In 2022 is een flinke stijging waargenomen van ‘malvertising, malafide advertenties op websites die zich na een klik gedragen als malware. Het gaat met name om het Omnuator-netwerk, constateerde beveiligingsbedrijf Infoblox. 

Malvertising kan zelfs gevaarlijk blijven voor gebruikers nadat ze een besmette website hebben verlaten. Zij blijven dan pop-up notificaties krijgen tot ze toch een keer onverhoopt klikken op een malafide link. Het Omnatuor Malvertising Network is een van de gevaarlijkste. Infoblox bracht intussen meer dan 9.900 domeinen en 170 IP-adressen in verband met Omnuator. Alleen het oorspronkelijke domein blijkt al in een jaar tijd ruim 25 miljoen te zijn opgeroepen. Door dit enorme bereik kan deze malvertising gebruikers gemakkelijk blijven achtervolgen tot ze een keer de fout ingaan, zegt het bedrijf.

Hoe gaat het Omnuator malvertising te werk?

De malvertising maakt gebruik van kwetsbaarheden in WordPress om deze te besmetten met malafide code. Vervolgens kunnen advertenties en andere pop-ups worden getoond aan bezoekers. In tegenstelling tot andere malvertising, blijft Omnuator actief nadat een website is gesloten. Pop-ups en advertenties kunnen blijven verschijnen tijdens volgende gebruikersactiviteiten tot de gebruiker uiteindelijk op een malafide link klikt, met alle risico’s van dien.

Om dit te bereiken vragen ze bezoekers van de eerste website om pushberichten in te schakelen. Als de gebruiker het verzoek aanvaardt, worden de browserinstellingen gewijzigd zodat malvertisingdomeinen advertenties kunnen blijven versturen. Zelfs nadat de gebruiker het browservenster sluit of naar een andere site gaat.

Malvertising steeds geavanceerder

“Omnuator speelt in op de neiging van internetgebruikers op knoppen te klikken zonder meldingen zorgvuldig te lezen of de context goed te onderzoeken”, zegt Steven van Gysel, Managing Solutions Architect Noord-Europa bij Infoblox. “Maar als er iets is dat we inmiddels moeten hebben geleerd, is het wel dat je nooit zomaar ergens op moet klikken. Malvertising zoals Omnuator wordt steeds geavanceerder zodat het voor argeloze gebruikers makkelijker wordt in de val te lopen.”

Mogelijke maatregelen die Infoblox adviseert om Omnuator tegen te gaan zijn het gebruik van adblockers en het uitschakelen van Javascript op onvertrouwde websites.

Infinigate Nederland is een nieuw distributiepartnerschap aangegaan met N-able. Hiermee versterkt Infinigate haar hoofddoelstelling, die er op gericht is om partners en hun klanten te voorzien van de best mogelijke technologische security-oplossingen. Infinigate Nederland levert een compleet pakket van oplossingen, tools en diensten voor Managed IT Service Providers (MSP’s).

N-able voorziet IT-dienstverleners van softwareoplossingen waarmee zij systemen, data en netwerken van hun klanten kunnen monitoren, beheren en beveiligen. Deze oplossingen zijn gebaseerd op een schaalbaar platform, met een veilige infrastructuur en tools om complexe IT-ecosystemen te vereenvoudigen, en met mogelijkheden om te anticiperen op toekomstige IT-behoeften.

Voor N-able betekent het nieuwe partnerschap dat zij haar klantenportfolio in Nederland sneller kant uitbreiden. Tegelijkertijd versterkt Infinigate in de Nederland haar productaanbod, waarmee zij MSP’s en hun klanten uiteindelijk in staat stelt hun zakelijke groeidoelstellingen te bereiken.

Johannes Kamleitner, global vice president of channel sales van N-able: “We zijn verheugd dat wij ons partnerschap met Infinigate in Nederland verder kunnen ontwikkelen. We hebben een goede relatie met hun team en door in heel Europa van hun expertise gebruik te maken kunnen we uiteindelijk meer MSP’s en hun klanten helpen slagen”. Kamleiter vervolgt: “N-able gelooft sterk in het succes van partnerschappen met distributeurs over de hele wereld en de lokale marktkennis van Infinigate in combinatie met ons aanbod, is wat ons tot succesvolle partners maakt.”

