Onderzoek van Info Support en Markteffect laat zien dat digitale soevereiniteit een rol speelt bij AI-keuzes van Nederlandse organisaties. Veertig procent van de ondervraagde IT-beslissers stelt Europese hosting als harde voorwaarde bij de inzet van AI-oplossingen. Continuïteit en afhankelijkheid van leveranciers wegen daarbij eveneens zwaar mee.

Uit het AI-onderzoek 2026 van Info Support blijkt dat Europese hosting voor een groot deel van de Nederlandse organisaties een voorwaarde of duidelijke voorkeur is bij de keuze voor AI-oplossingen. Het onderzoek is uitgevoerd door Markteffect in opdracht van Info Support, onder 400 IT-beslissers bij organisaties met meer dan 50 medewerkers. De dataverzameling vond plaats in maart en april 2026.

Europa als voorwaarde

Aan de ondervraagde IT-beslissers is gevraagd hoe belangrijk het voor hun organisatie is dat AI-oplossingen binnen Europa worden ontwikkeld of dat gegevens in Europa worden opgeslagen. Veertig procent van de respondenten geeft aan dat Europese hosting een harde eis is. Nog eens 39 procent zegt een voorkeur te hebben voor Europa, al is dit voor deze groep niet doorslaggevend.

Bij 12 procent van de organisaties hangt de eis af van het type data. Bij algemene informatie speelt de locatie volgens deze groep een beperkte rol, terwijl Europese hosting bij privacygevoelige of financiële data wel verplicht wordt gesteld. Slechts 9 procent van alle ondervraagde IT-beslissers geeft aan geen voorkeur te hebben voor de locatie van hosting.

Continuïteit en afhankelijkheid

Naast de locatie van data speelt ook de mate van autonomie ten opzichte van leveranciers een rol bij AI-keuzes. Voor 67 procent van de ondervraagde organisaties is continuïteit een belangrijke en doorslaggevende factor bij de selectie en implementatie van AI-oplossingen. Het gaat volgens Info Support niet alleen om de levensduur van een oplossing, maar ook om de afhankelijkheid van leveranciers en het voorkomen van vendor lock-in.

Opvallend is dat slechts 16 procent van de ondervraagde IT-beslissers afhankelijkheid van grote cloudproviders en AI-soevereiniteit als uitdaging benoemt bij de implementatie van AI. Dit percentage staat in contrast met het aandeel organisaties dat continuïteit als belangrijk criterium aanmerkt.

Vastleggen vooraf

Joop Snijder, Head of AI bij Info Support, licht toe dat soevereiniteit een steeds belangrijker thema wordt voor organisaties. Volgens Snijder wordt bij dit thema vaak als eerste gekeken naar de locatie van data, terwijl vragen over toegang tot data, de gevolgen van modelaanpassingen door leveranciers en de mogelijkheid om over te stappen minstens zo belangrijk zijn. Snijder stelt dat digitale autonomie vraagt om bewuste keuzes over architectuur, governance en continuïteit. Organisaties doen er volgens hem goed aan afspraken hierover vooraf vast te leggen, in plaats van pas te reageren op het moment dat een afhankelijkheid problemen oplevert.

Fortinet heeft TD SYNNEX aangewezen als een van zijn goedgekeurde wereldwijde distributeurs. De distributeur gaat hiermee een vaste groep internationale systeemintegrators en grote partners ondersteunen die Fortinet-oplossingen in meerdere landen inzetten. De aanwijzing bouwt voort op een bestaande samenwerking tussen beide bedrijven.

TD SYNNEX is door Fortinet geselecteerd als een van de goedgekeurde wereldwijde distributeurs voor het merk. Volgens TD SYNNEX breidt deze status zijn mogelijkheden uit om een afgebakende groep global systems integrators (GSI’s) en grote internationale partners te ondersteunen bij Fortinet-trajecten die meerdere regio’s beslaan.

Fortinet geeft aan TD SYNNEX te hebben gekozen vanwege de combinatie van wereldwijd bereik en specifieke go-to-market-expertise. Volgens Fortinet stelt dit partners in staat multinationale trajecten te doorlopen met ondersteuning op het gebied van beveiligingskennis en kennis van lokale markten.

Gecoördineerde ondersteuning

Als wereldwijde distributeur voor de aangewezen partners gaat TD SYNNEX multiregionale implementaties ondersteunen via gecentraliseerde coördinatie, gestroomlijnde transacties en operationele ondersteuning. Het bedrijf zet hiervoor eigen cybersecurityteams in. Onder het nieuwe model breidt TD SYNNEX de ondersteuning van Fortinet-trajecten uit naar alle regio’s, met nieuwe markten binnen Europa en Azië. Het bedrijf stelt hiermee zowel schaal als specifieke expertise te bieden aan partners die internationaal willen groeien.

