Veeam Software presenteert het Data and AI Trust Maturity Model, een framework waarmee organisaties hun AI-governance kunnen beoordelen en benchmarken. Onderzoek van Emerald Research Group, uitgevoerd in opdracht van Veeam onder 300 senior leiders, laat zien dat 80 procent van de bedrijfsleiders vertrouwen heeft in veilig opschalen van AI, maar slechts één op de drie in staat is daar auditbestendig bewijs voor te leveren. Het model evalueert AI-volwassenheid langs twaalf dimensies en vijf fasen.

Veeam Software kondigt het Data and AI Trust Maturity Model aan, een framework dat organisaties een gestructureerde methode geeft om te beoordelen hoe effectief zij AI beheren. Het model is gebaseerd op onderzoek van Emerald Research Group, uitgevoerd in opdracht van Veeam, en is gevalideerd door klanten.

Volgens Veeam zijn organisaties sneller overgegaan op AI dan dat zij de benodigde identity-frameworks, datafundamenten en governance-structuren hebben ingericht. Dat leidt tot een situatie waarin AI-beslissingen moeilijk te verantwoorden zijn tegenover een raad van bestuur, auditor of toezichthouder.

Kloof tussen vertrouwen en aantoonbaarheid

Het onderzoek onder 300 senior bedrijfs- en technologieleiders — waaronder C-suite-executives verantwoordelijk voor data, beveiliging, risico en technologiestrategie — brengt een aantal opvallende patronen naar voren. Bijna zeven op de tien organisaties geeft aan dat AI is ingebed in meerdere bedrijfsfuncties. Tegelijkertijd erkent bijna de helft van de leidinggevenden dat hun vertrouwen in AI-gereedheid meer op intuïtie berust dan op aantoonbaar bewijs.

Daarnaast meldt 52 procent van de organisaties dat AI-initiatieven de afgelopen achttien maanden zijn teruggeschroefd. Vier op de tien organisaties liepen tegen vertragingen aan en 28 procent heeft initiatieven volledig stilgelegd. Als voornaamste belemmeringen noemt het onderzoek een tekort aan AI- en machine learning-vaardigheden (43%), integratieproblemen met bestaande systemen (33%), onzekerheid over regelgeving (25%), beperkingen in datakwaliteit (20%) en zorgen over verklaarbaarheid (19%).

CEO Anand Eswaran van Veeam stelt dat de meerderheid van organisaties denkt klaar te zijn voor veilige AI-opschaling, maar moeite heeft dat aan te tonen in een bestuurs- of auditcontext. Volgens hem biedt het model leiders een objectieve manier om implementatiehiaten te identificeren en te prioriteren.

Vier kerngebieden en vijf volwassenheidsfasen

Het model structureert AI-gereedheid rond vier gebieden: begrip van data- en AI-assets inclusief herkomst en risico’s, veiligheid via identity- en toegangsbeheer, veerkracht via back-up en herstelcapaciteit, en datagereedheid ter ondersteuning van verantwoorde AI-adoptie. Die gebieden worden beoordeeld over twaalf dimensies en vijf volwassenheidsfasen.

Krista Case, Principal Analyst van theCUBE Research, wijst op een specifieke kwetsbaarheid in de datalaag: minder dan een derde van de organisaties met volwassen AI-implementaties maakt back-ups van meer dan de helft van de door AI gegenereerde data. Aanvallers richten zich volgens haar rechtstreeks op die datalaag via inferentie, corruptie, datavergiftiging en exfiltratie.

Assessment beschikbaar via adviestraject

Het model wordt toegepast via de Data and AI Trust Maturity Assessment, een adviestraject uitgevoerd door specialisten van Veeam. De assessment levert een volwassenheidsprofiel op over de twaalf dimensies, een vergelijking met bestaande benchmarks, geprioriteerde aanbevelingen en inzichten voor het management ter ondersteuning van toezicht door de raad van bestuur en auditgesprekken.

Veeam geeft aan dat de assessment later dit jaar beschikbaar komt. De uitvoering via partners wordt in de loop der tijd uitgebreid. Meer informatie en aanmeldingen voor VeeamON Londen op 2 juni 2026 zijn beschikbaar via de website van Veeam.

