heel erg op de inhoud dingen aan het doen.” Een gesprek over agents die stiekem leidinggevende worden, feestjes in De Kuip en waarom hij zijn mensen liever iets laat leren dan een proces laat volgen.

Wie zijn jullie, en wat maakt jullie anders dan andere MSP’s?

“We zijn een MSP met beide benen op de grond, en tegelijkertijd altijd blik op de toekomst, zowel intern als met onze klanten,” opent Mos. Het onderscheidende zit hem volgens hem niet in de techniek, maar in de cultuur. “We zijn heel cultuurgedreven. Het is bij ons heel belangrijk dat mensen zichzelf kunnen zijn, vanuit verbinding en vanuit nieuwsgierigheid. We leven heel erg naar onze waarden.” Klanten komen er volgens hem terecht om een simpele reden: “die worden klant bij ons omdat ze gewoon geen zin meer hebben in gedoe.”

Welke klant past het beste bij jullie, en welke juist niet?

Geen specifieke sector of klantnaam, maar wel een heel duidelijk type bedrijf. “Wij houden van bedrijven die helemaal gek zijn van dingen veranderen, dingen vernieuwen, experimenten doen. Waar fouten maken onderdeel is van het DNA. Niet om de fout te maken, maar om ervan te leren.” Bedrijven die durven investeren in vernieuwing en voorop willen lopen: dat zijn de klanten waar IT Synergy energie van krijgt. “We hebben liever een kleine klant die tien dingen verandert in de week dan een grote klant die nooit wat verandert.” IT Synergy bedient bedrijven van uiteenlopende omvang en uit uiteenlopende branches, denk aan sectoren als kinderopvang, bouw en de non-profitwereld, maar Mos benadrukt dat het hem daar niet om gaat: “Het gaat er niet over hoe groot een klant is.”

Wat was de meest leerzame fout of tegenvaller van het afgelopen jaar?

Mos moet even nadenken (“wij kijken niet zo naar dingen die we fout doen”) maar heeft dan wel een inzicht dat hem “echt mind blowing” was. “We gingen een collega toegang geven tot AI, en op een gegeven moment lanceert die collega 25 agents. Ik kom er ineens achter: hé, deze collega managet nu allemaal AI-agents in allemaal verschillende schermen. Is deze collega nu een leidinggevende geworden? Ja of nee?” Het Donald Duck-lampje ging aan, zegt hij lachend: die collega bleek een heel andere training nodig te hebben dan wat IT Synergy hem tot dan toe gaf. De les die eraan vastzit: “AI is geen tool, AI is een mindset. Het is een enorme gedragsveranderaar, geen vast omlijnd systeem. Je hebt er skills voor nodig, en training. Als je niet genoeg in kennis investeert, kun je nooit een goede propositie neerzetten.”

Welke technologie of trend houdt jullie nu het meest bezig?

Twee dingen eigenlijk, zegt Mos: de serveromgeving van de toekomst, en AI. “Als ik er dan één moet uitlichten: AI houdt me heel erg bezig.” Niet zozeer als techniek op zich, maar als leiderschapsvraagstuk. “Het gaat vooral om: welk leiderschap is er nodig bij AI? Dat is mijn vraag.” Een vraag die rechtstreeks aansluit op zijn eigen ervaring met die agent-managende collega: wanneer is iemand nog gewoon medewerker, en wanneer stuurt diegene eigenlijk al een heel team van AI aan?

Hoe zorg je dat je mensen goed en gemotiveerd blijven in een krappe arbeidsmarkt?

Niet primair met salaris of arbeidsvoorwaarden, al moet dat wel kloppen. “Verantwoordelijkheid geven, uitdaging bieden, trainingsmogelijkheden geven, dat zit voor mij allemaal op het secundaire vlak. En dat secundaire element vind ik belangrijker dan het primaire.” De redenering: leren is leuker dan een proces volgen. “Ik denk dat het lerende veel leuker is dan het proces. Zo houden wij mensen engaged in ons bedrijf.”

Waar wil je over twee jaar staan met je bedrijf?

IT Synergy telt inmiddels 75 collega’s (“ja, het zijn er 74 te veel, grap ik altijd”) en heeft een doel dat je niet vaak hoort in de MSP-wereld: een BHAG die uitkomt op een feest in De Kuip. “Onze Big Hairy Audacious Goal is: in 2030 geven we een feest in De Kuip met duizenden fans.” Over twee jaar hoopt hij dat concreet te kunnen gaan maken. “Ik wil dan beginnen met het plannen van het feest, zeg maar. Dan moeten we nog wel even een klein beetje groeien, maar dat lijkt me wel waanzinnig.”

Wat wou je dat je eerder had geweten als MSP?

Twee dingen, zonder aarzelen. “De omslag van een reactief naar een proactief model, dat trucje had ik eerder willen leren begrijpen. En, zoals ik al zei: je moet investeren in kennis voordat je een goede propositie kunt neerzetten.” Daarnaast een les over stilstand die dood is, ook als het even goed gaat. “Je moet continu innoveren. Ook als je het gevoel hebt van: we zitten nu op de juiste track, laten we het zo houden, want we gaan alsnog dood als we dat doen. Ik denk dat we dat op een gegeven moment even op pauze hebben gezet, en dat had ik graag eerder doorgrond.”

Elke maand schuiven we aan bij een MSP voor een goed gesprek. Wat loopt er goed? Waar liep je tegenaan? Hoe kijk jij naar de markt? Want het loont om ervaringen uit te wisselen: hoe doe jij dat nou? De MSP van de Maand Juli: Reliable IT Services in Bunnik.

Specialiseren of juist een zo breed mogelijke klantenkring opbouwen? Vrijwel iedere MSP maakt die afweging vroeg of laat. Reliable IT Services heeft de knoop jaren geleden al doorgehakt. Het bedrijf richt zich bijna volledig op notarissen en advocaten. Een bewuste keuze, vertellen commercieel eindverantwoordelijke Lucas Swaans en business development manager Gohar Chaudhry. “Als je ergens echt goed in wilt worden, moet je ook durven kiezen.”

Wie zijn jullie en wat maakt jullie anders dan andere MSP’s?

Wie met Reliable praat, hoort al snel hetzelfde woord terugkomen: specialisatie. Waar veel MSP’s klanten uit allerlei sectoren bedienen, houdt Reliable het bewust bij één markt. “We geloven dat je pas echt specialist wordt als je keuzes durft te maken,” zegt Lucas Swaans. “Je kunt proberen iedereen te bedienen, maar dan blijf je vaak aan de oppervlakte.”

