KPN lanceert de KPN Campus waarmee het 5G-diensten en toepassingen voor organisaties op locatie wil aanbieden. Hiermee wil KPN inspelen op de groeiende vraag van grootzakelijke klanten naar missie- en bedrijfskritische spraak- en datatoepassingen via het mobiele netwerk. De komende maanden introduceert KPN stapsgewijs verschillende KPN Campus-diensten die 5G, on-premise computing, indoor lokalisatie en lokale netwerken (LAN) combineren.

Afhankelijk van het digitaliseringsvraagstuk dat een organisatie heeft moet KPN Campus een connectiviteitsoplossing bieden, zoals public 5G voor indoor dekking en de mogelijkheid om mobiel dataverkeer lokaal af te handelen via een lokale 5G-gateway (hybrid 5G). KPN Campus wil ook oplossingen bieden om een volledig privaat mobiel netwerk op te zetten. Dit netwerk is dan inzetbaar voor zowel 4G als 5G apparatuur en draait volledig autonoom op de klantlocatie (private 5G).

De netwerkcapaciteit kan eventueel volledig worden toegewezen aan bepaalde missiekritische applicaties, zoals het aansturen van autonome voertuigen en robots of augmented reality toepassingen. De verschillende KPN Campus diensten worden stapsgewijs aan het aanbod toegevoegd. Alle diensten kunnen in principe binnen één campusnetwerk, lokaal bij de klant worden gerealiseerd, zegt KPN.

 

De digitale connectiviteit van Nederland is nog altijd toonaangevend, maar staat op een cruciaal punt onder druk. Dat is een van de belangrijkste conclusies van het rapport ‘Glasvezel in Stad & Land’, dat vandaag is gepubliceerd door brancheorganisatie Fiber Carrier Association (FCA). Hoewel de uitrol van glasvezel voor huishoudens de afgelopen jaren een flinke versnelling heeft doorgemaakt, heeft Nederland de komende jaren een flinke uitdaging om zijn reputatie voor uitstekende connectiviteit vast te kunnen houden, zegt de FCA.

“Ons nationale glasvezelnetwerk voor zowel consumenten als het bedrijfsleven is voorbereid op de toekomst,” zegt Andrew van der Haar, directeur van de FCA. “We zien echter dat als het gaat om internationale connectiviteit, er helaas te lang geen gerichte actie is ondernomen. Het gaat dan specifiek om zeekabels die Nederland verbinden met bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Ondanks dat de FCA en andere brancheorganisaties, onderzoeksinstellingen en bedrijven hier al jaren over aan de bel trekken, is deze kwestie steeds benaderd als een die moet worden opgelost door de markt. Het lukt de markt niet goed om dit soort grootschalige projecten aan te zwengelen. We zijn blij dat er nu een Zeekabel Coalitie is waarin ook de overheid is vertegenwoordigd, maar dat heeft nog niet tot concrete projecten of initiatieven geleid.”

Het belang van nieuwe zeekabels moet niet onderschat worden, aldus Van der Haar. “Hoewel zeekabels een relatief kleine schakel lijken in het geheel aan netwerken in Nederland en daarbuiten, zijn zij de ruggengraat van het mondiale internet. Voor intercontinentaal verkeer is het belangrijk dat veel capaciteit beschikbaar is omdat er maar een paar ‘vaargeulen’, zeekabels, zijn waar de data doorheen kan. Op de plek waar die zeekabels aanlanden, vindt logischerwijs ook de verdere distributie van die data plaats, met alle positieve neveneffecten die dat heeft voor het digitale ecosysteem. Zonder dit soort kabels is de distributiefunctie ook minder voor de hand liggend. Het verdienvermogen van Nederland komt daardoor in het gedrang.”

Verglazing van Nederland

Positief is dat de verglazing van Nederlandse huishoudens snel dichterbij komt. Hoewel een groep van zo’n 19.000 huishoudens in de zogeheten ‘onrendabele top’ – deze groep bevindt zich in gebieden waar het aanleggen van glasvezel niet rendabel is – nog zal moeten wachten op een glasvezelaansluiting, zullen de overige 8 miljoen huishoudens binnen enkele jaren gebruik kunnen maken van de snelle verbindingen.