Anthropic heeft Stainless overgenomen, een bedrijf dat tools bouwt voor het genereren van SDK’s en MCP-servers. Stainless stelt ontwikkelaars en AI-agents in staat om API’s te koppelen aan systemen. De overname sluit aan op Anthropics bredere inzet op AI-agents die zelfstandig handelen in plaats van alleen antwoorden genereren.

Anthropic heeft Stainless overgenomen, een in 2022 opgericht bedrijf dat zich richt op het automatisch genereren van SDK’s en MCP-servertools. Stainless zet API-specificaties om naar SDK’s voor programmeertalen als TypeScript, Python, Go, Java en Kotlin. Anthropic gebruikte het bedrijf al langer voor het genereren van zijn officiële SDK’s.

Van API-specificatie naar werkende SDK

Stainless maakt het mogelijk om vanuit een API-specificatie automatisch SDK’s, command-line tools en MCP-servers te genereren. Volgens Anthropic zijn de gegenereerde bibliotheken ontworpen om goed aan te sluiten bij de conventies van de betreffende programmeertaal. Ontwikkelaars en AI-agents kunnen deze SDK’s en connectors inzetten om API’s aan te roepen en te integreren in bestaande systemen.

MCP als verbindingslaag voor AI-agents

Het Model Context Protocol (MCP) is een standaard die Anthropic eerder zelf ontwikkelde om AI-agents in staat te stellen verbinding te maken met externe systemen en diensten. Met de overname van Stainless wil Anthropic de tooling rondom MCP verder doorontwikkelen. Het bedrijf geeft aan dat de focus verschuift van AI-modellen die vragen beantwoorden naar agents die zelfstandig acties uitvoeren — en dat daarvoor robuuste verbindingen met API’s en systemen noodzakelijk zijn.

Financiële details van de overname zijn niet bekendgemaakt.

Vultr breidt zijn Europese cloudinfrastructuur uit met een nieuwe regio in Milaan, de negende in Europa. De locatie richt zich op enterprises en ontwikkelaars met zware workloads zoals AI, databases en SaaS-platforms. Vultr stelt dat de nieuwe regio betere prijs-prestatieverhouding biedt dan vergelijkbare aanbiedingen van hyperscalers.

Vultr kondigt een nieuwe clouddatacenterregio aan in Milaan. Daarmee telt het wereldwijde netwerk van de cloudinfrastructuurprovider 33 regio’s, waarvan negen in Europa. Eerder opende Vultr al locaties in Amsterdam, Frankfurt, Londen, Madrid, Manchester, Parijs, Stockholm en Warschau.

De Milanese regio biedt toegang tot het volledige AI-infrastructuurportfolio van Vultr, waaronder het VX1-cloudcomputeplatform en bare metal- en cloud GPU-oplossingen van NVIDIA en AMD. De regio richt zich op workloads als AI, SaaS-platforms, databases, analytics, ERP-software, microservices en API’s.

Compute-configuraties en prijsclaims

Vultr Cloud Compute is beschikbaar in configuraties van 2 tot 192 vCPU’s met dedicated compute-resources. Volgens eigen benchmarks van Vultr presteert Cloud Compute tot 23% beter en liggen de kosten tot 33% lager dan vergelijkbare compute-oplossingen van hyperscalers. Het bedrijf stelt dat dit resulteert in een tot 82% betere prijs-prestatieverhouding. Deze cijfers zijn afkomstig van Vultr zelf en zijn niet onafhankelijk geverifieerd.

Lokale netwerkconnectiviteit via MIX

Om regionale connectiviteit te verbeteren, is Vultr als Autonomous System Number (ASN) aangesloten op de Milan Internet Exchange (MIX). Vultr geeft aan dat directe peering met andere aangesloten netwerken de latency verlaagt en de beschikbare bandbreedte voor regionale gebruikers vergroot, doordat netwerkverkeer lokaal wordt afgehandeld.

CEO J.J. Kardwell stelt dat Italië een van de snelst groeiende markten voor cloudinfrastructuur in Europa is en dat Milaan daarbinnen een belangrijk knooppunt vormt. Kardwell omschrijft de uitbreiding als een langetermijninvestering in zowel de Italiaanse markt als in het bredere Europese AI-ecosysteem.