Voor Reliable draait het niet alleen om kennis van Microsoft 365, security of beheer. Minstens zo belangrijk is kennis van de dagelijkse praktijk bij notarissen en advocaten. “Je moet begrijpen hoe zo’n kantoor werkt,” vult Gohar Chaudhry aan. “Welke processen lopen er? Wat gebeurt er als een systeem uitvalt? Pas dan kun je de juiste afweging maken.” Die branchekennis bouw je niet op door af en toe een juridisch kantoor als klant te hebben. Daar moet je volgens Chaudhry dagelijks mee bezig zijn.

Lucas Swaans

Welke klant past het beste bij jullie, en welke juist niet?

Specialiseren betekent automatisch dat niet iedere klant past. Dat geldt ook voor de manier waarop Reliable diensten levert. “We willen verantwoordelijkheid nemen voor de hele IT-omgeving,” zegt Swaans. “Als wij ergens onze naam aan verbinden, willen we ook zeker weten dat het goed staat.”

Dat maakt de MSP terughoudend met co-managed omgevingen, waarin klanten zelf een deel van het beheer blijven doen. “Dat kan prima werken,” zegt hij. “Alleen past het minder goed bij onze manier van werken. Je krijgt al snel discussies over waar de verantwoordelijkheid ligt.” Volgens Chaudhry geldt hetzelfde voor de rol van de klant. “Laat iedereen doen waar hij goed in is. Een notariskantoor hoeft geen IT-afdeling te worden. Daar zijn wij voor. Dat gezegd hebbende: we hebben enkele grotere notariskantoren onder onze klanten waar we wel met co-management werken.”

Wat was de meest leerzame fout of tegenvaller van het afgelopen jaar?

Een fusie levert nieuwe kansen op, maar zelden zonder hobbels. Dat merkte Reliable ook. Door de integratie van twee organisaties schoven sommige interne projecten verder naar achteren dan verstandig was. “Een integratie levert nieuwe kansen op, maar vraagt ook veel aandacht. In die periode hebben we geleerd dat je interne standaardisatie en platformontwikkeling strak moet blijven bewaken, juist wanneer er veel verandert. Bij een aantal onderdelen hadden we daar eerder op willen sturen. Dat heeft ons scherper gemaakt op de basis: prestaties, standaardisatie en duidelijke keuzes.”

Klanten merkten daar uiteindelijk ook iets van. “Dat wil je natuurlijk voorkomen. Het heeft ons nog scherper gemaakt op standaardisatie en het bewaken van de basis. Je kunt pas versnellen als die stevig genoeg is.”

Welke technologie of trend houdt jullie nu het meest bezig?

AI? Dat antwoord ligt voor de hand. Toch begint Reliable liever over digitale soevereiniteit. “Voor onze klanten is de vraag waar gegevens worden opgeslagen vaak belangrijker dan de nieuwste AI-functie,” zegt Swaans. “Advocaten willen efficiënter werken, maar de inzet van AI raakt ook direct aan kwaliteit, aansprakelijkheid, vertrouwelijkheid en de manier waarop dienstverlening wordt georganiseerd. Daardoor vraagt adoptie in deze sector om meer nuance dan alleen ‘sneller werken’.”

“We kijken samen met klanten welke keuzes ze kunnen maken. Welke software draait waar? Welke alternatieven zijn er? Dat zijn gesprekken die steeds vaker op tafel komen.” AI verdwijnt daarmee niet uit beeld. Sterker nog, ook in de juridische wereld laat de technologie zich steeds nadrukkelijker zien. “Advocaten krijgen regelmatig cliënten die eerst ChatGPT hebben geraadpleegd,” zegt Swaans lachend. “Daarna mogen zij uitleggen waarom het antwoord niet klopt. Dat is ook de realiteit.”

Volgens Chaudhry zit de grootste uitdaging voorlopig niet in de techniek. “Nieuwe mogelijkheden introduceren is één ding. Mensen helpen om er prettig mee te werken is minstens zo belangrijk.”

Gohar Chaudhry

Hoe zorg je dat je mensen goed en gemotiveerd blijven in een krappe arbeidsmarkt?

Na een periode van verandering ligt de aandacht nu vooral op rust en duidelijkheid. “We hebben een heldere koers uitgezet,” zegt Swaans. “Mensen willen weten waar een organisatie naartoe gaat en hoe zij daaraan kunnen bijdragen.”

Daar blijft het niet bij. Medewerkers denken ook mee over de ontwikkeling van het bedrijf. “Dat levert vaak betere ideeën op dan wanneer alles van bovenaf wordt bedacht.” Dat Reliable deel uitmaakt van Futureproof Group helpt daarbij. Wie een andere stap wil zetten, hoeft niet meteen buiten de organisatie te kijken.

Waar wil je over twee jaar staan met je bedrijf?

De keuze voor de juridische sector blijft overeind. Reliable wil zijn positie binnen het notariaat verder uitbouwen en tegelijk meer kantoren in de advocatuur bedienen. “Daar zien we veel kansen,” zegt Swaans. “Het is een markt die volop in beweging is.” Ook AI gaat daar volgens hem een rol in spelen, al verloopt die ontwikkeling anders dan in veel andere sectoren. “Advocaten willen efficiënter werken, maar hun verdienmodel draait nog grotendeels om declarabele uren. Dat maakt de afweging soms net iets ingewikkelder.”

Wat wou je dat je eerder had geweten als MSP?

Na een klein halfuur praten blijkt dat veel antwoorden terug te voeren zijn op dezelfde les: durf te kiezen. “Je hoeft niet overal goed in te zijn,” zegt Swaans. “Sterker nog, dat lukt waarschijnlijk ook niet.” Chaudhry merkt dat klanten juist daarom voor Reliable kiezen. “Ze merken dat we hun wereld begrijpen. Dan gaat het gesprek al snel niet meer over techniek, maar over hun werk. En daar kun je als MSP echt het verschil maken.”

Reliable IT Services

Reliable IT Services is een MSP die zich grotendeels richt op het notariaat en de advocatuur. Het bedrijf levert onder meer werkplekbeheer, cloudoplossingen, security, support en IT-consultancy aan juridische organisaties. Reliable maakt deel uit van de Futureproof Group en telt circa 45 medewerkers. Binnen de groep richt het zich specifiek op de juridische sector, met een sterke positie in het notariaat en groeiambities binnen de advocatuur.

Elke maand schuiven we aan bij een MSP voor een goed gesprek. Wat loopt er goed? Waar liep je tegenaan? Hoe kijk jij naar de markt? Want het loont om ervaringen uit te wisselen: hoe doe jij dat nou? De MSP van de Maand Juni: VSA in Assen.

VSA bestaat al dertig jaar, en dat merk je. Niet in de zin van stoffig of vastgeroest, maar in de manier waarop Patrick Vaatstra (managing director) en Johannes Werkman (security officer) praten over hun klanten, hun vak en hun mensen. Nuchter, betrokken, en zonder poespas. Een gesprek met twee noorderlingen die al een kwart eeuw bij hetzelfde bedrijf werken, en er nog steeds met plezier naartoe gaan.

