Volgens het laatste onderzoek van het Digital Trust neemt een flink deel van het Nederlandse bedrijfsleven nog onvoldoende beschermende maatregelen tegen cyberdreigingen. DTC heeft onderzoeksinstituut TNO daarom gevraagd om te onderzoeken hoe de actiebereidheid vergroot kan worden bij de ruim 2,3 miljoen bedrijven die tot de doelgroep van het DTC behoren. Het doel van het onderzoek is om inzicht te geven in de motivaties en barrières die verschillende bedrijven ervaren bij veilig digitaal ondernemen.

TNO onderzocht op welke organisaties het DTC zich zou moeten richten, waarom deze bedrijven niet de noodzakelijke maatregelen nemen en hoe het DTC hierop kan reageren. Het onderzoeksrapport “Veilig digitaal ondernemen – Inzicht in motivaties en barrières door doelgroepsegmentatie”bevat deze inzichten en enkele aanbevelingen voor effectieve gedragsverandering bij ondernemers.

Via psychografische segmentatie is onderzocht welke groepen bedrijven onvoldoende beschermende maatregelen nemen. Traditionele segmentatie op basis van bedrijfseconomische of geografische kenmerken (bijvoorbeeld omzet, bedrijfstak, vestigingsplaats) schiet tekort volgens het DTC in het begrijpen van de redenen achter het gedrag van ondernemers.

Psychografische segmentering verdeelt bedrijven op basis van motivaties en barrières. Dit geeft inzicht in waarom ondernemers (on)voldoende veilig digitaal ondernemen. De segmentatie is gedaan op basis van interviews en een uitgebreid vragenlijstonderzoek onder een steekproef van de DTC-doelgroep, waarna verschillende statistische analyses hebben geleid tot 5 gesegmenteerde groepen.

De doelgroep van het DTC is op te delen in 5 subdoelgroepen. Deze subdoelgroepen verschillen van elkaar wat betreft de mate van veilig digitaal ondernemen en onderliggende gedragsbepalers. De 5 subdoelgroepen zijn Voorlopers, Uitbesteders, Overmoedigen, Machtelozen en Onverschilligen.

Bedrijven binnen de groep Voorlopers laten een patroon zien van het nemen van alle vereiste beschermende maatregelen. Ze zijn in staat om deze maatregelen te nemen, hebben de hulpbronnen om dat te doen en zijn zeer gemotiveerd. De groep Uitbesteders is van mening dat het nemen van beschermende maatregelen niet de verantwoordelijkheid is van hun eigen organisatie, en besteden hun cybersecurity in grote mate uit aan externe IT-serviceproviders.

Overmoedigen onderschatten de gevolgen van een cyberbeveiligingsincident. Deze organisaties geven niet veel om hoe hun organisatie bekend staat bij hun klanten en relaties wat betreft de mate van cyberveiligheid in hun bedrijfsvoering en denken dat de kans om slachtoffer te worden klein is. Machtelozen nemen onvoldoende beschermende maatregelen. Ze hebben weinig kennis, vaardigheden en hulpbronnen om zichzelf te beschermen. Onverschilligen nemen onvoldoende beschermende maatregelen. Tegelijkertijd zijn ze niet overtuigd dat het nemen van aanbevolen maatregelen daadwerkelijk de dreiging zal verminderen, ze zijn niet gemotiveerd om hun organisatie te beschermen en denken dat de kans om slachtoffer te worden klein is.

Deze segmentering biedt inzicht in de behoeften en uitdagingen van de verschillende groepen op het gebied van veilig digitaal ondernemen. Met deze kennis kunnen deze groepen gerichter ondersteund worden volgens het DTC bij het nemen van beschermende maatregelen. Op het gebied van het treffen van maatregelen voor veilig digitaal ondernemen zijn er 3 doelgroepen die achterblijven, de Overmoedigen, Machtelozen en Onverschilligen, samen vormen zij 66% van de bedrijven.

Het onderzoek heeft aangetoond welke specifieke motivaties en barrières er zijn voor bepaalde doelgroepen, zoals gebrek aan kennis en hulpbronnen voor de subdoelgroep Machtelozen. In het rapport zijn daarnaast verschillende interventies te vinden die bedrijven binnen deze doelgroepen kunnen motiveren om stappen te zetten om hun eigen cyberweerbaarheid te vergroten óf anderen te helpen.