AI Week 2026

De aankondiging valt samen met AI Week 2026 in Fiera Milano Rho. Vultr is medeorganisator van de AI Agent Olympics Hackathon, waaraan meer dan 1.000 deelnemers meedoen. Het evenement trekt volgens de organisatie meer dan 700 internationale sprekers.

Device code phishing ontwikkelt zich tot een volwaardige aanvalstechniek die zakelijke accounts kan overnemen, stelt Proofpoint op basis van nieuw onderzoek. De beschikbaarheid van criminele toolkits en phishing-as-a-service-diensten versnelt de verspreiding van deze methode. Succesvolle aanvallen kunnen leiden tot accountovernames, informatiediefstal en ransomware.

Proofpoint signaleert een sterke toename van device code phishing, een techniek waarbij aanvallers misbruik maken van de OAuth 2.0-autorisatieprocedure voor apparaten. Via deze methode verleiden criminelen gebruikers ertoe toegang te verlenen aan door de aanvaller beheerde applicaties, waardoor zakelijke Microsoft 365- of Google-accounts worden gecompromitteerd. Volgens het beveiligingsbedrijf valt de groei van deze aanvalsvorm samen met de brede beschikbaarheid van criminele toolkits en phishing-as-a-service (PhaaS)-diensten zoals EvilTokens en Tycoon.

Van statische naar dynamische codes

Een belangrijke ontwikkeling ten opzichte van eerdere implementaties is het genereren van codes op verzoek. Bij de oorspronkelijke variant stuurden criminelen een vooraf gegenereerde code mee in de phishingmail, met een vervaltermijn van vijftien minuten. Als het slachtoffer de mail te laat opende, was de aanval mislukt. Bij de huidige variant wordt de apparaatcode pas dynamisch gegenereerd op het moment dat de gebruiker op de eerste phishinglink klikt. Daardoor kan de aanvalsketen op elk willekeurig moment worden gestart, ongeacht wanneer de gebruiker de mail opent.

De aanvalsketens beginnen doorgaans met een bericht dat een URL aanbiedt via een knop, hyperlink, document of QR-code. Na het klikken wordt de gebruiker door een legitiem ogend Microsoft-autorisatieproces geleid. Proofpoint geeft aan dat de meeste campagnes zijn gericht op Microsoft-accounts, maar dat ook aanvallen op Google-accounts zijn waargenomen.

Account takeover als springplank

Device code phishingcampagnes maken vaak gebruik van een techniek die Proofpoint omschrijft als ‘account takeover jumping’: een aanvaller neemt eerst één account over en gebruikt dat account vervolgens om phishinglinks naar een groot aantal contacten te sturen. Succesvolle aanvallen kunnen leiden tot volledige accountovernames, diefstal van gevoelige informatie, zakelijke e-mailfraude en laterale bewegingen binnen een gecompromitteerde omgeving, tot en met ransomware.

Het onderzoek wijst verder op de rol van zogeheten ‘vibe coding’: aanvallers maken gebruik van AI-ondersteunde code-generatie om aanvalstools te bouwen of bestaande tools aan te passen. Of aanvallers daarbij openbaar beschikbare code kopiëren of vergelijkbare prompts gebruiken om vrijwel identieke aanvalsstromen te genereren, is volgens Proofpoint vooralsnog onduidelijk.

Verdedigingsopties

Proofpoint benoemt drie verdedigingsmaatregelen die onafhankelijk zijn van de specifieke toolkit of aanvalsmethode die wordt gebruikt.

De meest effectieve maatregel is het blokkeren van de device codestroom via beleid voor voorwaardelijke toegang op basis van ‘Authentication Flows’. Organisaties die deze stroom niet volledig kunnen blokkeren, kunnen een whitelist-benadering opzetten op basis van goedgekeurde gebruikers, besturingssystemen of IP-bereiken via Named Locations.

Als aanvulling hierop adviseert het bedrijf om via beleid voor voorwaardelijke toegang te vereisen dat aanmeldingen plaatsvinden vanaf compatibele of bij Intune geregistreerde apparaten. Proofpoint benadrukt dat dit als onderdeel van een gelaagde beveiligingsstrategie moet worden ingezet, omdat er mogelijk uitzonderingen nodig zijn.