Landon Scott, vice president North America Channel bij Fortinet, geeft aan dat multinationale klanten steeds meer behoefte hebben aan partners die Fortinet-oplossingen consistent kunnen leveren in verschillende regio’s, met inachtneming van lokale marktvereisten en operationele complexiteit. Volgens Scott is TD SYNNEX door zijn wereldwijde schaal, cybersecurity-expertise en regionale aanwezigheid goed gepositioneerd om aangewezen partners te ondersteunen bij het coördineren van deze trajecten.

Sergio Farache, Chief Strategy and Technology Officer bij TD SYNNEX, noemt de aanwijzing een versterking van de samenwerking met Fortinet. Farache stelt dat TD SYNNEX zijn wereldwijde distributiedienstverlening en aggregatie van oplossingen combineert met het Fortinet-portfolio. Volgens Farache vragen enterprise-beveiligingsimplementaties die meerdere regio’s en operationele omgevingen beslaan om consistente uitvoering, specifieke expertise en schaalbare ondersteuning wereldwijd. TD SYNNEX stelt die ondersteuning te leveren door distributie te vereenvoudigen, coördinatie te stroomlijnen en partners in staat te stellen bedrijfsresultaten op schaal te realiseren voor multinationale klanten.

Bestaande samenwerking

De aanwijzing volgt op een langlopende relatie tussen TD SYNNEX en Fortinet. TD SYNNEX werd in 2025 door Fortinet uitgeroepen tot Distributor of the Year voor de Amerika’s. Beide bedrijven hebben volgens TD SYNNEX eerder samengewerkt om partnergroei te ondersteunen en klanten te helpen bij het adopteren van beveiligingsoplossingen die aansluiten bij veranderende technologische en zakelijke eisen.

Cloudflare heeft Precursor geïntroduceerd, een platform dat gebruikerssessies continu analyseert om botverkeer te herkennen. Het systeem draait op de edge van Cloudflare en in de browser, en vervangt eenmalige controles zoals CAPTCHA’s door doorlopende gedragsanalyse. Precursor is per direct algemeen beschikbaar voor klanten van Cloudflare.

Cloudflare heeft Precursor geïntroduceerd, een platform voor gedragsvalidatie gericht op het herkennen van geautomatiseerd botverkeer. Het systeem is gebouwd op de edge-infrastructuur van Cloudflare en draait daarnaast in de browser van de gebruiker, waar het complete sessies volgt in plaats van losse verzoeken. Volgens Cloudflare onderscheidt Precursor zich van statische controles zoals CAPTCHA’s doordat het interacties gedurende een volledig bezoek analyseert.

Toename van geautomatiseerd verkeer

Cloudflare meldt dat geautomatiseerd botverkeer inmiddels ongeveer 57 procent van alle webverzoeken uitmaakt en daarmee voor het eerst boven menselijk verkeer uitkomt. Het bedrijf stelt dat deze verschuiving traditionele beveiligingsmaatregelen onder druk zet, met gevolgen zoals hogere infrastructuurkosten, verstoorde voorraadgegevens en risico’s voor bedrijfsgegevens. Cloudflare geeft aan dat bots weliswaar in staat zijn een enkele controle te omzeilen, maar dat het nabootsen van een volledige gebruikerssessie een grotere technische opgave vormt. Op basis daarvan pleit het bedrijf voor doorlopende gedragsanalyse in plaats van eenmalige verificatiemomenten.

Werking van het systeem

Precursor verzamelt volgens Cloudflare voortdurend browsersignalen zoals muisbewegingen, scrolritme, typfrequentie, klembordactiviteit en de duur van paginaweergaves. Toetsenbordinvoer wordt daarbij alleen op timing en ritme geregistreerd, zonder dat de inhoud van toetsaanslagen wordt opgeslagen. Cloudflare stelt dat dit is bedoeld om de vertrouwelijkheid van gebruikers te waarborgen.

Het platform is te activeren zonder aanpassingen aan de onderliggende websitecode. Cloudflare injecteert daarvoor automatisch een script via het netwerk. De verzamelde telemetrie wordt volgens het bedrijf op de eigen servers in realtime verwerkt, waarbij wordt gecontroleerd of interactiepatronen logisch samenhangen, bijvoorbeeld of muisbewegingen overeenkomen met wat er op het scherm gebeurt en of tekstvelden actief zijn op het moment dat er wordt getypt.

Waar bestaande controles bij elk nieuw verzoek opnieuw beginnen, beoordeelt Precursor volgens Cloudflare de volledige sessie van een bezoeker op een webapplicatie of single-page application. Het bedrijf geeft aan dat geautomatiseerde agents hun gedragsprofiel niet kunnen resetten door simpelweg een pagina te vernieuwen, waardoor de Bot Score van een sessie gedurende het bezoek wordt bijgewerkt met opgebouwde context.