Wie zijn jullie, en wat maakt jullie anders dan andere MSP’s?

“Wij zijn nuchtere noorderlingen,” zegt Johannes met een lach. VSA is opgericht in 1995 en gespecialiseerd in het automatiseren van hotels en administratie- en accountantskantoren. “We combineren traditionele IT met slimme automatisering, en back-up en security zijn voor ons de absolute kern.”

Wat VSA onderscheidt is de 24/7-bereikbaarheid met een Nederlandstalige servicedesk, geen chatbot of externe helpdesk, maar altijd een eigen medewerker aan de lijn. “Een hotel draait dag en nacht door. Dan moet jij als IT-partner dat ook kunnen.” Patrick en Johannes werken allebei al meer dan 25 jaar bij VSA. Dat zegt wel iets over hoe het er intern aan toegaat.

Welke klant past het beste bij jullie, en welke juist niet?

“Die tweede vraag is eigenlijk de interessantere,” geeft Patrick toe. Bij VSA passen klanten die de meerwaarde van automatisering zien en er ook in willen investeren. “IT kan geld opleveren. Als je dat snapt, kunnen we echt wat voor elkaar betekenen.”

Minder passend zijn bedrijven die IT puur als kostenpost zien. Zeker nu met AI en automatisering is dat een gemiste kans. Maar je moet het zelf willen zien.”

Wat was de meest leerzame fout of tegenvaller van het afgelopen jaar?

Patrick denkt even na. “Wat je eigenlijk altijd ziet: je denkt dat je vooroploopt, en dan loop je toch ergens achter de feiten aan. Met name rondom AI. Het IT-landschap verandert zo snel. Je bent op zoveel vlakken tegelijk aan het jongleren, dat er voor echt nieuwe ontwikkelingen soms te weinig ruimte overblijft. Terwijl je dat wel zou willen.”

En dan is er nog de les die ze eerder leerden: bij grotere migraties draait succes niet alleen om de technische uitvoering. “Je kunt alles technisch perfect doen, maar als gebruikers niet goed begeleid worden, raak je ze kwijt. Mensen zijn niet goed in verandering. Dus nu stoppen we veel meer tijd in communicatie en adoptie.”

Welke technologie houdt jullie nu het meest bezig?

“AI,” zegt Patrick zonder aarzeling. “Dat wist je al, denk ik.” In de hotelbranche ziet VSA concrete toepassingen opkomen: van het automatisch verwerken van reserveringen en e-mails tot ondersteunende robots in restaurants die helpen bij het opdienen of afruimen. “Klanten vragen er actief naar. De vraag is er, en die wordt alleen maar groter.”

Johannes vult aan vanuit zijn hoek: ook vragen rondom security en de locatie van data worden vaker gesteld. “Klanten willen weten: waar staat mijn data eigenlijk, en wat gebeurt ermee? Dat is iets waar wij serieus naar kijken, risicogebaseerd, want het antwoord is niet voor iedereen hetzelfde.”

Hoe zorg je dat mensen goed en gemotiveerd blijven in een krappe arbeidsmarkt?

Hier schudt Patrick even zijn hoofd. “Wij klagen eigenlijk niet. Ons verloop is heel laag, en dat zegt al wat.” Hij en Johannes werken er allebei al meer dan 25 jaar, en ook bij de rest van het team zijn dienstverbanden van 12,5 jaar geen uitzondering.

Hoe dat komt? “Sfeer,” zegt Patrick. “Dat is moeilijk uit te drukken, maar het is echt het antwoord. We luisteren naar mensen, kijken niet alleen cijfermatig naar werkbelasting, maar willen ook gewoon horen hoe iemand zich voelt. En als iemand wil doorgroeien of een opleiding wil volgen, dan kijken we hoe we dat kunnen regelen. Die ruimte is er.”

Waar willen jullie over twee jaar staan met VSA?

“Bekend zijn in Nederland als dé betrouwbare IT-partner voor hotels.” Patrick is daar helder over. “Als je een hotel hebt, moet je eigenlijk automatisch aan VSA denken. Altijd bereikbaar, altijd in het Nederlands, no-nonsense, en echt een partner, geen leverancier.”

Inhoudelijk wil VSA het dienstenpakket uitbreiden: televisie en camera’s in hotels staan op de agenda. En groei? Ja, maar gestaag. “Als je in een jaar tijd tien mensen erbij krijgt, gaat je bedrijf kapot. Gestaagde groei is goede groei.”

Wat wou je dat je eerder had geweten als MSP?

“Dat schaalbaarheid niet over techniek gaat, maar over processen en communicatie.” In het begin pakt iedereen alles op wat binnenkomt, zegt Patrick. “Maar duurzame groei ontstaat pas als het niet meer uitmaakt wie de telefoon opneemt. Dan kan elke medewerker de klant verder helpen, en dat is wat klanten verwachten.”

In het hart van de Amsterdam RAI, te midden van de dynamische sfeer van Kickstart Europe 2026, luidt Stefano Mozzato, VP Marketing EMEA bij Vertiv, de noodklok voor de Europese digitale sector. Terwijl de vraag naar kunstmatige intelligentie (AI) wereldwijd explodeert, verschuift het gesprek van eenvoudige schaalvergroting naar een complex strategisch spel waarbij efficiëntie, talent en alternatieve energie centraal staan.

In een uitgebreid gesprek met onze redactie deelt Mozzato zijn visie op hoe de industrie moet evolueren om deze uitdagingen aan te gaan en waarom Europa het gat met de Verenigde Staten moet dichten om een wereldwijde digitale speler te blijven.

Het gat dichten: Europa’s netwerk-mandaat

De groei van de datacentersector wordt gedreven door investeringen, maar volgens Mozzato wordt succes uiteindelijk bepaald door het vermogen om die investeringen om te zetten in snelheid en tastbare resultaten. “Momenteel blijven de VS wereldwijd de sterkste markt. Europa is daar nog niet,” observeert Mozzato. “Evenementen zoals Kickstart Europe zijn essentieel om een visie te delen en Europa te helpen concurrerend te blijven.”

De markt evolueert zichtbaar. Waar de focus voorheen lag op de zogenaamde FLAP-regio (Frankfurt, Londen, Amsterdam, Parijs), ziet Vertiv nu een enorme opkomst van ‘FLAP-D’ (Dublin) en ‘FLAM’ (Madrid, Milaan). Ook de Nordics en Zuid-Europa ervaren een versnelde groei. Voor Vertiv is het begin van het jaar het moment om de koers uit te zetten voor een 2026 dat naar verwachting gekenmerkt zal worden door voortdurende dynamiek en door AI gedreven innovatie.

