Ons onderzoek naar wat er leeft op IT-gebied onder de mkb-ondernemers in Nederland gaat weer van start. We trappen deze week af met de vragenlijst voor Netwerk & Infrastructuur, over de stand van zaken rond (internet)connectiviteit.

In het MKB IT Expert Panel wordt de basis gevormd door een enquête onder het mkb, waarbij steeds één onderwerp centraal staat. De uitslag van de vragenlijst leggen we vervolgens voor aan ons panel van IT-experts. Dit panel bestaat uit doorgewinterde professionals uit de IT en vertegenwoordigers van belangrijke spelers in de markt.

Dat alles komt samen in een uitgebreid verslag, hier op ChannelConnect.nl, met daarin onder meer de ins en outs van de enquête. Ook de visie, adviezen en best practices van onze experts komen aan bod.

Voor 2024 hebben we deze Panels gepland, met uiteenlopende, maar zeer relevante onderzoeken onder het mkb:

Netwerk & Infrastructuur
Cloudoplossingen
Cyber & Datasecurity
Duurzaamheid

Per enquête ondervragen we een representatieve vertegenwoordiging van mkb-bedrijven en selecteren we twee IT-experts, die hun sporen binnen het specifieke onderwerp hebben verdiend.

ChannelConnect werkt bij dit project samen met onder meer Directeuren Netwerk. Peter Reyneveld van Directeuren Netwerk: “De mkb-ondernemer is voortdurend bezig met de nieuwste innovaties en slimme oplossingen, vooral op het gebied van IT. Daarom zijn we blij over onze samenwerking met ChannelConnect. Het levert een beter inzicht in de uitdagingen van mkb-ondernemers met betrekking tot IT. Het is immers van groot belang om actief met ondernemers mee te denken en concrete tips te bieden.”

De enquêtes worden digitaal afgenomen, en verspreid via deze site, socials en via een e-mailnieuwsbrief.

De Stichting Internet Domeinregistratie Nederland wil de servers van het registratiesysteem naar AWS verhuizen. Volgens de organisatie is dat om kosten te besparen. Inmiddels hebben allerlei instanties kritische geluiden laten horen.

In tegenstelling tot wat algemeen wordt gedacht, gaat het hierbij wel om een datacenter in Europa. SIDN werkt samen met de Canadese registrar CIRA aan een nieuw platform genaamd Fury. Ook instanties die top-level domeinen aanbieden maken er gebruik van, en SIDN en CIRA willen Fury als publiek toegankelijke dienst aanbieden. Dat kan gemakkelijker als het niet langer in eigen beheer wordt gehouden, zegt SIDN.

Daarnaast lopen de kosten voor eigen beheer steeds meer op. SIDN noemt daarbij vooral de energiekosten en nieuwe hardware, maar ook het vinden van personeel voor beheer en onderhoud is lastig. Overigens gaat het alleen om de servers voor het registreren van domeinen. De ‘resolvers’, de servers die de database van de .nl-domeinen bevat, blijven gewoon in Nederlandse handen.

Geen Europees alternatief

SIDN zegt dat er voor de servers van het registratiesysteem geen Europees alternatief bestaat. De koepel van Nederlandse hostingproviders, Dutch Cloud Community, is verbaasd. In een reactie schrijft de organisatie: “Wat ons verbaasde, als brancheorganisatie van Nederlandse Hosting en Cloud Providers, is hoe dit nieuws is gepresenteerd alsof het volstrekt normaal is dat een partij als SIDN, met haar roots in de Nederlandse infrastructuur, één van haar kerntaken en systemen niet bij een Nederlandse cloud provider zou kunnen onderbrengen, als het besluit om het niet meer intern te (willen) draaien.”