Van der Haar: “In Nederland wordt nog steeds in rap tempo glasvezel uitgerold. Hoewel er enkele kinken in de kabel zijn, zoals aansluitingen die niet afgemonteerd kunnen worden door een gebrek aan gekwalificeerd personeel, ziet de toekomst er rooskleurig uit. Wel is het zaak dat voor de onrendabele top snel een oplossing wordt gevonden. (Demissionair) minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat heeft aangegeven de oplossing daarvoor voorlopig aan de markt over te laten. Gezien het gebrek aan commerciële prikkels om deze huishoudens te verglazen, is het sterk de vraag of de markt op dit punt in beweging komt. Op een totaal van 8 miljoen huishoudens lijken 19.000 er niet veel, maar het is niet te verkopen dat deze huishoudens verstoken blijven van stabiele, hoogwaardige glasvezelverbindingen vanwege hun ligging. Als Nederland zijn ambities voor de digitale economie serieus neemt, zorgen we ook voor de huishoudens die tussen wal en schip dreigen te vallen.”

Een consortium bestaande uit CGI, ilionx Group, Brunel en Vitas is als een van de drie partijen de aanbesteding ‘inhuur tijdelijke functies’ gegund op het ICT-perceel door Gasunie Nederland. De raamovereenkomst, die Europees is aanbesteed, heeft een looptijd van vier jaar met een optie tot verlenging van twee maal twee jaar.

De totale maximale waarde van de raamovereenkomsten is circa 600 miljoen euro. Onder leiding van CGI levert het consortium IT-expertise op het gebied van onder andere SAP, Business Intelligence en Microsoft cloud-omgevingen. Daarmee ondersteunt het consortium de staatsdeelneming om de uitdagingen van de energietransitie aan te gaan. Met deze raamovereenkomst hopen de leden van het consortium hun aandeel in de energiemarkt te vergroten.

De Gasunie-specifieke onboarding, de kennisdelingssessies en teambuilding-evenementen zijn belangrijke onderdelen van de gezamenlijke aanpak. Het thema maatschappelijk ondernemen en duurzaamheid, wat een belangrijke pijler voor Gasunie is, krijgt een hoge waardering van de beoordelingscommissie. Het consortium zegt experts te kunnen leveren die binnen een uur rijden van het Gasunie hoofdkantoor wonen.

Het consortium moet de ICT-afdeling van Gasunie op diverse gebieden gaan ondersteunen. Naast expertise op het gebied van SAP, Business Intelligence en Microsoft-oplossingen moeten de komende jaren diverse applicaties worden ontwikkeld, aangepast of vervangen. Datacenterkennis, softwarebeheer en -ontwikkeling en kennis van diverse SaaS-diensten en -oplossingen maken daarom deel uit van deze raamovereenkomst.

L-Mobi staat op het randje van omvallen. De telecomprovider verkeert in grote financiële problemen. KPN heeft inmiddels de dienstverlenging aan L-Mobi stopgezet, waardoor de klanten van L-Mobi niet meer kunnen bellen, sms’en en internetten.

L-Mobi bestaat sinds 2019 en richt met name op mensen die voor een korte poeriode in Nederland verblijven en via prepaid simkaarten contact willen houden met familie en vrienden in hun thuisland.

“We zijn nog in overleg met andere providers om een overstap aan te kunnen bieden”, zo laat eigenaar Ruben Thiru aan NU.nl weten.

L-Mobi heeft naar eigen zeggen zo’n 6000 actieve klanten en is ook in België actief. Hoewel de financiële problemen niet in België spelen, is Thiru bang dat het mogelijke Nederlandse faillissement ook daar gevolgen zal hebben.

De Nederlandse overheid wil dat meer bedrijven en maatschappelijke organisaties hun digitale weerbaarheid op orde hebben. Het moet voor de overheid makkelijker worden om te waarschuwen voor dreigingen. Het huidige samenwerkingsverband LDS wordt uitgebreid met een nieuw Cyberweerbaarheidsnetwerk.