De AI-paradox: Energie versus kansen

AI is ongetwijfeld het dominante thema, maar Mozzato waarschuwt voor een te eenzijdige focus op energieverbruik. “Er zitten twee kanten aan dit verhaal. Ten eerste de menselijke kant: kennis. De datacenterindustrie is een goudmijn voor de jongere generatie en biedt een technisch kennisniveau dat weinig andere sectoren kunnen evenaren. We moeten dat talent ontwikkelen.”

Daarnaast is hij van mening dat het debat over energie meer nuance behoeft. Hoewel datacenters vaak worden bekritiseerd vanwege hun stroomverbruik, zijn het juist de hyperscalers die tegelijkertijd miljarden investeren in hernieuwbare bronnen. “Rapporten tonen aan dat een groot deel van de energie in veel Europese datacenters inmiddels uit hernieuwbare bronnen komt. Als we ons alleen focussen op de stroom die AI verbruikt, riskeren we het grotere geheel over het hoofd te zien: de enorme doorbraken die deze technologie mogelijk maakt in vele sectoren, van de industrie tot de gezondheidszorg.”

Van producten naar systemen: Een verschuiving in engineering

De technologische benadering van Vertiv ondergaat een fundamentele verandering. In plaats van losse producten levert het bedrijf steeds vaker geïntegreerde systemen. Mozzato spreekt over de ‘Single Unit of Compute’. In de wereld van AI is een rekeneenheid niet langer alleen een server of een rack, maar de gehele infrastructuur van het datacenter.

“We ontwerpen complete ‘Power Trains’ en ‘Cooling Chains’. Dit betekent dat we het hele proces beheren: van de stroomverdeling tot koeling direct op de chip in het rack,” legt Mozzato uit. Deze geïntegreerde aanpak voorkomt inconsistenties en fouten die vaak optreden bij traditionele, op maat gemaakte ‘prototype’ datacenters en ondersteunt de hogere niveaus van betrouwbaarheid en prestaties die AI-workloads vereisen.

“Vertiv™ Next Predict”: AI gebruiken om AI te beheren

Continuïteit blijft van het grootste belang in de digitale wereld. Om dit te ondersteunen investeert Vertiv steeds meer in softwaregestuurde intelligentie. Met de digitale dienst Vertiv™ Next Predict tilt het bedrijf monitoring naar een nieuw niveau. Door gebruik te maken van AI-algoritmen kan het systeem de operationele patronen van een datacenter aanleren en afwijkingen identificeren voordat ze escaleren. Dit helpt operators om potentiële storingen aan te pakken nog voordat er downtime optreedt.

“In een faciliteit die honderden miljoenen dollars kost, kun je niet reactief zijn,” zegt Mozzato. Deze proactieve benadering wordt essentieel nu de dichtheid per rack toeneemt tot 130 kilowatt en meer; niveaus die een nauwe samenwerking met chipfabrikanten zoals NVIDIA vereisen.

De horizon van vijftien jaar

De afsluitende boodschap van Mozzato aan de sector is duidelijk: focus op kennis en nabijheid. Je kunt niet voor elk probleem een expert uit de VS laten overvliegen; je hebt lokale expertise nodig die de taal spreekt van de werktuigbouwkunde, elektrotechniek en IT.

Hij benadrukt dat langetermijndenken fundamenteel is in deze sector. “Onze infrastructuur is ontworpen met een horizon van 10 tot 15 jaar. Terwijl een server drie tot vijf jaar meegaat, blijven de koeling en stroomvoorziening op hun plek. We bouwen vandaag de omgeving voor de servers van morgen. Dat vereist een langetermijnvisie die verder kijkt dan de uitdagingen van het moment.”

 

Vergaderruimtes, winkels en kantoren worden steeds digitaler, maar achter een modern scherm gaat veel meer schuil dan alleen beeld. Software, beheer, connectiviteit en partnerschap bepalen in toenemende mate de waarde van professionele displays. Tijdens ISE in Barcelona schetst Mildo Meijer, Head of Marketing & Operations B2B Display bij Samsung Electronics Benelux hoe schermen uitgroeien tot een vast onderdeel van IT- en bedrijfsinfrastructuren.

Volgens Meijer is het tijdperk waarin een display op zichzelf stond, definitief voorbij. “In een vergaderruimte gaat het niet meer alleen om een scherm. Het gaat om camera’s, software, connectiviteit en beheer. Wij zijn eigenlijk altijd onderdeel van een totale propositie.”

Die gedachte geldt niet alleen voor meetingrooms, maar ook voor sectoren als retail en hospitality. Digitale schermen maken het mogelijk om content centraal aan te sturen en gelijktijdig te wijzigen. “Dat is het grote voordeel ten opzichte van papier. Je weet dat je merk overal consistent wordt gepresenteerd.”

Achter die zichtbare laag zit software die zorgt voor beheer, monitoring en contentdistributie. Samsung levert daarvoor eigen tooling, in de vorm van het cloudgebaseerde platform VXT, dat wordt gebruikt voor het centraal beheren en plannen van content, het op afstand monitoren van schermen en het verzamelen van basisinformatie over prestaties en beschikbaarheid. Samsung laat ook ruimte voor oplossingen van derden. “We willen flexibel blijven. Partners moeten hun eigen keuzes kunnen maken.”

Partnerschap als kernstrategie

Samsung levert zijn professionele oplossingen vrijwel altijd via partners. Dat is volgens Meijer een bewuste strategie. “Samenwerking zit in de kern van ons bedrijf. Je combineert zo het beste van meerdere werelden.” Tegelijkertijd kiest Samsung ervoor om resellers niet strak te sturen met vaste proposities of verplichte modellen. “Veel AV-partners werken met maatwerk. Als wij te veel gaan voorschrijven, haken ze af. Wij willen aanvullend zijn, niet beperkend.”

Daarmee wil het bedrijf zich onderscheiden van de aanpak van partijen die complete, vooraf gedefinieerde oplossingen aanbieden. In de AV-markt blijft ruimte voor specialistische integratie en maatwerk belangrijk. “Bij boardrooms of high-end vergaderruimtes wil elke klant iets anders. Dat is waar partners hun waarde toevoegen.”

Van consumenten naar zakelijk

Samsung is bij het grote publiek vooral bekend als consumentenmerk. In de zakelijke markt speelt dat imago volgens Meijer juist in het voordeel. “De merknaam staat voor kwaliteit. Die lading nemen we mee naar B2B, maar daar komen andere eisen bij: zekerheid, veiligheid en continuïteit.”

Zakelijke klanten willen weten dat een leverancier ook op langere termijn verantwoordelijkheid neemt. “Als er iets misgaat, verwachten klanten dat Samsung het oplost. Die verwachting moeten we waarmaken.” Volgens Meijer wordt dat in de praktijk ook herkend. “Partners en eindgebruikers weten dat wij achter onze producten staan. Dat schept vertrouwen.”