Reactie van Cloudflare

Dane Knecht, CTO van Cloudflare, licht toe dat bestaande controles doorgaans op één moment in een sessie zijn gericht, terwijl bots inmiddels in staat zijn dergelijke controles bij binnenkomst te omzeilen. Volgens Knecht kijkt Precursor niet alleen naar een identificatiemoment bij aanvang, maar naar gedrag gedurende het volledige bezoek. Hij stelt dat dit voor reguliere bezoekers geen merkbare verandering oplevert, terwijl het voor partijen die menselijk gedrag proberen na te bootsen aanzienlijk lastiger en kostbaarder wordt. Knecht merkt verder op dat Cloudflare al op grote schaal bescherming biedt op specifieke momenten zoals inloggen en afrekenen, maar dat de periode daartussen tot nu toe onbewaakt bleef. Met Precursor beoogt het bedrijf die tussenliggende ruimte alsnog te monitoren.

Precursor is per direct algemeen beschikbaar voor klanten van Cloudflare.

Triple P gaat een samenwerking aan met Intermedia voor de levering van cloudcommunicatie. Het Nederlandse dienstverleningsbedrijf breidt hiermee zijn portfolio uit met oplossingen voor Unified Communications, Microsoft Teams, Contact Center en AI-toepassingen. Beide partijen richten zich op organisaties die hun communicatie-infrastructuur willen moderniseren.

Triple P, actief als dienstverlener op het gebied van zakelijke communicatie, cloudinfrastructuur en cybersecurity, heeft Intermedia aangewezen als technologiepartner. Met deze stap voegt Triple P het cloudcommunicatieplatform van Intermedia toe aan zijn portfolio, gericht op Unified Communications, Microsoft Teams, Contact Center en toepassingen met AI.

Achtergrond van de samenwerking

Volgens Triple P willen organisaties hun communicatie-infrastructuur aanpassen aan cloud, AI en Microsoft Teams, zonder dat bestaande investeringen of de bedrijfscontinuïteit daarbij in het geding komen. Het bedrijf stelt dat hybride omgevingen, verouderde platforms en aangescherpte eisen op het gebied van security en compliance deze overstap compliceren. Triple P geeft aan dat de combinatie van zijn consultancy- en integratiediensten met het cloudplatform van Intermedia organisaties in staat stelt de overstap gefaseerd te maken, waarbij bestaande investeringen behouden blijven terwijl de omgeving wordt uitgebreid naar een schaalbare cloudoplossing voor telefonie, Teams, Contact Center en AI.

Functionaliteit en compliance

Het cloudplatform van Intermedia ondersteunt cloudtelefonie, Microsoft Teams, Contact Center, workflows met AI en hybride implementaties. Intermedia meldt dat het platform voldoet aan compliance-kaders als SOC 2, NIS2 en DORA.

Reacties van beide partijen

Joost Peters, Managing Director van Triple P Nederland, licht toe dat Triple P en Intermedia een gedeelde ambitie hebben om organisaties te ondersteunen bij het inrichten van hun zakelijke communicatie. Volgens Peters vult Intermedia de adviesrol van Triple P aan met een technologiepartner die consultancy, marktkennis en cloudcommunicatie met AI combineert, wat volgens hem moet leiden tot aantoonbare businesswaarde voor klanten.

Wilco van Dijk, Business Development Director EMEA bij Intermedia, noemt de keuze van Triple P voor Intermedia een bevestiging van de samenwerking tussen strategisch advies en cloudcommunicatie. Van Dijk geeft aan dat de combinatie van beide partijen organisaties moet helpen hun communicatie te moderniseren met behoud van veiligheid.

Doelgroepen

Triple P en Intermedia richten de samenwerking onder meer op organisaties in de logistiek, industrie en farmaceutische sector. Beide partijen stellen dat de combinatie van consultancy en cloudcommunicatie deze organisaties moet ondersteunen bij het realiseren van communicatieoplossingen die samenwerking en productiviteit beogen te verbeteren.

Link11 introduceert een nieuwe versie van zijn Layer 3/4 DDoS-mitigatieoplossing, Next-Gen Network DDoS Protection. Het bedrijf stelt dat de oplossing volledig opnieuw is ontwikkeld om aanvalspatronen te herkennen die afwijken van traditionele volumetrische of protocolaanvallen. De oplossing combineert gedragsgebaseerde detectie met ondersteuning voor IPv4 en IPv6 en is beschikbaar voor bestaande en nieuwe klanten.

