Anthropic heeft de toegang tot Claude Fable 5 en Claude Mythos 5 hersteld, nadat de Amerikaanse overheid op 12 juni exportcontroles op beide modellen instelde. Omdat het bedrijf geen betrouwbare manier had om nationaliteit in real time te verifiëren, sloot Anthropic de toegang voor alle gebruikers wereldwijd af.

Vanaf 1 juli is Fable 5 weer wereldwijd beschikbaar via Claude Platform, Claude.ai, Claude Code en Claude Cowork. Voor Pro-, Max-, Team- en een deel van de Enterprise-abonnementen valt het model tot 7 juli binnen 50 procent van het wekelijkse gebruikslimiet, daarna loopt gebruik via usage credits. Toegang via AWS, Google Cloud en Microsoft Foundry volgt op korte termijn.

Mythos 5 is inmiddels weer beschikbaar voor een selecte groep Amerikaanse organisaties binnen Project Glasswing, na goedkeuring door de overheid op 26 juni.

Aanleiding

De exportcontrole volgde op een rapport van Amazon-onderzoekers, die een manier vonden om de veiligheidsmaatregelen van Fable 5 te omzeilen bij het identificeren van softwarekwetsbaarheden. Anthropic laat weten dat ook minder krachtige modellen zoals Opus 4.8, GPT-5.5 en Kimi K2.7 dezelfde kwetsbaarheden konden vinden, en dat de gevonden methode geen unieke Mythos-niveau capaciteiten blootlegde.

Het bedrijf trainde een nieuwe classifier die de gerapporteerde methode in meer dan 99 procent van de gevallen blokkeert. Onderzoekers van het Amerikaanse Center for AI Standards and Innovation (CAISI) hebben zowel de oude als de nieuwe maatregelen getest en bestempelen ze als extreem sterk.

Branchestandaard voor jailbreaks

Samen met Amazon, Microsoft, Google en andere Glasswing-partners werkt Anthropic aan een gedeeld beoordelingskader voor de ernst van AI-jailbreaks, gebaseerd op vier criteria: capability gain, breedte van de capability gain, gemak van bewapening en vindbaarheid. Ook komt er een HackerOne-programma waar onderzoekers cyberjailbreaks in Fable 5 kunnen melden.

Daarnaast breidt Anthropic de samenwerking met de Amerikaanse overheid uit, met vroegtijdige toegang voor testen, snellere informatiedeling bij misbruik en gezamenlijk onderzoek naar AI-beveiliging.

Lenovo breidt zijn Security Services-portfolio uit met een managed endpoint-resiliencedienst genaamd Lenovo Security Services with Absolute. Volgens onderzoek van Lenovo geeft 90 procent van de IT-leiders aan onvoldoende voorbereid te zijn op AI-gedreven cyberaanvallen, mede door versnipperde verantwoordelijkheid binnen securityoperaties. Het bedrijf brengt apparaten, beveiligingstechnologie, expertdiensten en marktallianties samen onder één operationeel model.

Uit onderzoek van Lenovo blijkt dat 90 procent van de IT-leiders tekortkomingen erkent op het gebied van cybersecurity en aangeeft onvoldoende toegerust te zijn tegen dreigingen die met AI worden ontwikkeld. Volgens Lenovo blijven investeringen in beveiliging toenemen, maar kampen veel organisaties met versnipperde verantwoordelijkheid binnen security operations. Interne teams, externe dienstverleners, apparaten en beveiligingsplatforms opereren volgens het bedrijf vaak los van elkaar, wat de coördinatie bij incidenten, het herstelproces en het waarborgen van bedrijfscontinuïteit bemoeilijkt.