Ecosystemen en software

Hoewel Samsung sterk inzet op samenwerking met partners, bouwt het bedrijf ook eigen ecosystemen, met name rond digital signage. De bijbehorende beheersoftware speelt daarin een centrale rol. “Hardware wordt steeds meer uitwisselbaar. Dan wordt de softwarelaag belangrijk. Daarmee kun je prestaties optimaliseren en het beheer vereenvoudigen.” Het uitgangspunt is steeds de klantbehoefte. “Je kijkt van buiten naar binnen: wat heeft deze organisatie nodig om haar schermen optimaal te laten functioneren?”

Een belangrijk thema in het gesprek is het verschil tussen consumenten-tv’s en professionele displays. Dat onderscheid is voor veel organisaties nog niet altijd duidelijk. “Een professioneel display is gebouwd op lange branduren, soms 16 uur per dag, zeven dagen per week,” legt Meijer uit. “Een gewone tv is daar niet voor gemaakt.” Daarnaast spelen duurzaamheid, helderheid en betrouwbaarheid een grote rol. “Na een half jaar verkleuring of uitval wil niemand. In professionele omgevingen moet het gewoon blijven werken.” Volgens Meijer is dat ook zichtbaar bij nieuwe technologieën zoals LED-wanden. “Je ziet grote kwaliteitsverschillen. Sommige systemen gaan tien jaar mee, andere vertonen snel defecten.”

Displays als onderdeel van IT-infrastructuur

Sinds corona zijn schermen steeds meer geïntegreerd geraakt in IT-omgevingen. Vergaderruimtes zijn uitgegroeid tot volwaardige digitale werkplekken. “IT-managers willen weten of een scherm werkt, of er storingen zijn, en daar automatisch meldingen over krijgen,” zegt Meijer. “Een meetingroom is inmiddels gewoon een onderdeel van het netwerk.” Daarmee verschuift de verantwoordelijkheid deels van AV naar IT. Betrouwbaarheid en beheer op afstand worden belangrijker dan ooit.

Ook AI komt aan bod, met name in relatie tot nieuwe interactieve toepassingen. Meijer ziet displays steeds vaker als interface voor AI-diensten. “AI is vaak onzichtbaar. De vraag is: hoe maak je het bruikbaar voor mensen? Displays kunnen daar een rol in spelen.” Voorbeelden zijn interactieve balies, digitale assistenten en virtuele agents in winkels of kantoren. “Je ziet start-ups die AI koppelen aan visuele presentaties. Dat geeft hun oplossingen meer beleving.” Daarnaast wordt AI ingezet voor beeldoptimalisatie. “Onze Vision AI past het scherm aan op de omgeving, zodat je altijd de beste kijkervaring hebt.”

Ontwikkelingen in werkplekmonitoren

Professionele monitoren voor werkplekken veranderen. Volgens Meijer draait het steeds meer om eenvoud en integratie. “Met één USB-C-kabel kun je tegenwoordig je hele werkplek aansluiten. Dat is standaard aan het worden.” Duurzaamheid speelt eveneens een grotere rol, met schermen die automatisch dimmen of uitschakelen. Daarnaast groeit het formaat. “We bewegen van 24 en 27 inch richting 34 inch en groter, vaak curved.” Nieuwe technologieën komen vaak uit de gamingmarkt. “Daar zie je innovaties zoals brilvrij 3D. Die sijpelen later door naar zakelijke toepassingen.”

Als Meijer vooruitkijkt, hoopt hij dat Samsung zich verder ontwikkelt tot een brede zakelijke technologiepartner. “Niet alleen displays, maar ook mobiele apparaten, klimaatoplossingen en andere systemen. Alles komt samen in geïntegreerde omgevingen.” Die kruisbestuiving ziet hij al bij grote klanten. “Je begint met één productlijn en groeit door naar een bredere samenwerking.”

 

Begin september was ChannelConnect, in samenwerking met Dutch IT, aanwezig op Cybersec 2025 – hét evenement waar de nieuwste trends en innovaties in digitale veiligheid centraal stonden. Deze week publiceren we een reeks video’s waarin experts en professionals hun visie delen op de toekomst van cyber security. In deze aflevering gaat Andy French van Object First in gesprek.

Bekijk de video hieronder:

Andy French heeft meer dan 30 jaar ervaring in de IT-sector binnen diverse B2B- en B2C-markten, voornamelijk in marketing-, business development- en productmanagementfuncties. Vanuit zijn standplaats in Düsseldorf trad French in augustus 2023 toe tot het team van Object First, met de focus op zakelijke groei in de DACH-regio, de Benelux en Scandinavië. In augustus 2024 maakte hij de overstap naar een wereldwijde rol als Director of Product Marketing.

Sinds begin dit jaar heeft IT-dienstverlener Vooruit een eigen security–afdeling. Aan het roer staat Earth Grob, een specialist die zijn sporen verdiende bij Fox IT en als tiener begon met hacken. Met zijn team bouwt hij aan een aanpak die zich onderscheidt door niet alleen te adviseren, maar ook daadwerkelijk te implementeren. “Klanten hebben niets aan nog een rapport in de la. Ze willen dat hun IT-omgeving veilig wordt gemaakt.”

Jij begon ooit als hacker. Hoe is dat gegaan?

“Dat klopt. Als puber mocht ik thuis maar beperkt internetten of gamen. Toen mijn ouders de router uitzetten, besloot ik de wifi te -hacken. En omdat ik elke avond mijn iPod moest inleveren, legde ik er een kapot exemplaar neer dat ik via Marktplaats had gekocht. Zo hield ik toch toegang. Dat ondeugende en rebelse zat er vroeg in. Later ben ik informatica gaan studeren in Delft. Dat was niet altijd mijn passie – ik wilde vooral systemen kraken – maar achteraf legde die studie een belangrijke basis voor mijn werk in security.”

Wat was je eerste stap in de cybersecuritywereld?

“Mijn eerste baan was bij een klein securitybedrijf, daarna ben ik naar Fox IT gegaan. Daar heb ik veel geleerd, zowel over offensieve security – het hacken – als over defensieve aspecten, zoals incident response. Ik mocht er veel verschillende rollen vervullen, tot en met voorzitter van de ondernemingsraad. Die brede ervaring heeft mijn blik verruimd. Maar ik zag ook de keerzijde van consultancy: klanten betalen soms tonnen voor rapporten, terwijl hun problemen onopgelost blijven.”

Was dat de reden om met een team van Fox IT naar Vooruit te gaan?