Uit een analyse onder 80 scholen van onderwijsspecialist OMIX en integratiespecialist Enable U blijkt dat de meeste onderwijs specifieke applicaties nauwelijks worden geïntegreerd met andere gebruikte software. Dit belemmert volgens de bedrijven de samenwerking tussen en binnen onderwijsinstellingen. Daarnaast beperkt het de flexibiliteit van de IT-afdeling. “De verwachte groei in het aantal digitale integraties maakt de flexibiliteit om nieuwe software goed te kunnen implementeren nog urgenter”, stelt Niels Beckers, CMO van Enable U. 

De flexibiliteit om nieuwe digitale systemen te implementeren is volgens het onderzoek voor docenten van belang om aan de wensen van hun studenten tegemoet te komen. Denk hierbij aan het verstrekken van informatie over tentamens, notificaties bij roosterwijzigingen of het afstemmen van lesmateriaal per student. Het bestuur van een onderwijsinstelling heeft vaak andere eisen en wensen voor softwaresystemen, zoals rapportagefunctionaliteiten en compliance met regelgeving. “Flexibilisering vraagt veel van een onderwijsinstelling en de IT-afdeling. Dat kan alleen als de diverse informatiesystemen goed op elkaar zijn afgestemd. Alleen op deze manier kan voldaan worden aan de ICT-wensen van alle drie de belangrijke stakeholders: het bestuur, de studenten en de docenten”, aldus Rudi ter Riet, eigenaar en bestuurder bij OMIX.

Goede logistiek speelt een cruciale rol in het onderwijs volgens OMIX en Enable U. Zonder goede logistiek staan docenten voor lege collegezalen, zitten studenten in de verkeerde collegezaal, kunnen examens niet digitaal afgenomen worden en is er geen ruimte voor mensen met een afwijkende leerroute. De enige manier om dit te bereiken volgens de bedrijven is door de verschillende benodigde applicaties te integreren.

Om de ICT-uitdagingen in het onderwijs aan te pakken, kondigen OMIX en Enable U een strategische samenwerking aan. Deze samenwerking richt zich op het overbruggen van de kloof tussen bestaande processen en de noodzaak voor flexibiliteit en innovatie in de IT-infrastructuur van onderwijsinstellingen. Donderdag 13 juni organiseren OMIX en Enable U samen een online onderwijs en integratie kennissessie.

IT-consultancy bedrijf Devoteam heeft Marcel Braaksma benoemd tot Country Director voor de Microsoft activiteiten in Nederland. Hij neemt het stokje over van Freek Roelofs, die doorschuift naar de rol van Chief Operating Officer (COO). In deze nieuwe functie moet Roelofs een essentiële rol gaan spelen in het aansturen van de Nederlandse business units.

Braaksma heeft een verleden als onder andere Operations Director bij Macaw en Delivery Executive bij Microsoft. Braaksma: “Ik ben enthousiast om bij Devoteam te komen en deel uit te maken van een dynamisch team dat zich inzet voor het creëren van een betekenisvolle impact voor klanten. Samen zullen we de grenzen van innovatie blijven verleggen en onze klanten helpen nieuwe kansen voor succes te ontsluiten.”

Getac lanceert een nieuwe robuuste laptop met AI-functionaliteit ingebouwd. De S510 laptop is uitgerust met de Intel Core Ultra 5/7 en Intel AI Boost en Intel Graphics. Ook bevat het nieuwe model de speciale Microsoft Copilot-toets, voor toegang tot AI-functionaliteiten.

De S510 combineert de nieuwe functies met MIL-STD-810H en IP53 certificeringen, en een val- en trilbestendigheid tot 0,9 meter, volgens opgaaf van de fabrikant. Hij heeft een 15,6-inch scherm, met een helderheid van 1000 nits en Getac-technologie voor leesbaarheid in fel zonlicht. Het apparaat is uitgerust met WiFi 6E en Bluetooth 5.3, met als optie 4G-LTE en 5G Sub-6 connectiviteit. De laptop weegt 2,35 kg.