Eén operationeel model

Lenovo breidt zijn wereldwijde Security Services-portfolio uit met endpoint resilience- en managed security-diensten. Het bedrijf beoogt hiermee één aanspreekpunt te bieden gedurende de volledige levenscyclus van endpoints. Door apparaten, beveiligingstechnologieën, expertdiensten en marktallianties onder te brengen in één operationeel model, verwacht Lenovo dat organisaties de beveiligingscomplexiteit kunnen verminderen, systeemuitval kunnen beperken en herstelkosten kunnen verlagen. Het bedrijf noemt reductiepercentages tot 50 procent voor complexiteit en tot 40 procent voor herstelkosten, gebaseerd op eigen cijfers.

Rakshit Ghura, Vice President en General Manager Digital Workplace Solutions bij Lenovo, stelt dat securityleiders volgens hem niet zozeer behoefte hebben aan extra tools, maar aan zekerheid dat mensen, apparaten en data beschermd zijn en aan duidelijke verantwoordelijkheid wanneer zich een incident voordoet. Ghura geeft aan dat organisaties vaak vastlopen doordat verantwoordelijkheid verspreid is over meerdere leveranciers, platforms en supportteams. Door vertrouwde apparaten, beveiligingstechnologie, beheerde diensten en marktallianties samen te brengen in één model, wil Lenovo klanten helpen de complexiteit te verminderen en de weerbaarheid te vergroten.

Lenovo Security Services combineert volgens het bedrijf hardware-vertrouwen, meerlaagse bescherming en door AI ondersteunde operaties binnen één raamwerk, met als doel organisaties te ondersteunen bij het waarborgen van bedrijfscontinuiteit en het beperken van operationele verstoringen.

Managed endpoint resilience op schaal

Als onderdeel van de portfolio-uitbreiding introduceert Lenovo de dienst Lenovo Security Services with Absolute. Dit is een beheerde dienst die organisaties moet helpen beveiligingscontroles te behouden in hybride en gedistribueerde werkomgevingen, zonder dat dit extra druk legt op interne IT-teams, aldus het bedrijf. Volgens Lenovo herstellen essentiële beveiligingsfuncties zich automatisch wanneer deze worden verstoord, waardoor minder handmatige interventie nodig is en endpoints beter beschermd blijven.

De dienst wordt ondersteund door het wereldwijde Security Operations Center van Lenovo, dat volgens het bedrijf 24 uur per dag, 7 dagen per week actief is. Beveiligingsspecialisten monitoren er systemen en ondersteunen organisaties bij het opsporen van en reageren op nieuwe dreigingen.

AI-tools worden op grote schaal gebruikt binnen organisaties, maar de opbrengst blijft achter bij de verwachtingen. Dat blijkt uit onderzoek van Info Support onder 400 IT-beslissers. Werknemers nemen zelf het initiatief tot AI-gebruik, terwijl sturing vanuit het management vaak ontbreekt.

Uit het AI-onderzoek 2026 van Info Support blijkt dat AI inmiddels een vaste plek heeft in het dagelijks werk van veel organisaties. Volgens het onderzoek gebruikt 92 procent van de respondenten AI dagelijks voor werkgerelateerde taken. In 44 procent van de organisaties zetten medewerkers zelfstandig tools als ChatGPT of Copilot in, bijvoorbeeld voor het schrijven van teksten, samenvatten of brainstormen.

Ondanks deze verspreiding geeft slechts 23 procent van de respondenten aan dat AI daadwerkelijk is verwerkt in standaardtools of workflows, bijvoorbeeld via automatisering of integraties. Het gebruik blijft daarmee vooral individueel bepaald in plaats van organisatorisch ingericht.

Potentie blijft onbenut

Info Support meldt dat 58 procent van de ondervraagde IT-beslissers meer potentie ziet in AI dan momenteel wordt benut. Daarnaast geeft 44 procent aan dat AI vooral wordt ingezet waar een tool op dat moment beschikbaar is, niet noodzakelijk waar de meeste waarde te behalen valt.

Volgens het onderzoek ligt het knelpunt niet bij een gebrek aan ideeën, maar bij het ontbreken van duidelijke richting. Ruim vier op de tien respondenten, 45 procent, geeft aan dat het vooral ontbreekt aan keuzes en focus binnen de organisatie.