Inmiddels zijn er ook al Kamervragen gesteld. GroenLinks-PvdA, Nieuw Sociaal Contract (NSC) en D66 hebben de ministers Adriaansens (EZK) en Van Huffelen (Digitalisering) om opheldering gevraagd. “Deelt u de mening dat de verhuizing van het .nl-domein zorgt voor een onwenselijke afhankelijkheid van de Verenigde Staten?”, vragen de Kamerleden Kathmann, Six Dijkstra en Sneller. “Deelt u de mening dat het .nl-domein een essentieel onderdeel is van de digitale infrastructuur van Nederland?” Verder heeft de Kamer zorgen over de mogelijke toegang van de Amerikaanse overheid tot de gegevens in de AWS-cloud.

Techreuzen

Michiel Steltman van Digitale Infrastructuur Nederland neemt het op voor de beslissing van SIDN en ziet het als een symptoom van het feit dat de Nederlandse industrie steeds meer terrein verliest aan de grote techreuzen. “En dan blijkt, en don’t shoot the messenger – SIDN en veel andere CIO;’s en CEO’s en hun adviseurs zeggen dat zulk aanbod vanuit NL en EU er niet is”, schrijft Steltman op LinkedIn. “Dat is ook wat ACM vorig jaar concludeerde (marktfalen), en is waarom de EUC vaart wil maken met Gaia-X en de IPCEI-CIS.”

Cybersecurity-incidenten vinden voornamelijk plaats via Nederlandse servers, blijkt uit nieuwe gegevens van het Kaspersky Security Network. In 2023 werden er meer dan 550 miljoen incidenten geïdentificeerd die via Nederland verliepen, waarmee Nederland op de tweede plaats komt als meest voorkomende bron van cyberdreigingen wereldwijd.

Het aantal incidenten waar Nederlandse servers bij betrokken waren schoot omhoog begin 2022, toen Nederland wereldwijd op de derde plaats stond. Nederland steeg snel naar de tweede plaats, met alleen de Verenigde Staten voor zich, en heeft deze positie sindsdien behouden. Ondanks een daling van het aantal aanvallen via Nederlandse servers na medio 2022, blijft Nederland wereldwijd op de tweede plaats staan.

In 2022 zijn er ongeveer 665 miljoen cyberaanvallen geregistreerd, wat neerkomt op een stijging van 200% ten opzichte van de 217 miljoen aanvallen in het jaar daarvoor. In 2023 zijn deze aanvallen echter met 17% gedaald. Het valt volgens de onderzoekers nog te bezien of de stijging in het laatste kwartaal van 2023 zal doorzetten en een opwaartse trend zal veroorzaken.

Kwart van incidenten via Nederland

De explosieve groei van geregistreerde dreigingen begin 2022 is ook terug te zien in percentage aantallen. Waar in 2021 gemiddeld ongeveer 6 procent van alle aanvallen via Nederlandse servers werd uitgevoerd, is dit in 2022 gestegen tot een hoogtepunt van ongeveer een derde van alle wereldwijde aanvallen. Vorig jaar werd minstens een kwart van de aanvallen via Nederland uitgevoerd.

Jornt van der Wiel, Senior Researcher, Global Research and Analysis Team, Kaspersky, legt uit: “Gemak, anonimiteit en lage kosten zijn aantrekkelijke factoren voor cybercriminelen om aanvallen uit te voeren. Servers die in Nederland worden gehost voldoen aan deze eisen, waardoor Nederland een aantrekkelijk land is. Begin 2022 zagen we al een toename van het aantal hits op verschillende adware-sites die scam-advertenties lieten zien in browser pushmeldingen. We hebben vorig jaar gezien dat deze adware-campagnes actief zijn gebleven, wat de verklaring is achter deze cijfers.”

Uitgeverij Sdu heeft een AI-tool voor juristen en fiscalisten in Nederland gelanceerd. Het moederbedrijf van de voormalige staatsuitgeverij, Lefebvre Sarrut, heeft dezelfde tool al eerder uitgebracht in Spanje en Frankrijk.

