Twee derde van de zakelijke beslissers in Europa weet het nu zeker: medewerkers zijn op afstand productiever dan op kantoor. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Okta onder meer dan 500 bedrijfsleiders in heel Europa.

In Nederland ligt dit getal zelfs hoger: het onderzoek toont aan dat 97 procent van de Nederlandse bedrijven hun medewerkers productiever (68%) of even productief (29%) vinden wanneer zij in hybride vorm werken.

Een paar jaar gelden was algemeen het idee dat werknemers op kantoor productiever waren. Maar nu zijn zes op de tien (63%) Europese zakelijke beslissers het erover eens dat de productiviteit hoger is voor werknemers die thuis werken. Uit het onderzoek blijkt dat meer dan vier op de tien (43%) Europese bedrijven verwachten dat hun werknemers fysiek aanwezig zijn, maar de flexibiliteit hebben om ook dagen te kiezen om op afstand te werken. Daaruit blijkt dat hybride werken grotendeels de norm is geworden. In Nederland (88%) en Duitsland (90%) is dit voor veruit de meeste bedrijven het geval. Een op de tien (10%) Europese bedrijfsleiders staat onbeperkt werken op afstand toe en een kwart (25%) heeft een hybride model voor onbepaalde tijd ingevoerd.

Een derde (34%) van degenen die voor een model hebben gekozen waarbij alleen op locatie wordt gewerkt, gelooft niet dat werken op afstand productief is, terwijl twee vijfde (40%) geen plannen heeft om van werken op locatie af te stappen. Dit percentage ligt hoger in Frankrijk (55%) en Zweden (45%). Meer dan een kwart (27%) is echter van plan deze aanpak in de komende 12 maanden te herzien.

Het welzijn van de werknemers (42%) is de belangrijkste drijfveer in Europa voor een hybride werkmodel. Nederlandse bedrijven wijken echter af, en zien het aantrekken en behouden van talent als belangrijkste drijfveer voor een hybride model (37%).

Cyberbeveiliging geen topprioriteit

Een derde (32%) van de bedrijven in Europa zegt dat cyberbeveiliging hun grootste uitdaging is als het gaat om werken op afstand, en een vergelijkbaar aantal (34%) met een hybride model zegt dat het verbeteren van cyberbeveiliging hun topprioriteit is. Dit is niet het geval voor Nederlandse bedrijven, waar minder dan een kwart (23%) cybersecurity als grootste uitdaging ziet. Dit wijkt af van alle andere landen, waar dit een stuk vaker genoemd werd (VK: 46%, Frankrijk: 38% Duitsland: 31% en Zweden: 25%).

Bedrijven in Nederland zien goede samenwerking (35%), productiviteit van medewerkers (29%) en een positieve werkcultuur behouden (28%) als top drie uitdaging in het hybride werken.

SSO bij meer dan helft van Europese bedrijven

Bijna de helft (47%) van de bedrijven in Europa gebruikt nog steeds wachtwoorden om hun externe en hybride werknemers te beveiligen. Andere meest gebruikte beveiligingsmaatregelen zijn beveiligingsvragen (38%), hardware (34%) en beveiligingssleutels (32%), terwijl maatregelen als push-authenticators (23%) en biometrie (26%) als minder populair worden beschouwd.

Maar meer dan de helft van de Europese – en ook Nederlandse – bedrijven (54%) maakt toegang tot toepassingen mogelijk via Single Sign On (SSO). Bijna een derde (32%) van de bedrijven die geen toegang met SSO bieden, overweegt dit wel. Vier op de vijf ondervraagden (81%) geloven ook dat het voor hun werknemers gemakkelijk is om op afstand toegang te krijgen tot kritieke applicaties en bestanden.

Bedrijven en overheidsinstanties moeten zich dit jaar voorbereiden op verschillende cyberdreigingen. Deze dreigingen omvatten cybercriminelen die media gebruiken om organisaties te chanteren en vermeende datalekken te melden. Andere bedreigingen zijn de opkomst van het Malware-as-a-Service model en aanvallen via de cloud. Dat voorspelt Kaspersky in een rapport dat deel uitmaakt van Kaspersky Security Bulletin.

Vroeger benaderen cybercriminelen het slachtoffer rechtstreeks, maar nu posten ze in hun blogs onmiddellijk over het datalek. Daarbij stellen ze een aftelklok in naar de publicatie van de gelekte data in plaats van privé losgeld te eisen. Deze trend zal zich in 2023 verder doorzetten.