Sturing vanuit management ontbreekt

Het onderzoek laat zien dat slechts 21 procent van de organisaties een AI-strategie heeft waarbij het management duidelijke doelen stelt. Tegelijkertijd noemt 22 procent het ontbreken van een heldere AI-strategie als grootste uitdaging bij de implementatie van AI.

Joop Snijder, Head of AI bij Info Support, stelt dat AI weliswaar veel wordt gebruikt, maar dat de waarde daarvan blijft liggen doordat management niet stuurt en doelen vaag of afwezig zijn. Volgens Snijder maken medewerkers in die situatie eigen keuzes en richten ze zich vooral op het vereenvoudigen van hun eigen werk, niet op het verbeteren van bedrijfsprocessen. Hij geeft aan dat dit ertoe leidt dat resultaten op de winst- en verliesrekening beperkt zichtbaar worden. Doordat iedereen zijn eigen tools kiest, ontstaat volgens Snijder versnippering, kan data de organisatie onveilig verlaten en wordt werk dubbel uitgevoerd. Hij wijst erop dat organisaties die wel op doelen sturen ondertussen een voorsprong opbouwen die volgens hem moeilijk in te halen is.

Processen als voorwaarde

Bas Meerman, Managing Director bij Info Support, geeft aan dat organisaties die waarde willen halen uit AI eerst grip moeten krijgen op hun processen. Volgens Meerman betekent dit dat helder moet worden hoe het werk daadwerkelijk verloopt, zodat processen goed kunnen worden ingericht. Hij benadrukt dat dit geen bijzaak is, maar een voorwaarde. Organisaties die dit volgens Meerman serieus nemen, verbeteren hun manier van werken en leggen daarmee de basis waarop AI wel waarde toevoegt.

Het AI-onderzoek 2026 is uitgevoerd door Markteffect in opdracht van Info Support, onder 400 IT-beslissers bij organisaties met meer dan 50 medewerkers. Het onderzoek vond plaats in maart en april 2026.

Onderzoek van Kaseya laat zien dat gastaccounts inmiddels 69 procent van alle geanalyseerde SaaS-accounts uitmaken, meer dan het aantal gelicentieerde gebruikers. Het bedrijf wijst daarnaast op ontbrekende multi-factor authenticatie, groei van OAuth-integraties en externe bestandsdeling als factoren die het aanvalsoppervlak bij MKB-organisaties vergroten.

Kaseya heeft zijn 2026 SaaS Security Report gepubliceerd, gebaseerd op de analyse van meer dan 27,6 miljard SaaS-security events binnen ruim 50.000 MKB-omgevingen, waaronder 5.400 MSP-partners en 6,2 miljoen eindgebruikersaccounts. Volgens het bedrijf ligt de belangrijkste risicobron in moderne IT-omgevingen bij vertrouwen tussen systemen en accounts, waar aanvallers zich richten op identiteiten, OAuth-koppelingen en samenwerkingsprocessen in plaats van traditionele perimeterverdediging.

Uit de data blijkt dat onbeheerde gastaccounts 69 procent van alle gemonitorde accounts vormen: 4,3 miljoen tegenover 1,9 miljoen gelicentieerde gebruikers. Kaseya stelt dat deze combinatie van gastaccounts, aanhoudende toegang van derde partijen en extern gedeelde data een aanzienlijk veiligheidsrisico vormt voor kleine en middelgrote bedrijven.

Jim Lippie, Chief Product Officer bij Kaseya, geeft aan dat aanvallers die gebruikmaken van AI de IT-omgeving als één samenhangend geheel benaderen, terwijl organisaties hun infrastructuur doorgaans in afzonderlijke onderdelen beveiligen. Volgens Lippie zijn organisaties die continue monitoring, identity governance en geautomatiseerde respons als basisvereisten hanteren beter bestand tegen deze ontwikkeling.