“Ja. We zagen dat het vaak bij rapporteren bleef. Terwijl je als securityspecialist juist wilt dat een klant daadwerkelijk veiliger wordt. Ik ben iemand die graag de knop omzet in plaats van er alleen over schrijft. Samen met vier collega’s ben ik in januari naar Vooruit overgestapt. Inmiddels zijn we met tien mensen. Vooruit gaf ons de kans om een eigen businessunit cybersecurity op te zetten, waarin we onze visie kunnen uitwerken.”

Wat maakt die visie anders dan bij veel andere partijen?

“Vooruit wil security tastbaar -maken. We adviseren niet alleen, we voeren ook uit. Dat betekent dat we klanten helpen bij pentesten en incident response, maar ook bij implementatie en beheer. Ik heb bij de start een businessplan geschreven waarin we nadruk leggen op security engineering. Daarmee willen we de brug slaan tussen advies en praktijk. Klanten krijgen bij ons niet alleen een APK, maar ook de monteur die het probleem direct oplost.”

Hoe werkt dat concreet in de praktijk?

“Voor sommige klanten, zeker mkb-bedrijven, nemen we de beveiliging volledig over. Die hebben vaak niet de kennis of capaciteit om met complexe oplossingen te werken. Dan regelen wij het gewoon. Voor grotere klanten – bijvoorbeeld in de zorg of de publieke sector – vullen we bestaande teams aan. Onze oplossingen zijn gebundeld in pakketten onder de naam Vooruit Beschermt: basis, uitgebreid of compleet, afhankelijk van het risicoprofiel. Zo willen we security overzichtelijker en beter toepasbaar maken.”

Voor sommige klanten, zeker mkb-bedrijven, nemen we de beveiliging volledig over

Je noemde eerder je frustratie over rapporten die in een la verdwijnen. Kun je een voorbeeld geven?

“Zeker. Ik heb meegemaakt dat er €80.000 werd uitgegeven aan adviesrapporten, zonder dat er iets was opgelost. Terwijl ik wist dat ik met een paar aanpassingen direct resultaat kon bereiken. Dat is zonde van het geld en de tijd. Wij willen dat anders doen. Soms betekent dat dat we tijdens een incident–responsecase zeggen: we kunnen nu uren onderzoek doen, maar daar word je niet veiliger van. Laten we liever de aanbevelingen meteen -implementeren.”

Voor het mkb speelt ook het kosten-aspect sterk. Hoe ga je daarmee om?

“Klopt. Voor kleinere bedrijven is security vaak een kostenpost. Ze begrijpen dat het belangrijk is, maar hebben beperkte middelen. Dan moet je creatieve keuzes maken. Een enterprise kan zich uitgebreide logging veroorloven; bij een mkb-klant kijken we misschien alleen naar inlogacties. Het gaat erom dat de maatregelen in verhouding staan tot de risico’s. Daarnaast helpt de overheid met subsidies, zoals via het Digital Trust Center. Dat maakt het voor kleine organisaties haalbaarder om stappen te zetten.”

Je noemde ook voorbeelden van misconfiguraties, zoals open cloud–buckets.

“Ja, dat blijft een groot probleem. Wij hebben eens gekeken hoeveel paspoorten we konden vinden via verkeerd geconfigureerde S3- en Azure-buckets. Binnen twee uur hadden we documenten uit tachtig landen. Het erge is dat zulke -buckets standaard ‘privé’ staan. Het zijn dus fouten van beheerders die ze per ongeluk openzetten. Zulke basisproblemen zijn relatief eenvoudig te voorkomen met toegangscontroles, maar komen toch telkens terug. En dat geldt ook voor kwetsbaarheden als cross-site scripting, die al sinds 2002 bekend zijn.”

Zijn wetten als NIS2 dan niet nodig om organisaties wakker te schudden?

“Die zijn zeker nuttig. Veel eisen zijn eigenlijk vanzelfsprekend, zoals multifactor-authenticatie. Dat je daar anno 2025 nog over moet discussiëren bij bedrijven die met medische data werken, is onvoorstelbaar. Wetgeving legt druk op organisaties om in actie te komen. Maar de interpretatie en implementatie blijven lastig, zeker voor kleinere bedrijven. Daarom zie ik het als onze rol om die vertaalslag te maken: wat moet je echt doen, wat kan praktisch en wat is haalbaar?”

Vooruit bouwt deels ook eigen oplossingen. Wat doen jullie zelf en wat koop je in?

“Het is een mix. Voor endpoint-detectie en -respons gebruiken we bijvoorbeeld ESET. Daarmee maken we bewust de keuze voor een Europese leverancier. Bovenop die -tooling schrijven we onze eigen detectieregels. Daarnaast bouwen we zelf netwerksensoren en hebben we een eigen threat-intelportaal ontwikkeld. We noemen die Vooruit Observatie Service of VOS. Dat portaal haalt informatie uit publieke bronnen zoals het NCSC, maar de engine is door ons team gebouwd. Zo combineren we bestaande oplossingen met -eigen innovatie, zodat we klanten echt maatwerk kunnen bieden.”

Een veelgehoord begrip in security is zero trust. Hoe kijken jullie daar tegenaan?

“Zero trust klinkt mooi, maar in de praktijk moet je altijd zoeken naar een compromis. Een security-engineer zegt: alles dicht, een beheerder zegt: het moet werkbaar blijven. Uiteindelijk moet je per klant bepalen waar het evenwicht ligt. Bij een zorginstelling maak je andere keuzes dan bij een gemeente. Het belangrijkste is dat security en beheer met elkaar in gesprek zijn. Daarom hebben we bewust een team waarin beide disciplines samenwerken.”

Wat zie jij als de grootste dreiging: cybercriminelen of statelijke actoren?

“De meeste schade wordt veroorzaakt door criminelen. Natuurlijk zijn statelijke actoren gevaarlijk. Zij ontwikkelen vaak de tools en exploits. Maar zodra die publiek bekend worden, gaat de criminele onderwereld ermee aan de haal en dan wordt de impact veel -groter. Een APT kost miljoenen om op te zetten. Een criminele groep kan met dezelfde kwetsbaarheid duizenden organisaties platleggen. Dat volume maakt het risico groter. Ik vind dat we ons daar niet blind op moeten staren: de alledaagse aanvallen zijn vaak het schadelijkst.”

Maak je je zorgen over de vitale infrastructuur in Nederland?

“Ja, dat is altijd een punt van aandacht. Ik heb meerdere trajecten gedraaid bij waterschappen. Gelukkig wordt daar in Nederland veel aandacht aan besteed. Waar ik me meer zorgen over maak, is dat we te veel blijven hangen in rapporteren en adviseren. Uiteindelijk moeten systemen daadwerkelijk worden beveiligd. Dat geldt net zo goed voor energiebedrijven als voor kleinere mkb’ers.”

Waar hoop je over een paar jaar te staan met de security-afdeling van Vooruit?