Link11 kondigt de introductie aan van een nieuwe versie van zijn Layer 3/4 DDoS-mitigatieoplossing, genaamd Next-Gen Network DDoS Protection. Volgens het bedrijf is de oplossing vanaf de basis opnieuw ontwikkeld om aanvalspatronen te detecteren die zich niet beperken tot volumetrische of protocolaanvallen, zoals verkeer afkomstig van gecompromitteerde apparaten binnen vertrouwde netwerken, verkeer dat legitieme patronen nabootst of aanvallen die zich voordoen in korte, intensieve pieken.

De oplossing combineert gedragsgebaseerde detectie met ondersteuning voor zowel IPv4- als IPv6-netwerken. Link11 geeft aan dat een hogere mate van automatisering de afhankelijkheid van handmatige configuratie moet verminderen. Het platform draait op de eigen cloudinfrastructuur van het bedrijf, waarbij securitydata in Europa wordt opgeslagen. Link11 stelt dat dit organisaties meer controle geeft over hun data en de afhankelijkheid van niet-Europese cloudproviders verkleint.

Detectie van veranderende aanvalspatronen

Traditionele DDoS-oplossingen werken vaak met vaste regels en drempelwaarden. Deze aanpak is volgens Link11 minder effectief tegen aanvalspatronen die zich continu aanpassen. Het bedrijf meldt dat de nieuwe oplossing inzichten uit meer dan één miljoen eerder gemitigeerde aanvallen combineert met deep learning-technieken. Jens-Philipp Jung, CEO van Link11, stelt dat de ontwikkeling ruim twaalf maanden in beslag heeft genomen en dat het resultaat volgens hem geen update is maar een volledig andere aanpak. Jung geeft aan dat organisaties behoefte hebben aan een platform dat zelfstandig reageert op veranderende dreigingen zonder voortdurende handmatige bijstelling.

Aanpak per aanvalsvector

Waar veel bestaande oplossingen een uniforme aanpak hanteren voor volumetrische, protocol- en amplificatieaanvallen, zet Link11 naar eigen zeggen specifieke tegenmaatregelen in per aanvalsvector. Het bedrijf stelt dat dit het aantal false positives moet verminderen en de mitigatietijd verkort. Onbekende aanvalsvectoren worden volgens Link11 nu binnen drie seconden gemitigeerd, tegenover tien seconden bij de vorige versie. Bekende aanvalsvectoren worden naar eigen zeggen vrijwel direct gemitigeerd.

Inzicht tijdens een aanval

De oplossing bevat real-time logs, reason codes en een dashboard dat securityteams inzicht moet geven in het verloop van een aanval en de genomen maatregelen. Volgens Link11 kunnen teams tijdens een aanval zien welk verkeer wordt geblokkeerd of toegelaten en waarom, en welke diensten beschikbaar blijven. Marc Lamik, CPO van Link11, stelt dat weerbaarheid niet alleen een technische maatstaf is maar ook een toezegging aan de organisatie, en dat de nieuwe oplossing daaraan moet bijdragen.

Het platform leert volgens het bedrijf continu van actuele verkeerspatronen en past de detectielogica zelfstandig aan, wat de behoefte aan handmatige afstemming door SOC-teams moet verminderen. De ondersteuning voor IPv4 en IPv6 is bedoeld voor dual-stack infrastructuren.

Migratie zonder downtime

Voor bestaande klanten vereist de overstap naar de nieuwe versie geen configuratiewerkzaamheden, meldt Link11. De migratie bestaat uit een interne wijziging in de routing en verloopt zonder downtime. Bestaande baselines en configuraties blijven behouden en de bescherming blijft volgens het bedrijf tijdens de overstap actief. Next-Gen Network DDoS Protection is per direct beschikbaar voor bestaande en nieuwe klanten van Link11.

Onderzoek van Westcon-Comstor onder technische specialisten in het IT-kanaal toont dat bijna negen op de tien partners maatregelen nemen tegen volatiele hardwareprijzen en geheugentekorten. Projectvertraging geldt als het grootste risico. Partners zetten onder meer in op capaciteitsplanning, alternatieve leveranciers en cloudmigratie om verstoringen op te vangen.

Volgens onderzoek van Westcon-Comstor neemt 87 procent van de kanaalpartners maatregelen om klanten te beschermen tegen de gevolgen van volatiele hardwareprijzen en tekorten aan geheugencomponenten. Het onderzoek is uitgevoerd onder leden van de wereldwijde Tech Xpert-community van het bedrijf, bestaande uit technische specialisten van resellers, systeemintegratoren en managed service providers in Europa, het Midden-Oosten, Afrika en Azië-Pacific. Meer dan honderd respondenten namen deel aan de enquête, die in mei en juni 2026 werd afgenomen.

