Westcon-Comstor promoveert Arno Beker tot Vice President Regional Sales Northern Europe en Ronald Werndly tot Director of Sales & Country Manager Nederland. De benoemingen maken deel uit van een overgang naar één geïntegreerd Europees salesmodel, waarbij de afzonderlijke Westcon- en Comstor-teams worden samengevoegd. Het bedrijf richt zich daarbij op platforms, marketplaces en een lifecycle-benadering van partnerondersteuning.

Westcon-Comstor kondigt twee interne promoties aan die de Europese salesorganisatie verder vorm moeten geven. Arno Beker, werkzaam bij het bedrijf sinds 2007, stapt over van zijn rol als Managing Director North Europe naar de nieuw gecreëerde functie van Vice President Regional Sales Northern Europe. Ronald Werndly, in dienst sinds 2010 en begonnen als accountmanager, wordt Director of Sales & Country Manager Nederland en blijft rapporteren aan Beker. Beide zijn gevestigd in Nederland, respectievelijk in Utrecht en Houten.

De benoemingen volgen op de aanstelling van Stéphane Reboud als Senior Vice President Sales Europe vorig jaar, aan wie Beker rapporteert. Reboud stelt dat de promoties aansluiten bij een bredere strategische verschuiving: het kanaal beweegt volgens hem richting een ecosysteemmodel waarin co-selling, platforms en een lifecycle-aanpak centraal staan.

Eén Europees operating model

Westcon-Comstor brengt de afzonderlijke Westcon- en Comstor-salesteams samen onder één Europees operating model. Beker krijgt de leiding over deze geïntegreerde regionale organisatie. Volgens het bedrijf is het model gericht op schaal en consistentie, met dekking van grote strategische accounts tot kleinere partners, en met ruimte voor lokale invulling.

Beker geeft aan dat het geïntegreerde model samenwerking met partners en vendors moet vereenvoudigen en de waarde binnen het ecosysteem moet vergroten. De aanpak is volgens hem sterker gericht op data, platforms en marketplace-modellen, zodat partners kansen kunnen benutten over de volledige klantlevenscyclus — van acquisitie tot verlenging.

Focus op partnergroei en uitvoering

Westcon-Comstor positioneert zich met dit model als een hub die vendoroplossingen combineert met datagedreven diensten. Het bedrijf verwacht dat dit partners helpt modulaire en herhaalbare proposities te ontwikkelen. Gespecialiseerde salesteams, afgestemd op regio en markt, werken daarbij nauw samen met vendors om groei te versnellen.

Werndly geeft aan dat de focus in zijn nieuwe rol ligt op consistente uitvoering en een sterke partnerervaring, gericht op het opbouwen van pipeline en het realiseren van klantresultaten.

Foto: Arno Beker (l) en Ronald Werndly

Van cyberveiligheid tot een slimme muisaanwijzer: deze week laat zien hoe AI zich vertakt over infrastructuur, interface en regelgeving. Hieronder de zes belangrijkste ontwikkelingen.

OpenAI opent cybersecurity-modellen voor Europese bedrijven

OpenAI geeft tientallen Europese bedrijven toegang tot zijn nieuwste modellen, waaronder GPT-5.5-Cyber. Via het “Trusted Access for Cyber”-programma krijgen geverifieerde organisaties in vitale sectoren als financiële dienstverlening, telecom, energie en publieke diensten toegang tot AI-modellen met ingebouwde waarborgen voor defensief werk. Deelnemers zijn onder meer Deutsche Telekom, BBVA, Telefonica en Sophos. De Europese Commissie verwelkomde de stap, maar bevestigde dat Anthropic vooralsnog minder toeschietelijk is geweest over toegang tot zijn eigen cybermodel Mythos.

  • Het programma richt zich op defensief gebruik: kwetsbaarheden opsporen, systemen beschermen en snel reageren op dreigingen.
  • George Osborne, hoofd van het “OpenAI for Countries”-initiatief, stuurde een toelichting aan de Europese Commissie over de aanpak.
  • OpenAI kondigt tegelijk een nieuw bedrijf aan met meer dan 4 miljard dollar startinvestering voor het bouwen en implementeren van AI-systemen.
  • AI-consultancybedrijf Tomoro wordt overgenomen om die tak snel op te schalen.

Bron: Reuters via The Star

top ^

Google maakt Android intelligent met Gemini Intelligence

Tijdens The Android Show: I/O Edition 2026 introduceerde Google Gemini Intelligence, een AI-laag op OS-niveau die agentische mogelijkheden brengt naar Android-telefoons, Chrome, Googlebook-laptops, auto’s, smartwatches en een bril. Google positioneert het als antwoord op Apple Intelligence: geen losstaande AI-app, maar AI ingebakken in de apparaatlaag zelf.