Groei van machine-identiteiten en AI-gedreven aanvallen

De snelle adoptie van AI heeft volgens het rapport geleid tot een toename van OAuth-integraties van derde partijen die werken met permanente tokens in plaats van wachtwoorden. Dit geeft aanvallers blijvende toegang tot data, ook na een wachtwoordreset. Niet-menselijke service-principal-logins vormen inmiddels 20 procent van de kritieke beveiligingsmeldingen, meldt Kaseya. Daarnaast zetten aanvallers geautomatiseerde AI-tools in om slapende gastaccounts op te sporen en te misbruiken, sneller dan handmatige verdedigingsmaatregelen kunnen reageren.

Beperkingen van bestaande controles

Traditionele controlemechanismen zoals geolocatieblokkades schieten volgens het rapport tekort, omdat aanvallers verkeer routeren via vertrouwde cloudhosts en VPN’s. Buiten Noord-Amerika kwam 44 procent van ongeautoriseerde logins van vertrouwde infrastructuur en outsourcinghubs, met India (14 procent), de Filipijnen (10 procent), Duitsland (7 procent), het Verenigd Koninkrijk (7 procent) en Nederland (6 procent) als grootste bronnen. Hierdoor kunnen indringers opgaan in regulier zakelijk verkeer.

Eenmaal binnen, profiteren aanvallers van identiteitsgaten: bij 56 procent van de accounts ontbrak actieve MFA en slechts 27 procent van de MKB-organisaties paste organisatiebrede MFA toe. In combinatie met toenemende bestandsdeling maakt dit het volgens Kaseya mogelijk om data ongemerkt te exfiltreren.

Overige bevindingen

Binnen Microsoft 365 werd bijna de helft (45 procent) van alle gedeelde bestanden buiten de organisatie verstuurd, aldus het rapport. Verder classificeerde SaaS Alerts in 2025 98,9 procent van alle gemonitorde security events als laag risico, terwijl organisaties tegelijk meer dan 278 miljoen meldingen met medium- of kritieke ernst moesten onderzoeken.

Aanbevolen aanpassingen

Kaseya adviseert organisaties over te stappen van statische perimeterverdediging naar identity-first governance. Het bedrijf beveelt aan om geautomatiseerde gedragsmonitoring in te zetten die afwijkende activiteit binnen vertrouwde accounts signaleert, security-stacks te consolideren, organisatiebrede MFA te verplichten en machine-identiteiten en externe deelrechten doorlopend te controleren. Volgens Kaseya kunnen MKB-organisaties zo zichtbaarheidshiaten wegnemen en de persistentie van aanvallers eerder onderbreken.

Microsoft heeft twee verlengingen aangekondigd die beheerders en gebruikers extra tijd geven. Zowel de gratis beveiligingsupdates voor Windows 10 als de hotpatching-functie voor Windows Server 2022 op Azure blijven langer beschikbaar dan eerder aangekondigd.

Particuliere gebruikers van Windows 10 krijgen via het gratis ESU-programma (Extended Security Updates) nu tot 12 oktober 2027 beveiligingsupdates, een jaar langer dan eerder beloofd. Het besturingssysteem bereikte op 14 oktober 2025 het einde van de reguliere ondersteuning. Na druk van Europese consumentenorganisaties kwam er een gratis ESU-verlenging tot oktober 2026 voor gebruikers in de Europese Economische Ruimte. Die termijn schuift nu opnieuw op. Gebruikers die al zijn aangemeld voor ESU krijgen de verlenging automatisch, zonder extra actie. Voor zakelijke klanten verandert er niets: zij vallen onder een apart betaald ESU-traject met een prijs tot 427 dollar per apparaat voor maximaal drie jaar extra updates.