Blogposts over afpersing trekken media-aandacht, en sommige minder bekende actoren kunnen daar in 2023 misbruik van maken door te beweren dat ze een bedrijf hebben gehackt. Of de hack nu echt heeft plaatsgevonden of niet, een melding van een lek kan het bedrijf schaden. De sleutel tot veilig blijven is om deze berichten tijdig te identificeren en een responsproces in gang te zetten dat vergelijkbaar is met het proces dat wordt gebruikt bij informatiebeveiligingsincidenten.

De experts verwachten dat de trend van het lekken van persoonsgegevens zich zal voortzetten in 2023. Hoewel het rechtstreeks invloed heeft op de privacy van individuen, loopt ook de cybersecurity van bedrijven gevaar. Mensen gebruiken vaak zakelijke e-mailadressen om zich te registreren bij sites van derden, die kunnen worden blootgesteld aan een datalek. Wanneer gevoelige informatie zoals e-mailadressen openbaar toegankelijk wordt, kan dit de interesse van cybercriminelen wekken en discussies op gang brengen over mogelijke aanvallen op de organisatie op het darkweb; daarnaast kunnen de data worden gebruikt voor phishing en social engineering.

Experts verwachten ook dat ransomware-aanvallen steeds meer op elkaar gaan lijken door de opkomst van Malware-as-a-Service (MaaS)-tools. De complexiteit van de aanvallen zal toenemen, wat betekent dat geautomatiseerde systemen niet voldoende zullen zijn om volledige beveiliging te garanderen. Bovendien zal cloudtechnologie een populaire aanvalsvector worden, aangezien digitalisering grotere cybersecurityrisico’s met zich meebrengt. Los daarvan zullen cybercriminelen in 2023 vaker darkwebsites aanboren om toegang te kopen tot eerder gecompromitteerde organisaties.

Meer dan de helft van de Nederlanders met een kantoorbaan denkt dat beveiligd e-mailen alleen nodig is in branches waar met gevoelige informatie wordt gewerkt. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Doe het veilig of doe het niet’ onder ruim 1.000 werkende Nederlanders met een kantoorbaan.

56 procent denkt er zelfs nooit over na of een e-mail beveiligd verstuurd moet worden. Slechts twintig procent van de werkenden verstuurt alle e-mails beveiligd, zegt het onderzoek. Dit sluit aan bij hoe noodzakelijk werkend Nederland dit acht. Maar zestien procent geeft namelijk aan te denken dat beveiligd mailen nodig is voor elke e-mail.

Toch is meer dan de helft (52%) ervan overtuigd dat de organisatie waar zij werkzaam zijn de deuren stevig heeft gesloten voor cybercriminelen. Deze overtuiging kan voortkomen uit de stappen die bedrijven ondernemen om deze criminelen op afstand te houden. Driekwart van de werkenden (73%) geeft namelijk aan dat hun organisatie bewust bezig is met het voorkomen van datalekken.

Het onderzoek is uitgevoerd door Pointsharp. Het bedrijf levert e-mailbeveiliging in de vorm van Cryptshare. Lucien Barink, General Manager Benelux bij Pointsharp: “Veel bedrijven richten zich volledig op het intern beveiligen van data, om daarmee te voorkomen dat hackers bij de gegevens kunnen. Wat echter vaak vergeten wordt, is wat er kan gebeuren zodra data de organisatie verlaat via bijvoorbeeld een e-mail. Het bewustzijn dat cybercriminelen ook toe kunnen slaan wanneer er extern gecommuniceerd wordt, moet nog groeien in het Nederlandse bedrijfsleven.”

 

 

Michel van den Assem draagt zijn functie als Managing Director Digital Realty Nederland over aan Vincent in ’t Veld, SVP Service Providers & Market Strategy, en sinds 2008 werkzaam bij Digital Realty. Vincent zal per 1 februari starten in zijn nieuwe rol.

“Het was geen eenvoudige keuze om te stoppen”, legt Michel uit. Michel van den Assem kwam ruim 23 jaar geleden bij Interxion toen onze eerste datacenters in Europa openden. Sindsdien is hij een drijvende kracht geweest achter de groei in Nederland van onze datacenters, diensten, klanten en het toegewijde Nederlandse team. “Digital Realty bruist en de mogelijkheden zijn enorm. Toch voel ik dat dit het juiste moment is om meer tijd vrij te maken voor mijn privéleven. Ik ben dankbaar voor de mogelijkheid die ik heb gekregen om deze rol te vervullen en kan met trots aankondigen dat wij een goede opvolging hebben gevonden.”