  • Gemini kan meerstapsprocessen uitvoeren, zoals een boodschappenlijst uit een notitie-app kopiëren en de items direct toevoegen aan een winkelwagen in een andere app.
  • Met “Create My Widget” bouwen gebruikers eigen widgets door in gewone taal te beschrijven wat ze willen, zoals een wekelijkse meal-planning widget.
  • Rambler in Gboard zet gesproken tekst om naar opgeschoonde tekst: vulsyllaben worden verwijderd en tussendoor gecorrigeerde tijden worden netjes verwerkt.
  • Chrome Auto Browse kan zelfstandig taken afhandelen zoals het boeken van afspraken of reserveren van een parkeerplaats.
  • Uitrol start bij de nieuwste Samsung Galaxy- en Google Pixel-telefoons deze zomer; watch, auto, bril en laptop volgen later dit jaar.

Bron: Google Blog

top ^

Google DeepMind herontwerpt de muisaanwijzer

Google DeepMind presenteert wat het beschouwt als de eerste fundamentele herontwerp van de muisaanwijzer in meer dan vijftig jaar. In plaats van een passieve indicator op het scherm wordt de cursor een actieve AI-interface die begrijpt wát de gebruiker aanwijst, niet alleen wáár. Een foto van een gekrabbeld briefje wordt zo een interactieve takenlijst; een stilstaand frame in een reisfilm leidt direct naar een boekingslink.

  • Vier ontwerpprincipes: werken zonder de gebruikersflow te onderbreken, visuele én semantische context meenemen, vage aanduidingen als “fix this” of “move that” begrijpen, en pixels omzetten in bruikbare entiteiten zoals plaatsen, datums en objecten.
  • Experimentele demo’s zijn beschikbaar in Google AI Studio voor beeldbewerking en kaartnavigatie.
  • De aankomende Googlebook-laptop krijgt een functie genaamd Magic Pointer, gebaseerd op dezelfde technologie.
  • Ook Gemini in Chrome wordt uitgerust met de context-bewuste aanwijzerfuncties.

Bron: Google DeepMind Blog

top ^

Thinking Machines Lab doorbreekt het beurt-gebaseerde AI-model

Thinking Machines Lab, het bedrijf van voormalig OpenAI-CTO Mira Murati, presenteert een research preview van zogeheten interaction models: AI-modellen waarbij interactiviteit geen bijzaak is maar van de grond af ingebakken zit. Het systeem neemt continu audio, video en tekst op en denkt, reageert en handelt in realtime. Het kernprobleem dat wordt aangepakt: huidige modellen ervaren de werkelijkheid in één enkele thread, waardoor ze wachten tot de gebruiker klaar is en pas daarna beginnen te denken.

  • Micro-turns van 200 milliseconden zorgen voor real-time responsiviteit, zonder de gebruiker te laten wachten op een volledige beurt.
  • Het systeem verwerkt gelijktijdig live audio, video, tekst en webzoekopdrachten.
  • Een tweede achtergrondmodel handelt dieper, asynchroon werk af terwijl de interactie doorgaat.
  • De gebruiker kan op elk moment onderbreken, bijsturen en de uitvoering in realtime aanpassen.

Bron: Thinking Machines Lab Blog

top ^

Google werkt aan tussenabonnement voor Gemini-gebruikers

Google bereidt een nieuw abonnementsniveau voor Gemini voor, met de codenaam “Neon” en voorlopig “Google AI Ultra Lite” geheten. Het moet de forse kloof dichten tussen het huidige AI Pro-abonnement van 20 dollar per maand en het AI Ultra-abonnement van 250 dollar per maand. Aanleiding is de groeiende token-krapte in de markt: gebruikers die AI intensief inzetten voor codering of complexe workflows vinden Pro te beperkt, maar Ultra te duur.

  • De codenaam “Neon” werd gevonden in de broncode van de Gemini-app voor macOS; de uiteindelijke naam is nog niet definitief.
  • Naast het nieuwe niveau werkt Google aan een gebruiksdashboard met aparte limieten per vijf uur en per week, vergelijkbaar met wat Anthropic biedt voor Claude-abonnees.
  • Analisten schatten de prijs rond de 100 dollar per maand, waarmee het zou concurreren met vergelijkbare aanbiedingen van Anthropic en OpenAI.
  • Verdere details worden waarschijnlijk bekendgemaakt tijdens Google I/O 2026, dat deze week plaatsvindt.

Bron: 9to5Google

top ^

EU publiceert drie onderzoeken naar markering AI-gegenereerde content

De Europese Commissie heeft drie studies laten uitvoeren over de stand van de techniek voor het markeren en detecteren van AI-gegenereerde content, voor tekst, audio en beeld/video afzonderlijk. De studies ondersteunen de ontwikkeling van een gedragscode die voortvloeit uit de AI Act. Artikel 50 van die wet verplicht aanbieders om AI-gegenereerde content in een machine-leesbaar formaat te markeren; deployers die generatieve AI voor professionele doeleinden inzetten, moeten deepfakes en AI-gegenereerde teksten over zaken van publiek belang expliciet labelen.

  • De gedragscode geldt als vrijwillig instrument voor aanbieders en gebruikers van generatieve AI om naleving van de transparantieverplichtingen aan te tonen.
  • De definitieve versie van de gedragscode wordt verwacht in juni 2026.
  • De Commissie stelt parallel richtlijnen op om de reikwijdte van de wettelijke verplichtingen te verduidelijken.
  • De transparantieverplichtingen treden in augustus 2026 in werking, wat voor MSP’s en IT-dienstverleners die generatieve AI inzetten concrete complianceverplichtingen meebrengt.