Ten slotte geeft Proofpoint aan dat bestaande gebruikerstrainingen onvoldoende bescherming bieden tegen deze aanvalsvorm. Traditionele phishingtraining richt zich op het herkennen van verdachte URL’s, maar bij device code phishing voert de gebruiker een code in op het vertrouwde Microsoft-portaal zelf. Trainingen moeten daarom expliciet aandacht besteden aan het niet invoeren van apparaatcodes afkomstig van onbekende of onbetrouwbare bronnen.

Westcon-Comstor brengt OneSOC uit, een white-label Security Operations Centre-dienst waarmee channelpartners een volledig beheerde SOC-capaciteit onder eigen merknaam kunnen aanbieden. De dienst is leveranciersonafhankelijk en beschikbaar in de EMEA-regio. Partners hoeven geen initiële investeringen te doen in infrastructuur of specialistisch personeel.

Westcon-Comstor kondigt OneSOC aan, een white-label dienst waarmee channelpartners een Security Operations Centre onder eigen merknaam kunnen aanbieden. De dienst is volledig beheerd door Westcon-Comstor en leveranciersonafhankelijk opgezet.

Volgens het bedrijf is de drempel voor het zelfstandig opzetten van een SOC voor veel partners hoog: het vereist investeringen vooraf, doorlopende operationele kosten en schaars specialistisch talent, naast het beheer van uiteenlopende tools, telemetrie en workflows. OneSOC is bedoeld om partners die stap over te laten slaan.

Technische kenmerken en compliance

Westcon-Comstor stelt dat de dienst threat detection levert over IT-, OT- en cloudomgevingen met lage latency. Daarnaast geeft het bedrijf aan dat OneSOC datasoevereiniteit en flexibele gegevensopslag ondersteunt en compliance-gerichte rapportages levert voor GDPR en NIS2. De oplossing is volgens Westcon-Comstor binnen enkele minuten operationeel en kan data inlezen vanuit elke bron.

De dienst is beschikbaar in Europa, het Midden-Oosten en Afrika.

Uitbreiding van bestaand portfolio

Met OneSOC breidt Westcon-Comstor zijn security operations-portfolio uit. Het bedrijf wijst op het bestaande Comstor XDR-aanbod voor Cisco-partners als basis voor deze stap. Op basis van de adoptie van die Cisco-gerichte dienst vergroot Westcon-Comstor nu de reikwijdte van zijn security operations-capaciteit naar een leveranciersonafhankelijke variant.

OneSOC vormt volgens het bedrijf een onderdeel van een bredere go-to-marketstrategie voor diensten die binnenkort wordt gepresenteerd. Die strategie is gericht op het vereenvoudigen en verbreden van het dienstenaanbod voor partners en hun klanten.

Martin Flensburg, Vice President Services Delivery en Go To Market Europe bij Westcon-Comstor, geeft aan dat security operations steeds vaker terugkomen in gesprekken met klanten en dat partners die rol onder eigen merk willen vervullen. Flensburg stelt dat OneSOC daarvoor een oplossing biedt met een laag risicoprofiel en een snelle inzetbaarheid, toegespitst op hybride klantomgevingen.

In een periode waarin Europa steeds nadrukkelijker inzet op digitale autonomie en cyberweerbaarheid, zet ESET een opvallende strategische stap. De Slowaakse cybersecurityleverancier neemt Cyber Defense Group, het bedrijf achter ESET Nederland, over en maakt Nederland daarmee tot een belangrijke schakel in zijn Europese groeistrategie.

Volgens Dave Maasland, CEO ESET Nederland, draait de overname om veel meer dan alleen organisatorische integratie of commerciële schaalvergroting. Het momentum voor Europese cybersecuritybedrijven is volgens hem nu. “Ik geloof echt dat Europa momenteel een bepaald zelfvertrouwen begint te krijgen,” zegt Maasland tegen Peter Reyneveld (MD Dutch IT). “Niet anti-Amerikaans, maar wel het besef dat we meer zelf moeten én kunnen doen. Europa verdient een eigen cybersecuritygigant.” ESET wil Nederland daarbij nadrukkelijk positioneren als strategische hub richting overheid, Defensie, vitale infrastructuur en Europese samenwerkingsverbanden.