Vertraging als grootste risico

Partners noemen projectvertraging als het belangrijkste gevolg van leveringsbeperkingen en prijsdruk, zo meldt Westcon-Comstor. Een deel van dit risico ontstaat doordat oplossingen opnieuw moeten worden ontworpen of gevalideerd wanneer componenten niet beschikbaar zijn of specificaties wijzigen. Dat kost volgens het bedrijf extra tijd en verhoogt de complexiteit bij de uitvoering van projecten. Daarnaast noemt 24 procent van de respondenten het onvermogen om capaciteit op te schalen als belangrijk risico, en wijst 39 procent op technische risico’s zoals prestatie-instabiliteit en een verminderde gebruikerservaring.

Aanpassingen in aanpak

Om de impact te beperken nemen partners uiteenlopende maatregelen, aldus het onderzoek. Verbeterde capaciteitsplanning van infrastructuur is de meest toegepaste maatregel: 60 procent van de partners geeft aan hiermee vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Bijna een derde (29 procent) is overgestapt naar andere leveranciers of platforms vanwege beschikbaarheidsproblemen, terwijl 47 procent stelt dat de bereidheid om van leverancier te wisselen afhankelijk is van de specifieke situatie. Andere maatregelen die partners noemen zijn storage tiering of caching om de afhankelijkheid van RAM te verminderen (27 procent) en het verplaatsen van workloads of componenten naar managed services (25 procent).

Verschuivende inkoop

Het aankoopgedrag van partners en klanten verandert eveneens, meldt Westcon-Comstor. Meer dan de helft van de respondenten (52 procent) geeft aan dat zijzelf of hun klanten hardwareaankopen hebben vervroegd om risico’s te beperken. Tegelijk meldt bijna een kwart (23 procent) dat aankopen zijn uitgesteld of geannuleerd. In totaal rapporteert driekwart van de respondenten een verandering in aankoopgedrag, wat volgens het bedrijf duidt op een gefragmenteerde markt waarin organisaties zoeken naar een balans tussen urgentie en onzekerheid.

Verschuiving richting cloud

De beschikbaarheid van hardware beïnvloedt ook waar workloads worden ondergebracht. Westcon-Comstor meldt dat 45 procent van de partners een versnelde adoptie van cloudoplossingen constateert, terwijl 7 procent juist een verschuiving terug naar on-premises omgevingen ziet. Verstoringen zijn volgens het onderzoek merkbaar gedurende de gehele levenscyclus van infrastructuur, met name bij vervangingscycli, nieuwe aankopen en systeemuitbreidingen.

Callum McGregor, Chief Operating Officer en Chief Financial Officer bij Westcon-Comstor, stelt dat volatiele hardwareprijzen en leveringsbeperkingen aankoopbeslissingen van klanten veranderen en impact hebben op het IT-kanaal. Volgens McGregor helpen partners klanten door eerder te plannen, architecturen aan te passen en flexibel te blijven, zodat projecten ondanks de onzekerheid doorgang kunnen vinden. McGregor benadrukt dat het vinden van een balans tussen directe prestatie-eisen en langetermijnbehoeften steeds belangrijker wordt, en dat kanaalpartners samen met distributeurs een rol kunnen spelen bij het opvangen van wat volgens hem inmiddels een structureel kenmerk van de markt is geworden.

Open-weight AI-modellen nemen een groeiend deel van het AI-verkeer via Vercel’s AI Gateway voor hun rekening, met DeepSeek als opvallende stijger. Amerikaanse aanbieders als Anthropic en OpenAI blijven wel het grootste deel van de AI-uitgaven binnenhalen, vooral bij bedrijfskritische toepassingen. Dit blijkt uit de nieuwste AI Gateway Production Index van Vercel.

Vercel meldt in zijn nieuwste AI Gateway Production Index dat het gebruik van open-weight AI-modellen snel toeneemt. Het aantal via AI Gateway verwerkte AI-tokens steeg in juni met 29 procent ten opzichte van mei, terwijl de totale AI-uitgaven met 27 procent groeiden. Het onderzoek is gebaseerd op geanonimiseerde en geaggregeerde routingdata van het platform.

Open-weight modellen winnen aandeel

Volgens Vercel groeide het aandeel van open-weight modellen in het totale tokenvolume van 11 procent in april naar 29 procent in juni. Dat aandeel staat niet in verhouding tot de uitgaven: open-weight modellen vertegenwoordigen minder dan 4 procent van de totale AI-kosten via het platform.

De groei komt vooral op naam van het Chinese DeepSeek, dat volgens Vercel inmiddels 22,6 procent van alle AI-tokens verwerkt en daarmee de op twee na grootste speler is, na Google en Anthropic. Ook GLM 5.2 van het eveneens Chinese Z.ai werd volgens het bedrijf snel opgepikt door gebruikers. Vercel geeft aan dat ongeveer een op de acht organisaties inmiddels een open-weight model in productie draait en verwacht dat een open-weight aanbieder bij aanhoudende groei op korte termijn de op één na grootste speler kan worden, gemeten naar gebruiksvolume.