Bron: Europese Commissie

top ^

De AI Update is samengesteld door Marcel Debets. Tips? Mail de redactie op mspb@dutchit.com.

Organisaties wereldwijd boeken vooruitgang op het gebied van cybersecurity, maar tegelijk bestaan er hardnekkige tegenstrijdigheden tussen vertrouwen, uitvoering en budgettering. Dat blijkt uit de Global Future of Cyber Survey van Deloitte, uitgevoerd onder 1.058 business- en cyberleiders in 43 landen. Het onderzoek identificeert vijf paradoxen die de weerbaarheid van organisaties structureel onder druk zetten.

Vertrouwen loopt voor op uitvoering

De meest opvallende bevinding uit het Deloitte-onderzoek is de kloof tussen zelfvertrouwen en feitelijke implementatie. 85% van de respondenten geeft aan vertrouwen te hebben in de eigen cybersecuritystrategie, terwijl de daadwerkelijke uitvoering van cybermaatregelen gemiddeld op 70% ligt. Niels van de Vorle, cybersecurityspecialist en partner bij Deloitte, stelt dat de data aantonen dat strategische stappen worden gezet, maar dat de vertaling naar de uitvoering achterblijft. Volgens Van de Vorle is het dichten van die kloof de sleutel tot toekomstbestendige beheersing van cyberrisico’s.

Deloitte signaleert dat de rol van Business Information Security Officer (BISO) nog onvoldoende is ingebed: slechts 63% van de respondenten geeft aan deze functie in grote of zeer grote mate te hebben geïmplementeerd. Third-party cyber risk-capaciteiten zijn bij 65% van de organisaties breed verankerd, wat het onderzoek aanmerkt als een potentiële blinde vlek in de keten.

C-suite-steun vertaalt zich niet naar engineering

Cybersecurity staat hoog op de agenda van het topmanagement en CISOs hebben vaak directe lijnen naar de CEO of CIO. Dat leidt volgens Deloitte niet automatisch tot invloed op dagelijkse engineering- en productbeslissingen. Hoewel 78% van de respondenten aangeeft dat cyberleiders formeel participeren in DevSecOps-processen, ervaart slechts 40% daadwerkelijk gezamenlijk eigenaarschap en gedeelde KPI’s. Het onderzoek benoemt de samenwerking tussen de CISO en de Chief Architect of CTO als essentieel: zonder die verbinding blijven security-by-design en technische guardrails onvoldoende verankerd.

Leverancierslandschap groeit ondanks consolidatiewens

Organisaties staan voor een tegenstrijdige situatie op het gebied van leveranciersbeheer. Bij 74% van de ondervraagde organisaties nam het aantal leveranciers het afgelopen jaar toe; 79% verwacht verdere groei binnen drie jaar en 85% voorziet meer leveranciers op een termijn van vijf jaar. Tegelijk willen veel organisaties consolideren om complexiteit te verminderen. Deloitte wijt deze spanning deels aan de opkomst van AI, waarvoor organisaties nieuwe leveranciers en capaciteiten nodig hebben.

Het onderzoek laat een verschuiving zien naar geïntegreerde cyberplatforms. In 2024 noemde slechts 10% van de respondenten platformtransformatie als doelstelling; in 2025 was dat al 21% en 51% verwacht deze transformatie in 2026 te realiseren.

Incidentfrequentie daalt, maar voorzichtigheid geboden

In 2025 rapporteerde 78% van de respondenten minstens één openbaar cyberincident, tegenover 91% in 2024. Operationele verstoring blijft de meest genoemde zakelijke consequentie: 58% geeft aan daar in grote of zeer grote mate last van te hebben gehad, tegen 66% in 2024. Gemiddeld meldt 52% dat incidenten negatieve consequenties veroorzaakten, waar dat in 2024 nog 64% was. Deloitte waarschuwt dat zowel een stijging als een daling van meldingen genuanceerd moet worden geïnterpreteerd, omdat een hoger aantal meldingen ook kan wijzen op betere detectie.

Budgetten groeien, flexibiliteit ontbreekt

Cyberbudgetten zijn bij de meeste organisaties gestegen: 85% van de respondenten geeft aan het budget het afgelopen jaar te hebben verhoogd en 88% verwacht een verdere stijging in de komende twaalf maanden. Deloitte stelt dat bestaande budgetprocessen het voor veel organisaties lastig maken om snel te reageren op nieuwe ontwikkelingen, zoals de doorbraak van generatieve AI. 72% van de respondenten heeft nieuwe generatieve redeneermogelijkheden inmiddels geïntegreerd in bestaande AI-programma’s. Het onderzoek adviseert meer flexibiliteit in cyberbegrotingsmodellen, bijvoorbeeld door een reservering aan te houden voor onvoorziene investeringen of rolling forecasts in te voeren.