Nederland moet ESET’s Europese springplank worden

Volgens Maasland kwam het initiatief als logische stap vanuit het hoofdkantoor van ESET. “Dit is echt een strategische keuze” zegt hij. “ESET ziet dat techbedrijven onder druk staan door geopolitiek, oorlog, versnelling van dreigingen en de vraag naar digitale autonomie. Dit is het moment waarop je als Europees cybersecuritybedrijf kunt opstaan en laten zien: hier zijn wij.”

Daarbij kijkt ESET nadrukkelijk naar landen die internationaal invloedrijk zijn op het gebied van digitalisering, regelgeving en cybersecurity. “Ze zien Nederland echt als een strategische markt. Als iets hier gebeurt, dan heeft dat vaak vijf jaar later impact op de rest van Europa. Als je hier kunt voldoen aan de eisen van klanten en overheden, dan kun je dat waarschijnlijk elders ook.”

Van lokale vendor naar strategisch cybersecuritypartner

De overname draait nadrukkelijk niet alleen om omzet of distributie. ESET Nederland heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld van klassieke securityleverancier naar een organisatie die actief meepraat met overheid, publieke sector en vitale infrastructuur.

Volgens Maasland is juist die positie voor ESET interessant geworden. “We hebben in Nederland heel bewust geïnvesteerd in positionering, publiek-private samenwerking en diensten boven op de technologie. Onze evenementen gaan vaak niet eens over ESET-producten, maar over het verbinden van publieke en private partijen.”
Die Nederlandse aanpak blijkt inmiddels ook internationaal relevant. “Wij waren één van de eerste landen wereldwijd die aanvullende diensten zijn gaan bouwen boven op het ESET-portfolio. Dat is waar voor ESET een absolute meerwaarde zit.”

Nederlands SOC wordt strategisch Europees onderdeel

Een belangrijk deel van de overname is het Nederlandse Security Operations Center (SOC). “Het Security Operations Center in Nederland wordt straks ESET’s Europese Security Operations Center en wordt daarmee één van de strategische SOC-locaties binnen Europa.”

Vooral richting overheid en vitale infrastructuur speelt lokale aanwezigheid volgens hem een steeds grotere rol. “Organisaties in de vitale infrastructuur en publieke sector vinden het belangrijk dat analisten daadwerkelijk in Nederland zitten.” Daarmee verschuift de rol van Nederland binnen ESET duidelijk richting MDR- en SOC-diensten, publieke sector, Defensie en NAVO-gerelateerde ecosystemen.

Partnerkanaal blijft centraal, maar focus op overheid en Defensie groeit

Hoewel ESET nadrukkelijker inzet op overheid, Defensie en vitale infrastructuur, blijft het partnerkanaal volgens Maasland onverminderd centraal staan. “We blijven volledig partner-first,” benadrukt hij. “Maar we willen wel nadrukkelijker laten zien dat we partner willen zijn van overheden, Defensie en vitale sectoren.” Volgens Maasland verandert er operationeel weinig voor bestaande partners. “Alle contactpersonen blijven hetzelfde. We worden als geheel overgenomen.”

De overname moet partners juist voordelen opleveren, zegt hij. Daarbij noemt Maasland: sneller toegang tot innovaties, productontwikkeling en extra investeringen in support en marktontwikkeling.

Tegelijkertijd vraagt de groeiende focus op publieke sector en kritieke infrastructuur volgens hem om meer internationale slagkracht. Hij wijst daarbij onder meer op trajecten rondom Nederlandse overheidsraamwerken en Defensie-omgevingen. “Alleen al op het gebied van data privacy, compliance en afgesloten Defensie-omgevingen heb je enorme internationale ondersteuning nodig. Daar heb je teams van een organisatie met meer dan 3000 medewerkers voor nodig.” Volgens Maasland wordt het juist steeds belangrijker om lokaal zichtbaar én internationaal schaalbaar te zijn.

Maasland krijgt Europese strategische rol

Ook de rol van Maasland zelf verandert. Hij blijft voorlopig CEO van de Nederlandse organisatie, maar schuift de komende jaren nadrukkelijker op richting een internationale strategische positie binnen ESET. “In de volgende fase ga ik me veel meer richten op Europese groei, NAVO-instellingen, strategische partnerships en het bouwen van ecosystemen. Wat we in Nederland hebben gedaan, partneren, aan tafel zitten bij publieke organisaties, dat ga ik nu meer op Europees niveau doen.”