Raymond van Kasteel, Managing director van Infinigate Nederland zegt: “Met N-able versterken we ons portfolio van security-diensten voor MSP’s. Zij kunnen hiermee beschikken over een goed schaalbare en toegankelijke oplossing voor het automatiseren, monitoren, beheren en beveiligen van elke functie, in elke omgeving, voor elke klant in middelgrote en grotere bedrijven.”

Telecomprovider Voys en softwarebedrijf Devhouse Spindle bundelen de krachten en gaan verder als Voys. De organisaties willen samen meer impact maken en werken sinds december 2022 vanuit één kantoor.

Logische volgende stap

Het voormalige Devhouse Spindle bestaat uit developers en bouwt en onderhoudt het cloud-telefonieplatform waarmee de klanten van Voys bellen. Mark Vletter, oprichter van beide bedrijven waar gezamenlijk zo’n 140 mensen werken, legt uit: “Voys en Devhouse Spindle zijn in de afgelopen jaren naar elkaar toe gegroeid. We delen inmiddels onze strategie, de systemen en de tools waarmee we werken. De samenvoeging is daarom een logische volgende stap. Vletter vertelt verder: “Door de samenvoeging komt feedback van klanten nog sneller bij de ontwikkelaars van het telefonieplatform terecht.”

Samen in één kantoor

Vorige maand zijn de twee bedrijven bij elkaar ingetrokken. Voys houdt nu kantoor op de begane grond van het bedrijfsverzamelpand Het Kwadraat in Groningen, in de ruimte waar voorheen Devhouse Spindle zat. Het nieuwe kantoor is ingericht als flexibele werkplek en is een ontmoetingsplaats voor alle collega’s.

MCS Europe Group, met vestigingen in Rotterdam en Mechelen, wordt  onderdeel van de Addtech groep.

Addtech is een meer dan 100 jaar oude Zweedse onderneming, die vanaf 2001 beursgenoteerd is en die zich richt op technologische oplossingen voor een duurzame toekomst. Addtech is een volledig gedecentraliseerde organisatie met daarin een 140-tal Value Added Distributeurs die zelfstandig acteren. Bedrijven die vallen onder de Addtech-groep combineren de flexibiliteit, zelfstandigheid en efficiëntie van het MKB-bedrijf met de middelen, het netwerk en het langetermijnperspectief van het grote bedrijf.

Martin Fassl, Business Area Manager Addtech Automation: “MCS komt te vallen in de business divisie Automation en zal op deze manier kunnen profiteren van de aanwezige kennis van zo’n 40 aantal bedrijven in deze divisie. MCS zal echter zelfstandig doorgaan met hetzelfde portfolio en dezelfde leveranciers. MCS klanten zullen hier in eerste instantie niks van merken, maar op lange termijn kunnen deze klanten profiteren van de extra expertise die de Addtech-groep zal inbrengen.

John van Nijnatten, oprichter MCS Europe Group: “Draadloze Internet of Things en Private Mobile netwerkoplossingen zullen de komende jaren alleen maar belangrijker worden voor onze klanten. Hier zullen wij ons op blijven focussen. We zijn blij met Addtech zodat we onze groeistrategie kunnen voortzetten; we kunnen direct de Europese samenwerking aangaan met onze ‘zusterbedrijven’ waardoor het eenvoudiger wordt om bijvoorbeeld Europees brede projecten uit te rollen. Het biedt extra kansen voor ons en onze klanten.

De ondersteuning vanuit Microsoft voor Windows 8.1 stopt op 10 januari aanstaande. Dat betekent dat er geen software-updates meer zullen verschijnen, ook niet voor het oplossen van kwetsbaarheden. Vanaf 10 oktober 2023 geldt hetzelfde voor Windows Server 2012 (R2). 

Het Digital Trust Center, de cybersecuritywaakhond van de Rijksoverheid,  waarschuwt dat overstappen op een recent besturingssysteem nu echt noodzakelijk wordt. Volgens het DTC is de upgrade naar Windows 11 het meest voor de hand liggend, maar mocht dat niet kunnen, bijvoorbeeld omdat de hardware dit niet aankan, dan is Windows 10 ook nog een optie. Deze versie krijgt nog ondersteuning tot 14 oktober 2025.

De situatie is hierbij iets anders. Microsoft biedt tegen betaling nog de mogelijk om drie jaar lang te worden voorzien van kritieke of belangrijke beveiligingsupdates, het zogeheten Extende Security Updates programma. Dit wordt berekend per apparaat. Volgens Microsoft is dit echt bedoeld als een laatste mogelijkheid voor situaties waar een upgrade lastig of onmogelijk is en je koopt er alleen tijd mee om uiteindelijk toch een upgrade te moeten doen.