Het demissionair kabinet heeft donderdag een toekomstvisie gepresenteerd, waarmee het overheidsinstanties, bedrijven en maatschappelijke organisaties digitaal weerbaarder wil maken.

Zo wordt het zogeheten Landelijk Dekkend Stelsel (LDS) uitgebreid en wordt er een Cyberweerbaarheidsnetwerk toegevoegd. Het LDS is een samenwerkingsverband van diverse overheidsinstanties, waaronder het Digital Trust Center, dat zich richt op het mkb.

Volgens de overheid is het zaak om niet alleen meer bedrijven te bereiken met informatie, maar ook om van incidenten en crises te leren en snel te herstellen. Ook moet er meer worden samengewerkt op thema’s als kennisuitwisseling, opleiden, trainen en oefenen.

De landelijke coördinerende rol is weggelegd voor de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV), Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) verantwoordelijk wordt voor de uitvoering en samenwerking binnen het netwerk.

Hoe de nieuwe samenwerking en het Cyberweerbaarheidsnetwerk er concreet uit zullen zien, is nog onduidelijk. Het NSSC zal de door overheid geschetste visie de komende jaren verder uitwerken.

Michel van Teijlingen, voormalig algemeen directeur en Federation Lead Benelux bij SoftwareOne, is op 23 mei overleden. Hij is is 47 jaar geworden. Dat maakte SoftwareOne bekend.

Van Teijlingen was al geruime tijd ziek en legde zijn functies bij SoftwareOne begin 2022 neer. Hij bleef wel als coach wel betrokken bij de organisatie.

Van Teijlingen startte in 1998 als accountmanager bij PC-Ware en was General Manager bij COMPAREX toen dit bedrijf in 2018 werd overgenomen door SoftwareOne.

Hij werd in januari 2020 benoemd tot General Manager en Board Member bij SoftwareOne, twee jaar later kreeg hij ook de taak van Federation Lead, waarmee hij regioverantwoordelijke voor de gehele Benelux werd.

Vincent van den Bout, delivery manager en bestuurslid bij SoftwareOne Benelux: “Michel was een bijzonder inspirerende sociale collega en persoonlijkheid, die altijd het belang van het team vooropstelde en nooit de waarde van verbinding en goede samenwerkingen uit het oog verloor. Ook in moeilijke tijden wist hij mensen te enthousiasmeren en het huidige succes van SoftwareOne is zeker voor een groot gedeelte aan Michel te danken. We zullen Michel missen als collega, vriend, maar vooral als daadkrachtig en vooral als mooi persoon. We wensen zijn nabestaanden en vrienden veel sterkte en kracht toe.”

 

Naleving van de Europese wetgeving op het gebied van cyberbeveiliging en gegevensbescherming zorgt voor extra werk en kosten, maar deze inspanningen zijn uiteindelijk de investering waard, zegt ruim driekwart (77 procent) van de besluitvormers op het gebied van IT-beveiliging uit Frankrijk, Duitsland, België en Nederland. Dat blijkt uit onderzoek van het Franse beveiligingsbedrijf HarfangLab.

Uit het onderzoek blijkt verder dat 73 procent van alle respondenten het ermee eens is dat hun zakenpartners over de hele wereld het Europese beschermingsniveau waarderen. IT-beveiligingsbeslissers uit Duitsland en België zijn er nog meer van overtuigd dat de EU-wetgeving op het gebied van cyberbeveiliging en gegevensbescherming een concurrentievoordeel is (73 procent en 74 procent) dan hun collega’s in Frankrijk (68 procent) of Nederland (50 procent). Echter zijn IT-beslissers in alle landen het erover eens dat inspanningen op het gebied van naleving de moeite waard zijn. Daarbij loopt Nederland met 82 procent voorop, gevolgd door Frankrijk en België (beide 77 procent).