Onderdeel van bredere internationale expansie

De Nederlandse overname staat niet op zichzelf. Volgens Maasland versnelt ESET wereldwijd zijn directe aanwezigheid in strategische markten. Naast Nederland wordt ook Frankrijk verder geïntegreerd en opent ESET nieuwe kantoren in onder meer India.

“De richting van ESET is duidelijk: in strategische markten wil het bedrijf direct aanwezig zijn.”

Dat past binnen een bredere beweging in de cybersecuritymarkt waarbij vendors dichter op overheid en vitale infrastructuur willen zitten, MDR- en SOC-diensten belangrijker worden en Europese digitale autonomie zwaarder gaat wegen. Ook krijgen geopolitieke spanningen invloed op leverancierskeuzes. En precies daar ziet ESET nu momentum ontstaan. “Ik geloof echt dat Europa momenteel een bepaald zelfvertrouwen begint te krijgen,” besluit Maasland. “Niet anti-Amerikaans, maar wel het besef dat we meer zelf moeten én kunnen doen.”

Auteur: Peter Reyneveld

Arrow breidt zijn overeenkomst met IBM uit en maakt IBM Storage Protect for Cloud beschikbaar via het ArrowSphere Cloud-platform. Channelpartners in de EMEA-regio kunnen de SaaS-oplossing voor gegevensbescherming nu afnemen en bundelen met oplossingen van andere leveranciers. De uitbreiding is per direct van kracht.

Arrow heeft zijn samenwerking met IBM uitgebreid en IBM Storage Protect for Cloud toegevoegd aan het ArrowSphere Cloud-platform. Channelpartners in de EMEA-regio kunnen de oplossing vanaf nu afnemen, bundelen en leveren als onderdeel van multi-vendor-oplossingen.

IBM Storage Protect for Cloud is een SaaS-gebaseerde oplossing voor gegevensbescherming die meerdere workloads ondersteunt. Volgens IBM is de oplossing ontworpen om bedrijfskritische SaaS-gegevens te beveiligen en biedt ze geautomatiseerde back-up en gedetailleerde herstelmogelijkheden. IBM stelt dat de oplossing bescherming biedt tegen gegevensverlies door cyberdreigingen, menselijke fouten en serviceonderbrekingen, en organisaties ondersteunt bij het voldoen aan beveiligings- en compliancevereisten.

Integratie met ArrowSphere Cloud

De oplossing is API-compatibel en sluit aan op ArrowSphere Cloud. Arrow geeft aan dat channelpartners hierdoor de implementatie kunnen versnellen en de bedrijfsvoering kunnen vereenvoudigen. ArrowSphere Cloud biedt toegang tot een digitale catalogus met cloudtechnologieën en -diensten, aangevuld met functionaliteit voor facturering, provisioning en abonnementsbeheer. Daarnaast bevat het platform AI-functionaliteiten waarmee partners volgens Arrow nieuwe kansen kunnen identificeren en dagelijkse processen rond verkoop, bedrijfsvoering en levenscyclusbeheer kunnen stroomlijnen.

Mike Worby, hoofd strategische allianties voor Arrow Enterprise Computing Solutions in EMEA, geeft aan dat de uitbreiding aansluit op de strategie van Arrow om channelpartners cloudoplossingen van meerdere leveranciers via één platform te laten bouwen, leveren en opschalen. Worby stelt dat de aanpak inspeelt op de voorkeur van klanten voor flexibele, geïntegreerde oplossingen via een digitale koopervaring, en dat partners hiermee terugkerende inkomstenbronnen kunnen ontwikkelen.

Beschikbaarheid en verwachtingen

Rose Renck, Vice President en Global Managing Director bij IBM, meldt dat de samenwerking met Arrow de beschikbaarheid van IBM Storage Protect for Cloud in de EMEA-regio vergroot. Renck verwacht dat channelpartners de oplossing hierdoor eenvoudiger kunnen integreren in bredere klantoplossingen.

De overeenkomst is per direct ingegaan. IBM Storage Protect for Cloud is nu beschikbaar voor alle Arrow-channelpartners in de EMEA-regio via ArrowSphere Cloud.