Harpreet Arora, Head of Agentic Infrastructure bij Vercel, stelt dat prijs een steeds grotere rol speelt bij de keuze van een AI-model. Volgens Arora kiezen organisaties bij toepassingen waar maximale prestaties niet noodzakelijk zijn steeds vaker voor het meest kostenefficiënte model dat aan de eisen voldoet, een ontwikkeling waarvan de recente Chinese AI-modellen profiteren. Arora voegt daaraan toe dat privacy en datasoevereiniteit voor klanten van Vercel belangrijke voorwaarden blijven bij de inzet van deze modellen in productieomgevingen.

Amerikaanse modellen domineren kritieke toepassingen

Ondanks de groei van open-weight modellen gaat het grootste deel van de AI-uitgaven nog altijd naar Amerikaanse aanbieders. De vier grootste Amerikaanse AI-labs zijn volgens Vercel samen goed voor 95 procent van alle uitgaven via AI Gateway.

Anthropic neemt daarvan alleen al 61 procent voor zijn rekening, terwijl het bedrijf 32 procent van het totale tokenvolume verwerkt. Bij toepassingen als softwareontwikkeling, AI-agents en backoffice-automatisering loopt het aandeel van Anthropic op tot meer dan 70 procent, aldus de cijfers van Vercel. Het bedrijf concludeert hieruit dat organisaties onderscheid maken tussen experimenteren en productie: voor toepassingen waarbij betrouwbaarheid directe invloed heeft op bedrijfsprocessen blijven bedrijven bereid meer te betalen voor de duurdere modellen.

Combinatie van aanbieders

De cijfers laten verder zien dat organisaties vaker verschillende AI-aanbieders naast elkaar inzetten. Anthropic is volgens Vercel de grootste partij voor tekstgeneratie, OpenAI voert de markt aan voor beeldgeneratie en Chinese aanbieders zijn op dit moment leidend bij videogeneratie.

Vercel stelt dat het idee dat één AI-model alle toepassingen kan bedienen hiermee aan het verdwijnen is. Organisaties richten volgens het bedrijf steeds vaker een architectuur in waarin meerdere modellen naast elkaar worden gebruikt, afhankelijk van kosten, prestaties en het type toepassing.

IT-dienstverlener PQR en databedrijf DAAT gaan samenwerken op het gebied van data en AI. De partijen combineren hun expertise op het gebied van databeveiliging, governance en data-architectuur om organisaties te ondersteunen bij het inrichten van dataplatforms.

PQR uit Utrecht en dataspecialist DAAT uit Deventer zijn een strategisch partnerschap aangegaan gericht op Data & AI-dienstverlening. Met de samenwerking willen beide bedrijven hun expertise bundelen om organisaties te ondersteunen bij vraagstukken rond databeheer en de inzet van AI.

PQR richt zich volgens het bedrijf op databeveiliging, compliance en lifecyclemanagement, met kennis van Data Governance en Microsoft-technologieën zoals Microsoft 365 Governance en Microsoft Purview. DAAT brengt volgens eigen zeggen expertise in op het gebied van het vertalen van klantvraagstukken naar data-oplossingen, waarbij het bedrijf een aanpak hanteert die social engagement combineert met techniek.

Dataplatforms en analytics

Een onderdeel van de samenwerking is het opzetten van dataplatforms en analytics-oplossingen voor organisaties die hun informatievoorziening willen aanpassen. PQR en DAAT stellen dat ze governance, security, data-architectuur en implementatie samenbrengen in één Data & AI-oplossing. Daarbij maken de partijen gebruik van Microsoft Fabric, het Microsoft Power Platform en opensource-technologieën om dataplatforms te bouwen die volgens de bedrijven data omzetten in inzichten en AI-toepassingen.

PQR levert daarnaast oplossingen op het gebied van Cloud AI en Private AI, waarmee organisaties volgens het bedrijf vervolgstappen kunnen zetten in de toepassing van hun data.

Reactie betrokkenen

Marco Lesmeister, Managing Director bij PQR, geeft aan dat steeds meer organisaties op zoek zijn naar een partner die data niet alleen organiseert, maar ook inzet voor besluitvorming en innovatie. Volgens Lesmeister voegt de samenwerking met DAAT kennis toe op het gebied van dataplatforms en analytics, waardoor PQR klanten kan ondersteunen bij Data & AI-vraagstukken.

Frank Wensink, Algemeen Directeur bij DAAT, stelt dat een dataplatform begint bij de informatiebehoefte van een organisatie, waarbij technologie een middel is en geen doel op zich. Door de expertise van DAAT te combineren met de governance- en AI-kennis van PQR, kunnen organisaties begeleid worden bij de ontwikkeling van hun Data & AI-landschap, van strategie tot concrete toepassingen, aldus Wensink.