De S510 kan verder naar behoefte worden geconfigureerd, met opties zoals Thunderbolt 4-poorten , tot 64 GB DDR5 (standaard 8 GB) en tot 2 TB PCIe NVMe SSD-opslag (standaard 256 GB). Andere opties zijn onder meer een laser barcode scanner, een Dvd-speler, een tweede opslaggeheugen en/of een NVIDIA GPU.

De Nederlandse veiling van de landelijke 5G-netwerken gaat beginnen op 25 juni. Dat meldt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De tijdsduur is afhankelijk van het verloop van de biedingen. De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) maakt na afloop van de veiling bekend welke deelnemers (minimaal drie) landelijke frequenties voor snelle mobiele communicatie hebben verkregen.

Mobiele telecombedrijven kunnen vervolgens vanaf 1 augustus 2024 de nieuwe frequenties op de zogenoemde 3,5 gigahertz-band in gebruik nemen om overal in Nederland de 5G-technologie aan te bieden aan bedrijven, organisaties en consumenten. Ook blijft 2×50 megahertz (van de totale 400) in deze 3,5 gigahertz-band beschikbaar voor private, lokale 5G-netwerken. Deze banden komen beschikbaar voor toepassingen als virtual reality en slimme, complexe apparaten zoals zelfrijdende voertuigen of robots in fabrieken. Deze 2×50 megahertz wordt niet bij deze veiling verdeeld. Minister Micky Adriaansens heeft eerder al regelgeving gepubliceerd met daarin onder andere de opzet en de minimumopbrengst (170 miljoen euro) van de Nederlandse veiling.

Mijlpaal

De minister: “De aankomende veiling is een mijlpaal voor onze digitale ambities. Nederlandse bedrijven en consumenten hebben te lang op deze nieuwe landelijke 5G-netwerken moeten wachten. Terwijl ondertussen het dataverbruik sterk groeit en landen om ons heen al stappen hebben gezet. Om al die digitale bedrijfsprocessen, diensten en producten aan te kunnen, is het veilen van nieuwe mobiele frequenties in Nederland hard nodig.”

Voor de veiling heeft het ministerie van EZK besloten dat deelnemende marktpartijen over maximaal veertig procent van het totaal aan beschikbare frequenties kunnen beschikken. Dit gold ook bij de vorige veiling in 2020. Dat betekent dat er frequentieruimte beschikbaar is voor minimaal drie aanbieders van openbare 5G in de 3,5 GHz-band. Op die manier wil het ministerie van EZK garanderen dat er voldoende concurrentie blijft op de telecommarkt. Ook geldt er een ingebruiknameverplichting voor elke vergunning.

De veiling, die namens de minister wordt uitgevoerd door de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), vindt vanaf 25 juni elektronisch plaats. De vergunningen worden verdeeld in een meerrondenklokveiling. Deelnemers bieden bij oplopende prijzen op het aantal vergunningen dat zij wensen, net zo lang tot vraag kleiner of gelijk is aan het aanbod. De totale looptijd van de vergunningen is ruim zestien jaar: tot en met 31 december 2040.

Minimale snelheid

Bij de eerdere veiling in 2020 heeft het kabinet al hoogwaardige mobiele dekking vastgelegd met een dekkingseis op 98% van de oppervlakte van elke Nederlandse gemeente. Ook gelden daarin normen voor de minimale snelheid op de uiterste randen van een mobiel netwerk. Door deze eisen komt de Nederlandse mobiele internetsnelheid op gemiddeld meer dan 100 megabit per seconde. De maximum snelheid nabij een netwerkantenne ligt naar verwachting twintig keer zo hoog, boven 2 gigabit per seconde.

 

KPN lanceert de KPN Campus waarmee het 5G-diensten en toepassingen voor organisaties op locatie wil aanbieden. Hiermee wil KPN inspelen op de groeiende vraag van grootzakelijke klanten naar missie- en bedrijfskritische spraak- en datatoepassingen via het mobiele netwerk. De komende maanden introduceert KPN stapsgewijs verschillende KPN Campus-diensten die 5G, on-premise computing, indoor lokalisatie en lokale netwerken (LAN) combineren.

Afhankelijk van het digitaliseringsvraagstuk dat een organisatie heeft moet KPN Campus een connectiviteitsoplossing bieden, zoals public 5G voor indoor dekking en de mogelijkheid om mobiel dataverkeer lokaal af te handelen via een lokale 5G-gateway (hybrid 5G). KPN Campus wil ook oplossingen bieden om een volledig privaat mobiel netwerk op te zetten. Dit netwerk is dan inzetbaar voor zowel 4G als 5G apparatuur en draait volledig autonoom op de klantlocatie (private 5G).