De tool, GenAI-L, zou het zoeken naar informatie door juridische en fiscale professionals sneller moeten maken. de antwoorden worden gebaseerd op betrouwbare bronnen, met bronvermelding, zegt Sdu. “Er is een grote werkdruk en een personeelstekort bij deze beroepsgroep. Het ouderwetse zoeken kost gewoon heel veel tijd. Daar maken we een grote slag in, zodat je makkelijker door het zoekproces heen gaat”, zeggen manager Rechtsorde Niels Bergers en productmanager NDFR Evelien Verhage van Sdu.

Bij het gebruik van meer algemene AI-tools zoals ChatGPT lopen juristen en fiscalisten het risico misleid te worden door onjuiste en onvolledige informatie, ontdekte Sdu eerder. Generieke Gen-AI producten doorzoeken alle bronnen, dus niet alleen juridisch- of fiscaal relevante databases en documenten. Omdat bronvermelding ontbreekt, is niet na te gaan of de gevonden informatie betrouwbaar of bruikbaar is.

Alleen bekende bronnen

Informatie van GenIA-L is volgens Sdu gebaseerd op gevalideerde juridische bronnen, meestal van Sdu zelf overigens, zoals Rechtsorde, OpMaat en NDFR. “We hebben alle minpunten van de generieke AI-tools proberen op te lossen in GenIA-L. Bij ons kun je onder meer een bronvermelding zien, wat voor juristen en fiscalisten van belang is. Ook baseert de tool zich alleen op betrouwbare bronnen, die door redacties zijn geschreven of afkomstig zijn van overheidsinstanties. Algemene tools nemen ook allerlei blogs en zelfs verzonnen teksten mee in hun antwoorden. Omdat de bronvermelding ontbreekt, weet je dan niet zeker of het juiste informatie is”, zeggen Bergers en Verhage.

GenIA-L is 31 januari op de markt gebracht. De komende zes maanden gaat Sdu het product samen met vijf kantoren doorontwikkelen. Drie uit de fiscale sector: Visser & Visser, HLB Witlox Van den Boomen en Mazars. En twee uit het juridische werkveld: Houthoff en AKD. Samen met hun juristen en fiscalisten en met eigen AI-experts wordt bepaald wat GenIA-L nog meer moet kunnen om juridisch-fiscale werkprocessen efficiënter te maken.

De wet die de regelgeving rondom NIS2 moet vastleggen gaat de Europese deadline van 17 oktober van dit jaar niet halen. Dat schrijft demissionair minister van Justitie en Veiligheid, Dilan Yeşilgöz, in een brief aan de Tweede Kamer.

Volgens de minister gaat het om een dusdanig omvangrijk en complex traject, waarbij diverse ministeries zijn betrokken, dat de conceptwetsvoorstellen pas in de zomer in consultatie kunnen worden gebracht. Dat leidt haar ‘gelet op de benodigde vervolgstappen in het wetgevingstraject’ tot de inschatting ‘dat de implementatiedeadline van de Europese Commissie voor beide richtlijnen, te weten 17 oktober 2024, niet wordt gehaald’. Ze heeft zichzelf nu tot deadline gesteld om de wetsvoorstellen in het komende najaar naar de Kamer te sturen.

Wel waarschuwt ze bedrijven om de implementatie van de regels niet te vertragen. “Organisaties die nu al in actie komen beveiligen zich niet alleen tegen bestaande risico’s, maar zijn straks ook beter voorbereid op de komst van de nieuwe wetgeving,” schrijft Yeşilgöz. Sowieso gelden voor veel bedrijven al de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni), waarbinnen ook de oorspronkelijke NIS-regels zijn gevat.

In de achtste editie van NLSecure[ID] afgelopen dinsdag kwamen professionals uit het bedrijfsleven, overheid en wetenschap samen om te leren en te discussiëren over de digitale veiligheid van Nederland en de strijd tegen cybercriminelen.


Het fysieke evenement vond plaats in het NBC, een congrescentrum in Nieuwegein, dat na een verwoestende brand voor het eerst weer een evenement kon ontvangen. Maar net als de afgelopen edities waren alle sessies ook digitaal te volgen.