Achtergrond bedrijven

PQR is in 1990 opgericht, gevestigd in Utrecht en telt ruim 400 medewerkers. Het bedrijf is sinds 2022 onderdeel van Bechtle AG, genoteerd aan de MDAX en TecDAX. PQR richt zich op digitale infrastructuur, moderne werkplekken, datacenters, cloud, networking en security.

DAAT is een dataspecialist uit Deventer die organisaties adviseert over datavraagstukken en oplossingen realiseert voor datahuishouding, analyse, BI en stuurinformatie. Via DAATlab leidt het bedrijf mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt op tot dataspecialist.

Op de foto: Frank Wensink (DAAT), Marco Lesmeister (PQR)

Check Point Research publiceert het AI Security Report 2026, waarin het bedrijf stelt dat kunstmatige intelligentie zich heeft ontwikkeld van hulpmiddel bij aanvallen naar zelfstandige uitvoerder van complete inbraken. Volgens het onderzoek daalt de reactietijd voor verdedigers, terwijl AI-adoptie sneller gaat dan de ontwikkeling van bijbehorende governance en beveiligingsmaatregelen.

Check Point Software Technologies publiceert het jaarlijkse AI Security Report 2026 van Check Point Research. Het rapport beschrijft volgens het bedrijf een verschuiving waarbij AI niet langer alleen wordt ingezet om aanvallen voor te bereiden, maar met minimale menselijke aansturing ook zelfstandig inbraken uitvoert. Het onderzoek is gebaseerd op praktijkvoorbeelden, telemetriedata en casestudies die Check Point Research het afgelopen jaar verzamelde.

Aanvallen zonder tussenkomst

De onderzoekers documenteerden aanvallen waarbij AI exploitatieprocessen autonoom uitvoerde. Bij een inbraak bij negen Mexicaanse overheidsinstanties gebruikte een aanvaller volgens Check Point twee commerciële AI-tools tegelijk: Claude Code voor het binnendringen en verkennen van netwerken, en GPT-4.1 voor de analyse van gestolen gegevens en het aansturen van vervolgacties. Sectorrapportages waarnaar Check Point verwijst, spreken van 5.317 uitgevoerde commando’s verdeeld over 34 aanvalssessies.

Kortere reactietijd

Het bedrijf meldt dat het tijdsvenster om kwetsbaarheden te verhelpen is teruggelopen van dagen naar uren, doordat AI een nieuw openbaar gemaakte kwetsbaarheid binnen enkele uren kan omzetten in een werkende exploit. Als gevolg hiervan hebben overheden volgens het rapport de verplichte responstijd voor de meest kritieke, internettoegankelijke systemen verkort tot twaalf uur.

Prompt injection en identiteitsfraude

Check Point registreerde tussen maart en mei 2026 een verveelvoudiging van detecties van kwaadaardige prompt-injectieaanvallen met ongeveer een factor vijf. Het bedrijf concludeert dat indirecte prompt injectie een veelgebruikte aanvalsmethode is geworden, waarbij AI-systemen zelf doelwit zijn.

Daarnaast stelt Check Point dat identiteit niet langer op zichzelf als betrouwbare beveiligingsmaatregel kan gelden. Stemmen, gezichten, documenten en live videobeelden zijn inmiddels overtuigend na te bootsen met AI. Uit het onderzoek blijkt dat getrainde beoordelaars AI-gegenereerde gezichten slechts in ongeveer 41 procent van de gevallen correct herkennen. Het bedrijf adviseert organisaties daarom over te stappen op sterkere identiteitsverificatie, waaronder multifactor-authenticatie en verificatie via onafhankelijke kanalen.

Risicovol gebruik binnen organisaties

Volgens het rapport is het aandeel risicovolle AI-prompts binnen bedrijven verdubbeld, van ongeveer een op de vijftig interacties naar een op de vijfentwintig. Een gemiddelde organisatie gebruikt inmiddels tien AI-applicaties per maand, waarvan een deel zonder formele goedkeuring. Tussen de 87 en 93 procent van de organisaties ervaart maandelijks minstens één AI-interactie met een hoog risico. De meeste blootstelling van bedrijfsgegevens ontstaat volgens Check Point niet door aanvallen, maar door regulier gebruik van goedgekeurde AI-tools, waarbij medewerkers meer context en gevoelige informatie delen dan zij zich realiseren.

Lotem Finkelstein, vicepresident van Check Point Research, geeft aan dat AI vorig jaar vooral fungeerde als vermenigvuldiger van aanvalskracht. Dit jaar constateert Finkelstein dat AI onderdeel is geworden van de aanvalsketen zelf en taken uitvoert waarvoor eerder een compleet team van ervaren aanvallers nodig was. Volgens hem verdwijnt de kennisbarrière die ervaren cybercriminelen onderscheidde van minder ervaren aanvallers snel, en kunnen verdedigers er niet meer van uitgaan dat een mens het tempo van een aanval bepaalt. Finkelstein stelt dat organisaties die voorop blijven lopen hun AI-gebruik beheersen, de AI-systemen waarop zij vertrouwen beveiligen en dreigingen op machinesnelheid bestrijden.

