Beveiligingsbedrijf ESET voegt nieuwe functionaliteit toe aan het Protect-platform. Met Vulnerability & Patch Management krijgen klanten inzicht in kwetsbaarheden en automatisch patch management.

ESET werkt voor de nieuwe functionaliteit samen met OPSWAT, dat zich specialiseert in zero-day kwetsbaarheden. De functie scant veel bekende applicaties, waaronder Adobe Acrobat, Mozilla Firefox en Zoom Client, op algemene kwetsbaarheden en blootstellingen (CVE’s). Kwetsbaarheden kunnen worden gefilterd en geprioriteerd op basis van blootstelling een risicoscore, ernst en score gedurende een bepaalde tijd. Via de cloudgebaseerde console kunnen bedrijven rapportages opstellen over de meest kwetsbare software en getroffen apparaten.

ESET Vulnerability & Patch Management biedt een voortdurend bijgewerkte inventarislijst van patches, met de patchnaam, versie van de app, CVE, de ernst/belang van de patch en de getroffen applicaties. De update kan direct starten of handmatig wanneer een patch is geïdentificeerd.

De nieuwe functionaliteit is per direct beschikbaar op Protect Complete en op het nieuwe beveiligingsniveau Protect Elite voor enterprise en mkb. Eind juli komt het ook beschikbaar op het standaard Protect-platform.

 

Vandaag is het World Wifi Day. Draadloos internet is voor ons even vanzelfsprekend als water uit de kraan. Aan de snelheid en de betrouwbaarheid van wifi wordt nog steeds gesleuteld. Wat moet je als IT-dienstverlener je klanten adviseren op het gebied van wifi? En wordt 5G niet een geduchte concurrent?

Lange aanloop draadloos internet
Wifi 6
Wifi 7
5G vs wifi

World Wifi Day is door de Wireless Broadband Alliance in het leven geroepen om de impact van draadloze verbinding te vieren, maar ook om aandacht te vragen voor de plekken op de wereld waar wifi nog niet zo vanzelfsprekend is als bij ons. We moeten niet vergeten dat zo’n 30 procent van de wereldbevolking geen internet heeft, terwijl in Europa 90 procent van de inwoners online is. In Nederland hebben volgens het CBS bijna alle huishoudens een internetaansluiting. Een groot deel van de internetgebruikers maakt overwegend verbinding via wifi.

Lange aanloop draadloos internet

Hoewel we wifi nu bijna als eerste levensbehoefte beschouwen, was er een tijd dat devices (voornamelijk pc’s) altijd via een draad verbinding moesten maken met het internet. Inmiddels zijn er wereldwijd naar schatting rond de 18 miljard wifi-devices, waarvan het grootste deel mobiele apparaten.

Zoals bij de meeste nieuwe technologie duurde het ook bij wifi lange tijd voordat het massaal werd omarmd. De allereerste wifi-standaard dateert al uit 1997. Onder de naam 802.11 bood deze in theorie een snelheid tot 2 megabit per seconde. Iedere paar jaar volgde een nieuwe standaard, waarbij wifi rond de tijd van de standaard 802.11g echt populair werd bij consumenten en in de zakelijke markt.

Wifi 6

Inmiddels is de naamgeving van de standaarden wat versimpeld en is wifi 6 (802.11ax) de gangbare versie, al is die nog lang niet overal in gebruik. Wifi 6 biedt naast hogere verbindingssnelheden ook betere prestaties in drukke netwerkomgevingen. Nieuwe technologie zorgt ervoor dat verschillende apparaten tegelijkertijd kunnen praten met één accesspoint.

Bij eerdere standaarden moesten de devices elkaar afwisselen. Dat ging weliswaar snel, maar kon toch voor haperingen zorgen. Wifi 6 kan meer kanalen gebruiken dan zijn voorgangers, wat tot een efficiëntere verdeling van het signaal leidt. Ook biedt het meer veiligheid dankzij WPA3-encryptie. Wifi 6 is al met al een flinke stap vooruit vergeleken met zijn voorganger. Zeker in een zakelijke omgeving is de upgrade de moeite waard.