In het eerste kwartaal van 2026 stonden 2.122 organisaties vermeld op ransomware-leksites, het op één na hoogste aantal voor een eerste kwartaal ooit. Tegelijkertijd daalde het aantal actieve ransomwaregroepen terwijl de grootste spelers een groter deel van de aanvallen voor hun rekening namen. Dat blijkt uit het State of Ransomware-rapport van Check Point Software Technologies.

Check Point Research bracht in het eerste kwartaal van 2026 meer dan 70 actieve leksites in kaart. Die sites registreerden gemiddeld meer dan 700 slachtoffers per maand, met minimale schommelingen tussen januari, februari en maart. Volgens Check Point wijst een vergelijking met het eerste kwartaal van 2025 op het eerste gezicht op een lichte daling, maar die vergelijking is volgens het bedrijf misleidend: de cijfers van vorig jaar werden vertekend door één grootschalige exploitatiecampagne. Gecorrigeerd voor die uitschieter is de activiteit jaar-op-jaar juist toegenomen.

Concentratie aan de top

De top 10 van ransomwaregroepen was in het eerste kwartaal van 2026 verantwoordelijk voor 71% van alle slachtoffers. Daarmee keerde het gefragmenteerde beeld dat gedurende een groot deel van 2025 zichtbaar was, zich om. Qilin bleef voor het derde kwartaal op rij de meest actieve groep met 338 slachtoffers. The Gentlemen groeide van 40 slachtoffers in het vierde kwartaal van 2025 naar 166 in het eerste kwartaal van 2026. LockBit keerde terug in de wereldwijde top met 163 slachtoffers. Samen waren Qilin, Akira, The Gentlemen en LockBit verantwoordelijk voor 41% van alle geregistreerde slachtoffers.

Van versnippering naar consolidatie

In het derde kwartaal van 2025 was het aantal actieve ransomwaregroepen nog op een recordhoogte. Sindsdien daalde dat aantal. Check Point geeft aan dat druk van rechtshandhavingsinstanties, infrastructuurverstoringen en onderlinge concurrentie er doorgaans voor zorgen dat kleinere spelers verdwijnen, terwijl sterkere groepen verdreven partners absorberen en groeien.

Volgens het rapport zijn grotere ransomwareoperaties doorgaans beter georganiseerd, consistenter in hun werkwijze en veerkrachtiger bij verstoringen. Check Point stelt dat ransomware in 2026 daarmee wordt gekenmerkt door concentratie en niet door schaalvergroting: minder groepen nemen een steeds groter deel van de aanvallen voor hun rekening.

Gevolgen voor risicobeheer

Check Point geeft aan dat de risicobalans voor organisaties verschuift. Het bedrijf verwacht dat er mogelijk minder incidenten plaatsvinden, maar dat elk incident grotere gevolgen kan hebben. Aanvallen zijn vaker herhaalbaar en gericht op het verkrijgen van toegangen. Daardoor worden preventie en beheersing volgens Check Point belangrijker dan een puur reactieve aanpak.

Uit onderzoek van Sophos onder 5.000 IT- en cyberbeveiligingsmanagers blijkt dat 71% van de onderzochte organisaties het afgelopen jaar te maken kreeg met minstens één identiteitsgerelateerd beveiligingsincident. Menselijke fouten en gebrekkig beheer van niet-menselijke identiteiten zijn daarbij de voornaamste oorzaken. De gemiddelde herstelkosten bedroegen 1,64 miljoen dollar.

Sophos publiceert het rapport ‘State of Identity Security 2026’, gebaseerd op een leveranciersonafhankelijk onderzoek uitgevoerd in het eerste kwartaal van 2026. Aan het onderzoek namen 5.000 IT- en cyberbeveiligingsmanagers deel uit 17 landen, in organisaties met 100 tot 5.000 medewerkers verspreid over 14 sectoren.

Organisaties meldden gemiddeld drie afzonderlijke incidenten. Vijf procent rapporteerde zelfs zes of meer inbreuken. Twee derde van de ransomware-slachtoffers (67%) bevestigde dat hun incident voortkwam uit een identiteitsaanval, waarmee identiteitscompromittering volgens Sophos het voornaamste distributiemechanisme voor ransomware is. Bij 73% van de getroffen organisaties lagen de kosten op 250.000 dollar of meer; het gemiddelde bedroeg 750.000 dollar.

Menselijke fouten en NHI-beheer domineren oorzaken

Bij bijna 43% van de incidenten speelde menselijke fout een rol: medewerkers werden misleid om inloggegevens te verstrekken. Zwak beheer van zogeheten Non Human Identities (NHI’s) — zoals API-sleutels opgeslagen in broncode, statische inloggegevens en verweesde serviceaccounts — werd in 41% van de gevallen als oorzaak genoemd. Sophos meldt dat organisaties met zwak NHI-beheer 22% meer kans hebben op financiële diefstal en gemiddeld circa 150.000 dollar meer herstelkosten maken.

