Leverancier van glasvezel- en coaxmaterialen Maunt kondigt de overname aan van Infra Systems Nederland (ISN). Dit bedrijf ontwikkelde de afgelopen 25 jaar glasvezeloplossing voor onder meer KPN, Eurofiber en de overheid. 

ISN werkt ook intensief samen met verschillende grote aannemers voor datanetwerken binnen de energie-, infra-, data-, rail- en datacentermarkt. Maunt hoopt met deze overname een grote stap te zetten in zijn groeistrategie, en tegelijk hiermee zijn portfolio aan glasvezelkabels, -buizen, -handholes, -lasmoffen en – accessoires te verbreden.

Maarten Verbunt, algemeen directeur en eigenaar van Maunt: “De overname van ISN versterkt onze positie binnen de diverse markten. ISN heeft in de afgelopen decennia een uitstekende naam opgebouwd met topmerken als Fibrain, Zweva, Emtelle, 3M, Corning en Dura-Line. De kracht van deze overname ligt niet alleen in het implementeren van ISN in de systemen van Maunt, maar ook in het feit dat de directieleden Ron Bron en Frank Hermans aan ISN verbonden blijven om met hun kennis en ervaring de klanten en businesspartners te blijven bedienen”

Ron Bron, algemeen directeur en medeoprichter ISN: “Deze overname is een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van het bedrijf dat we samen met onze collega’s de afgelopen 25 jaar hebben opgebouwd. Deze strategische stap markeert het begin van een nieuw hoofdstuk vol mogelijkheden en groei waar wij onze volledige medewerking en ondersteuning aan zullen geven. Wij kijken uit naar een mooie en succesvolle toekomst.”

IT-dienstverlener Claranet organiseert de komende tijd een serie bijeenkomsten onder de noemer Software Innovation Lunch. De eerste was 24 mei in Den Bosch en ChannelConnect was erbij.

Claranet zelf komt tijdens deze lunches niet uitgebreid aan het woord, het is een event voor en door softwarebedrijven. Wel legde Efrym Willems, Accountmanager bij Claranet Benelux uit waarom het bedrijf dergelijke lunches organiseert. “Wij komen bij en met onze klanten zowel in Nederland als in het buitenland veel met softwareleveranciers en softwarepartijen in contact.” Willems ziet daarbij dat er in die markt veel veranderingen plaatsvinden. “Om met elkaar over die snelle ontwikkelingen te praten willen we een laagdrempelige community opbouwen.” Dit alles om softwarepartijen in een informele setting bij elkaar te brengen. En hen met elkaar te laten netwerken. “We kunnen van elkaar leren, dat is eigenlijk de achtergrond van ons initiatief.”

Software als bord spaghetti

Tijdens de eerste sessie kwamen Luc Brandts, CEO van Software Improvement Group (SIG) en Pascal Widdershoven (foto), CEO van Kabisa aan het woord. De afgelopen jaren heeft Software Improvement Group meer dan 200 miljoen regels softwarecode gezien. “Het is eigenlijk eng welke misstanden je dan aantreft,” geeft Brandts aan. De CEO legt uit dat zijn bedrijf dagelijks bezig is met het bepalen van de kwaliteit van software, en die kan geschreven zijn in 309 verschillende technologieën: van Java, via Fortran tot low-code. Brandts: “We hebben allemaal wel het idee dat software die geschreven is als een bord spaghetti niet heel goed kan zijn. Bouwkwaliteit, kwetsbaarheid en de snelheid waarmee patches worden doorgevoerd hangen met elkaar samen.”

Technische schuld

SIG bepaalt niet alleen de kwaliteit van de software maar ook de ‘ingebouwde’ technische schuld. “We kunnen dus zeggen: de developers die hier aan het werk waren bouwden niet alleen voor twintig manjaar software, maar creëerden ook vier manjaar schuld.” Dat gaat spelen bij kwetsbaarheden en incidenten, maar zeker ook als op de software verder wordt ontwikkeld terwijl de basis niet goed genoeg is.
Een trend die Brandts herkent in de markt is de opkomst van low-code software. “Die leidt ertoe dat niet-developers, of junior developers, software produceren die architectuur en dus bouwkwaliteit mist. Daarom zie je nog weinig heel grote en complexe omgevingen gebouwd worden met low-code. De berg spaghetti wordt dan immers te groot.”