Wifi 6E is dan weer de volgende iteratie van deze standaard. Het biedt naast toegang tot de 2,4 en 5 GHz-frequentieband ook toegang tot de 6 GHz-band. Deze variant vermindert de interferentie tussen verschillende netwerken in drukke gebieden, zoals kantoren, industriële omgevingen en appartementencomplexen.

Wifi 7

Niemand zal verbaasd zijn dat constant aan verbetering van de wifi-standaard wordt gewerkt. Wifi 7 (802.11be) komt er alweer aan en het is weer sneller (tot 9,6 Gbps tegen maximaal 6,9 Gbps bij wifi 6). Ook belooft het opnieuw minder latency, betere prestaties in drukke omgevingen en een nog betere beveiliging. Voordat wifi 7 de norm wordt en er voldoende apparaten zijn die het ondersteunen, zullen we waarschijnlijk een paar jaar verder zijn.

5G versus wifi

Maar wordt wifi niet overbodig wanneer écht snelle 5G-verbindingen overal beschikbaar zijn? Beide technologieën maken snel internet mogelijk, maar zijn heel verschillend en vullen elkaar goed aan. Zo biedt 5G dekking over grote afstanden terwijl het bereik bij wifi beperkt is tot maximaal 300 meter. Een voordeel van wifi is dat een netwerk snel op te zetten en uit te breiden is. Als msp hoef je dan ook geen keuze te maken tussen de twee wanneer je je klanten adviseert. Wifi is en blijft voor de meeste bedrijven enorm belangrijk.

Het Nederlandse securitybedrijf NFIR heeft een samenwerking aangekondigd met Toreon. Klanten van het Belgische cyberconsultancybedrijf kunnen gebruikmaken van de incident response-diensten en forensisch onderzoek van NFIR.

Toreon is een leverancier van cyber security-expertise aan bedrijven en organisaties in België.  Het zusterbedrijf Data Protection Institute (DPI) staat bekend om het trainen en begeleiden van Data Protection Officers (DPO’s) en heeft onlangs het eerste Chief Information Security Officer (CISO) trainingsprogramma in de Benelux gelanceerd.

Wouter Avondstondt, medeoprichter en VP van Toreon: “Deze samenwerking is een dubbel voordeel. We kunnen door samen te werken met de ervaren incident response teams van NFIR, onze klanten helpen snel en effectief te reageren op cyberaanvallen, de schade te minimaliseren en ze zo snel mogelijk weer op het goede spoor te krijgen.”

Arwi van der Sluijs, de CEO van NFIR: “We zijn verheugd om samen te werken met Toreon en onze expertise op het gebied van incident response naar klanten in België te brengen. Ons team van ruim 60 experts reageert op cyber security incidenten in het midden- en kleinbedrijf en de overheid in Nederland. We bieden de klanten van Toreon dezelfde hoogwaardige diensten die ze nodig hebben om hun bedrijf te beschermen.”

Het consortium Digital Industry Boost (DIB) heeft een subsidie van 7 miljoen gekregen van het ministerie van EZK voor de digitalisering van de Brabantse maakindustrie. Het consortium wil hiermee de komende vier jaar de aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven verder vormgeven.

DIB is een samenwerking van Fontys Hogeschool, Mikrocentrum, Summa College, Brainport Industries, samenwerkingspartners van de EdiH Zuid en Provincie Noord-Brabant. Volgens het consortium is het bundelen van de krachten nodig om de juiste kennis over te dragen aan studenten en professionals in deze industrie, zodat ze klaar zijn voor de toekomstige arbeidsmarkt. Ella Hueting, directeur Fontys Engineering vertelt waarom de hogeschool deelneemt: “Er is een enorm tekort aan technici in Nederland en in de regio Brainport in het bijzonder. Steeds minder jongeren kiezen voor een technisch profiel, daarom is het noodzakelijk om mensen bij- en om te scholen voor technische beroepen. Dat kan alleen maar als we de handen ineen slaan.”

Bert-Jan Woertman, directeur Mikrocentrum vult aan: “We staan gezamenlijk voor de uitdaging om met minder mensen economische groei te realiseren. Digitalisering en automatisering vormen in grote mate een oplossing voor dit dilemma. Daarom is het van essentieel belang om volop te investeren in Leven Lang Ontwikkelen, waarbij we continu blijven groeien en ons aanpassen aan nieuwe technologieën om de productiviteit te bevorderen.”