Michel van den Assem over Vincent in ’t Veld: “De afgelopen jaren heb ik regelmatig met Vincent samengewerkt in diverse succesvolle projecten. Ik heb dan ook het volste vertrouwen dat Vincent, met zijn ervaring, kennis en kwaliteiten, samen met het management team het bedrijf succesvol verder zal begeleiden de toekomst in.”

Vincent in ’t Veld: “De servicekwaliteit en betrouwbaarheid voor onze klanten is ontzettend hoog, en dat is het fundament voor succes. Mijn voornaamste doel is dan ook om continuïteit te bieden voor onze klanten en partners. Ik voel me vereerd dat ik het stokje van Michel mag overnemen en kijk uit naar alle mooie kansen die voor ons liggen.”

De berichten over ontslagen in de tech sector vliegen ons om te oren. In de eerste 20 dagen van dit jaar is het aantal mensen dat moet vertrekken bij techbedrijven al een derde van het totale aantal van 2022. Vorig jaar was dat namelijk ook al fors. Volgens Layoffs.fyi bedroeg dat aantal bijna 150 duizend.

Vooral in de laatste maanden van vorig jaar werden flinke ontslagrondes aangekondigd. Meta ontsloeg 11 duizend medewerkers en Amazon 18 duizend. Ook bij Twitter en Cisco gingen veel mensen de laan uit. In Nederland werden vorig jaar vooral ontslagen aangekondigd bij Uber en MessageBird.

De trend zet zich dus door in 2023. Microsoft ontslaat 5 procent van zijn personeel, wat neerkomt op ruim 10 duizend banen. Afgelopen vrijdag kwam daar Alphabet (Google) bij met 12 duizend banen die verdwijnen.

De nieuwste cijfers komen van Spotify dat 6 procent van het personeel gaat ontslaan, wat neerkomt op 600 banen.

Layoffs.fyi somt op dat in 2023 inmiddels 133 techbedrijven hebben aangekondigd banen te zullen gaan schrappen. In totaal zou het gaan om 38.815 ontslagen. In 2022 ontsloegen 1030 bedrijven in de techsector 154.843 medewerkers. Volgens de site is de reden de macro-economische tegenwind en de daaruit volgende inflatie.

Aan de andere kant is er nog steeds gebrek aan goed IT-personeel, waardoor zo’n 80 procent van de ontslagen medewerkers binnen drie maanden een nieuwe baan vindt.

Het wordt duurder om zzp’ers en gedetacheerd personeel in te zetten in 2023. Intelligence Group en HeadFirst Group voorspellen een stijging van het uurtarief van 4 tot 6 procent. In 2022 bedroeg deze stijging gemiddeld 3,8 procent. Dat was minder dan verwacht gezien de druk op de markt als gevolg van schaarste en inflatie.

De gemiddelde afgesproken loonsverhoging van 3,8 procent komen uit cijfers van de arbeidsvoorwaardenadviseur van Nederlandse werkgevers AWVN. Detacheerders rekenden een flink hoger tarief in 2022. Volgens de Vereniging van Nederlandse Detacheerders bedroeg dit gemiddeld zeven procent, vooral om de actuele inflatie door te berekenen.

Opvallend is dat het uurtarief in 2022 meer steeg dan de tarieven die bedrijven boden om een klus gedaan te krijgen. De stijging van dat laatste bedroeg gemiddeld slechts 2,9 procent. In 2021 was dit precies andersom met 2,6 procent en 4 procent. Marion van Happen, CEO HeadFirst Group, licht toe: “Dit schept het beeld dat opdrachtgevers in 2022 kwaliteit boven het uurtarief verkozen, als gevolg van de aanhoudende schaarste. Partijen en individuen die dat durven, houden zichzelf in de game en blijven wendbaar. Want ondanks dat er gesproken wordt over een flinke economische recessie, blijft de werkloosheid dalen en de werkgelegenheid stijgen.”

Inflatiecorrectie

De onderzoekers verwachten dus een verder stijging in 2023, maar door inflatie- en winstdalingen bij werkgevers en de angst voor een milde recessie zal deze naar verwachting tussen de 4 en 6 procent zijn. Geert-Jan Waasdorp, directeur en oprichter van Intelligence Group zegt hierover: “Alsnog een aanzienlijke groei, zelfs net iets hoger dan vorig jaar, aangezien er sprake is van een vertragend effect uit 2022. Het CBS verwacht in maart 2023 een stevige inflatiecorrectie, doordat zij verkeerde variabelen meenemen in hun analyses. Hierdoor zal de koopkrachtdaling minder groot zijn dan nu wordt verwacht.”