De netwerkcapaciteit kan eventueel volledig worden toegewezen aan bepaalde missiekritische applicaties, zoals het aansturen van autonome voertuigen en robots of augmented reality toepassingen. De verschillende KPN Campus diensten worden stapsgewijs aan het aanbod toegevoegd. Alle diensten kunnen in principe binnen één campusnetwerk, lokaal bij de klant worden gerealiseerd, zegt KPN.

 

De digitale connectiviteit van Nederland is nog altijd toonaangevend, maar staat op een cruciaal punt onder druk. Dat is een van de belangrijkste conclusies van het rapport ‘Glasvezel in Stad & Land’, dat vandaag is gepubliceerd door brancheorganisatie Fiber Carrier Association (FCA). Hoewel de uitrol van glasvezel voor huishoudens de afgelopen jaren een flinke versnelling heeft doorgemaakt, heeft Nederland de komende jaren een flinke uitdaging om zijn reputatie voor uitstekende connectiviteit vast te kunnen houden, zegt de FCA.

“Ons nationale glasvezelnetwerk voor zowel consumenten als het bedrijfsleven is voorbereid op de toekomst,” zegt Andrew van der Haar, directeur van de FCA. “We zien echter dat als het gaat om internationale connectiviteit, er helaas te lang geen gerichte actie is ondernomen. Het gaat dan specifiek om zeekabels die Nederland verbinden met bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Ondanks dat de FCA en andere brancheorganisaties, onderzoeksinstellingen en bedrijven hier al jaren over aan de bel trekken, is deze kwestie steeds benaderd als een die moet worden opgelost door de markt. Het lukt de markt niet goed om dit soort grootschalige projecten aan te zwengelen. We zijn blij dat er nu een Zeekabel Coalitie is waarin ook de overheid is vertegenwoordigd, maar dat heeft nog niet tot concrete projecten of initiatieven geleid.”

Het belang van nieuwe zeekabels moet niet onderschat worden, aldus Van der Haar. “Hoewel zeekabels een relatief kleine schakel lijken in het geheel aan netwerken in Nederland en daarbuiten, zijn zij de ruggengraat van het mondiale internet. Voor intercontinentaal verkeer is het belangrijk dat veel capaciteit beschikbaar is omdat er maar een paar ‘vaargeulen’, zeekabels, zijn waar de data doorheen kan. Op de plek waar die zeekabels aanlanden, vindt logischerwijs ook de verdere distributie van die data plaats, met alle positieve neveneffecten die dat heeft voor het digitale ecosysteem. Zonder dit soort kabels is de distributiefunctie ook minder voor de hand liggend. Het verdienvermogen van Nederland komt daardoor in het gedrang.”

Verglazing van Nederland

Positief is dat de verglazing van Nederlandse huishoudens snel dichterbij komt. Hoewel een groep van zo’n 19.000 huishoudens in de zogeheten ‘onrendabele top’ – deze groep bevindt zich in gebieden waar het aanleggen van glasvezel niet rendabel is – nog zal moeten wachten op een glasvezelaansluiting, zullen de overige 8 miljoen huishoudens binnen enkele jaren gebruik kunnen maken van de snelle verbindingen.

Van der Haar: “In Nederland wordt nog steeds in rap tempo glasvezel uitgerold. Hoewel er enkele kinken in de kabel zijn, zoals aansluitingen die niet afgemonteerd kunnen worden door een gebrek aan gekwalificeerd personeel, ziet de toekomst er rooskleurig uit. Wel is het zaak dat voor de onrendabele top snel een oplossing wordt gevonden. (Demissionair) minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat heeft aangegeven de oplossing daarvoor voorlopig aan de markt over te laten. Gezien het gebrek aan commerciële prikkels om deze huishoudens te verglazen, is het sterk de vraag of de markt op dit punt in beweging komt. Op een totaal van 8 miljoen huishoudens lijken 19.000 er niet veel, maar het is niet te verkopen dat deze huishoudens verstoken blijven van stabiele, hoogwaardige glasvezelverbindingen vanwege hun ligging. Als Nederland zijn ambities voor de digitale economie serieus neemt, zorgen we ook voor de huishoudens die tussen wal en schip dreigen te vallen.”