Het DTC raadt dan ook aan om zodra dat kan een update te doen naar Windows Server 2022. Hoeveel apparaten nog draaien op Windows 8.1 en Windows Server 2012 (R2) is niet bekend.

Het partnerecosysteem kent veel partijen. We belichten regelmatig de activiteiten van een IT-dienstverlener. Dit keer is Humanoids, een IT-opleider met vestigingen in Rotterdam en Amsterdam.

Het gebrek aan IT-talent haalt bijna dagelijks het nieuws. Steeds vaker wordt gesuggereerd ICT’ers uit het buitenland te halen om hier de nood te verlichten. Maarten Hoogvliet merkte echter na zijn studie aan de UvA in de praktijk dat het gebrek aan talent en interesse het probleem niet is. “De opleidingen, zelfs die aan de Technische Universiteiten, sluiten helemaal niet aan op de praktijk in de techsector.”

Hij startte daarom in 2017 IT-opleider Humanoids en bereikte daarmee twee dingen: het opzetten van een dienstverlener die designers en developers laat samenwerken op het snijvlak van design en technologie, met mooie opdrachten bij grote ondernemingen. Maar vooral: het opleiden van jonge academici. Die hebben weliswaar lang niet altijd een achtergrond in de IT maar draaien na een korte crashcourse op hoog niveau mee.

Blindstaren op werkervaring

Voordat we dat schetsen, gaan we terug naar het begin. Het LinkedIn-profiel van Hoogvliet leest tot de oprichting van IT-opleider Humanoids als het curriculum van een (grotendeels freelance werkende) UI/UX-designer met hele grote merken als klant. Waarom dan toch kiezen voor het oprichten van een onderneming? “Ik zag te vaak dingen in die bedrijven waar ik het niet mee eens was. Ik wilde zelf een strategie ontwikkelen, mandaat hebben en een team bouwen van de hoogste kwaliteit. Dan moet je voor jezelf beginnen.” Het belangrijkste aspect waar Hoogvliet zich aan stoorde was het gat tussen de behoefte aan IT-talenten bij de ondernemingen en de manier waar­op naar personeel werd gezocht. “In deze branche heerst nog heel erg het idee dat je jaren ervaring moet hebben om als IT’er de mooie klussen te kunnen doen. Iedereen wil met seniors werken en staart zich blind op jaren werkerva­ring. Ik wilde hun ongelijk bewijzen.”

In deze branche heerst nog heel erg het idee dat je jaren ervaring moet hebben om als IT’er de mooie klussen te kunnen doen

Daarbij hebben die organisaties in zoverre gelijk, dat studenten die wél een opleiding in de IT volgden doorgaans niet direct inzetbaar zijn – en dat geldt zelfs voor studenten die aan de TU Delft digitale vakken afrondden, geeft Robbin Habermehl, die in 2018 compagnon werd van Hoogvliet, aan. “Als IT-opleider dichten wij het gat tussen de universiteit en de markt.”

Hij merkt daarbij op dat de rol van developers veranderde. “Vroeger waren ze minder betrokken bij de zakelijke kant van het ontwikkelproces. Ze vormden geen onderdeel van een multidisciplinair team zoals nu, kregen specifieke opdrachten en er werd niet van ze gevraagd om mee te denken. Dit terwijl je nu echt een integraal onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling, men van je verwacht dat je betrokkenheid toont en meedenkt.”

IT-opleider met crashcourse als fundament

Zo werd het opleiden van jonge academici (Hoogvliet: “het is de slimste 5% van de Nederlandse bevolking, met een enorme potentie. Doodzonde daar niets mee te doen.”) het fundament van Humanoids. En dat opleiden gaat snel, legt Habermehl uit. “We beginnen met een crashcourse van zes weken. In die periode is een nieuwe lichting van 9 uur ’s ochtends tot half zes ’s avonds bezig met development of UX-design, waarna een traineeship van twaalf maanden volgt.” De nieuwe medewerkers gaan daarbij meteen als consultant aan de slag. “Het is dus niet eerst een paar jaar rustig meelopen en erin groeien, maar in feite meteen het diepe in. Ze voegen direct waarde toe aan de onderneming en die van de klant.”