Ook Windows Server 2022 krijgt een adempauze. Microsoft blijft tot in 2027 updates leveren via hotpatching, ook na het einde van de reguliere ondersteuning op 13 oktober 2026. De verlenging geldt exclusief voor Windows Server 2022 Datacenter: Azure Edition, on-premises gebruikers vallen buiten de regeling. Hotpatching past beveiligingsupdates rechtstreeks toe in het werkgeheugen van actieve processen, waardoor de maandelijkse herstarts van servers niet langer nodig zijn. Alleen voor de cumulatieve kwartaalupdates blijft een reboot vereist. Microsoft hoopt hiermee beheerders te ontlasten, al blijft het concern klanten tegelijkertijd stimuleren om over te stappen naar Windows Server 2025.

Negen op de tien CEO’s zijn positiever over AI dan een jaar geleden, maar 65 procent maakt zich zorgen dat hun organisatie te weinig investeert. Dat blijkt uit onderzoek van Cisco onder 2.500 topbestuurders wereldwijd. Infrastructuur, dataspreiding en beveiliging van AI-agents worden als de grootste drempels voor opschaling gezien.

Cisco presenteert de tweede editie van zijn jaarlijkse CEO-onderzoek, uitgevoerd onder 2.500 topbestuurders van organisaties met 250 of meer medewerkers in 23 landen. De gegevens zijn verzameld in januari 2026. Het onderzoek brengt in kaart hoe CEO’s aankijken tegen AI, welke prioriteiten zij stellen en wat hen tegenhoudt.

Het optimisme is volgens Cisco toegenomen: 91 procent van de ondervraagde CEO’s is positiever over het potentieel van AI dan vorig jaar. Tegelijkertijd stelt het bedrijf dat 65 procent vreest te weinig te investeren, tegenover 53 procent een jaar eerder. Ruim twee derde geeft aan AI inmiddels onmisbaar te vinden voor een efficiënte bedrijfsvoering.

Menselijk toezicht als uitgangspunt

Vrijwel alle deelnemende CEO’s verwachten dat AI in 2030 een vaste rol heeft in de bedrijfsvoering. Cisco meldt dat 72 procent daarbij uitgaat van een model waarin AI taken uitvoert of ondersteunt, terwijl mensen de aansturing, beoordeling en governance in handen houden. Genoemde redenen zijn het veilig houden van AI-systemen, het bewaken van productiviteit in gemengde mens-AI-teams en het waarborgen van ethisch verantwoorde besluitvorming.

Cynthia Koetsier-Beerten, General Manager van Cisco Benelux, geeft aan dat de boardroom in Nederland steeds meer tempo maakt met AI. Waar vorig jaar nog 74 procent van de CEO’s aangaf dat een gebrek aan AI-kennis hen afremde, is dat aandeel gedaald naar 47 procent. Tegelijk groeit volgens haar het besef van wat nodig is om AI verantwoord in te zetten. Europese CEO’s plaatsen vertrouwen, transparantie en ethiek centraal in hun AI-keuzes, waarbij snelheid een minder zwaar gewicht krijgt.

Drie drempels voor opschaling

Het onderzoek wijst op drie terugkerende knelpunten. Ten eerste verwacht 53 procent van de CEO’s dat infrastructuurbeperkingen hen zullen afremmen. Het upgraden van infrastructuur voor AI-workloads is daarmee de topprioriteit voor 2026, gevolgd door het omscholen van teams en de integratie van AI-agents.

Ten tweede noemt Cisco beveiliging en controle van autonome AI-systemen als de grootste zorg zodra AI-agents een structurele rol in de organisatie krijgen. Ten derde geeft 34 procent van de CEO’s aan dat versnipperde data de vooruitgang belemmert: problemen met datakwaliteit, toegankelijkheid en centralisatie worden als de grootste barrière gezien.

AI Readiness Index bevestigt achterstanden

De bevindingen uit het CEO-onderzoek sluiten aan bij de Cisco 2026 AI Readiness Index, gebaseerd op data van ruim 8.000 IT-leiders wereldwijd. Cisco stelt dat slechts 22 procent van de ondervraagden het eigen netwerk beoordeelt als optimaal voor AI-workloads. Daarnaast voelt maar 31 procent zich toegerust om AI-agents te beveiligen en heeft 19 procent data volledig gecentraliseerd en beschikbaar gemaakt voor AI-toepassingen. Organisaties die op deze drie vlakken vooroplopen, bouwen volgens Cisco een meetbare voorsprong op.