“Dat we bekendstaan als de partij die dingen oplost. Dat klanten ons bellen omdat ze weten dat er niet alleen een adviesrapport komt, maar dat er daadwerkelijk iets gebeurt. En dat we ook voor kleinere organisaties een manier hebben gevonden om security haalbaar te maken. Want uiteindelijk draait het erom dat je risico’s verkleint en dat je als organisatie gewoon door kunt werken.”

Tijdens het recente partnerevent van Dstny stond de toekomstvisie van CEO Daan De Wever centraal. Zijn verhaal over SmartFlow liet zien waar Dstny naartoe wil: eenvoud, openheid en slimme koppelingen tussen technologieën. Maar voor partners en klanten telt vooral wat er vandaag mogelijk is. In dat kader introduceerde Dstny een interessante uitbreiding: Call2Teams/Go: Microsoft Teams gebruiken voor telefonie, zónder Microsoft-licentie.

“Call2Teams/Go is eigenlijk de nieuwste uitbreiding binnen ons UCaaS-platform,” zegt Enrico Pelsers, Product Manager bij Dstny Nederland. “Met deze oplossing kunnen gebruikers bellen vanuit Microsoft Teams, maar dan zonder dat je een dure Teams Phone-licentie van Microsoft nodig hebt. Dat scheelt per gebruiker al snel 5 tot 10 euro per maand.” De oplossing maakt gebruik van officiële Microsoft API’s, en draait bovenop de vertrouwde Dstny-telefonieomgeving. “Partners hoeven dus geen complexe Microsoft-certificeringstrajecten meer te volgen, maar kunnen wel bellen via Teams aanbieden.”

Partners hoeven dus geen complexe Microsoft-certificeringstrajecten meer te volgen

Die eenvoud is geen toeval, legt Jurgen Vermeeren, Partnermanager bij Dstny Nederland, uit: “Partners willen wel, maar hebben vaak geen tijd of mankracht om alles uit te -zoeken. Wij maken het zo simpel mogelijk. Met onze tooling log je in op het partnerplatform, selecteer je de gebruikers, wijs je licenties toe – en klaar. De Powershell-scripts en provisioning op de achtergrond -regelen wij.”

Eén platform, meerdere ervaringen

Het idee achter Call2Teams/Go past in Dstny’s bredere strategie, waarbij het bedrijf flexibiliteit en gebruiksgemak centraal wil stellen. “Onze visie is dat partners hun klanten een volledige communicatieoplossing kunnen bieden, zonder technische barrières,” zegt Pelsers. “Of het nu gaat om UC via onze eigen interface ConnectMe, of via Teams, het fundament is steeds hetzelfde.”

Enrico Pelsers, Product Manager bij Dstny Nederland

Dat fundament is het UCaaS–platform van Dstny. Partners -leveren dit white label of onder Dstny’s merknaam, en combineren het met aanvullende diensten zoals wachtrijen, CRM-integraties of analytics. “De meeste mkb-klanten komen van een ander platform en zijn gewend aan bepaalde functionaliteit,” vervolgt Pelsers. “Teams op zichzelf is daarin vaak beperkt. Wij bieden een volwaardige telefooncentrale die in Teams geïntegreerd is – zonder de beperkingen van Operator Connect of Microsoft Calling Plans.”

SmartFlow als integratielaag

Call2Teams/Go is het eerste zichtbare resultaat van de bredere SmartFlow-visie die Dstny vorig jaar lanceerde. Deze strategische laag verbindt alle oplossingen die het bedrijf in de afgelopen jaren via overnames heeft binnengehaald. “Denk aan Easybell in Duitsland of Flexfone in Denemarken,” zegt -Pelsers. “Al die technologieën willen we verbinden via onze eigen interface: ConnectMe. Dat is de voorkant waarmee gebruikers bellen, chatten, wachtrijen instellen en rapportages maken. SmartFlow maakt het mogelijk om ConnectMe straks ook bovenop andere PBX’en te draaien.”

Al die technologieën willen we verbinden via onze eigen interface: ConnectMe

Zo ontstaat er een modulaire omgeving waarin partners niet meer hoeven te kiezen tussen technologieën, maar verschillende componenten kunnen combineren. “We willen toe naar één portal, één beheer-omgeving, één gebruikerservaring – onafhankelijk van de achterliggende technologie,” zegt Vermeeren. “En dat werkt alleen als je alles in stapjes kunt uitrollen.”

Slim bouwen, niet concurreren

De keuze om met Teams te integreren, is strategisch. “Je moet Teams niet willen bevechten, je moet het omarmen,” zegt Pelsers. “Met 300 miljoen gebruikers per maand is het een platform waar je op moet aanhaken. Dan moet je wel iets toevoegen: gebruiksvriendelijkheid, snelle provisioning, en natuurlijk kostenvoordeel.”

Met 300 miljoen gebruikers per maand is het een platform waar je op moet aanhaken

Dat geldt ook voor andere Dstny–diensten. “Onze digitale assistent – gebaseerd op AI – is daar een goed voorbeeld van. Die ontwikkelen we als een overkoepelende functie binnen SmartFlow. Niet -alleen voor ConnectMe, maar straks ook voor andere apps,” vertelt -Pelsers. Zo bouwt Dstny gestaag aan zijn toekomstvisie, waarin UC, AI en partner-ondersteuning samen-komen.

Focus op het kanaal

Die partnerfocus blijkt ook uit de manier waarop Dstny zijn oplossingen aanbiedt. “Je kunt bij ons wholesale-diensten inkopen die het verschil maken,” legt Pelsers uit. “We leveren onze technologie zo dat de partner deze onder eigen merknaam kan voeren, met alle ondersteuning die daarbij hoort.”

Je kunt bij ons wholesale-diensten inkopen die het verschil maken

De introductie van Call2Teams/Go laat zien hoe Dstny zich inspant om actuele klantwensen – bellen in Teams – te koppelen aan de behoefte van partners: eenvoud, marge, en controle. Pelsers vat het samen: “Dit is een product waar je vandaag mee aan de slag kunt. Maar het laat ook zien welke richting we opgaan met SmartFlow: een flexibele, toekomstbestendige UC-omgeving waarin de partner centraal staat.”

Vermeeren besluit: “Partners hoeven niet bang te zijn voor complexiteit. Ze kunnen met Call2Teams/Go een moderne Teams-integratie leveren zonder dat ze Microsoft-expert hoeven te zijn. Dat is de meerwaarde die wij als leverancier willen bieden.”

Diederik Wennekes is Managing Director van IT-dienstverlener Varity, een onderneming die zich ontwikkelde van webhostingaanbieder tot een serieuze speler op het gebied van cloud- en securityoplossingen. “Soevereine cloud? Bij en met ons kan het.”