Alle regio’s steunen het ook idee om Europese cybersecuritypartners te kiezen, waarbij de percentages niet ver uiteenlopen: in Frankrijk 74 procent, in Duitsland zegt 72 procent dit belangrijk te vinden en in België en Nederland ligt dit percentage op 78 procent. Verder is 74 procent van de Nederlandse IT-beslissers ervan overtuigd dat Europese cybersecuritypartners beter aan hun behoeften kunnen voldoen.

Mkb economisch belangrijk

Volgens het onderzoek geven Europese mkb-bedrijven de voorkeur aan oplossingen die aansluiten op hun behoeften: met beperkte tijd en middelen moeten ze gemakkelijk kunnen worden ingezet (belangrijk voor 86 procent) in hun eigen infrastructuur, maar toch altijd up-to-date (88 procent) en ondersteund door menselijke experts die specifieke mkb-vraagstukken begrijpen (87 procent).

“Het mkb vertegenwoordigt het grootste deel van het economische landschap van Europa en het verbeteren van hun cyberveerkracht is van cruciaal belang. Deze bedrijven worden geconfronteerd met dezelfde bedreigingen als de grote spelers, maar beschikken vaak over veel minder middelen om zichzelf te verdedigen”, zegt Anouck Teiller, Chief Strategy Officer bij HarfangLab. “Het onderzoek geeft inzicht in hoe bedrijven omgaan met het huidige cybersecuritylandschap en hoe zij de komende compliance-eisen op het gebied van cybersecurity waarnemen. Ondanks dat de wetgeving hen extra onder druk zet, beschouwt 50 procent van de Nederlandse bedrijven de EU-wetgeving op het gebied van cyberbeveiliging en gegevensbescherming als een concurrentievoordeel.”

Leverancier van koelsystemen STULZ lanceert een nieuwe koeldistributie-unit voor koudemiddelen (CDU). De CyberCool CMU maximaliseert warmte-uitwisseling door het facilitaire watersysteem (FWS) en het technologische koelsysteem (TCS) van een vloeistofkoelsysteem te isoleren.

Volgens het bedrijf vermindert dit het risico op kruisbesmetting en lekken. De CyberCool CMU moet ook nauwkeurige controle over elke kant van het koelsysteem mogelijk maken, waardoor een beter beheer van koelmiddeldebieten, temperaturen en druk mogelijk wordt. De CyberCool CMU zou moeten zorgen voor een betrouwbare en efficiënte toevoer van vloeibaar koudemiddel. De hoge kwaliteit van het vloeibare koudemiddel wordt daarbij gegarandeerd door roestvrijstalen sanitaire pijpleidingen. Om de systeemcompatibiliteit te verbeteren, biedt de unit een reeks structurele, elektrische en besturingsopties. Naast een reeks standaardconfiguraties en -capaciteiten is het ook mogelijk om maatwerk te laten verzorgen.

Om tegemoet te komen aan de toenemende druk op datacenters om duurzamer te worden kan de CyberCool CMU naadloos integreren in aanvullende STULZ A/C-producten. Zo zou een efficiënte systeemoplossing moeten ontstaan en worden de ASHRAE-richtlijnen voor specificaties voor waterkoeling nageleefd. Pompen met meerdere variabele toerentallen passen zich aan de vereiste vloeistofdebieten aan, verhogen de energie-efficiëntie en zorgen voor ingebouwde redundantie.

HP heeft zijn kwartaalrapport HP Wolf Security Threat Insights Report uitgebracht, waarin wordt aangetoond dat aanvallers vertrouwen op open redirects, achterstallige facturen en ‘Living-off-the-Land’ (LotL)-technieken. 