Waarborgen van veiligheid

Chantal Vergouw, Chief Business Market en lid van de Raad van Bestuur van KPN, opende de middag. Ze benadrukte de ernstige digitale dreigingen waarmee we dagelijks worden geconfronteerd. “In een tijd waarin cyberdreigingen aan de orde van de dag zijn, is het waarborgen van de digitale veiligheid van bedrijven in Nederland van cruciaal belang,” stelde zij en benadrukte dat het waarborgen van de veiligheid van bedrijven, groot en klein, essentieel is.

NLSecure[ID] startte vanuit de overtuiging dat kennisdeling van groot belang is voor de digitale veiligheid van Nederland. Vergouw meende dat in de afgelopen jaren al veel bereikt is. “De noodzakelijke samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en wetenschap is op gang gekomen. Dat is essentieel.”

Zijn we weerbaarder geworden?

De vraag vanaf het podium aan de bezoekers in de zaal en digitale deelnemers was vervolgens of Nederland daadwerkelijk digitaal weerbaarder is geworden de afgelopen jaren. Op die vraag kon digitaal een antwoord gegeven worden, en 71% van de respondenten stelde dat ons land weerbaarder werd.

Ir. Bas Dunnebier, Head Unit Resilience bij de AIVD, herkende zich in die score. “Het vervelende is echter dat de bedreigingen een nog veel sterkere ontwikkeling meemaakten. Dus ik vrees dat we zeker niet weerbaarder zijn voor de gevaren die ons bedreigen.” Hij riep in herinnering dat een cybercrimineel slechts één lek hoeft te vinden, terwijl de verdediging alle gaten moet zien te dichten.

Men vergeet snel

De AIVD is dagelijks bezig met het zorgen voor de digitale en fysieke weerbaarheid van Nederland, meldde Dunnebier kernachtig. “Elke dag liggen bedrijven en organisaties in ons land zwaar onder vuur.” Het viel hem op dat men aanvallen, ook als die veel impact hadden, snel vergeet. De grote incidenten, zoals SolarWinds, lijken lang geleden, maar zijn tamelijk recent.

Persistente cybercriminelen

Een nog actuelere trend betreft de ransomware-aanvallen. “Ondernemingen en organisaties worden daar hard door geraakt,” stelde Dunnebier, die echter aangaf dat zijn organisaite zich vooral bezighoudt met zogenaamde Advanced Persistent Threats (APT). “We liggen continu onder vuur door activiteiten van statelijke actoren, vooral uit China,” legde hij uit. “Zij beschikken over de allerbeste tools en hebben werkelijk honderduizenden hackers in dienst. Ze zijn daarnaast ook nog een heel erg persistent. Ze vallen een organisatie niet een of twee keer aan, maar vele keren, al dan niet via de supply chain.”

Belang van samenwerking

Tegenover die honderdduizenden staatshackers stelt Nederland een paar duizend specialisten. “Dankzij onder meer intensieve samenwerking zijn we instaat veel aanvallen af te slaan,” gaf Dunnebier aan. Hij onderschreef daarmee de stelling van KPN-topvrouw Vergouw dat samenwerking eessentieel is. “Wij waren dat als AIVD niet zo gewend, onze mensen praten niet veel over hun werk, maar in dit geval zijn we echt aan het veranderen.”

Positieve impact NIS2

De noodzaak daartoe onderschreef ook Petra Oldengarm. Zij is directeur van Cyberveiligheid Nederland en riep tijdens een vorige editie van NLSecure[ID], in 2021, al op transparant te zijn over incidenten. “Deel informatie met elkaar en slecht de grenzen tussen overheid en de private sector,” benadrukte ze ook nu. “Het gaat beter, maar er zijn nog stappen te zetten.”