Developers vinden patchen niet leuk

Schokkender voor de aanwezigen is het door Brandts gemelde feit dat 80% van alle open source code die in productie is kwetsbaarheden kent. “Je verwacht dat updates en patches snel worden geïnstalleerd, maar de bulk aan patches vindt in de praktijk pas na een tot vijf jaar plaats.”
Op de vraag hoe dat komt, antwoordde de CEO: “Het upgraden van kwetsbaarheden is een taak voor developers en die doen dat als het zo uitkomt, ze vinden testing en patching niet leuk. Het management van organisatie is zich daarvan niet bewust.”

Vervangt AI softwaredevelopers?

Pascal Widdershoven, van Kabisha, haakt vervolgens aan op de opmars van low-code en gaat een stap verder door de stelling op tafel te lebben dat AI softwareontwikkelaars overbodig zal maken. “Zelfs de CEO van Nvidia stelde al dat we het programmeren maar aan AI moeten overlaten.”
Widdershoven stelt dat de inzet van AI bij het programmeren niet onlogisch is. “Software is geschreven in een programmeertaal en systemen als ChatGPT richten zich op talige projecten.”

Testing steeds belangrijker

“Het gaat om het reviewen. Zoals vroeger een senior developer het werk van een junior analyseerde en corrigeerde, zo moet je ook nu kritisch kijken naar dat wat AI oplevert. Voor die skills heb je ervaring nodig, en die bouw je juist op door zelf te ontwikkelen.”
Daarbij reageerde Widdershoven op de opmerking van Brandts dat ontwikkelaars liever ontwikkelen dan patchen of testen. “In feite zou je als ontwikkelaar voordat je start met het ontwikkelen van een applicatie al eerst het testprotocol moeten schrijven. Als je dat helder hebt kan AI dat als basis gebruiken voor de code, die je dan ook meteen veel beter kunt testen. Testing wordt daarmee belangrijker dan ooit.”

Apple heeft dit jaar sinds 40 jaar een vestiging in Nederland. Het eerste kantoor met zes medewerkers was gevestigd in Zeist. Een overzicht van de mijlpalen en de speciale banden met Nederland.

Tegelijk met de lancering van de legendarische Macintosh in 1984 vestigde Apple zich ook in Nederland. Het was niet de eerste vestiging in Europa. In 1980 opende het bedrijf de eerste vestiging buiten de VS in Cork, Ierland. Di is nog steeds het hoofdkwartier voor EMEA.

De eerste vestiging in Nederland was in Zeist, met zes medewerkers. Twaalf jaar later zat de groei er flink in en verhuisde Apple naar Bunnik. Daar bleef het bedrijf ruim veertien jaar zitten. In 2010 toog het bedrijf naar het iconische Hirsch-gebouw aan het Leidseplein in Amsterdam, waar op de begane grond de eerste Apple Store in Nederland opende in 2012. Vanwege het internationale karakter van Amsterdam spreken de ruim 300 medewerkers van de winkel samen 14 talen.

De band met Nederland is warm, getuige de vele samenwerkingen met lokale bedrijven. Een oud familiebedrijf in de Achterhoek, Arco, is de leverancier van de meubels die in het hoofdkantoor van Apple in Cupertino. Het in 2021 overgenomen Nederlandse Primephonic, een streamingdienst gericht op klassieke muziek, stond aan de basis van Apple Music Classical.

De samenwerking met het Nijmeegse NXP (nu Nexperia) leidde tot de ontwikkeling van de NFC-functionaliteit in de iPhone 6. En van de twee recyclingrobots van Apple, Daisy, staat er een in Breda en deze verwerkt afgedankte iPhones voor heel Europa. De andere staat in Austin, Texas. Deze robots zijn ook inzetbaar voor andere leveranciers, benadrukt Apple.

Apple heeft voor de gelegenheid een playlist gemaakt met Nederlandse hits en een speciale lijst met apps van Nederlandse bodem.

 

Afgelopen dinsdag heeft een grote internationale operatie meerdere botnets opgerold. Dat meldt de politie op zijn website. Het gaat om de botnets IcedID, Smokeloader, SystemBC, Pikabot en Bumblebee. Daarbij zijn vier aanhoudingen en zestien doorzoekingen wereldwijd gedaan, waaronder een in Nederland. In totaal werden in het kader van ‘Operation Endgame’ ruim 100 servers offline gehaald en meer dan 2000 domeinnamen overgenomen. 