De uurtarieven van professionals houden daarmee gelijke tred met de CAO-ontwikkelingen. “Opdrachtgevers nemen geen rigoureuze stappen om tarieven op lopende opdrachten op grote schaal te indexeren. Ze kiezen voor een performance based aanpak: alleen professionals met goede prestaties en een uurtarief dat onder het marktgemiddelde ligt, worden geïndexeerd”, aldus Van Happen.

Vandaag sluit de reservering van de eerste editie van Channel Connect van het nieuwe jaar. Je kunt tot het einde van de dag nog deelnemen in dit nummer, dat 16 februari verschijnt en onder meer de thema’s Datacenters & Suppliers, Digital Workplace en Circulaire IT bevat.

Gekoppeld aan het Datacenters & Suppliers thema, geniet deze eerste editie ook een tweede verspreidingsmoment tijdens KickStart Europe op 20 & 21 februari in Amsterdam, waarvoor we samenwerken met de Dutch Data Center Association (DDA).

De volgende partijen zijn al aan boord: 3CXAMS-IXAVMDataplaceDattoDutch Data Center AssociationEurofiber Cloud InfraFujitsuHuawei, Interxion, Intronics, NetgearPridisProofpointSalt SecurityStulz en WatchGuard.

Lees meer over de inhoud van dit nummer hier.

Ben je geïnteresseerd om deel te nemen binnen het eindejaarsnummer of de andere media van ChannelConnect? Neem dan contact op door te bellen naar 035-6465810, mailen naar sales@channelconnect.nl of bel direct met een van onze teamleden:

Mitchel van der Heide – Manager Sales & Operations
mitchel.vanderheide@imediate.nl / 06 50 949 656

Tarik Lahri – Senior Accountmanager
tarik.lahri@imediate.nl – 06 58 823 710

Bekijk voor alle uitgebreide informatie onze CC infosheet 2023, de 2023-prijslijst en Jaarkalender 2023 of raadpleeg onze informatiepagina.

Dataopslagspecialist Cloudian heeft bij een investeringsronde 60 miljoen dollar opgehaald. De totale financiering van het bedrijf komt daarmee op 233 miljoen dollar. 

De nieuwe investeringen komen van Digital Alpha, Eight Roads Ventures Japan, INCJ, Intel Capital, Japan Post Investment Corporation, Silicon Valley Bank, Tinshed Asia en Wilson Sonsini Investments. De bijdragen moeten Cloudian klaarmaken voor de volgende groeifase.

Tegelijk maakte het bedrijf bekend dat Bob Griswold de nieuwe voorzitter wordt van de raad van bestuur. Griswold werkte voorheen bij HP, Seagate en Cisco. Griswold vertelt dat hij zozeer gelooft in de potentie van Cloudian dat hij persoonlijk heeft meegedaan aan de investeringsronde.

Cloudian is specialist op het gebied van S3-compatibele cloudopslag.

Het wordt steeds duidelijker dat AI-tools als ChatGPT kunnen worden gebruikt om malware te schrijven waarmee de veiligheid van systemen kan worden bedreigd. Vorige week meldde Check Point Research dat er op het dark web al volop wordt geëxperimenteerd met ChatGPT. Beveiligingsbedrijf CyberArk is er naar eigen zeggen inmiddels zelfs in geslaagd om kwaadaardige code te laten muteren en zo beveiliging te omzeilen.

CyberArk Labs laat zien hoe ze het contentfilter van de AI-dienst hebben omzeild en tegen de eigen regels in toch malware kunnen maken die, in runtime queries, ChatGPT kwaadaardige code laat laden. De malware bevat hierdoor zelf geen kwaadaardige code, omdat het de code van ChatGPT ontvangt. Bovendien wordt deze gevalideerd (controleren of de code correct is), en vervolgens uitgevoerd zonder een spoor achter te laten. Daarnaast is het CyberArk Labs gelukt om ChatGPT te vragen de code te muteren.

De zogeheten ‘naked malware’ of polyforme malware, die hiermee ontstaat bevat geen kwaadaardige modules en wordt daardoor niet door security-tools opgemerkt. Dit is in eerdere onderzoeken nog niet gelukt.