Sneller en flexibeler

De verschillende onderwijspartners ontwikkelen een doorlopende leerlijn van voortgezet onderwijs via mbo en hbo naar masteropleiding. Door zowel publieke als private opleidingsmogelijkheden aan te bieden, willen de samenwerkingspartners sneller, flexibeler en vraaggericht reageren op de behoefte vanuit het bedrijfsleven.

Kennisecosysteem

Digital Industry Boost streeft ernaar dat er over vier jaar een kennisecosysteem is ontstaan, waarin samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven gewoon is. Het bedrijfsleven moet een actieve partner in dit ecosysteem worden en samen met het onderwijs de uitdagingen aangaan. John Blankendaal, directeur Brainport Industries en Saartje Janssen, directeur Summa Techniek benadrukken allebei dat “arbeidscapaciteit, productiviteit en kwaliteit cruciaal zijn voor het behouden van concurrentiepositie en innovatiekracht van de Brainport regio. Het is cruciaal om de productiviteit te vergroten met in verhouding minder arbeidskrachten. Daarnaast is het aantrekken en beter ontwikkelen van talent voor het hightech toelevernetwerk een belangrijke levensader. Door het samenvoegen van alle initiatieven tot één ecosysteem kunnen we hier een bijdrage aan leveren.”

Leverancier van securityproducten Fortinet komt met aanpassingen in het FortiFlex-programma. Organisaties kunnen voortaan ook flexibele licenties afsluiten de hardware-firewalls in de FortiGate-reeks.

FortiFlex bood al ondersteuning voor een reeks van gevirtualiseerde oplossingen voor de beveiliging van cloudomgevingen en virtuele datacenters. Fortinet voegt daar nu ondersteuning aan toe voor fysieke next-generation FortiGate firewalls. Het programma hanteert een puntensysteem waarbij de kosten per 24 uur in rekening worden gebracht.

Punten inzetten

Organisaties kunnen de punten inzetten om een van gevirtualiseerde en cloudoplossingen en beveiligingsdiensten op locatie te gebruiken. Managed security service providers kunnen gebruikmaken van één FortiFlex-account om een pool van licenties voor hun klantenkring in het leven te roepen. Ze kunnen via een en dezelfde user interface licenties overzetten en opnieuw toewijzen. Het FortiFlex-aanbod biedt nu ook licentieopties voor de door AI ondersteunde security services van FortiGuard en technische ondersteuning op basis van de FortiCare-dienst voor de volgende modellen firewalls:
FortiGate 40F
FortiGate 60E/F-serie
FortiGate 70F
FortiGate 80F
FortiGate 100E/F-serie
FortiGate 200 E/F-serie
FortiGate 400F
FortiGate 600F

AWS

FortiFlex is nu beschikbaar als private oplossing in de AWS Marketplace ter ondersteuning van organisaties die gebruikmaken van het AWS Enterprise Discount Program (EDP). Eigenaars van een AWS-account met een hoog afnamevolume komen in aanmerking voor een korting zodra ze boven een minimale bestedingsdrempel uitkomen.

KPN neemt de glasvezelnetwerken van Primevest over. Het gaat om 127 duizend adressen in de grote steden Den Haag, Rotterdam en Eindhoven. Saillant detail is dat concurrent T-Mobile capaciteit huurt op de netwerken van Primevest. 

De ambitie van KPN is om eind 2026 een dekking te hebben van 80 procent in Nederland. Inmiddels heeft het bedrijf zo’n 4 miljoen aansluitingen omgezet van koper naar glas. De overname van Primevest voegt daar dus bijna 130 duizend aansluitingen aan toe. De transactie is naar verwachting eind deze maand afgerond.

De concurrentie tussen de drie grote spelers KPN, T-Mobile en VodafoneZiggo neemt intussen flink toe. T-Mobile huurt al capaciteit van KPN via KPN Netwerk (voorheen Reggefiber) en daar komt nu dus Primevest bij. Daarnaast heeft T-Mobile een overeenkomst met Delta Fiber, Glaspoort en Open Dutch Fiber.

Exertis en Poly lanceren op 22 juni het UC-platform Exertis Voice. De nieuwe dienst is vooralsnog alleen gepland in Groot-Brittannië.