De aanstaansde invoering van NIS2 zal daarbij helpen, was haar overtuiging. “Deze wetgeving zal voor een groot aantal bedrijven gaan gelden. Daarnaast staat concreet aangegeven wat er op het gebied van security-beleid van ondernemingen wordt verwacht. Ook het delen van informatie, waarover we tijdens dit congres spreken, vormt een onderdeel van NIS2.

Specialist in security operations Arctic Wolf heeft Victor Schmitz aangesteld als Channel Account Manager Benelux. In deze rol is Schmitz verantwoordelijk voor het uitbreiden van het partnerecosysteem binnen het bedrijf.

Schmitz was de afgelopen decennia werkzaam bij NetApp, Pure Storage en CyberArk. “Victor is een gedreven professional op het gebied van het bouwen en schalen van indirecte verkoopkanalen in de IT-sector, we zijn dus blij dat hij ons team komt versterken”, zegt Johnny Ellis, EMEA Channel Director bij Arctic Wolf. “Met Victor’s ervaring streven we ernaar om ons partnerkanaal te versterken en uit te breiden.”

“Ik ben verheugd om me aan te sluiten bij Arctic Wolf en om samen met mijn collega’s en bestaande- en nieuwe partners, Arctic Wolf uit te laten groeien tot een belangrijke speler in de Benelux markt”, zegt Victor Schmitz. “Ik ben een groot voorstander van het creëren van een ‘value-channel’ waarbij er sprake is van wederzijdse relevantie voor aan de ene kant de betrokken partner en anderzijds Arctic Wolf en haar klanten. Partners mogen van mij een duidelijke go-to-market visie verwachten die de basis vormt voor een zoektocht naar deze gezamenlijke relevantie.”

KPN heeft in het vierde kwartaal een omzetgroei gerealiseerd. Vooral de segmenten mobiel en het mkb zijn aanjagers van deze groei.

De omzet in het vierde kwartaal was ruim 4% hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. De omzet over heel 2023 steeg met 2,5% om uit te komen op 5,4 miljard euro. Voor dit jaar gaat het telecombedrijf uit van een omzetgroei van 3%.

Eind vorig jaar hadden 57% van de Nederlandse huishoudens een glasvezelkabel van KPN. Het aantal vaste internetklanten nam toe met slechts 5.000. Over het gehele jaar gaat om zo’n 30.000 klanten.

De grootste omzetgroei kwam dankzij consumenten die mobiele diensten afnemen en mkb-klanten; zij zorgden in het vierde kwartaal voor een omzetstijging van respectievelijk 7,9% en 9,9%.

Joost Farwerck

KPN-CEO Joost Farwerck: “De inkomsten uit zakelijke dienstverlening bleef groeien, waarbij het mkb de belangrijkste bijdrage leverde, evenals opnieuw een jaar van groei in Wholesale. We realiseerden een EBITDA en vrije kasstroom iets boven de verwachtingen, ondersteund door groei van de omzet uit diensten en effectieve maatregelen om stijgende kosten gedeeltelijk te verzachten.”

De komende vier jaar zal KPN ruim 4,5 miljard euro investeren in de KPN-netwerken en de digitalisering van Nederland, zo laat Farwerck weten. “Terwijl we tegelijk een groeiend rendement op het geïnvesteerde kapitaal realiseren.”

Ruim zeventig procent (73.5%) van de mkb-bedrijven is bezorgd dat stagnerende digitalisering in hun bedrijf zal leiden tot operationele inefficiëntie, hogere operationele kosten en lagere productiviteit.

Dat blijkt uit een rondgang onder tientallen Nederlandse mkb-bedrijven die deelnemen aan het seminar ‘de kracht van low-code’, georganiseerd door Bizzomate.

Stagnerende digitalisering kan volgens de deelnemers aan het onderzoek ook leiden tot verlies van de concurrentiepositie of het niet meer snel kunnen reageren op veranderende marktomstandigheden. Digitalisering staat dan ook behoorlijk hoog op de agenda in het mkb. Bijna de helft (47,1%) van de deelnemers is bezig met het ontwikkelen van een visie op digitalisering voor de komende vijf jaar.