Ervaring delen

Hoogvliet vergelijkt het met het behalen van een rijbewijs; “Een ervaren chauffeur ben je nog niet, maar al wel zover dat je op niveau mee kunt doen in het verkeer.” De hechte onderlinge band tussen de Humanoids, zorgt ervoor dat advies en ervaring continu met elkaar gedeeld worden. “We rouleren binnen de teams tussen leraar zijn en student. Zo ontstaat een vertrouwensband, men helpt elkaar. Dat werkt heel goed. De mensen die hier beginnen worden ontzettend snel een specialist van topkwaliteit.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een korte reactie op. Deze week: Ton-Pieter Lenderink van Nutanix.

Ton-Pieter Lenderink, Channel Sales Manager bij Nutanix, selecteerde het artikel waarin ChannelConnect schrijft over het mogelijk maken van dataopslag in Europa door Microsoft.

In januari 2023 start Microsoft met het EU Data Boundary-plan. Met dit project – dat onder druk van de EU tot stand is gekomen – stelt Microsoft zakelijke klanten in staat om data op te slaan en te verwerken in de Europese Unie. Met dit initiatief kunnen klanten van Microsoft niet alleen voldoen aan steeds strenger wordende compliance-wetgeving, maar zorgen zij er ook voor dat zij niet langer afhankelijk zijn van buiten-Europese grootmachten en corporaties.

Bredere trend

Deze ontwikkeling past in een bredere trend waarin men zich steeds bewuster wordt waar hun data zich bevinden en wie hier toegang tot heeft. Daarnaast nemen we als Europese Unie met deze wetgeving een stukje van onze onafhankelijkheid terug. Voorheen waren we afhankelijk van de het beleid en de wet- en regelgeving van het (buiten-Europese) bedrijf zelf en/of het land waarin deze opereert – in dit geval de US. Zij bepalen hoe er met onze data om wordt gegaan en wie hier toegang tot heeft. Die regie nemen we naar aanleiding van Microsoft’s EU Data Boundary-plan terug.

Neem de regie over de eigen data terug

Hoewel de omslag van Microsoft goed nieuws is, ben je nog steeds afhankelijk van een partij als je alle data in Azure opslaat. Steeds meer bedrijven beginnen zich te realiseren dat ze dat niet langer willen. Ondanks dat partijen als Microsoft, maar ook AWS en Google, goede en bewezen diensten leveren waar bedrijven veel profijt uit kunnen halen, leidt de afhankelijkheid van één partij ertoe dat een organisatie bijvoorbeeld minder flexibel kan zijn als gevolg van het beleid of (onbedoelde) fouten of storingen van die partij. Dit geldt vaak ook voor de wet- en regelgeving van het land waarin het bedrijf opereert. Ook daar willen we als Europa dus niet langer afhankelijk van zijn.

Dat we door het EU Data Boundary-plan de regie over data die gecreëerd en bewaard worden in Europa terugnemen, betekent echter niet dat bedrijven niet langer hoeven na te denken over waar hun data staat. Ook nu data zich binnenkort binnen de Europese grenzen bevinden, en daarmee beter voldoen aan privacy- en compliance-wetgeving, is het belangrijk om ook na te denken over in welke IT-omgeving jouw data en assets zich bevinden en of zij daar het beste tot hun recht komen. Is de public cloud daar bijvoorbeeld de beste omgeving voor of kan er beter gepresteerd worden in een hybride IT-omgeving? En hoe blijf je – indien de praktijk dat vereist – de komende jaren flexibel en wendbaar zodat je tijdig kunt bijsturen?

Waar komen jouw assets het best tot hun recht?

Waar men bijvoorbeeld voorheen dacht dat de public cloud enkel voordelen zou bieden, blijkt het de hoge verwachtingen inmiddels niet altijd waar te kunnen maken. Veel bedrijven beseffen zich dat de public cloud als totaaloplossing duurder en tijdsintensiever is dan verwacht en dat het niet voor iedere asset het prestatieniveau of de flexibiliteit biedt dat een andere omgeving wel kan bieden.

Neem dus niet enkel genoegen met het feit dat jouw data binnenkort veilig in Europa kunnen staan, maar heroverweeg ook van welke partij(en) je afhankelijk wil zijn om jouw data en assets veilig op te slaan en te efficiënt te draaien.

Het redactie- en salesteam van ChannelConnect wenst je goede kerstdagen en alvast een gezond en voorspoedig 2023. Dit wordt de laatste nieuwsbrief van dit jaar.

Volgende week verschijnen er geen nieuwsbrieven. Op dinsdag 3 januari verschijnt de ChannelConnect nieuwsbrief weer zoals je van ons gewend bent.