Aanbevolen aandachtsgebieden

Het rapport benoemt drie aandachtsgebieden die aansluiten bij de eigen aanpak van Check Point. Bij Security for AI gaat het om bescherming van AI-systemen zelf: het bedrijf zegt in realtime te controleren hoe AI-agents omgaan met prompts, tools en data, en test AI-applicaties via red teaming. Bij Security by AI verwijst Check Point naar zijn ThreatCloud AI-dienst, die dreigingen op machinesnelheid moet detecteren en blokkeren binnen netwerken, e-mail, endpoints, mobiele apparaten en cloudomgevingen. Security with AI richt zich op beheer van AI-gebruik binnen organisaties: Workforce AI Security brengt volgens Check Point zowel goedgekeurde als ongeautoriseerde AI-toepassingen in kaart en moet voorkomen dat gevoelige gegevens via generatieve AI worden gedeeld, terwijl Threat Exposure Management is bedoeld om blootgestelde gegevens en gelekte inloggegevens buiten de organisatie op te sporen.

WatchGuard Technologies roept MSP’s op om ideeën in te dienen voor AI-agents en automatiseringen in cybersecurity. De challenge maakt volgens het bedrijf deel uit van een aangekondigde investering van 10 miljoen dollar in AI. Geselecteerde inzendingen komen in aanmerking voor een investering tot 100.000 dollar per idee, en de winnaar van de hoofdprijs krijgt een reis naar WatchGuard Impact North America.

WatchGuard Technologies heeft de AI Innovation Challenge geopend, een initiatief waarbij het bedrijf MSP’s vraagt om ideeën in te dienen voor AI-agents, workflows en automatiseringen binnen cybersecurity. Volgens WatchGuard moeten deze oplossingen securityteams ondersteunen bij hun dagelijkse werkzaamheden en bijdragen aan de bescherming van klanten.

Investering van 10 miljoen dollar

De challenge maakt volgens WatchGuard deel uit van een bredere investering van 10 miljoen dollar in AI-ontwikkeling. Het bedrijf geeft aan meerdere ideeën te willen selecteren voor verdere uitwerking, met een investering tot 100.000 dollar per geselecteerd idee. De winnaar van de hoofdprijs ontvangt daarnaast een reis naar WatchGuard Impact North America, inclusief een ontmoeting met een directielid van WatchGuard naar keuze.

Joe Smolarski, CEO van WatchGuard Technologies, stelt dat MSP’s dagelijks te maken hebben met cybersecurity-uitdagingen en daardoor goed zicht hebben op wat nodig is in de praktijk. Volgens Smolarski moet de investering in AI partners ondersteunen bij het efficiënter werken, het laten groeien van hun bedrijf en het verbeteren van de dienstverlening aan klanten.

Deelnemende partners krijgen ondersteuning van een intern Agentic Development-team van WatchGuard. Het bedrijf geeft aan dat de inbreng van MSP’s moet bepalen welke AI-toepassingen het bedrijf vervolgens verder ontwikkelt.

Indienen van ideeën

MSP’s kunnen tot tien ideeën indienen voor AI-agents, workflows of automatiseringen. De inzendingen moeten volgens WatchGuard bijdragen aan een efficiëntere operatie, eenvoudiger securitybeheer of dienstverlening aan klanten. Beoordeling vindt plaats op basis van de mate van vernieuwing, zakelijke impact, haalbaarheid en de waarde voor de bredere MSP-gemeenschap.

Smolarski geeft aan dat AI de manier waarop cybersecurity wordt geleverd en beheerd gaat veranderen. Hij stelt dat het niet alleen gaat om het ontwikkelen van nieuwe technologie, maar vooral om het oplossen van de juiste problemen. Volgens Smolarski geeft de challenge invulling aan de aangekondigde investering van 10 miljoen dollar, waarbij WatchGuard samen met MSP’s wil werken aan innovaties met impact op hun bedrijfsvoering en beveiligingsresultaten voor klanten.

De AI Innovation Challenge staat open voor inzendingen. Wedstrijdvoorwaarden, deelnamecriteria en richtlijnen voor het indienen van ideeën zijn te vinden op de website van WatchGuard.

WatchGuard levert cybersecurityoplossingen voor MSP’s en biedt met het Unified Security Platform een combinatie van netwerk-, endpoint- en identiteitsbeveiliging. Wereldwijd werken volgens het bedrijf meer dan 25.000 MSP’s met WatchGuard, die samen ruim 1,5 miljoen organisaties beschermen.