Eran Shimony, onderzoeker bij CyberArk Labs: “Polymorfe malware is zeer moeilijk aan te pakken voor beveiligingsproducten omdat je ze niet echt kunt herkennen. Bovendien laten ze meestal geen sporen achter op het bestandssysteem, omdat hun kwaadaardige code alleen in het geheugen wordt verwerkt. Bovendien, als men het uitvoerbare bestand zelf bekijkt, ziet het er waarschijnlijk onschuldig uit.”

De berichten van de laatste tijd tonen aan dat er op het gebied van security en AI nog flinke stappen moeten worden gezet.

NHL Stenden Hogeschool, De Haagse Hogeschool en Hogeschool Saxion krijgen voor acht jaar SPRONG-subsidie toegekend voor praktijkgericht onderzoek naar cyberweerbaarheid. SPRONG is subsidie van het Regieorgaan SIA, onderdeel van de NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek).

Het aantal cyberaanvallen neemt wereldwijd alleen maar toe, terwijl de weerbaarheid van organisaties achterblijft. Om daar meer inzicht in te krijgen en om bedrijven en organisaties te helpen met cyberweerbaarheid doen NHL Stenden Hogeschool, De Haagse Hogeschool en Hogeschool Saxion samen praktijkgericht onderzoek. Het Regieorgaan SIA heeft dit eind 2022 gehonoreerd door de hogescholen een de subsidie toe te kennen.

“Het onderzoek van het Expertisecentrum Cyberweerbaar Nederland focust zich op de menselijke factor: de mens achter de dader en het slachtoffer, vertelt Rutger Leukfeldt, lector Cybercrime & Cybersecurity van De Haagse Hogeschool. We kijken naar de processen waar daders gebruik van maken waardoor slachtoffers van cybercrime er steeds weer intrappen. Cybercriminelen zitten niet stil. Technisch is cybercrime een razendsnel ontwikkelende misdaadsoort. Alles wat we kunnen doen om ze beter te begrijpen, om beter te kunnen begrijpen hoe we hen kunnen tegenhouden, zal helpen. Met ons onderzoek gaan we het cybercriminelen lastiger maken.”

Gedrag beter begrijpen

Naast het beter begrijpen van cybercriminelen is het van belang om de eindgebruikers en hun gedrag beter te begrijpen, vindt Jurjen Jansen (lector Cybersafety en Digitale Weerbaarheid van Mens en Organisatie van de Thorbecke Academie, onderdeel van NHL Stenden): “Immers, de mens speelt een cruciale rol in de digitale veiligheidsketen en die schakel moet daarom versterkt of anderzijds gefaciliteerd worden. Een van de gezamenlijke doelen die we hebben binnen dit Expertisenetwerk is om een landelijke monitor cyberincidenten op te bouwen en te onderhouden, en lab-omgevingen in te richten waarbinnen experimenten en simulaties kunnen worden uitgevoerd die daaraan bijdragen. Bovendien kunnen we met deze subsidie de samenwerking tussen de betrokken hogescholen verder versterken en het contact met het werkveld – zowel regionaal als landelijk – verder professionaliseren. Uiteindelijk werkt dat door naar de kwaliteit van onderzoeken en ontwikkeling van kennis over dit belangrijke maatschappelijke vraagstuk.”

Samenwerking in de regio

De betrokken hogescholen staan in de eigen regio continu in contact met de maatschappelijke partners zoals bedrijven, koepelorganisaties en gemeenten. Hierdoor zijn de lijnen kort en kun je elkaar voortdurend versterken, schrijven de hogescholen in een gezamenlijk persbericht. “Zo vloeien de onderzoeksresultaten straks naar het hele mkb, het grootbedrijf, de overheid en burgers. De resultaten van het onderzoek van het Expertisenetwerk Cyberweerbaar Nederland worden niet alleen gepubliceerd, maar vinden ook hun weg weer terug naar de praktijk door de nauwe samenwerking in de regio.”

Over de SPRONG-subsidie

De subsidie is bedoeld om bestaande en succesvolle samenwerking verder te ontwikkelen en heeft een looptijd van acht jaar. Met deze toekenning erkent het SIA niet alleen het belang van het thema cyberweerbaarheid maar ook de waardevolle samenwerking die de drie hogescholen binnen het Expertisenetwerk Cyberweerbaar Nederland hebben opgebouwd.