 

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een korte reactie op. Deze week: Pieter Slavenburg van F5.

Pieter Slavenburg, director sales Benelux van F5, selecteerde het artikel waarin ChannelConnect schrijft over het belang van securitypartners bij het mkb.

“Er is een schrijnend tekort aan gekwalificeerd personeel in cybersecurity,” stelt Slavenburg. “Ondernemers willen zich laten ontzorgen door middel van dienstverlening. En waarschijnlijk is het tegenwoordig eerder een kwestie van moeten dan willen. Door je te richten op kerntaken, en andere zaken uit te besteden aan professionals, kan men zich richten op het succes van de onderneming.”

Partners van grote waarde voor mkb

Security is inmiddels geen randzaak meer, en moet onderdeel zijn van de bedrijfsvoering. Grotere ondernemingen kunnen zich vaak nog wel gekwalificeerd personeel veroorloven, en voor hen is het vinden en behouden van talent iets eenvoudiger, geeft Slavenburg aan. “Dit is bij kleinere en middelgrote organisaties echter minder vaak het geval, terwijl ze relatief gezien tegen dezelfde (cyber)risico’s aanlopen. Daarom zijn partners met kennis, kunde en de juiste oplossingen van onmisbare waarde.”

Ontzorgen steeds belangrijker

Daarnaast ontwikkelt het cyber-landschap zich sneller dan de meeste organisaties bij kunnen houden. De grootschalige adoptie van cloud maakt het nog complexer. De datacenters en cloud-omgevingen bieden vergelijkbare functionaliteit, maar werken net anders, zeker als het gaat om de beveiliging ervan. Een incorrecte configuratie en beveiligingslekken lijken soms hand-in-hand te gaan. Slavenburg: “Ook hier geldt dus dat ontzorgen steeds belangrijker wordt. SaaS-oplossingen worden ook in dit security-opzicht steeds belangrijker.”

Bij de presentatie in Stockholm van nieuwe producten van fabrikant Contour Design, bekend van de ‘slidermouse’, had ChannelConnect een exclusief interview met CEO Kenneth Nielsen. “We bouwen coole producten die je ook nog eens beschermen tegen blessures.”

Ons bedrijf startte in 1995, eigenlijk al met­een met de overtuiging dat de muis, die toen nog in de kinderschoenen stond, weliswaar nuttig was als pointing device, maar dat het ergonomisch totaal verkeerd was uitgewerkt”, vertelt Kenneth Nielsen. “Dit klinkt wellicht wat arrogant als je dat nu voor het eerst zou roepen, maar vergeet niet dat de muis toen nog niet zo’n standaard device was als nu. In de kern kwam het erop neer, dat het eigenlijk niet de bedoeling kon zijn dat je urenlang buiten je directe gezichtsveld, dus je visuele en fysieke centrum zou werken met een arm. We zijn gebouwd om te werken met onze handen direct voor ons. Daarom is aan de positie van het toetsenbord sinds de eerste typemachines nooit meer iets veranderd.”

Coole producten

De onderneming begon zoals dat zo vaak gaat: iemand heeft een visie en wil die realiseren. En die visie, een muis gecentreerd vóór het lichaam van de gebruiker, is niet veranderd. zegt Nielsen. “Het is natuurlijk wel verfijnd. Beeldschermen zijn groter en gedetailleerder geworden en applicaties hebben dat ook nodig. De muis, ook de onze, is meegegroeid. Tot vrij recent heeft de oprichter echt de leiding over de onderneming gehad. Dat leidde tot innovatieve producten, maar business development en marketing kregen wat minder aandacht.”

Een eerste stap die we zetten is het inrichten van een reseller­programma dat overal ter wereld gelijk is

Lange tijd verkocht Contour Design zijn producten aan klanten die al pijn ervaren bij het gebruik van de standaard muis, zoals bij veel medische en paramedische technologie. “Op advies van iemand die gespecialiseerd is in ergonomie, bijvoorbeeld. Dat is natuurlijk heel goed, want de gebruiker zal zijn lichaam niet meer fout belasten. Wat wij echter belangrijk vinden, is dat je in plaats van te wachten op lichamelijke klanten, die juist voorkomt. We moeten daarom af van de praktijk dat onze producten alleen geassocieerd worden met pijn en handicap. We willen coole product ontwikkelen, waar mensen trots op zijn. En dat is wat we nu laten zien.”