Een consortium bestaande uit CGI, ilionx Group, Brunel en Vitas is als een van de drie partijen de aanbesteding ‘inhuur tijdelijke functies’ gegund op het ICT-perceel door Gasunie Nederland. De raamovereenkomst, die Europees is aanbesteed, heeft een looptijd van vier jaar met een optie tot verlenging van twee maal twee jaar.

De totale maximale waarde van de raamovereenkomsten is circa 600 miljoen euro. Onder leiding van CGI levert het consortium IT-expertise op het gebied van onder andere SAP, Business Intelligence en Microsoft cloud-omgevingen. Daarmee ondersteunt het consortium de staatsdeelneming om de uitdagingen van de energietransitie aan te gaan. Met deze raamovereenkomst hopen de leden van het consortium hun aandeel in de energiemarkt te vergroten.

De Gasunie-specifieke onboarding, de kennisdelingssessies en teambuilding-evenementen zijn belangrijke onderdelen van de gezamenlijke aanpak. Het thema maatschappelijk ondernemen en duurzaamheid, wat een belangrijke pijler voor Gasunie is, krijgt een hoge waardering van de beoordelingscommissie. Het consortium zegt experts te kunnen leveren die binnen een uur rijden van het Gasunie hoofdkantoor wonen.

Het consortium moet de ICT-afdeling van Gasunie op diverse gebieden gaan ondersteunen. Naast expertise op het gebied van SAP, Business Intelligence en Microsoft-oplossingen moeten de komende jaren diverse applicaties worden ontwikkeld, aangepast of vervangen. Datacenterkennis, softwarebeheer en -ontwikkeling en kennis van diverse SaaS-diensten en -oplossingen maken daarom deel uit van deze raamovereenkomst.

L-Mobi staat op het randje van omvallen. De telecomprovider verkeert in grote financiële problemen. KPN heeft inmiddels de dienstverlenging aan L-Mobi stopgezet, waardoor de klanten van L-Mobi niet meer kunnen bellen, sms’en en internetten.

L-Mobi bestaat sinds 2019 en richt met name op mensen die voor een korte poeriode in Nederland verblijven en via prepaid simkaarten contact willen houden met familie en vrienden in hun thuisland.

“We zijn nog in overleg met andere providers om een overstap aan te kunnen bieden”, zo laat eigenaar Ruben Thiru aan NU.nl weten.

L-Mobi heeft naar eigen zeggen zo’n 6000 actieve klanten en is ook in België actief. Hoewel de financiële problemen niet in België spelen, is Thiru bang dat het mogelijke Nederlandse faillissement ook daar gevolgen zal hebben.

De Nederlandse overheid wil dat meer bedrijven en maatschappelijke organisaties hun digitale weerbaarheid op orde hebben. Het moet voor de overheid makkelijker worden om te waarschuwen voor dreigingen. Het huidige samenwerkingsverband LDS wordt uitgebreid met een nieuw Cyberweerbaarheidsnetwerk.

Het demissionair kabinet heeft donderdag een toekomstvisie gepresenteerd, waarmee het overheidsinstanties, bedrijven en maatschappelijke organisaties digitaal weerbaarder wil maken.

Zo wordt het zogeheten Landelijk Dekkend Stelsel (LDS) uitgebreid en wordt er een Cyberweerbaarheidsnetwerk toegevoegd. Het LDS is een samenwerkingsverband van diverse overheidsinstanties, waaronder het Digital Trust Center, dat zich richt op het mkb.

Volgens de overheid is het zaak om niet alleen meer bedrijven te bereiken met informatie, maar ook om van incidenten en crises te leren en snel te herstellen. Ook moet er meer worden samengewerkt op thema’s als kennisuitwisseling, opleiden, trainen en oefenen.

De landelijke coördinerende rol is weggelegd voor de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV), Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) verantwoordelijk wordt voor de uitvoering en samenwerking binnen het netwerk.

Hoe de nieuwe samenwerking en het Cyberweerbaarheidsnetwerk er concreet uit zullen zien, is nog onduidelijk. Het NSSC zal de door overheid geschetste visie de komende jaren verder uitwerken.