Wat ooit begon als een onderneming in de hostingwereld, is uitgegroeid tot een organisatie met ongeveer 35 medewerkers, verspreid over meerdere locaties, met klanten in binnen- en buitenland. “We zijn 16 jaar geleden begonnen als Trans-IX,” vertelt Wennekes. “In 2023 hebben we SIS Automatisering overgenomen en dat was het moment waarop we de naam hebben veranderd naar Varity.”

De oorsprong van Varity ligt in webhosting. “Zo begonnen we. Van daaruit zijn we doorgegroeid naar kantoorautomatisering en alles wat daarbij hoort, met onder meer VoIP. Altijd met onze eigen cloudinfrastructuur, met eigen apparatuur en verbindingen in meerdere datacenters, volledig in eigen beheer.”

Tegenwoordig biedt Varity een breed scala aan diensten aan, van IaaS en VoIP tot 24/7 beheer en support.

Impact van NIS2

Security speelt daarbij een steeds grotere rol. “We zijn inmiddels al zeven jaar ISO- en NEN-gecertificeerd,” vertelt Wennekes. “Security zit echt diep in onze werkwijze, en we zijn druk bezig met de NIS2-regelgeving. Niet alleen voor onze eigen infrastructuur, maar vooral ook richting klanten.”

Security zit echt diep in onze werkwijze.

Veel mkb’s, vertelt hij, zijn zich niet altijd bewust van de risico’s. “Je moet, zeker bij bedrijven tot tien werkplekken, klanten soms overtuigen om werk te maken van hun beveiliging.” Nu verbaast dat de Managing Director niet, gezien de kosten en de complexiteit die samen kunnen hangen met goede security. “Maar wij nemen daarin wel onze verantwoordelijkheid als msp, ook al omdat een organisatie als de onze daadwerkelijk onder de NIS2-regelgeving valt.”

De doelgroep van Varity is de laatste jaren verschoven. Waar eerder organisaties onder de tien werkplekken bediend werden, richt het bedrijf zich nu vooral op het grotere mkb. “Alles boven de vijftien werkplekken is voor ons interessant. Daarnaast leveren we IaaS-activiteiten voor wat grotere partijen, dat zijn bijvoorbeeld bedrijven in de olie, finance en zorg.”

Wat opvalt aan de aanpak van Varity is de samenwerking met andere technisch georiënteerde partijen, zowel klanten als partners. “We worden vaak ingeschakeld als verlengstuk van een IT-team. Veel van onze klanten hebben zelf ook IT’ers in dienst, maar zoeken aanvullende expertise of capaciteit. En met partners werken we vooral samen om landelijke dekking te realiseren. Wij zitten in Wormer, maar als een klant in Limburg zit, dan is het prettig om lokaal iemand te hebben die dezelfde taal spreekt – letterlijk en figuurlijk.”

Veel van onze klanten hebben zelf ook IT’ers in dienst, maar zoeken aanvullende expertise of capaciteit.

Veilig internetprotocol

Een van de meest veelbelovende ontwikkelingen binnen Varity is de uitrol van SCION. “Dat is de afgelopen twaalf jaar ontwikkeld in Zwitserland. Het is een internetprotocol en wordt gezien als de opvolger van BGP,” legt Wennekes uit, refererend aan het Border Gateway Protocol. “Het grote voordeel van SCION is dat je zelf kunt bepalen hoe je dataverkeer over het internet loopt. Je krijgt dus niet automatisch de goedkoopste of snelste route, zoals bij BGP, maar de veiligste of meest betrouwbare.”

Het grote voordeel van SCION is dat je zelf kunt bepalen hoe je dataverkeer over het internet loopt.

Voor organisaties die met gevoelige gegevens werken, zoals banken, is dat een gamechanger, want bij SCION praat je over gesloten netwerken. “Je kunt complete geïsoleerde netwerken bouwen en end-to-end encrypten.”

De commerciële variant van SCION, dat zelf een stichting is die de open-source software managed, heet Anapaya, en Varity heeft de exclusieve uitrolrechten gekregen voor de Benelux. “We zijn daar ontzettend trots op,” zegt Wennekes. “Het interesseert veel overheden, financiële instellingen en ziekenhuizen.”

Concreet draait de software op een core server, die als router fungeert, en edges die bij klanten draaien on-premise of in de cloud. “En straks heb je ook nog een gate-client, waarmee apps rechtstreeks kunnen connecten met het SCION-netwerk. Gebruikers of hun partners kunnen zelf een isolated domain maken en bepalen wie er wel of niet op kan komen. Het is extreem schaalbaar en veilig.”

Europese onafhankelijke cloud

Een ander project dat Varity nauw aan het hart ligt, is het samenwerken met Whitesky, een Belgische partij die een controlpanel op KVM Hypervisor bouwde. Wennekes: “We draaien dat in een van onze Nederlandse datacenters. Alles soeverein geen Amerikaanse afhankelijkheid, dus Open Cloud.”

Via dit platform kan Varity eenvoudig virtuele machines, storage en complete omgevingen aan­bieden aan klanten. “En als andere providers ook via dit platform ­willen leveren, kan dat. Zo bouwen we samen aan een Europese cloud, die echt onafhankelijk is.”

We bouwen samen aan een Europese cloud, die echt onafhankelijk is.

Die onafhankelijkheid viel ook op bij SURF, voor meer dan 1500 ­onderwijsinstellingen een belangrijke IT-organisatie. “We hebben meegedaan aan een Europese aanbesteding voor het leveren van cloudcapaciteit gedurende vier jaar, en zijn één van de 30 partijen die zijn geselecteerd.”

Volgens Wennekes is dat een duidelijk signaal dat er behoefte is aan alternatieven voor de grote Amerikaanse aanbieders als Google, Azure of AWS. “Universiteiten willen grip houden op hun data en infrastructuur. Met ons kunnen ze dat met een eigen cloud en Europese software.”

De Ops in DevOps

Ondanks het technologisch hoge niveau blijft het vinden van personeel een uitdaging, zeker als developers gezocht worden die buiten de paden van de Amerikaanse providers kunnen denken, zoals het geval is bij Whitesky. “De hypervisors bieden vaak mooie tools aan, die prima gebruikt kunnen worden in testomgevingen. Zodra de oplossing in productie draait of het verkeer meegroeit met het bedrijf, stijgt ook de te betalen rekening waarmee de hypervisors komen fors.”

Varity definieert zichzelf als de Ops in DevOps. “We zijn operators. Developers hebben dan soms het gevoel op ons te moeten wachten en de hypervisors speelden daarop in door te zeggen: ‘klik je oplossing zelf bij elkaar’. Dus de afgelopen vijf jaar zag je dat men de Ops in Dev­Ops probeerde minder belangrijk te maken. Maar zo ontstaat wel een lock-in. Wie met ons werkt krijgt een alternatief.”