In het VK worden analoge PSTN- en ISDN-lijnen nog steeds veel gebruikt door meer dan 40% van het mkb. In 2025 worden deze diensten definitief uitgeschakeld. Met het nieuwe platform willen Exertis en Poly zorgen voor een overgang naar een digitaal universeel communicatie platform ingebed in digitale telefonie.

Exertis Voice moet schaalbaar zijn tot duizenden gebruikers, met functies als mobiele PBX, Teams-integratie, oproepopnames met sentimentanalyse en transcripties, callcenterfuncties en videoconferenties. Aan de achterkant zijn er managed services van Exertis. Exertis levert de clouddienst en Poly de hardware.

Jenny Ring is benoemd tot nieuwe EVP People, Culture & Sustainability bij Dustin. Ze is op 1 juni in deze nieuwe rol gestart en neemt sindsdien ook deel in het managementteam van de groep.

Voorheen was Jenny verantwoordelijk voor Customer Fulfilment bij Dustin en heeft sinds 2015 verschillende leidinggevende functies bekleed binnen het bedrijf. Voordat ze bij Dustin kwam, was ze verkoopdirecteur bij GE Money Bank.

“Jenny heeft uitgebreide ervaring in het leiden van complexe, multinationale organisaties en heeft haar deskundigheid binnen leiderschap gecombineerd met uitgebreide kennis van onze business.”, zegt Johan Karlsson, President en CEO van Dustin.

“Ik kijk ernaar uit om voort te bouwen op mijn eerdere ervaringen om, samen met het team, het werk binnen Mensen, Cultuur en Duurzaamheid verder te ontwikkelen en zo bij te dragen aan de voortdurende reis van Dustin”, zegt Jenny Ring.

Gemeenten zijn zeer ongerust over nieuwe Europese cybersecurity-wetgeving NIS2 die in 2024 van kracht wordt. De Rijksoverheid geeft namelijk geen duidelijkheid over de exacte eisen, zo klinkt de kritiek. Dat blijkt uit onderzoek van AG Connect, Binnenlands Bestuur en iBestuur. Slechts 10 van 80 gemeenten zetten concrete stappen om zich voor te bereiden.

Met de inwerkingtreding van NIS2 per oktober 2024 worden straks zo’n achtduizend organisaties als een essentiële organisatie aangewezen, waaronder ook gemeenten. Wie niet aan de strengere cybersecurity-eisen voldoet, riskeert een bestuurlijke boete. Deze kunnen oplopen tot 10 miljoen euro of bij bedrijven tot 2 procent van de totale jaaromzet.

Gemeenten hebben nu dus nog iets meer dan een jaar tijd om aan de nieuwe IT-beveiligingseisen te voldoen. Er lijkt nog een hoop werk te liggen: in het onderzoek van AG Connect, Binnenlands Bestuur en iBestuur onder 80 gemeenten kunnen slechts vijf gemeenten (6%) aangeven dat zij momenteel hun toeleveranciers in kaart hebben gebracht. Zes gemeenten (7%) kunnen aangeven dat ze de vitale processen in kaart hebben binnen hun organisatie.

Onduidelijkheid over investeringen

Wat vooral overheerst in de antwoorden is dat gemeenten niet helder hebben wát ze moeten doen. Maar liefst zeventig van de tachtig gemeenten (88%) geeft aan dat het nog altijd onduidelijk is welke investeringen zij precies moeten doen. De oorzaak hiervoor is dat de Europese afspraken nog niet zijn vertaald naar Nederlandse wetgeving. Ook weet deze grote groep gemeenten niet hoe lang ze precies nodig hebben om aan de eisen te voldoen.

Een kleine groep, tien van de tachtig gemeenten, heeft dit (deels) al wél duidelijk. Zij geven onder meer aan dat er budget nodig is om meer inzicht te verwerven in welke cybersecuritymaatregelen nodig zijn voor bijvoorbeeld wegbeheer, afvalwater en afvalstoffenbeheer. Enkele van deze tien gemeenten geven aan dat het beveiligingsbewustzijn van de hele organisatie verder versterkt moet worden. Er moeten opleidingen worden gevolgd, experts worden ingehuurd en er moeten gesprekken worden gevoerd worden met leveranciers. Ook zal er veel meer toetsing nodig zijn voor de genomen maatregelen op cybersecuritygebied. Er is weinig vertrouwen in een goede afloop. Slechts drie gemeenten (4%) durven het aan om volmondig ‘ja’ te antwoorden op de vraag of zij op tijd aan de wetgeving gaan voldoen.