Onderzoekers van Barracuda hebben in juni 2026 vier uiteenlopende e-maildreigingen in kaart gebracht. De technieken variëren van misbruik van legitieme Microsoft-inlogpagina’s en PDF-bijlagen met een ingebouwde vervaldag tot een zeldzame split-click-methode en een verschuiving van inloggegevensdiefstal naar directe malware-aflevering.

Barracuda publiceert maandelijks een overzicht van opvallende e-maildreigingen die zijn onderzoekers tegenkomen. In de editie van juni 2026 staan vier aanvalstechnieken centraal die elk een ander aspect van moderne phishingcampagnes belichten.

Tycoon 2FA misbruikt legitiem Microsoft-domein

In een van de gedocumenteerde aanvallen gebruiken aanvallers geen nagemaakte inlogpagina, maar een echte Microsoft-inlogpagina om sessietokens te onderscheppen. Gebruikers ontvangen een e-mail met de melding dat hun inbox bijna vol is, inclusief een agenda-uitnodiging voor een afspraak met Microsoft Security. Een knop in de e-mail, die is gepresenteerd als een manier om vastgehouden berichten vrij te geven, leidt via het Tycoon 2FA phishing-as-a-service platform naar de echte Microsoft-inlogomgeving. Doordat het om een legitiem domein gaat, omzeilt de aanval veel automatische securitycontroles en zijn ook getrainde gebruikers moeilijker te waarschuwen.

PDF-bijlagen als drager voor device code phishing

Een tweede techniek verplaatst schadelijke links van de e-mailbody naar een PDF-bijlage, waardoor URL-scanners ze minder snel oppikken. De bijlage verwijst naar een nep-authenticatieproces dat inloggegevens en zakelijke e-mailadressen onderschept. De aanvallers genereren codes lokaal in de browser, wat het proces nabootst dat gebruikers kennen van het koppelen van apparaten aan een Microsoft-account. Barracuda meldt dat de phishinginfrastructuur een ingebouwde ‘kill switch’ bevat: de pagina’s verdwijnen automatisch na een ingestelde tijd, wat forensisch onderzoek achteraf bemoeilijkt.

Split-click-techniek verbergt schadelijke redirect

Onderzoekers van Barracuda zijn ook een aanval tegengekomen waarbij een enkele knop twee verschillende acties uitvoert, afhankelijk van waar de gebruiker precies op klikt. De bovenste helft van de knop opent een legitieme Microsoft-pagina; de onderste helft activeert een schadelijke redirect via het Sneaky 2FA-platform. Automatische linkanalyse ziet in dat geval alleen de veilige variant. Barracuda geeft aan dat deze split-click-techniek zeldzaam is en specifiek is ontworpen om securitytools te omzeilen.

Phishing verschuift van inloggegevensdiefstal naar malware

Tot slot signaleert Barracuda een bredere verschuiving in phishingcampagnes. Waar aanvallers voorheen inloggegevens probeerden te stelen, leveren recente campagnes direct malware af. In één geval verwijst een link die lijkt te leiden naar een PDF-factuur in werkelijkheid naar een download van een schadelijk JavaScript-bestand dat code verbergt via steganografie. In een andere campagne bootsen aanvallers de Amerikaanse Social Security Administration na om zogeheten bestandsloze malware te verspreiden via Windows ActiveX-componenten. De payload wordt rechtstreeks in het geheugen uitgevoerd, zonder dat er bestanden op schijf achterblijven, waardoor traditionele endpointsecurity de dreiging moeilijker detecteert.

Rubrik heeft tijdens zijn jaarlijkse conferentie Rubrik FORWARD twee nieuwe producten aangekondigd: Rubrik AI, een autonome AI-agent binnen zijn beveiligingsplatform, en Rubrik Agent Cloud voor Anthropic’s Claude Code. Beide oplossingen richten zich op het beheer en herstel van AI-gestuurde workflows binnen organisaties.