Volgens de politie is het de grootste operatie ooit in het bestrijden van botnets betrokken bij ransomware wereldwijd. Naar schatting loopt de financiële schade die de criminelen aangericht hebben bij bedrijven en overheidsinstellingen in de honderden miljoenen euro’s. Miljoenen particulieren zijn volgens de politie ook slachtoffer geworden omdat hun systemen waren geïnfecteerd, waardoor ze onderdeel werden van deze botnets.

In Nederland leidde de operatie met gezamenlijke inspanningen van Team High Tech Crime van de Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies en diverse politie-eenheden onder leiding van het Openbaar Ministerie tot het offline halen van 33 servers in verschillende datacentra. Wereldwijd zijn er meer dan 100 computerservers offline gehaald, en werden er meer dan 2000 domeinnamen overgenomen. Van de verschillende botnets konden meer dan tienduizend geïnfecteerde computersystemen ontsmet worden door de-installatie van de malware.

Cryptovaluta

Uit de onderzoeken bleek dat een van de hoofdverdachten 69 miljoen euro aan cryptovaluta heeft verdiend met criminele activiteiten. De gezamenlijke acties werden uitgevoerd door de autoriteiten in de Nederland, Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Verenigde Staten, en het Verenigd Koninkrijk met ondersteuning van Europol en Eurojust. Daarnaast zijn er ook politieacties geweest in Oekraïne, Zwitserland, Armenië, Portugal, Roemenië, Canada, Litouwen en Bulgarije voor het aanhouden of verhoren van verdachten, doorzoekingen of het in beslag nemen en neerhalen van servers.

Na de eerdere ontmantelingen van onder meer botnets Emotet en Qakbot, bundelden de opsporingsdiensten hun krachten in de grootste internationale operatie tot nog toe, bestaande uit zeven onderzoeken naar verschillende verdachten en botnets. Het gaat om het IcedID botnet, Smokeloader botnets, SystemBC botnets, Pikabot, Trickbot en de restanten van het Bumblebee botnet. Het afgelopen jaar zijn naar schatting wereldwijd enkele miljoenen geïnfecteerde computers geïdentificeerd. Internationaal en nationaal is er samengewerkt met meerdere private partijen. Internationaal hebben de partners Cryptolaemus, Abuse.ch, Sekoia, Shadowserver, Team Cymru, Prodaft and Proofpoint een belangrijke bijdrage geleverd. In Nederland is er ook samengewerkt met partners van het Melissa-samenwerkingsverband: NFIR, Computest, Northwave en Fox-IT.

De politie benadrukt dat Operation Endgame nog niet klaar is. Nieuwe acties liggen in het verschiet en er wordt verder gezocht naar verdachten die nog niet konden worden gearresteerd.

Cisco Talos heeft een nieuwe functie ontwikkeld en gelanceerd die merk-impersonatie in e-mails moet detecteren. Het misbruiken van merknamen voor phishing en andere vormen van cybercriminaliteit neemt steeds grotere vormen aan. Met name de naam van Microsoft wordt veelvuldig gebruikt. 

De nieuwe functie maakt volgens Cisco gebruik van geavanceerde algoritmen en machine learning-technieken om verdachte e-mails te identificeren die merken proberen te imiteren. Door de inhoud van de e-mails te analyseren, inclusief de gebruikte merklogo’s, teksten en links, moet het systeem potentiële dreigingen nauwkeurig herkennen en markeren.

Wat deze functie onderscheidt, is het vermogen om verschillende technieken voor merk-impersonatie te detecteren, zegt Cisco. “Waaronder het invoegen van merklogo’s in e-mailinhoud, het gebruik van merknamen in HTML-bronnen en het ophalen van merklogo’s van externe servers.”

Merk-impersonatie is een vorm van cybercriminaliteit waarbij kwaadwillenden zich voordoen als een legitiem merk of bedrijf om gebruikers te misleiden en gevoelige informatie te stelen of andere schadelijke activiteiten uit te voeren. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door het verzenden van phishing-e-mails die lijken afkomstig te zijn van bekende merken, het creëren van nepwebsites die lijken op de officiële sites van bedrijven, of het gebruik van vervalste communicatiekanalen zoals sociale media-accounts of telefoongesprekken.