Bijna driekwart van de deelnemende bedrijven kan meerdere processen binnen de organisatie aanwijzen die gedigitaliseerd kunnen worden en ruim zeventig procent van het mkb ziet volop kansen om met digitalisering de administratieve druk voor medewerkers te verlagen.

Als bedrijven toch niet verder digitaliseren, zijn een gebrek aan beschikbare skills en resources (38,2%) en beschikbaar budget (38,2%) de voornaamste redenen om alles bij het oude te laten.

Philippe Neven, woordvoerder bij Bizzomate: “Digitalisering vormt de sleutel tot vooruitgang en concurrentievoordeel. Dit besef is duidelijk doorgedrongen in het mkb. Het is echter niet langer een optie, maar noodzaak voor elke mkb’er die streeft naar groei en relevantie.”

Ruim 80% van de fabrikanten wereldwijd heeft te maken met onbevoegde toegang tot bedrijfsgegevens na een inbreuk. Dat blijkt uit onderzoek van Fortinet in samenwerking met de Manufacturers Alliance naar beveiligingsrisico’s bij productiebedrijven.

Daarbij werd onder andere gevraagd naar beveiligingsincidenten, de stand van zaken rond de samenwerking tussen IT-teams en operationele technologie (OT)-teams en audits op OT-beveiliging.

Ransomware grootste zorg

De respondenten werden gevraagd om aan te geven in hoeverre zij beveiligingsincidenten als een zakelijke bedreiging zagen. 78% van hen plaatste deze categorie in de top vijf van risico’s. In 2020 was dat 70%. Afpersing met ransomware bleek het grootste punt van zorg van fabrikanten. 36% van hen werd vorig jaar slachtoffer van een ransomware-aanval. Dit is een significante stijging ten opzichte van de 23% van 2020. 80% van alle respondenten kreeg vorig jaar te maken met minimaal één beveiligingsincident dat resulteerde in onbevoegde toegang tot data. Bij 15% van hen vonden zes of meer incidenten plaats. De meeste daarvan hielden verband met phishing, malware, spyware en ransomware.

Communicatie is probleem

Communicatie tussen het IT- en OT-team is van cruciaal belang, maar desondanks worstelen veel productiebedrijven met de samenwerking tussen deze teams in de nasleep van een beveiligingsincident. Gebrekkige communicatie tussen het IT- en OT-team werd door 82% van alle ondervraagde bedrijven gezien als een obstakel voor effectieve incidentrespons.

Oude apparatuur en te weinig personeel

Veel organisaties blijven worstelen met de beveiliging van oude apparatuur. Ze zijn vaak geneigd om systemen te blijven gebruiken totdat die de geest geven. Het is echter lastig, zo niet onmogelijk om een 20 jaar oud apparaat te patchen. Bedrijven kampen ook met een tekort aan vaardig personeel. Het gebrek aan security-talent maakt het lastig om vacatures op het gebied van OT-beveiliging in te vullen. De respondenten werden gevraagd of ze verwachten om over drie jaar over het talent te beschikken dat nodig is om de risico’s rond OT-beveiliging op te vangen. 22% van de respondenten zei daar geen vertrouwen in hebben. Dit is een lichte verslechtering ten opzichte van de enquêteresultaten van 2020 (20%).

Meer audits op OT-beveiliging

Het beveiligen van OT-omgevingen vraagt om overzicht op alle systemen. Regelmatige audits en evaluaties van de bestaande apparatuur vertegenwoordigen is cruciaal. Hier is goed nieuws te melden; 48% van de respondenten zegt het afgelopen halfjaar audits of evaluaties van hun OT-beveiliging te hebben uitgevoerd. Dit is een stijging ten opzichte van de 44% van 2020. 23% van de respondenten voert deze beoordelingen maandelijks uit. 49% doet dit elk kwartaal. 87% zegt technische en beveiligingsevaluaties uit te voeren voordat ze nieuwe apparatuur aanschaffen.