Rubrik heeft tijdens Rubrik FORWARD 2026 twee producten aangekondigd die gericht zijn op het beheren en terugdraaien van acties van AI-agents binnen bedrijfsomgevingen.

Rubrik AI als autonome agent in Security Cloud

Het bedrijf introduceert Rubrik AI, een autonome agent binnen Rubrik Security Cloud (RSC) en Rubrik Agent Cloud (RAC). Volgens Rubrik werkt de agent op machinesnelheid en past hij zich aan op basis van de beveiligingscontext en -dreigingen binnen een specifieke organisatie.

Rubrik stelt dat de oplossing voortbouwt op het bestaande API-first platform en zich richt op wat het bedrijf ‘agentische cyberweerbaarheid’ noemt: bescherming tegen zowel externe AI-aanvallen als de risico’s die ontstaan bij intern gebruik van AI-agents. De agent beschikt over ingebouwde guardrails en georkestreerde herstelworkflows. Rubrik geeft aan dat deze workflows herstelprocessen aanzienlijk moeten versnellen, al onderbouwt het bedrijf die verwachting niet met concrete cijfers.

Agent Cloud voor Claude Code van Anthropic

Naast Rubrik AI kondigt het bedrijf Rubrik Agent Cloud (RAC) aan, specifiek voor Claude Code en Claude Cowork van Anthropic. RAC is bedoeld om Claude-gestuurde agents op grote schaal te draaien met mogelijkheden voor monitoring en controle.

Een centrale functie is de zogenoemde ‘agent rewind’: hiermee kunnen ongewenste acties van een AI-agent worden teruggedraaid. Rubrik meldt ook dat RAC onveranderlijke herstelmogelijkheden biedt voor codebases, voor situaties waarin acties van een agent het reguliere versiebeheer omzeilen. Dit adresseert een risico dat zich voordoet bij het gebruik van autonome coding-agents die direct in productieomgevingen opereren.

Rubrik heeft geen aanvullende technische details of prijsinformatie vrijgegeven over de beschikbaarheid van de producten.

Bijna 70 procent van de MKB-bedrijven wereldwijd bevindt zich nog in de vroege, experimentele fase van AI-volwassenheid. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van IDC in opdracht van SAS onder ruim 1.600 bedrijven in 28 landen. De voornaamste struikelblokken zijn versnipperde data, losstaande initiatieven en een gebrek aan expertise en governance.

De meeste MKB-bedrijven zetten AI inmiddels in voor afzonderlijke toepassingen, maar beschikken nog niet over de juiste combinatie van datastrategie, governance, vaardigheden en processen om de technologie structureel bedrijfsbreed in te zetten. Volgens het IDC-onderzoek, uitgevoerd in opdracht van SAS, resulteert dat in een duidelijke kloof tussen AI-ambities en daadwerkelijke resultaten.

Structurele obstakels

Het onderzoek — uitgevoerd onder ruim 1.600 MKB-bedrijven in 28 landen — identificeert vier terugkerende knelpunten: versnipperde data, losstaande AI-initiatieven, een tekort aan interne expertise en onvoldoende inzicht in rendement en governance. MKB-bedrijven die deze obstakels niet adresseren, blijven steken in projecten die nauwelijks schaalbaar of meetbaar zijn, zo stelt het onderzoek.

De onderzoekers onderscheiden meerdere fasen van AI-volwassenheid, waarbij de experimentele en opportunistische fasen de laagste niveaus vertegenwoordigen. Bijna 70 procent van de onderzochte bedrijven haalt de hogere niveaus — waarbij AI structureel is ingebed in bedrijfsprocessen en aantoonbaar waarde levert — nog niet.