Slechts één op de drie organisaties wisselt of controleert serviceaccounts en niet-menselijke identiteiten regelmatig. Elf procent doet dit continu. Sophos geeft aan dat agentic AI dit probleem vergroot: AI-agents kunnen zelfstandig subagents opzetten die elk nieuwe inloggegevens genereren met brede en blijvende toegangsrechten, terwijl menselijk toezicht beperkt blijft.

Zichtbaarheid en detectie als zwakke schakels

Slechts 24% van de onderzochte organisaties controleert continu op ongebruikelijke inlogpogingen; meer dan de helft doet dit maximaal eens per kwartaal. Veertien procent van de getroffen organisaties kon de voornaamste aanval niet detecteren en stoppen voordat schade was aangericht. Kleinere organisaties met 100 tot 250 medewerkers hadden volgens het rapport bijna twee keer zoveel kans op een mislukte detectie vergeleken met middelgrote organisaties.

Uit de sectorverdeling blijkt dat energie-, olie-, gas- en nutsbedrijven (80%) en de centrale overheid (78%) de hoogste inbreukpercentages rapporteerden. Organisaties die nalevingsvereisten als zeer uitdagend ervaren, meldden in 82,4% van de gevallen een inbreuk, tegenover 68,3% bij organisaties die minder moeite hebben met naleving.

Ross McKerchar, Chief Information Security Officer bij Sophos, stelt dat identiteit is uitgegroeid tot het voornaamste aanvalsoppervlak en dat de meeste organisaties terrein verliezen. Volgens McKerchar is het NHI-vraagstuk bijzonder urgent: AI-agents krijgen toegangsrechten toegewezen sneller dan beveiligingsteams kunnen bijhouden, en organisaties die hier niet tijdig op inspelen lopen het risico op steeds hogere herstelkosten.

Aanbevolen maatregelen

Sophos adviseert een meerlaagse aanpak die zowel menselijke als niet-menselijke identiteiten omvat. Concreet noemt het bedrijf: het verplicht stellen van multifactorauthenticatie (MFA) voor alle gebruikersaccounts, toepassing van het principe van minimale toegangsrechten en het direct deactiveren van inactieve identiteiten.

Voor NHI’s specifiek adviseert Sophos een volledige inventarisatie en classificatie, vervanging van langdurige inloggegevens door kortdurende alternatieven, en de inzet van platforms voor secretsmanagement. Gezien de verspreiding van agentic AI noemt het bedrijf Identity Threat Detection and Response (ITDR) en een Zero Trust-beveiligingsmodel als steeds belangrijkere verdedigingslagen.

Het volledige rapport is beschikbaar via de website van Sophos.

NetApp kondigt nieuwe databeheer- en dataprotectiemogelijkheden aan voor Red Hat OpenShift-omgevingen. De updates introduceren change tracking op blockniveau voor snellere back-ups en herstel, uitgebreidere ondersteuning voor gevirtualiseerde workloads en disaster recovery als service. De functies zijn beschikbaar voor zowel on-premises als cloudimplementaties.

NetApp kondigt een reeks nieuwe functies aan die zijn afgestemd op Red Hat OpenShift, met als doel back-up, herstel en disaster recovery van gevirtualiseerde omgevingen te versnellen en te vereenvoudigen. De aankondiging volgt op onderzoek van Red Hat waaruit blijkt dat 90 procent van de ondervraagde organisaties virtualisatie ziet als ondersteuning voor innovatie en dat bij 71 procent meer dan de helft van de IT-infrastructuur al gevirtualiseerd is.

Change Block Tracking in back-up en herstel

NetApp Backup and Recovery voor Red Hat OpenShift en OpenShift Virtualization werkt met zogeheten incremental-forever-back-ups op basis van Change Block Tracking (CBT). Hierdoor hoeft niet langer de volledige VM-disk gescand te worden bij elke back-up. Volgens NetApp leidt dit tot kortere back-upvensters, lagere compute-belasting en het wegvallen van data-rehydration tijdens back-ups. De update voegt ook VM-specifieke protectie- en herstelworkflows toe, inclusief resource-transformaties die hersteltijden verder moeten verkorten.

Dallas Olson, Chief Commercial Officer bij NetApp, stelt dat trage scan- en back-upprocessen het voor IT-teams lastig maken om recovery point- en recovery time-doelen te halen. Olson geeft aan dat de uitbreidingen het gedrag van back-up en herstel voorspelbaarder moeten maken naarmate VM-omgevingen groeien.

Disaster recovery als service in public preview

NetApp Disaster Recovery voor Red Hat OpenShift en OpenShift Virtualization is nu beschikbaar als public preview. De oplossing voegt georkestreerde disaster recovery toe voor Kubernetes-gebaseerde VM’s bovenop de bestaande back-upfunctionaliteit. NetApp omschrijft het als een Disaster Recovery-as-a-Service-oplossing met begeleide failover- en fallback-workflows voor gevirtualiseerde workloads op NetApp ONTAP-opslag.

Steve Gordon, Senior Director Product Management Hybrid Cloud Platforms bij Red Hat, meldt dat traditionele disaster recovery-modellen niet zijn ontworpen voor de schaal van huidige gevirtualiseerde omgevingen. Volgens Gordon beoogt de samenwerking met NetApp de dataprotectie en disaster recovery voor Red Hat OpenShift te moderniseren en voorspelbaardere resultaten te leveren.