Voorsprong in Scandinavië

Overigens ziet Nielsen wel dat de markt ervoor open staat. “Vooral in de Scandinavische landen, waar je veel strengere wetgeving hebt die zo ­ergonomisch mogelijk werken afdwingt. Zo moet je in die landen de werknemers wettelijk bijvoorbeeld een automatisch in hoogte te verstellen bureau aanbieden. Dit was ook een van de redenen voor ons om het hoofdkantoor te verhuizen van de VS naar Kopenhagen. Naast het feit dat Scandinavisch design goed bekend staat.”

We willen naar de situatie dat IT-­integrators ons product meenemen en duidelijk maken dat je met onze devices problemen voorkomt

En dat raakt aan een andere uitdaging die ­Contour Design heeft: uitleggen wat de producten  doen, hoe ze werken en wat ze kunnen betekenen voor de professional die dagelijks op kantoor zit. “Het is heel simpel in gebruik; iemand die ermee aan de slag gaat ervaart geen problemen, maar het is een stap mensen er echt kennis mee te laten maken. Zo gewend zijn ze aan de standaardmuis. Veel verkoop gaat daarom via mond-tot-mondreclame of men ziet een collega of kennis ermee werken.”

Belangrijke rol partners

Partners hebben daarom een speciale rol. “Ze zijn echt essentieel voor ons om de markt te bewerken. In de praktijk worden onze devices ook in een bundel met andere artikelen verkocht. Tot voor kort ging dat vooral via resellers die vanuit de ergonomie de markt benaderen. Die zijn zeer servicegericht en bieden mooie oplossingen aan. Alleen worden ze doorgaans pas gebeld bij een probleem.

Partners hebben een speciale rol. Ze zijn echt essentieel voor ons om de markt te bewerken

We hebben echter ook meer spontane vraag nodig naar de producten. We willen naar de situatie dat IT-integrators ons product meenemen en duidelijk maken dat je met onze devices problemen voorkomt. En uitval van medewerkers. En dat het daarnaast een cool product is. Een eerste stap die we zetten is het inrichten van een resellerprogramma dat overal ter wereld gelijk is. Daarnaast zoeken we naar resellers met wie we echt goed matchen – en zij met ons.”

HR professionals als target

“We ondersteunen de verkoop van onze producten uiteraard met marketing”, zegt Nielsen. “En dan vooral digitaal. Zodat medewerkers erom gaan vragen. In een krappe arbeidsmarkt zien we dat goed ingerichte werkplekken – ook bij hybride werken – belangrijke arbeidsvoorwaarden zijn. Enerzijds voor de (potentiële) medewerker, maar ook voor de werkgever. Je wilt niet dat schaarse en goed betaalde specialisten, bijvoorbeeld juristen, uitvallen door lichamelijke klachten die voorkomen (hadden) kunnen worden. Dat betekent ook dat partners de weg in organisaties moeten kennen. Een product als het onze komt niet in een tender terecht als je alleen contact hebt met de IT-functionaris. Je zult ook Human Resources en een financiële professional moeten spreken. En niet voor niets. Medewerkers zijn dagelijks een steeds grotere hoeveelheid van hun tijd achter een scherm gaan doorbrengen. Het London Pain Institute meldde dat uit onderzoek blijkt dat bij iedereen die meer dan acht uur per dag met een computer werkt,  de kans op blessures stijgt met 60%. Vergeet daarbij niet dat mensen ook privé nog achter de computer zitten en dus vaak over dat aantal uren heen gaan. Met onze producten kun je een groot aantal van de daarmee gepaard gaande problemen voorkomen.”

Twee nieuwe muizen

Tijdens het evenement in Stockholm, dat ook door een groot aantal partners van Contour Design bezocht werd, lanceerde de fabrikant twee nieuwe muisoplossingen, namelijk de RollerMouse Pro en SliderMouse Pro (foto). De eerste bouwt voort op het al bestaande muis-concept, maar bij de SliderMouse kunnen kantoormedewerkers gebruik maken van de slider.

Contour Design blijft ook bij deze twee devices trouw aan hun filosofie: de RollerMouse en SliderMouse stellen de gebruiker centraal. “Alle functies zijn gecentraliseerd,” legt CEO Kenneth Nielsen uit. “Hierdoor rusten de armen van de gebruiker recht voor het lichaam. Strekken en draaien worden zo tot een minimum beperkt.”

De fabrikant streeft naar de bouw van duurzame apparaten. Nielsen: “Alle harde kunststof in de nieuwe producten is gemaakt van 100% gerecycled materiaal.”