Top 10

Uit onderzoek van Cisco Talos over de maand maart van dit jaar komt de volgende top 10 van meest misbruikte merken naar boven, waarbij Microsoft met kop en schouders boven alle andere bedrijven uitsteekt.

Microsoft: Voornamelijk in valse SharePoint-phishing berichten.
DocuSign: Vaak gezien in phishing-berichten die doen alsof ze DocuSign documenten bevatten.
Amazon: Veelvuldig gebruikt in callback phishing-berichten.
NortonLifeLock: Veelvuldig gebruikt in callback phishing-berichten.
PayPal: Populair bij aanvallers vanwege de brede gebruikersbasis.
Chase: Geïmiteerd in e-mails die vaak financiële gegevens proberen te stelen.
Geek Squad: Gebruikt in phishing-berichten die technische ondersteuning suggereren.
Home Depot: Vaak gebruikt in berichten die speciale aanbiedingen of prijzen beloven.
Adobe: Voornamelijk in valse InDesign-phishing berichten.
Instagram: Gebruikt in phishing-berichten die technische ondersteuning suggereren.

Volgens het laatste onderzoek van het Digital Trust neemt een flink deel van het Nederlandse bedrijfsleven nog onvoldoende beschermende maatregelen tegen cyberdreigingen. DTC heeft onderzoeksinstituut TNO daarom gevraagd om te onderzoeken hoe de actiebereidheid vergroot kan worden bij de ruim 2,3 miljoen bedrijven die tot de doelgroep van het DTC behoren. Het doel van het onderzoek is om inzicht te geven in de motivaties en barrières die verschillende bedrijven ervaren bij veilig digitaal ondernemen.

TNO onderzocht op welke organisaties het DTC zich zou moeten richten, waarom deze bedrijven niet de noodzakelijke maatregelen nemen en hoe het DTC hierop kan reageren. Het onderzoeksrapport “Veilig digitaal ondernemen – Inzicht in motivaties en barrières door doelgroepsegmentatie”bevat deze inzichten en enkele aanbevelingen voor effectieve gedragsverandering bij ondernemers.

Via psychografische segmentatie is onderzocht welke groepen bedrijven onvoldoende beschermende maatregelen nemen. Traditionele segmentatie op basis van bedrijfseconomische of geografische kenmerken (bijvoorbeeld omzet, bedrijfstak, vestigingsplaats) schiet tekort volgens het DTC in het begrijpen van de redenen achter het gedrag van ondernemers.

Psychografische segmentering verdeelt bedrijven op basis van motivaties en barrières. Dit geeft inzicht in waarom ondernemers (on)voldoende veilig digitaal ondernemen. De segmentatie is gedaan op basis van interviews en een uitgebreid vragenlijstonderzoek onder een steekproef van de DTC-doelgroep, waarna verschillende statistische analyses hebben geleid tot 5 gesegmenteerde groepen.

De doelgroep van het DTC is op te delen in 5 subdoelgroepen. Deze subdoelgroepen verschillen van elkaar wat betreft de mate van veilig digitaal ondernemen en onderliggende gedragsbepalers. De 5 subdoelgroepen zijn Voorlopers, Uitbesteders, Overmoedigen, Machtelozen en Onverschilligen.

Bedrijven binnen de groep Voorlopers laten een patroon zien van het nemen van alle vereiste beschermende maatregelen. Ze zijn in staat om deze maatregelen te nemen, hebben de hulpbronnen om dat te doen en zijn zeer gemotiveerd. De groep Uitbesteders is van mening dat het nemen van beschermende maatregelen niet de verantwoordelijkheid is van hun eigen organisatie, en besteden hun cybersecurity in grote mate uit aan externe IT-serviceproviders.

Overmoedigen onderschatten de gevolgen van een cyberbeveiligingsincident. Deze organisaties geven niet veel om hoe hun organisatie bekend staat bij hun klanten en relaties wat betreft de mate van cyberveiligheid in hun bedrijfsvoering en denken dat de kans om slachtoffer te worden klein is. Machtelozen nemen onvoldoende beschermende maatregelen. Ze hebben weinig kennis, vaardigheden en hulpbronnen om zichzelf te beschermen. Onverschilligen nemen onvoldoende beschermende maatregelen. Tegelijkertijd zijn ze niet overtuigd dat het nemen van aanbevolen maatregelen daadwerkelijk de dreiging zal verminderen, ze zijn niet gemotiveerd om hun organisatie te beschermen en denken dat de kans om slachtoffer te worden klein is.