Uitbreiding naar Google Cloud en parallelle opslaghandelingen

Daarnaast zijn Google Cloud NetApp Volumes en de Trident CSI-driver voor Red Hat OpenShift Virtualization nu algemeen beschikbaar op Red Hat OpenShift Dedicated-omgevingen op Google Cloud, inclusief gecertificeerde ondersteuning. Dit maakt het mogelijk om VM’s en containers in die cloudomgeving te draaien.

Tot slot introduceert NetApp Trident Parallelism: de Trident-controller voert opslaghandelingen nu gelijktijdig uit in plaats van sequentieel, voor Amazon FSx for NetApp ONTAP en Google Cloud NetApp Volumes-omgevingen. NetApp verwacht dat dit opslagknelpunten wegneemt bij grote implementaties.

Uit onderzoek van CyberArk blijkt dat 80% van de organisaties in EMEA het afgelopen jaar te maken had met minimaal drie succesvolle identiteitgerelateerde datalekken. Machine-identiteiten komen inmiddels 110 keer vaker voor dan menselijke identiteiten in de regio. Tegelijkertijd kondigt Palo Alto Networks het identity security platform Idira aan, waarmee het CyberArk als merknaam vervangt en identity als derde pijler in zijn platformstrategie positioneert.

CyberArk heeft het Identity Security Landscape Report 2026 gepubliceerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder organisaties in de EMEA-regio en brengt de staat van identiteitsbeveiliging in kaart. De uitkomsten vallen samen met de introductie van Idira, het identity security platform van Palo Alto Networks waarmee het bedrijf de CyberArk-merknaam vervangt.

Volgens het rapport heeft 91% van de organisaties in EMEA het afgelopen jaar met een identiteitsgerelateerd datalek te maken gehad. Bij 80% ging het om minimaal drie succesvolle incidenten. In Nederland liggen deze cijfers met respectievelijk 90% en een vergelijkbaar aandeel op een vrijwel identiek niveau.

Machine-identiteiten groeien sneller dan menselijke

Het rapport stelt dat machine-identiteiten in EMEA inmiddels 110 keer vaker voorkomen dan menselijke identiteiten, een stijging ten opzichte van de verhouding van 83 keer in 2025. In Nederland is die verhouding gestegen van 74 naar 100 machine-identiteiten per menselijke identiteit. CyberArk geeft aan dat AI-gedreven identiteiten naar verwachting nog sneller zullen groeien dan zowel machine- als menselijke identiteiten.

Organisaties in EMEA verwachten de komende twaalf maanden groei over alle identiteitscategorieën: 64% voorziet een toename van menselijke identiteiten, 84% verwacht meer machine-identiteiten en 87% rekent op een stijging van het aantal AI-identiteiten. In Nederland liggen deze percentages op respectievelijk 60%, 77% en 85%. Als voornaamste aanjagers noemt het rapport AI en large language models (50%), machine-identiteiten zoals IoT en bots (47%) en de adoptie van cloudapplicaties (39%).

Automatisering en fragmentatie als knelpunten

Een structureel knelpunt dat het onderzoek signaleert, is de gebrekkige automatisering van certificaatbeheer. In EMEA heeft 75% van de organisaties de vernieuwing en monitoring van certificaten nog niet volledig geautomatiseerd; in Nederland is dat 71%. CyberArk verwacht dat dit organisaties gemiddeld 213.262 euro per jaar kost door financiële en beveiligingsrisico’s.

Daarnaast meldt het rapport dat 82% van de EMEA-respondenten aangeeft dat gefragmenteerde identity-systemen de detectie van en reactie op identiteitsdreigingen vertraagt. In Nederland ligt dat aandeel op 85%, met gemiddeld twaalf uur extra responstijd als gevolg van die fragmentatie.

Uit het onderzoek blijkt verder dat slechts een minderheid van de organisaties in EMEA gedragsmonitoring en het intrekken van toegangsrechten toepast op autonome AI agents. Voor autonome agents gaat het om respectievelijk 43% en 37%, voor conversational AI agents om 41% en 34%, en voor generatieve AI agents om 38% en 35%.

Voor Nederland specifiek signaleert het rapport dat gemiddeld 43% van de identiteiten meer toegangsrechten heeft dan noodzakelijk, en dat 61% van de verzoeken voor bevoorrechte toegang niet via just-in-time- of zero standing privilege-principes verloopt.

Idira als nieuwe merknaam

Parallel aan de publicatie van het rapport introduceert Palo Alto Networks het platform Idira. Het bedrijf positioneert identity hiermee als derde pijler naast netwerk- en cloudbeveiliging. Volgens Palo Alto Networks richt Idira zich op het ontdekken, controleren en beheren van alle identiteiten binnen organisaties, verspreid over gefragmenteerde systemen.