Ransomware is de meest wijdverspreide Malware-as-a-Service (MaaS) van de afgelopen zeven jaar. Dat blijkt uit onderzoek van het Kaspersky Digital Footprint Intelligence-team. De studie is gebaseerd op onderzoek naar 97 malwarefamilies die zijn verspreid via het dark web en andere bronnen. Daarnaast ontdekten de onderzoekers dat cybercriminelen vaak infostealers, botnets, loaders en backdoors leasen om hun aanvallen uit te voeren.

Malware-as-a-Service (MaaS) is een illegaal bedrijfsmodel waarbij software wordt gehuurd om cyberaanvallen uit te voeren. Meestal krijgen klanten van dergelijke diensten technische ondersteuning en een persoonlijk account waarmee ze de aanval kunnen besturen. Dit verlaagt de aanvankelijke drempel van deskundigheid die cybercriminelen in spe nodig hebben.

Ransomware als populairste Malware-as-a-Service

Kaspersky onderzocht de verkoopvolumes van verschillende malwarefamilies, plus vermeldingen, discussies, berichten en zoekadvertenties op het darknet en andere bronnen met betrekking tot MaaS om de populairste typen te identificeren. De leider bleek ransomware te zijn, goed voor 58 procent van alle families die tussen 2015 en 2022 werden gedistribueerd onder het MaaS-model. Volgens de onderzoekers kan dit worden toegeschreven aan het vermogen om hogere winsten te genereren in een korter tijdsbestek dan andere soorten malware.

Cybercriminelen kunnen zich gratis abonneren op Ransomware-as-a-service (RaaS). Zodra ze partners worden in het programma, betalen ze voor de service nadat de aanval heeft plaatsgevonden. Het betalingsbedrag wordt bepaald door een percentage van het losgeld dat door het slachtoffer wordt betaald, meestal variërend van 10 procent tot 40 procent van elke transactie. Deelnemen aan het programma is echter geen eenvoudige taak, omdat er aan strenge eisen moet worden voldaan.

Infostealers waren goed voor 24 procent van de malwarefamilies die als service werden gedistribueerd in de geanalyseerde periode. Dit zijn kwaadaardige programma’s die zijn ontworpen om gegevens te stelen, zoals referenties, wachtwoorden, bankpassen en -rekeningen, browsergeschiedenis, gegevens van cryptowallets en meer.

Betalen per maand of levenslange licentie

Infostealer diensten worden betaald via een abonnementsmodel. Ze zijn geprijsd tussen 100 en 300 dollar per maand. Raccoon Stealer bijvoorbeeld, dat begin februari 2023 werd stopgezet, kon worden aangeschaft voor 275 dollar per maand of 150 dollar per week. Volgens informatie die door de exploitanten op Darknet is geplaatst heeft concurrent Redline een maandelijke prijs van 150 dollar. Er is ook een optie om een levenslange licentie te kopen voor 900 dollar. Aanvallers maken ook gebruik van extra diensten tegen extra betaling.

18 procent van de malwarefamilies die als service worden verkocht bleken botnets, loaders en backdoors te zijn. Deze bedreigingen zijn samengevoegd in één groep omdat ze vaak een gemeenschappelijk doel hebben: het uploaden en uitvoeren van andere malware op het apparaat van het slachtoffer. De prijs van loader Matanbuchus varieert bijvoorbeeld in de loop van de tijd. De prijs in juni van het huidige jaar begint bij 4900 dollar per maand. Dit type malware is duurder dan infostealers, bijvoorbeeld omdat de kwaadaardige code zelf complexer is en de operator in dit geval alle infrastructuur levert – wat betekent dat de partners niet extra hoeven te betalen voor bulletproof hostingdiensten wanneer ze Matanbuchus gebruiken. Het  aantal abonnees op Matanbuchus is zeer beperkt, waardoor aanvallers langer onopgemerkt kunnen blijven.