Deze segmentering biedt inzicht in de behoeften en uitdagingen van de verschillende groepen op het gebied van veilig digitaal ondernemen. Met deze kennis kunnen deze groepen gerichter ondersteund worden volgens het DTC bij het nemen van beschermende maatregelen. Op het gebied van het treffen van maatregelen voor veilig digitaal ondernemen zijn er 3 doelgroepen die achterblijven, de Overmoedigen, Machtelozen en Onverschilligen, samen vormen zij 66% van de bedrijven.

Het onderzoek heeft aangetoond welke specifieke motivaties en barrières er zijn voor bepaalde doelgroepen, zoals gebrek aan kennis en hulpbronnen voor de subdoelgroep Machtelozen. In het rapport zijn daarnaast verschillende interventies te vinden die bedrijven binnen deze doelgroepen kunnen motiveren om stappen te zetten om hun eigen cyberweerbaarheid te vergroten óf anderen te helpen.

Uit een analyse onder 80 scholen van onderwijsspecialist OMIX en integratiespecialist Enable U blijkt dat de meeste onderwijs specifieke applicaties nauwelijks worden geïntegreerd met andere gebruikte software. Dit belemmert volgens de bedrijven de samenwerking tussen en binnen onderwijsinstellingen. Daarnaast beperkt het de flexibiliteit van de IT-afdeling. “De verwachte groei in het aantal digitale integraties maakt de flexibiliteit om nieuwe software goed te kunnen implementeren nog urgenter”, stelt Niels Beckers, CMO van Enable U. 

De flexibiliteit om nieuwe digitale systemen te implementeren is volgens het onderzoek voor docenten van belang om aan de wensen van hun studenten tegemoet te komen. Denk hierbij aan het verstrekken van informatie over tentamens, notificaties bij roosterwijzigingen of het afstemmen van lesmateriaal per student. Het bestuur van een onderwijsinstelling heeft vaak andere eisen en wensen voor softwaresystemen, zoals rapportagefunctionaliteiten en compliance met regelgeving. “Flexibilisering vraagt veel van een onderwijsinstelling en de IT-afdeling. Dat kan alleen als de diverse informatiesystemen goed op elkaar zijn afgestemd. Alleen op deze manier kan voldaan worden aan de ICT-wensen van alle drie de belangrijke stakeholders: het bestuur, de studenten en de docenten”, aldus Rudi ter Riet, eigenaar en bestuurder bij OMIX.

Goede logistiek speelt een cruciale rol in het onderwijs volgens OMIX en Enable U. Zonder goede logistiek staan docenten voor lege collegezalen, zitten studenten in de verkeerde collegezaal, kunnen examens niet digitaal afgenomen worden en is er geen ruimte voor mensen met een afwijkende leerroute. De enige manier om dit te bereiken volgens de bedrijven is door de verschillende benodigde applicaties te integreren.

Om de ICT-uitdagingen in het onderwijs aan te pakken, kondigen OMIX en Enable U een strategische samenwerking aan. Deze samenwerking richt zich op het overbruggen van de kloof tussen bestaande processen en de noodzaak voor flexibiliteit en innovatie in de IT-infrastructuur van onderwijsinstellingen. Donderdag 13 juni organiseren OMIX en Enable U samen een online onderwijs en integratie kennissessie.

IT-consultancy bedrijf Devoteam heeft Marcel Braaksma benoemd tot Country Director voor de Microsoft activiteiten in Nederland. Hij neemt het stokje over van Freek Roelofs, die doorschuift naar de rol van Chief Operating Officer (COO). In deze nieuwe functie moet Roelofs een essentiële rol gaan spelen in het aansturen van de Nederlandse business units.

Braaksma heeft een verleden als onder andere Operations Director bij Macaw en Delivery Executive bij Microsoft. Braaksma: “Ik ben enthousiast om bij Devoteam te komen en deel uit te maken van een dynamisch team dat zich inzet voor het creëren van een betekenisvolle impact voor klanten. Samen zullen we de grenzen van innovatie blijven verleggen en onze klanten helpen nieuwe kansen voor succes te ontsluiten.”