Renske Galema, Area VP Northern Europe Identity Security bij Palo Alto Networks, stelt dat de toename van machine-identiteiten een fundamentele verschuiving in het aanvalsoppervlak van organisaties markeert. Nu AI-gedreven identiteiten steeds meer toegang krijgen tot gevoelige data, zullen handmatige processen volgens Galema onvoldoende zijn. Het bedrijf beoogt hiermee organisaties te bewegen richting end-to-end automatisering en geïntegreerde governance.

Veeam Software kondigt Intelligent ResOps aan, een nieuwe add-on die datacontext en herstel samenvoegt binnen het Veeam DataAI Command Platform. De oplossing gebruikt de DataAI Command Graph als centrale intelligentielaag en ondersteunt in eerste instantie Microsoft 365. Later dit jaar volgen aanvullende workloads.

Veeam Software heeft tijdens VeeamON NYC Intelligent ResOps aangekondigd, een add-on die organisaties volgens het bedrijf in staat stelt om bij incidenten alleen de daadwerkelijk getroffen data te herstellen. De oplossing is de eerste resilience-functionaliteit binnen het nieuwe Veeam DataAI Command Platform.

De kern van Intelligent ResOps wordt gevormd door de DataAI Command Graph, een intelligentielaag die continu data, gebruikers, rechten, AI-agents, activiteiten en beschermingsstatus in kaart brengt. Veeam stelt dat deze laag teams inzicht geeft in welke data aanwezig zijn, wat als risicovol moet worden beschouwd en wat beschermd is — zodat zij voor, tijdens en na incidenten gefundeerde beslissingen kunnen nemen.

Intelligent ResOps is geen standalone product, maar een uitbreiding op de bestaande resilience-oplossingen van Veeam. Rehan Jalil, President of Products and Technology bij Veeam, geeft aan dat veel organisaties nog steeds zonder duidelijk inzicht opereren in welke data zij hebben, wat er is veranderd en wat daadwerkelijk risico loopt. Jalil stelt dat de oplossing data-, identiteits- en AI-context koppelt aan herstelacties over productie- en back-upomgevingen.

Functionaliteiten

Volgens Veeam voegt Intelligent ResOps een informatielaag toe aan resilience-operaties met de volgende onderdelen:

– Contextual Intelligence: identificeert welke data gevoelig, gereguleerd, bedrijfskritisch of redundant en verouderd zijn.
– Backup and Recovery: verbindt datacontext met herstelacties, zodat alleen de noodzakelijke data wordt teruggezet.
– Data Lifecycle Intelligence: identificeert zogenoemde ROT-hotspots (redundant, obsolete, trivial), risico’s rond bewaartermijnen en verkeerd afgestemde beleidsregels.
– AI Trust and Resilience: biedt inzicht in activiteiten van AI-agents en ondersteunt onderzoek en terugdraaien van ongewenste AI-gestuurde wijzigingen via Agent Commander.
– Intelligence Agent: beantwoordt vragen over data en AI in natuurlijke taal ter ondersteuning van onderzoek en rapportage.

Microsoft 365 als eerste workload

Microsoft 365 — met SharePoint, OneDrive, Teams en Exchange — is de eerste ondersteunde workload. De add-on is beschikbaar als uitbreiding op Veeam Data Cloud for Microsoft 365. Veeam geeft aan dat teams hiermee gevoelige en verouderde data in zowel productie- als back-upomgevingen kunnen identificeren, gebruikers- en Copilot-activiteiten kunnen volgen en gericht kunnen herstellen. Later dit jaar kondigt het bedrijf aanvullende workloads aan.

De aankondiging is onderdeel van een bredere positionering van Veeam rondom wat het bedrijf het ‘agentic AI-tijdperk’ noemt, waarbij AI-agents op hoge snelheid met bedrijfsinformatie werken en een incident zich daardoor snel over grote hoeveelheden bestanden kan verspreiden.

Arctic Wolf brengt Aurora Mobile Threat Defense uit, een oplossing die mobiele endpoints beveiligt door continu het gedrag van devices, netwerkverbindingen, applicatieactiviteiten en phishingindicatoren te analyseren. De oplossing richt zich op zowel bedrijfseigen devices als BYOD-omgevingen op iOS en Android. Tegelijk kondigt het bedrijf verbeteringen aan voor Aurora Threat Intelligence Plus en de Concierge-ervaring.

Arctic Wolf maakt Aurora Mobile Threat Defense beschikbaar, een op AI gebaseerde oplossing voor de beveiliging van mobiele endpoints. Volgens het bedrijf analyseert de oplossing continu en in real-time het gedrag van devices, netwerkverbindingen, applicatieactiviteiten en phishingindicatoren, en dekt deze zowel iOS- als Android-omgevingen af, inclusief BYOD-devices.

Dan Schiappa, President Technology and Services bij Arctic Wolf, stelt dat mobiele devices directe toegang bieden tot gevoelige bedrijfsgegevens, maar tegelijk tot de minst beveiligde aanvalsoppervlakken behoren. Volgens Schiappa integreert Aurora Mobile Threat Defense mobiele security in bestaande securityprocessen, waarbij de privacy van medewerkers wordt ontzien.