Informatie-integriteit staat voor het eerst op de eerste plaats in de ranglijst van opkomende risico’s voor grote organisaties. Dat blijkt uit het Gartner Quarterly Emerging Risk Report over het eerste kwartaal van 2026. Drie van de vijf grootste risico’s hangen direct samen met AI en technologie.

Het rapport is gebaseerd op onderzoek van Gartner onder 337 senior executives op het gebied van risicobeheer en audit. De uitkomsten laten een duidelijke verschuiving zien ten opzichte van eind 2025, toen een laagconcurrerende economische omgeving met hoge inflatie de zorgenlijst aanvoerde. Die economische risico’s zijn inmiddels nagenoeg verdwenen uit de top 5.

AI-zorgen domineren de top 5

Drie van de vijf grootste risico’s in het eerste kwartaal van 2026 zijn direct gelinkt aan AI en technologie. Naast informatie-integriteit maakt ook de AI-gereedheid van het personeel — aangeduid als ‘AI workforce preparedness’ — zijn debuut als nieuw risico in de ranglijst. Gamika Takkar, Research Director bij Gartner, geeft aan dat de resultaten een nieuwe bezorgdheid blootleggen over hoe AI de werkvloer beïnvloedt en in welke mate organisaties daarop zijn voorbereid.

Volgens Gartner worstelen organisaties niet alleen met de techniek zelf, maar ook met kwetsbaarheden in planning en regelgeving, en met de dreiging van kwaadwillende actoren die AI inzetten om informatie te manipuleren. De onduidelijke regels rondom transparantie bij AI-gestuurde besluitvorming dragen bij aan de onzekerheid onder bestuurders.

Geopolitieke onzekerheid als risicoversterker

Naast technologie blijft de geopolitieke situatie een bron van zorg. Gartner stelt dat deze risico’s vaak volatiel en extern van aard zijn, wat het voor organisaties lastig maakt om tijdig te reageren. Het onderzoeksbureau adviseert leiders een scenariomatrix te gebruiken: definieer een kernkwestie, breng de drijvende krachten in kaart en werk actieplannen uit voor verschillende scenario’s.

Takkar benadrukt dat organisaties niet moeten wachten tot een crisis zich voordoet. Gartner beveelt aan te beginnen met het scenario met de hoogste prioriteit en zogenoemde ‘early-warning triggers’ te definiëren die aangeven wanneer actie noodzakelijk is.

Economische vrees verdwenen uit ranglijst

De economische risico’s die 2025 domineerden — zoals financiële instabiliteit en hoge werkloosheid — zijn uit de top 5 verdwenen. Gartner geeft aan dat dit erop kan wijzen dat risico-executives zich hebben aangepast aan de nieuwe economische realiteit, of dat zij technologische disruptie als een grotere bedreiging zien voor de continuïteit van hun organisatie op de lange termijn.

Anthropic brengt een versie van Claude specifiek voor het MKB uit, met vijftien kant-en-klare geautomatiseerde workflows. Het pakket koppelt de AI-assistent aan veelgebruikte software zoals QuickBooks, PayPal, HubSpot en Canva. Daarmee richt het bedrijf zich op administratieve en marketingtaken die volgens Anthropic bij kleine bedrijven vaak blijven liggen.

Anthropic maakt Claude for Small Business beschikbaar als uitbreiding binnen Claude Cowork. Via een zogenoemde toggle-installatie koppelen ondernemers hun bestaande softwarestack, waarna Claude operationele taken kan uitvoeren over meerdere systemen tegelijk.

Vijftien workflows voor administratie en marketing

Het pakket bevat vijftien agentic workflows — taken die de AI zelfstandig uitvoert — en vijftien specifieke vaardigheden. Anthropic geeft aan dat het gaat om acties die systemen overstijgen. Zo vergelijkt Claude de kaspositie in QuickBooks met openstaande PayPal-saldi, stelt een dertigdagenprognose op en zet betalingsherinneringen klaar. Bij de maandafsluiting controleert het systeem de boeken, signaleert inconsistenties en stelt een winst-en-verliesoverzicht op dat direct naar de accountant kan worden geëxporteerd.

Op het gebied van marketing analyseert Claude HubSpot-data om omzetdips te identificeren, stelt een promotiestrategie op en genereert bijbehorende visuele materialen in Canva. Het pakket bevat daarnaast functies voor factuuropvolging, contractbeoordeling en belastingvoorbereiding.