Getac lanceert een nieuwe robuuste laptop met AI-functionaliteit ingebouwd. De S510 laptop is uitgerust met de Intel Core Ultra 5/7 en Intel AI Boost en Intel Graphics. Ook bevat het nieuwe model de speciale Microsoft Copilot-toets, voor toegang tot AI-functionaliteiten.

De S510 combineert de nieuwe functies met MIL-STD-810H en IP53 certificeringen, en een val- en trilbestendigheid tot 0,9 meter, volgens opgaaf van de fabrikant. Hij heeft een 15,6-inch scherm, met een helderheid van 1000 nits en Getac-technologie voor leesbaarheid in fel zonlicht. Het apparaat is uitgerust met WiFi 6E en Bluetooth 5.3, met als optie 4G-LTE en 5G Sub-6 connectiviteit. De laptop weegt 2,35 kg.

De S510 kan verder naar behoefte worden geconfigureerd, met opties zoals Thunderbolt 4-poorten , tot 64 GB DDR5 (standaard 8 GB) en tot 2 TB PCIe NVMe SSD-opslag (standaard 256 GB). Andere opties zijn onder meer een laser barcode scanner, een Dvd-speler, een tweede opslaggeheugen en/of een NVIDIA GPU.

De Nederlandse veiling van de landelijke 5G-netwerken gaat beginnen op 25 juni. Dat meldt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De tijdsduur is afhankelijk van het verloop van de biedingen. De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) maakt na afloop van de veiling bekend welke deelnemers (minimaal drie) landelijke frequenties voor snelle mobiele communicatie hebben verkregen.

Mobiele telecombedrijven kunnen vervolgens vanaf 1 augustus 2024 de nieuwe frequenties op de zogenoemde 3,5 gigahertz-band in gebruik nemen om overal in Nederland de 5G-technologie aan te bieden aan bedrijven, organisaties en consumenten. Ook blijft 2×50 megahertz (van de totale 400) in deze 3,5 gigahertz-band beschikbaar voor private, lokale 5G-netwerken. Deze banden komen beschikbaar voor toepassingen als virtual reality en slimme, complexe apparaten zoals zelfrijdende voertuigen of robots in fabrieken. Deze 2×50 megahertz wordt niet bij deze veiling verdeeld. Minister Micky Adriaansens heeft eerder al regelgeving gepubliceerd met daarin onder andere de opzet en de minimumopbrengst (170 miljoen euro) van de Nederlandse veiling.

Mijlpaal

De minister: “De aankomende veiling is een mijlpaal voor onze digitale ambities. Nederlandse bedrijven en consumenten hebben te lang op deze nieuwe landelijke 5G-netwerken moeten wachten. Terwijl ondertussen het dataverbruik sterk groeit en landen om ons heen al stappen hebben gezet. Om al die digitale bedrijfsprocessen, diensten en producten aan te kunnen, is het veilen van nieuwe mobiele frequenties in Nederland hard nodig.”

Voor de veiling heeft het ministerie van EZK besloten dat deelnemende marktpartijen over maximaal veertig procent van het totaal aan beschikbare frequenties kunnen beschikken. Dit gold ook bij de vorige veiling in 2020. Dat betekent dat er frequentieruimte beschikbaar is voor minimaal drie aanbieders van openbare 5G in de 3,5 GHz-band. Op die manier wil het ministerie van EZK garanderen dat er voldoende concurrentie blijft op de telecommarkt. Ook geldt er een ingebruiknameverplichting voor elke vergunning.

De veiling, die namens de minister wordt uitgevoerd door de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), vindt vanaf 25 juni elektronisch plaats. De vergunningen worden verdeeld in een meerrondenklokveiling. Deelnemers bieden bij oplopende prijzen op het aantal vergunningen dat zij wensen, net zo lang tot vraag kleiner of gelijk is aan het aanbod. De totale looptijd van de vergunningen is ruim zestien jaar: tot en met 31 december 2040.

Minimale snelheid

Bij de eerdere veiling in 2020 heeft het kabinet al hoogwaardige mobiele dekking vastgelegd met een dekkingseis op 98% van de oppervlakte van elke Nederlandse gemeente. Ook gelden daarin normen voor de minimale snelheid op de uiterste randen van een mobiel netwerk. Door deze eisen komt de Nederlandse mobiele internetsnelheid op gemiddeld meer dan 100 megabit per seconde. De maximum snelheid nabij een netwerkantenne ligt naar verwachting twintig keer zo hoog, boven 2 gigabit per seconde.