Op basis van gegevens van miljoenen apparaten die HP Wolf Security gebruiken, hebben HP-onderzoekers de volgende opvallende technieken geïdentificeerd:

  • Aanvallers gebruiken open redirects om gebruikers te ‘Cat-Phishen’: In een geavanceerde WikiLoader-campagne maakten aanvallers gebruik van open redirects op websites om detectie te omzeilen. Gebruikers werden eerst naar betrouwbare sites geleid, vaak via een doorverwijzingslink in advertenties, en vervolgens doorgestuurd naar schadelijke sites. Hierdoor was het voor gebruikers vrijwel onmogelijk om de redirect op te merken.
  • Living-off-the-BITS: Verschillende campagnes misbruikten de Windows Background Intelligent Transfer Service (BITS) – een legitiem mechanisme dat door programmeurs en systeembeheerders wordt gebruikt om bestanden te downloaden of uploaden naar webservers en bestandsshares. Door deze LotL-techniek konden aanvallers onopgemerkt blijven door BITS te gebruiken om de schadelijke bestanden te downloaden.
  • Valse facturen die leiden tot HTML-smokkel aanvallen: HP ontdekte aanvallers die malware verborgen in HTML-bestanden die zich voordeden als facturen. Wanneer deze bestanden in een webbrowser werden geopend, veroorzaakten ze een keten van gebeurtenissen die de open-source malware AsyncRAT activeerden. Opmerkelijk is dat de aanvallers weinig aandacht besteedden aan het ontwerp van de facturen, wat suggereert dat de aanvallen met minimale tijd en middelen zijn uitgevoerd.

Patrick Schläpfer, Principal Threat Researcher in het HP Wolf Security threat research team, licht toe: “Het sturen van nepfacturen naar bedrijven is een oude truc, maar nog steeds erg effectief en winstgevend. Mensen op de financiële afdeling zijn gewend om facturen per e-mail te ontvangen en openen ze vaak zonder na te denken. Als de aanval slaagt, kunnen de criminelen snel geld verdienen door toegang te verkopen aan andere criminelen of door ransomware te gebruiken.”

Uit het jaarlijkse ‘State of Cybersecurity: 2024 Trends’ rapport van Arctic Wolf blijkt dat 80% van de onderzochte Benelux-bedrijven het afgelopen jaar het doelwit is geweest van Business Email Compromise (BEC) -aanvallen. Voor het onderzoek, dat is uitgevoerd door Sapio Research, zijn ruim 1.000 senior IT- en cybersecurity-beslissers uit meer dan vijftien landen ondervraagd, waaronder 50 uit de Benelux.

De belangrijkste bevindingen uit het rapport zijn onder andere:

  • Business Email Compromise (BEC) is nu de voornaamste aanvalsmethode: iets meer dan driekwart (80%) van de ondervraagde Benelux-organisaties was het afgelopen jaar het doelwit van een BEC-aanval. Bij bijna een derde (32%) slaagde deze aanval.
  • Bij ransomware gaat het vooral om datadiefstal: bijna de helft (46%) van de Benelux-respondenten zegt dat hun organisatie in de afgelopen 12 maanden is getroffen door een ransomware-aanval. Wereldwijd is dit percentage nagenoeg hetzelfde (45%) en is er een stijging te zien ten opzichte van vorig jaar. Bij de verreweg meeste van deze ransomware-aanvallen (91%) werden ook data gestolen van Benelux-organisaties.
  • Wetgeving over het melden van inbreuken dwingt organisaties tot transparantie: wereldwijd koos twee derde (66%) van de organisaties die het afgelopen jaar te maken kreeg met een datalek ervoor om informatie over het incident openbaar te maken. Bijna een derde (30%) koos er echter voor om het datalek alleen te melden aan betrokken partijen.
  • Cyberverzekering essentieel voor risk management: veel Benelux-organisaties hebben al een cyberverzekering afgesloten of zijn van plan dit te doen. Slechts een zeer klein deel (4%) van de organisaties besluit om geen verzekering te nemen. Van de overige onderzochte Benelux-organisaties heeft een meerderheid (64%) al een cyberverzekering en is bijna een derde (32%) bezig met het afsluiten van zo’n verzekering of is dit van plan om dit jaar te doen.

“Aanvallers richten zich op de menselijke factor, zoals blijkt uit het overweldigende aantal BEC-aanvallen. Hoe een aanvaller ook binnenkomt, de inzet voor bedrijven is hoger dan ooit, omdat bij succesvolle ransomware-aanvallen in de meeste gevallen ook data worden gestolen,” zegt Ian McShane, Vice President, Managed Detection and Response (MDR) bij Arctic Wolf.