Menselijke goedkeuring verplicht

Uit onderzoek van Anthropic blijkt dat de helft van de MKB-ondernemers terughoudend is over AI vanwege zorgen rond databeveiliging. Het bedrijf stelt dit aan te pakken met een verplicht human-in-the-loop-principe: betalingen, publicaties en verzendingen worden pas uitgevoerd nadat de ondernemer expliciet toestemming heeft gegeven. Daarnaast volgt Claude de rechtenstructuur die al binnen een bedrijf geldt: wat een medewerker niet mag inzien in QuickBooks, is ook voor Claude niet toegankelijk.

Daniela Amodei, medeoprichter en president van Anthropic, stelt dat tools en trainingen voor AI zelden zijn afgestemd op hoe kleine bedrijven daadwerkelijk werken. Daardoor stokt het gebruik volgens haar bij de chatinterface, terwijl het werk dat na sluitingstijd overblijft ongedaan blijft.

Cursus en stadsrondgang in de VS

Anthropics introduceert samen met PayPal ook AI Fluency for Small Business, een gratis online cursus over praktisch en ethisch AI-gebruik. De cursus wordt gegeven door ondernemers die de technologie al toepassen. Tegelijkertijd start een tournee langs tien Amerikaanse steden, waaronder Chicago, Dallas en San Jose, waar lokale ondernemers fysieke workshops kunnen volgen.

Als Public Benefit Corporation koppelt Anthropic de lancering aan een maatschappelijk programma. Samen met Workday en non-profitorganisatie LISC wordt een initiatief opgezet voor startende soloondernemers, inclusief startkapitaal en Claude-tegoeden. Drie Amerikaanse microfinanciers krijgen technische ondersteuning om met behulp van Claude de toegang tot bedrijfskapitaal te versnellen.

Interstellar Group en PLTFRM gaan een partnership aan gericht op middelgrote en grote organisaties in de bouw- en maakindustrie. De samenwerking combineert de managed services van Interstellar met het IT-regiemodel van PLTFRM. Het gezamenlijke dienstenaanbod richt zich op data en AI, cloud, werkplek en cybersecurity.

Interstellar Group en PLTFRM kondigen een strategisch partnership aan waarbij beide partijen zich gezamenlijk positioneren als één digitale dienstverlener voor organisaties met minimaal 250 werkplekken in de bouw- en maakindustrie. Interstellar brengt managed services in op het gebied van cloud, werkplek, security en AI; PLTFRM voegt IT-regie, governance en advisering toe.

PLTFRM neemt een deel van het dienstenportfolio van Interstellar op in zijn regiemodel en servicecatalogus. Volgens beide partijen ontstaat daarmee een doorgaande lijn tussen strategische regie en operationele uitvoering voor klanten. De samenwerking wordt geborgd via een governance-model met zowel operationele als strategische overleggen.

Vier pijlers

De focus ligt op vier gebieden: data en AI, cloud, werkplek en cybersecurity. Interstellar en PLTFRM werken samen aan proposities, marketing en co-selling. Beide bedrijven stellen dat klanten hierdoor eenvoudiger toegang krijgen tot gecombineerde expertise en passende oplossingen.

Edwin van Korlaar, group sales director bij Interstellar, geeft aan dat de combinatie van beide proposities organisaties in de bouw- en maakindustrie in staat stelt om op een bredere as van regie én governance te versnellen in hun digitale ontwikkeling.

Rolf van Anholt, head of technology & operations bij PLTFRM, stelt dat het succes van een ecosysteem staat of valt bij de kwaliteit van de onderliggende dienstverlening. Van Anholt wijst daarbij op de werkwijze van Interstellar met kleine klantteams als basis voor een persoonlijke samenwerking.

Doelgroep en positionering

De samenwerking richt zich expliciet op organisaties met meer dan 250 werkplekken die te maken hebben met versnipperde data en IT-omgevingen die moeilijk meebewegen met de operationele praktijk. Interstellar en PLTFRM verwachten dat de gecombineerde aanpak het voor deze organisaties eenvoudiger maakt om strategische ambities te vertalen naar concrete technologische uitvoering.

Foto: Edwin van Korlaar en Rolf van Anholt