Van experimenteren naar fundament

Robert Slotema, Country Director Nederland bij SAS, geeft aan dat de volgende stap voor veel organisaties niet ligt in méér experimenteren, maar in het leggen van een fundament waarop AI schaalbaar, betrouwbaar en verantwoord kan worden ingezet. Volgens Slotema is het verbinden van AI-projecten aan concrete bedrijfsdoelstellingen en meetbare waardecreatie daarbij de sleutel.

SAS brengt het volledige Engelstalige rapport beschikbaar via de eigen website.

De Nederlandse digitale economie groeide in het eerste kwartaal van 2026, maar de ontwikkelingen binnen de sector lopen steeds verder uiteen. Cloud-uitgaven en het aantal ICT-beroepen bereikten nieuwe records, terwijl de werkgelegenheid in de digitale sector met 4,2 procent daalde. Dat blijkt uit de kwartaalmonitor van onderzoeksbureau Pb7 Research.

De Digitale Economie Index Nederland (DEIN) daalde licht van 117 naar 116 punten in het eerste kwartaal van 2026. Volgens Pb7 Research weerspiegelt die daling geen verzwakking van de digitale economie, maar een toenemende divergentie tussen digitalisering, digitale infrastructuur en de digitale sector zelf.

Cloud en AI trekken investeringen aan

De zakelijke uitgaven aan publieke cloud stegen naar 2,9 miljard euro, een groei van 16,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. Infrastructure-as-a-Service (IaaS) profiteerde daarbij het sterkst van de groeiende vraag naar AI-gerelateerde toepassingen en groeide naar ruim 1 miljard euro. Het aantal ICT-beroepen bereikte een nieuw recordniveau van 586.000 werkenden, een stijging van 2,3 procent jaar-op-jaar.

Volgens de monitor ontwikkelt AI zich daarbij steeds nadrukkelijker van experimentele technologie naar een structureel onderdeel van bedrijfsprocessen. Organisaties investeren daarbij niet alleen in AI-oplossingen zelf, maar ook in de cloud- en data-infrastructuur die daarvoor noodzakelijk is.

Meer waarde, minder personeel

De digitale sector laat een opvallend tweeledig beeld zien. De toegevoegde waarde groeide met 2,8 procent naar 10,7 miljard euro en presteerde daarmee beter dan de Nederlandse economie als geheel. Tegelijkertijd daalde de werkgelegenheid met 4,2 procent naar circa 367.000 werkzame personen.

Pb7 Research stelt dat deze combinatie van economische groei en afnemende werkgelegenheid wijst op een nieuwe fase in de sectorontwikkeling. AI, automatisering, cloudplatforms en standaardisatie maken het mogelijk om meer economische waarde te creëren met minder personeel. De digitale sector lijkt daarmee een van de eerste sectoren te zijn waarin de productiviteitseffecten van AI meetbaar worden.

Infrastructuur loopt tegen fysieke grenzen aan

Het uitgaande dataverkeer via AMS-IX groeide met 5,1 procent naar 9,23 exabyte. De Nederlandse colocatie-datacentermarkt bereikte 921 MW operationeel IT-vermogen, eveneens een groei van ruim 5 procent. Tegelijkertijd meldt de monitor dat netcongestie, vergunningprocedures en internationale concurrentie de verdere uitbreiding van digitale infrastructuur bemoeilijken. De groeiende vraag naar rekenkracht door AI vergroot de druk op energievoorziening en uitvoeringscapaciteit.

Cyberweerbaarheid en digitale soevereiniteit

Digitale weerbaarheid en soevereiniteit stonden in het eerste kwartaal nadrukkelijk op de agenda. Grote cyberincidenten bij Odido en ChipSoft onderstreepten de maatschappelijke afhankelijkheid van digitale systemen. De Nationale Digitaliseringsstrategie kreeg verder vorm en het debat over digitale autonomie verschoof volgens de monitor steeds meer naar concrete keuzes rond cloud, data en AI-infrastructuur.

De kwartaalmonitor is samengesteld door Pb7 Research en wordt mogelijk gemaakt door de Dutch Cloud Community, de Dutch Data Center Association en Rabobank.