Functies van Aurora Mobile Threat Defense

Arctic Wolf geeft aan dat de oplossing onder meer voorziet in real-time detectie en blokkering van mobiele phishing, malware en dreigingen op device-niveau. Daarnaast detecteert de oplossing ongeautoriseerde en onveilige netwerken, met automatische verbreking van de verbinding bij een vastgesteld risico. Schadelijke of niet-compliante applicaties die bedrijfs- of persoonsgegevens in gevaar kunnen brengen, worden geïdentificeerd. Het bedrijf stelt verder dat de forensische mogelijkheden privacyvriendelijk zijn opgezet en geen ingrijpende dataverzameling vereisen.

Het bedrijf positioneert Aurora Mobile Threat Defense als aanvulling op bestaande UEM- en MDM-tools, die volgens Arctic Wolf niet zijn ontworpen voor de detectie van mobiele phishing, schadelijke apps of onveilige netwerken.

Verbeteringen voor Threat Intelligence Plus

Naast Aurora Mobile Threat Defense introduceert Arctic Wolf twee aanpassingen aan Threat Intelligence Plus. Ten eerste is threat intelligence nu beschikbaar als losstaand product, zodat organisaties toegang krijgen tot de dreigingsdata van Arctic Wolf zonder de Managed Detection and Response-oplossing te hoeven implementeren. Ten tweede worden dynamische blocklists geïntroduceerd, waarmee indicators of compromise automatisch kunnen worden ingezet op een reeks security-devices, ook op devices die geen STIX/TAXII-integraties ondersteunen.

Arctic Wolf verwacht dat deze aanpassingen het aantal handmatige stappen verminderen en de toegang tot threat intelligence verbreden.

Zelfbediening in Concierge-ervaring

Klanten van Arctic Wolf Concierge krijgen in alle serviceniveaus toegang tot de Security Posture in-depth Reviews (SPiDR’s) als zelfbedieningsfunctie. SPiDR’s vatten bevindingen samen, brengen relevante data in kaart en genereren geprioriteerde taken. Klanten kunnen voortaan direct securitybeoordelingen uitvoeren via de Unified Portal, zonder te wachten op een geplande afspraak met het Concierge Security-team. Samenwerking met dat team blijft wel mogelijk. Arctic Wolf stelt dat dit leidt tot snellere beslissingen.

Barracuda Networks heeft zijn 2026 Email Threats Report gepubliceerd, gebaseerd op analyse van meer dan 3,1 miljard e-mails. Het onderzoek laat zien dat AI-gestuurde social engineering en phishing-as-a-service het volume en het slagingspercentage van e-mailaanvallen verhogen. Aanvallers stappen daarbij over op minder detecteerbare methoden om traditionele beveiligingslagen te omzeilen.

Barracuda Research analyseerde in januari 2026 wereldwijde telemetrie van ruim 3,1 miljard e-mails. Het rapport brengt in kaart hoe aanvallers hun werkwijze aanpassen en welke dreigingen organisaties het vaakst treffen.

Cijfers uit het onderzoek

Uit de analyse blijkt dat een op de drie e-mailberichten schadelijk is of bestaat uit ongewenste spam. Bijna de helft van de schadelijke e-mailactiviteit, 48 procent, betreft phishing. Ruim een derde van de onderzochte organisaties, 34 procent, krijgt maandelijks te maken met minimaal één account-overname. Meer dan tien procent van alle HTML-bijlagen blijkt schadelijk te zijn.

Van de schadelijke PDF’s bevat 70 procent een QR-code die verwijst naar een phishingwebsite. Barracuda stelt dat negentig procent van de grootschalige phishingcampagnes gebruikmaakt van phishing-as-a-service-kits, waarmee aanvallers kant-en-klare tooling inzetten om phishingoperaties op te schalen.

Verschuiving in aanvalstactieken

Volgens Barracuda verschuiven aanvallers van schadelijke bestandsbijlagen naar URL-gebaseerde payloads en QR-codes ingebed in veelgebruikte documentformaten. Die aanpak is erop gericht traditionele filteroplossingen te omzeilen, die doorgaans beter zijn afgestemd op het detecteren van bijlagen dan op het analyseren van ingebedde links of beeldmateriaal.

Daarnaast signaleert het rapport een toename van account-overnames. Aanvallers die toegang krijgen tot een bestaande mailbox, kunnen vanaf een vertrouwd en legitiem e-mailadres berichten sturen. Dat maakt het voor zowel ontvangers als beveiligingstools lastiger om dergelijke berichten als verdacht te markeren.

Geïntegreerde beveiliging als aanbeveling

Barracuda geeft aan dat organisaties die phishing-as-a-service en AI-gestuurde aanvallen willen tegengaan, e-mailbeveiliging moeten combineren met identiteitsbescherming en geautomatiseerde incidentrespons. Merium Khalid, Director of SOC Offensive Security bij de Office of the CTO van Barracuda, stelt dat preventie, detectie en geautomatiseerde respons samen moeten werken om de impact van gecompromitteerde accounts te beperken en bedrijfscontinuïteit te waarborgen.

Het volledige rapport is beschikbaar via de website van Barracuda Networks.